Tag: Godard van Ginkel

  • Meer over laatste dagen van 1672

    DatumPlaats
    Geschreven9 januari 1673Den Haag
    Ontvangen21 januari 1673
    Lees hier de originele brief

    Eindelijk is er weer een brief van Godard Adriaan bezorgd. De brief is persoonlijk aan Margaretha overhandigd door kolonel Johan Thibault Webbenom. Volgens de kolonel en de inhoud van de brief maakt Godard Adriaan het goed. Toch maakt Margaretha zich zorgen. De brief van haar lieve man is alweer drie weken oud. Zou het nog steeds goed gaan? Margaretha heeft al haar brieven naar Bielefeld gestuurd. De vraag is of Godard Adriaan blij zal zijn met de inhoud van haar brieven…

    De droefviege toestant van ons liefve vaderlant

    In de brieven die Margaretha reeds richting Bielefeld verzonden heeft, rept ze over de toestand in de Republiek. Ze schrijft hierin onder andere over de tocht van de hertog van Luxembourg. De eerste week van januari is rustig verlopen, maar Margaretha weet ook dat de Franse dreiging nog lang niet voorbij is en dat het makkelijk weer mis kan gaan als het gaat vriezen… De hertog, heeft Margaretha vernomen, schijnt in het water te hebben gelegen en is ziek geworden. Ook was een aantal militairen verdronken.

    Brieffragment over de droevige toestand van ons lieve vaderland.

    en daer wt sien den droefviege toestant van
    ons liefve vaderlant, wij sijn hier nu weer
    wat in stilte hoe lange het duere sal weet die
    groote godt met d Eerste vorst hebbe wij die
    alarm weer te verwachte de heer almachtich
    wil ons behoede, den hartooch van lutsenburch
    seijt me dat int water geleegen heeft en te
    wttrecht sieck leijt, tis seecker sijn volck
    seer gedevaliseert1devaliseren: zich met geweld meester maken daer weer ingekoomen is
    en datter Etelijcke verdroncken sijn[, had]

    Gravure van de Hertog van Luxemburg. Een onaangenaam heerschap met een strak gezicht en een snor als een vlinderstrik kijkt je recht aan. Hij heeft lang krullend haar, een kanten kraag . Daaronder een kuras (een stalen borstplaat), waaruit sierlijk geborduurde mouwen steken. Je ziet nog net dat hij in zijn hand met enge lange nagels en een manchet met veren, een handvat (van een zwaard?) vast houdt. Achter hem is een gordijn open getrokken en daar zie je gevechten. Op de voorgrond jaagt een man met een zwaard op een vrouw met twee kleine kinderen, links en rechts worden net mannen doodgestoken. Op de achtergrond een ophaalbrug en daarachter staat een heel dorp in lichterlaaie. Onder de prent staat: Montmorency. Hertoch van Luxemburch, geweest gouvarneur van Utrecht.
    Spotprent van de hertog van Luxembourg. Afbeelding afkomstig uit Abraham de Wicqueforts Journael, of dagelijcksch verhael van de handel der Franschen in de steden van Uytrecht en Woerden. Op de achtergrond het bloedbad van eind december 1672. Bron: Utrechts Archief

    De tocht van Luxembourg

    Maar als de Staatse generaal Moïse Pain et Vin zijn post niet verlaten had, hadden de Franse troepen zich niet terug kunnen trekken en waren er veel meer omgekomen. ‘Sij waren alle in Een sack’, aldus Margaretha, ‘daer souder niet Een afgekoome sijn’. Wederom een smet op het blazoen van het Staatse leger.

    Brieffragment 1 over Pain et Vin in Nieuwerbrug
    Brieffragment 2 over Pain et Vin in Nieuwerbrug

    [en datter Etelijcke verdroncken sijn,] had
    penevijn die post aende nieuwe bruch niet
    verlaeten, sij waeren alle in Een sack daer
    souder niet Een afgekoome sijn[, door den ster]

    De herovering van Coevorden

    Een schilderij van een man die een binnenpretje lijkt te hebben of stiekem een scheetje heeft gelaten in zijn harnas. Hij heeft lange bruine krullen, zijn wenkbrauwen lijken opgetrokken. Hij heeft een streepsnorretje en een kneveltje op zijn kin. Om zijn nek zit een wit sjaaltje geknoopt. Hij draagt een harnas. 
NB we zijn het niet helemaal eens over zijn gezichtsuitdrukking. Door andere redacteuren wordt genoemd: trots, zelfverzekerd, zelfingenomen, arrogant, verveeld en alsof hij spijt dat hij zijn snor heeft laten staan voor het portret....
    Portret van Carl von Rabenhaupt uit 1670, anoniem. Collectie Rijksmuseum

    Toch was er ook nog goed nieuws over de krijgsverrichtingen van de Republiek te melden: op 30 december 1672 wist de Boheemse legercommandant Carl von Rabenhaupt Coevorden te heroveren. Margaretha geeft een opsomming van wat er in de heroverde vesting is aangetroffen: 2000 gulden aan contanten, het zilveren servies van de bisschop en 140 stuks geschut. Kort na de overwinning komen er pamfletten uit waarop complete overzichten staan van wat er in Coevorden is buit gemaakt. De Republiek kan trots zijn op de Boheemse edelman: ‘die man doet al fraeije acksie’, vat Margaretha de mening van eenieder over ‘raefvenshooft’ samen.

    Brieffragment over Coevorden

    [vaeren,] het veroveren van koefverde dat
    raefvenshooft bij antreeprijse heeft ingenoome
    20000f, aen kontante het silver servies van
    bischop en hondert en 40 stucke geschut daer
    in gevonde en verovert, heeft hier blijschap
    veroorsaeckt, die man doet al fraeije acksie

    De bestorming van Coevorden, 30 december 1672, Pieter Wouwerman, 1672 – 1682. Collectie Rijksmuseum

    De situatie van Van Ginkel

    De ruiterij is in de steden gelegerd; het regiment van Van Ginkel bevind zich te Gorinchem. Eén van de knechten van Margaretha’s zoon is heel ziek. Gelukkig is zoonlief zelf weer aan de beterende hand. Margaretha hoopt hem snel weer te zien. In haar brief van 2 januari 1673 schreef ze dat Van Ginkel een aderlating heeft ondergaan. Nu schrijft ze dat hij in 48 uur maar liefst vier keer is adergelaten. Zoonlief had laten weten dat zijn ziekte te wijten was aan het feit dat hij in ijskoud weer 20 uur lang in het zadel heeft gezeten.

    Brieffragment over de nieuwe aderlatingen van Van Ginkel

    ick verlange he mijn soon te sien hij is in tijt
    van tweemael 24 Eure 4 mael gelaete
    had op deene sijde Een speesie van beroerte
    doch nu de heer sij gedanckt weerover en wel
    volgens sijn leste schrijfve, deese sieckte is door
    de groote koude die hij so geseijt wort 20 Euren
    aen Een te paert sittende in dat felle weer
    veroorsaeckt, sij hebbe Een seer swaere mars ge
    hadt[, nu seijt me dat mompelijan het luijtenant]

    Een kabinet met specerijen

    Klaarblijkelijk heeft Godard Adriaan een de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) een dienst bewezen. Margaretha sluit haar brief af met de mededeling dat ze als bedankje hiervoor een kabinet met specerijen heeft ontvangen. Ze heeft het kabinet nog niet geopend, maar aangezien de specerijen tegenwoordig heel duur zijn, komt het onverwachte geschenk zeker van pas.

    Brieffragment over het kistje met schilderijen

    so sende de heer van oostindishe kompangi aen mij en doen
    Een komplement maecke over Eenige dienste die sij segge uhE
    haer gedaen heeft, waer voor sij uhEd opt hoochste bedancke
    en sende mij tot Een teeken daer van Een kabijnet met
    Eenige speeserije dat ick noch niet geopent heb, maer wel
    te pas sal koome de wijlle de speeserije hier heel dier sijn

    Een prent die en beetje scheef staat. We zien een tropisch landschap met verschillende palmen en bomen. Op de voorgrond links, naast een ananasplant, geeft een Hollander aanwijzingen aan enkele lokale inwoners van het land. De lokale inwoners dragen slechts een lendendoek. Ze hebben zakken met stokken of pijlen. Rechts zit een man op een kameel, daarvoor loopt een ezeltje met een zware last. Met een legenda in het Frans en het Nederlands. We zien onder andere een kaneelboom, een peperboom, een kruidnagelboom met bloemen, nootmuscaatboom, een wonder kruid boom en vijgebomen.
    Bomen en specerijen. De prent is afkomstig uit een album met voorstellingen van planten, dieren en volkeren van West- en Oost-Indië. 1682-1733, Romeyn de Hooghe. Collectie Rijksmuseum
  • Haruut! De vijand is hier!

    DatumPlaats
    Geschreven2 januari 1673Den Haag
    Ontvangen13 januari 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Margaretha en haar familie hebben 1672 overleefd maar de oorlog is nog niet voorbij. Margaretha’s vorige brief zat vol slecht nieuws: de vijand is een duister plan aan het smeden en ze heeft al weken niets gehoord van haar zoon. Zal 1673 een fortuinlijker jaar blijken dan 1672 of zakt de Republiek verder de rampspoed in?

    Ziekte van Van Ginkel

    De brief begint relatief goed: eindelijk hoort Margaretha weer iets van haar zoon! Ziekte teistert de familie zowel in Den Haag als in het verre Charleroi: zoonlief kon geen brieven schrijven omdat een flinke verkoudheid met koorts hem geveld had. De dokters zijn inmiddels langs geweest bij Van Ginkel en zij denken dat de ziekte voorbij het hoogtepunt is. Het gevaar is geweken. Haar zoon heeft veel geluk gehad: hij is niet de enige die getroffen is door ziekte in het Staatse leger. Meerdere hoge officiers zijn zelfs overleden hierdoor.

    Brieffragment ziekte Van Ginkel

    dat is dat de
    heer van ginckel volgens sijn schrijfve vande 27
    wt bruijsel en die vande heere vrijberchge1Cornelis van Vrijberghe beeter
    en volgens t oordeel vande docktoore sijn sieckte
    opt hoochste is geweest en buijte prijckel2perikel: gevaar weer
    was, daer wij godt niet genoech voor konne
    dancke, sijn sieckte is hem int leeger voor schar
    =leroij met Een viemente3vehement: stevig verkoutheijt en konti
    =niweele koorts aengekoome alsmeede den luijte –
    nant generael weldere4Johan van Welderen en den ritmeester de
    gruijter5Onbekend, die sijn hoocheijt door de graef van
    werfusee6Floris Carel van Beieren Schagen, graaf van Warfusé en 60 ruijters naer bruijsel liet
    brenge, daer weldere en de gruijter den darde
    dach naer datsij daer waere, sijn gestorfve
    so den heere vrijberge die schrijft onse soon

    Aderlating. Fragment uit Jacob Fransz. (ca. 1635-1708) en zijn familie in de chirurgijnswerkplaats, Egbert van (I) Heemskerck, 1669. Collectie Amsterdam Museum

    Dat Van Ginkel het overleefd heeft is aan twee zaken te wijten, schrijft Margaretha: gezond verstand en een goed gestel. Toen hij hoorde dat er al mensen overleden waren omdat ze geen rust namen heeft hij meteen verzocht om logement bij iemand in huis te nemen in plaats van verder te reizen naar het barre, koude legerkamp bij Charleroi. Het laatste nieuws wat Margaretha heeft gekregen over haar zoon is dat hij een aderlating ondergaan heeft. Hoe hem dit bekomen is, dat is nog wachten tot de dag van morgen.

    Brieffragment Van Ginkel in Brussel

    seer intstantelijck versocht te hebbe sijn loosgement
    in sijn huijs bij hem te neeme, het welcke hij Exk
    =useerde en in sijn herberch is gebleefve, seijt
    segge, de docktoore bij aldien de heer van ginckel
    niet Een bij sondere starcke natuer had ge=
    =hadt daer niet vande op soude gekoome hebbe
    hij is te bruijsel g Een Adergelaeten, nu ver
    lange wij seer naer den dach van mergen
    dat de bruijselse post komt om te hoore hoet
    nu is en hoet laeten hem is bekoome, [ijan sijn]

    Over het ijs!

    Helaas blijft het in deze brief niet bij enkel goed nieuws. Godard Adriaan krijgt eindelijk te horen welk vilein plan de vijand bekokstoofd heeft: doordat het zo hard gevroren heeft is de Hollandse Waterlinie stijf bevroren. De Franse troepen konden simpelweg over het ijs de Staatse troepen omzeilen. Holland lag wijds open! Zouden ze hun belofte om Den Haag te plunderen nu waar maken?

    Eerste brieffragment alarm in Den Haag
    Tweede brieffragment alarm in Den Haag

    [sieck tot bruijsel gebrocht was,] daer op kree
    chge wij snachts hier den alarm dat de vijant
    overt ijs van achteren bij boodegraef7Bodegraven was
    in gebroocke dat konins merck8Kurt Christoph von Königsmarck met sijn volck
    tot Alphee9Alphen aan de Rijn was gereetireert10retireren: terugtrekken, den r p fagel11Raadspensionaris Gaspard Fagel

    en andere heere die savonts te tien Eure deese tijdin
    al hadde en aenstonts derwaerts ginge, seekree
    teerde12secreteren: geheim houden het, [maer snachts ontrent Een Eur quam]

    Den Haag is in rep en roer. De hoge heren zijn al verdwenen uit de stad, zij hadden het nieuws schijnbaar al eerder. Er ontstaan weer volksoproeren en de burgers nemen het heft in eigen handen. Niemand mag de stad uit. Margaretha weet niet wat ze doen moet: ze lag al wakker met zorgen om haar zoon maar nu komen ook de Fransen ineens heel erg dichtbij.

    Derde brieffragment alarm in Den Haag

    maer snachts ontrent Een Eur quam
    der post op post, en ick die door de bekomerin van
    mijn soon niet kost slaepe, hoorde de klapper
    man roepe harwt harwt, daermeede, Elck
    ten bedde wt de burgerij in wapene de klocke
    op alde dorpe luijde alles was in sulcken roer
    dat het mij niet licht vergeeten sal, ick was
    meest met de vrou van ginckel en de kindere be
    komert en kostse onmoogelijck niet wech krijge
    de burgers oft kanaelgecanaille: gepeupel wilde onmoogelijck niet
    lijde13lijden: dulden datter Eimant wt den haech ginck, [het huijs]

    Gelukkig zet al snel de dooi in. Eindelijk lijken Margaretha’s gebeden om hulp vervuld. De Fransen moeten snel terugtrekken en moeten daarvoor langs de post van commandant Pain et Vin bij Nieuwerbrug. Alleen… hij blijkt gevlucht te zijn.

    De vraag op ieders lippen: hoe kon dit gebeuren? Waar was het Staatse leger toen ze eindelijk de Fransen de pan in hadden kunnen hakken? Weer is het Staatse Leger ineffectief gebleken tegen een Franse invasie.

    Eerste brieffragment terugtocht Fransen
    Tweede brieffragment terugtocht Fransen

    [schrijfve], doch moet noch segge dat godt almachtich
    ons op Een bijsondere manier sijn genade heeft ge
    toont door Een seer schielijcke14schielijk: snel en viemente doeij
    waerdoor den vijant niet voort noch te ruch en
    kost, en sonder dat pinevien15Moïse Pain et Vin, bevelhebber van het Staatse leger wat Bodegraven had moeten beschermen sijn post die hem aenden
    nieuwe bruch16Nieuwerbrug aen bevoolle was had verlaeten naer

    oordeel van alle mense had de vijant so beset geweest
    datter geen of weijnich van hadde konne koomen
    nu hout me voorseecker dat sij die post diese in hadde
    gehoude teenemael hebbe verlaete en weer na wt=
    trecht sijn, [men meent dat de komst van sijn hoocheijt]

    Franse wreedheden in Bodegraven en Zwammerdam in 1672, Romeijn de Hooghe. Collectie Boijmans Van Beuningen.

    Margaretha moet even alle stress en spanning kwijt bij haar liefste hartje. Hoe lang zal deze verwoestende oorlog nog doorslepen? Zal 2023 1673 eindelijk geluk, zege en voorspoed brengen? Voor de dorpelingen van Zwammerdam en Bodegraven is het al te laat: de gefrustreerde Franse troepen hebben de dorpen geplunderd en afgebrand op hun terugtocht. Zonder huis zullen zij deze killer winter moeten zien door te komen.

    Brieffragment klaagzang

    [de] heer almachtich wil ons bij staen en geefve wij in dit
    ijaer 1673 meer geluck seegen en voorspoet mooge
    hebbe alst voorleeden ijaer, so lange den vijant inde
    provinsi van wttrecht is sulle wij ingeen rust sijn
    maer met de Eerst vorst die wij alledage hebbe te
    verwachte alweer inde selfde alarm weese, tis seer
    droefvich te sien so hier ontrent alles geruwineert wort
    de plantaesge uijleboome de koekamp alle die boome
    sijn afgehouwe legge inde wech, de dorpe boodegraef en
    swamerdam sijn so af gebrant door den vijant datter
    geen ses huijse sijn gebleefve en voort al die streeck
    lans afgebrant, die schoone huijse, wat is dit Een ru
    wineusen oorlooch int hartge vande winter so veel mens
    verijaecht, och ons liefve vaderlant is wel in Een seer
    droefvigen staet, het Eene droefheijt komt mij opt
    ander en heb niemant dien mij raet heb van uhEd
    ock in so lan niet gehoort hoop het wel sal sijn, en dat
    de heer almachtich ons sal te hulpe koome op wien
    alleen betrouwe blijfve
    uhEd getrouwe
    M Turnor

    P.S. Toch geen verkoudheid?

    Zoals wel vaker voegt Margaretha aan het einde van haar brief nog recenter nieuws toe. Zo heeft ze net meer nieuws over haar zoon gekregen. Het schijnt dat hij niet enkel last had van een flinke verkoudheid maar ook van enige “belabbertheijt aen sijn tong”. Het klinkt alsof Van Ginkel door alle ontberingen een lichte beroerte heeft gehad. Haar moederlijke instincten ontwaken meteen: moet ze naar haar zoon toe?

    Brieffragment belabberdheid van de tong

    seijde dat hij beeter was maer
    Eenige belabbertheijt aen sijn
    tong hadt wisle wist niet
    te segge waer wt het selfve
    ont staet, dat mij nu weer
    nieuwe bekomeringe geeft
    vreesende het Een nieuwe
    toe val sal sijn daerom ick
    seer beducht ben niet weeten 
    de wat ick doen sal of daer
    nae toe gaen of niet gaen
    ick souder konne bevriese en
    niet weeten hoe weerom te koo
    =men, sal de post van merge
    afwachte, daer seer nae verlan

    P.S. Gelukkig nieuwjaar!

    Margaretha mag Kerst dan wel negeren, voor het nieuwe jaar is ze niet blind:

    Brieffragment gelukzalig nieuwjaar

    ick wensche uhEd hiermeede Een
    geluck salich nieuwe ijaer met
    meerder rusten minder sonde
    te beleefve,

    Een gelukzalig nieuwjaar met meer rust en minder zonde…

  • Vrede of vechten?

    DatumPlaats
    Geschreven8 december 1672Den Haag
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    De ordinantie is nog steeds niet binnen. Margaretha vraagt zich af wat de intenties van raadpensionaris Fagel zijn. Waarom houdt hij haar zo lang op en vertelt hij niet waar het aan schort? Het enige wat de raadpensionaris haar verzekert, is dat hij snel zal betalen…

    met de laeste post heb ick uhEd Een meemoorije1Memorie: financieel overzicht vant
    geene ick seedert deselfs vertreckt heb ontfange
    en wtgegeegve, de bekende ordinansie 2verordening heb ick noch 
    niet kan niet dencke wat den heere r pensionaris 3Raadpensionaris Gaspar Fagel
    intensie is dat hij mij so van dach tot dach op hout
    sonder te segge waert aen hapert maer verseeckt kert gestadich dat hij mij die sal bestelle [, de]

    Geld voor Van Ginkel

    Maar er zijn nog meer geldzorgen. Margaretha’s zoon heeft moeite geld voor zijn compagnie of regiment te ontvangen; de betaling loopt inmiddels drie maanden achter! Maar Van Ginkels mannen zijn niet de enigen die klagen; de hele militie wordt slecht betaald. Margaretha hoopt dat het snel zal verbeteren. In ieder geval moet eerst orde op zaken worden gesteld. In Den Haag was men al bezig om de financiën – die volgens Margaretha onder Johan de Witt ‘in het verloop waren geraakt’ – in orde te brengen.

    [kert gestadich dat hij mij die sal bestelle,]
    de heer van ginckel kan ock geen betaelin voor 
    sijn kompangi of reesgement krijge is bij de 
    drije maende ten achtere, de ruijters konne 
    niet wachte so dat hij int verschot moet sijn 
    doch hij ist niet alleen de heelle meeliesie klaecht 
    seer van quade betaeline, wij moete hoope dat 
    Eens beetere sal men heere van hollant sij bee 
    =sich om ordere op haere finansie die bij den 
    oude r p de wit4Raadspensionaris Johan de Witt teenemael int verloop is ge 
    raeckt te stelle, so geseijt wort ist op Een 
    goede voet, [maer aldewerlt klaecht seer over]

    Kaartspelende soldaten, Cornelis Bloemaert (II), naar Abraham Bloemaert, na ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.

    De wapenen neerleggen, of opnemen?

    Van het leger van de Prins van Oranje heeft Margaretha sinds haar laatste brief niets meer gehoord. Hij schijnt zich met zijn leger ergens rond de Roer op te houden. Ook van de vloot is er geen nieuws. Wel zijn de Zweedse ambassadeurs inmiddels gearriveerd. Zit er dan toch een vredesverdrag aan te komen? Margaretha heeft vernomen dat de ambassadeurs een wapenstilstand zullen gaan voorstellen. Maar is dat wel zo’n goed idee? ‘De wijste lieden oordelen dat wij de vrede met de wapenen in de hand behoorden te maken’, aldus Margaretha. Vechten tot de laatste man, geen wapenstilstand!

    Een goede vreede wwas ons wel nodich maer
    de wijste liede oordeelle dat wij de vreede
    met de wapenen inde hant behoorde te maecke
    en geen stilstant van wapenen hoore toe
    te staen[, men seijt tot wttrechten die proo]

    De komst van de Zweedse ambassadeurs staat ook in de Oprechte Haarlemse Courant van 10 december. De heren extra-ordinaris Zweedse ambassadeurs worden vanuit Rotterdam verwacht in Den Haag. Of ze echt een publieke intrede zullen doen, weet men nog niet. Men zegt dat ze zullen logeren in het huis waar de Franse ambassadeur gewoond heeft.

    Bericht uit de Oprechte Haarlemse Courant van 10 december 1672 over de Zweedse ambassadeurs. Via Delpher.nl

    Een brief van de koning

    In Utrecht zijn brieven van de Franse koning verschenen. De koning eist niet alleen dat de opgelegde som geld tot op de laatste stuiver wordt betaald, maar dwingt de Utrechtenaren ook nog eens 1600 bedden te regelen.

    [te staen,] men seijt tot wttrecht en die proo
    =vinsie brijefve vande koninck van vranckijk
    sijn gekoome met last dat sij daer de ge=
    =Eijste som tot Een stuijver toe soude doen
    betaelle, daeren boove Eijschen sij noch
    1600 bedde daer van 300 inde buerkerck
    tot behoef vande siecke soude geleijt worde

    Turenne, Condé en de keurvorst

    Margaretha verlangt zeer naar de brieven uit Duitsland en Maastricht. Ze is niet de enige. Iedereen wil weten of het leger van de keurvorst van Brandenburg de Rijn al is gepasseerd. Waarom is het Brandenburgse leger nog niet slaags geraakt met de Franse troepen? Er gaat geruchten rond. Margaretha gaat niet in op de inhoud van de geruchten, maar het heeft er alle schijn van dat veel onderdanen geen hoge pet meer op hebben van de keurvorst. ‘Men kan alle mensen de mond niet stoppen’, schrijft Margaretha. Wat kan de kwalijk sprekers het ongelijk bewijzen? De Brandenburgse generaal-majoor Wolfgang Ernst von Eller zu Laubach is in elk geval goed bezig: hij heeft in Münster veel buit gemaakt. ‘Altijd een goed teken’, vindt Margaretha. Ze hoopt dat de keurvorst hetzelfde zal doen en dat dit de kwaadsprekers de mond zal snoeren.

    [duijster te leesen,] en men kan alle mense
    de mont niet stoppe, dat den heere Eller 5Wolfgang Ernst von Eller zu Laubach
    int sticht Munster so ageert en sulcken buijt 
    maeckt is, altijt Een goet teijcken hoope 
    de keurvorst het ver met sijn volck ver=
    volchge sal en daer door de qualijck 
    spreeckers den mont stoppe, [onse tietge]

    Gravure van de stad Münster, op de voorgrond staan mensen, nonnen, bepakte ezels en schapenhoeders. Je ziet duidelijk de verdedigingswerken, de stadsmuur en alle torens binnen de stad.
    Panorama van Münster, Pieter Nolpe, naar Johannes van Alphen, 1648 – 1653. Collectie Rijksmuseum.

    Het thuisfront

    Tietge is weer helemaal beter. Met Fritsje valt het gelukkig ook allemaal mee. In haar brief van 5 december schreef Margaretha nog dat het jongetje de pokken leek te hebben. Gelukkig blijkt hij niet besmet te zijn; het was slecht een maagkoorts (waarschijnlijk een buikgriepje).

    Wederom krabbelt Margaretha iets op het papier als ze haar brief al heeft afgesloten. Dit keer geen oorlogsnieuws, maar nieuws over de stad die ze nog niet zo lang geleden verlaten heeft: in Amsterdam is een stuk van de stadswal omvergevallen. Gelukkig zijn de reparatiewerkzaamheden al in volle gang.

    te Amsterdam
    is Een stuck vande 
    stats wal om 
    veerge valle het 
    welcke weer opgemaeckt wort

  • De oude sleur

    DatumPlaats
    Geschreven21 november 1672Den Haag
    Ontvangen2 december 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    De brief van vandaag is heel bijzonder: de adressering is bewaard gebleven!

    Een velletje papier met in het midden een adressering:
Mijn heer van Ameronge
Etc bij sijn keurvorstelijcke
doorluchticheijt van brandenbur
int selfve 
leeger
Onder het adres zitten twee lakstempels waarmee de provisorisch gevouwen envelop verzegeld geweest is. Uit de bovenkant mist een stuk papier dat bij het openen onder één van de lakzegels is blijven zitten.
    Briefomslag

    Margaretha neemt een apart velletje papier om om haar brief te doen. Ze vouwt het zorgvuldig om de brief heen en sluit de brief dan af met zegellak. Ook de adressering is van een eenvoud die we nu niet meer kennen: meneer van Amerongen bij de keurvorst in het leger. En desondanks komen de brieven langzamerhand weer beter aan.

    De arts

    Het gaat steeds beter met Welland, hij blijft nog op zijn kamer, maar de koorts is weg en hij krijgt weer trek. En hoe!

    Margaretha’s angst is waarheid geworden: Tietge heeft de pokjes. De arts van Welland heeft er naar gekeken en die zegt ook dat het een kwaaie aard van pokjes is. Margaretha is duidelijk: ze luistert niet naar de arts, ze houdt zich gewoon aan de oude sleur. Is dit een sneer naar Welland die juist zo aan de arts hangt?

    Brieffragment over de zieken
    Laatste twee regels brieffragment over de zieken

    den heer van wellant is heel aent beeteren doch
    hout noch sijn kamer de koorts heeft hem ver
    laete ock krijcht hij smaeck int Eeten en ver
    lanckt daer middach en avont naer, onse
    liefve tietge heeft de pockges is heel vol
    wt geslage se sijn als punte van spelde so
    kleijn en wille niet wel op koomen den
    docktoor van wou die over de heer van
    wellant gaet seijt het Een seer vuijllen
    aert van pockges is, datse so quaelijck
    op koome bekomert mijn seer, wij gebruijck
    geen raet vande docktoor maer volgen den
    oude sleur, sij is gesont van harte nu se
    wtgeslage sijn, ick hou de andere kinde
    =ren daer heel af, so lan de 9 dage niet
    om sijn isser niet van te segge de heere

    hoope ick salse weeder tot gesontheijt brenge
    of geefve wat haer en ons salich is, [hoewel]

    Een man, de arts, kijkt aandacht naar een glazen kolf met urine. Voor hem op tafel staat een koperen schaal, een fles een een boek opengeslagen op de pagina van een skelet. IN het donker op de achtergrond een vrouw.
    De dokter, Gerard Dou (kopie naar), 1650 – 1669. Collectie: Rijksmuseum

    De veldtocht van Van Ginkel

    Het is weer niet gelukt om geld te krijgen, maar er is gelukkig wel een brief van haar zoon! En die brief komt uit Bernouw, ten zuidoosten van Eijsden. De mannen hebben het zwaar: eindeloos marcheren, slapen onder de blauwe hemel en er is nauwelijks hooi en stro voor de paarden meer te vinden. Nu hebben ze een paar dagen welverdiende rust. Waar ze heen gaan? Het blijft gelukkig geheim.

    Brieffragment veldtocht van Van Ginkel

    [vaeren sal te verwachte staen,] vandae
    hebbe wij briefve vande 18 deeser van de heer
    van ginckel gekreechge, wt barnau1Berneau/Berne/Bernouw ten zuidoosten van Eijsden Een
    half eur van navange2Navagne, Fort Navagne bij Eijsden, ook bekend als de Elvenschans , sijn hoocheijt lach
    op Eijsde ent hooft quartier int dorp tot
    Eijsde, ons volck so ick hoore was al vrij wat
    gefatigeert hebbe dach op dach gemarscheert
    en snachts onder den blauwen heemel moete
    rusten, daerse quamen weijnich voeraesge3Fourage: millitaire term, hooi en stro voor de paarden
    gevonde, so hebbe daerse nu sijn seedert
    heeden acht dagen gerust het welcke noot=
    saecklijck was, het deseijn4Dessein: doel van sijn hoocheijt wort
    noch heel geseeckreeteert5Secreteren: geheim houden dat goet is,

    Eindelijk gevechten!

    Wat betreft de troepen van de keurvorst hoopt Margaretha dat ze inmiddels bij de Rijn zijn. Bovendien is ze blij dat er eindelijk gevochten is. Het fijne van de gevechten komen we uit haar brieven niet te weten. We weten ook niet of Margaretha zich een beeld kan maken van hoe het er bij de veldtocht aan toe ging. Het diplomatieke spel ging ook tijdens de veldtocht door. Godard Adriaan had te maken met een belangrijke tegenkracht: Raimondo Montecuccoli, ervaren militair en geslepen diplomaat. Hij werkte voor de Keizer van het Heilige Roomse Rijk en had één opdracht: zorgen dat er niet gevochten werd. En hij was hierin erg succesvol.

    Het leger van de Keurvorst bestond ook niet alleen uit Brandenburgse troepen, maar ook uit troepen van de keizer onder Montecuccoli’s bevel. In dat leger was de Hertog van Lotharingen, Karel IV, vertegenwoordigd met ongeveer 2.500 ruiters. Lodewijk XIV had twee jaar tevoren Lotharingen ingelijfd. Hertog Karel IV wilde dus maar wat graag tegen de Fransen vechten. Het lukt zijn soldaten om in gevecht te raken met Franse troepen en succesjes te behalen. Waarschijnlijk doelt Margaretha op deze gevechten. Helaas werd dit eigen initiatief van de Hertog van Lotharingen half november door Montecuccoli de kop ingedrukt.

    Brieffragment over de overwinningen van het Brandenburgse leger

    men is hier verblijt overt reijnkonder6Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. datter
    tuschche den heere keurvorst en volckere en de
    franse is geweest, te meer om datse nu feijtelij
    hebbe geageert7Ageren: krijgshandelingen verrichten , men hoopt de keurvorst met
    sijn volckeren nu over den rhijn sal sijn, en
    dat me nu alledaech wat goets sal hooren
    konde8Louis II van Bourbon, prins van Condé gelooft men niet dat noch so naer bij
    uhEd kan sijn, de heer almachtich wil den
    heere keurvorst uhEd ent ganse leeger bewaer
    het selfve vicktoorije en overwininge geefe
    daer hier wel hartelijck voor gebeeden wort

    Schaatsen

    Bij de serie “klein nieuws” hoort inmiddels het platbranden van dorpen: deze keer was Abcoude aan de beurt. Het was nu een militaire actie. In de Kasteel van Abcoude zaten Staatse militaire, die probeerden de Fransen eruit te krijgen. Dat is gelukkig niet gelukt. Verder wil de Vrouw van Ginkel nog steeds naar Gelderland en zijn de koopvaardijschepen uit de oost behouden binnen gekomen.

    In de serie “bijzonder nieuws” vertelt Margaretha dat de Fransen schaatsen hebben aangeschaft. Dat is vast niet vanwege de originele Hollandse ijspret. Ze hoopt maar dat ze de winter rustig doorkomt en in Den Haag kan blijven.

    Brieffragment over schaatsen

    [meer van hoope sij goede raet sal volgen,] en wij met rust
    deese winter hier sulle mooge blijfve, men seijt den vijant
    meenichte van ijspoore9IJssporen: metalen punten die je onder je schoenen, klompen of laarzen kunt binden om grip te krijgen op het ijs en schaetse laet maecken, [vermeer]

    Een tekening van Hollanders, geen Fransen, op schaatsen. vooraan een vrouw en een jongen, een man met een ijshockeystick. Er staat een kruiwagen met koek en zopie. Het ijs is vol met mensen, zo ver het oog rijkt
    IJsvermaak, ca. 1615 tot 1630, Hendrik Avercamp (1585-1634). Collectie: Teylers Museum
  • Drama

    DatumPlaats
    Geschreven7 november 1672Den Haag
    Ontvangen12 november 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    In de afgelopen periode herhaalde Margaretha vaak haar verhalen in de brieven. Daar zat een praktische reden achter: ze wilde geen brief overslaan en ze wist niet welke brieven haar man wel en welke hij niet gekregen had. In deze brief heeft ze niet de luxe zichzelf te herhalen: er gebeurt opeens zoveel tegelijk… En het is een drama.

    Geld

    Het meest verontrustende is dat tijdens de veldtocht met de keurvorst Godard Adriaans rustwagen verdwenen is en vervangen moet worden. De zekerheid van een slaapplaats bij het eindeloze reizen en het slechte weer is onontbeerlijk. Hij heeft die rustwagen dus echt nodig. Hij heeft de raadspensionaris al benaderd en nu spreekt ook Margaretha Caspar Fagel hierover aan. De relatie tussen die twee loopt inmiddels niet zo goed meer. Margaretha moet nog steeds geld krijgen voor het werk van haar man. Volgens de heren van de Staten van Holland is het geld betaald en is het aan Fagel om een uitbetaling te doen. Fagel belooft al zes weken dat hij werk zal maken van de betaling en heeft haar de laatste keer laten afwimpelen met de mededeling dat hij weet van haar zaak. Margaretha weet niet wat ze ervan moet denken.

    Eerste brieffragment over het krijgen van geld
    Tweede brieffragment over het krijgen van geld

    weegens de versochte ses duijsent gul is noch
    niet gedaen se segge het alleen staet aenden
    heere raet pensionaris fagel die weegens men
    heere van hollant aende generaelijtijt moet
    voorbrenge en segge dat hollant inde post
    van defroijemente1Defroyement: Onkostenvergoeding over heeft betgelt2Begelden: Betalen en ver
    =soecke dat het geene sij nu so aen uhEd als
    anders sulle avanseere3Avanceren: voorschieten het selfve haer opt
    toekoomende ijaer mach werde goet gedaen
    dit heeft hij heer raetpensionaris nu meer
    als ses weecke geleede aengenoome en belooft
    te doen maer stelt het van dach tot dach
    wt daer komt niet van ick heb hem gesocht
    doen ick laest hier was hier over te spreecke

    dan liet mij segge ick hem woude Exskuseere dat
    hij mijn saeck wel wiste, en anders niet, ick sal
    hem Evewel alweer soecke te spreecke en sien
    watter van sal koomen, weet niet wat ick sege
    of dencke sal, [dat uhEd so weijnich briefve van]

    Informatie

    Als diplomaat is het belangrijk dat je vanuit je thuisland voldoende informatie krijgt. Kennelijk heeft Godard Adriaan in zijn brief geklaagd, dat de informatievoorziening vanuit de Republiek spaak loopt. Zelfs van zijn oom en politieke partner in Utrecht, Johan van Reede van Renswoude, lijkt geen informatie te komen. Margaretha heeft wel gehoord hoe het kan komen, maar durft het bijna niet hardop te zeggen. Ze gebruikt een afkorting. Misschien in de hoop dat een ongewenste meelezer er overheen leest?

    Brieffragment over het gebrek aan informatie bij Godard Adriaan

    [of dencke sal,] dat uhEd so weijnich briefve van
    hier krijcht en van die sijn oom4Johan van Reede van Renswoude so placht te ont=
    sien is mij in groote konfidensi geseijt dat hem aen
    uhEd te schrijfve Espres van s h5Sijn Hoocheijt, Zijne Hoogheid, de prins van Oranje zelf… is verboode sonder
    dat ick de reedenen daer van kan verneemen,

    Margaretha gebruikt dit ongeloofwaardige nieuws om een bruggetje te maken. Ze heeft eerder wel naar Godard Adriaan gereageerd dat ze hem alleen maar op de hoogte wil houden, want dat hij zich niet kan voorstellen hoe het hier echt aan toe gaat. Dat heeft ze nu met deze openbaring wel bewezen! Dit is gelijk voor haar een aansporing om een klaagzang aan te heffen over hoe zwaar zij het heeft, zeker met die vier arme kleine kinderen…

    uhEd vindt vreemt dat ick in mijn briefve somtijts
    overt Een ent ander klaechge maer hij weet niet
    hoet hier in alles staet, och och die verseeckert
    mocht weesen hier deese winter te mooge blijfve
    en gerust op sijn bedt te mooge ruste, vier sulcke
    kleijne onnoosele g soete kindere en Een swan
    gere vrou geeft mij geen kleijne bekomerin
    doch stel alleen mijn vertrouwe op dien al=
    moogende en barmhartige godt die ick hoope
    mij ten beste sal redde, [den vijant heeft weer]

    Gravure van brandende huizen aan een vaart. Er zijn op verschillende plekken soldaten en een ongewapende burger valt neer. Er wordt geschoten vanaf een schip.
    Gezicht op het dorp Waverveen tijdens de plundering en brandstichting door de Fransen in 1672. Isaäc Sorious, 1672). Collectie: Het Utrechts Archief

    Waverveen

    Dat die angst van Margaretha niet ongegrond is, heeft de vijand weer eens bewezen. Ze hebben het dorp Waverveen platgebrand en om haar verhaal extra kracht bij te zetten schrijft ze over een vrouw die nog maar 24 uur daarvoor bevallen was, die met haar kindje verbrand is.

    Brieffragment over Waverveen

    mij ten beste sal redde, den vijant heeft weer
    voorleedene vrijdach snachts Een dorp genaemt
    waefvereveen Een half eur vanden wthoorn
    op acht plaetse aen brant gesteecken dat gans
    af gebrant is Een kraem vrou die 24 Eure
    kraems was met haer kintge verbrant, dit
    sijn imers seer schricklijcke dinge diemen
    dagelijcks hoort daermen wel vervaert van
    mach sijn, [de vrou van de kloese schrijft aende vrou]

    Het is natuurlijk de vraag of Godard Adriaan dit verhaal geloofde, of dat hij ook hier denkt dat zijn vrouw overdrijft. Het platbranden van Waverveen was inderdaad een gruweldaad, maar de kraamvrouw en haar baby kwamen niet om. Uiteindelijk worden er 59 huizen verwoest en is er een tiental doden.

    Gelderland

    Een volgend punt van zorg is hoe Margaretha kan voorkomen dat haar schoondochter, Ursula Philippota, naar Gelderland gaat. Haar schoondochter krijgt een brief van een bekende waarin staat dat de Fransen in Gelderland het goed van een aantal Staatsgezinde edelen en burgers zonder uitstel wil verwoesten. Het huis van Ursula Philippota’s man, de heer Van Ginkel, wordt hierbij expliciet genoemd. Middachten is het familiehuis van Ursula Philippota, waar haar familie al eeuwen woont. Hierdoor is Ursula Philippota zo ongerust geworden en ze vraagt zich af of ze dit zou kunnen beletten door naar haar huis in Gelderland af te reizen. Margaretha doet wat ze kan om haar daarvan te weerhouden.

    De veldtocht

    Ondertussen is de Heer van Ginkel zelf onderweg met een gigantisch leger. Men zegt dat ze naar Luik gaan. Margaretha tekent de bewegingen van de troepen even uit.

    Brieffragment over de troepen

    [roosendael is in gelderlant,] de heer van ginck
    kel is mee met de ruijterij daer tien duijsent
    tevoet bij sijn en 14000 te paert, men seijt
    nu dat die naert lant van luijck sulle gaen
    hoope der sorch sal gedrage worde dat de
    poste hier bewaert sulle blijven, men seijt
    dat lutsenburch6François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg met 3000 ruijterij naer
    weesel is en datter noch so te kuijlenburch7Culemborg
    als te wttrecht en voort int sticht onrent de tien duijsent
    man is, turaeijne8Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne hout men hier so sterck
    niet als geseijt wort, de raetefikasie9Ratificatie: officiële bekrachtiging van overeenkomst vande
    keijser is vandaech gekoome daermen wel
    meede te vreede is, [hoe lameer op sijn]

    Quaps

    In deze brief geen woord over de ziekenboeg in huis. Alleen de Vrouw van Ginkel is inmiddels twee brieven “quaps”. Kwaps betekent onwel of misselijk. Waarschijnlijk heeft Margaretha dus gelijk en is ze inderdaad zwanger.

  • In Den Haag

    DatumPlaats
    Geschreven24 oktober 1672Den Haag
    Ontvangen3 november 1672Bergen
    Lees hier de originele brief

    Margaretha is met de vier kleinkinderen in Den Haag aangekomen. En wat fijn! Den Haag is hun eigen huis, daar is ze thuis. Bovendien lagen daar twee brieven van haar man. Wat is ze blij te lezen dat het hem goed gaat.

    Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
    Het huis aan de Kneuterdijk, Anoniem, eind 17e eeuw. Collectie Huisarchief Amerongen

    De troepen kom in beweging

    Haar zoon Godard is gisteren een halve dag langs geweest, hoewel hij daarna weer snel naar zijn kwartier terug moest. Hij kon haar niet veel vertellen over de gang van het leger van zijne hoogheid. Mogelijk marcheren ze naar Maastricht, zodat de Maas omsloten kan worden, maar ze weet er het bescheijt niet van (ze weet het niet zeker). Moge de Heer maar met ze zijn en het succes beter dan bij Woerden en Naarden.

    Brieffragment over Godard van Reede Van Ginkel

    [lotteringe soude gaen,] de heer van ginckel is gistere
    hier geweest doch maer Een halfve dach, is weer nae
    sijn quartier, heeft patent1Patent: Open brief (openbaar, niet verzegeld) geschreven door een autoriteit, in dit geval om naar een specifieke plaats te gaan om van daech met
    loefvingi2Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont en meest aldere kompangie ruijterij te
    marscheere waer heen weet men niet somige segge
    naer maestricht of die kant om de maes te sluijte
    doch hat rechte bescheijt3Bescheid weten: de zekerheid, de waarheid omtrent iets weten weet men niet, int leeger
    van sijn hoocheijt wort ock groote preeperaesie ge
    maeckt tot het Een deseijn4Dessein: plan oft ander, [de heer]

    Utrecht blijft voorlopig Frans

    Margaretha maakt zich ontzettend druk over hoe het ze de komende winter zal vergaan. Iedereen is seer swaerhoofdich en aprehendeere (vrezen) zeer dat Utrecht nog lang onder Franse bezetting zal blijven. Er zijn zo’n 15.000 tot 16.000 Fransen in het land en binnen Kuijlenburg (Culemborg) zeker nog 4.000.

    Eerste Brieffragment over de bezettingsmacht

    de, och ick ben weer so bekomert hoet ons deese
    winter noch gaen sal Een ijder is seer swaerhoof
    =dich en Aprehendeere5Apprehenderen: duchten, vrezen seer dat wttrecht so lange
    frans blijft, hier int lant houtmen voor seecker

    Tweede Brieffragment over de bezettingsmacht

    dat noch wel 15 a 16000 franse sijn binne kuijlenburch6Culemborg
    is noch over de 4000 man, en sij vechten seer alster
    opt aen komt, [noch heb ick de ordinansi van ses]

    Huis Zuylestein, Abraham Rademaker, 1685 – 1735. Collectie Rijksmuseum. Dit huis lag op een steenworp afstand van Kasteel Amerongen. Het landgoed bestaat nog steeds, het huis is aan het eind van de tweede wereldoorlog gebombardeerd.

    Zuylestein

    Nadat Margaretha haar man op de hoogte gehouden heeft van haar vorderingen om de vergoeding voor zijn werk te krijgen, sluit ze haar korte brief af. Ze bedenkt zich kennelijk en schrijft er nog een pagina bij. De troepen van die arme Zuylestein moeten verdeeld worden. Weer zit er geen echte promotie voor haar zoon in. Hij wordt in naam eerste brigadier, maar hij heeft natuurlijk meer verdiend. Gelukkig heeft Zijne Hoogheid iedereen die het horen wilde verteld over Van Ginkel’s heldendaden bij Vreeswijk. Aan het eind van de brief merk je toch dat Margaretha best ontdaan is over de dood van de buurman in Amerongen: de mensen spreken kwaad van hem en zeggen dat hij dronken was. Kennelijk is ze blij dat hij de laster zelf niet mee krijgt, want ze eindigt met: ‘hij is gelukkig dat hij dood is’.

    Brieffragment over Zuylestein en de complimenten van Zijne Hoogheid voor Godard van Reede van Ginkel

    sijn hoocheijt heeft het gouvernement van Breeda aen den jonge rhijngraef7Karel Florentijn van Salm
    so men seijt gegeefve ent reesgement van de heer van suijlisteijn8Frederik van Nassau Zuylestein
    aende graef van waldijck9Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg , de graef van hoorn10Willem Adriaan van Horne seijtme dat noch
    Een kompagni heeft gekreegen, voor die liede reegent het nu
    gout de heer van ginckel is mij vandaech geseijt dat sijn hoocheij
    de Eerste breegadier heeft gemaeckt als men hem geen mercke
    ongelijck wilde doen kost hij niet niet minder hebbe,
    hier koomende seijt men mij dat sijn hoocheijt aende gekomiteerde
    raede van hollant heeft gescheefven hoe wel hem den heer van
    ginckel heeft gedrage niet alleen inde acksi aende vaert maer
    ock hoe dat hij in de tijt van 14 dage sijn wercke hem aen be=
    voolle heeft heel loflijck opgemaeckt daer andere wel Een
    maent en langer over hebbe gewerckt, dit wort bij men heere
    van hollant so mij geseijt wort heel wel en tot groot lof van
    hem op genoome
    tis ongelooflijck so qualijck men hier vande heer van suijlisteijn
    spreeckt veel segge dat hij heel droncke was doen den aenval op
    sijn quartier geschiede hij is geluckich dat hij doot is

  • Dappere daden, maar geen zege(n)

    DatumPlaats
    Geschreven19 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen28 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    De brieven van Godard Adriaan beginnen nu binnen te stromen. Nu weer twee, van 2 en 5 oktober. En Godard Adriaan is gezond, ondanks alles! De ster van haar zoon is rijzende. Dat doet Margaratha’s humeur leesbaar goed en haar godsvertrouwen ook. ‘Die Godt bewaert staet in een vast Bollewerck’, een vrije interpretatie van Psalm 91:1.

    Die in Godes bewaring sterk
    Hem begeeft onbezweken,
    Die woont in een vast bollewerk;

    Ofwel: als je geloof sterk is, dan is je veiligheid, je verdediging groot. Dat hebben haar man en zoon deze dagen bewezen!

    Brieffragment over het ontvangen van de brieven van haar man

    [mij behandicht] kan godt de heere niet genoech dancke
    voor de genade die hij ons bewijst van uhEd so veel
    sterckte en gesontheijt te geefven in alle die
    swaere fatijchgees int reijse1vermoeienissen van het reizen dewelcke mij niet
    weijnich en bekomere, dan die godt bewaert staet
    in Een vast bollewerck, [gelijcke hij ons gistere en]

    Portret van Antoine Charles IV de Gramont, graaf van Louvigny (of Louvignies). Onbekende schilder, onbekend in welke collectie het zit (bron: wikipedia). Het is ongeloofelijk op hoeveel manieren Margaretha in één brief Louvigny kan schrijven…

    Vuur aan de vaart

    Meer dan in de brief van gisteren weidt Margaretha uit over de daden van Van Ginkel in Vreeswijk. Generaal Louvigny heeft Van Ginkels optreden ‘uitmuntend’ genoemd in een brief aan Willem III. Zelf schrijft Van Ginkel aan Philippota dat het enigszins uit de hand was gelopen met huizen die ze hadden aangestoken nadat de Fransen zich zelf hadden ingesloten. Het vuur sloeg over en een groot deel van het dorp brandde af. Als ze door hadden gezet hadden ze de hele vesting kunnen innemen, maar Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont, wilde manschappen sparen. De overval was eigenlijk ook alleen bedoeld om de Fransen van Woerden af te leiden.

    Eerste brieffragment over zoon Van Ginkel bij Vreeswijk

    [waert en bescherme heeft,] den heer van ginck
    =kel schrijft aen sijn vrou, dat de vijant haer self
    inde Eene hoeck vande vaert hadde afgesneede het
    welcke loefingi2Louvigny deede reesolveere3Resolveren: oplossen, Etlijcke huijse

    Tweede brieffragment over zoon Van Ginkel bij Vreeswijk

    aen brant te steecke niet denckende dat het so
    verde sich soude verspreijt hebbe, waer door
    de heelle vaert4het hele dorp aan de vaart: Vreeswijk is aengegaen en verbrant
    ock dat sij die plaets wel soude gekreechge
    hebbe bij aldiense hadde gekontiniweert5Continueren: voortzetten, maer
    dat loefving6Louvigny so veel volck niet meen wilde
    wagen, [buijten twijfel sal uhEd wt den]

    Vreeswijk of de Vaart bij Vianen. Gravure van drie mensen en een hondje op een kade bij een afgebrand huis en een afgebrande molen. Op de kapotte brug staan ook nog twee mensen te kijken.
    Vreeswijk gehavend in 1672, gravure van I. Sorious. Prent afkomstig uit: ‘t Ontroerde Nederlandt deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts archief, 200905. Anders dan vaak in de bijschriften staat, blijkt uit de brief van Godard van Ginkel dat de schade in Vreeswijk niet (alleen) door de Fransen, maar dus ook door het Staatse troepen veroorzaakt is.

    Schelmen van boeren

    Ook over de slag bij Woerden geeft Margaretha meer details dan gisteren. Het Franse leger uit Utrecht was 6000 man sterk en kwam, gewezen door ‘de schelme van boere’, via Kamerik door het ondergelopen land gewaad. Zowel de post van Zuylesteijn, Frederik van Nassau-Zuylestein als die van de graaf van Hoorn, Willem Adriaan van Horne, werden aangevallen en er werd ‘furieus’ gevochten, veel doden aan beide kanten. ‘De ‘goede heer van zuylesteijn’ zou wel dertig wonden hebben gehad. De legereenheid van de graaf van Hoorn bracht het er beter af, en er zijn 150 Franse gevangenen naar Oudewater overgebracht, maar uiteindelijk hebben ze zich toch weer moeten terugtrekken.

    Brieffragment over het gebeurde bij Woerden / Kruipin

    wagen, buijten twijfel sal uhEd wt den
    haech sijn geschreefve hoe sijn hoocheijts leeger
    voor woerden is geweest, waer van hij doort
    seckoers7Secours: hulp, bijstand dat ontrent 6000 man sterck w van
    wttrecht8Utrecht quam de wech van kamerick9Kamerik door
    t verdroncken lant10De (Oude) Hollandse Waterlinie de wech haer door de
    schelme van boere geweese sijnde, opt quartie
    vande heer van Suijlisteijn ende post vande graef
    van hoorn sijn aengevalle, [daer seer fuerijeus is]

    Nog geen zegen

    Ondanks haar dankbaarheid voor Gods genade voor haar familie, constateert ze ook dat Hij de plannen en acties van het Nederlandse leger blijkbaar nog niet zijn zegen wil geven. Ze maakt zich zorgen: zonder hulp van de Brandenburgse troepen, zullen ze de 15.000 Fransen in de provincie Utrecht niet kwijt raken.

    Brieffragment "Het schijnt de heer almachtig"
    Vervolg brieffragment over de zegen van de Heer

    het schijnt de heer almachtich
    ons deseijne11Dessein: doel en aenslaechge noch niet belieft te seegene
    ick vreese het der nu alledage Eerst op aen sal koo
    me, ick heb wel reede godt almachtich ten hoochste
    te dancke voor sijne genade, maer ben ock seer be
    =komert aen alle kante, verlange noch seer waer
    nu den heere keurvorst12Keurvorst van Brandenburg met sijn Aerme13Armee: leger is, het schijnt

    Afbetaling

    Margaretha eindigt haar brief zoals vaker met de financiële beslommeringen: ze heeft de vergoeding voor het werk van haar man nog steeds niet binnen. Ondertussen heeft Godard Adriaan haar blijkbaar laten weten op welke manier hij vindt dat het geld besteed moet worden. Ze is blij dat hij 1000 gulden wil vrij maken voor het afbetalen van schulden. Margaretha denkt dat dat wel genoeg is voor het betalen van de wijnkoper Vermeer in Utrecht (waar ze de rekening nog niet van heeft), een jaar huishuur en eten en, last but not least, de zadelmaker Meijtens, voor de zadels die ze twee weken geleden heeft verstuurd naar Hamburg, en waarover ze nu heel graag over zou willen vernemen of ze zijn aangekomen!

    De kamerheer en de lakei

    In een naschrijft meldt Margaretha nog even dat Van Ginkel heeft laten weten dat zijn kamerheer zijn lakei Roelof zo trouw met hem hebben meegevochten, en dat Louvigny veel aan hem over laat op de post in Ameide.

    Naschrift over de kamerheer en de lakei

    den heer van ginckel
    schrijft dat sijn kamerlin14Kamerling: kamerheer
    en roellof sijn lackeij
    so trou en wel met hem
    hebbe gevochten, en dat
    den heere loefvenge15Louvigny die sorch
    vande post daer hij tot aameijde16Ameide leijt meest op hem laet
    staen17Op hem laat staan: aan hem overlaat waer door hij so veel te doen vint dat hij geen tijt
    heeft om snachts te ruste

    Mineur

    Op het laatst sluit ze nog een extra bericht in: Er is een brief uit Den Haag gekomen waarin men schrijft het onbegrijpelijk te vinden dat de Duitse troepen naar het zuiden trekken terwijl Godard Adriaan weet hoe penibel de situatie is. Margaretha zegt er tegen op te zien om naar Den Haag te gaan, want dan zal ze dat nog meer te horen krijgen. Ze wil zo graag meer informatie van haar man, ze weet het nu niet meer en is van slag (ben er gans uut). De brief die zo hooggestemd begon, eindigt in mineur.

    Toevoeging over het leger van de keurvorst

    so dat kontiniweert18So dat continueert: als dat zo door gaat
    vrees ick weer in den haech te koome
    so salmen weer roepen, ick bidt
    laet toch met den Eerste19Den eerste: de eerstvolgende post/brief Eens weete
    hoe dat is
    ick weet n niet wat vant Een noch
    vant ander sal dencken, bender
    gans wt

  • De Slag om Woerden

    DatumPlaats
    Geschreven18 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen25 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    Eindelijk zijn er brieven van Godard gearriveerd, van 28 september en 1 oktober. Er is meer mis geweest met de post, want één van haar eigen brieven ontbreekt ook. De belangrijkste onderwerpen uit die brief herhaalt ze voor de zekerheid. Om te beginnen is er de mislukte aanval op Woerden tussen 11 en 13 oktober. Daarnaast was er de gelijktijdige overval op het Franse bolwerk bij Vreeswijk.

    Van Ginkel schittert bij Vreeswijk

    Van Ginkel heeft in Vreeswijk een prominente rol gespeeld en Margaretha is in de wolken dat dat niet onopgemerkt is gebleven. Prins Willem heeft hem in Schoonhoven persoonlijk bedankt, en Margaretha hoopt dat het daarbij niet blijft. Nu mag de loopbaan van haar zoonlief nu wel in een stroomversnelling komen.

    Brieffragment over de Slag bij Woerden en het succes van Van Ginkel bij Vreeswijk

    [gepaseert ,] wij konne godt niet genoech dancke
    voorde genaede die hij aen onse soon heeft be=
    =weese hem wt sulcken swaeren gevecht met
    so veel Eer en reeputaesi1reputatie onbeschadicht heeft
    ge brocht, sijn hoocheijt te schoonhoofve2Schoonhoven koomende
    ont boodt den heer van ginckel bij hem en heeft
    hem met de meeste sievielliteijt3Civiliteit: beleefdheid bedanckt
    voor sijn goede dierexsie4Directie: leiderschap en genereuse acksie
    die hij int gevecht aende vaert5De vaart is de Vaartse Rijn bij Vreeswijk hadde gehou
    de en getoont met verseeckerin dat hijt altijt
    soude gedencke versocht daer in te wille
    kontintweere6Continueren, [so dat Een ijder de heere sij ge=]

    Zuylestein gesneuveld bij Kruipin

    Margaretha is zeer verslagen over het sneuvelen van hun buurman, en vroegere mentor van Willem III, Frederik van Nassau Zuylestein. Zijn legeronderdeel bewaakte tijdens de belegering van Woerden tussen 10 en 13 oktober een vooruit geschoven post aan de weg naar Utrecht, om te voorkomen dat van die kant Franse versterking zou kunnen komen. Hij had echter verzuimd rugdekking te regelen. Hierdoor piepte de Franse versterking onverwacht vanuit het noorden alsnog tussen Woerden en Zuylesteins post. Het liep uit op een vreselijk gevecht waarbij Zuylestein omkwam. Volgens Margaretha had hij nog drie steken na gekregen van de verrader Montbas.

    Brieffragment over de dood van Frederik van Nassau-Zuylestein bij Kruipin

    ick kan niet segge hoeseer mij den goeden heer van
    suijlisteijn jamert7Jammeren: verdriet doen, dien schemse8Schelmse: had vroeger een hardere connotatie, schurkachtig, gewetenloos momba9Jean Barton de Montbas heeft
    hem nae sijn doot noch drije steecken gegeefven
    denck van so Een traeter10Traeter is ongeveer treiter, de zin wordt dan ongeveer: Wat denk je van zo’n verrader/rotzak , nu seijt men dat het

    Portret van Frederik van Nassau-Zuylestein. Ingekleurde gravure van een man met een vlassig snorretje en golvend haar tot op de schouders.
    Fragment uit Dodelycke Uytgang van Syn Hoogheyt Fred. Hendrik Prince van Oranje etc. Anno 1647, Cornelis van Dalen (I), naar Adriaen Pietersz. van de Venne, 1647. Collectie Rijksmuseum

    Margaretha betreurt het extra dat het Zuylestein zelf zo wordt aangerekend. Behalve dat hij bij Kruipin geen wachtpost had gezet, zou er in zijn legeronderdeel wanorde en gebrek aan discipline hebben geheerst. De officieren hadden geen overwicht op de soldaten. Maar, vindt Margaretha, hij heeft het duur genoeg betaald.

    Brieffragment over wat er bij Kruipin gebeurd is en het vermeende verzuim van Frederik van Nassau-Zuylestein

    [denck van so Een traeter ,] nu seijt men dat het
    ongeluck voorwoerde11voor Woerden is door puer versuijm ge
    koomen en deesordere12Desordre: wanorde het welck int quartier
    vande heer van Suijlisteijn was alwaer deen ofisiere13hier en dander daer de soldate vangelijcke waere al waar de ene officier en de andere daar aan de soldaten gelijk waren. Soldaten en officieren hebben dus even hard gevochten
    men hadt het altemael met Een post te besette
    met 15 a 16 man konne voorkoome, het schijnt
    dat de heer almachtich niet belieft heeft, en
    heeft den heer van Suijlisteijn versuijmt hij heeft
    het dier14duur genoech betaelt, [hij was alte goet]

    Delfts blauw bord. Links een herberg met een uithangbord waarop staat "Hier is Kruipin". Binnen staat een man met een glas in zijn hand. Buiten staat een man die het glas inschenkt van een man te paard: de kwartiermeester. Op de voorgrond blaft een hond naar twee mensen. Rechts ligt een zeilboot aangemeerd.
    Schotel met de herberg Kruipin, anoniem, 1675. Collectie Rijksmuseum.
    De plek waar Zuylestein een post hadden moeten bezetten om de verrassing uit het Noorden te voorkomen, was bij de herberg Kruipin, waar de Kameriker Wetering op de Oude Rijn aansluit. De oranjegezinde herbergier laat in 1675 dit bordje maken. Het is niet helemaal duidelijk of dit een herinneringsbordje is en waar het dan aan zou herinneren.

    Duizend ruiters door Amerongen

    Ondertussen hebben de Fransen, om een Nederlandse succes bij Woerden te voorkomen, wel bijna hun hele bezetting uit Utrecht moeten laten overkomen. Dat gat moest gevuld worden met legeronderdelen uit Amersfoort en Wijk bij Duurstede. Duizend man ruiterij trok van Wijk bij Duurstede naar Utrecht. Onder andere door Amerongen waar ze een nacht gebleven zijn, met alle gevolgen van dien. Uit Margaretha’s beschrijving lijkt alsof er een sprinkhaanplaag voorbij gekomen is: er is niet meer te wezen.

    Brieffragment over de ruiterij die door Amerongen trekt

    [wt wijck en Amersfoort getrocke,] nu hebbense
    weer Een duijsent ruijterij in wttrecht gekree
    chge, welcke weer door Ameronge sijn gepasseert
    en Een nacht geweest so dat daer noch niet
    wel te weesen is, [men verlanckt noch Evenseer]

    Enige weken heel niet wel

    Margaretha hoopt met gods hulp in de komende week met ‘de menage’, dus de hele huishouding inclusief schoondochter, kinderen, personeel, naar Haag te gaan. Ze heeft zich een paar weken niet goed gevoeld, anders was ze al lang in Den Haag geweest. Ze eindigt met de wens snel van haar man te horen over de hulptroepen van de keurvorst.

    Brieffragment: ick ben de heere sij gedanckt vrij beeter als voor dees

    Waarschijnlijk is ze bang dat ze Godard misschien iets te bezorgd maakt door de mededeling dat ze zich een paar weken niet goed had gevoeld. Dus krabbelt ze nog even snel onder haar handtekening dat het nu veel beter gaat.

  • Spelevaren

    Terwijl het resterende strookje Republiek in rep en roer was door de moord op de gebroeders De Witt, ging het “gewone” leven ook door. Godard was inmiddels gelegerd bij Nieuwpoort, maar erg veel gebeurde daar niet. Het was gebruikelijk dat vrouwen hun mannen kwamen opzoeken in het leger. Bij grote veldtochten bestond het eind van de colonne uit de facilitaire zaken en voorraden, de dames van lichte zeden en de echtgenotes. Aangezien je aan de Hollandse kant van de waterlinie veilig kon reizen, konden de vrouwen gewoon bij hun ingekwartierde mannen op bezoek.

    Aan de waterlinie

    Voor Margaretha’s schoondochter Philippota was de situatie in Amsterdam niet makkelijk. Als goede 17e eeuwse vrouw luisterde ze naar haar man, die naar zijn moeder en zijn vader luisterde. Margaretha wist wat ze wilde en ook Philippota was een eigenzinnige dame. Waarschijnlijk zaten ze dus behoorlijk op elkaars lip, waarbij Philippota altijd aan het kortste eind trok. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Philippota gebruik maakte van de impasse in de oorlog en naar haar man ging in Nieuwpoort.

    Een aquarel met een roeiende man met vijf dames in bootje. Dit is duidelijk een pleziervaartje. Op de achtergrond de contouren van bebouwing met een paar kerktorens, waaronder de Zwolse peperbus.
    Gezelschap van zes mensen in een boot op de Zwolse singel, Harmen ter Borch, ca. 1655. Collectie Rijksmuseum

    Spelevaren

    Na het droge weer van het voorjaar, waardoor de vijandelijke troepen zo makkelijk de rivieren konden oversteken, was het eindelijk begonnen met regenen. De rivieren vulden zich weer en de waterlinie was goed gevuld.

    Tot de zeventiende eeuw waren boten vooral functioneel: voor vervoer van personen of goederen van A naar B of om te vissen. In de zeventiende eeuw komt daar een functie bij: voor je plezier dobberen op het water. Inmiddels worden in de Republiek speciaal voor dit doel speciaal “speeljachten” gebouwd. Die zullen de ingekwartierde officieren niet tot hun beschikking hebben gehad, maar er zal zeker gebruik gemaakt zijn van sloepjes en roeiboten om tijdens de droge momenten toch vertier te zoeken op het water.

    Dit zorgeloze vertier lijkt haaks te staan op ons idee van oorlog en de ellende waar de Republiek zich in bevond. Maar je kunt je ook voorstellen dat dit juíst reden voor vertier was: zolang het kon moest je ervan genieten, je weet nooit wanneer de oorlog weer los barstte. De bezoekjes van Philippota aan haar man bleven alleen zelden zonder gevolgen…

  • Utrecht geeft zich aan de koning

    DatumPlaats
    Geschreven25 juni 1672Amsterdam
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    Margaretha heeft zich met Ursula Philippota en de kinderen gesetteld in Amsterdam. Gelukkig kunnen ze achter de waterlinie nog reizen, want ze hebben Van Ginkel samen nog gezien. Hij is inmiddels in Gouda gelegerd, maar ontmoette zijn moeder en vrouw bij Uithoorn en is met hen mee gereisd naar Amsterdam. Uiteraard moest hij ‘s avonds wel weer weg om op tijd terug in Gouda te zijn.

    Utrecht en koning Lodewijk XIV

    Het grote nieuws komt uit Utrecht: de stad heeft zichzelf en de provincie overgegeven aan de Franse koning. Margaretha heeft geen goed woord over voor de heren van de Staten van Utrecht. De sleutels van de stad zijn overgedragen en de Heeren ontmoeten de koning: met de hoed in de hand! Hoewel de politieke onrust van afgelopen winter niets is vergeleken bij wat er nu gebeurt, houdt Margaretha het goed bij. Ze weet precies wie wel en wie niet hun hoed afgenomen hebben. Pleegzoon Welland (Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken) was er niet bij, want hij was naar Lodewijk XIV gezonden, net als buurman Van der Does van Bergestein. En zoon Frederik van familielid en politiek vriend Johan van Reede van Renswoude was in het leger, dus die heeft zijn hoed ook niet hoeven afnemen.

    De overgave van de stad Utrecht aan de Franse legers op 24 juni 1672, Hondt II, Lambert de (1645 – 1708). Collectie Centraal Museum, Utrecht; aankoop met steun van het Mondriaanfonds en het K.F. Hein Fonds 2018 © Centraal Museum, Utrecht / Ernst Moritz 2018

    Catch-22

    De praktische gevolgen van deze overgave worden ook gelijk duidelijk en hebben grote gevolgen voor de familie. De Staten van Utrecht betalen het regiment van Van Ginkel. Als Utrecht Frans is, zijn de Staten dat dan ook en in wiens dienst vecht hij dan?

    Brief van margaretha over het dilemma van Van Ginkel

    [=ter gelaeten,] nu sit den heer van ginckel sonder betaelts
    heere weet niet wat hij doen sal, of te kiteere1quiteren: verlaten, weg gaan
    of niet , och mijn lieste hartge wat komt ons over
    wij sijn tenden2te enden: ten einde raet en weet niet Een mens te
    vragen alsmen wijse liede vraecht treckense
    de schouders op en swijgen, quiteert hij indeese
    hooch dringende noode van tijde wie weet hoet noch
    gaen kan en of de heer almachtich hem noch over
    ons mocht ontferme en Eenige genaedige wtkomste
    verleene hoewel daer geen hoope toe sien, son men het
    vieleijn en quaelijck spreecke niet konne ontgaen
    blijft hij in dienst moogen sij al sijn goederen voor altijt
    konfiskeeren so is hij met sijn vrou en kin=
    deren geruijwineert hoe sal ment nu doen
    sijn vrou sach seer gaeren dat hij quiteerde,
    men is hier in duijsent pijne, [voor ons ick hou –]

    Het is een catch-22 situatie: blijft hij in het Staatse leger dan vervallen zijn goederen aan de Fransen en is hij alles kwijt, gaat hij uit het leger dan is hij zijn inkomsten kwijt, gaat hij terug naar zijn goed (Middachten), dan moet hij trouw zweren aan de Franse koning en is hij een verrader.

    En wat doen de Fransen verder?

    Margaretha maakt zich zorgen over de volgende stappen van de Fransen. De Heer almachtig zal haar bijstaan, maar toch…

    Brieffragment van margaretha over koning Lodewijk XIV en Utrecht

    de heer Almachtich sal mij bij staen daer is alleen
    mijn betrouwe op, het water komt niet alleen op de
    lippe maert begint der al over te gaen, de konin
    seijt men dat merge in Persoon binne wttrecht
    sal koome en int duijtsen huijs loosgeere , en dat
    hij komt met sestich duijsent man om deese

    Brieffragment waarin Margaretha haar wanhoop uitspreekt over het lot van Amsterdam, haar familie en haar man die over de Wadden moet.

    stat3Amsterdam te beleegeren of te benauwe, dewelcke haer teenemael in defen
    sie stelt en vande buijten tot verders van veelle ront om onder
    water staet, het verse water sal ons t Eerst ontbreecke inder
    groote droochte, ick kan niet segge in hoe lange het niet gereegen
    heeft dat Eenich water bij kan brenge, de heemelen sijn als
    geslooten de heer is op ons merckelijck vertoornt, menseijt
    al de steeden in hollant gereesolveert sijn haer tot den
    wtterste toe te defendeere, altijt hier inde stat is Elck
    Even animeus4boos, vijandig maer wat salt al sijn, wij sijn verloore
    so de heer almachtich ons niet merckelijck en helpt, alle onse
    steede en foortresse gaen over sonder datter Een schoet
    op gedaen wort, daer is geen ordere, ick wenste mijn silver
    en linne tot gelt waer en dat ickt in Een ander lant kost
    over maecke maer siedaer geen raet toe wien ick daer van
    spreeck, in Een woort geseijt ick sit Elendich en verlaeten,
    op de watte5de wadden ist so onveijl en vol kapers dat die so geseijtwort
    onbruijckhaer sijn, [het reijnkonter dat de raetpensionaeris]

    Wanhoop

    Margaretha’s wanhoop wordt bijna tastbaar in de brief. En dan zijn ook De Wadden nog onveilig, terwijl haar man via die weg vanuit Hamburg naar huis zal komen… Daarna wijdt ze een paar woorden aan de moordaanslag op Johan de Witt van 21 juni, die ze een “reijkonter”, een rencontre, een ongeregeld gevecht, noemt. Ze maakt er zelf geen woorden aan vuil, maar stuurt waarschijnlijk een pamflet (neefensgaende) mee.
    Ook de ondertekening is luid en duidelijk.

    [spreeck,] in Een woort geseijt ick sit Elendich en verlaeten,op de watte ist so onveijl en vol kapers dat die so geseijtwort
    onbruijckhaer sijn, het reijnkonter dat de raetpensionaeris
    heeft gehad sal uhEd wt dit neefensgaende sien, daer is de
    jonste soon vande raetsheer vande graef bij geweest diese hebbe ge
    kreechgen , nu de heer wil ons voort bewaere, ick blijf

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd wel benoude en bedroefde
    wijff MTurnor