Auteur: Annemiek Barnouw

  • Geld

    DatumPlaats
    Geschreven26 januari 1673Den Haag
    Ontvangen12 februari 1673Lippstadt
    Lees hier de originele brief NB De brief is niet in de juiste volgorde gescand. Leesadvies: 23 rechts, 24 links, 26, 27 links, 24 rechts, 25 links.

    Vandaag schrijft Margaretha een lange, lange brief. Om het hier een beetje behapbaar te houden, hebben we de brief in drie stukken geknipt met de volgende onderwerpen:

    Godard Adriaan heeft als bijlage bij zijn brief een declaratie toegevoegd. Margaretha begrijpt het helemaal. Godard Adriaan maakt kosten voor De Republiek, maar de vergoeding voor zijn werk komt maar niet.

    Brieffragment over de declaratie en het verkrijgen van de toestemming

    beijde uhEd aengenaeme vande 9 en 13 deeser met
    de bijgevoechde konsept deklaraesi, is mij gistere
    behandicht, ick verstaen die heel wel, uhEd is Een
    merckelijcke som aent lant ten achtere kost men
    maer gelt krijgen, ick houde niet op daer om
    te spreecke nu het konsent1Consent: toestemming daertoe van men
    heere van hollant daer is, daer wij den heere
    valckenier van Amsterdam wel voor veroblij
    =geert2Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is sijn die mij met groote beleeftheijt seer be
    hulpsaem hier in geweest is, [nu is de Eerste]

    Inkomsten

    Het krijgen van geld wordt steeds ingewikkelder. Geld is schaars en de oorlog blijft geld kosten. Margaretha rapporteert elk stapje in het proces keurig aan haar man, alleen heeft ze nu een onverwachte tegenvaller. Ze weet ook niet zo goed wat ze ermee moet. Ze had in september uiteindelijk de ordinantie (het uitbetalingsverordening) van de Heeren van Holland gekregen met hulp van de Amsterdamse burgemeester Gilles Valckenier. Dat was in ieder geval stap één. Stap twee zou dan zijn dat de raadpensionaris die moest ondertekenen. Alleen heeft Gaspard Fagel, de raadpensionaris, de ordinantie “verlegd”. Hij is hem dus gewoon kwijt geraakt. De traag lopende raderen van de bureaucratie komen weer knarsend tot stilstand.

    Een schilderij van grote ruimte met daarin aan de rechterkant één balie en aan de achterkant twee balies. Boven de balies aan de achter kant zitten twee ramen in vieren gedeeld met kleine ruitjes. Aan de muren hangen planken met daarop boeken en heel veel papieren. Er hangen ook papieren aan de muur en boven, tegen het plafond, hagen witte zakken.  De balies staan op een verhoginkje. Bij elke balie staat een klerk en bij elke balie staan mensen te wachten en in het midden van de ruimte is een soort rij met mensen van allerlei pluimage: mannen, vrouwen, kinderen, rijk, arm. Er lopen ook een paar honden. Op de grond liggen ook allemaal papieren.
    Voorbeeld van een 17e eeuws kantoor met ‘verlegde’ papieren. Het kantoor van de advocaat, Pieter de Bloot, 1628. Collectie Rijksmuseum

    Wat nu? Margaretha heeft raad gevraagd: er moet een duplicaat komen. Dat is aangevraagd, maar nu vragen de Heren van Holland een borg (garantie), zodat de eerste assignatie niet omgezet wordt in een ordinantie. Margaretha twijfelt over die garantie, want de assignatie is kwijt gemaakt door Fagel, en nu moet zij garanderen dat hij er niets mee doet. Aan de andere kant: als ze het niet regelt, komt er helemaal geen geld. En de raadspensionaris erop aanspreken… Daarvoor is Margaretha iets te afhankelijk van hem.

    Brieffragment over de verlegde ordinantie

    hulpsaem hier in geweest is, nu is de Eerste
    ordinans die inde maent van septem lest leede
    bij de heere vanden raet verleent, en door van
    heeteren aende heer r p fagel ter hande gestelt
    bij hem fagel verleijt die daer nae gesocht heeft
    maer tot noch toe niet konne vinde, daerom
    genootsaeckt ben aende heere vande raet Een
    duplijkaet te versoecke het welcke gedaen heb
    en sij niet weijgeren maer wille voorde ver=
    miste ordinansi borch gestelt hebbe, daer
    ick mij wat in beswaert vinde vermits die
    niet bij mij maer van Een ander verleijt is
    niet weetende in wiens hande die sou mooge
    raecke, de heere van den raet segge noijt ande

    Tweede brieffragment over de verlegde ordinantie en de borg

    in diergelijcke saecke gedaen te hebbe, of noijt geen
    duplijkaet sonder borge te geefven, so dat ick geen
    wtkomst ter werlt en sien of sal moete
    voor die ses duijsent gul borchge worde so het
    welcke gereesolveert ben te doen so sij nu met
    mijn borch te vreede sijn, de raet pensinaris
    souder wel de naeste toe sijn dewijlle de ordi
    =nansi in sijne hande moet weese maer derft
    hem niete vergen3Vergen: voorleggen , hoope hij se noch vinde sal en
    ick dan vande borchtoch sal konne ontslage worde

    Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het ongekroonde wapen van de provincie Utrecht. Tekst rondom: MO NO ARG PRO CON FOE BELG TRAJ
Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1664
    Utrechtse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1664

    Uitgaven

    Ze loopt maar vast op de goede afloop vooruit en vraagt of Godard Adriaan vast aan wil geven waaraan ze het geld uit moet geven. In ieder geval moet ze de zadelmaker betalen.

    Ze heeft van de oude heer Van Heteren 1000 dukatons4Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers geleend. Ze doet echt haar best om een zuinige huishouding (ménage) te voeren, maar al die zieken! En alles is zo duur… Zo duur als ze nog nooit gezien heeft. Een eend: van zes stuivers naar twaalf of dertien stuivers, een paar konijnen van vijftien à zestien stuivers naar zesentwintig stuivers. Dat geldt voor alles! En hoenderen heeft ze sowieso al lang niet gezien.

    Brieffragment over de dukatons

    heb van den oude van heeteren hondert duij=
    katons geleent, ick lecht so nau in alles over
    alst Eenichsins moogelijck is noch hoop de
    huijshoudin hooch ben sterck van menaesge
    en alles is so dier5Duur dat ickt in mijn leefve noijt

    Brieffragment over de kosten van levensonderhoud

    beleeft heb Een hoen dat me voor dees voor 12 en 13
    stuijvers plach te koope moet men nu Een daelder
    voor geefve, Een Entvoogel6Eend voordees 6 stuij nu
    12 en 13 stuij, Een paer konijne voor 15 a 16 stuij
    nu 26 stuijvers en so alles naer venant7Navenant , hoende
    =re, heb ick in Een maent of ses weecke niet in
    huijs gehadt, ock heb ick Een seer kostelijcke8Kostelijk: duur
    winter met al de siecke die nacht en dach vier9Vuur
    en licht moeten hebbe behalfve alles dat sij
    voorts w van noode hebbe dit heeft nu vijf maende
    aen Een geduert, [soot schijnt komt het quaetste]

    Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het gekroonde wapen van de provincie Holland. Tekst rondom: MON NOV ARG CONI BELG PROV HOLLAND
Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Onder het generaliteitswapen het wapen van Amsterdam. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1672
    Amsterdamse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1672

    Godard Adriaan, de huisvrouw

    Margaretha heeft Coenraad Burgh, de Thesaurier Generaal van de Unie bij de Raad van State, gesproken. Kennelijk heeft Godard Adriaan hem afschriften van zijn huishouding (huishoudfinanciën) gestuurd. Zijn vrouw is onder de indruk, nu ziet ze dat hij een huishouding draaiende kan houden zonder vrouw. Toch wekt ze niet de indruk dat ze zichzelf overbodig voelt.

    Brieffragment over Godard Adriaans huishoudvaardigheden

    [toe, Mevrou de prinses is beeter,] den heer
    treesovier burch die ick heeden heb weesen
    sien preesenteert sijnen diens aen uhEd
    tis mij lief uhEd hem so wel van provijsie
    voorsiet en de huijshoudine so wel verstaet
    nu sien ick dat uhEd hem wel sonder vrou
    sal konne huijshoude, [de heer en vrou van]

    Lees verder bij Gruwelen

  • Ziek, zwak, zwanger of hongerig

    DatumPlaats
    Geschreven23 januari 1673Den Haag
    Ontvangen5 februari 1673Soest
    Lees hier de originele brief

    De vermiste brief van Godard Adriaan van 26 december is binnen! Net als eentje van 6 januari. Wat is Margaretha blij, maar ook teleurgesteld over de tijd die verstrijkt terwijl de brieven onderweg zijn. De ene brief heeft er 27 dagen over gedaan en de andere 16 dagen. En dat in een periode dat er zo veel gebeurt! Margaretha is duidelijk opgelucht dat haar man niet ziek is geworden, na al die vermoeienissen van het reizen.

    De zieken

    Margaretha begint haar brief met een overzicht van de ziekenboeg. Van Ginkel is, de Here zij gedankt, beter! Warnaar, Van Ginkels koetsier, is gisteren overleden. De lakei (kamerling) begint beter te worden en de koksjongen is ook beter aan het worden. Helaas gaat het met Arend, de lakei van Ursula Philippota niet goed: dodelijk krank, net als Dorit de keukenmeid. Het zit ook allemaal niet mee.

    [van de winter so gesont spaert] de heer van ginckel
    is ock de heere sij gedanckt weer wel, maer warnaer
    sijn oude koetsier is gistere mergen overleede
    sijn kamerlin begint te beetere als ock de koxs
    jonge, Arent de vrou van ginckels lackeij leijt
    dootlijck kranck als ock doorijte mijn kockmeijt
    de heer Almachtich besoeckt1Bezoeken: met rampen treffen mij wel met siecke
    in huijs, dan sijne wille moet in alles geschiede,

    Een goed voorziene voorraadkast

    Gelukkig zijn er ook leukere onderwerpen om over te schrijven. Uit zijn brieven blijkt niet alleen dat Godard Adriaan gezond is, hij zorgt ook goed voor zichzelf. Margaretha is blij te horen dat hij goed voorzien is van specerijen, kandij, broden suiker, en kanariesek. Kennelijk heeft Wolfgang Ernst von Eller zu Laubach dit bij Godard Adriaan bezorgd, want Margaretha is hem zeer erkentelijk.

    dat uhEd so wel van speeserij kandij broode suijcker
    en van kanaerijseck2Canary Seck versien is, is mijn lief wij
    hebbe wel oblijgasi3Obligatie: verplichting, schuld aenden heer geene rael maijoor
    Eller4Wolfgang Ernst von Eller zu Laubach , [hadde wij wat vande seck hier sou teege]

    De Suikerbakker, afbeelding 83 van Menschelyke beezigheeden. Print: Anthonie de Winter naar Jan en Caspar Luyken, Uitgever: Ambrosius Scheevenhuizen, 1695 © The Trustees of the British Museum

    Broden suiker zijn geen suikerbroden. Suiker werd in de 17e na het raffineren5dit raffinageproces wordt ook beschreven in het gedichtje onder de afbeelding, gezooden komt van zieden: koken en dan in puntige vormen gegoten. Zo ontstonden vaste kegelvormen van suiker, die broden genoemd werden. Thuis kon je dan van zo’n brood de suiker af raspen of schaven die je nodig had.

    Canary Seck?

    De kanaerijseck waar Margaretha het over heeft is Canary Seck of Sack. Een zoete wijn van de Canarische eilanden. Hij werd tot ongeveer 1800 ook in Nederland geimporteerd tot het verdreven werd door Port en Madeira. Shakespeare noemt het ‘de wijn die het bloed parfumeert’ (Henry IV, twee achte, scene 4). Er is veel over de Canary Seck te vertellen, Margaretha zou het vooral willen hebben omdat het goed is voor haar schoondochter, die waarschijnlijk snel weer in de kraam is.

    Foto vanuit de lucht recht naar beneden. We zien de gitzwarte vulkanische grond. Daarin zijn ronde muurtjes gebouwd om de wijnstokken te beschermen tegen de wind. Binnen elk muurtje groeit een helder groene plant.
    Wijnranken in de vulkanische grond van het eiland Lanzarote. Foto: Bodega La Geria

    Ze valt van de ene in de andere zwangerschap: de keurvorstin is inmiddels van een zoon, Karel Filip, bevallen. Margaretha is vol bewondering over haar. Deze Dorothea Sophia van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg had de gewoonte om met haar man mee op veldtocht te gaan. Karel Filip wordt dan ook in Bielefeld geboren, waar op dat moment de Brandenburgse troepen zich bevinden. Volgens Margaretha moet ze wel een erg sterke “conplexie” (gestel) hebben om zo mee te reizen.

    Met een andere vorstelijke dame gaat het minder goed. Amalia van Solms leeft nog steeds. Soms gaat het beter, soms gaat het slechter, veel vertrouwen in een goede afloop is er niet.

    [Eller ,] hadde wij wat vande seck hier sou teege
    de kraem vande vrou van ginckel wel te pas koo
    =men dan daer is geen raet toe hoope se uhEd
    ock goet sal sijn, de keurvorstin is geluckich naer
    sulcke lange reijs so geluckich geleege te sijn en
    dat noch so wel op haer gemack t moet Een

    vrou van seer stercke konplexsie6Conplexien: gestel. Senuwen conplexien = zenuwgestel weesen, haer hoochg
    de prinses van oransge7Amalia van Solms blijft ock al in Eene
    staet den Eene dach wat beeter en dander weer
    Erger men gelooft het Ent de doot sal sijn,

    Portret ten halven lijve van Amalia van Solms, de prinses is aanziend en face naar links weergegeven. Zij draagt een zwarte jurk over een wit hemd. Haar hoofd is bedekt met een zwarte sluier. Om haar hals heeft zij een parelketting en zij heeft oorhangers in. In haar handen houdt zij een portret van haar man zaliger, Frederik Hendrik vast. De prinses is voor een effen achtergrond weergegeven.
    Amalia van Solms (1602-1675) in weduwendracht, Gerard van Honthorst, 1650. Collectie: Staatsmusea Berlijn.

    Sijn Hoocheijt

    De Prins van Oranje zit ook wat klem. Hij schijnt iets van plan te zijn, maar Margaretha ziet het niet voor zich: al het land staat onder water. In het dilemma over de veroordeling van Pain et Vin stelt hij zich Ruttiaans op: hij vraagt van iedereen advies, maar houdt dat geheim. Niemand gelooft dat het goed af zal lopen voor Moïse Pain et Vin.

  • De trommel slaat

    DatumPlaats
    Geschreven26 december 1672Den Haag
    Ontvangen16 januari 1673
    Lees hier de originele brief

    Bij een brief van 26 december schieten wij, 21e eeuwers, direct in een kersmodus: advent, het kerstverhaal, een ster, een boom, gezelligheid, kaarsjes, lekker eten, een kerstnachtdienst… Bij Margaretha niets van dat alles. Het was er natuurlijk ook de tijd niet naar met alle stress rondom de waterlinie, de vorst, de Fransen die Den Haag willen plonderen, Stadhouder Willem III helemaal bij Charleroi en al tijden geen nieuws van je zoon… Gelukkig zijn er sinds haar vorige brief twee brieven van haar man binnen gekomen, maar de laatste is ook alweer tien dagen oud.

    Dreiging

    Ach, was Godard Adriaan maar wat dichterbij… Als Margaretha zich voorstelt hoe haar arme man op reis is. De dreiging achter de waterlinie blijft. De rivieren zijn dichtgevroren en de vijand bereidt zich voor. Maar op wat?

    Brieffragment zorgen om Godard Adriaan en dreiging invasie

    [sal gesien hebbe,] ick verlange seer uhEd ons
    wat naerder mochte sijn maer ben seer be
    =komert hoet deselfve met sijn volck indeese
    ongemeene felle koude op de reijs gaet de heer
    hoope ick sal uhEd voor sieckte of ongelucke be
    bewaere, hier te lande legge alle de wateren
    toe en so geseijt wort maeckt de vijant groo
    te preeperaesie om Een invaesie op deene plaets
    of dandere te doen men weet niet waert hem

    Tweede brieffragment over de invasie

    gelde sal sij trecke seer veel volck bij Een en dat
    binne woerde, so geseijt wort geefvense af dat
    op den haech soude aengesien sijn andere meene
    op Amsterdam so dat men niet weet waer
    heen te gaen om seecker te sijn, altijt hebbense
    meer als 24 Eure werck Eersij hier konne koome
    en dat hoop ick salmen hoore alse op wech sijn
    men wil hier niet geloofve dat se hier niet wel sulle
    konne koome, hier leijt maer Eene kompangi
    ruijters en dat ist al men verlaet sich tee
    nemael op de poste die se g segge wel versie
    =n te sijn maer ick betrouse niet want wij
    sijn te ongeluckich in alles, [nu seijt me]

    Gewassenpentekening van een ruine. Io de voorgrond spelende kinderen met twee honden, een boom met twee mannen erover, een weg waar een man over loopt en een koets over rijdt. Aan de weg staat een schuur tegen een een muur met een poort. Achter de muur staat de ruine: een gebouw zonder dak, nog anderhalve verdieping met gaten waar de ramen zaten. Aan de rechterkant een brede meerkantige toren waar nog een restant van een schoorsteen uit steekt. Achter een smallere hogere toren. Er is nergens meer een dak.
    Gezicht op de ruïne van het in 1672 verwoeste kasteel Ter Meer te Maarssen van Adam van Lockhorst. Tekening van Louis Philip Serrurier uit ca.1730 naar een onbekende tekening uit 1676. Collectie Utrechts Archief

    Utrecht

    Wat ook tegenvalt is dat Turenne zijn winterkamp in de Betuwe schijnt te willen opslaan. Hij was met zijn leger naar Duitsland getrokken, vanwege de dreiging van het leger van de Keurvorst. Als er weer meer Fransen zijn, dan wordt er waarschijnlijk ook weer vaart gezet achter de tirannieke plakkaten… En in Utrecht zegt men dat ze dan met Amerongen zullen beginnen. Daar heeft Margaretha nog niets van gehoord, maar het rijtje kastelen dat inmiddels afgebrand is indrukwekkend: het huis van Tromp1Hoge Dreuvik, het huis van Lockhorst2Kasteel Ter Meer bij Maarssen, het huis van Reaal3De Nes bij Vreeland, allemaal tot de grond toe afgebrand.

    En moet je nou terug naar Utrecht of niet? Door in Holland te blijven riskeer je alles kwijt te raken wat je hebt, maar als je in Utrecht bent betaal je je scheel aan belastingen. Het blijft een dilemma.

    Eerst zin brieffragment over de situatie in Utrecht en de executie van de plakkaten
    Pagina brieffragment over de situatie in Utrecht en de executie van de plakkaten
    Laatste zin brieffragment over de situatie in Utrecht en de executie van de plakkaten

    [weet men niet,] tureijne seijt me dat sijn

    winter quartier in de beetuwe wil koome neeme
    so hij daer koome kan geloof daer noch wel wat
    sal winde want daer sijnse noch so niet ver
    dorfve, maer wat miseerije wil dit alweer
    aen ons geefve noch so veel vijande ons weer
    so naer och dat men hem niet geslage heeft
    doen men so wel kost, de tieranijcke plackate
    wil de koninck ter Exsekusi gestelt hebbe opt
    rijgereuste, so men ons van wttrecht schrijft
    heeft den intendent daer toe last gekreege op
    peene vande Een Euwige indiniteijt vande
    koninck en dit soude hij vant huijs te
    Ameronge beginne, daer ick Eeve wel
    noch niet naerders van en hoore, maer wel
    datse het huijs van tromp int schraefvelant
    ent huijs vande heer van lier te maerse buijten wttre
    het huijs van reeijael van Amsterdam
    en meer andere tot de gront toe hebbe
    afgebrant alse so voort gaen och wat sal
    dit noch worde, den heer vande suijlle staet
    ook in beraet om weer naer wttrecht te
    gaen, men weet niet wat hij doen sal
    tis Een swaere saeck alles te verlaete wat
    men heeft daer me geen hoop van wtkomst
    en siet, aen dander sijde alsme siet hoe de

    mense daer sijnde met swaere belastine worde
    gequelt ijae meer alse konne op brenge, is ock

    Trommel…

    De laatste brief van Margaretha van 1672 eindigt met de onheilspellende woorden:

    Brieffragment over de trom die slaat en de onrust in de stad

    [en alt gelt naer haer genoome,] vande
    heer van ginckel hebbe wij inde 4 poste geen brief
    gehadt dat sijn vrou en mij seer bekomert
    sijne laeste is vande 10 deeser geweest wil hoope
    hij noch wel is, men begint hier nu omsichtich
    te worde de trom slaet om de burgerij in
    wapene te doen koome en te waecke dat
    ick vreese alster op aen sou koome niet
    veel sou helpen, wij moete op godt vertrouw
    en daer alleen de beste hulpe van verwacht
    kost4kon uhEd5u eens overkoome wenste ick met
    al mijn hart, ick ben weer wel6Margaretha was behoorlijk ziek daer de heere
    voor gedanckt moet sijn, die uhEd en ons alle
    in sijn heijlige bescherminge wil neemen dit
    en alle, dit bidt wt7uut: uit gront haers harte
    Mijn heer
    uhEd8uw getrouwe Etc

    Hoe groter de angst bij Margaretha, hoe korter de ondertekening van haar brief. Zij weet nog niet wat haar na het schrijven van haar brief van 26 december te wachten staat in het staartje van 1672.

    Ets van een trommelslager van drie kanten. De figuur links zien we van op de rug, die in het midden van voren en die recht van zijn rechterkant. De trommelslager draagt een grote trommel waar hij op slaat, hij heeft een hoed met een veer, een jas die breed uitloopt en daaronder een broek tot net boven de kuit die met strikken is dichtgebonden. Hij lijkt ook een zwaard om te hebben.
    Exercities met een trommel, Jacques Callot, 1635. Collectie Rijksmuseum
  • Saai en spannend

    DatumPlaats
    Geschreven15 december 1672Den Haag
    Ontvangen26 december 1672Sassenberg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief met de opbeurende mededeling dat er sinds haar laatste brief niets gebeurd is, maar dat ze het ritme van het schrijven er maar in houdt. Om te voorkomen dat Godard Adriaan denkt dat ze een heel saai leven heeft, geeft ze in de zin daarna het risico van vorst weer. Als de rivieren dicht vriezen, wat doen de Fransen dan? Ze heeft gehoord dat ze Den Haag willen plunderen. Het zou toch wel heel fijn zijn als er eindelijk eens hulp komt. Van Willem III hebben ze ook niks meer gehoord, het laatste wat ze weet is dat hij bij Tongeren lag. In de Spaanse Nederlanden dus, ver van de Republiek. Wat als de nood aan de man komt?

    Brieffragment saai sinds laatste brief en zorgen rondom de vorst en locatie van Willem III

    Mijn heer en lieste hartge
    hoewel van hier seedert mijne laeste niet veel weete
    te schrijfve moet ick de gewoonte houde en geen
    post sonder te schrijfve laete gaen, wij sitte hier
    noch als voor dees so lange alst open weer blijft
    hoope wij geen noot te sulle hebbe maer dat de
    reeviere Eens quaeme te sitte1Te bevriezen weete ick niet
    hoet gaen soude, de vijande so geseijte wort dreijge
    seer hebbe geswoore den haech te wille plondere
    dan sij sulle niet meer doen dan alser de heer
    almachtich toelaet die ick hoope ons noch Eens
    Een genadige verlosine wt alle onse bekomerin
    sal geefve, daert ons alleen vandaen moet koome
    mensche hulpe die doch sonder sijnen seegen niets
    vermach, en isser ock niet voorhande, van sijnhoo
    hebbe wij seedert mijne laeste niet gehoort, men
    gelooft ons volck voor tongere leijt, [de sweetse]

    Geld

    Hoewel niemand denkt dat de Zweeds ambassadeurs een vrede te weeg kunnen brengen, zou vrede wel welkom zijn. Alle betalingen drogen op en de regimenten hebben al tijden geen geld gehad. En dan de betalingen voor het werk van Godard Adriaan! Margaretha weet niet meer hoe ze het moet redden en ze raakt bijna in paniek als ze bedenkt hoe ze de schulden, die haar man in het buitenland maakt, straks moeten aflossen. Wat als haar man ook nog zou overlijden?

    Brieffragment over het krijgen van geld

    vrees wij geen gelt of betaeline van men heere
    van hollant sulle hebbe te verwachte dat mij
    seer bekomert, want of uhEd al schoon bij naer
    weet waer het selfve te vinde wij sijn alle
    sterflijcke mense en dat mij het ongeluck die
    =nde, hoe soude ick daermeede blijfve sitte sou
    imers niet weete hoe mij daer door te redde, en
    sou sorch moete drage dat de schulde die uhE
    daer buijtens lants maeckt betaelt wierde, en
    waer van sou ben imers alles quijt schrick der
    aen te dencke in mijn oude dage mach hoop de heer
    mij voort quaet in sijn Eeuwige rijck sal haelle, [van]

    Gelderland

    En dan het laatste nieuws uit de bezette gebieden. Steeds meer Geldersen willen terug. Ze geloven niet dat het zin heeft om achter de waterlinie te blijven en hopen dat ze door hun aanwezigheid nog iets van hun Gelderse goederen kunnen bewaren. Ze vertelt het verhaal van de arme Borchard Willem van Westerholt, heer van Hackfort, waar ze eerst wel 100.000 gulden van eisten. Dat wordt terug gebracht tot 20.000, maar ook dat is een aanzienlijk bedrag: vergelijkbaar met ruim € 235.000 aan koopkracht in 2021.

    Aquarel van huis hackfort. Voor een weiland waar twee koeien in liggen. Links een ronde toren met een elegant dak met een windvaan erop. Daarnaast het huis met diverse daken en schoorstenen. Rechts op de achtergrond een tweede, lagere toren met vergelijkbaar dak en windvaan. Achter het kasteel zijn bossages in diverse kleuren groen en roodbruin.
    Huis Hackfort, W.F. Reine, 1997. Bron: Gelders Archief, 1592-23.

    Dankzij Elisabeth van den Boetzelaer, vrouwe van Nyenheim, is er een sauveguarde geregeld voor het Middachtense bos. Hoe het in Amerongen is, heeft Margaretha met de laatste brief al verteld. Er is nu wel meer informatie over omgekapte bossen. Verder heeft iedereen in de bezette provincies het zwaar onder de bezetter.

    Brieffragment over Gelderland

    [Esse en] meest alle gelderse gaen daer weer naer
    toe siende hier geen hoop van verlossine, en daer
    door haer presensie haer goedere noch te konser
    =veere, den heer van hackfoort2Borchard Willem van Westerholt daer koomende
    hebbense over de hondert duijsent gul geEijst
    om dat hij so lange is achter gebleefve dan
    sijn op twintich gekoome maer wille niet Een
    duijt minder hebbe, en dit met belofte van
    hem alles weer te geefve behalfve Eenige
    meubele die al wech sijn en Eenich hout dat
    in sijn bosse gehouwe is, int Middachtense
    bos hackense al wacker in de vrou van nieu
    =wenheijm3Elisabeth van den Boetselaer met haer franse dochter die bij de
    prinses van navernije heeft gewoont en kenisse
    aen veel vande prinsipaelste offisiere heeft,
    heeft so veel te weege gebracht dat sij Een
    saefve garde voort middachtense bos heeft
    gekreege wat operaesie dat doen sal sulle
    wij haest hooren wenste wel die goedere mochte
    gekonserveert blijfve, hoet tot Ameronge staet
    heb ick met de laeste geschreefve, [op ijan van]

    Eindigen van te zijn

    De brief gaat nog wat door over de lasten die Utrecht en Gelderland hebben door de Franse bezetting. De afsluiting is weer ongeëvenaard. Loopt de stress weer op of wordt ze in haar ondertekening onderbroken en gaat ze snel naar de ps met de allerlaatste nieuwtjes?

    Brieffragment met de ondertekening

    deese valt vrij langer als ick gemeent hadt,
    sal hier meede Eijndige maer noijt van te
    sijn
    uhEd getrouwe w
    MT

    Familienetwerk

    Uit het fragment over Gelderland blijkt hoe belangrijk het familienetwerk voor Margaretha is. Elisabeth van den Boetzelaer is een nicht van Godard Adriaan, ze is de dochter van zijn oom van moeders kant. En zo is Borchard Willem van Westerholt een neef van Ursula Philippota’s moeder. Bijzonder is de Franse dochter van de vrouwe van Nijenheim. De prinses van Navernije (of de prins van Navergne die in een andere brief genoemd wordt). Degene die het dichts bij een mogelijke kandidaat komt is Antoine III de Gramont. Hij heeft diverse titels en hij is inderdaad prins. Prins van Bidache, een klein staatje in de Pyreneeën. Bidache lijkt niet op Navergne of Navernije. Antoine is ook ‘viceroy’, vice-koning, van Navarra en dat begint er op te lijken.

    Als de Franse dochter daar inderdaad gezeten heeft, dan heeft ze inderdaad een goed netwerk in Frankrijk. Antoine III was Maarschalk van Frankrijk, generaal met bijzondere verdienste. Zijn vrouw was een nicht van Kardinaal Richelieu, de rechterhand van Lodewijk XIV.

    De zoon van Antoine III, Antoine IV komen we dichterbij tegen, dit is de graaf van Louvigny die vecht in Staatse dienst.

    Als dit klopt, dan is het inderdaad heel goed mogelijk dat via de nicht van Godard Adriaan een sauveguarde geregeld kon worden. Waarom voor het Middachtense bos en niet voor Middachten of Amerongen? Het maakt natuurlijk wel uit wie je kent en hoe hard die persoon voor je wil lopen. Met de kennis van nu is die vraag nog een brug te ver.

  • De oude sleur

    DatumPlaats
    Geschreven21 november 1672Den Haag
    Ontvangen2 december 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    De brief van vandaag is heel bijzonder: de adressering is bewaard gebleven!

    Een velletje papier met in het midden een adressering:
Mijn heer van Ameronge
Etc bij sijn keurvorstelijcke
doorluchticheijt van brandenbur
int selfve 
leeger
Onder het adres zitten twee lakstempels waarmee de provisorisch gevouwen envelop verzegeld geweest is. Uit de bovenkant mist een stuk papier dat bij het openen onder één van de lakzegels is blijven zitten.
    Briefomslag

    Margaretha neemt een apart velletje papier om om haar brief te doen. Ze vouwt het zorgvuldig om de brief heen en sluit de brief dan af met zegellak. Ook de adressering is van een eenvoud die we nu niet meer kennen: meneer van Amerongen bij de keurvorst in het leger. En desondanks komen de brieven langzamerhand weer beter aan.

    De arts

    Het gaat steeds beter met Welland, hij blijft nog op zijn kamer, maar de koorts is weg en hij krijgt weer trek. En hoe!

    Margaretha’s angst is waarheid geworden: Tietge heeft de pokjes. De arts van Welland heeft er naar gekeken en die zegt ook dat het een kwaaie aard van pokjes is. Margaretha is duidelijk: ze luistert niet naar de arts, ze houdt zich gewoon aan de oude sleur. Is dit een sneer naar Welland die juist zo aan de arts hangt?

    Brieffragment over de zieken
    Laatste twee regels brieffragment over de zieken

    den heer van wellant is heel aent beeteren doch
    hout noch sijn kamer de koorts heeft hem ver
    laete ock krijcht hij smaeck int Eeten en ver
    lanckt daer middach en avont naer, onse
    liefve tietge heeft de pockges is heel vol
    wt geslage se sijn als punte van spelde so
    kleijn en wille niet wel op koomen den
    docktoor van wou die over de heer van
    wellant gaet seijt het Een seer vuijllen
    aert van pockges is, datse so quaelijck
    op koome bekomert mijn seer, wij gebruijck
    geen raet vande docktoor maer volgen den
    oude sleur, sij is gesont van harte nu se
    wtgeslage sijn, ick hou de andere kinde
    =ren daer heel af, so lan de 9 dage niet
    om sijn isser niet van te segge de heere

    hoope ick salse weeder tot gesontheijt brenge
    of geefve wat haer en ons salich is, [hoewel]

    Een man, de arts, kijkt aandacht naar een glazen kolf met urine. Voor hem op tafel staat een koperen schaal, een fles een een boek opengeslagen op de pagina van een skelet. IN het donker op de achtergrond een vrouw.
    De dokter, Gerard Dou (kopie naar), 1650 – 1669. Collectie: Rijksmuseum

    De veldtocht van Van Ginkel

    Het is weer niet gelukt om geld te krijgen, maar er is gelukkig wel een brief van haar zoon! En die brief komt uit Bernouw, ten zuidoosten van Eijsden. De mannen hebben het zwaar: eindeloos marcheren, slapen onder de blauwe hemel en er is nauwelijks hooi en stro voor de paarden meer te vinden. Nu hebben ze een paar dagen welverdiende rust. Waar ze heen gaan? Het blijft gelukkig geheim.

    Brieffragment veldtocht van Van Ginkel

    [vaeren sal te verwachte staen,] vandae
    hebbe wij briefve vande 18 deeser van de heer
    van ginckel gekreechge, wt barnau1Berneau/Berne/Bernouw ten zuidoosten van Eijsden Een
    half eur van navange2Navagne, Fort Navagne bij Eijsden, ook bekend als de Elvenschans , sijn hoocheijt lach
    op Eijsde ent hooft quartier int dorp tot
    Eijsde, ons volck so ick hoore was al vrij wat
    gefatigeert hebbe dach op dach gemarscheert
    en snachts onder den blauwen heemel moete
    rusten, daerse quamen weijnich voeraesge3Fourage: millitaire term, hooi en stro voor de paarden
    gevonde, so hebbe daerse nu sijn seedert
    heeden acht dagen gerust het welcke noot=
    saecklijck was, het deseijn4Dessein: doel van sijn hoocheijt wort
    noch heel geseeckreeteert5Secreteren: geheim houden dat goet is,

    Eindelijk gevechten!

    Wat betreft de troepen van de keurvorst hoopt Margaretha dat ze inmiddels bij de Rijn zijn. Bovendien is ze blij dat er eindelijk gevochten is. Het fijne van de gevechten komen we uit haar brieven niet te weten. We weten ook niet of Margaretha zich een beeld kan maken van hoe het er bij de veldtocht aan toe ging. Het diplomatieke spel ging ook tijdens de veldtocht door. Godard Adriaan had te maken met een belangrijke tegenkracht: Raimondo Montecuccoli, ervaren militair en geslepen diplomaat. Hij werkte voor de Keizer van het Heilige Roomse Rijk en had één opdracht: zorgen dat er niet gevochten werd. En hij was hierin erg succesvol.

    Het leger van de Keurvorst bestond ook niet alleen uit Brandenburgse troepen, maar ook uit troepen van de keizer onder Montecuccoli’s bevel. In dat leger was de Hertog van Lotharingen, Karel IV, vertegenwoordigd met ongeveer 2.500 ruiters. Lodewijk XIV had twee jaar tevoren Lotharingen ingelijfd. Hertog Karel IV wilde dus maar wat graag tegen de Fransen vechten. Het lukt zijn soldaten om in gevecht te raken met Franse troepen en succesjes te behalen. Waarschijnlijk doelt Margaretha op deze gevechten. Helaas werd dit eigen initiatief van de Hertog van Lotharingen half november door Montecuccoli de kop ingedrukt.

    Brieffragment over de overwinningen van het Brandenburgse leger

    men is hier verblijt overt reijnkonder6Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. datter
    tuschche den heere keurvorst en volckere en de
    franse is geweest, te meer om datse nu feijtelij
    hebbe geageert7Ageren: krijgshandelingen verrichten , men hoopt de keurvorst met
    sijn volckeren nu over den rhijn sal sijn, en
    dat me nu alledaech wat goets sal hooren
    konde8Louis II van Bourbon, prins van Condé gelooft men niet dat noch so naer bij
    uhEd kan sijn, de heer almachtich wil den
    heere keurvorst uhEd ent ganse leeger bewaer
    het selfve vicktoorije en overwininge geefe
    daer hier wel hartelijck voor gebeeden wort

    Schaatsen

    Bij de serie “klein nieuws” hoort inmiddels het platbranden van dorpen: deze keer was Abcoude aan de beurt. Het was nu een militaire actie. In de Kasteel van Abcoude zaten Staatse militaire, die probeerden de Fransen eruit te krijgen. Dat is gelukkig niet gelukt. Verder wil de Vrouw van Ginkel nog steeds naar Gelderland en zijn de koopvaardijschepen uit de oost behouden binnen gekomen.

    In de serie “bijzonder nieuws” vertelt Margaretha dat de Fransen schaatsen hebben aangeschaft. Dat is vast niet vanwege de originele Hollandse ijspret. Ze hoopt maar dat ze de winter rustig doorkomt en in Den Haag kan blijven.

    Brieffragment over schaatsen

    [meer van hoope sij goede raet sal volgen,] en wij met rust
    deese winter hier sulle mooge blijfve, men seijt den vijant
    meenichte van ijspoore9IJssporen: metalen punten die je onder je schoenen, klompen of laarzen kunt binden om grip te krijgen op het ijs en schaetse laet maecken, [vermeer]

    Een tekening van Hollanders, geen Fransen, op schaatsen. vooraan een vrouw en een jongen, een man met een ijshockeystick. Er staat een kruiwagen met koek en zopie. Het ijs is vol met mensen, zo ver het oog rijkt
    IJsvermaak, ca. 1615 tot 1630, Hendrik Avercamp (1585-1634). Collectie: Teylers Museum
  • Half gasthuis

    DatumPlaats
    Geschreven17 november 1672Den Haag
    Ontvangen26 november 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    Margaretha schrijft een korte brief want er gebeurt niets dat schrijvenswaardig is. Ze heeft het over de gebruikelijke bureaucratische beslommeringen en Welland blijft nog op zijn kamer maar is eerder beter als erger.

    Prent van drie artsen die behandelingen uitvoeren op de voorgrond (beenbreuk zetten, operatie aan steen en oogkwaal). Daarachter een zaal (het gasthuis) met links allemaal bedden met zieken en rechts de apotheek met een grote kast met potten
    Het gasthuis, ca. 1700, Johannes van Bevoort, 1690 – 1710 (fragment). Collectie Rijksmuseum

    Utrechtse politiek

    Twee Utrechtse heren, de heer van Aertsbergen en de heer van Zuylen, komen langs om de politieke banden weer een beetje aan te halen. De heer van Zuylen heeft Godard Adriaan geschreven, maar weet niet zeker of de brieven aangekomen zijn.

    Brieffragment zieke Welland en Utrechtse politiek
    Brieffragment heer van Zuylen en heer van Aertsbergen

    ordinansi kan krijge, de heer van wellant
    hout noch al sijn kamer doch is meer beeter
    als Erger, den heer van Aertber1Heer van Aartsbergen: Gerlach van der Capellen en suijle2Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken
    die vandaech hier geweest sijn preesenteere
    haeren dienst aen uhed den leste seijt wel
    drije a vier briefve aen uhEd geschreefve
    te hebbe die hij niet weet of uhEd heeft ont
    =fangen, vande heer van ginckel hoore wij

    Zorgen

    Aan het eind van de brief zijn er toch nog wat zorgen. Zo heeft Margaretha al niets van haar zoon gehoord sinds hij op veldtocht is.

    Andere zorgen zijn er over de ziekenboeg. De afgelopen brieven werden overheerst door het geweld van de Fransen en het ziektebeeld van Welland. Kennelijk gaat het inmiddels goed met het zieke personeel en zijn de kleinkinderen niet ziek geworden. Tot nu toe. Helaas is Tietge toch ziek geworden, ze doet niets anders dan slapen. Margaretha is bang voor de pokjes.

    brieffragment gasthuis

    seedert de marsch ock niet de heer hoope ick
    sal hem bewaeren, inwiens bescherminge
    uhEd beveelle, blijfve

    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    onse kleijne
    dochter tietge
    is vandaech sieck
    geworde doet haest
    niet als slaepe ben
    beducht oft pockges
    mochte sijn, Een knecht
    vande heer van wellant
    is ock sieck so dat wij hier
    het halfve gasthuijs hebbe
    hoope het haest beete sal

    Pokken

    Zwartwit foto van een dreumes met de oogjes dicht en het hele gezichtje vol met pokken
    Glasdia van een patient (gezicht kind) met pokken, Rotterdam 1929, maker Laboratorium voor Gezondheidsleer der Universiteit; Amsterdam. Collectie Rijksmuseum Boerhave

    Haar zorg om de pokjes is begrijpelijk. Wij denken aan de vrij onschuldige waterpokken, maar veel mensen gingen dood aan de “echte” pokken. Bovendien lieten die vaak littekens achter op je gezicht: letterlijk een pokdalig gezicht. De pokken waren erg besmettelijk, dus het is geen wonder dat Margaretha daar beducht op is. Pas halverwege de achttiende eeuw wordt er geëxperimenteerd met de inoculatie met koeienpokken, de voorloper van de huidige vaccinatie.

  • Drama

    DatumPlaats
    Geschreven7 november 1672Den Haag
    Ontvangen12 november 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    In de afgelopen periode herhaalde Margaretha vaak haar verhalen in de brieven. Daar zat een praktische reden achter: ze wilde geen brief overslaan en ze wist niet welke brieven haar man wel en welke hij niet gekregen had. In deze brief heeft ze niet de luxe zichzelf te herhalen: er gebeurt opeens zoveel tegelijk… En het is een drama.

    Geld

    Het meest verontrustende is dat tijdens de veldtocht met de keurvorst Godard Adriaans rustwagen verdwenen is en vervangen moet worden. De zekerheid van een slaapplaats bij het eindeloze reizen en het slechte weer is onontbeerlijk. Hij heeft die rustwagen dus echt nodig. Hij heeft de raadspensionaris al benaderd en nu spreekt ook Margaretha Caspar Fagel hierover aan. De relatie tussen die twee loopt inmiddels niet zo goed meer. Margaretha moet nog steeds geld krijgen voor het werk van haar man. Volgens de heren van de Staten van Holland is het geld betaald en is het aan Fagel om een uitbetaling te doen. Fagel belooft al zes weken dat hij werk zal maken van de betaling en heeft haar de laatste keer laten afwimpelen met de mededeling dat hij weet van haar zaak. Margaretha weet niet wat ze ervan moet denken.

    Eerste brieffragment over het krijgen van geld
    Tweede brieffragment over het krijgen van geld

    weegens de versochte ses duijsent gul is noch
    niet gedaen se segge het alleen staet aenden
    heere raet pensionaris fagel die weegens men
    heere van hollant aende generaelijtijt moet
    voorbrenge en segge dat hollant inde post
    van defroijemente1Defroyement: Onkostenvergoeding over heeft betgelt2Begelden: Betalen en ver
    =soecke dat het geene sij nu so aen uhEd als
    anders sulle avanseere3Avanceren: voorschieten het selfve haer opt
    toekoomende ijaer mach werde goet gedaen
    dit heeft hij heer raetpensionaris nu meer
    als ses weecke geleede aengenoome en belooft
    te doen maer stelt het van dach tot dach
    wt daer komt niet van ick heb hem gesocht
    doen ick laest hier was hier over te spreecke

    dan liet mij segge ick hem woude Exskuseere dat
    hij mijn saeck wel wiste, en anders niet, ick sal
    hem Evewel alweer soecke te spreecke en sien
    watter van sal koomen, weet niet wat ick sege
    of dencke sal, [dat uhEd so weijnich briefve van]

    Informatie

    Als diplomaat is het belangrijk dat je vanuit je thuisland voldoende informatie krijgt. Kennelijk heeft Godard Adriaan in zijn brief geklaagd, dat de informatievoorziening vanuit de Republiek spaak loopt. Zelfs van zijn oom en politieke partner in Utrecht, Johan van Reede van Renswoude, lijkt geen informatie te komen. Margaretha heeft wel gehoord hoe het kan komen, maar durft het bijna niet hardop te zeggen. Ze gebruikt een afkorting. Misschien in de hoop dat een ongewenste meelezer er overheen leest?

    Brieffragment over het gebrek aan informatie bij Godard Adriaan

    [of dencke sal,] dat uhEd so weijnich briefve van
    hier krijcht en van die sijn oom4Johan van Reede van Renswoude so placht te ont=
    sien is mij in groote konfidensi geseijt dat hem aen
    uhEd te schrijfve Espres van s h5Sijn Hoocheijt, Zijne Hoogheid, de prins van Oranje zelf… is verboode sonder
    dat ick de reedenen daer van kan verneemen,

    Margaretha gebruikt dit ongeloofwaardige nieuws om een bruggetje te maken. Ze heeft eerder wel naar Godard Adriaan gereageerd dat ze hem alleen maar op de hoogte wil houden, want dat hij zich niet kan voorstellen hoe het hier echt aan toe gaat. Dat heeft ze nu met deze openbaring wel bewezen! Dit is gelijk voor haar een aansporing om een klaagzang aan te heffen over hoe zwaar zij het heeft, zeker met die vier arme kleine kinderen…

    uhEd vindt vreemt dat ick in mijn briefve somtijts
    overt Een ent ander klaechge maer hij weet niet
    hoet hier in alles staet, och och die verseeckert
    mocht weesen hier deese winter te mooge blijfve
    en gerust op sijn bedt te mooge ruste, vier sulcke
    kleijne onnoosele g soete kindere en Een swan
    gere vrou geeft mij geen kleijne bekomerin
    doch stel alleen mijn vertrouwe op dien al=
    moogende en barmhartige godt die ick hoope
    mij ten beste sal redde, [den vijant heeft weer]

    Gravure van brandende huizen aan een vaart. Er zijn op verschillende plekken soldaten en een ongewapende burger valt neer. Er wordt geschoten vanaf een schip.
    Gezicht op het dorp Waverveen tijdens de plundering en brandstichting door de Fransen in 1672. Isaäc Sorious, 1672). Collectie: Het Utrechts Archief

    Waverveen

    Dat die angst van Margaretha niet ongegrond is, heeft de vijand weer eens bewezen. Ze hebben het dorp Waverveen platgebrand en om haar verhaal extra kracht bij te zetten schrijft ze over een vrouw die nog maar 24 uur daarvoor bevallen was, die met haar kindje verbrand is.

    Brieffragment over Waverveen

    mij ten beste sal redde, den vijant heeft weer
    voorleedene vrijdach snachts Een dorp genaemt
    waefvereveen Een half eur vanden wthoorn
    op acht plaetse aen brant gesteecken dat gans
    af gebrant is Een kraem vrou die 24 Eure
    kraems was met haer kintge verbrant, dit
    sijn imers seer schricklijcke dinge diemen
    dagelijcks hoort daermen wel vervaert van
    mach sijn, [de vrou van de kloese schrijft aende vrou]

    Het is natuurlijk de vraag of Godard Adriaan dit verhaal geloofde, of dat hij ook hier denkt dat zijn vrouw overdrijft. Het platbranden van Waverveen was inderdaad een gruweldaad, maar de kraamvrouw en haar baby kwamen niet om. Uiteindelijk worden er 59 huizen verwoest en is er een tiental doden.

    Gelderland

    Een volgend punt van zorg is hoe Margaretha kan voorkomen dat haar schoondochter, Ursula Philippota, naar Gelderland gaat. Haar schoondochter krijgt een brief van een bekende waarin staat dat de Fransen in Gelderland het goed van een aantal Staatsgezinde edelen en burgers zonder uitstel wil verwoesten. Het huis van Ursula Philippota’s man, de heer Van Ginkel, wordt hierbij expliciet genoemd. Middachten is het familiehuis van Ursula Philippota, waar haar familie al eeuwen woont. Hierdoor is Ursula Philippota zo ongerust geworden en ze vraagt zich af of ze dit zou kunnen beletten door naar haar huis in Gelderland af te reizen. Margaretha doet wat ze kan om haar daarvan te weerhouden.

    De veldtocht

    Ondertussen is de Heer van Ginkel zelf onderweg met een gigantisch leger. Men zegt dat ze naar Luik gaan. Margaretha tekent de bewegingen van de troepen even uit.

    Brieffragment over de troepen

    [roosendael is in gelderlant,] de heer van ginck
    kel is mee met de ruijterij daer tien duijsent
    tevoet bij sijn en 14000 te paert, men seijt
    nu dat die naert lant van luijck sulle gaen
    hoope der sorch sal gedrage worde dat de
    poste hier bewaert sulle blijven, men seijt
    dat lutsenburch6François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg met 3000 ruijterij naer
    weesel is en datter noch so te kuijlenburch7Culemborg
    als te wttrecht en voort int sticht onrent de tien duijsent
    man is, turaeijne8Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne hout men hier so sterck
    niet als geseijt wort, de raetefikasie9Ratificatie: officiële bekrachtiging van overeenkomst vande
    keijser is vandaech gekoome daermen wel
    meede te vreede is, [hoe lameer op sijn]

    Quaps

    In deze brief geen woord over de ziekenboeg in huis. Alleen de Vrouw van Ginkel is inmiddels twee brieven “quaps”. Kwaps betekent onwel of misselijk. Waarschijnlijk heeft Margaretha dus gelijk en is ze inderdaad zwanger.

  • Huishouden in beweging

    DatumPlaats
    Geschreven4 november 1672Amsterdam
    Ontvangen11 november 1672Russelsheim
    Lees hier de originele brief

    Alles lijkt in beweging te zijn in deze brief: zoon Godard en Willem III staan op het punt met onbekend doel te vertrekken, de troepen van de Keurvorst zouden eindelijk eens in beweging moeten komen en Margaretha wil deze week de hele huishouding naar Den Haag verhuizen. Zilver en waardevol linnen laat ze voorlopig in Amsterdam.

    Brieffragment over verhuizing naar Den Haag

    [de heere wilt noch laete kontiniweere,] ick hoop
    merge met godts hulpe met de vrou van
    ginckel en voort de heelle menaesge naer den
    haech te gaen hoope wij daer sulle mooge blijf
    =ven laet ons koffer met silver en dat
    vande vrou van ginckel en voort ons meest
    en beste linne voort meer ander goet dae
    van Een inventaris is gemaeckt hier blijfve, [mij ver]

    Stilleven op de hoek van een tafel: tinnen schenkkan en borden met een geschilde citroen, mes en olijven, een berkenmeier met wijn en een zilveren pronkbeker. Gerret Willemsz. Heda, 1642. Collectie: Rijksmuseum

    Ze springt van de hak op de tak, want opeens gaat het weer over de zadels. Ze heeft gehoord dat die vier dagen na het verzenden al in Hamburg aangekomen waren. En dat is volgens Margaretha al wel bijna twee maanden geleden (in werkelijkheid zijn de zadels op 1 oktober verzonden). En ze blijft maar proberen Raadspensionaris Fagel te spreken over de ordinantie van het geld dat haar man nog tegoed heeft. Maar daar zit dus absoluut géén beweging in.

    Het huishouden

    Die verhuizing dat is nog wel een organisatorische uitdaging, want ze heeft nogal een huishouden om zich heen verzameld met Ursula Philippota en de kleinkinderen. Bovendien is neef Welland1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha nog steeds in Den Haag. En dat begint Margaretha inmiddels een beetje te irriteren.

    [dat seer difisiel is,] uhEd belieft vrij verseeck
    =kert te sijn dat ick mij inde haech so naeu sal be=
    helpen s en so veel meenaesgeere2Menageren: sparen of ontzien, Margaretha heeft hier een werkwoord gemaakt van het woord ‘menage’ dat gebruikt werd voor ‘zuinig beheer der inkomsten’. Dit is één van de betekenissen van het woord (zie hieronder bij ‘menage’) alst mooge
    =lijck sal sijn het sal ock wel van noode weese
    want heb al Een groote menaesge3Menage betekent hier ‘huishouding’, het werd in de 17e eeuw op beide manieren gebruikt (zie hierboven bij ‘menageren’) de heer van
    wellant is ock bij ons in den haech met 3 knechts
    hij weet niet waer hij blijfve sal kan in geen
    ordinaris4Ordinaris: Plaats waar men voor een vasten prijs kan eten, eethuis. Komt van ordinaris tafel: open tafel. gaen Eeten bij deese tijt, en derft
    ock niet wel naer seelant gaen, ick heb hem
    versocht sijn knechts kostgelt te wille geefve
    en geseijt dat mijn huijs en tafel voor sijn
    Persoon tot sijne dienst is, maer al die knechts
    dat mij dat te swaer soude valle alst waer is
    heb van ons Eijgen met onse kindere Een groote
    meenaesge, en wort out aldie ruijsie5ruzie sou
    mij niet dienen behalfve de groote koste daer
    ick ock niet teege kan, och och uhEd sou niet
    geloofve hoet hier gaet de voornoemde neef
    isser al qualijck aen wenste om veel dat hij

    die komisie bij den kooninck niet gedaen hadt
    dan dat is te laet, [den heer van Albrants=]

    Het huis in Den Haag is niet klein, maar als je al het personeel mee telt, was het toch een vol huis. Alleen Welland heeft al drie knechten. In een andere brief zegt Margaretha dat de zieke kamenier Angenis en Visbach van Philippota zijn. Margaretha’s grote toeverlaat in de huishouding is Sophia Visbach. Zou dat familie van Philippota’s Visbach zijn, of is het gewoon dezelfde persoon, maar is het handiger dat ze bij Philippota hoort als ze ziek is? Ook Margaretha zal een kamenier hebben en er is een keukenmeid Dorit. Uit latere brieven blijkt ook nog dat Philippota een lakei heeft. De ménage telt dan inderdaad al aardig op.

    Welland

    Wat is er met Welland aan de hand? Margaretha’s pleegzoon loopt een beetje met zijn ziel onder de arm. Nog geen jaar geleden leek zijn carrière zo mooi van start te gaan als geëligeerde in de staten van Utrecht. Met de invasie door de Fransen en zijn taak als afgezant naar de Lodewijk XIV, kwam zijn carrière abrupt tot stilstand. Nu heeft hij zich kennelijk vol zelfmedelijden in Den Haag verschanst. Wat moet hij? Hij zou naar Zeeland kunnen gaan, hij immers is heer van Welland en Zoelekerke. Zijn vader heeft hem daar goederen nagelaten, maar wat heeft hij daar verder? Sinds zijn 14e is hij opgegroeid bij Godard Adriaan en Margaretha… Margaretha weet niet zo goed wat ze met deze jongeman moet.

    Herberg met triktrakspelers, Egbert van Heemskerck (I), 1669. Collectie: Rijksmuseum

    Uit eten: de ordinaris

    Margaretha verzucht dat ze haar neef toch niet in een ordinaris kan laten eten. Een ordinaris is een plek waar je voor een vast bedrag aan kon schuiven en mee kon eten wat de pot schafte. De mogelijkheden om buitenshuis te eten waren in de tweede helft van de 17e eeuw in principe ruim voor handen. Er waren altijd al de herbergen, maar er ontstaan halverwege de eeuw ook gespecialiseerde eet- en koffiehuizen. Naast de genoemde ordinaris, waren er bijvoorbeeld ook gaarkeukens: plekken waar ‘bier en wijn en allerhande gare kost’ verkocht werd. Anders dan bij een ordinaris kon je bij een gaarkeuken de hele dag terecht. Herbergen, gaarkeukens en ordinarissen had je in soorten en maten. In een luxere herberg kon je bijvoorbeeld ook in die tijd al op je kamer eten (roomservice!) en om specifieke gerechten vragen.

    Margaretha zegt dat Welland in deze tijd niet bij een ordinaris kan gaan eten. Kennelijk was het het probleem niet zo zeer dat het om een publieke eetgelegenheid ging. Het tijdstip lijkt het grootste probleem te zijn. Het zou kunnen dat de inflatie van het Rampjaar ook de ordinarissen parten had gespeeld. Dat zou betekenen dat de weinige die er nog waren exorbitant duur geworden waren.

    Specifieke informatie over buitenshuis eten tijdens het Rampjaar of eetgelegenheden in Den Haag in de 17e eeuw heb ik zo snel niet gevonden. Interessant (en goed geschreven) is het proefschrift van Maarten Hell over De Amsterdamse herberg (1450-1800).

  • Och hadden wij maar vrede

    DatumPlaats
    Geschreven31 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen4 november 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    Het invullen van bovenstaand blokje lijkt meer een gewoontedingetje, een administratieve handeling, dan dat het echt inhoudelijk iets toevoegt aan dit blog. Deze keer is dat wat anders, omdat het er in het echt iets anders uit ziet dan normaal.

    Aanhef van de brief
    Bovenkant van de brief

    Het meest opvallende is dat er geen ‘Mijn heer en liefste hartge’ aanhef is, terwijl ze dat altijd doet. Daarnaast heeft Margaretha de dag niet ingevuld: ‘den ockto 1672’ staat er enkel. Gezien de regelmaat van haar brieven en hoe de berichtgeving zich verhoudt tot vorige en volgende brieven, moet de brief van 31 oktober geweest zijn.

    Links boven staat Godard Adriaans aantekening waar en wanneer hij de brief ontvangen heeft: rec. (receptie: ontvangst van document) 5 9bris (5 november) tot ffort (Frankfurt).
    De maandaanduiding die hij kiest is iets wat we eigenlijk helemaal vergeten zijn: novem van november staat gewoon voor negen. De negende maand. Dat is het al lang niet meer, maar we gebruiken het nog steeds. En zo is 7ber september, 8ber oktober en 10ber december. Een handige afkorting die waarschijnlijk tegenwoordig tot heel veel verwarring zou leiden.

    Gezicht op de stad Heusden, anoniem, ca. 1640 – ca. 1660. Collectie Rijksmuseum
    Het ‘randevoes’ voor het grote plan van Willem III is in Langstraat, vlak bij de vestingstad Heusden. Ook Godard van Reede van Ginkel moet zich daar melden.

    Oorlog

    De grote vraag blijft waar de Brandenburgse troepen blijven! Margaretha zit duidelijk in haar maag met de dood van Zuylestein. Na de zorg om de weduwe gaat het weer over hoe de functies van Zuylestein verdeeld worden. Ze kan er met haar hoofd niet bij, het is gewoon allemaal niet eerlijk. Ze schrijft het niet hardop, maar dat haar zoon er niets bij krijgt, dat is natuurlijk het minst eerlijk van allemaal. Ook haar zoon moet zich melden voor het grote plan van Willem III. Wat er gaat gebeuren, Margaretha weet het niet, maar ze jammert nog even door. Ze doet dat uiteraard wel op geheel eigen wijze. Gelukkig kan ze altijd nog vertrouwen op God. Ze moet wel, want van de mensen moet ze het niet hebben.

    Brieffragment met Margaretha's visie op de voortgang van de oorlog

    [van geadverteert sulle werde,] wat sal ick segge
    mijns bedunckens1Mijns bedunckens: een manier om het persoonlijke van een mening uit te drukken krijcht me nu op Een heel ander
    manier als voor dees, doen2toen plachtmen te segge
    met den oude te rade en met den jonge te strijdt3Margaretha’s eigen versie van Der ouden raad, Der jongen daad, Der mannen moed Is altijd goed.
    maer nu raet men met jonge en strijtme met jonge
    en alsmen ter plaetse komt daer men vechte sal
    ist prinsipaelste vergeete dat me van noode
    heeft en alles gebreck, [dat mij t meeste bedroeft]

    [weer noch hoochger op marscheere,] ick weet nu
    niet weer waer wij op sulle hoope als alleen op
    de genaede en bermharticheijt godts daer wij wel al
    tijt op moete vertrouwe maer nu schijnt bij ons alle
    menselijcke hulpe wt te sijn, so dit deseijn4Dessein: plan sijnhoo
    cheijt misluckt sijn wij mieseraebel, [hij geeft sijn sel]

    Op naar Den Haag

    Margaretha zet de verhuizing naar Den Haag voort. Ze heeft het huis in Amsterdam voor nog een jaar gehuurd. De drost komt daar met vrouw en vader wonen om op de spullen te passen die daar opgeslagen zijn. Als ze dan toch in Den Haag is, kan ze gelijk weer achter het geld voor haar man aan.

    Brieffragment over de verhuizing naar Den Haag.

    Het zal toch niet… Vrede?

    Net als vaker in Margaretha’s brieven zit het venijn in de staart. Uiteraard krijgt Godard Adriaan de groeten van zijn schoondochter. Over de schoondochter gesproken, Margaretha gelooft dat ze weer zwanger is. Zou het wat met dat spelevaren te maken hebben? De ondertekening bevat ook geen “Mijn heer en liefste hartge” deze keer, alleen het cryptische “Ik zal blijven die u kent”. Er broeit wat. Helaas weten we niet wat Godard Adriaan haar geschreven heeft. Misschien iets dat haar irriteert?

    In de PS staat pas echt verheugend nieuws.

    de vrou van ginckel presenteert haeren dienst
    geloofve sij weer swanger is, ick sal blijfve
    die uhEd ken

    uhEd getrouwe

    men seijt dat de konin van
    vranckrijck de mediasie5Mediatie: bemiddeling van
    sweede heeft aengenoome ock
    de stilstant van wapenen maer
    dat die bij deesen staet soude
    geweijgert en teenemael verworpe
    sijn, ock dat den heere van
    schoonouwe6Frederik van Reede van Renswoude met de menister vande
    heere keurvorst van brandenburch
    die hier laest is aen gekoome weer
    naer Engelant soude gaen, mijn
    dunckt niet dat onse kosijn7Kosijn: neef. Frederik van Reede van Renswoude is de zoon van Johan van Reede van Renswoude. Het begrip neef rijkt bij Margaretha duidelijk verder dan we het nu zouden gebruiken de man is
    om so Een saeck te verichte och hadde wij maer vreede
    aen alle kanten

    Het is wel weer een “men seijt” verhaal, maar dat de Franse koning open zou staan voor bemiddeling is mooi nieuws. Jammer dat men ook zegt dat hij een wapenstilstand ten enenmale weigert. Het bericht dat neef Frederik iets diplomatieks gaat doen, dat ziet Margaretha niet zitten.

    Och hadden wij maar vrede aan alle kanten.

  • Margaretha tast in het duister

    DatumPlaats
    Geschreven11 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen20 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    De post loopt een beetje op zijn 21e eeuws, maar dan zonder apps waarin je denkt bij de te kunnen houden waar de post is. Margaretha weet alleen dat ze al twee posten geen brief van haar man gehad heeft. Door Godard Adriaans aantekening op de brief, weten wij precies hoe lang deze brief erover gedaan heeft. Negen dagen. En als je dan bedenkt dat Margaretha bij het versturen van de brief waarschijnlijk niet eens wist waar haar man precies in Duitsland zat en de adressering dus net zo vaag was (waarschijnlijk “bij het leger van de Keurvorst”), dan zie ik dat de huidige postbezorgers nog niet doen.

    Zadels

    Wij denken dat het verzenden van pakjes echt iets van deze tijd is, maar in de 17e eeuw werd er van alles verzonden. Margaretha heeft haar man in 1667 een tinnen servies, een schilderij en gerookt vlees gestuurd. Nu zijn er zadels op weg naar haar man.

    Ze heeft ze al op 1 oktober verstuurd en sindsdien benoemt Margaretha ze elke brief. Inmiddels is het vooral de hoop dat ze inmiddels aangekomen zullen zijn. Logisch dat ze het elke keer schrijft, want ze weet immers niet zeker welke van haar brieven aan komen en ook niet welke brieven van haar man wel of niet aankomen in Amsterdam.

    Brieffragment Margaretha tast in het duister over de zadels

    [ick heb] toekoomende vrijdach salt veertiendage
    sijn Een mande met saels en ander gereet
    schap dienende tot paerde op hamburch gesonde
    hoope dat teminck ockasie sal hebbe omt selfe
    aen uhEd te konne sende en dat het wel sal
    overgekoome sijn, [Een ijder verlanckt hier seer]

    Fluitschepen

    Margaretha heeft de zadels en ander paardentuig in manden gedaan en die met een schip naar Hamburg gestuurd. Door “onze VOC-mentaliteit” vergeten we nog wel eens dat we ook grote handelaren waren op de Oostzee. Onze dominante positie in de internationale handel hadden we vooral te danken aan de fluistschepen: dé vrachtvervoerders van de 17e eeuw. Het schip kon heel veel vervoeren, met een relatief kleine bemanning. Met deze schepen werden de goederen die door de VOC naar Amsterdam werden gebracht, verder verhandeld in Europa.

    Afbeelding van een modelschip met twee grote masten, zeilen en tuigage.
    Model van een fluitschip, onbekende maker, ca. 1650. Collectie Scheepvaartmuseum (Object: A.0211)

    De legers

    Margaretha tast ook in het duister wat betreft de plaats van de legers. Zowel het o zo gewenste leger van de keurvorst, als het leger van Zijne Hoogheid zelf. En als ze in het duister tast over wat de bedoelingen van de machthebbers zijn, gebruikt ze het prachtige gezegde: ‘s heeren boeken zijn duister te lezen. Ofwel: onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid. Geen wonder dat we dat spreekwoord niet meer gebruiken.

    Brieffragment. Margaretha tast in het duister over de plaats van de legers: de Brandenburgse troepen en het Staatse leger.

    [overgekoome sijn,] Een ijder verlanckt hier seer
    te hoore hoe verde den heere keurvorst nu met
    sijn leeger gekoomen is en waerse nu sijn,
    sijn hoocheijt leijt noch met sijn leeger als voor
    dees men heeft al gemeent der Eenige aen=
    slach op hande was daer niets op en volck
    heere boecke sijn voor ons duijster te leessen

    Een beetje cynisch is bij deze brief wel dat ze in de ps eindigt met de opmerking dat de post uit Keulen binnengekomen is en dat daarin gemeld wordt dat de troepen van de Keurvorst de Weser gepasseerd zijn en recht op Keulen af marcheren. Helaas weten wij dat Godard Adriaan deze brief in Frankfurt ontvangen heeft. Dat is tweehonderd kilometer uit de richting. En met de snelheid waarmee een leger in de 17e eeuw reist, is dat heel ver weg.