Auteur: Max Trommelen

  • Vrede of verbranden?

    DatumPlaats
    Geschreven5 december 1672Den Haag
    Ontvangen10 december 1672Rüsselstein
    Lees hier de originele brief

    Wellicht voor het eerst in tijden begint Margaretha haar brief met goed nieuws: de Franse generaals Turenne en Condé zijn met hun troepen terug naar Frankrijk getrokken! In haar vorige brief smeekte Margaretha nog om vrede, nu lijkt dat tot haar grote vreugde bereikt te zijn. Het schijnt zelfs dat de Franse ambassadeur gezegd heeft dat Frankrijk alle veroverde steden terug zal geven.

    Brieffragment Turenne en Condé

    dat tureijne1Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne en kondee2Louis II van Bourbon, prins van Condé met haer troepees naer
    vranckrijck sijn heeft hier Een groote vreuchde
    so wel onder groote als kleijne gegeefve, insonder=
    heijt dat den Ambassadeur van vranckrijck geseijt
    heeft dat den koninck sijn meester de vreede be=
    geerde alwaerde met restitusi3restitutie: teruggave van alle de gekon
    kesteerde steede, ock waeren wij maer so veer dat
    wij Een goede vreede hadde, [wt het leeger van sijn]

    Het moet wel even gezegd worden dat de vrede er nog niet is. Op het moment van schrijven schijnen er nog zo’n 40.000 man vijandige troepen in de Republiek te zijn. Hopelijk zijn zij ook snel het land uit; nu zitten ze nooit stil en vallen ze regelmatig ‘deene of dandere plaets’ aan.

    De ziekenboeg blijft

    In haar vorige brief berichtte Margaretha nog dat Tietge beter was maar haar huis is nog niet ziekenboeg-af. De jonge Fritsge is nu ziek geworden. Ook met de pokken lijkt het. Zijn zus heeft deze overwonnen en met Gods zegen zal Fritsge dat ook doen.

    Brieffragment Fritsge en Tietge 1
    Brieffragment Fritsge en Tietge 2

    [gaen,] tietge is so goet als weer wel maer
    nu begint mijn fritsge die is vandaech
    heel niet wel geweest doet niet als slapen
    geloof het al meede poxkens sulle sijn, ben
    met hem heel bekomert, wil hoope de heere hem
    so genadich sal aentaste als tietge dieder
    heel wel af is gekoome, of hem geefve wat hem
    salich is, alst godt beliefde wenste wel Eens

    wt gesieckt te hebbe dan niet ons maer sijne wile
    moet geschiede, [teunis huijbertse is van]

    Een pentekening van het dorp amerongen. Op de voorgrond een heuveltje waar een man uitrust, rechts een paard en wagen die het heuveltje op moeten. Bovenop het heuveltje wat bomen en daarnaast de kerk. Een hoog koor, een lager middenschip en dan de toren. Naast de kerk een molen en boven de bomen uit steken nog wat hogere torens en een dak.
    Een tekening van Amerongen uit 1620 met daarop de Andrieskerk en de molen. Gemaakt door Andries Schoemaker. Collectie Koninklijke Bibliotheek

    Nieuws uit Amerongen

    Margaretha heeft bezoek uit Amerongen: dorpsgenoot Teunis Huijbertse is langsgekomen om te vertellen hoe het kasteel en het dorp er voor staat. Kort samengevat, het is bedroevend. De hoven zijn woest overgroeid en er ligt geen steen meer op de straten. Er woont niemand meer in het dorp.

    Brieffragment over het nieuws uit Amerongen

    [moet geschiede], teunis huijbertse is van
    Ameronge hier seijt het daer int dorp seer
    deesolaet4desolaat: verlaten siet datter haest niet Een steen inde
    straete meer leijt insonderheijt op den hoff
    en die straete lans, opt huijs is sonderlin geen
    schade geschiet wats noch doen sulle staet te ver
    =wachte de hoofve legge seer woest macht noch
    maer so blijfve, de inwoonders sijn meest tot
    wijck5Wijk bij Duurstede of en rhiene6Rhenen weijnich huijsgesine int dorp
    de doortochte valle daer so dickmael en kort op
    Een datter de mense niet dueren konne, want
    dan neemenser weer alles af, den oude ijan qui
    =nt is op suijlisteijn7Slot Zuylestein gaet seer af so se segge, opt
    voorburch van ons huijs is teunis baerentse 
    ijan den oorber met sijn soon teunis huijbertse
    en meer andere, sij hebbe mij alweer Een
    brief gedruckt gesonde als voor dees om die
    konterebuijsie of brant schatine ter som
    van 12000 patakons8Patagon: een zilveren munt, ter waarde van ongeveer 50 stuivers en so veel hoeij en stroo
    en haver bine 14 7 dage op te brenge op
    peene9op peene van: op straffe van van brande en boome af te houwe
    ick heb als voordees geantwoort a de sekretae
    sulcks niet te konne opbrenge wat sij doen
    sulle moete wij almeede afwachte, hier
    meede Eijndigende blijfve

    Mijn heer die uhEd kent

    Naast een update over het dorp bezorgt Teunis Margaretha ook het nieuws over de brandschatting. Nu is de eis dat Margaretha binnen een week 12.000 zilveren patagons betaalt en een grote hoeveelheid paardenvoer levert. Een onmogelijke klus bijna: Margaretha heeft al zilverwerk moeten verkopen om genoeg geld te hebben voor eten. Bovendien zal de regering ook niet bij kunnen springen: het kleinere bedrag van de vergoeding van Margaretha’s man is al te veel voor ze. Geld is overal schaars. Voor hooi, stro en haver geldt hetzelfde: dit is broodnodig voor de Staatse legers.

    Haar brief begon met een voorzichtige hoop op vrede maar eindigt op een flinke domper. De ondertekening is weer summier, dit keer duidelijk uit wanhoop. Margaretha staat er alleen voor in een hopeloze situatie. De laatste paar maanden waren al uitdagend en naar en nu dreigt ze ook nog haar kasteel kwijt te raken. Wat moet ze doen?

    Afbeelding van een oud handschrift. Bovenaan staat dat het een Cijffer is voor Majoor Blanche. Daaronder staat een alfabet met daaronder vervangende letters. Daaronder de tekst: Als men sigh van dit bovenstaande cijffer wil bedienen, schrijft men t' concept in korte woorden met letteren een weijnig van malkander gesepareert, daarnaa stelt men boven ijder vande voors letters sijn cijfferletter uit de onderste rije. bij exempel

ikldbhmbpm 
Franciscus

en dan meer voorbeelden ook voor het ontcijfferen.
    Voorbeeld van een geheime cijfercode die door Godard Adriaan gebruikt werd. Collectie Kasteel Amerongen, bron: Het Utrechts Archief

    Geheimschrift

    Na de ondertekening volgt er nog een lang, maar praktisch naschrift. Gaspard van Kinschot wil Godard Adriaan een bericht sturen dat hij geheim wil houden. Hij heeft alleen geen cijfercombinatie waarmee hij met Godard Adriaan kan communiceren. Margaretha geeft soms al aan dat ze dingen niet aan de pen toevertrouwt, of ze beschrijft mensen zo cryptisch dat ze erop vertrouwt dat meelezers niet zullen weten over wie het gaat. Voor officiële communicatie werd geheimschrift of een cijfercode gebruikt. Je moet dan allebei wel dezelfde cijfercode hebben. Kennelijk regelt Margaretha dat in dit geval voor Godard Adriaan. Voorbeelden van cijfercodes en geheimschriften die Godard Adriaan gebruikte, worden bewaard in Huisarchief van Kasteel Amerongen, dat in het Utrechts Archief ligt.

    Brieffragment over geheimschrift

    naert schrijfve dees is den heere kinschot10Gaspard van Kinschot pensi
    =onaris van delft bij mij geweest seijt wel
    aen uhEd te wille schrijfve maer derft niet
    om de strickte ordere dieder tot de seekretesse11Geheimhouding
    vande besijonngees12Besognes: zaken is, versoeckt uhEd hem Een
    sijffer13Cijfer: code voor geheimschrift belieft te sende waerdoor hij met uhEd
    kan korespondeere, hij heeft goede moet tot
    het werck seijt dat men heere van hollant bee
    =sich sijn om ordere op de finansie te stelle,
    dan dat heeft so lange geduert dat ment moe
    gehoort wort, men seijt ock datter noch somi
    ge, ontdeckt sijn die met den vijant sou hebbe
    gekorespondeert, het welcke aen sijn hoocheijt is
    geschreefve se segge dat schricklijck is [te hoope]

    Kennelijk zijn er inmiddels ook mensen uit De Republiek die heulen met de vijand. Ze vervolgt met een verhaal dat rondgaat in Utrecht over een brief van Godard Adriaan. Hij zou geschreven hebben dat de Keurvorst niet op de troepen van de keizer zou vertrouwen. De Fransen zouden erg blij zij met dit bericht en iedereen afstraffen die het tegendeel beweerde. Weer eindigt ze haar brief met de verzekering dat ze het echt alleen maar vertelt om hem op de hoogte te houden. Het is géén roddel en ze verklapt géén geheimen, want dit wordt allemaal openlijk gezegd…

    Brieffragment

    [hadt,] dit segge ick alleen op dat uhEd
    moocht weeten hoet daer is en soot Een see=
    =kreet mochte sijn, dat uhE verdacht kan
    weesen in sijn schrijfve, want dit heeft hij
    opentlijck geseijt

  • Complimentjes maar geen salaris

    DatumPlaats
    Geschreven10 november 1672Den Haag
    Ontvangen16 november 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    Margaretha’s brief aan Godard Adriaan van 10 november is lang en is grotendeels gewijd aan de bureaucratie van Den Haag. Margaretha jaagt nog steeds achter Godard Adriaans salaris aan, maar lijkt maar geen geluk te hebben. Ze wordt keer op keer van het kastje naar de muur gestuurd en lijkt nog geen stap dichter bij die felbegeerde, welverdiende vergoeding te zijn.

    Complimentjes van de Staten-Generaal

    Geld krijgt Godard Adriaan niet van de Staten-Generaal, maar wel complimenten. De heren der Staten-Generaal bedanken Godard Adriaan voor het werk wat hij doet aan het hof van de Keurvorst. Ook spijt het hen, dat Godard Adriaan al in geen tijden brieven van hen heeft ontvangen. Griffier Fagel had afgesproken met Godard Adriaan dat hij hem op de hoogte zou houden van wat er speelt in Den Haag, maar dat is niet gebeurd. Fagel claimt wel dat het niet zijn schuld is, natuurlijk. Om de pijn wat te verzachten weet Margaretha te vertellen dat Fagel inmiddels wel heeft toegezegd zélf achter Godard Adriaans vergoeding aan te gaan. Of het dan echt gaat gebeuren, blijft natuurlijk de vraag. Fagel roept dit namelijk al langer.

    Brieffragment met de complimentjes van de Staten-Generaal

    doch heeft den grifier fagel mij be=
    looft daer nu sorchge vooor te drage en t selfe
    ter generaEliteijt voor te brenge, ock mij ge
    seijt uhEd met deese post de reesoluijsie van
    haer hooch Mo1Hoog Mogende Heren: leden van de Staten-Generaal alle die der sijn toe te sende, protesteert
    seer dat hem leet doet uhEd geen meer briefve
    krijcht, dat het selfve sijn schult niet is, seijde
    ock dat haer hooch Mo so wel voldaen sijn
    over de meemoorije die uhEd aende keurvorst
    heeft overgeleefvert gelijck deselfve wt de
    brief van haer hooch Mo in dato vande v24
    ockto sal hebbe gesien, [ick dancke godt dat het]

    Tekening van mensen die aan de oever van de rivier zitten. Links een zeilboot, daarachter een roeiboot. Aan de overkant een kerk en een paar huizen.
    Gezicht op het dorp Jaarsveld, Roelant Roghman, ca. 1646 – ca. 1647. Collectie: Rijksmuseum

    Oorlogsnieuws

    De Franse troepen houden het niet bij het plunderen en platbranden van Waverveen: ook Lexmond en Jaarsveld zijn aan de beurt. Lexmond is uitgeplunderd en in Jaarsveld hebben de Fransen een kerk met een huis afgebrand en het dorp geplunderd. Vianen blijft ongeschonden: de vrijstad Vianen maakt officieel geen deel uit van de Republiek en is dus neutraal is de oorlog.

    Terwijl de Fransen huishouden op het platteland is het leger van Willem III nergens te bekennen. Gerucht gaat dat het naar Luik op weg is.

    Brief over de aanval van de Fransen

    so voort laete kontiniweere, viaenne2Vianen is nuijterael
    en de franse hebbe lexmont teenemael wtgeplo=
    = ndert en ijaersfelt3Jaarsveld de kerck met Een huijs afgebrant
    en vangelijcke teenemael wt geplondert, sijnhoo4Zijn Hoogheid, Willem III
    is met sijn bij hebbende krijsvolckere daer de heer
    van ginckel bij is Eergistere opgebroocke waer
    sij heene gaen weet men noch niet men seijt
    wel naer luijck maer ick gelooft niet, de heer

    Tekening (gewassen pentekening) van het 18e eeuws Lexmond:: een pleintje met bomen en een pomp, daarachter de kerk. Rechts een rijtje huizen en links een poortje en een huis. De andere huizen zijn verborgen achter de bomen. Het is een zonnige dag.
    Gezicht op Lexmond, Cornelis Pronk, 1733. Collectie: Rijksmuseum

    Ook op zee is er nieuws. Een vloot bestaande uit dertig dubbel bemande fregatten en talloze branders is uitgevaren onder leiding van Michiel de Ruyter. Margaretha en ieder om haar heen hopen dat hier in de komende dagen goed nieuws uit komt. Ook hoopt ze dat er binnenkort iets meer bekend wordt over de aankomst van het leger van de Keurvorst. Dat is nu al maanden onderweg en lijkt maar weinig dichterbij te komen.

    Brieffragment over de vloot van Michiel de Ruyter

    almachtich wilse geleijde en voor haer trecke, den Admirael
    de ruijter5Michiel de Ruyter is ock met dartich frijgatte die dobbelt gemant6dubbel bemand sijn   
    en Ettelijcke branders7Brander: Een schip, geheel en al ingericht en met vuurwerken en allerlei spoedig brandbare stoffen toegeladen ten einde ‘s vijands schepen aan boord te leggen en ze in brand te steken. in see daer men alledaech verwacht
    en hoopt wat goets van te hoore, vant leeger van de keurvorst 
    verlanckt men nu ock te hoore wat koers die neeme, den heer
    van wellant heb ick hier sieck gevonde en is noch heel
    niet wel heeft Een loop  en Een kleijn koortsge ohoope het
    haest beeteren sal, hier meede blijfve

    Het ongeluk is nog niet klaar met neef Welland8Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha: na alle rampspoed van het afgelopen jaar is hij nu ook nog ziek geworden. Margaretha hoopt dat het snel beter zal gaan met hem. Voor nu valt het gelukkig mee, Welland heeft alleen een beetje koorts.

  • Grootse plannen?

    DatumPlaats
    Geschreven28 oktober 1672Den Haag
    Ontvangen9 november 1672Russelsheim
    Lees hier de originele brief

    Na de Slag bij Woerden blijft het Staatse Leger ogenschijnlijk niet stil zitten. Volgens Margaretha wordt het leger opgebroken en naar elders verplaatst als onderdeel van een groots plan. Veel is er niet over bekend en Margaretha moet weer eens vertrouwen op roddels: men seijt dat het plan zo geheim is dat alleen Stadhouder Willem III en generaal van Waldeck weten wat er gaat gebeuren.

    Brieffragment over de plannen van Willem III

    [dencke sulle,] hier ismen seer beesich met
    het op breecke van Een gedeelte vant lee
    =ger men seit sijn hoocheijt Een groot de
    deseijn1desein: plan, denk aan het engelse woord design voor heeft het welcke men wt
    al de preeperaesie2preparatie: voorbereidingen die ders gemaeckt
    sijn wel kan oordeelle dant wort heel see
    kreet3sekreet: geheim gehoude en so geseijt wort souder nie
    =mant als sijn hoocheijt met de graef van
    waldijck4Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg van weeten, meest al onse ruijte
    =rij worde scheep gedaen, men seijt het ran
    =de voes5rendez-vous: afgesproken ontmoetingsplaats te breeda of te berge op soom6Bergen op Zoom, een plaats in West-Brabant sal
    sijn, tis waert is wij mooge godt wel bidde

    Een getekende tryptiek van Den Haag in vogelvlucht. Op de achtergrond de duinen, rechts de zee. In het midden de bomen van het Lange Voorhout. De Plaats ligt precies op de scheiding van de linker en de middelste tekening. Op de linker tekening het Binnenhof.
    Gezicht in vogelvlucht over ‘s-Gravenhage en Scheveningen vanuit het noordoosten (de drie rechter bladen van vijf). Johannes van Londerseel ca. 1614, uitgave Johannes Jansonius. Collectie: Haags Gemeentearchief
    In Den Haag kon Margaretha kiezen uit heel wat kerken om de Heer te vragen om zijn zegen. Het huis aan de Kneuterdijk ligt midden aan de linkerkant van het middelste deel. Daar zien we bovenaan de Grote of St. Jacobskerk en rechts in het midden de Kloosterkerk. Midden op de linker plaat het Binnenhof met de Hofvijver. Hieronder staat de middelste afbeelding groter afgebeeld.

    Zegen van de Heer

    De vrome Margaretha laat het succes van deze opkomende militaire actie het liefst niet alleen van de plannen van Willem III en zijn generaals afhangen. Een deel van haar brief vult ze met een uitgebreid gebed aan God voor Zijn zegen. Dat Hij eindelijk eens de Staatse wapens zegent waardoor de actie een succes wordt. Het welzijn van het land hangt hier namelijk van af, aldus Margaretha. Ook vraagt ze Hem of Hij Willem III voor kwaad wil beschermen. Ze kan zich niet voorstellen hoe het zou gaan met de Republiek als Willem III om kwam.

    Brieffragment over Margaretha's hoop de Heer

    dat het deseijn wil seegene en wel laete suxse
    deere7succederen: slagen want geloofve het wel vaere van ons
    liefve vaderlant hier aen sal hange, och
    dat wij Eens wat geluck mochte hebbe en dat
    god onse wapenen Eens wilde seegenen, uhE
    weet niet hoet hier noch staet, wij mooge ock
    wel bidde om de behoudenis van sijn hoocheijt
    hij waecht sijn selfve alte seer dat het onge
    luck hem Eens trefte dat godt verhoede
    wij waeren alle seer miserabel, ick hoop
    godt ons genadich sal sijn en sijne gunst
    noch weer toonen, somige wille segge of sijn
    hoocheijt met sijn volck naer vranckrijck sou
    dat ick niet kan geloofve ok niet wil hoop
    want de vijande hier te lande stercker sijn
    alsmen meent hoewel men seecker hout dat
    sints die reijnkonter8Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. voor woerde en aende
    vaert sij vrij Een schrick onder haer volck
    hebbe ija so datter geen volck weer naer
    woerde wil of sij moetender om looten,

    Wat de actie in zal houden is een mysterie, maar de geruchten geven wel een idee van wat er gaat gebeuren. De Staatse legers zouden verzamelen bij Breda of Bergen op Zoom in het zuiden van het gewest Holland. Zijn Hoogheid zou dan met de legers richting Frankrijk trekken. Margaretha hoopt dat de geruchtenmakers daarin ongelijk hebben, dat zou de Fransen te zeer de overhand geven in de Republiek. Er is ook een lichtpuntje: door de, weliswaar mislukte, aanval op Woerden, weten de Franse soldaten wel dat je met het Staatse leger niet moet spotten. Het is weer eens afwachten…

    Getekend Den Haag met veel details: huisjes, bomen, tuinen, mensen op straat maar ook putten en karren. Het opvallendst is de kloosterkerk.
    Het middelste deel van het vijfluik van Londerseel. In het midden tegen de openruimte met wandelende mensen aan, op de hoek het huis aan de Kneuterdijk. De dichtstbijzijnde kerken zijn de Kloosterkerk rechts, tussen het huis en de Grote Kerk, aan het Noordeinde, de Engelse of Hoogduitse kerk en (niet op dit deel van de afbeelding) de Waalse kerk op het Binnenhof. De kans is groot dat Margaretha voor de Kloosterkerk koos.
  • De Polen en de Turken

    DatumPlaats
    Geschreven4 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    Er is voor Margaretha weinig nieuws om te melden aan Godard Adriaan, maar zoals beloofd slaat ze geen post over. Na de Slag bij Naarden blijft het stil. Willem III is weer naar Zwammerdam “of daer on trent” getrokken met zijn leger en er schijnt iets op handen te zijn. Wat dat is, dat weet Margaretha niet.

    De prinselijke boot (met een heel grote driekleur) vaart rustig langs wat wat boeren schuren lijken t e zijn.
    Gezicht op het kwartier van prins Willem III te Bodegraven, Valentijn Klotz (manier van), 1672. Collectie: Rijksmuseum

    Nieuws uit Polen

    Wel besteed Margaretha tijd om te schrijven over wat er speelt tussen de Polen en de Turken. De Poolse koning Michaël I vecht daar een oorlog uit tegen de Ottomanen en het gaat niet de goede kant op.

    Brieffragment over de Polen en de Turken en Keizer Leopold I

    de quade tijdine die wt poo
    =len[1] komt maeckt hier onder de koopliede
    geen kleijne ontsteltenis en vreest men
    dat de keijser1De Oostenrijkse keizer Leopold I daer door so veel te doen
    mochte krijge dat ons die volckere mocht

    Tweede deel van brieffragment over de Polen en de Turken

    ontrocke worden, andere segge weer dat dat
    geen noot sal sijn dewijlle so geseijt wort de muskovijter2Moskovieten: het Tsaardom Rusland stond ook wel bekend als het Tsaardom Moskovië den pool te hulpe sal koome

    Voor de Republiek lijkt deze verre oorlog die zich afspeelt in Oekraïne op het oog niet heel relevant. Toch zien de kooplieden — en Margaretha — hier wel reden voor zorgen. De oorlog woedt dicht bij de grenzen van het Heilige Roomse Rijk, waar Leopold I over heerst. Bovendien liggen gebieden van de Keurvorst van Brandenburg ook relatief dichtbij het oorlogsgewoel. Deze twee Duitse vorsten zouden bij een Ottomaanse doorbraak op hun eigen gebieden moeten letten en minder aandacht en troepen over hebben voor de Republiek. Die langverwachte Brandenburgse troepen zouden dan toch nog weggetrokken worden.

    Een strijdveld vol met paarden. Op de voorgrond een Turk met een tulband in een rode jas en een krom zwaard in zijn hand, die af stormt op een Pool met een helm en een langs. Achter hun zwaait iemand met een zwarte vlag met daarop een halve maan.
    Gevecht om een Turkse Standaard, Jozef Brandt, 1905. Collectie: Muzeum Narodowe w Krakowie

    Na het delen van dit onheilspellende nieuws gaat Margaretha snel weer over tot de orde van de dag. Godard Adriaans salaris, wat ze nu al maanden probeert te innen, is immers nog steeds niet binnen.

  • Staatsen tegen Orangisten

    De bestuurders van de Republiek zijn in de aanloop van het Rampjaar onderling sterk verdeeld. De Staten-Generaal is verworden tot het slagveld waarop de provincies, en indirect ook sommige grote steden, vechten om hun eigen belangen te bevorderen. Als voorzitter van de Staten-Generaal moet Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, navigeren tussen deze soms tegengestelde belangen. De belangrijkste belangenstrijd die in de zeventiende eeuw heerst, is die tussen de Staatsen en Oranjegezinden.

    Het is belangrijk om je goed te beseffen dat deze groeperingen niet politieke partijen zijn in de zin waarop wij ze kennen. De beide groeperingen zijn ongeorganiseerd en facties en individuen willen, als het voor hen voordelig is, nog wel eens naar de andere kant overlopen. De strijd tussen de twee groeperingen gaat over één enkel twistpunt: de positie van de familie Van Oranje in de Republiek.

    Gravures van Willem III en zijn (latere) vrouw Mary Stuart. Overal in Kasteel Amerongen kom je Stadhouder Willem III tegen, zo laten de Van Reedes zien dat ze aan de kant van de Orangisten staan.

    Staatsen en Orangisten

    De Staatsen willen de onafhankelijkheid van de provincies zo veel mogelijk waarborgen. Dit betekent ook dat ze tegen het erfelijke stadhouderschap van de Oranjes zijn. Over alle zaken die het gewest aangingen zou het gewest zelf de beslissingen mogen nemen. Wanneer het zaken van nationaal belang betreft moeten de gewesten dit onderling regelen in de Staten-Generaal. Onder de Staatsen vindt men veel stedelijke regenten en koopmannen, met name uit Holland.

    Deze positie staat in scherp contrast met die van de Oranjegezinden (ook wel prinsgezinden), veelal adel, leden van de Ridderschap, predikanten of het gewone volk. Zoals hun naam al suggereert willen de Oranjegezinden de macht van de Oranjes vergroten. Dit doel hangt sterk samen met het behoud van de functie van stadhouder. De stadhouder staat aan het hoofd van een gewest en is daarnaast ook de kapitein-generaal van het Staatse leger. Een lid van het huis van Oranje vervult deze zeer machtige rol al sinds het begin van de Republiek. Oorspronkelijk had ieder gewest een eigen stadhouder maar langzaam maar zeker trokken de Oranjes meer macht naar hen toe waardoor ze vaak stadhouder over meerdere provincies waren.

    Staatsen aan de macht

    In de jaren voor het Rampjaar zijn de Staatsen aan de macht. Het is het Eerste Stadhouderloze Tijdperk: er is geen nieuwe stadhouder benoemd1In de gewesten Stad en Lande (het tegenwoordige Groningen) en Friesland is er wel een stadhouder, namelijk Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz. Hij slaagt er echter niet in om elders in de Republiek voet aan de grond te krijgen. sinds Willem II van Nassau-Oranje (1626-1650) stierf. Zijn erfopvolger en zoon, Willem III (1650-1702) werd in datzelfde jaar geboren. De Staatsgezinde raadspensionaris Johan de Witt is de machtigste man in de Republiek. Onder zijn leiding wordt in 1667 het Eeuwig Edict aangenomen: het stadhouderschap wordt in Holland afgeschaft. Ook vraagt Holland de andere gewesten om het stadhouderschap en het kapitein-generaalschap, voorheen één functie, onverenigbaar te verklaren.

    Prins Willem III (1650-1702) daarentegen heeft relatief weinig macht. Hij heeft beperkte macht in Zeeland vanuit zijn rol als Eerste Edele en heeft sinds 1670 de concluderende2uitleggen stem in de Raad van State. Voor Willems positie in de Raad van State is hard door Oranjegezinden gelobbyd: de steun van Godard Adriaan van Reede bleek in de Staten van Utrecht, en daarmee ook in de Staten-Generaal, doorslaggevend. Willem III’s ambities worden echter sterk beperkt door het Eeuwig Edict en het beleid van Johan de Witt.

    De opmars van Willem III

    Willem III zit echter niet bij de pakken neer en begint loyalisten om zich heen te verzamelen. De familie Van Reede, onder leiding van Godard Adriaan en Johan van Reede, heer van Renswoude, steunt hem in de Staten van Utrecht. Wanneer in 1671 de strijd over de benoeming van Willem III tot kapitein-generaal losbrandt, staan Godard Adriaan en Van Renswoude aan Willems zijde. Het politieke debat tussen de Staatsgezinden en de Oranjegezinden is fel. De Staatsen willen niet dat Willem III überhaupt de functie krijgt. De Oranjegezinden willen dat hij voor het leven benoemd wordt. Het compromis: Willem III wordt kapitein-generaal voor één veldtocht op 25 februari 1672. Pas in november 1673, wanneer hij meerderjarigheid bereikt, kan er gesproken worden over een benoeming als kapitein-generaal voor het leven. Hoewel er ook op dat moment al geroepen wordt om Willem III tot stadhouder uit te roepen, gebeurd dit niet.

    Burgeropstanden in Dordrecht

    Wie redt ons nu de de legers van Lodewijk XIV de Republiek binnen zijn gevallen? Zo klinkt het onder het volk. Een antwoord hebben ze ook al klaar: dit moet Willem III, de nazaat van de vader des vaderlands, zijn. Onrust broeit in de steden van de Republiek. Kwade geruchten over de regenten doen de rondte: het is een slechte tijd om staatsgezind te zijn.

    Al snel slaat de onrust om in volksopstanden. In Dordrecht, de thuisbasis van de gebroeders De Witt en van oudsher een Staats bolwerk, gebeurt dit op 24 juni 1672. Oranjegezinde burgers gaan de straat op en roepen om de afschaffing van het Eeuwig Edict. Ze bedreigen zelfs Dordtse regenten in hun huizen met bijlen! De regenten nodigen Willem III uit om de gemoederen tot bedaren te brengen maar dit loopt iets anders dan ze verwacht hadden. Op 29 juni worden ze gedwongen het Eeuwig Edict te verwerpen en Willem III te accepteren als stadhouder van Dordrecht. Alle regenten ondertekenen dit besluit, zelfs Cornelis de Witt, broer van raadpensionaris Johan. Cornelis moet echt wel bedreigd worden voordat hij zijn handtekening zet en tekent met “v.c” achter zijn naam, vi coactus, onder dwang.

    Burgers van Dordrecht dwingen Cornelis de Witt het Eeuwig Edict in te trekken, 1672, Jacobus Buys, 1789. Collectie Rijksmuseum

    Stadhouder Willem III

    Na die monumentale dag worden de dromen van de Oranjegezinden snel waar. Burgers in andere Hollandse steden volgen het Dordtse voorbeeld. Willem III wordt in een hoog tempo stadhouder voor verschillende steden. Uiteindelijk brengt Rotterdam Willem III’s benoeming tot stadhouder van de provincie Holland in de Staten van Holland ter sprake op 1 juli. Op 4 juli stemmen alle regenten in de Staten van Holland in met de benoeming. Bovendien krijgt Willem III dezelfde rechten als zijn voorouders, waaronder ook het recht om regenten in de steden te benoemen.

    Op 9 juli legt Willem III de eed af en wordt hij de machtigste man in Holland, ten koste van Johan de Witt. In Zeeland speelt eenzelfde situatie en ook daar bieden de regenten Willem III uiteindelijk het stadhouderschap aan op 16 juli. Voor Willem III en de Oranjegezinden is dit een reden voor blijdschap: de rechten die de familie Van Oranje genoot voor de dood van Willem II en het Eeuwig Edict zijn hersteld. Tot de dood van Willem III waait er een sterk Oranjegezinde wind door de Republiek.

    Willem III wordt ingezworen als stadhouder, 1672, Bernard Picart (atelier van), 1728. Collectie Rijksmuseum
  • Onrust in de steden

    DatumPlaats
    Geschreven17 juni 1672Den Haag
    Ontvangen27 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    Eerder schrijft Margaretha al over de onrust in de steden. Nu het Staatse leger op de vlucht is geslagen en de eerste steden zijn gevallen, wordt de onrust alleen maar erger. Rotterdam, Haarlem, Leiden, Utrecht, Delft, overal heerst onzekerheid. Kwade geruchten over verraad vinden vruchtbare grond in de angst van het volk. Wagens worden geplunderd, schepen mogen niet aanmeren: het volk heeft de macht overgenomen van de regenten. Zelfs de vrij geliefde Willem III trekt aan het kortste eind: hij mag Utrecht niet binnen komen met zijn leger.

    Onwelkom in Utrecht

    Over de situatie in Utrecht schrijft Margaretha het meest. Ze heeft de chaos daar zelf aan den lijve meegemaakt. Ze moest immers Philippota en de kleinkinderen daar nog ophalen.

    [hij vertreckt merge naer Enlant,] hier is geen plaets
    daer men sich kan verseeckeren, te rotterdam haerlem
    leijden wttrecht is delft is alde gemeente1het gewone volk in op roer
    roepe niet ander als van veraet en dat ons lant
    verkocht is dat nu geleevert sal worde, hier plu
    =nderense de wagens met goet dewelcke wt gebrocht
    worde te delft houdense de scheepe aen willense
    niet laeten passeere de heere reegente2regenten: stadsbestuurders hebbe niet te
    segge, te wttrecht houdense de poorte toe wille sijn
    hoocheijt3Prins Willem III met de meliesie4militie die daer voor lege daer niet in hebbe
    dwinge de burgemeesters de sleutels af seggende
    dat die geen burgemeesters sijn maer sij selfs
    hamel5Nicolaas Hamel, burgemeester van Utrecht seijt me dat geprikuliteert(?) heeft om hals
    te koome, dan is ontkoome, ick was voorleede dijns
    dach inde stat van wttrecht maer Een Euri6een uur, wist
    niet hoe daer weer wt te koome dorst7dorsten: durfen mijn
    naem niet bekent maecke trock mijn kap inde
    oochgen ginck so stilletges onbekent wt de stat
    daer terstont de poorte op, gesloote wierde hade sij

    geweeten ickt was, soude ongetwijfelt een affront8affront: belediging, krenking van de eer
    leeden hebbe, so roepense overde brandenburchse
    troepees dat die niet en koome en dat uhEd die pen
    -ninge in sijn sack gesteecke heeft, tis niet te bedencke
    so de mense spreecke op alle reegente ija op de prins 
    selfs, och oogeluckichge komissie voor ons dewelcke
    mij altijt so swaer opt hart heeft geleegen, [ick bidt]

    Prent van plunderende en vechtende mensen in een 17e eeuwse stad
    Fragment uit de prent “Klacht over de rampspoed in de Republiek tussen 1672 en 1675” van Romeijn de Hooge (1675). Collectie Rijksmuseum (klik voor de volledige prent).

    Met haar kap voor haar ogen getrokken glipte Margaretha stilletjes uit de stad. Zelfs haar naam wilde ze niet gebruiken. Ze is een bekende in Utrecht maar de stad voelt erg vijandig aan. Haar identiteit wil ze dus geheim houden. Kwaad volk beschuldigt Godard Adriaan van het geld voor de Brandenburgse troepen in eigen zakken steken. Hij is duidelijk geen populair man meer in Utrecht en dat gebrek aan populariteit straalt af op zijn familie.

    Rust in Amsterdam?

    In meerdere steden heerst wanorde maar Margaretha schrijft ook dat het er in Amsterdam een stuk ordelijker aan toe gaat. De stad zit prop- en propvol met vluchtelingen maar door de voorzichtigheid van de regenten valt de onrust mee. Soldaten in dienst van de stad houden de orde. Margaretha is niet laaiend enthousiast over naar Amsterdam gaan — daar heersen immers dezelfde kwade geruchten als elders — maar het is een relatief veilige plek om heen te vluchten.

    [broeder te sijn], want om dewaerheijt te segge tis
    hier overal in sulcke oproer vande gemeente9gemeenschap die
    so vieleijn10vilein: gemeen spreecke en te Amsterdam selfs dat me

    niet weet waer te wende, doch daer is noch geen oproer
    maer de gemeente stil alleen spreeckense op de vluchte-
    -line dat sij nu als Elck sijn goet inde stat heeft ock
    Eens rijck sulle worden dan dat sijn woorde, ock sijn
    de heere van Amsterdam seer voorsichtich en stelle
    van nu aen daer al ordere op neeme alledaech
    volck aen om inde stat te blijfve en hoope noch
    Eenige ruijterij in haer stat te krijgen, tis onge
    looflijck dat volck en goet daer gevlucht in
    komt men sou segge het onmoogelijck was de
    stat het sou konne berge, [ick heb meest al ons]

  • De verrader Montbas

    DatumPlaats
    Geschreven17 juni 1672Den Haag
    Ontvangen27 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    Jean Barton de Montbas is opgepakt nadat hij de vlucht nam voor de Franse troepen en zijn post, de Schenkenschans, onverdedigd achter liet. Montbas claimt dit op iemands orders gedaan te hebben. In een eerdere brief deed Margaretha zeer mysteries over de identiteit van deze persoon maar nu komt er opheldering: volgens Montbas handelde hij naar de orders die hij van Hiëronymus van Beverningh gekregen had. Volgens deze orders zou hij zijn post mogen verlaten als deze onhoudbaar werd.

    Schilderij met op de voorgrond Lodewijk XIV met soldaten te paard en op de achtergrond de vesting Schenkenschans
    Koning Lodewijk XIV bij het beleg van Schenkenschans, 1672, Lambert de Hondt (II), ca. 1675 (coll. Rijksmuseum)

    Montbas en de Fransen?

    Margaretha vraagt zich af of Montbas’ flinterdunne verdediging stand gaat houden. Met deze laffe actie heeft Montbas zichzelf namelijk in één klap tot een van de impopulairste personen in de Republiek gemaakt. De geruchten die op straat rond zwerven, zijn dus vol woede en gaan uit van het ergste.

    [van rhiene Een van is], men seijt dat mout
    momba sijn saeck wel deffendeere1defenderen: verdedigen met
    Een brief die hij seijt vande heere bever
    -lin
    2Hiëronymus van Beverningh, diplomaat en gedeputeerde te velde te hebbe die hem soude geschreefve
    hebbe als hij die post niet langer konde
    houde se vrij te verlaete, of hem dat sal
    ontschuldige sal te besien staen, ock
    seijt men dat hij geduerich deesen oorlooch
    met de vijant soude gekorespondeert3corresponderen: in contact zijn hebe
    en aengeweese waer wij opt swackste
    waere en hem de wech aengeweesen was
    hij sijn mers sou neemen, dit sijn de lie
    diemen4lieden die men voorde ingeseetene5ingezete: inwoner van een gebied vant lant most
    preefereere6prefereren: voorkeur geven aan, nu dat is over ondertusche moet
    onse soon den dienst waerneeme en geen weijnich
    fatijgees7fatigue: vermoeidheid, uitputting wtstaen, [nu mijn hartge dees is]

    Men zegt dat Montbas contact heeft gehad met de vijand om door te geven waar het Staatse leger op het zwakste is. Ook zouden de Fransen Montbas verteld hebben welke route hij zou moeten volgen bij het verlaten van de Schenkenschans. Ernstige beschuldigingen dus. Mocht dit waar zijn dan zou Montbas de doodstraf krijgen.

    Gevolgen voor Godard van Ginkel

    Zoals wel vaker volgt Margaretha het nieuws over Montbas op met een vergelijking met haar lieve zoon Godard van Ginkel. Het verschil mag er zijn: de Franse Montbas is een verraderlijke, onbetrouwbare lapzwans terwijl haar zoon het toonbeeld is van een dappere, plichtsgetrouwe Staatse officier. Margaretha is duidelijk zuur dat haar zoon gepasseerd is voor de promotie tot commissaris-generaal. Nu Montbas gearresteerd is moet Godard weer zijn dienst waarnemen terwijl hij al oververmoeid is door zijn harde werk. De oorlog vraagt echt het uiterste van Godard.

  • Paniek! Vluchten!!

    DatumPlaats
    Geschreven13 juni 1672Amsterdam
    Ontvangen26 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    Het gevreesde moment is aangebroken: de Franse troepen zijn de Republiek binnengevallen! Er zit voor Margaretha niets anders op dan te vluchten.

    Margaretha is nog op Amerongen wanneer ze om twee uur ‘s nachts gewekt wordt door pleegzoon Godert Willem van Tuyll van Serooskerken, heer van Welland. De Franse legers zijn de Rijn overgestoken bij Tolhuis, vlakbij de Staatse verdedigingspositie aan de Schenkenschans. Haar zoon leeft gelukkig nog, weet Welland te melden, maar verder lijkt de situatie op een ramp van epische proporties uit te draaien voor de Republiek. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

    Mijn heer en lieste hartge
    gistere heb ick uhEd wt Ameronge geschreefve den droefvigen
    staet daer ons liefve vaderlant in is en wij alte saeme, ick
    meende noch Eenige dage aldaer gebleefve te hebbe, maer
    te nacht ontrent twee Eure quam de heer van wellant1pleegzoon Goderd Willen van Tuyll van Serooskerken
    wt ons leeger die alsdoen den heer van ginckel de heere
    sij gedanckt noch wel heeft gelaeten, maer de franse
    voor schenckeschans2de Schenkenschans was één van de voornaamste Staatse verdedigingsschansen en lag aan de splitsing van de Rijn in de Waal en de Nederrijn die door den rhijn met meenichte sijn
    geswome geschampt3schampen: de vlucht nemen, het veld ruimen diet selfve hebbe beleegert, ons volck hebbe
    teegens haer dapper gevochten daer veel van gebleefve is

    Lodewijk XIV op een witte schimmel op een heuvel. Op de achtergrond troepen die de Rijn oversteken.
    Lodewijk XIV steekt bij Lobith de Rijn over. Adam Frans van der Meulen, Collectie Rijksmuseum

    De schande van Montbas

    Een Staats leger heeft bij de Schenkenschans dapper gevochten tegen de Franse troepen voordat ze moesten vluchten. Dit was echter een ander leger dan wat gestationeerd was bij de Schenkenschans. Commissaris-generaal Montbas, bevelhebber van de troepen bij de Schenkenschans, was al lang en breed weggevlucht! Een andere groep soldaten is in allerijl naar de Schenkenschans gestuurd maar kwam te laat om de Franse vloed te stelpen.

    Al maanden roept Margaretha dat Montbas een onbetrouwbare lapzwans is en nu blijkt dat ze pijnlijk gelijk had. Montbas is gevangen genomen en men zegt dat hij claimt dat hij zijn post moest verlaten op orders van een zeker persoon. Wie deze persoon is, zegt Margaretha niet maar het bevel lijkt van hogerhand te komen. Als het waar is, zegt Margaretha, waarom geven we ons dan niet meteen over? Dat zou onschuldig bloed besparen.

    momba diet komande overt volck inde beetuwe had heeft
    sijn post schandelijck verlaeten willende dat den mancke
    gent4Otto van Gent, broer van Admiraal van Gent die gisteren omkwam bij de Slag van Kijkduin die daer bij hem was van gelijcke soude doen, die
    hem het selfve weijgerde seggende dat hij wel onder sijn
    komande stont maer dat sij dat noijt noch in haer ge
    moet5Gemoed: Het binnenste van den mensch in onstoffelijken zin, beschouwd als de zetel van zijn geestelijk gevoel noch voor godt noch de werlt soude konne ver –
    antwoorde, het most Evenwel so sijn, men seijt momba
    in gehechtenis is en dat hij Een seecker persoon noemt
    wt wiens last hijt sou gedaen hebbe, daer hEd noch ick
    het noijt van soude vermoet hebbe, het soude die sijn
    die plach te segge en secht het mijn oom niet, ick kant van
    hem niet geloofve, als dat soude sijn wort al ons
    volck wel op den vleijsbanck gebrocht, waer om geefven
    se ons dan niet heel over, moetense so veel onoosel6onnozel: onschuldig
    bloet vergieten, mijn lieste hartge ick niet segge
    hoe bekomert ick met onse goeije en oprechte soon

    Hoe gaat het met de familie?

    Margaretha is hals over kop weggevlucht naar Amsterdam, maar hoe zit het met haar lieve kleinkindjes en haar schoondochter? Philippota en haar kinderen zijn nog in Utrecht. Nogal een gevaarlijke plek om te zijn als edelvrouwe gezien de relletjes en volksopstanden die er gaande zijn. Margaretha gaat daarom morgen met haar koets haar familie ophalen.

    Ze heeft Godard Adriaan ook goed nieuws te melden: bijna al hun goed is overgekomen naar Amsterdam. Enkel wat wijn en bier blijft achter in het kasteel. Het water in de Rijn stond te laag om dit te kunnen vervoeren. De rest van de goederen zijn al aangekomen in Amsterdam of worden per aak naar de stad vervoerd.

    [ben,] dewijlle den vijant inde beetuwe is derfde ick
    niet langer op Ameronge blijfve, ben so aenstonts
    hier gekoome hebbende de koppe7Op 30 mei heeft Margaretha het over het zoeken van een verstopplek voor gouden koppen. Die heeft ze niet kunnen vinden en het lijkt dat ze er voor kiest om ze dan maar mee te nemen ent dander bij mij

    hier gebrocht, de vrou van ginckel is met haer kindere noch
    te wttrecht hoope se merge te gaen haelle en hier me
    neer te sette, ick heb meest al ons goet hier behalfve
    noch twee oxshoofde8okshoofd: een inhoudsmaat ter grote van een groot vat, ongeveer 231 liter franse en Een stuck9stuk: een inhoudsmaat ter grote van 96 stoop. Een stoop is ongeveer 2,5 liter dus een stuk zou ongeveer 240 liter zijn rinse10Rijnse of Rijnlandse wijn
    en so Een schoone kelder met bier dat ick omt
    laechge water op den rhijn niet hier heb konne
    krijge, ick en noch Eenige kleijnicheede, heb noch
    drie a vier wagens met goet overlant moete hier
    brenge sout gistere aen wijburch11Wijburch is een persoonsnaam maar wie het precies is, is een mysterie tot wijck12Wijk bij Duurstede om Een
    Aeck13Aak: een plat schip wat gebruikt wordt om goederen over de rivier te vervoeren diedaer noch wel 6 a 7 lagen maer hij liet mij
    segge omt gepeupelt het om geen goet te derfe [doen]

    Algehele verslagenheid

    Het lijkt alsof Margaretha alles vrij goed voor elkaar heeft: bijna al haar spullen zijn veilig, zij is veilig aangekomen in Amsterdam na een rit met haar nieuwe koets en spoedig geldt dat voor haar kinderen ook. Hetzelfde kan helaas niet gezegd worden over de Republiek. Mensen slaan overal op de vlucht en mannen en vrouwen staan langs de weg te krijsen als kinderen. Ellende heerst.

    Margaretha doet iets om te helpen en laat een Amerongse dorpsgenoot met zijn kinderen het huis in Den Haag gebruiken maar zelfs deze kleine gebaartjes maken weinig verschil. Ze weet geen uitkomst meer. Alles is in de handen Gods.

    [doen,] daer is sulcken verslagent heijt over al
    dat met geen monde wtte spreecken is de mense vluchte
    met sulcken gewelt van alle kante dat
    niet te sien is de mans en vrouwe gaen bij de wech
    en krijten14krijten: krijsen als kindere ick kan de Elende met
    geen mont wt spreecken diemen siet ent roept
    al overt lan tardeere vande brandenburchse
    volckeren och ick vrees die te laet sulle koome,
    te Ameronge en daer ontrent was geen wage
    om gelt te krijge, t was geluck dat ick te winter
    Een nieuwe wage heb laeten macken die mij nu
    heel wel te pas komt, ick gin te nacht te twee
    Eeure op mijn koets sitte, de heer almachtich weet
    hoet noch met ons sal vergaen ick sien nu geen wtkomst
    meer beveelle mij en alt mijn in sijne hande hij doet
    met ons naer sijn welbehaechge, nicht van rhiene15Nicht van Rhenen is waarschijnlijk een kind uit een bastaardtak van Frederik van Reede, de grootvader van Godard Adriaan wist

    ock niet waer te blijfve hebse bij mijn en denijs geritse16Denijs Geritse is een dorpsbewoner van Amerongen 
    die quam klage en krijten als Een kint had geen gelt
    en wist niet waer met sijn dochters te blijfve
    hebse alle drij in den haech in ons huijs laete gaen
    nu kan ick niet meer blijf

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    Wel opvallend is de afsluitende groet van Margaretha: “nu kan ick niet meer blijf”. In alle eerdere brieven vinden we een versie van “hier meede blijfve”, een typische zeventiende-eeuwse groet. Met het verbasteren van die zinsnede maakt Margaretha een punt heel duidelijk: stabiliteit en veiligheid is niet meer te garanderen, ze is op de vlucht gegaan.

    Amstel gezien in noordelijke richting naar de Blauwbrug. Op de voorgrond rechts de Nieuwe Herengracht. Tekening door Jan Spaan (ca 1742-1828). Collectie Stadsarchief Amsterdam

    Er volgen nog twee postscripta: Margaretha benadrukt nogmaals dat ze hoopt dat Godard Adriaan snel schrijft over wanneer de Brandenburgse troepen komen én schrijft hem dat de Spaanse troepen (die al wél aanwezig zijn) goed volk zijn. De tweede p.s. is het adres van Margaretha in Amsterdam:

    ick ben hier aende oostsijde van de blaeuwe bruch op de nieuwe heere graft inde trufel

  • Aanval van twee kanten

    DatumPlaats
    Geschreven12 juni 1672Amerongen
    Ontvangen20 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    Kleef is gevallen. Met dat slechte nieuws begint Margaretha haar brief. Dat betekent dat de Franse legers zich nu kunnen richten op de laatste Staatse verdedigingslinies aan de IJssel of aan de Rijn. In de Republiek heerst chaos: mensen slaan op de vlucht en Margaretha heeft Philippota en de kleinkinderen al naar Utrecht gestuurd, een stukje verder weg van het front dan Amerongen. Verder dan dat wil Philippota niet gaan: ze wil niet te ver van haar man zijn.

    Brief

    Mijn heer en lieste hartge
    seedert mijne laeste sijn de vijande so seer genadert dat
    mense alledaege verwacht aenden ijsel of rhijn, den
    prinse van konde1Louis II van Bourbon, de Prins van Condé, is een van de belangrijkste generaals onder de Franse koning is bine deutekom2Doetinchem den koninck
    so men seijt binne kleef3De stad Kleef en op den Elteren berch4de Eltenberg is een heuvel nabij het plaatjes Elten, in het Hertogdom Kleef
    met gars5gros vant leegen
    nu is den tijt van Elende voor ons en sitte wij inde
    meeste benautheijt vande werlt, de mense vluchte 
    van allekante so dach en nacht dat deerlijck is
    te sien, ick heb gistere de vrou van ginckel met
    haer vier kinderen naer wttrecht voort Eerst
    laeten brengen die als noch niet gaere naete
    Amsterdam en wil om dat sij meent te veer
    van haer man te sijn, [en waer is Een plaets]

    Volksoproeren

    Of het een goed idee was om de rest van de familie naar Utrecht te sturen moet nog blijken. Overal in het land vinden volksoproeren plaats, ook in Utrecht. Het volk is ongerust over de aankomende invasie maar ook, zo schrijft Margaretha, over het wegblijven van de Brandenburgse troepen die Godard Adriaan zou regelen. Sterker nog, er gaan geruchten dat Godard Adriaan zijn land verraden zou hebben om er samen met de Keurvorst zo veel mogelijk geld uit los te krijgen. Godard Adriaan krijgt stank voor dank voor zijn harde werk.

    Protesterende mensen komen dagelijks langs het huis van de familie in Den Haag en ook in de omgeving van Kasteel Amerongen doet deze praat de ronde. Margaretha is bang dat ook in Amsterdam deze complottheorie de ronde doet: haar familie is op geen plaats in de wereld nog veilig.

    [en waer is Een plaets]
    inde heelle werlt voor ons seecker daer de gemeente6het volk
    so oproerich van binne in verscheijde plaetse
    is alste wttrecht te haerlem7Haarlem en meer andere
    plaetse te meer dewijlle de gemeente so seer
    op uhEd begine te morre overt lan achter –
    blijfve vande brandenburchse troepees, inde haech
    gaense savonts en smergens lans ons huijs8Margaretha doelt hier op haar huis aan de Kneuterdijk wat ze van haar oom erfde
    seggende dat den keurvorst ons verraet en dat uhEd het
    met hem hout daer so lange leggende omt lant
    wt te suijpen9uitzuipen: leegzuigen, geld aftroggelen daer doch niet van en komt, daer bij
    voechgende dat me sijn huijs onder de voet

    haelde10onder de voet halen: slopen wat duijvel waer daer aengeleechgen11mogelijk een verbastering van “de duivel inhebben”: zeer boos zijn, ick
    schrick daer aen te dencken dier gelijcke12dergelijke tael
    wort te rheene13Rhenen onder die kompangie burgers14een groep burgers heeft zichzelf bewapend en heeft een militie gevormd 
    die wt wandere plaetse daer koome door trecke
    ock gevoert, dit is den danck die uhEd voor den
    dienst vant vaderlant sal hebbe het welcke hij met so veel
    ijver doet, ock waer sal ick noch blijfve vrees
    diergelijcke praetges te Amsterdam almee sulle
    omgaen en komt het grau15het grauw: de lagere standen van de bevolking Eens op de been hoe

    Klaagzang

    Margaretha gebruikt haar brief aan Godard Adriaan ook om haar hart te luchten. Ze is nogal ongelukkig door alles wat gaande is. Nu de beloofde Brandenburgse troepen niet of te laat komen neemt de hoop op zegevieren op de Fransen sterk af. Margaretha vreest dat het al te laat is voor de Republiek en haar familie. Als een stortvloed van droefheid komen al haar emoties er uit.

    [hoe] sal ickt maecke wier sal ick mijn hooft op
    steecken och ongeluckige vrou als ick ben, uhE
    belieft het so te doen en salder toch Eer noch
    danck van hebbe en laet ons hier so alleen
    uhEd soon in Een leeger dat so prijckeleus16perikleus: in gevaar, in de perikelen is
    mijn met vier sulcke liefve kinderkens als
    alleen inde werlt indees wtneemende swaere tij
    de, uhEd sout hem noch wel konne beklaechge
    nu heer van Ameronge mijn sechge is noijt ge
    acht, maer so die beloofde troepees niet in
    korte en koome so weet ick mij nergens te
    berge17bergen: waarborgen, een veilige plek bewonen waer sal ick blijfve, en om de waer
    heijt te segge se sulle koome vrees ick alst
    te laet sal sijn, ick ben bedroeft tot int binenste
    van mijn hart ija tot der doot, ick bid neemt
    niet qualijck ick dit so schrijf ben als over
    stort van droefheijt, [den heer van wellant]

    De Engelsen vallen aan: Slag bij Solebay

    Margaretha weet ook goed nieuws te melden aan Godard Adriaan: er is een zeeslag geweest en de Staatse Vloot heeft deze gewonnen! Helaas kwam de overwinning met een prijs. Admiraal Van Gent heeft de slag niet overleefd: kogels door de borst en een afgerukt been waren hem fataal. Hij zal dus helaas Godard Adriaan niet kunnen ophalen in Hamburg.

    Zeeslag bij Solebay, 7 juni 1672. Geschilderd door Willem van de Velde (II). Collectie Het Scheepvaartmuseum

    De slag waar Margaretha aan refereert is de Slag bij Solebay op 7 juni 1672. Michiel de Ruyter stak met een vloot de Noordzee over en overviel de Engels-Franse vloot in de Sole Bay. In de daarop volgende zeeslag slaagt De Ruyter erin om flinke chaos aan te richten en maakt hij het onmogelijk voor Engeland om de Republiek op zee te blokkeren.

    [al sijn bedencke,] wij hadde voorleedene
    vrijdach wat verquickine18verkwikking: verbetering van het humeur door de vicktoorije
    die sich te water voor ons liet sien nu heb
    ick sints het vervolch daer van niet gehoort, de heer wil
    geefve het mach weesen alst begin be –
    halfve dat den Admirael van gent doot is
    was het been afgeschoote en twee kogels
    door de borst wiens doot mij seer jamert

    Margaretha blijft in Amerongen

    Tenzij ze slecht nieuws over het leger te horen krijgt blijft Margaretha nog een dag of twee in Amerongen. Ondanks de wanhoop die uit haar brief blijkt heeft ze toch wel vertrouwen in de landsverdediging. Nijmegen is goed voorzien van soldaten en ammunitie en er zijn nog veel troepen naar de IJssel gegaan de afgelopen week.

    Het bedroeft haar echter wel dat het onmogelijk is iets te horen over de belegerde steden. Er heerst een volledig gebrek aan initiatief. Verkenners gaan enkel uit als zoon Godard Van Ginkel ze er op uit stuurt. Typisch voor Margaretha drukt ze ook hier weer de hoop uit dat Van Ginkels harde werk onthouden wordt en vergoed wordt met een promotie in de toekomst.

    Brieffragment waar Margaretha schrijft over de aanval van de Engelsen bij Solebay

    ick meen noch Een dach of twee hier te blijfe
    so lange ick geen Erger tijdine wt ons leeger
    hoor daer is dees voorleedene weeck seer
    veel volck noch naer toe gegaen hoope den

    Afbeelding van de brief waarin Margaretha schrijft over de aanval van de Engelsen bij Solebay

    den ijsel nu sal konne gedefendeert19defenderen:verdedigen worde nimweege20Nijmegen is ock nu
    so van volck als van Amonijsi21ammunitie van oorlooch wel versien dat groote
    moet en koraesge22courage: moed ondert volck geeft, de baterije23batterij: een verdedigingswerk waarachter geschut is geplaatst ent kanon
    seijt men dat op den ijsel nu is gestelt, de heer almachtich wil
    al donse bewaere, dat bedroeft is men kan niet seeckers hoore
    hoet met de beleegerde steede is, daer gaet niemant op kons
    schap24kondschap: op verkenning gaan, inlichtingen inwinnen wt als die den heer van ginckel wt sent, of hem wel Eens
    weer sal vergoet worde sal te besien staen, nu mijn lieste hartg
    ick bidt godt uhEd wijsheijt en voorsichtichheijt te geefve en op alle
    uhEd weege te bewaere, sal blijfve so lange ick leef

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff en
    dieners M Turnor

  • Een tijd van ellende

    DatumPlaats
    Geschreven9 juni 1672Amerongen
    Ontvangen17 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    Het is drie dagen sinds de laatste brief naar Godard Adriaan wanneer Margaretha hem weer schrijft. De gebeurtenissen in de Republiek zijn in een stroomversnelling beland en het tempo van Margaretha’s brieven laat dat goed merken. Zoals wel vaker begint Margaretha met familienieuws: ze is namelijk bij haar zoon in Arnhem op bezoek geweest. Met Godard Junior gaat het absoluut niet goed. Eeuwig plichtsgetrouw vraagt hij of Margaretha zijn excuses aan zijn vader kan aanbieden, hij heeft namelijk in geen 2 of 3 postrondes geschreven. Godard van Ginkel slaapt door alle drukte nog maar 3 uur per nacht en zit vrijwel constant in het zadel. Margaretha is bezorgd: als haar zoon nu maar gezond blijft.

    Mijn heer en lieste hartge
    tis mij lief wt uhEd mesiefve1missive: brief vande Eerste deeser21 juni te
    sien deselfve weer tot berlijn wel is gearijveert, ick ben
    gisteren op dien dach wecl en weer tot Aernhem3Arnhem ge-
    weest om den heer van ginckel noch Eens te sien die
    daer bij ons quam, hij bidt uhEd hem belieft te Excku
    seere4excuseren: vergeven dat hij in 2 a 3 poste niet heeft geschreefven
    heeft het omoogelijcke niet konnerbij brenge door sijn
    meenichvuldage affaerees5affaires: zaken, hij slaept geen drije
    Euren op Een nacht en is meest gedurich te paert
    als hij maer gesont blijft, [ist noch goet maer mijn]

    De Frans opmars

    Ondertussen verloopt de Franse opmars gestaag. In drie dagen tijd hebben Lodewijks troepen evenveel dorpen veroverd: het Rijnfort Wesel, een kernpunt van de verdediging van de Republiek is gevallen, net als Orsoy en Büderick. De Fransen trekken op langs de Rijn richting de stad Kleef en daarna Nijmegen. Margaretha vreest dat het op de IJssellinie aan gaat komen. Erg veel vertrouwen heeft ze niet daarin: haar zoons verwachte dood ziet ze als een nutteloos offer.

    Fragment kaart “De Rijn van Nijmegen tot Rijnberch”, collectie Leiden University Libraries. Voor de complete, scherpe afbeelding volg deze link.

    [maer] men gelooft, het almeede over is, en dat de
    koninck6koning Lodewijk XIV daer7Reijnberck inpersoon voor is geweest, die men seijt
    deese Middach van meeninge was binne kleefe8de stad Kleef ligt in het gelijknamige hertogdom. Hoewel de stad in modern Duitsland ligt was Kleef in 1672 de facto deels onder controle van de Republiek te
    Eeten, en so voort recht op Nimweechge9Nijmegen aen te
    Marscheere welcke stat so geseijt wort van alles
    wel versien is, en hoopt men die haer sal konne def
    – fendeere10defenderen: verdedigen, dan vreest ick het op den ijsel11rivier de IJssel en de IJssellinie aldaar aensal koomen
    mijn hart int lijf bloeijt als ick der aen denck och wat
    droefheijt is mij aenstaende ick derf niet al schrijfve

    Soldaten en generaals naar het front

    Ook over het Staatse leger heeft Margaretha nog iets te melden. Eindelijk, na lang dralen, is commissaris-generaal Montbas aangekomen bij zijn positie in het leger! Hij heeft het commando gekregen over de troepen in de Betuwe en heeft als hoofdkwartier de Schenkenschans. Volgens de geruchten wordt Montbas te veel verantwoordelijkheid toevertrouwt. De toekomst zal het leren. Ook is luitenant-generaal Van Steenhuizen aangekomen bij zijn troepen alsof hij alle tijd van de wereld heeft. Duidelijk neemt Margaretha de beide generaals nog niet serieus, haar zoon moest immers steeds hun werk doen.

    Kaart van Gelderland, omgeving van Nijmegen. 1664, Atlas van Loon. De Schenkenschans waar Montbas gestationeerd is ligt helemaal rechts op de kaart waar de Rijn splits in de Waal en de Nederrijn.

    Er gaan dagelijks nog steeds nieuwe troepen naar het (verwachte) front. Zo kwam er afgelopen nacht een troep Spaanse soldaten langs Amerongen. Deze soldaten dwongen de boeren om hun eten en drinken te geven, nog een teken dat het leger slecht georganiseerd is. Margaretha heeft de brug van het kasteel maar omhoog laten halen om moeilijkheid te voorkomen. Een stuk minder onbehouwen was een Zeeuws regiment dat eerder langs kwam. Het is wel duidelijk welk land de beste soldaten levert. Over de voortgang van de oorlog op zee is Margaretha kort: het schijnt dat de Staatse vloot verwikkeld is geweest in een zeeslag maar meer weet ze zelf ook nog niet. Hopelijk is het een overwinning.

    vreesende de poste aengehoude mochte worde, uhEd heeft sijn
    soon tot dienst vant lant op geoffert maer ick vreese
    hij wel Een rechte offerhande12offrande: offer sal sijn en vrees hem niet
    weer te sulle sien, momba13Commissaris-generaal Jean Barton de Montbas is Entelijck int leeger ge
    koome, die men het komanda overt alt volck dat inde
    beetuwe14Betuwe leijt15leijen: liggen heeft gegeegve daer niet weijnich op
    gesproocke wort dat men hem so veel tte vertrout
    steenhuijse16Luitenant-generaal Ludolf van Steenhuizen is op sijn muijltges int leeger gekoome17op zijn muiltjes komen: op zijn gemak, erg kalm
    ondertusche moet de heere van ginckel het werck
    doen en wat noot waert dat het daer noch gin soot
    hoorde maer de disordrees18disordre: wanorde sulle ons ruwineere19ruïneren: ten gronde richten
    hoe roept men nu om de troepees vande keurvorst en
    verlanck men daer naer die hier indeesen hoochgen
    noot wel van doen sijn, deese nacht is hier int dorp
    ontrent de 800 spaense voet knechte20De Republiek heeft in 1672 een bondgenootschap gesloten met Spanje. Er is afgesproken dat Spanje troepen levert tegen de Franse invasie. die naert leeger
    gaen en Een reesgement21regiment wt seelant geweest dewel
    – cke saeme over de 1600 man maeckte de seuwe ginge
    naer nimweege, die hebbe deminste insolensie22insolentie: onbeschaamdheid, onbetamelijkheid, lompheid niet
    gedaen maer deerste hebbe vrij wat deesordere23disordre: wanorde ge
    maeckt de boere mostense Eeten en drincke geefve
    of so dwongense, ick liet de bruchge vant huijs op treck
    vreesde voor swaericheijt24zwarigheid: moeilijkheden, problemen, vandaech krijch ick ock tijdine25tijdingen: nieuws
    dat onse scheeps vloote van Eengistere merge
    aen Een sijn geweest sonde dat men weet hoet daermee
    staet, als dat men seer fuijrijEus26furieus: op zeer krachtige, heftige wijze heeft hooren schiete
    ontrent doeversans27Doeverenschans, nabij Heusden de heer almachtich wilse bij staen
    ende vicktoorije28victorie: overwinning geefve, [gisteren isser te wttrecht]

    Onrust in Utrecht

    Ook binnen landsgrenzen begint het te rommelen. Waar Margaretha eerder nog in één enkel zinnetje schrijft over onrust in Utrecht wijdt ze nu flink uit. Daar ontstond een volksoproer toen een aantal regenten erop betrapt werden samen met hun bezittingen de stad te willen ontvluchten. De vrouwen van het houtsgilde, een onderdeel van het Utrechtse Zakkendragersgilde, vonden dat dit absoluut niet kon. “Zullen de heren die onze mannen hebben doen uitgaan om te vechten, vluchten en ons hier ten prooi achterlaten?” Zo luidde hun aanklacht. De vrouwen rukten koffers open en strooiden de bezittingen van de regenten uit op straat. Enkel met geweld werd de rust enigszins hersteld. Volgens Margaretha lijkt het er op dat nu iedereen die de stad Utrecht uit wil onderhevig is aan controle door de burgers.

    [ende vicktoorije29victorie: overwinning geefve], gisteren isser te wttrecht  
    inde stat ock geen kleijne ontsteltenisse30ontsteltenis: oproer, opschudding geweest door
    Eenich goet dat de luijtenant kolonel wel en andere wt
    de stat meende te vluchte, het welcke de vrouwe
    vande hout schilde31de houtsgilde is onderdeel van het Utrechtse zakkendragersgilde. Leden van het houtsgilde mogen zakken dragen tot 3 el. niet wildea lijde roepen sullende
    heere vluchte die onse mans hebbe doen wtgaen
    om te vechte en ons hier ten proij32prooi geefve dat wille

    wij niet lijden, een rockte de koffers open dat het silver ent gout
    dat daer in was door de weech verstroijde, de burgers moste inwa
    – pene om de vrouwe te stille, nu maegcher33mag er so geseijt wort niet wt
    of inde stat oft moet besichticht worde, [uhEd denckt Eens hoe men]

    Een tijt van elende

    Overal om heer heen ziet Margaretha de klauwen van de angst om zich heen grijpen. Zelf begint ze nu opniew te twijfelen of Amsterdam wel veilig is. Koning Lodewijk XIV heeft immers beloofd deze stad te zullen belegeren en plunderen. In de steden en op het platteland heerst een verslagen gevoel. Mensen pakken hun spullen en vluchten weg. Margaretha wil dat ook doen maar ze weet niet waarheen. Ze is ten einde raad.

    [of inde stat oft moet besichticht worde,] uhEd denckt Eens hoe men
    hier sit ock nu ist wel Een tijt van Elende , en derf ick met de
    kindere en vrou van Ginckel niet langer hier te blijfve en weet noch
    niet waer ons derf vertrouwe tot Amsterdam is meest al ons
    goet, en seijt men nu dat de konin34Koning Lodewijk XIV het daer teenemael op heeft
    aengesien, en dat hij die stat sal wille beleegeren, dat mij seer
    bekomert35bekommeren: zorgen maken want met vier sulcke kleijne kinderen in Een beleeger
    de stat te sijn sou wel benout36benauwd weesen, ock nu komt het de op
    aen en is den tijt van onse Elende voor hande hoe sit ick nu
    in Eensaemheijt en sonder raet en weet niet wat ick doen
    sal, heb sulcke koste met wech doen van mijn goet gehadt
    en weet nog niet oft verseeckert is, ick ben so bedroeft dat
    ick mij niet weet te laeten, hier te platte lande en inde steeden
    is sulcken verslagentheijt dats niet wt te spreecken alle mense
    packen hier en vluchten haer goet, och wat tijt beleefve wij
    de heer almachtich wil ons bijstaen en behoede dat wij in hande
    van die tierane37tirannen niet en valle want sij leefve groulijck38gruwelijk met
    de mense daer sij koome, hiermeede blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor