Tag: Troepenwerving

  • Een machtich leeger

    DatumPlaats
    Geschreven18 februari 1672Amerongen
    Ontvangen26 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Een week geleden kon Margaretha eindelijk goed nieuws doorgeven aan Godard Adriaan. Gelukkig voor haar kan dat deze week ook weer. De Republiek heeft er namelijk een bondgenoot bij in de strijd tegen Frankrijk! De vroegere aartsvijand Spanje maakt zich zorgen dat Frankrijk door de Spaanse Nederlanden wil trekken en sluit zich daarom aan bij de Republiek. Dat geeft Margaretha weer hoop!

    nu de raetifikasie ratificatie wt spange1Spanje is gekoome
    en men voor seecker hout dat den keijser2Keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk
    met ons is, schept men hier weer wat moet
    Evenwel seijt me datter booven de werfvine 
    daerse de offisiers van hebbe gemaeckt
    noch twintich duijsent man sulle werfen
    dat sal Een machtich leeger maecken,
    ent lant veel koste daer sulle weer nieuw
    schattine moeten sijn, doch tis beeter te
    geefve als vande vijanden verijaecht3verjaagd te
    worde daer de heer ons voor wil behoede

    Naast het verbond met Spanje schrijft Margaretha ook weer over de troepenwerving. Op 15 februari schrijft ze nog dat er nog dertigduizend troepen geworven moeten worden maar nu, slechts drie dagen later, zijn het er ineens tienduizend minder. Of Margaretha hier een foutje maakt in de aantallen of dat er echt in drie dagen tienduizend mannen in het leger zijn bijgekomen is een raadsel. Ongeacht de precieze hoeveelheden wordt het wel een “machtich leeger.” Margaretha is nu een stuk positiever dan eerder. Een nadeel hiervan is wel dat de enorme kosten die hiermee gepaard gaan doorwerken op de adel. Beter om iets meer te betalen aan de staat dan om veroverd te worden, aldus de pragmatische Margaretha. Margaretha houdt Godard Adriaan ook op de hoogte van de dagelijkse zaken: zo is ze begonnen met het verkopen van hun vee.

  • “Slechte en droncke bloede”

    DatumPlaats
    Geschreven15 februari 1672Amerongen
    Ontvangen23 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Naast de aankoop van de molen schrijft Margaretha op 15 februari ook over de werving. Voorbereidingen op de aankomende oorlog gaan door en de Staten van Utrecht en de Staten van Holland werven meer en meer soldaten. Margaretha is echter niet echt te spreken over de kwaliteit van deze soldaten:

    [jo sefs te harte neemt], men heeft in den haech en
    te wttrecht tot de nieuwe werfvine de offisiers
    gemaeckt so geseijt wort sijnder Eenige fraeije
    lie1lieden onder, maer meest sulcke slechte en dron-
    cke bloede dat het bedroeft is, vermidts men
    no men spreeckt van noch booven dit niewe volck
    30000 man te werfve vrees ick dat se die volcke-
    ren van de goede gein tensioneer de vorste niet
    sulle aeneeme, en hier meer volck te werfve weet
    ick niet waer sijse krijge sulle, wanter seer weij-
    nich liede van merijte2verdienste te wttrecht sijn ge-
    weest die haer nu tot deese werfvine hebbe
    aee aen gepreesenteert maer in hollant seijt
    – mee datse al braefve3dappere offijsier hebbe laeten gaen
    , men spreeckt ock te wttrecht vande bekende
    kompangi dat die so qualijck gehoude wort
    dat se heel te niet gaet en nootsaecklijck sal moete
    vergeefve worde [tot het geene uhEd]

    Margaretha maakt zich zorgen: nu wordt er al slecht volk geworven maar er zijn plannen om daarbovenop nog eens dertigduizend extra soldaten te werven. Waar moeten ze vandaan komen? Enkel tijd zal leren hoe deze pasgeworven troepen zijn in de strijd.

    Klik hier om de originele brief te lezen

  • Wat te doen, wat te doen?

    DatumPlaats
    Geschreven25 januari 1672Amerongen
    Ontvangen1 februari 1672
    Lees de volledige brief hier

    ondertuschen vermeerdere
    van dach tot dach de geruchte van oorlooch so dat
    men schrickt daer aen te dencke en heeft men te
    meer reedene daer toe vermidts men siet hier noch
    so weijnich ordere op alles gestelt1orde op zaken gesteld wort, inden
    haech is men noch al met het werck van sijn hoocheij2Zijne Hoogheid, Prins Willem III van Oranje
    beesich dat bij hollant3de Staten van Holland en West-Friesland noch niet deur en wil, in
    middels wortter noch int stuck vande werfvin4werving van soldaten en anders niets vast gestelt noch gedaen,

    De Republiek doet niets. Zo velt Margaretha haar vonnis over wat er gaande is in Den Haag op het moment van schrijven. Godard Adriaan had al in november 1671 gewaarschuwd voor de Franse bedreiging maar nu, bijna drie maanden later, hebben de politici in Den Haag nog steeds niets gedaan.

    In de Staten-Generaal heerst een patstelling tussen de prinsgezinden die Prins Willem III van Oranje willen benoemen tot Stadhouder en de Staatsen (ook wel “Loevesteiners”) die willen voorkomen dat Willem III meer macht krijgt dan strict noodzakelijk. De Stadhouder is traditioneel gezien de opperbevelhebber van het landleger van de Republiek maar sinds de dood van Stadhouder Willem II, de vader van Willem III, is er geen Stadhouder meer noch een sterk landleger om leiding aan te geven. Nu de oorlogsdreiging steeds dichterbij komt zal er toch echt iets moeten gebeuren. Geen van beide partijen wil toegeven en de goedkeuring van de oorlogsbegroting blijft uit. Pas als deze begroting door de Staten-Generaal is kan de landelijke werving voluit van start gaan. Pas dan kan Godard Adriaan concrete beloftes doen aan de Keurvorst.

    In tegenstelling tot de Staten-Generaal blijft Margaretha niet stil zitten. Wanneer de familie weg moet vluchten uit Amerongen wil ze er voor zorgen dat ze ergens terecht kunnen. De familie heeft een huis aan de Kneuterdijk in Den Haag, een prachtig pand wat Margaretha geërfd heeft van haar oom Jacques Wijts. Maar, als de Engelse vloot de Nederlandse vloot verslaat en weet te landen in de Republiek dan ligt Den Haag onbeschermd. Amsterdam is een veel veiligere keuze maar daar heeft de familie helaas nog geen onderkomen. Margaretha vraagt dus de drost van Amerongen om te zoeken naar een huis wat ze kan huren.

    Eerment denckt daerom ick ten hoochste bekomert5bekommert: met zorg vervuld ben en weet niet of wij inde haech6Den Haag al sulle verseeckert7veilig weesen, heb onsen drost8een drost is een ambtenaar die een bepaald gebied bestuurd die merge naer Amsterdam gaet last9opdracht gegeefve om te hoore of daer niet Een huijs of Een gedeelte van Een huijs al wast achter af voor Een reedelijcke prijs daer wij ons soude konne behelpe te krijgen is, Eer hijt huert sal ick uhEd goetvinde en beliefte hier op verwachte

    Door de patstelling in de Staten-Generaal heeft Margaretha weinig hoop dat de Republiek Frankrijk alleen aan kan. Ze sluit haar brief dus door het uitspreken van hoop in het slagen van de missie van haar man:

    mij sal wel verlange of den keurvorst10Keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg met ons in alliansie sal treede