Categorie: Oorlogsverhalen

  • Blijvende dreiging

    DatumPlaats
    Geschreven17 april 1673Den Haag
    Ontvangen21 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Willem III is naar Zeeland om de betaling van het leger te regelen. Anders dan nu was er niet echt een nationale begroting. De Staten Generaal konden wel beslissen, maar waren afhankelijk van de betaling door de provincies. Tot nu toe klaagde Margaretha vooral over de Staten Generaal en de officieren die hun troepen niet uitbetaalden, maar ook de Zeeuwen stonden niet vooraan om mee te betalen. Gelukkig stelt Margaretha’s “Zijn Hoogheid” orde op zaken.

    Brieffragment over Willem III in Zeeland

    sijn hoocheijt is naer seelant so men seijt om die heere
    te persosideere1Persuaderen: Ervan overtuigen tot betaeline van haer quote inde
    leeger poste daer sij noch niet Een stuijver in
    betaelt hebbe, het komt al ophollant aen, dat
    oorsaeck is de meliesi so qualijck betaelt wort doch
    door de goede direxsi van sijn hoocheijt is daer nu
    ordere op gestelt, en begint de betaeline nu te
    gaen, [te wttrecht wort meenichte van plat boomde]

    Zes mannen zitten met hoeden op aan een ronde tafel. Ze lijken een geanimeerde discussie te voeren. de ruimte is groot en langs de wand staan lege stoelen. Op de achterwand hangt tussen de ramen het wapen van Zeeland. Boven de gravure staat Etats de Zelande.
    De vergadering van de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland gedurende het tweede stadhouderloze tijdperk (de representant van de Eerste Edele ontbreekt) in de Abdij te Middelburg, met op de achtergrond het wapen van Zeeland, 1702-1744. Collectie Zeeuws Archief

    Kattendans

    In Utrecht zijn de Fransen platbodems aan het vorderen. En met platbodems kan je die ondiepe, maar verraderlijke Hollandse Waterlinie oversteken. Bovendien wordt de prins van Condé, Lodewijk II van Bourbon, in Utrecht verwacht. Hij zal het bewind van de Hertog van Luxemburg over Utrecht overnemen. Ze zegt het niet letterlijk maar ze legt wel een directe link tussen het één en het ander: een nieuwe bevelhebber, betekent een opleving van de oorlog. De laatste keer dat het de Fransen bijna lukte om de waterlinie over te steken, ligt nog vers in Margaretha’s geheugen. Dus ze vreest weer ‘Een kattendans’. “De dans ontspringen” was in de 16e eeuw “De kattendans ontspringen”, een kattendans is dus aanduiding van iets onaangenaams, iets hachelijks, iets gevaarlijks.

    Brieffragment over de kattendans

    [gaen,] te wttrecht wort meenichte van plat boomde
    schuijtges bij den vijant gemaeckt, den prinse
    van konde wort daer verwacht daer sijnde
    vreese ick dat wij weer Een kattendans sulle
    hebbe de heer wil ons behoeden, [ick ben meest met]

    Een afbeelding van een feestje met allemaal katten in gala die aan het dansen zijn. Links achter staat een piano waar een kat achter zit en op de stoel ernaast staat een kat viool te spelen. Op de achtergrond bekijken katten het dansgewoel. In een inzet links onder zitten een katdame en een katheer aan tafe;. Op tafel staat een fles wijn en een oberkat komt eten brengen.
    Fragment uit Hoe de poesjes zich vermaken, Arie Willem Segboer, 1903 – 1919. Collectie Rijksmuseum

    Een veilige plek

    Het risico van de kattendans maakt Margaretha onrustig. Philippota is hoogzwanger. Dat reist al niet makkelijk, maar je weet al helemaal niet wanneer een pas bevallen vrouw weer in staat is om te reizen. Margaretha wil dus het liefst dat Philippota op een veilige plek bevalt en dat is in Amsterdam. Ze is eind mei uitgerekend, dus wil Margaretha volgende week naar Amsterdam. Ruim op tijd voor de bevalling. En als ze daar dan is, kan ze gelijk bedenken wat ze met alle spullen daar moet en of ze weer een huis gaat huren in Amsterdam. De huur van het huis dat ze heeft loopt immers eind mei af.

    Brieffragment over de veilige plek voor de zwangere schoondochter

    [hebbe de heer wil ons behoeden,] ick ben meest met
    het kraeme vande vrou van ginckel bekomert het
    welcke int lest van meij sal sijn, int laest van
    deese of int Eerst van de toekoomende weeck sal
    ick met godts hulpe weer naer Amsterdam
    moeten om te sien waer ick met mijn goet sal
    blijfve weet niet of ickt al weer hier derf
    brengen of hoe ick der meede sal doen daer
    koomende sal ick sien hoet sal maecken, [de ordi]

    Schilderij van een oudere vrouw die de hand vast houdt van een jonge, hoogzwangere vrouw. De zwangere vrouw kijkt treurig naar beneden. Op de achtergrond een landschap met een meertje en een heuvel. In de lucht vliegt de heer vergezeld door drie engeltjes.
    De visitatie, Rafael, 1517. Collectie El Museo Nacional del Prado, Madrid

    Salaris en declaraties

    Margaretha is nog steeds druk met de assignaties en ordinanties, het wil allemaal niet vlotten. Ook heeft ze gesproken met een collega van Godard Adriaan: Johan van Gent, heer van Oostwedde. Hij heeft zijn declaratie ingediend en daar is grof in geschrapt. De arme man is er mistroostig van en ook dan praat ook nog heel Den Haag over zijn zoon die een ongepaste flirt heeft.

    Brieffragment over de declaratie en de zoon van de Heer van Gent

    [fange alst moogelijck is,] de heer van gent heeft nu
    Eerst sijn dickleeraesi afgedaen gekreechge hebbe
    ongelooflijck daer op geroijeert2Royeren: Schrappen van geldelijke posten , alsde wasvrou
    en in plaets van tot sijn equipaese 800f doense
    hem maer 400f goet en veel meer andere
    poste diese geroijeert hebbe het welcke sij
    mij hebbe laeten sien, sijn hEd is so melanckolijck
    over alt miskontentement3Miscontentement: Ontevredenheid dat hij heeft dat on
    gelooflijck is, daer bij komt dat sijn soon frits4Frederik Willem van Gent
    de Amoers aende dochter van hooft diese Juff van
    budtine5Onbekend (helaas nog…) noeme maeckt dat heel teegens haer
    beijde sin is daer den heelle haech van waecht6Wagen: Ophef maken

    Blikken servies

    Tot slot houdt Margaretha haar man nog op de hoogte over de voortgang van de voorbereidingen over de vredesonderhandelingen in Aken. Margaretha heeft er een hard hoofd in, met al die oorlogsvoorbereidingen van de Fransen.

    Een ronde platte tinnen plaat met een heel klein opstaand randje.
    Teljoor van tin, anoniem, 1400 – 1600. Collectie Rijksmuseum

    Het blikken servies dat Margaretha voor haar man heeft laten maken is klaar! Zodat hij weet wat er verstuurd gaat worden schrijft ze dat even op: 6 dozijn teljoren, 24 ovalen schotels en twee paar kandelaars. Het woord teljoor, telloor of tailloor kennen we in de Nederlandse taal nauwelijks meer, maar in Vlaanderen en dialecten komt het woord nog wel voor. Slechts 8% van de Nederlanders herkent het woord en 53% van de Vlamingen. Een teljoor is een tafelbord. Margaretha wacht ondertussen op de zadels en de wijn die Godard Adriaan naar haar gestuurd heeft.

    Eerste brieffragment over de vrede
    Tweede brieffragment over de vrede en het blikken servies

    [hartigen,] hoewel ick vreese van die handelin

    niet veel sal koome, om dat so men seijt de franse sulcke groote
    preeperaesi tot den oorloch maecken, en ock dat sij Aernhem
    so verstercke, se hebbe dartich duijsent mael hondert
    duijsent steen geEist tot de fortifikaesi van Aernhem
    te maecken, het blicke servijese te weete 6 dosijn talijoore en
    24 ovaelle schootels met twee paer kandelaers sal ick
    deesen avont naer Amsterdam sen aende heer Teminck
    sende omtselfve voort op hamburch te bestelle, de wijn
    en sadels sien wij noch int gemoete, ondertussche blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    sijn hoocheijt seijtme dat
    en woonsdach of donderdach
    toekoomende weer hier sal
    sijn

  • Goed nieuws, Franse plannen en een klein paardje

    DatumPlaats
    Geschreven7 april 1673Den Haag
    Ontvangen12 mei 1673
    Lees hier de originele brief

    De hoop op troepen uit Duitsland is na het verraad van Brandenburg nihil. Het enige wat naar de Republiek is gekomen, zijn wat losse manschappen, waaronder een stel knechten en ruiters die Godard Adriaan speciaal voor zijn zoon geronseld had. Toch nog een beetje goed nieuws dus. Als een echt goede vader wist Godard Adriaan precies wat zijn zoon hebben wilde.

    Brieffragment over ruiters en paarden

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd aengenaeme sonder dato doch volgens die vande
    heer van ginckel vande 31 pasato hebbe wij ontfangen
    ock sijnde knechts en ruijters met de paerde wel over
    gekoome gelijck uhEd wt het schrijfve van onse soon
    sult sien, hij is bekomert uhEd sijn selfs sult ontrijft1ontriefd
    hebbe met het paert dat van onse neef van reede
    sali2neef Carel van Reede van Drakestein is gekoome om dat hij oordeelt het selfve seer
    gemacklijck gaet en Een seer goet paert te sijn,

    Paard met een teugel om in een landschap. Op de achtergrond mannen te paard.
    Paard met teugel om, Stefano della Bella, 1620 – 1664. Collectie Rijksmuseum

    Hier blijft het goede nieuws niet bij: het gaat ook een stuk beter met Godard Adriaan na zijn ziekzijn. Margaretha is opgelucht en dankt twee figuren hiervoor: de Here God én Jenneke, Godard Adriaans dienstmeid. Het hemelse en aardse hebben duidelijk samengewerkt in Margaretha’s ogen. Ondanks deze zegens mag Godard Adriaan nog niet naar huis. Hopelijk komt dit goede nieuws snel.

    Brieffragment over de gezondheid van Godard Adriaan

    ick ben van harte verblijt uhEd door de hulpe vande
    meedesijne voornaemlijck de seegen des heere begint
    te beeteren en de pijn vermindert ick kan niet segge
    hoeseer mij uhEd indisposisie3Indispositie: (lichtelijke) ongesteldheid, niet (geheel) gezond zijn heeft bekomert, heb
    jeneken te liefver en salt ock aen haer Eerkene dat
    sij uhEd so wel heeft op gepast en gedient, den graef
    van waldeck4Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg wort hier noch alle Eure verwacht
    mij sal verlange op sijn komste of uhEd ordere
    sult krijge om thuijs te koome of weer naer ber=
    =lijn te gaen, [den heere penits is noch hier, uhEd]

    Het verraad van Brandenburg

    Dat de keurvost en zijn troepen de Republiek niet te hulp schieten blijft zwaar op Margaretha’s borst drukken. Toch laat de vrede tussen de keurvorst en de Franse zonnekoning nog even op zich wachten. De twee heersers zijn het oneens waar deze getekent zou moeten worden: Keulen of Aken. Het maakt natuurlijk niets uit, het is alleen een manier om de vrede uit te stellen. Wellicht kunnen de Fransozen dan een betere positie voor henzelf uithouwen. Hoe hard de Zweedse ambassadeurs ook roepen dat er vrede komt, Margaretha hoort dat Arnhem, Harderwijk en andere plaatsen versterkt zijn. Het lijkt er zo niet echt op dat de Fransen de Republiek willen verlaten.

    Brieffragment over het verraad van Brandenburg

    [=lijn te gaen, den heere penits is noch hier,] uhEd
    sou niet geloofve hoe men hier spreeckt dat den
    heere keurvorst5Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg ons bedroochge heeft uhEd kant best weete heere boecke sijn duijster te leesen6Herenboeken zijn zeer duister te lezen: Onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid,
    ick heb uhEd in mijne voorgaende geschreefve
    hoe dat de stat van keulen vast gestelt en aenge
    =noome was tot de bij Eenkomste vande vreede han delin

    Brieffragment over de vredesonderhandelingen

    nu brenge de franse briefve weermeede dat de konin7Lodewijk XIV
    die plaets daertoe niet en begeert maer het te
    Acken wil hebbe, daer ick geloof men hier weij=
    nich differensi in sal maecke of vinde
    maer men vreest dit alleen is om wtstel te vinden
    onse Ambassadeurs preepereeren haer vast tot
    die reijs, de sweetse Ambasadeurs segge haer sterck
    te wille maecke dat wij de vreede sulle hebbe dat
    ick en meer niet wel konne begrijpe om datse
    Aernhem harderwijck en meer plaetse fortifiseere
    doesburch hebbense teenemael geraeseert[9], te

    Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter 
op een  paard dat naar rechts stapt.
    Het begon zo goed met deze historiepenning voor het Bondgenootschap tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

    Fort Utrecht

    Ook in Utrecht is er veel gaande. De Fransen lijken het plan opgevat te hebben om vier citadellen te gaan bouwen op de Vredenburg. Wat voor fort zal Utrecht wel niet worden dan? Althans…

    De gevel van Tivoli Vredenburg in Utrecht steek in een scherpe hoek af tegen de strakblauwe lucht. Rechts de gevel met de ronde raampjes, links een overhangend dak met een rode onderkant. Uit de glazen gevel, direct onder het dak, steekt een blauwgroene ronde vorm. Helemaal onderaan het beton van de oude concertzaal Vredenburg en daarvoor het beeld de verzekeringsengel van 'De Utrecht' (de 'Schele Maagd').
    De nieuwste citadel op de plaats van de Vredenburg. Foto: D.C. Goosen, 2018. Collectie Het Utrechts Archief

    Margaretha gelooft niet dat dit plan is wat het lijkt. Volgens haar is het gewoon een tactiek van de Fransen om meer geld los te krijgen uit de bevolking. Voor de citadellen zouden nog meer huizen afgebroken moeten worden maar als je betaalt, laten ze jouw huisje staan. De Fransen lijken vastbesloten om zo veel mogelijk geld uit de Republiek te halen.

    Brieffragment over de geruchten over de citadellen in Utrecht

    [doesburch hebbense teenemael geraeseert ,] te
    wttrecht spreeckense van vier sitedelle te maecke
    opt vreeburch hebense al materijaelle daertoe
    laeten brenge daer soude tot die Eene wel
    11 a 1200 huijse moeten afgebroocken worde,
    doch veel meene dat dit maer tantefaere8Tantefèèr: druktemaker sijn
    om de liede alweer gelt af te perse tot behou
    denis van haer huijsen, sij hebbe wondere in
    vensie om de liede voort te ruijneere, [de procku]

    Dat merkt de arme procureur-generaal Abraham van Wesel ook. Eerder schreef Margaretha dat hij een flinke borgsom had betaald om Utrecht te kunnen verlaten voor een gesprek met de raadspensionaris. Helaas kwam hij van een koude kermis thuis: na vier lange dagen wachten heeft Van Wesel uiteindelijk niemand weten te spreken. Teleurgesteld moest hij weer afdruipen naar Utrecht.

    Waar blijft dat geld toch?

    Margaretha kan het wel begrijpen: zelf probeert ze nu ook al maanden Godard Adriaans salaris uitbetaald te krijgen, zonder succes. Nu ook nog eens haar kasteel is afbrand, is er nog een reden om de raadpensionaris te willen spreken. Hoe langer ze daarmee wacht, hoe groter de kans dat ze niet vergoed gaat worden voor de schade. Was Godard Adriaan maar in de Republiek om zijn politieke gewicht en connecties in de schaal te werpen. Of hij meer succes zou hebben blijft een raadsel: Margaretha schrijft hem nog dat hij de mensen niet meer zou herkennen.

    Brieffragment over Abraham van Wesel

    [de procku]
    reur generael weesel9Abraham van Wesel is weer naer wttrecht ver
    trocke sonder dat hij den r p fagel10Raadpensionaris Gaspard Fagel heeft konne
    spreecken heeft hem 4 dage lanck op alle Euren
    van den dach gaen op wachte ijae selfs niet Een
    oochgeblick versuijmt vande tijt die hij hem gestelt
    heeft, hij weesel dorst niet langer blijfve om de
    pas die hij vande franse had en in Een dach a2
    wt is hij heeft daer voor de som van 5000f
    tot borch moete stelle dat hij in die tijt weer
    daer soude sijn, ick had wel gewenst hij den

    Brieffragment over het contact met Raadpensionaris Fagel

    heere rp11Raadpensionaris weegens onse affaerees had konne
    spreecke dan theeft met wille lucke, heb hem
    deese meemoorije die hier neffens gaet laeten
    opstelle op dat uhEd kont sien of gerade sal
    vinde die in tijde en wijlle aen de generaeliteijt
    so te preesenteere, kinschot12Gaspard van Kinschot kan men ock niet Eens
    te spreecke koomen uhEd sou niet geloofve hoe de
    mensche verandert sijn en hoe difisiel sij te
    spreecken worde, de belofte en woorde van dien
    heer aen uhEd geschreefve sijn goet alser het
    Efeckt op volcht maer ick vreese in uhEd apsensi
    ick niet veel op doen sal, ben ock seer beducht
    of ick deese memoorije al sal derfve overgeefe
    so lange het den r p niet goet en vindt, sal
    uhEd goetvinde verwachte, [ick heb uhEd met]

    Margaretha is alle bureacratische moeilijkheden zo zat dat ze maar een aanvraag heeft gedaan voor tienduizend guldens in plaats van zesduizend. Op dit punt maakt het niet uit meer welk bedrag je vraagt, het is allemaal even onmogelijk om gedaan te krijgen

    Toch is er op bureaucratisch vlak ook goed nieuws te melden: eindelijk, eindelijk, zijn de pagadoors begonnen met het uitbetalen van de Staatse troepen. Van Ginkel heeft een deel van de salarissen voor zijn troepen gekregen en hoopt dat de rest snel volgt. Een eerste teken dat de reorganisatie van het Staatse leger goed uit aan het pakken is wellicht?

    Brieffragment over de pagadors

    [heb aen haer soon sijn getelt], de pagadoors13Pagador: van het Spaanse pagador = betaler, Hier geldschieters be=
    ginne nu gelt te geefve de heer van ginckel heeft
    500f voor sijn komnpangi voort Eerste gelt van
    haer ontfange hoopt het resteerende van die maent
    haest volgen sal, [al onse kindere sijn de heere sij ge]

    Een jongetje in een rood pakje met een witte kraag, rijdt met zijn stokpaardje over een zwart-wit getegelde vloer. In zijn rechterhand heeft hij een zweepje,
    De appel valt niet ver van de boom: Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken, kleinzoon van deze Fritsje, speelt met zijn stokpaard. Fragment uit schilderij van de kinderen van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken en Ursulina Christina Reiniera van Reede ca. 1750, Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort, C1030

    Letters leren en dromen over een paardje

    Het land is verwoest en Kasteel Amerongen ligt in puin maar er is hoop voor de toekomst. De kleine Fritsje kent namelijk het ABC uit zijn hoofd! Na alle deprimerende praat eindigt Margaretha met nieuws over de kleinkinderen. De vele ziektes in de winter hebben ze achter zich gelaten en het gaat nu stukken beter met ze. Fritsje is flink aan het groeien en leert veel van zijn “groote mama”, van Margaretha dus, en de groote Visbach, en van de huishoudsters. Nog belangrijker, Fritsje heeft door dat zijn grootpapa zijn vader een mooi paard heeft gegeven en nu wil hij er ook een! Wel maar een klein paardje, dan kan hij er ook op rijden.

    Brieffragment over Fritsje

    [haest volgen sal,] al onse kindere sijn de heere sij ge
    danckt gesont fritsge wort seer groot en weesent
    lijck, leert bij groote mama en de groote visbach sijn
    vrage heel fraeij en ock al ommn o n onse kant
    Ab al en alde letters seijt dat groote papa hem
    Een kleijn paertge heeft gesonde daer hij met gewelt
    op wil rijde bedanckt groote papa seer bidt alle
    daech voor hem dat hij haest gesont mach worde en
    weer thuijs koomen, het welcke godt wil geefve, blijf
    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff

    M Turnor

    de graef van
    waldeck is gistere
    gearijveert

  • Tel je zegeningen – en je geld

    DatumPlaats
    Geschreven3 april 1673Den Haag
    Ontvangen8 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Opluchting en zorgen gaan samen in deze brief. Margaretha is blij dat Godard Adriaan na zijn veldtocht weer veilig in Hamburg is aangekomen. Maar hij is nog steeds ziek, daar bekommert ze zich enorm om. Ze schrijft dat ze wenst dat ze bij hem zou kunnen komen, om de pijn te verlichten. Maar helaas…ze bidt tot God dat hij hem snel beter zal maken en als ze dan toch bezig is…ook hoopt ze dat alle zorgen rondom het huis en de kinderen snel zullen verminderen. Hoewel ze daar een hard hoofd in heeft.

    Bord van faience, veelkleurig beschilderd naast de tekst in het bijschrijft staat op de rand de volgende tekst in vier cartouches: Die bidt niet/ soot behoort; Maar/ rabbelt/ slegts/ de/ woor/ den; die wer/ van godt/ verhoor; alsof godt/ niet en hoorde.
    Bord met het opschrift: wij bidden u o heer/ Sent uwen seegen neer/ op dees u milde gaven/ want niet soo seer de spijs/ als wel u seegen wijs/ ons voeden kan en laaven, anoniem, 1683. Collectie: Rijksmuseum

    Geld tellen

    Margaretha somt op vanaf welke maand ze hoeveel aan penningen heeft moeten betalen. Daarboven op kwamen natuurlijk de kosten die verbonden waren aan het verzorgen van alle zieken die ze de afgelopen maanden in huis heeft gehad. Vergeet niet, er heeft dag én nacht vuur en licht gebrand om de zieken in de gaten te houden. Denk dus aan al die stookkosten en kaarsen. En als de ene zieke beter was, werd de ander weer onwel: ‘deen was niet op de been of dander ginck weer legge’.

    Brieffragment over zorgen om geld

    waer de huijshoudin heeft de ese winter hoe naeu ick alle
    over leg hooch geloope insonderheijt met al de siecken
    met dewelcke men op verscheijde plaetse dach
    en nacht vier en licht heeft moeten hebben ent
    duerde lanck deen was niet op de been of dander
    ginck weer legge, doch naer mijn reeckenin ver=
    midts de meenaesge het heelle ijaer so swaer niet
    sal valle sal ick noch wel met tuschen de vier
    en vijf of bij de vijf duijsent gul s ijaers toekoo=
    men, ick sou niet gaeren sien dat wij alsnoch

    Ze verzucht dat ze niet weet hoe ze in kosten besparen. Voorheen lieten mensen dan nog wel eens een dienstmeid of koetsier gaan, maar dat ziet Margaretha niet als een oplossing ‘dienst boode kanick niet af schaffe, heb maer twee maechden’.  

    Naast dat ze zich druk maakt om de kosten van haar eigen huishouden, houdt ze zich ook bezig met de brandschatting van haar zoons huis. Bovenop de brandschatting van 5000 gulden voor Middachten, moeten er nog 100 rijksdaalders gegeven worden. Die 5000 gulden neemt Margaretha voor nu voor haar rekening, daar zal ze nog een schuldbekentenis voor krijgen.

    De dienstmaagd, Willem van Odekercken (toegeschreven aan), 1631 – 1677. Collectie Rijksmuseum.

    Complimenten van Willem III

    De Graaf van Waldeck wordt morgen verwacht. Als zijn vrouw komt, zal Margaretha haar verwelkomen. Waldeck heeft een goede indruk van Van Ginkel, daar is Margaretha tevreden over, maar het belangrijkst is dat Willem III een compliment over zijn acties bij Charleroi heeft gegeven ten overstaan van de Van Reedes van Renswoude en anderen. In alle ellende is deze prestatie van haar zoon bij al die belangrijke heren een lichtpuntje. Margaretha hoopt dat het niet bij mooie woorden blijft, maar dat er nog eens wat goeds uit komt wat betreft het verdere verloop van zijn carrière.

    Brieffragment complimenten van Willem III

    den graef van waldeck wort desen avont hier verwacht
    wij sulle de graefvin alse gekoomen is gaen verwelkoom
    onse soon heeft het geluck van wel bij de graef te staet
    en ock bij meest al de offijsiere so hooh als laech en
    bij sijn hoocheijt dat het prinsipaelste is, dewelcke
    noch onlans aen de heere van rhijnswou en schoonouwe
    in presensie van verscheijde andere, b geseijt heeft
    dat de heer van ginckel int leeger ontret schar=
    leroij en daer te voore de Eene vleugel vant
    leeger gekomandeert heeft en heel wel gedaen
    hadt , dit is mij in alle mijn ongelucke noch Een
    vreuchde te hooren, [mocht het maer in voorvallen]

    Acte van Garantie

    Margaretha heeft nog weinig gehoord over eventuele vergoedingen van het afbranden van het huis. Ze vreest dat het heel lang gaat duren voordat ze iets van vergoeding krijgen voor de schade. Ze krijgt nog steeds geen reactie over de Acte van Garantie. Margaretha heeft van Wesel, advocaat van de Hoge Raad in Utrecht, ernaar laten kijken. Hij vindt dat de heren verduidelijking moeten geven. Alleen krijgt Margaretha die heren maar niet te spreken. Van Wesel klaagt met tranen in de ogen over de tirannie van de Fransen. Hij lijdt onder de zware belastingen en moest daarboven op ook nog eens 5000 gulden borg betalen om tussen Den Haag en Utrecht te kunnen reizen. Hij moet dan ook spoedig terug naar Utrecht. De ellende blijft dus aanhouden…

    Brieffragment over de borg van Van Wesel

    [waert aen schort die is nu inkomissi naer greuninge,] weesel
    klaecht so seer met de traene in doogen over de tieranije
    die sij ten opsichte vande swaere schatine lijde dat men
    sen hart seer doet het te hoore hij heeft voor 5000f
    borch moeten stelle om binne so Een tijt weer daerte
    koome, hier meede blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    Een landweg met een koets nabij een huis. In de verte twee molens en de contouren van een stad.
    Landschap met een koets, Philips Koninck, 1629 – 1688, Collectie Rijksmuseum
  • Verlangen naar vrede en naar Godard Adriaan

    DatumPlaats
    Geschreven27 maart 1673Den Haag
    Ontvangen1 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    De laatste brief van Margaretha is van 19 maart 1673. Ze schrijft in de brief van 27 maart dat ze haar man acht dagen geleden heeft geschreven, dus er zijn geen brieven verloren gegaan.

    Margaretha heeft genoeg te vertellen. Ze steekt meteen van wal: met veel bidden en moeite is het Margaretha gelukt om geld te krijgen. Van de 6000 ontvangen guldens heeft ze er – uiteraard met toestemming van Godard Adriaan – 5000 aan Van Ginkel gegeven voor de brandschatting voor Middachten. Zal het genoeg zijn…?

    Brieffragment over het geld

    Mijn heer en lieste hartge
    heeden achtdaech schreef ick uhEd dat ick naer Amsterda
    ginck om de betaeline van beijde de ordenansie te be=
    vordere, doen ick daer quam was den ontfanger nae
    den haech dat mij 2 a 3 dage naer hem deedt wachte
    met veel bidde en moijte heeft hij mij deene ordina
    =nsie ter som van 6000f betaelt seijde met de traene
    inde oochge hem onmoogelijck te sijn op dander als
    noch Eenich gelt te konne geefve ock geen tijt te
    konne stelle wanneer, uit deese 6000f heb ick volgens
    uhEd goetvinde de heer van ginckel 5000f gedaen
    tot betaeline vant bewuste waer voor sij geackordeert
    sijn waer onder harvelde en alle haere verdere
    goederen begreepen sijn, de heer almachtich wil
    geefve datse daer meede voor verdere schade be
    vrijt mooge weesen doch twijfele daer seer aen

    Verlangen naar Godard Adriaan

    Hoewel Margaretha’s laatste brief van 19 maart is, heeft ze maar liefst drie brieven van haar man ontvangen. Ze is ‘van ganscherharte verblijt’ te horen dat Godard Adriaan weer beter is; ze is is erg ongerust geweest. Het is fijn te horen dat Godard Adriaan zo goed verzorgd is, maar gelukkig is hij nu weer in Hamburg – daar zijn medicijnen beschikbaar. Bovendien is hij nu veel dichterbij! Margaretha verlangt er zo naar haar lieve man weer eens te spreken… Misschien, als ze eens naar Friesland gaat, dat ze overstapt zodat ze naar Hamburg kan afreizen om haar man kan zien…

    Brieffragment over het verlangen naar Godard Adriaan

    hier koomende heb ick gistere 3 van uhEd aenge=
    naeme briefve ontfange als sijnde van den 13
    14 en 17 deeser waer onder Een door de burgers van
    weesel, die hier van donderdach af hebbe gegaen
    en konne sijn hoocheijt die sij uhEd brief wel hebbe
    over geleevert doch niet verder te spreecke konne
    koomen, ick ben van ganscherharte verblijt uhEd
    weer beeter is en kan niet segge hoe ongerust ick
    ben geweest wij sijn den heere volckersem1Onbekend en voor al
    den goede heer en vrou van Ellere2Wolfgang Ernst von Eller zu Lauterbach en Juliane Charlotte von Kalkum genannt Leuchtmar wel ten hoochste
    ver oblijgeert3Verobligeren: verplichten voor de goetheijt die haer hEd aen uhE
    hebbe beweesen, doch ben blijde uhEd tot hamburch
    is om dat deselfve daer beeter van meedesijne
    kan gedient sijn als ock dat hij so veel naerder
    is, waer die reijs te doen als van hier naer vriesla
    soude Eens overstappe want kan niet segge hoe
    seer ick verlange uhEd Eens te mooge spreecken

    Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit  Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
    Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

    Inflatie

    Als Margaretha haar man spreekt, wil ze het in ieder geval hebben over huishoudelijke zaken. Alles is namelijk zo ongelooflijk duur! De belastingen rijzen de pan uit en de betalingen aan de milities lopen achter. Officieren krijgen niet eens één stuiver, en dat terwijl diegenen die zijn aangesteld om de betalingen voor het leger te regelen, de pagadoors, er allemaal prima bij lopen…

    Brieffragment over inflatie

    weet niet hoe ickt in onse domistijcke affaerees noch
    stelle sal, alles is hier ongelooflijcke dier daer toe
    loopen de schattine Exstreem hooch, de betaeline
    vande meeliesie seer slecht de pagadoors maecken der
    niet van geefve noch nergens nae Een maent
    op Een de Eerste maent maer sestien hondert
    gul daer konne de ruijters niet heel wt betaelt
    worden de offisiers krijgen niet Een stuijver,
    en deese schoone pagadoors trecke sulcken gelt

    Gravure van een rijke man die met zijn gezelschap in een interieur met hoge ramen en gobelins aan de muur aan een feestelijke maaltijd zit. Links een bediende. Door de deuropening is te zien hoe de arme Lazarus wordt weggejaagd.
    Feestmaal van de rijke man (Dives) met Lazarus bedelend aan de deur, Abraham Bosse, 1637 – 1638. Collectie: Rijksmuseum

    De oorlog die niet wil lukken

    Gravure van een stadsmuur waar soldaten tegenop proberen te klimmen. Ze hebben ladders bij zich met grote haken aan de bovenkant, die ze aan de muur kunnen hangen. Ze klimmen naar boven met hun schilden en zwaarden. Bovenop de muur worden ze opgewacht door soldaten, die stenen, bijlen, pijl en boog, zwaarden en wat ze maar kunnen vinden, gebruiken om de klimmers tegen te houden.
    Het gebruik van stormladders op een prent van Jan Luyken uit 1683. Collectie: Rijksmuseum

    Godard Adriaan zou niet kunnen geloven hoe slecht de mensen in de Republiek over het leger van de Republiek en over de keurvorst spreken, die inmiddels weer richting Berlijn is vertrokken. Er is geen enkele hoop meer. We kunnen alleen nog vertrouwen op God, die ons in onze ellendige staat wil bijstaan. De oorlog dient ons niet.

    Laatst is er nog een poging gedaan om Harderwijk op de vijand te heroveren. Die aanslag was volgens horen zeggen zeer goed gepland. Kolonel Palm, die zijn dapperheid had getoond tijdens de aanval op Woerden, voerde het commando. Toen de aanvallers de stadswallen naderden, bleek dat enkele schepen waarmee de militairen naar Harderwijk gebracht moesten worden, te laat waren. En ze schijnen ook nog eens de stormladders te zijn vergeten! Daarnaast dachten de aanvallers dat de aanval ontdekt was. De aanval moest worden afgeblazen en de militairen trokken onverrichter zake terug. Een gevluchte inwoner van Harderwijk was niet blij met kolonel Palm, de officieren en de schippers. Kort samengevat: het wil gewoon niet lukken.

    Brieffragment over de oorlog die niet wil lukken

    de meliesie verloopt seer, uhEd kan niet geloofve hoe de
    mense spreecke, en nu de keurvorst weer naer berlijn
    is ontsackt4Ontzakken: ontglippen, ontgaan ons al de moet en hebbe geen hoop meer
    als alleen op godt die ons in onsen Elendigen
    staet wil bijstaen, den oorlooch dient ons niet
    wij hebbe weer Een aenslach op harderwijck inde
    voorleedene weeck gehadt die so geseijt wort heel
    wel was aen geleijt, daer den kolonel palm5François Abrahamszoon Palm die so
    wel voor woerde gedaen heeft het komande hadt
    doense dicht onder de stats walle quaeme bleefvender
    Eenige scheepe met volck die te laet quaeme achter en so
    geseijt wort waeren de storm leere vergeeten
    en se inmaesgeneerende6Imagineren: zich inbeelden haer dat het in de stat
    ondeckt was, niet teegenstaende dat de Eene
    stats poort genoechsaem doordiensij de stat
    demoolijeere,7Demolieren: slopen, slechten open lach, sijn donse sonder de
    minste atacke8Attaque: aanval te doen onverichter saecken
    weerom gekeert en met de kous opt hooft weer
    thuijs gekoome, Een burger wt de stat die de
    aenslach hadt gepracktiseert is met sijn vrou en
    kinder daer wt gevlucht, beschuldicht palm seer
    palm sijn offisiers en de schippers in soma9In somma: samengevat ten
    wil met ons niet lucken[, men spreeckt seer]

    Plattegrond van Harderwijk in vogelvluchtperspectief. Boven een gezicht op de stad, gezien vanaf de Zuiderzee. Rechtsboven een legenda met de namen van kerken en gebouwen
    Plattegrond van en gezicht op Harderwijk, Nicolaes van Geelkercken, 1653 – 1672. Collectie: Rijksmuseum

    Liever vrede

    Vrede is op dit moment eigenlijk de enige optie. Voor de vredeshandelingen was de stad Keulen aangewezen, maar dat weet Godard Adriaan ongetwijfeld al. Uit Holland worden Hiëronymus van Beverningh en Johan van Reede van Renswoude aangewezen. Zeeland wordt vertegenwoordigt door Justus de Huybert óf Willem Adriaan van Nassau-Odijk, Friesland door Willem van Haren en Stad en Lande door Johan IJsbrands. In Van Beverningh hadden weinig lieden vertrouwen. Johan van Reede was niet veel beter, en was bovendien te oud voor zulk belangrijk werk. Ach, Margaretha hoopt gewoon dat de heren snel aan het werk gaan en dat het snel zal leiden tot een goede vrede. Ze ziet anders ‘geen wtkomste ter werlt’.

    Brieffragment over de vredesonderhandelingen in Keulen
    Brieffragment over de afgezanten namens de republiek

    [wil met ons niet lucken,] men spreeckt seer
    van vreede dat ons het beste waer, de stat
    van keullen gelijck uhEd sal verstaen hebbe, is
    tot de bij Eenkomste daertoe vast gestelt, men
    seijt dat weegens deese staet omderwaerts te
    sende voorgeslage, worde, wt hollant den heere
    beeverine10Hiëronymus van Beverningh en rhijnswoude11ohan van Reede van Renswoude wt seelant den heere huijbert12Justus de Huybert of oudijck13Willem Adriaan van Nassau-Odijk
    wt vrieslant, den heere haere14Willem van Haren vande stat en lande den heere
    ijsebrantse,15Johan IJsbrands vande Eerste hebbe de gemeente geen goede opijnie
    den Eerste betrouwense niet te veel en den tweede seggense
    niet veel beeter behalfve datse segge hij te out is om sulcke
    wichtige werck te verichte, ick wenste men maer aent werck
    was en wij de hoop tot Een goeije vreede lagen sien anders geen
    wtkomste ter werlt[, de heer van ginckel is naer sijn garnesoen]

    Tekst krantenbericht: 's Gravenhage den 30 Maert. op heden, soo men hoort, is haer Ed: Groot Mog: Vergaderingh gescheyden op Reces tot nae de Feest-da-gen. Men spreeckt veel van een apparente stilstant van Wapenen: en verwacht men alle uren de Paspoorten van de respective Coningen &c. voor de Heeren die na Ceulen sullen gaen. Men weet noch niet seecker, wie nevens de Heeren van Beverningh, van Renswoude en Hairen derwaerts sullen gaen : dan den Treyn verstaet men niet groot sal wesen. De Missive van desen Staet aen den Coningh van Groot-Brittagne soude zijn in civile Termen ,  soo over de Handelplaets, als de Stilstant van Wapenen
    Krantenfragment over de afgezanten voor de Keulse Vredehandel uit de Oprechte Haerlemsche Courant van 1 april 1673. Via Delpher.nl

    Over en weer

    Er wordt heel wat over en weer gezonden. Van Ginkel heeft paarden ontvangen van Godard Adriaan, en zal binnenkort ook nog manden met zadels ontvangen. Margaretha zelf verlangt vooral naar de komst van Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg en Phillipp Jacob von Emmerhaus om te horen wanneer Godard Adriaan nu eindelijk eens naar huis komt… Oja, zou haar lieve man dan niet twee vaten Franse wijn kunnen meenemen? Die is hier zo ongelooflijk duur! Margaretha sluit haar brief af, maar voegt nog wel een P.S. toe: als de vrede echt doorgaat, wens ik dat je zo snel mogelijk hier komt. Ze verlangt niet alleen naar vrede, maar ook naar de aanwezigheid van haar ‘heer en lieste hartge’.

    [wtkomste ter werlt,] de heer van ginckel is naer sijn garnesoen
    sal met de paerde daer uhEd van schrijft wel blijde sijn
    siet ock de mande met saels die van Hamburch hier soude
    koome alledaech int gemoet hoewel den jongen teminck
    seijt daer niet van gehoort te hebbe, ick verlange seer nae
    de komste vande graef van waldeck en den overste Eppe om
    te hoore wat hoop der is tot uhEd overkomste, de franse wijn
    is hier so dier men moet hondert gul boven den inpost voor Een
    oxshoof toesaene die goet is geefve, daerom ick dachte so
    uhEd te water van Hamburch hier quaemt of hij niet
    Een oxshooft of twee sou konne vande hamburch meede
    brenge alles is hier te ongelooflijck dier, nu sal ick dees Eijn
    =dige en met verlange blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    so de vreede voort gaet
    wenste uhEd te meer hier
    sal anders met den heere beeverline en rhijns wou spreecke op dat
    se uhEd daer bij gedencke en dat wij daer in niet vergeete worde
    en hierna noch meerder swaericheijt voor den
    dienst die uhE doet

    We zien een paard van de achterkant. Het paard is gezadeld en kijkt naar links. Aan zijn linkerkant staat een soldaat met een grote hoed en een zwaard op een steen. Zijn rechterhand ligt op het zadel. Boven aan de tekening staan geschreven "1631 de 14 januarij"
    Man die het zadel van een paard verschikt, Gerard ter Borch (II), 1631. Collectie: Rijksmuseum
  • Huis in de hemel

    DatumPlaats
    Geschreven13 maart 1673Den Haag
    Ontvangen21 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Leek Margaretha in de vorige brief de wanhoop nabij, deze brief is de wanhoop tastbaar: als de Heer almachtig niet te hulp schiet, zijn allen verloren. Toch is er een klein wondertje: ze heeft drie brieven van haar man gekregen!

    Soldatenleven

    Het begint met de droevige staat van het Brandenburgse leger. Juist nu het zo nodig is, lijkt daar niet veel van over. Met het Staatse leger lijkt het niet beter gesteld. De staat is tergend traag. Nu zijn de milities aangeschreven dat de rekrutering van het leger voor 15 april gereed moet zijn. Dat is leuk bedacht, maar er wordt geen cent uitbetaald. Er zijn compagnieën bij die al meer dan een jaar niet uitbetaald zijn. Bij de cavalerie zijn ze drie à vier maanden achter met betalen. Daar verkopen ze zelfs hun laarzen om voer voor de paarden en brood voor zichzelf en hun familie te kopen. Die arme prins. Hij denkt met een goed leger voor de dag te komen, maar door de traagheid van de regering, zit hij met de gebakken peren.

    Brieffragment over financiën leger
    Brieffragment over teleurstelling Willem III

    is, de meliesie is aengeschreefve haer reekruijteerin
    te doen en sonder wtstel teegens den 15 April ge=
    =reet te sijn, men geeftse niet Een stuijver gelt
    daer sijn kompangie die 12 a 14 maende ten achter
    sijn de ruijterij is meest 3 en 4 maende ten
    achteren moeten alles versette wat sij hebbe tot haer
    steefvels in kluijs omt voer voor haer paerde en
    broot voor haer selfs vrou en kindere te kooppe, de
    heer van ginckel al wat hij grijpe en vange kan gaet
    tot betaelline vande kompangi, en de kantoore
    sijn op gepropt van gelt men seijt der meer als
    vier mielijoene kontant leijt tot betaelline vande
    meeliesi en daer komt geen ordere omt gelt wt
    te telle, tis meer als bedroeft de traecheijt die bij
    de reegeerine is, sijn hoocheijt is ongeluckich sal meene

    Een leeger te velt te brenge het welcke te vreese staet door
    de wan betaelline so kompleet niet sal konne sijn

    Godard Adriaan heeft gezegd dat ze misschien niet zo op “de vleselijke arm” moet vertrouwen12 Kronieken 32:8, in de statenvertaling en in moderne taal. Ofwel: vertrouw minder op het leger en meer op God.

    Brieffragment over de vleselijke arm

    uhEd seijt heel wel dat wij so seer niet op de vleeslijcke
    arm moete sien vreese wij dat te veel gedaen hebbe
    en noch doen dat dat almeede oorsaeck is dat godt
    de heere die en onse wapene niet en seegent, den

    Tekening van een boerderij met een strooien dak. In het raam boven de voordeur zit een oude man. Voor de gesloten voordeur staan twee soldaten met een boomstam klaar om de deur in te slaan. Naast de boerderij staan twee soldaten met geweren en zit er één op de grond zijn geweer te controleren. Achter de soldaten met de boom twee soldaten te paard. Ook met hun geweer in de hand.
    Plunderende soldaten bij een boerenwoning, Adriaen van de Velde, 1669. Collectie Rijksmuseum

    De Heer geeft, de Heer neemt

    Uit Amerongen is er verder geen nieuws, alleen de schoorsteen van de keuken is omgevallen, maar de planten en de tuinen zijn nog in goede staat, zelfs de beelden staan er nog. En ze heeft nog een nieuwe uitspraak van de intendant Robert tegen secretaris Van den Doorslagh. Op de vraag hoeveel geld er nodig was om het huis te bewaren, gaf hij als antwoord dat het huis sowieso moest branden.

    Brieffragment over Kasteel Amerongen

    [van sal segge] de seeckreetaris is hier seijt de
    muere vant boove en beneede huijse noch vier
    kant staen alleen dat de schoorsteen vande keucke
    opt booven huijs ingevalle is, voort al de plante
    en hoofve sijn noch in Esse2In esse zijn: in goede staat zijn tot de beelde inde hof
    staen noch wel, macht maer so blijfve, [want so]

    Ze moeten maar een voorbeeld nemen aan Job, hij verstaat als geen ander de kunst om lijden, pijn, tegenspoed, of enige andere onaangenaamheid met kalmte en zonder opstandigheid of klagen te kunnen verdragen. Daarnaast vertrouwt ze erop dat God genoeg middelen geeft om hun huis weer op te bouwen en bidt ze om ooit een huis in de hemel te hebben dat door geen mens afgebrand of afgenomen kan worden.

    Brief fragment over de Heer geeft, de Heer neemt

    [vorste teegens sijn koninck op hitste,] in soma
    het ongeluck heeft ons gedient, wat sulle wij doen
    al met den verduldige3Verduldig: De eigenschap of gezindheid bezittend om lijden, pijn, tegenspoed, of eenige andere onaangenaamheid met kalmte en zonder opstandigheid of klagen te kunnen verdragen; lijdzaam, geduldig, berustend. Vooral in religieus verband waarbij het lijden dat iemand overkomt als een goddelijke beschikking en beproeving wordt gezien waarvan het kalm verdragen als een zedelijke deugd geldt. jopt segge godt gaf god nam
    de naeme des heere sij gepreese4Job 1:21, in de statenvertaling en in modern Nederlands ist sijn godlijcke wil
    heeft middele genoech omt ons weer te geefve so niet
    moete wij vretrouwe en bidde Een huijs inden heemel
    te hebbe dat ons van geen mensche kan gebrant of
    genoome worde, [ick kan niet segge of dencke of dit]

    Een geluk bij een ongeluk is dat mensen nu minder kwaadspreken over Godard Adriaan. Ze hielden hem verantwoordelijk voor de dure mislukking van de Brandenburgse veldtocht. Maar nu ze zien dat hij alles is kwijtgeraakt, zijn hun stemmen verstomd.

    Gravure van jubelende mensen op wolken en engeltjes in de wolken daarboven. Op de achtergrond een vierkante, symmetrische ommuurde tuin.
    Het hemels Jeruzalem met lofzingende engelen en verlosten, Jan Luyken, 1687. Collectie Rijksmuseum

    Orde op zaken

    Het uitbetalen van het geld voor Godard Adriaans werk blijft moeizaam. Er liggen ordinanties klaar, er zijn ordinanties aangevraagd, maar er gebeurt niets. Margaretha moet maar weer zelf naar Amsterdam om het te regelen. Als wat van de laatste 6000 gulden uitgegeven is, heeft ze nauwkeurig genoteerd en stuurt ze mee als een Memorie. Ze doet het zo zuinig mogelijk aan, maar het was een zware periode. Gelukkig is iedereen weer beter. Kennelijk heeft Godard Adriaan voorgesteld dat ze met de hele menage naar Duitsland komt. Ze lijkt er niet afwijzend tegenover te staan, maar ze denkt dat ze haar schoondochter niet mee krijgt. Van Ginkel heeft nu ook aan de stadhouder gevraagd of Godard Adriaan thuis mag komen, maar ook tegen hem is gezegd dat hij moet wachten tot de Graaf van Waldeck5Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg terug is.

    Brieffragment over Margaretha's eigen financiën
    Laatste zin over Graaf Waldeck

    [geen tijt tot de derde te setten,] ick ben van meen
    =nine int lest vandeese weeck selfs naer Amster
    =dam te gaen om te sien wat ick van hem sal
    konne krijge, sal uhEd met de naeste post Een mee
    =moorije sende wat ick wt de ontfangene ses duijs=
    sent gulde heb betaelt dit alles volgens uhEd
    ordere, daer niet of weijnich van over is gebleefe
    ick lech hier alles so naeu aen alst Eenichsins
    moogelijck is maer heb al de winter een seer
    swaere meenaesge6Menage: huishouding, maar ook zuinig beheer der inkomsten gehadt, al de siecke sijn
    de heere sij gedanckt weer wel, de heer
    van wellant drijcht7Dreigen is hier in de betekenis van talmen naer seelant te gaen
    en blijft al, ick sal geen swaericht maecke
    om naer duijtslant te gaen maer geloof
    de vrou van ginckel daer beswaerlijck toe
    sou konne reesolveere , de heer van ginckel
    heeft sijn hoocheijt wt mijne naem verlof versocht
    voor uhEd om Een keer herwaerts te mooge doen
    die hem seijde uhEd tot de weerkomste vande

    graef van waldijck daer sou moete blijfve,

    Weinig hoop van leven

    Margaretha is ook weer naar Rotterdam geweest om de vrouw van Wulven8Anna van Renesse van Moermont op te zoeken. Daar gaat het niet goed mee, de dokters hebben haar opgegeven. Helaas is haar man9Hieronymus van Tuyll van Serooskerken nog in Utrecht, want hij zit klem in de Franse mangel. Haar broer zit weliswaar in Amsterdam, maar die komt haar ook niet bezoeken. Ach, die vijf arme kinderen…

    Brieffragment over de doodzieke vrouw van Wulven

    [niet anders te sechgge valt,] ick ben gistere
    alweer bij de vrou van wulfve tot rotterdam
    geweest die ick so sooberen10Sobere staat: zwakke, flauwe staat staet heb gevonde
    en gelaete dat de docktoore segge datter
    weijnich hoop van leefve is, haer man blijft
    of is noch te wttrecht de heer vander A11Frederik van Renesse van Moermont haer
    broer tot Amsterdam en komt ock bij sijn
    suster niet mij jamert haer vijf kleijne
    kinderen, de heer wilse Een genaedige wt
    komste geefven, [den heere schade verte]

    Een interieur met links een brede trap omhoog, de trap komt uit op een soort overloop met een rode stoel en schilderijen aan de wand. Direct bovenaan de trap staat een deur open waar we nog net een doorkijkje hebben naar een schouw met een schilderij. Rechts zit een vrouw in het wit met een goudgeek jasje aan, ze is bijna net zo bleek als haar jurk. Haar linker voet staat op een stoof waar een bruin  aardenwerken bakje in staat. Naast haar op de grond ligt een grijze kat met de voorpoten opgetrokken onder het lijf. Ze heeft haar handen gevouwen en leunt met haar linkerarm op een tafel waar een tapijt op ligt met daarop een witte doek. Achter haar staat een man in het zwart met een baret op. In zijn rechterhand heeft hij zijn handschoenen, in zijn linkerhand houdt hij een kolf met urine omhoog. Hij kijkt serieus. Naast hem staat een man met een bruine (kamer?)jas aan die beteuterd naar de urine kijkt.
    ‘De bleekzuchtige dame’, Samuel van Hoogstraten, 1660 – 1678. Collectie Rijksmuseum
  • De wanhoop nabij

    DatumPlaats
    Geschreven10 maart 1673Den Haag
    Ontvangen27 maart 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Zoals niemand zal verbazen opent Margaretha haar brief met de constatering dat de post nog steeds een rommeltje is. Het begint nu wel erg uit de klauwen te lopen: pas nu heeft ze Godard Adriaans brief van 24 februari ontvangen. Maar liefst 15 dagen later!

    De post is treurig maar niet zo treurig als het lot van de Republiek. Margaretha begint ernstig te wanhopen en wenst dat Godard Adriaan zo snel mogelijk naar huis komt. Veel nieuws op dat front is er nog niet: generaal Waldeck is eindelijk vertrokken. Wat zijn missie is, dat wil Margaretha niet zeggen. Straks leest er nog iemand mee…

    Brieffragment Waldeck

    [die van de heere romswinckel], wij sijn ongeluckich hadde wij Een
    goede vreede waer wel te wenschen alles wort geruwineert
    en bedurfve ick kan so alles niet schrijfve verlange wel uhEd
    te mooge sien, den graef van waldeeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg is al voor Eenige
    dage vertrocke waer heen wort seer geseeckreeteert hoope
    het naer die plaets sal sijn daer ick uhEd voordees van
    heb geschreefve en dat otlfe2Inktvlek: waarschijnlijk deselfe dan met sal mooge koomen

    Nieuws over Amerongen? Niet echt

    Veel meer nieuws over de brand van Kasteel Amerongen heeft Margaretha helaas niet. Deze brief herhaalt een beetje wat ze eerder al schreef: zonder de instemming van de Raadpensionaris durft ze geen memorie aan de Staten-Generaal schrijven. Maar als ze te lang wacht met het melden van hun ongeluk, dan doen de Staten er niets meer mee. Wat een dilemma.

    Het is wel hopen dat er bij het kasteel niets verandert. Het gerucht gaat namelijk dat de Fransen nu zelfs de overgebleven muren omver willen trekken. Kent hun wrok dan geen einde?

    Brieffragment Amerongen

    de droefvige gestaltenis van ons huijs te Ameronge en wat
    den heer raetp fagel3Raadspensionaris Gaspard Fagel mij heeft doen raede door sijn broere
    de griffier4Griffier Hendrik Fagel heb ick uhEd geschreefve, ben Evewel seer be
    komert wat ick doen sal en derf teegens sijn advijs
    niet begine, niet twijfelende of hij meent ons wel, wenste
    uhEd goetvinde te weete of ick noch sal wachte met ons
    ongeluck den staet bekent te maeck gelijck den voornoemde
    heer mij raden of dat ickt bij meemoorije aende generael
    =lijt5Generaalheid: algemeenheid sal reemonstreere6Remonstreren: uiteen zetten, de franse drijge de muere dieder
    noch vierkant staen om veer te haelle hoope sij haer be=
    dencke sulle en haer moet genoech gekoelt sulle hebbe

    Ansichtkaart met twee tekeningen. Links over de volle hoogte een eindeloze laan door een bos met hoge bomen. Links en rechts op de weg een tramspoor. Heel in de verte loopt een figuurtje. Eronder staat: Middachterlaan. Rechts op de bovenste helft kasteel Middachten. Een lange rechte brug leidt naar een kade daarop staat, tussen de bomen verscholen, een huis met een witte façade in het midden en verder rode bakstenen muren en een grijs dag. Links op het dak een schoorsteen, in het midden een minuscuul torentje. Eronder staat gedrukt ARNHEM en daaronder staat met krulletters Cornelia van Belkum. Midden bovenaan de kaart staat in kleine letters Kasteel Middachten.
    Middachterlaan Kasteel Middachten. Arnhem, 1902-08-19, Uitgegeven door de Algemeene Postvereeniging. Collectie: Gelders Archief

    Losgeld voor Middachten

    Over Amerongen is weinig te melden maar bij de brandschattingen van Kasteel Middachten en het bos is er meer nieuws. De brandschatting is omhoog gegaan van 5.000 gulden naar 3.000 rijksdaalders. Een stuk meer dus. Gelukkig komt er hulp van Elisabeth van den Boetzelaar, de vrouwe van Nieuwenheim: zij gaat kijken of ze het kasteel voor minder kan vrijkopen. Margaretha heeft er weinig hoop in, zo uitgeblust is ze door het slechte nieuws van de laatste weken. Maar goed, baat het niet dan schaadt het niet.

    Brieffragment Middachten

    sij wille nu voort huijs te Middachten ent bos drije
    duijsent rijxsdaelders hebbe en dat kontant te betael
    of willent al mee afbrande ent bos om houwe hebe
    alweer 30 man in staen hacke, de vrou van nieuwe
    nheijm7Elisabeth van den Boetzelaar sou sien of sij op minder kan ackordeere, waere

    Brieffragment geld voor Middachten.

    sijt gelt sulle haelle weet me niet, en kost het dan
    noch intoekoomende bevrijdt blijfve waer goet maer
    wat verseeckerin heeft men daer van, ick kan niet segge
    hoe alle mense te moede sijn met deese leste tijdine de
    heer almachtich wil ons bijstaen, [het tracktaet met]

    Bureaucratie

    Grotere dingen dan enkel de brandschatting van Kasteel Middachten spelen in de Republiek en Margaretha houdt haar echtgenoot maar al te graag kort en bonding hiervan op de hoogte. Zo wordt binnenkort de 200e penning geïnd, terwijl Margaretha al enigszins krap bij kas zit. Ze schrijft wel dat ze nu eindelijk de ordinantie gekregen heeft om Godard Adriaans salaris mee te innen maar of ze daadwerkelijk het geld gaat krijgen, dat is de vraag. Ieder klein dingetje is te veel voor Margaretha: haar hele brief is doordrenkt van wanhoop. Ze is niet de enige die wanhoopt: een Spaanse diplomaat in Den Haag klaagt ook constant over de traagheid van de bureaucratie.

    Brieffragment Oorlog

    [heer almachtich wil ons bijstaen,] het tracktaet met
    deenmercke seijt me dat gesloote is, maer waer wat
    salt helpen, men seijt ock dat me hier seer sterck ter see gaet
    equepeere8Equiperen: uitrusten van vloot men sal inde maent van April weer weer de twee
    honderste penin9Vermogensbelasting moete betaelle, den spaense reesident10Resident: diplomatieke functie, lager dan gezant, hoger dan zaakgelastigde klaech
    seer dat hier bij den staet alles so lansaem toegaet wat
    sal der noch van ons worde, ick heb nu weer de ordi=
    =nansi11Ordinantie: verordening ter som van ses duijsent gul daer ick voordees
    van heb geschreefve gekreechge, verwacht van
    Amsterdam te hoore wat hoop den ontfanger geeft
    tot de betaellene sal dan selfs Eens weer derwaerts
    gaen kan ick die twee saeme ontfange sal Een goede
    som aen teminck overmaecke, ick sal inde toekoomede
    maent weer so veel versoecke, [uhEd geweesene sekree]

    Twee tekeningen van Doesburg. Boven Doesburg vanaf het land. Een zanderige grond en een soort kloof met daarachter een (wal-)muur. Verder zien we de kerk en huizen. De tweede tekening is heel breed maar niet hoog. Nu zien we Doesburg vanover de eisel. Eeen breed, lichtgrijs vlak met aan de andere kant een kade en een kerk en nauwelijks herkenbaar verschillende huizen, poorten en windmolens.
    Doesburg 21 juni 1672, Adam Frans van der Meulen. Collectie Mobilier National

    Oorlog of…

    Ook wordt de stad Doesburg, vlakbij Kasteel Middachten, “geslecht”. Dat wil zeggen dat de vesting daar volledig ontmanteld wordt door de Fransen. Dit maakt het onmogelijk voor Staatse troepen om zich opnieuw in deze vesting te verschansen mochten ze de Fransen er toch uit weten te schoppen. Zijn de Fransen gewoon zorgvuldig of zien zij een bedreiging voor hun legers die Margaretha nog niet opmerkt?

    Ook over de stad Utrecht wordt van jewelste gediscussieerd door de Fransen. Gaan ze deze stadsverdedigingen ook ontmantelen of zullen ze deze juist beter fortificeren? Het lijkt erop dat het laatste woord hierover bij Zonnekoning Lodewijk XIV ligt. Zou Lodewijk ervoor kiezen zijn positie in de Republiek te versterken of beschouwt hij deze oorlog inmiddels als een verloren zaak?

    Brieffragment Doesburg
    Brieffragment Utrecht

    [lange want hij is onverdraechlijck,] ick kan niet sege
    hoe bekomert in alt werck ben de heer wil ons Een
    genaediege wtkomste geefve, de stat doesburch wort
    geslecht in wttrecht delijbereerense12Delibereren: beraadslagen ofse de stat sule

    fortifiseere of de mantileeren13Vermoedelijk een verbastering van ontmantelen. Mantelen staat wel in het woordenboek als een tuin tegen de wind beschutten, maar geen specifiek militaire betekenis daer over aende konin
    geschreefve is, de vrou van wulfve14Anna van Renesse van Moermont is beeter [haer man]

  • Over geruchten, ziekte en hoop

    DatumPlaats
    Geschreven27 februari 1673Den Haag
    Ontvangen11 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Het begint inmiddels een beetje traditie te worden: ook deze brief opent weer met Margaretha’s klachten over de trage post. Ze heeft nu net pas Godard Adriaans brief van 12 februari ontvangen. Ook deze brief die ze nu schrijft zal er uiteindelijk bijna een maand over doen om aan te komen. Bisdommer zweert dat hij zijn best doen om alles zo snel mogelijk te bezorgen, “datter sijn leefven aen hinck”. Dat zijn leven er van af hangt zou best nog wel eens kunnen. Inmiddels begint stadhouder Willem III ook te klagen over de te trage post en hij staat in het leger bekend als een man die weinig geduld heeft voor mensen die hun taak verzaken.

    Godard Adriaan komt terug! Hopelijk…

    Erg lang blijft Margaretha niet bij de posterijen hangen. Er is namelijk reden voor blijdschap en hoop: Godard Adriaan heeft aangegeven terug te willen komen naar de Republiek! Hopelijk keurt Willem III dit goed. Zoon Van Ginkel heeft een afspraak met de stadhouder gemaakt om dit én de aanhoudende dreiging bij het kasteel te bespreken.

    Geruchten over de brand

    Nog niemand heeft het Margaretha direct verteld, maar het gonst in heel Den Haag van de geruchten. Het schijnt dat de Fransen haar kasteel aan vier hoeken aan hebben gestoken en dat het twee hele dagen gebrand heeft. De lokale boeren hebben nog geprobeerd het te redden met hun laatste rooie centen, maar helaas, het heeft niet mogen baten.

    Brieffragment over de geruchten in Den Haag over de brand

    [sijn hoocheijt het selfve sal toestaen] de heer van ginckel
    is wt, om sijn hoocheijt daer over1Over de mogelijke thuiskomst van Godard Adriaan te spreecke alsmeede
    weegens onshuijs te Ameronge daer gistere den heelle
    haech vol van is geweest en aen verscheijde geschreefve
    is dat de franse het selfve aende vier hoecke soude aen
    brant gesteecke hebbe, dit soude voorleeden dijnsdach227 februari 1673 was een maandag, dus het huis is dinsdag 21 februari 1673 in brand gestoken. al
    geschiet sijn so geseijt wort en dat onse arme boore noch
    wt haer armoetge twee duijsent gul tot behoudenis va
    vant selfve soude gepreesenteert hebbe, dat dat niet helpe
    kost het soude twee dage brant hebbe, en niemant schrijft
    mij Een woort hier van dat mij doet hoope het niet waer
    sal sijn den heer vande haechgedoorn seijt dat dat den
    rentmeester Euwijck3Rentmeest Ewijk van wttrecht koomende seijde het
    brande, den jonge vermeer heeft het ock aende soons
    soon vande profeser voetsius4Gijsbert Voetius geschreefve ock ist aende
    heer van rhijnswou5Johan van Reede van Renswoude en meer andere geschreefve, en
    niet Een woort aen mijn daer ick mij niet genoech van
    kan verwondere en weet niet wat ick dencke sal hoe 

    Links staat een engeltje met een fluit in de mond, die het het engeltje tegenover hem aandachtig aankijkt. Dit engeltje zit met een harp op een guirlande en kijkt naar het engeltje dat min of meer over de guirlande hangt. Dit engeltje heeft een brief in zijn hand, met zijn andere hand wijst hij iets aan op de brief. Zijn mond staat half open. Achter hem staat een vierde engeltje. Hij heeft zijn rechterhand hand op de schouder van het engeltje met de brief, in zijn linkerhand heeft hij een opgerold document. Hij kijkt over zijn schouder naar het engeltje met de harp, dat tegen hem aan leunt.
    Roddelende engeltjes op een fragment van een fries op schouw in Vroedschapskamer van het Stadhuis op de Dam. Collectie: Rijksmuseum

    Niemand heeft haar een woord erover geschreven of iets tegen haar gezegd, dus misschien is het niet waar? Margaretha verkeert ernstig in de ontkenningsfase. Maar ja, wie zou dat niet zijn? Het huis, waar zij en Godard Adriaan tientallen jaren aan hebben gewerkt om het zo mooi mogelijk te krijgen, is niet meer. Ze is gewoon ziek van de stress. Zou God haar straffen? Als dat het geval is wil ze deze straf overwinnen en er als beter mens uit komen.

    Brieffragment over Margaretha's eerste reactie op het nieuws

    wel ick dit langenoech gehoort en sien koome heb heeft
    het mij so gealtereert6Altereren: veranderen, verouderen en ontstelt7Ontstellen: verschrikken, maar ook iets ontredderen dat ick der half sieck
    van ben doch wil noch al hoope het niet waer sal
    sijn en alst al so is moet ick dencke het de wel ver
    diende straffe van mijn sonde sijn godt biddende
    ick hier door van soude mach gebeetert worde
    hoope de heer almachtich sal geefve uhEd hier in
    ock geduldich sult sijn en dencke worde wij hier
    daer door van godt besocht dat hij hondert midlen
    heeft om ons weer te seegenen alst sijn godlijcke
    wil is, so niet sijne wil geschiede hij doet met ons
    naer sijn wel behaechgen, [de vrou van wulfve heeft]

    Ziekte in de familie

    Ook binnen de familie gaat het niet goed. Haar eigen gezinnetje is gelukkig weer helemaal, maar elders in de familie gaat het wat minder goed. Anna van Renesse van Moermont, de vrouw van Godard Adriaans neef, de heer van Wulven, is ernstig ziek geworden. Ze heeft last van hevige koorts en flinke diarree. Morgen gaat Margaretha op ziekenbezoek naar Rotterdam, om haar aangetrouwde nicht en haar vijf kindjes te zien.

    Brieffragment over de zieke vrouw van Wulven

    [naer sijn wel behaechgen,] de vrou van wulfve8Anna van Renesse van Moermont heeft
    mij vandaech ock laeten segge dat sij Een kontin
    weele koorts met Een swaere loop9zware loop: diarree heeft ick sal
    merge met godtshulp naer rotterdam gaen om te
    sien hoet met haer is, dat sij quam te sterfve wat
    sou ick doen sij sit te rotterdam met haer vijf
    kinderen de heer van wulfve10Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken is te wttrecht de
    vrou van sandenburch11Nicola van Baexem is ock naer wttrecht toe,
    in soma12In somma: kortom ick hoope de heer almacht haer beeterschap
    sal geefve en int leefve behoude , [den heere van]

    Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
    Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie: Rijksmuseum

    Ook schrijft Margaretha dat de heer van Heeze en Leende weg bij het garnizoen is omdat zijn vrouw, een nicht van Godard Adriaan, zo ziek is. Het is de vraag hoeveel leden van de familie van Reede het Rampjaar gaan overleven.

    Nog een brandschatting

    Of het nog niet erg genoeg is dat Amerongen afgebrand is, nu krijgen zoon Godard en Philippota bericht uit Gelderland, dat ze een brandschatting voor Kasteel Middachten moeten betalen. Hun zoon gaat nog aan zijn vader schrijven, maar Margaretha stelt toch Godard Adriaan alvast op de hoogte. Met dit slechte nieuws er ook nog eens bij is het nog belangrijker dat hij snel thuis komt.

    Stadhouder Willem III heeft gezegd Godard Adriaan te gaan schrijven, maar met de trage post is dat nog wel even duren. De stadhouder vraagt of Godard Adriaan wil blijven, tot Generaal Waldeck bij de keurvorst aangekomen is… Alles gaat zo traag, terwijl Margaretha het liefst haar echtgenoot nu al aan haar zijde had. Het tweede fragment lijkt op de afbeelding kleiner geschreven, maar Margaretha heeft haar briefpapier een kwartslag gedraaid, waardoor ze nu in de breedte schrijft. We hebben hier de grote van afbeelding aangepast aan de breedte van dit weblog.

    Brieffragment over de brandschatting op Middachten

    [kontiniweelle koorts,] de heer van ginckel heeft
    ock van sijns vrous goet wt gelderlant vandaech
    geen goede tijdin gekreechge daer willense al
    meede gelt hebbe, twijfele niet of hij salt uhEd
    schrijfve alsmeede dat hij sijn hoocheijt niet heeft

    Brieffragment dat Godard Adriaan moet wachten op Graaf Waldeck

    konne spreecke maer so ick hoor heeft sijn hoocheijt uhEd self ge=
    schreefve en versocht de wijle uh hij van meeninge is den
    graef van waeldijck13Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg aen de keurvorst te sende dat uhEd
    noch so lange daer sout blijfve, ick verlan wel naer des
    selfs overkomste en sal bekomert sijn hoe hij sonder
    peerijckel14Perikel: dreigend gevaar, hachelijke toestand wel overkoome sal, de heer almachtich wil uhEd
    op alle sijne weechge bewaeren met gesontheit bij ons bren
    ge dit bid en wenst van harte

    Mijn heer en lieste hartge

    UhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    P.S. Een gewaagde ontsnapping

    In haar PS belooft Margaretha aan achterblijvers in Utrecht te schrijven om haar op de hoogte te houden. Margaretha en familie zijn niet de enige mensen die een enorm boete opgelegd gekregen hebben door de Fransen. Ook de heer Pieter Ruijsch lijdt onder de Fransen. Zijn vrouw en kinderen waren gevlucht en daar stond een geldstraf op van wel 42.000 guldens! In betalen had Ruijsch geen zin, dus heeft hij zichzelf Utrecht uit gesmokkeld met een slimme verkleedtruc.

    Brieffragment met het postscriptum

    ick schrijf nog van
    deesen avont naer
    wttrecht datsij mij
    met den Eerste souden schrijfve hoet met Ameronge staet
    den heer pieter rhuijs15Pieter Ruijsch, geëligeerde in de Staten van Utrecht ist in schipper of vissers kleere ontkoome
    en te Amsterdam bij sijn vrou en kindere gearijveert de
    franse binne wttrecht wilde van hem voor sijn vrou en
    kindere en sijn vrous voor kindere twee en veertich duijsent
    gulde hebbe

    Gravure van het bovenlijf van een man hij staat enigszins naar rechts gedraaid en kijkt over zijn rechterschouder uit beeld. Hij draagt een pet op zijn hoofd en een stok met daaraan een halve vis en een klein visje. Hij heeft grote ogen, een grote neus en zijn mond staat half open, hij kijkt geschrokken / angstig.
    Visser, Nicolaes van Haeften, 1694. Collectie: Rijksmuseum
  • Broos ijs en brosse kanonnen

    DatumPlaats
    Geschreven20 februari 1673Den Haag
    Ontvangen4 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Vier brieven heeft Margaretha de afgelopen week geschreven en ze hoopt maar dat ze aankomen via de verschillende routes: die via de stalmeester van graaf Waldeck, via Matthias Romswinckel, en via de reguliere post van Bisdommer. De Hamburgse post van vrijdag (17 februari) is niet gekomen. Wie weet zouden daar brieven van Godard Adriaan tussen gezeten hebben, want zijn laatste is al weer van 2 februari. En men schreeuwt om nieuws uit Duitsland, want hoe zit het nu met Franse en de Duitse legers?

    Tekening van een paar berken die tussen grote rotsen staan, Voorlangs stroomt een beekje waarin ook allemaal keitjes en stenen inliggen.
    Groep berken bij een bergstroom, Jan Both, 1628 – 1652 Collectie Rijksmuseum

    Geen Beukenboom maar Berkenboom

    Ze herhaalt nog maar weer eens het gerucht dat met de Keulse post kwam dat Turenne zich met zijn leger tactisch heeft ingenesteld op een onbereikbare plek. Wat in haar vorige brief Beukenboom of Eikenboom was, noemt ze nu Berkenboom. (Inderdaad noemt Godard Adriaan zelf Berckenboom in een brief aan Willem III van 6 februari, ergens tussen Dortmund, Lünen en Unna) Van daaruit zou Turenne buiten schot kunnen blijven en tegelijkertijd de route naar Keulen in zijn macht kunnen houden, om te voorkomen dat dat in keizerlijke of Brandenburgse handen valt. Maar wat is hier van waar?

    Brieffragment Turenne en Berckenboom

    ondertusche loopen hier
    verscheijde tijdine en geruchte die met de keulse
    en Aekense1Akense poste koome als of den keurvorst sijn
    volck in bataelge2Bataille: Slag, strijd, veldslag teegens tureijne3Turenne soude gestelt
    hebbe, die geen slach sou hebbe derfve leeveren
    maer so geseijt wort geweecke is naer de bercke
    boome4Birkenbaum en daer post genoome heeft daermee
    seijt men dat hide stat keulle5Keulen kan bewaere
    datter van ons of den keurvorst en volcken
    geen in en konne gebrocht worde, doch van
    al dees tijdine kan niet gelooft worde dewijl
    der niet seeckers van is, men verlanckt
    seer naer uhEd briefve,

    Fragment van een zwarte witte plattegrond met plaatsen, forten wegen en met stippellijnen en streepjes aangegeven bewegingen van troepen.
    Toevallig zit Turenne ergens ter hoogte van de twee hoofletters T. Fragment uit een kaart uit 1782 waarop de militaire bewegingen van Turenne in 1672-1673 staan. Bron: Bibliothèque Nationale de France

    Willems troepen zakken door het ijs

    De grote plannen van Willem III zijn vanwege de dooi niet doorgegaan. Het ijs was zo broos dat er van de voorhoede die er vast op uit was gestuurd heel wat door het ijs zijn gezakt! Gelukkig was er geen grote schade.

    Brieffragment over de troepen van Willem III

    (sijn hoocheijts deseijn)

    is ock doort veranderen vant weer belet sijn voort
    ganck te hebbe, het ijs is so broos geweest dat
    geen sins heeft wille drage, de voor troepees die
    voor af ginge vielle daer met meenichte in doch
    hebbe geen schade geleeden, [men wil segge dat]

    Verraad in Sas van Gent

    Beleg en inname van Sas-van-Gent door het Staatse leger onder Frederik Hendrik, 28 juli tot 5 september 1644. Gezicht op de versterkte stad met op de voorgrond het optrekkende Staatse leger. Met paginanummer 309.
    De vesting van Sas van Gent in 1644, rond het beleg door Frederik Hendrik, anoniem 1662-1664 Collectie Rijksmuseum

    Terwijl Margaretha zit te schrijven komt er bericht dat binnen de vesting Sas van Gent in Zeeuws-Vlaanderen, de sergeant en diverse korporaals hebben samengezworen met de vijand om een aanval te beramen. De vestingcommandant kreeg er echter lucht van, doordat een brief die voor de sergeant bedoeld was bij hem terecht kwam. Hij deed alsof hij niets door had, maar trof wel alle voorbereidselen om de aanval af te slaan, wat is gelukt, met veel verliezen aan vijandelijke kant! Margaretha wou maar dat de schrik er nu eens flink in kwam.

    Brieffragment over Sas van Gent

    komt hier tijdine, dat den vijaent met ko=
    respondensi van Een sersijant6Sergeant ent ganse
    korperaelschap inde stat Een aenslach opt
    sas van gent soude gehadt hebbe, het welcke
    door Een brief die aen voorschreefe sersijant
    was gesonde, in verkeerde hande quam, ont
    deckt is, en doort beleijt vande komandeur, die
    seeckreeteerde7Secreteren: geheim houden daer kenisse van te hebbe
    lietse aenkoome heeftse so geseijt wort
    seer koraeseijeuslijck8Courageuselijk:dapper afgeslage met verlies
    van veelle van den vijant , de heere gaf
    datter Eens Een schrick in mochte koomen

    Soldaten bij Voetius

    Portret van Gijsbert Voet, geboren 1589, hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676), overleden 1676. Borstbeeld rechts, in toga, in ovaal.
    Portret van Gijsbert Voet (1589-1676) hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676) Kopergravure van Joannes van Munnickhuysen, eind 17de eeuw, naar een schilderij van Nicolaas Maes uit ca.1665 Collectie Het Utrechts Archief

    In Utrecht hebben ze ook bij de oude dominee Voetius soldaten in huis ondergebracht. Waarschijnlijk om zijn kleinzoon te dwingen om vanuit Den Haag weer naar Utrecht te komen. De heer van Wulven is weer vrij, maar heeft zesduizend gulden moeten betalen.

    tot wttrecht9Utrecht seijt me dat se int huijs van den
    oude voetsius10Gijsbert Voet Ettelijcke soldate hebbe gesonde
    om dat sij begeere dat sijn soons soon die hier
    inde haech11in Den Haag is daer sal koomen, de heer van
    wulfve is weer los maer moet so men seijt
    ses duijsent gulde geefve, [henderick van]

    Er is meer triest nieuws over bekenden: Hendrik van Wijk, de vroegere rentmeester van de heer van Ginkel is na de laatste veldtocht ziek achtergebleven en gestorven. Margaretha maakt zich erg zorgen over zijn vrouw en kinderen die in Utrecht zitten.

    Kanonnen gebarsten

    Twee soldaten staan links van een kanon. Een van hen houdt een brandende lont bij het ontstekingsmechanisme. Deze prent is onderdeel van een serie van 12 (13 incl. titelprent) prenten met voorstellingen van militaire (wapen)exercities.
    Exercities met een kanon: afvuren van een kanon, Jacques Callot, 1635 Collectie Rijksmuseum

    Gelukkig zit het de Fransen ook niet altijd mee. In Utrecht wilden ze kanonnen uitproberen op de stadswal, en nu zijn er wel tien gebarsten en onbruikbaar! Dit verhaal is ook te lezen in het dagboek van de Utrechter Everard Booth. Van de twaalf kanonnen zijn er inderdaad zeven gebarsten en drie ontploft. De brokstukken vlogen ver in het rond en brachten veel materiële schade maar wonder boven wonder geen gewonden, terwijl de Hertog van Luxembourg met bijna al zijn officieren op het Vredenburg stond toe te kijken. Booth geeft een verklaring: door de vorst was het metaal van de kanonnen bros, en de Fransen hadden de achterkanten ingegraven, zodat de kracht van de terugslag geen kant op kon.

    Brieffragment over de Fransen die hun eigen kanonnen kapot schieten.

    te wttrecht hebbe de franse
    haer kanon op de walle gebrocht
    en int selfve te prooberen12In hetzelfde te proberen: bij het uittesten daarvan sijnder
    tien stucke13Stukken: kanonnen so geborste datse gans
    onbruijckbaer sijn

    Een kind vuurt loodrecht in de grond geplaatste kanonnen af. Het heeft een lont in de hand. Een ander kind zit bij een kanon naast een schanskorf.
    Twee putti met kanonnen, Cornelis Schut (I), 1618 – 1655 Collectie Rijksmuseum. Rechts eentje met een ingegraven kanon, links met een kanon op een affuit of rolpaard die de terugslag kan opvangen.
  • Turenne ontsnapt

    DatumPlaats
    Geschreven17 februari 1673Den Haag
    Ontvangen25 februari 1673niet vermeld
    Lees hier de originele brief

    Margaretha heeft haar vorige brief nog maar net meegegeven onder couvert met de post van Matthias Romswinckel, of daar arriveert dan toch de Keulse post met het nieuws van de legers aan de Rijn waar Den Haag zo naar heeft uitgekeken. Helaas, geen goed nieuws:

    Geen Brandenburgs succes

    Er is helemaal geen slag geleverd! Turenne is een confrontatie met het leger van de keurvorst van Brandenburg uit de weg gegaan en heeft post gevat bij een plaatsje met de naam Beukeboom of Eickeboom, Margaretha weet het niet precies. Hij zit daar in een comfortabele positie waar hij bijna niet aangevallen kan worden. En net nu zijn leger zo verzwakt is (hij heeft veel zieken en gewonden achter moeten laten) en een overwinning voor de Duitse troepen binnen handbereik lag!

    Brieffragment over de post en over Turenne

    nae dat ick uhEd vandaech ondert koe=
    vert1Couvert: briefomslag van den heere romswinckel2Matthias Romswinkel heb ge
    schreefve, komt hier met de keulse post
    tijdine dat tureijne met sijn volck voor
    keurvorst is geweecke en geen slach
    heeft wille leefveren, maer post aende
    beucke of Eijcke boom so die plaets genoemt wort soude genoome hebbe,
    daer so geseijt wort hij heel avontages
    =ijeus3Avantagieus: gunstig, voordelig lijet4ligt ijae5ja so dat me niet gelooft den
    heere keurvorst hem daer sal derfve6durven atakeere7Attakeren: aanvallen
    men seijt ock dat tureijne veel gedevaeliseert8Gedevaliseerd: gewond of ontwapend
    volck en siecke heeft op de wech gelaeten,
    och had het godt belieft dat tureijne had
    mooge geslage worden,

    Heel erg volle zwartwit plattegrond van het gebied ten noordoosten van Keulen. Er staan niet alleen veel plaatsen op maar ook veel stippellijnen: de bewegingen van de troepen van Turenne en van de Keurvorst van Brandenburg.
    Waar is Turenne? Fragment uit een kaart uit 1782 waarop de militaire bewegingen van Turenne (en zijn vijanden) in 1672-1673 staan. Bron: Bibliothèque Nationale de France

    Vorst

    Het vriest weer, dus misschien zal Willem III toch iets ondernemen. Maar dan moet hij wel snel zijn en moeten we bidden dat de Heer het wil zegenen.

    Brieffragment over de vorst en het doel van Prins Willem III

    nu met deese vorst
    gelooft me dat sijn hoocheijt noch wel Eits9iets sou
    atenteere10Attenteren:ondernemen soot so is11Zo het zo is: als dat zo is salt haest moeten aen
    gaen12zal het snel moeten beginnen en sou ons wel te bidde staen dat de
    heer het wilde seegenen, en ons voorspoedich
    maecken,

    Van Ginkel is nu bij zijn moeder en natuurlijk zijn vrouw en kinderen in Den Haag, maar staat klaar om zich morgen als vrijwilliger bij de prins te voegen.

    Brieffragment over de vorst en het doel van Prins Willem III

    de heer van ginckel is noch
    hier, maer dewijlle hij hoort sijn hoocheijt
    Eenich deseijn voor heeft13 Dessein: plan, is hij van meenin
    merge derwaerts te gaen om met godts
    hulpe dewijl sijn reesgement int gar
    =nesoen weer is, sijn hoocheijt als volon=
    =taere14Volontaere: vrijwilliger op te wachte, de heer almachtich wil
    hem bewaere en voorsichticheijt geefve
    in wiens bescherminge uhEd beveelle en
    blijfve

    Vriendendienst

    En dan nog een verzoekje: Mevrouw van Steelandt (geb. Emmerentia van Aerssen van Sommelsdijk) vraagt of Godard Adriaan haar zoon, de heer van Vredestein, die blijkbaar ook in het leger verblijft, 300 gulden voor kan schieten. Hij is namelijk zijn hele uitrusting kwijt geraakt. Zijn moeder heeft geen mogelijkheden om hem vanuit Den Haag iets te sturen. Ze zal het geld terugbetalen aan Margaretha zodra Godard Adriaan haar laat weten dat hij het geld gegeven heeft. Waarschijnlijk is dat goed gekomen. Mevrouw van Steelandt was zelf een dochter van de schatrijke François van Aerssen, heer van Sommelsdijk.

    Waarschijnlijk Emerentia van Aerssen van Sommelsdijk naar Cornelis van der Voort. Collectie RKD
    Brieffragment over de vriendendienst: het grote netwerk van Godard Adriaan

    van vreedesteijn15Lodewijk van Steelandt, heer in Grijsoord, heer van Vredestein het ongeluck heeft gehadt van
    al sijn equipaesge verloore te hebbe, dat uhEd
    hem de som van drije hondert gulde wilde
    van haerentweechge geefve die sij mij hier
    weerom belooft te geefve so haest uhEd sal
    schrijfve die peninge getelt te hebbe, of sijn
    quitansi te sende, sij heeft hier heel geen
    geleegentheijt om hem gelt te sende of over
    te maecken,

  • Oude brieven en een veeleisende intendant

    DatumPlaats
    Geschreven15 februari 1673Den Haag
    Ontvangen23 februari 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Al eerder schreef Margaretha over gedonder met de post. Nu schrijft ze dat ze gisteravond drie brieven van Godard Adriaan heeft ontvangen. Het zijn oude brieven; twee van begin februari en één van 30 januari. Zou er misschien iemand zijn die de brieven ophoudt…?

    Een andere postdienst

    Ondertussen krijgt Willem III brieven van de keurvorst van Brandenburg van veel recentere datum dan de brieven die Margaretha van Godard Adriaan ontvangt. Margaretha besluit haar brieven met de Brandenburgse gezant Matthias Romswinckel mee te geven.

    Brieffragment post

    [daermeede Een part soecke te speelle,] want so
    ick bericht wort krijcht sijn hoocheijt wt het leeger
    vande keurvorst briefve die wel Een post verser
    sijn als die van uhEd koome, ick sal nu de mijne
    met romswinckel sien te sende, en sien ofse beeter
    sulle bestelt worden[, nu moet ick tot mijn leet]

    Een schilderij van een serieus kijkende man met golvend haar tot op de schouders en een vlassig snorretje. Hij draagt een roodfluwelen mantel en daaronder iets met een witte, rechte kraag. Hij zit op een stoel met naast hem een tafel waar zijn rechter arm op ligt. Op tafel ligt een persisch tapijt met onder zijn arm papieren. Aan de rechterkant achter hem een raam met uitzicht op een burcht met torens die donker afsteekt tegen de ondergaande (of komende?) zon.
    Portret van Matthias Romswinckel, Caspar Netscher, ca. 1670. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort (C11)

    Drieduizend gulden

    Margaretha moet zich verontschuldigen voor het slechte nieuws: intendant Louis Robert eist nu echt drieduizend gulden van de Van Reedes. Wanneer de Franse ambtenaar het geld niet ontvangt, zal hij het huis in Amerongen in vlammen doen opgaan. Margaretha’s smeekbede heeft dus geen enkele zin gehad. Zoon Van Ginkel heeft aangeraden het bedrag te betalen, maar Margaretha twijfelt. De intendant beweert dat het bedrag maar eenmalig dient te worden betaald, maar geeft tegelijkertijd aan dat hij dat niet zwart op wit kan zetten. Louis Robert is immers ook afhankelijk van de wil van de Zonnekoning.

    Brieffragment over de brandschatting 1

    [sulle bestelt worden,] nu moet ick tot mijn leet
    weesen alweer van swaericheijt spreecken, hierkoo=
    =mende viend briefve van de seeckreetaris van
    Ameronge en vande prockereur generael, daer
    de heer van ginckel uhEd de kopijen van
    heeft met de laeste post gesonde, die segge
    dat den intendant perforse1Parforce: met (alle) geweld drije duijsent gul
    van ons wil hebbe of wil met de Exsckusi
    van ons huijs te doen springe en voort
    alles te ruweeneere voort gaen[, ick ben]

    Brieffragment brandschatting 2

    [alles te ruweeneere voort gaen,] ick ben
    ten hoochste bekomert niet weetende wat hier in sal doen
    den heer van ginckel sou niet gaere sien dat sij tot
    d Exsekusi soude koomen hij meent wij daer die
    3000f aen hoorde te wagen, de intendant seijt
    dat het maer voor Eens te geefve sal vrij sijn
    doch wil daer geen verseeckerin vandoen seijt
    het opt woort van koninck moet aen laete koo
    =me se segge ock dat onse ackte van garant
    als der op Aen sou koome maer Een acksi sou
    sijn daer mij het naer loope meede sulle hebbe
    ick kan niet segge hoe benaut ick hier over
    ben [sou ock wel licht het gelt geefve om ons]

    Wat wil Godard Adriaan?

    Margaretha weet zich geen raad. Als ze wist dat Godard Adriaan van mening is dat ze het geld moeten betalen om het huis te behouden, dan zou Margaretha dat in een oogwenk doen. Maar ze heeft geen tijd om zijn advies af te wachten en besluit bij goede vrienden te rade te gaan.

    Brieffragment Godard Adriaan

    [ben] sou ock wel licht het gelt geefve om ons
    huijs te konserveere so ick wist uhEd aengenam
    sou sijn, daer is geen tijt om uhEd advijs af
    te wachte sal met goede vriende te rade gaen

    Verse rekruten

    Ondertussen heeft Willem III in de vergadering van de Ridderschap voorgesteld om de oude regimenten te ontbinden en verse rekruten uit Duitsland aan te nemen. Hier is niet iedereen het mee eens; er wordt flink over gemopperd. Margaretha zegt het niet met zo veel woorden, maar het is duidelijk dat haar man verantwoordelijk gaat zijn voor het werven van nieuwe rekruten. Het is een korte brief geworden. De stalmeester van Georg-Friedrich von Waldeck-Eisenberg is namelijk met spoed door Willem III naar Godard Adriaan gestuurd en staat op het punt te vertrekken. Margaretha geeft de voorliggende brief dus niet met Romswinckel mee, maar met de stalmeester van de graaf van Waldeck.

    Brieffragment recruteren troepen

    sijn hoocheijt heeft inde va vergaderin van rider
    schap, alhier geprooponeert2Proponeren: ter tafel brengen om de oude reesge
    =ment die heel wat gedevaeliseert3Devaliseren: ernstige beschadigd zijn, zwaar verlies aan manschappen (eigenlijk bij schip), kan ook zijn dat men buiten bezit gesteld is van zijn uitrusting (ontwapend) sijn te
    kasseere4Casseren: afzetten, uit ambt ontzetten en weere nieuwe aenteneeme die wt
    duijtslant soude koomen, hier murmereere veel
    seer over, brenger dees is de stalmeester vande
    graef van waldijck die Espres van sijnhoo
    aen uhEd wort afgesonde en so vertreckt
    daerom dees moet Eijndige blijf

    Prent van een man met een bos kroezend haar tot over zijn schouders. Hij draagt een harnas met een kanten kraagje en kanten manchetten en een sjaal om zijn middel. In zijn handen een maarschalksstaf. Hij kijk geamuseerd naar de toeschouwer, terwijl achter hem oorlog gevoerd wordt.
    Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum

    P.S.: Hoe gaat het met u?

    Op het laatste moment besluit Margaretha toch nog even snel te vragen hoe het er voor staat met de Brandenburgse troepen. En oh ja, niet onbelangrijk, hoe gaat het eigenlijk met Godard Adriaan?

    Brieffragment ps

    sal seer naer uhEd briefve verlange
    hoet daer met de leegers van heere
    keurvorst sal sijn, en insonderheijt5Inzonderheid: voornamelijk
    met uhEd, de heer almachtich wil
    twerck tot onsen beste seegene en
    uhEd bewaere