Auteur: Max Trommelen

  • Een linie nabij Amerongen?

    DatumPlaats
    Geschreven1 februari 1672Amerongen
    Ontvangen3 februari 1672
    Lees de volledige brief hier

    In haar vorige brief klaagde Margaretha nog dat er in Den Haag geen vorderingen waren om de Republiek te beschermen maar er lijkt toch een heel klein beetje voortgang te zijn op militair gebied. Er wordt namelijk gekeken naar de mogelijkheid tot het opwerpen van fortificaties op verschillende plekken in de Republiek. Deze fortificaties zouden met name in de stroomgebieden van rivieren komen om zo een waterlinie te creëren.

    … de heer van Suijlisteijn 1Frederik van Nassau-Zuylestein
    met den heere wurts 2Veldmaarschalk Paul Wirtz en twee gekomiteerde3afgezanten
    wt de provinsie van wttrecht heb aen greb 4Grebbedijk en

    lans de slaeper dijck 5Slaperdijk geweest om te sien of
    ment daer niet soude konne fortofiseere6fortificeren, versterken
    maer bevinde daer meer als Een half ijaer
    warck aen vast soude sijn, daerom dat
    wt de sin geset wort, voort hoor men niet
    datter Eits tot teegen stant vande gedreij
    – chde vijant gedaen wort, [in hollant sulle]

    Het stuk Zuidoost Utrecht waar het om gaat op de kaart val Blaeuw (gemaakt tussen 1650 en 1675). De grens met Gelderland is roze. Helemaal rechts onderin de Grebbe en de Slaperdijk loopt van Veenendaal naar Renswoude. In deze kaart staat de Slaperdijk (nog) niet. Bron: RAZU 400.15 (Klik voor de volledige kaart)

    Veldmaarschalk Wirtz en Frederik van Nassau-Zuylestein, Heer van het buur-kasteel van Kasteel Amerongen, zijn twee van ‘s Republieks voornaamste militaire bevelhebbers. De twee heren zijn op zoek naar posities die met enige versterkingen als verdedigingslinie zouden kunnen dienen, mochten de Franse troepen door de IJsellinie breken. Of de Grebbedijk en de Slaperdijk hierbij een rol zouden kunnen spelen was de vraag. De twee militairen besloten na hun onderzoek dat dit niet het geval zou zijn. Er zou namelijk nog te veel werk aan de winkel zijn.

    In 1705 maakt Justus van Broeckhuysen een kaart van de Slaperdijk. Links ligt Veenendaal, rechts Renswoude. Bron RAZU beeldbank 67823

    Voor Margaretha zal dit mogelijk als een teleurstelling gekomen zijn. Kasteel Amerongen ligt namelijk achter beide dijken. Ook gesprekken in maart tussen de Staten van Holland en de Staten van Utrecht om in het gebied van de latere Grebbelinie een waterlinie aan te brengen liepen stuk. De enige verdediging die Kasteel Amerongen had was dus de IJssellinie waaraan zoon Godard van Ginkel gestationeerd is.

  • Wat te doen, wat te doen?

    DatumPlaats
    Geschreven25 januari 1672Amerongen
    Ontvangen1 februari 1672
    Lees de volledige brief hier

    ondertuschen vermeerdere
    van dach tot dach de geruchte van oorlooch so dat
    men schrickt daer aen te dencke en heeft men te
    meer reedene daer toe vermidts men siet hier noch
    so weijnich ordere op alles gestelt1orde op zaken gesteld wort, inden
    haech is men noch al met het werck van sijn hoocheij2Zijne Hoogheid, Prins Willem III van Oranje
    beesich dat bij hollant3de Staten van Holland en West-Friesland noch niet deur en wil, in
    middels wortter noch int stuck vande werfvin4werving van soldaten en anders niets vast gestelt noch gedaen,

    De Republiek doet niets. Zo velt Margaretha haar vonnis over wat er gaande is in Den Haag op het moment van schrijven. Godard Adriaan had al in november 1671 gewaarschuwd voor de Franse bedreiging maar nu, bijna drie maanden later, hebben de politici in Den Haag nog steeds niets gedaan.

    In de Staten-Generaal heerst een patstelling tussen de prinsgezinden die Prins Willem III van Oranje willen benoemen tot Stadhouder en de Staatsen (ook wel “Loevesteiners”) die willen voorkomen dat Willem III meer macht krijgt dan strict noodzakelijk. De Stadhouder is traditioneel gezien de opperbevelhebber van het landleger van de Republiek maar sinds de dood van Stadhouder Willem II, de vader van Willem III, is er geen Stadhouder meer noch een sterk landleger om leiding aan te geven. Nu de oorlogsdreiging steeds dichterbij komt zal er toch echt iets moeten gebeuren. Geen van beide partijen wil toegeven en de goedkeuring van de oorlogsbegroting blijft uit. Pas als deze begroting door de Staten-Generaal is kan de landelijke werving voluit van start gaan. Pas dan kan Godard Adriaan concrete beloftes doen aan de Keurvorst.

    In tegenstelling tot de Staten-Generaal blijft Margaretha niet stil zitten. Wanneer de familie weg moet vluchten uit Amerongen wil ze er voor zorgen dat ze ergens terecht kunnen. De familie heeft een huis aan de Kneuterdijk in Den Haag, een prachtig pand wat Margaretha geërfd heeft van haar oom Jacques Wijts. Maar, als de Engelse vloot de Nederlandse vloot verslaat en weet te landen in de Republiek dan ligt Den Haag onbeschermd. Amsterdam is een veel veiligere keuze maar daar heeft de familie helaas nog geen onderkomen. Margaretha vraagt dus de drost van Amerongen om te zoeken naar een huis wat ze kan huren.

    Eerment denckt daerom ick ten hoochste bekomert5bekommert: met zorg vervuld ben en weet niet of wij inde haech6Den Haag al sulle verseeckert7veilig weesen, heb onsen drost8een drost is een ambtenaar die een bepaald gebied bestuurd die merge naer Amsterdam gaet last9opdracht gegeefve om te hoore of daer niet Een huijs of Een gedeelte van Een huijs al wast achter af voor Een reedelijcke prijs daer wij ons soude konne behelpe te krijgen is, Eer hijt huert sal ick uhEd goetvinde en beliefte hier op verwachte

    Door de patstelling in de Staten-Generaal heeft Margaretha weinig hoop dat de Republiek Frankrijk alleen aan kan. Ze sluit haar brief dus door het uitspreken van hoop in het slagen van de missie van haar man:

    mij sal wel verlange of den keurvorst10Keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg met ons in alliansie sal treede

  • Molen te koop!

    DatumPlaats
    Geschreven21 januari 1672Amerongen
    Ontvangen1 februari 1672
    Lees de originele brief hier

    Godard Adriaan is naar Berlijn vertrokken en Margaretha staat er dus alleen voor in Amerongen. Dat is niet makkelijk: als lid van een adellijk huis heeft ze erg veel verplichtingen. Op het Huys moet ze zorgen dat onderhoud regelmatig plaats vindt en dat de administratie op orde blijft. Daarnaast moet ze in het dorp er voor zorgen dat alles goed loopt met de boeren en de oogst. En natuurlijk moet er ook aandacht besteed worden aan de vele familieleden en bondgenoten van de familie Van Reede.

    Wel schrijft Margaretha aan Godard Adriaan waar ze zich mee bezig houdt. Op 21 januari 1672 is dat een mogelijkheid tot financieel gewin:

    onse
    moolenaerster maecktet hier so datter
    op de moolle niet meer te maele is, ock
    kansij de moolle niet langer houde en
    gelooft me die door de schuldenaers

    beneeden de waerde vermits gemael veel verloope
    is sal verkocht worde het welcke alse er beeter op gepast wort wel weer sal konne so uhEd daer sin in
    had sijnder al hupse molenaers diese
    van ons wel soude wille hueren, ick
    geloofve daer koop en voordeel aen te
    doen sou sijn, alst aen mij stont sou
    daer wel Eens meede derfve wagen
    daer sal geen groote som aen hange
    geloofve mens al ontrent de vijf duij
    =sent gul sou krijgen, uhEd beliefter
    sich Eens op te bedencke en mij sijn
    beliefte te laete toekoome,

    Het dorp Amerongen met de molen rond 1620 (A. Rademaker), collectie Het Utrechts Archief (beeldbank 200342).

    De lokale molenaarster gaat stoppen en bied daarom Margaretha en Godard Adriaan haar molen ter koop aan. Margaretha denkt dat hier wel winst te behalen valt door de molen te verhuren maar vraagt toch Godard Adriaan om zijn mening. Het duurt wel even voordat ze zijn antwoord heeft: het duurt ongeveer twee weken voor de brief in Berlijn aan komt en dan moet het antwoord nog terug naar Amerongen reizen. Eer Margaretha een antwoord heeft zal ze al een maand verder zijn.