Auteur: Annemiek Barnouw

  • Eindelijk verlossing

    DatumPlaats
    Geschreven10 maart 1672Amerongen
    Ontvangen18 maart 1672
    Lees hier de originele brief
    Bevalling van een vrouw, anoniem, (1620 – 1664), coll. Rijksmuseum

    Op 8 maart staat de koets wéér klaar om Margaretha naar Utrecht te brengen en weer zal het haar niet lukken daar aan te komen.

    Bevalling

    Als ze in de koets wil stappen begint haar schoondochter te ‘kraken’: de bevalling begint! Omtrent half tien in de ochtend is het eindelijk zo ver: bijna 3 maanden nadat Philippota op Kasteel Amerongen aan kwam is ze bevallen van een dochtertje, gezond en wel geschapen. Een jonge Godard was natuurlijk zeer welkom geweest, maar Margaretha is dankbaar voor spoedige en makkelijke verlossing en het gezonde kind.

    voorleedene dijnsdach sijnde den 8 deeser so
    mijn koets gereet stont en ick daer meede naer
    wttrecht meende te gaen begost de vrou
    van ginckel te kraecken1de voorteekenen van de naderende bevalling vertoonen, barensweeën hebben, en is door de hulpe des
    heere dien merge ontrent de klocke half tien
    seer genadelijck en spoedich van Een dochter
    verlost
    het welcke een gesont en wel geschaepe vrucht
    is, hadde wel gewenst het Een jonge godert
    hadde geweest, dan het sijn gaefve des al=
    der hoochste, die wij niet genoech konne dancke
    voor so Een spoedige en genadelijcke verlos=
    =sine en gesonde vrucht, de kraemvrou is on
    gemeen wel naer den tijt hoope godt den heere
    haer hEd voort sterckte en volkoome gesontheijt
    sal verleenen, de heer van ginckel is deesen
    Middach wt den haech hier gekoomen verwacht
    ten nu alle Eure de heere van wulfve en wel
    =lant die over het kint ten doop sulle staen
    en soude wij noch gaeren sijne kristelijcke
    doop alhier in onse kercke deesen avont laeten geefven om
    daer in niet te versuijmen, [beuseckom heeft te]

    Doop

    Twee dagen na de bevalling is de vader van het kind, Godard van Reede – van Ginkel uit Den Haag aangekomen en nu wachten ze op de beide neven van de vader: de heer van Wulven en de heer van Welland. Zodra zij aankomen, kan het kind gedoopt worden.

    Margaretha vervolgt haar brief nog met allerhande wederwaardigheden. Ze verzucht dat het haar niet lijkt te lukken om in Utrecht te geraken om haar zakelijke afspraken na te komen. Ze stopt met schrijven en gaat de volgende dag verder.

    dus verde heb ick deese gistere geschreefve, ons
    kint heeft gistere avont sijn kristelijcken
    doop ontfange met de naem van reijniera, naer
    de vrou van ginckels vader, heb dit so goet ge
    docht om of ons de heer almacht noch Een soon
    gaf dat wij de naem van godert adrijaen
    mochte daer voor reeserveere, de heer van
    wulfve en wellant sijn deese merge weer
    vertrocken, mosten de vergaderin vande state
    bij woonen onse joncker van Ameronge sijn sijn
    acksie gereesen, de kraem vrou ent kint sijn
    noch heel wel naer de geleegentheijt pesenteert
    haeren dienst, s en ick blijf
    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    Op 10 maart 1672 krijgt het kind zijn christelijke doop ontvangen in de Andrieskerk in Amerongen. Dit is voor Margaretha een belangrijk moment. Haar schoondochter is katholiek en ze wil er alles aan doen om haar kleinkinderen goede protestanten te laten worden. De nieuwste telg uit het geslacht Van Reede wordt Reiniera genoemd, naar de vader van Philippota, Reinier van Raesfelt. Dit vindt Margaretha een goede keuze, want als er nog een zoon geboren wordt, dan is de naam Godard Adriaan in ieder geval nog vrij. In 1670 was de eerste zoon geboren die al Godard Adriaan heette, maar het jochie overleed al in 1671. Met de kennis van nu kunnen we zeggen dat die inderdaad nog komt: in 1674 wordt zoon Godard Adriaan geboren. In 1678 wordt nog een zoon geboren, dus ook Reinier wordt nog vernoemd: Reinhardt.

    Interieur van de Andrieskerk in Amerongen. Foto: P. van Galen. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / 294921
  • Een groot sieraet aen beijde de hoofven

    DatumPlaats
    Geschreven7 maart 1672 Amerongen
    Ontvangen14 maart 1672
    Lees de hier de originele brief (let op: de toegevoegde brief van 4 maart is tussen deze brief door gescand).

    Met het voorjaar op komst is Margaretha kennelijk het gevoel van oorlogsdreiging helemaal kwijt. Er wordt gewerkt in de hof! Daem Hendrixse uit het dorp heeft werk aangenomen en is hard bezig. Margaretha hoopt dat de dooi doorzet, zodat hij zijn werk af kan maken. Het staat immers zo slordig als alles er half af bij ligt. Daem is begonnen met reparatiewerk, maar zoon Godard heeft ook nog wel wat goede ideeën.

    Perenbloesem, met op de achtergrond het huidige kasteel Amerongen

    Aan de muur bij de straat aan de noordkant van het terrein staan nog steeds leiperen.

    https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/609C5BCAD4894642E0534701000A17FD

    De huidige tuin van kasteel Amerongen heeft nog steeds hoogteverschillen. Door muren wordt hoogte verschil opgelost.

    met deesen doeij daer meede wij hoopen het ijs
    teenemael wt het water sal gaen, schiet
    ons nu alt werck teffens over de hant, dae
    daem is beesich met sijn aengenoome werck te
    voldoen en geloofve hij merge gedaen sal
    krijgen, als dat nu so ten halfve afgegraefe
    blijft legge salt seer slordich daer staen
    dat muertge daer de doorne hech lans den
    Booven hof ende wt geroijden boogaert1boomgaard op staet
    diende ock wel gereepareert en overal aen ge –
    stopt, de heer van ginckel meent dat Een groot
    sieraet aen beijde de hoofven sou geefven dat
    men Een gif glintintge2Latwerk dienende om vruchtboomen te ondersteunen of leiboomen te leiden op de selfde fatsoen
    en manier gelijck rontom den nieuwe hof
    is niet hoocher als nu de doorn die der op staet is
    is, en opdie hoochte, op dat voorseijde muer
    tge vande boven hof sette, en dat men dan
    fruijt boomges teegens dat muertge omlaech
    liet sette die soude dan hoochte genoech hebe
    om tegens die glintin op te wasse, en alst
    niet hoochger komt sout het gesicht vant
    Eene hof int ander gans niet beneeme
    maer Een reegeliere teijt geefven, uhEd

    belieft eens te schrijfve oft deselfve gevalt so
    soude ickt laete maecke op dat wij die hoofve
    Eens in Esse mochte krijgen3In esse mogen krijgen: in goede staat mogen krijgen, hiermeede blijfe
    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff
    en dieners M Turnor

    Een muur met leifruit

    Het muurtje om de bovenhof moet gerepareerd worden. Kennelijk is daar net een boomgaard gerooid. De tuin van het kasteel heeft een hoogteverschil waardoor verschillende tuinen ontstaan en één daarvan is kennelijk de bovenhof (nu de boventuin). Het idee van haar zoon is om latwerk (glintinge) aan te brengen, waar fruitbomen tegenaan kunnen groeien. Margaretha is verguld met het idee, want zo kan je toch nog van de ene naar de andere hof kijken. Ze eindigt haar brief met de vraag of haar man ook maar eens zijn mening wil schrijven en als het hem bevalt, dan zal ze er werk van maken, zodat de hof eindelijk eens op orde is.

    Fragment uit September (anoniem, 1584), collectie Rijksmuseum
  • Hanekampaddestoelen en ambergrijs

    DatumPlaats
    GeschrevenBijgesloten bij de brief van 3 maart
    Ontvangen
    Lees het bijgesloten briefje hier

    Op 3 maart heeft Margaretha haar brief af. Hij ligt klaar om mee te geven met de post en dat zal Philippota of een personeelslid de volgende dag doen doen. Zoals Margaretha al aangaf moet ze op 3 maart echt naar Utrecht om zaken te regelen. Als Margaretha met de koets onderweg is, wordt ze onverwacht door een ruiter ingehaald: ze moet terug naar huis. En het is niet het water van Philippota dat gebroken is, maar Spaen is er!

    Een aangekondigde bezoeker

    Margaretha noemt Spaen voor het eerst in haar brief van 26 februari. We hebben de brieven die Godard Adriaan haar schrijft niet, maar kennelijk heeft hij haar aangegeven dat zijn vriend Spaen op bezoek komt. Hij geeft haar daarbij enkele erg specifieke opdrachten. Margaretha schrijft terug:

    den heere spaen sal ick verwachte en hem
    so wel trackteere als mij doenlijck sal sijn
    maer hanekame padde stoelle1hanekampaddestoelen: catharellen met
    Amergrijs2ambergrijs weet ick hier geen raet toe
    so sijn hEd niet anders mach vrees ick
    dat het tracktement dat ick hem doen
    sal vrij slecht sal afloopen, dan geloof
    sijn hEd de smaeck van Een goede schinck3ham
    noch niet heel sal vergeeten hebbe

    Dus Margaretha schrijft haar man dat ze de heer Spaen zo goed als mogelijk zal ontvangen. Ze weet zich alleen geen raad met hanekampaddestoelen en ambergrijs. Als dat het enige is wat hij eet, vreest Margaretha voor de afloop van de ontvangst, maar ze heeft het volste vertrouwen in de smaak van haar ham.

    Hanekampaddestoelen

    Hanekampaddestoelen zijn cantharellen. Het is de vraag of Margaretha ze wel onder die naam kende. Ze komen voor op een arme grond, bij voorkeur onder dennen, eiken, berken en beuken. Hoewel een groot deel in het bos op de Utrechtse Heuvelrug in 17e eeuw gekapt was, blijkt uit oude kaarten dat er rond Amerongen zeker wel bos of anders bomenlanen en struwelen waren. Het is dus niet onmogelijk dat cantharellen in Margaretha’s directe omgeving te vinden waren, maar ze waren wel zeer zeldzaam. Cantharellen werden wel ingevoerd vanuit Bourgondië en Italië. De kans dat Godard Adriaan ze in het metropole Berlijn wel gegeten heeft, is groter dan dat ze in Amerongen gevonden werden. In de 17e eeuw komen cantharellen wel voor het eerst in een kookboek. In 2021 verscheen een masterscriptie over paddestoelen in 17e eeuwse recepten van Emma Sofie de Vries.

    Een bosstilleven met daarop een hanekampaddestoel (cantharel)
    Bosstilleven met paddestoelen en slang, Otto Marseus Schriek, 1657. Privé collectie. Foto van Sotheby’s 2011. Rechts op de voorgrond een hanekampaddestoel (cantharel).

    Ambergrijs

    Ambergrijs is de basisgrondstof voor parfums (o.a. Chanel No. 5) en wierook. Het werd ook gebruikt in eten, maar er zijn niet veel voorbeelden bekend. Het Woordenboek Nederlandse Taal noemt bijvoorbeeld “Een met peper en amber toebereide nachtegaal”. Het werd ook wel gebruikt om wijn wat te verbeteren.

    In de bibliotheek van Kasteel Amerongen staat een receptenboekje van een Mw. Rosande. Zij gebruikt in haar sorbetrecepten korrels van amber of musk. Dit recept is waarschijnlijk van later datum.

    Ambergrijs is een vetachtige substanties die een potvis gebruikt om scherpe stukjes uit zijn voedsel in te kapselen. Je kunt het vinden op het strand als hij het uit gepoept of uitgekotst heeft, of het kan gewonnen worden uit de darmen van een gevangen of gestrande potvis. Ambergrijs is enorm duur en als je het per ongeluk op het strand kan je zomaar miljonair worden. De walviszaal van Ecomare is gefinancierd met de opbrengst van de 83 kg ambergrijs die gevonden werd in de darmen van een bij Texel gestrande potvis. Ook in de 17e eeuw strandden wel eens potvissen in Nederland, maar lang niet elke potvis maakt ambergrijs. Het werd wel gebruikt, maar de kans dat Margaretha er bekend mee was is klein.

    Een gestrande potvis bij Noordwijk. Ambergrijs wordt gewonnen uit de darmen van een potvis
    Een aangespoelde potvis op het strand bij Noordwijk, 28 december 1614 toegeschreven aan Hans Savery I (1614 – 1626), coll. Rijksmuseum
    Portret van Alexander van Spaen
    Alexander van Spaen, anoniem, geschilder tussen 1650 en 1675. Collectie Brantsen van de Zyp Stichting.

    Alexander van Spaen

    Alexander van Spaen (1619-1692) is een edelman uit Kleve, het Duits-Gelderse gebied. Hij begint zijn loopbaan bij de prins van Oranje en wordt daarna luitenant in het Staatse leger. Hierna komt hij in dienst van de Keurvorst van Brandenburg en hij bevindt zich daar regelmatig aan het hof.
    In 1661 koopt hij kasteel Biljoen bij Velp. Hij was een goede bekende van Godard Adriaan.

    Wanneer komt Spaen?

    Op 29 februari schrijft Margaretha in een bijzin: “ick verwachte hier den heere spaen noch”

    Op 3 maart schrijft Margaretha: “den heere spaen verneeme wij noch niet geloofe sijn hEd vergeet mijn aentespreecken”.

    Op 4 maart is hij er dan eindelijk. Margaretha voegt snel, voor het vertrek van de post, nog een velletje met een gespreksverslag bij haar brief van 3 maart. Ze beschrijft dat Philippota haar terug liet halen en dat ze Spaen verzocht heeft de nacht te blijven, maar hij moet noch naar Den Haag. Hij wil zelfs in de middag niet blijven eten: in de tijd dat Margaretha terug gehaald heeft, dat hij al bij Van Son gegeten. Maar hij is wel zo goed geweest om een glas wijn met Margaretha te drinken. Hij belooft om een keer weer te komen en dan een nacht of twee te zullen blijven. Dat zint Margaretha wel, maar er hangt nog iets als een zwaard van Damocles boven dat toekomstig bezoek…

    Spaen klapt uit de school

    [hier te sulle blijfve,] ick heb hem geseijt
    mij ondertusche van haenekame am
    bergrijs en paddestoelle te sulle ver
    sien, maer sijn hEd beklaecht hem dat uhE
    sich so slecht trackteert datse den buijck
    niet konne vulle, uhEd moet hem wt
    dien quaede reputasie helpe ent selfve
    verbeeteren, sijn hEd is noch al den
    ouden spaen hij weet mij van uhEd wel-

    vaerentheijt niet genoech te segge daer
    de heere voor gedanckt moet sijn, ock
    dat uhEd de juffrouwe so kaesijoleert
    dat te verwondere is, ick seijde mij van
    harte lief te was te hoore uhEd noch
    so vol vier waert, hiermeede moet dees wech

    den 4 maert 1672

    Zodra Margaretha begint over de hanekampaddestoelen en het ambergrijs, vertelt Spaen dat hij door Godard Adriaan zo slecht ontvangen is, dat hij daar met lege buik vertrokken is. Margaretha speelt dit gelijk terug naar Godard Adriaan: hij moet het zelf maar recht zetten en zijn reputatie verbeteren. Spaen stelt Margaretha wel gerust: het gaat haar man goed.

    Misschien is er meer dan één glas wijn gedronken of is er een soort directe vertrouwdheid tussen Margaretha en Spaen, want hij durft een stapje verder te gaan. Hij vertelt haar dat haar man in Berlijn de juffrouwen zo cajoleert4van het franse cajoler: vleien, flikflooien. Margaretha laat zich hierdoor niet in het minst uit het veld slaan: ze is blij dat haar man nog zo vol vuur is. En daarmee besluit ze het gespreksverslag, want de brief moet nu echt naar de post.

    Een vrouw en een man drinken wijn. De vrouw draagt een okergele jas die afgezet is met wit bont. Ze leunt met haar rechter arm op een donkere tafel, in haar linkerhand heeft ze een boek waar ze naar kijkt. De man is in het zwart met een witte kraag. Hij kijkt recht naar de schilder en heeft in zijn rechterhand een glas wijn en zijn linkhand heeft hij tegen zijn bovenbeen gezet. Achter op de muur links een klok en in het midden eeen groot, donker schilderij.
    Vrouw en man bij het drinken van wijn, toegeschreven aan Quiringh van Brekelenkam. Collectie Museum Szépmüvészeti Múzeum
  • Zwangerschapsirritatie

    DatumPlaats
    Geschreven3 maart 1672Amerongen
    Ontvangen14 maart 1672
    Lees hier de originele brief

    Philippota’s baby is nog steeds niet geboren en je ziet de irritatie bij Margaretha week na week groeien. Op 6 februari is er nog iets meer begrip dan irritatie. Ze wilde wel naar Den Haag, maar zoals Philippota zich voelde was dat onmogelijk. Nu voelt ze zich gelukkig beter, dus hoopt Margaretha dat de verlossing niet lang op zich laat wachten. Maar ze heeft er toch heel wat bekommering mee.

    [verseeckert sulle weesen,] de vrou van ginckel 1Philippota is getrouwd met de Heer van Ginkel, Margaretha’s zoon Godard
    die nu vijf weecken hier is geweest en vant
    begin aff van Eur tot Eur heeft gemeent
    te kraeme gaet noch al dat mij wel in
    geduerichge bekomerin hout, men seijt
    wel dat ick met haer naer den haech
    sou gegaen hebbe, dat is vant begin af
    dat se hier is geweest onmoogelijck ge-
    weest so heeft se haer van tijt tot tijt
    gevoelt, nu isse, beeter als oijt daerom
    ick hoope sij haest sal koome te kraeme
    het welcke ons den almachtigen godt
    wil geefve en dat se Een goede verlosi
    en gesonde vrucht en kraem mach
    hebbe, kan niet segge in wat bekomerin
    ick geduerich in deese bekomerlijcke
    tijde met haer ben [nu de heer almach]

    Anatomisch model van een zwangere vrouw
    Anatomisch model van een zwangere vrouw gemaakt van ivoor. Toeschrijving: familie Zick / deels naar ontwerp van: Stephan Zick (1639 – 1715). Collectie Museum Rotterdam

    Bepakt en bezakt

    Een week later, op 11 februari, begint Margaretha een beetje te mopperen. Alle spullen staan nu al een maand ingepakt klaar zodat ze direct kunnen vertrekken, maar Philippota is nog steeds niet bevallen. En nu durft ze ook niet meer te reizen, want stel je voor dat ze onderweg bevalt! Margaretha hoopt maar dat het rustig blijft voorlopig.

    te sende, ons silver koffer met noch
    twee met linne hebbe wel Een maent
    gepackt gestaen om ofter op Aen quam
    dat ment maer op de wagen heeft te
    setten, de vrou van ginckel kan so heel
    opt lest sijnde niet reesolveere 2besluiten haer op
    reijs naer den haech te begeefve vreest
    al of se onderweech mocht koome te
    kraemen hoope wij dien tijt hier noch
    in ruste sulle sijn, sij heeft haer veel
    te seer misreeckent, so haest dat over
    is sal mij met het onse naer den haech
    begeefve, [hier meede blijfve]

    11 februari 1672

    Wachten…

    Op 15 februari heeft Margaretha besloten de kraam dan maar op Amerongen af te wachten en op 18 februari noemt ze haar schoondochter niet eens. Op 22 februari geeft ze aan dat ze zelfs een deel van de zaken niet heeft kunnen regelen, omdat ze Philippota niet alleen thuis durft te laten. Die denkt inmiddels al zeven weken dat ze elke dag kan bevallen. Op 26 februari verzucht ze dat het zo lang gaat duren als God het wil en de 29e rept ze met geen woord over haar schoondochter: zijn er belangrijker zaken te vertellen.

    Het uur van geboorte en sterven

    Op 3 maart: nog steeds niets. De irritatie is nu zo groot dat Margaretha haar brief begint met de lang verwachte kraam. De misrekening van twee maanden komt haar wat qualijck, maar nu wordt Margaretha er filosofisch van. Maar dan moet men het met geduld afwachten, dat geldt zowel voor de uren van geboren te worden als de uren van te sterven. En uiteindelijk verlaat ze zich op de Heer Almachtig.

    Mijn heer en lieste hartge

    gisteren ontfange ick uhEd schrijfvens vande
    24 febrijwa neffens die aende vrou van gincke
    die noch al gaet tot onse groote verwonder
    sij is, nu beeter alse over twee maende was
    en heel wel naer haer geleegentheijt, heeft
    haer veel te seer misreeckent, dat mij wat
    qualijck komt dan moet het met paesijensie 3geduld
    afwachte de Eure van gebooren te worden
    moeter so wel sijn als van te sterfven wil
    hoopen de heer almachtich ons Een gesonde en
    recht geschapen vrucht sal geefven, [het pree]

    3 maart 1672

    Lees de originele brieven hier: 6 februari, 11 februari, 3 maart (Het Utrechts Archief)

  • Post

    DatumPlaats
    Geschreven26 februari 1672Amerongen
    Ontvangen4 maart 1672
    Lees hier de originele brief

    Elke brief begint Margaretha met het bedanken van Godard Adriaan voor de brieven die ze ontvangen heeft. Kennelijk doet Godard Adriaan dat ook in zijn brieven, want als één van haar brieven mist, schrijft ze dat ze echt met elke post geschreven heeft. Het verzenden van een brief had meer voeten in de aarde dan je verwacht.

    Ameronge den 26 febrijwa 1672

    Mijn heer en lieste hartge

    ick ben verwondert wt uhEd aengenaeme vande
    17 deeser te sien dat onse briefve niet sijn overge
    koome ick geduerende uhEd wt weese niet meer
    als Eene post overgeslaechge, dat int Eerst doen
    uhEd te berlijn quan is geweest, en sint noijt
    gemangueert ick heb beuseckhom gelast de
    briefve voort den strijcker over Amsterdam
    te sende het welcke geloofve hij nu doet, [ick]

    De post was toen net zo commercieel als dat hij nu is en er waren verschillende manieren om brieven te versturen. Vanuit Nederland waren er een paar opties, maar binnen Europa kreeg je al vrij snel te maken met het postimperium van Thurn und Taxis. Margaretha probeert verschillende routes en bezorgers uit. Hier kiest ze voor Strijker in Amsterdam. Ze was niet de enige voor wie het verzenden en ontvangen van post een avontuur op zich was: ook Johan de Witt worstelde hiermee.

    Verder gaat het in deze brief over het betaald krijgen van het geld voor Godard Adriaans werk. Maar dat inkijkje in de 17e eeuwse bureaucratie bewaren we voor later.

    Speciaal in het fragment van vandaag ook de kop van de brief. Links boven “Rec. 4e Martij”, de aantekening wanneer Godard Adriaan de brief ontvangen heeft: op 4 maart. De brief heeft er 7 dagen over gedaan, Margaretha schreef hem op 26 februari en het was een schrikkeljaar. Let vooral ook op de briljante spelling van “februari”. En natuurlijk het begin van elke brief: Mijn heer en lieste hartge…

    De adressering op een brief van Agnes aan groote papa Godard Adriaan in 1690. Normaal gesproken vouwde men een brief tot een soort envelop en stond de adressering dus op de brief zelf. Bij Margaretha’s brieven zie je dit nooit. Zij gebruikte dus kennelijk (een soort) enveloppen. Brief uit Het Utrechts Archief HUA1001.2737

  • De Utrechtse politiek

    DatumPlaats
    Geschreven29 januari 1672Amerongen
    Ontvangen8 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Als haar man van huis is, probeert Margaretha hem zo goed mogelijk op de hoogte te houden van alles wat er gebeurt en alles wat voor hem belangrijk kan zijn. Als heer van Amerongen heeft hij onder andere grote belangen bij de Utrechtse politiek.

    Staten van Utrecht

    Het belangrijkste bestuursorgaan van de provincie Utrecht zijn de Staten van Utrecht. De Staten van Utrecht bestaan sinds de middeleeuwen, toen bestonden de Staten uit:

    • Het eerste lid: de kerk, vertegenwoordigers van de vijf Kapittels
    • Het tweede lid: de edelen, vertegenwoordigers uit de Ridderschap
    • Het derde lid: de steden, vaak genoemd als “Utrecht en de vier andere steden”. De vier andere steden zijn Amersfoort, Rhenen, Wijk bij Duurstede en Montfoort.

    Na de reformatie werden de kapittels geseculariseerd en werden vanuit de kapittels vijf leden voor de Staten van Utrecht gekozen: de geëligeerden. Dit konden zowel edelen zijn als burgers. Een geëligeerde hield zijn positie in principe voor het leven. In 1672 komen er vier plekken vrij. Uit deze brief wordt duidelijk dat Godard Adriaan Gerard van der Nijpoort gesteund heeft en dat er heel veel “kuiperij” was om Van Rossem gekozen te krijgen. Kuiperij gebruiken we niet echt meer, maar met een blik in het historisch woordenboek, komen we veel te weten over hoe de verkiezingen er volgens Margaretha aan toe gingen: de toepassing van ongeoorloofde middelen om voor zichzelf of zijne vrienden iets te verkrijgen van dengene die de beschikking over de bewuste zaak heeft, in ‘t bijzonder een ambt enz.

    De geëligeerden die in 1672 gekozen zijn. (Fragment uit: Afbeelding van een wapenkaart met de wapens en namen van de geëligeerden, representtnten van de Ridderschap en Steden, voor de Staten van Utrecht vanaf 1528 tot 1709). Collectie Het Utrechts Archief, beeldbank 28827

    De belangrijkste kandidaat bij deze verkiezingen was voor Margaretha en Godard Adriaan hun pleegzoon: Godard Willem van Tuyll van Serooskerken.

    Hij seijt, ik seijde

    In de brieven doet Margaretha uitgebreid verslag van de Utrechtse politiek: de vroedschap, de burgemeesters, de ridderschap. Ze spreekt iedereen en probeert in de gaten te houden wie er op de hand van haar man is en wie niet. Veel brieven lezen dan ook als een “Hij zei… en toen zei ik…”.

    Kennelijk wordt het Godard Adriaan zo nu en dan te gortig en fluit hij haar terug. Zijn brieven aan haar zijn niet bewaard gebleven, maar op 13 oktober reageert ze naar hem:

    doch dewijlle het uhEd niet aengenaem is sal ick
    daer voortaen van swijge, en volgens deselfs be=
    geerte mij niet meer met het Een oft ander be=
    moeije,

    Ze voegt zich naar zijn wil en zal dus voortaan zwijgen en zich niet meer met het een of ander bemoeien. Het lijkt toch een beetje alsof ze het daar niet helemaal mee eens is. Vandaag doet ze alweer verslag van de politieke beslommeringen in het Utrechtse.

  • Oorlogsvoorbereidingen

    DatumPlaats
    Geschreven22 december 1671Utrecht
    Ontvangen24 december 1671
    Lees hier de originele brief

    Godard Adriaan is na zijn bezoek aan de Staten Generaal weer vertrokken en Margaretha is blij dat hij veilig in Keulen is aangekomen, aan het eind van de brief wenst ze hem een goede reis, want hij moet nog door naar Berlijn. Zijn nieuwe missie is aan het hof van de keurvorst van Brandenburg. Reizen in de winter over bevroren zandwegen (waarschijnlijk meer modderwegen) is geen pretje.

    Oorlogsdreiging

    De heer van Ginkel (Margaretha’s zoon Godard) wordt opgeroepen om naar Wezel te vertrekken. Volgens Margaretha is hij al onder weg, maar het is raar, de compagnie heeft nog geen andere order dan gereed te staan. Volgens Willem III is het een foutje van de Raad van State geweest: het regiment moet wel gaan, maar Godard moest eigenlijk thuis blijven.

    (wil ons behoede,) de heer van ginckel heeft neffe1naast
    andere kolonels aenschrijfvens om hem aenstont
    naer weesel2Wesel een plaats in het hertogdom Kleef (hedendaags Duitsland)nabij de grens van de Republiek. De Republiek onderhoudt hier een fort aan de Rijn om het land te verdedigen te begeefve geloofve hij al op wech
    is, geen kompangie hebbe alsnoch patente3Lastbrief die worden uitgegeven ten behoeve van het verplaatsen en inkwartieren van troepen
    niet anders als last om haer gereet te houde
    om op deerste patent binne ses Eure te mars
    scheere4marcheren op peene5straffe van kassasie6Cassatie: ontslag van een officier, de heer van lan
    geraeck7Frederik Hendrik van den Boetzelaar, heer van Langerak had ock ordere vande raet van staten8Raad van State, een bestuursorgaan in de Republiek
    om naer weesel te gaen, dach heeft sijn hoocheijt
    hem door ouwerkercke9Hendrik van Nassau-Ouderkerk doen schrijfve dat het Een
    Abuijs10vergissing bij den raet is geweest, en dat sijn reesge
    ment11regiment wel sal gaen maer hij voor sijn persoon
    thuijs sal maete blijfve, …

    Hij is helaas al op weg en daardoor is zijn vrouw Ursula Philippota alleen thuis. Margaretha heeft haar geschreven om naar Amerongen te komen, voor het reizen over het platteland te gevaarlijk wordt door de aanhoudende vorst.

    Ook Prins Willem III is actief, hij logeert weer bij Zuylestein en gaat met een aantal officieren de grens aan de rijnoevers controleren.

    [wil hoope het dan beeteren sal,] sijn hooch
    heijt12zijne hoogheid: prins Willem III is vandaech met Eenige offisiers hier
    door gepasseert om te nacht op suijlisteijn13Slot Zuylestein, nabij Leersum en dus ook vlakbij Kasteel Amerongen
    te slaepen en voort op de rhijn14rivier de Rijn kant de
    frontiere15grenzen te be gaen besichtige, [mij sal]

  • De komende winter

    DatumPlaats
    Geschreven24 oktober 1671Amerongen
    Ontvangen29 oktober 1671
    Lees hier de originele brief

    In Margaretha’s brieven komen een aantal elementen regelmatig terug. Ze begint vaak met een reactie op de brief van haar man en goedkeuring over zijn werk of medeleven met dingen die niet goed gaan. Dan is er alle ruimte voor de actualiteit. Soms is dat de politiek, maar in het rampjaar ook vaak de toestand op de plek waar zij is, of wat ze gehoord heeft van anderen.

    Huis Zuylestein, Abraham Rademaker, 1685 – 1735. Collectie Rijksmuseum

    Bureaucratie

    Iets wat ook in heel veel brieven terug keert, is het verkrijgen van geld. Wie denkt dat we nu in een bureaucratie leven: dat is zo omdat we al héél lang ervaring hebben. Margaretha’s man, Godard Adriaan, wordt betaald door de Republiek ofwel de Staten-Generaal, maar soms ook de Staten van Holland of de Staten van Utrecht. Als Margaretha ergens aanklopt voor geld, doet men haar meestal eerst allerlei beloftes en wijst men anderen aan die eigenlijk over de betaling gaan. Dan schrijft iemand een assignatie (aanwijzing tot betaling), waarmee ze dan naar iemand anders moet die vervolgens vaak weer iets moet regelen. Doordat er zo veel schakels in de betaling zitten, lopen de bedragen nogal op. Soms gaat het maanden achter elkaar door voor ze een betaling daadwerkelijk binnen heeft.

    Familie

    Een belangrijke opdracht voor Margaretha is het bij elkaar houden van de familie. Dus lees je in haar brieven regelmatig over de kleinkinderen, maar ook over “De vrouw van Middachten”: haar schoondochter. In deze brief vermoedt Margaretha dat haar schoondochter in februari of maart moet gaan bevallen. Ze moppert erover: waarom in de winter en wat dan als het de komende winter ook nog oorlog wordt?

    Sijn hoocheijt

    Het meest bijzondere in deze brief is het bezoek van “sijn hoocheijt”, zoals ze stadhouder Willem III noemt. Hij is op dit moment nog geen stadhouder “slechts” prins van Oranje: de functies van zijn voorvaders, kapitein-generaal van het Staatse leger en stadhouder, zijn door Johan de Witt zorgvuldig geblokkeerd. In deze brief is wat ze over de prins schrijft eigenlijk maar een voetnoot.

    …, sijn hoocheijt vertreckt van=
    daech van suijlisteijn 1Zuylestein naerden haech, was
    voorleeden sondach wen Een Eur2uur bij mij
    versocht sijn dienst aen uhEd3u te preesen=
    =teere, hier meede blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd4uw getrouwe wijff
    en dieners M Turnor

    De prins logeerde op Zuylestein. Frederik van Nassau-Zuylestein, buurman van Margaretha en Kasteel Amerongen, was zijn voogd geweest en Willem was zeer op zijn oude leermeester gesteld. Waarover zou ze gesproken hebben met de prins? En waar denkt de prins Godard Adriaan mee te kunnen helpen? Margaretha schrijft wijselijk niets op. Ze weet dat de kans groot is dat de post door anderen gelezen wordt. Bovendien, als Keulen niet geblokkeerd wordt, komt haar man snel thuis.

  • Het dak van de slaapkamer

    DatumPlaats
    Geschreven20 oktober 1671Amerongen
    Ontvangen22 oktober 1671
    Lees hier de originele brief

    Kennelijk heeft Godard Adriaan Margaretha opdracht gegeven om door te gaan met de nieuwe leien van het dak. De leidekker, Jan Hendriks uit Tiel, is langs geweest en Margaretha doet verslag van zijn bevindingen.

    … hier heefens gaet de memoo
    =rije van de leijen die uhEd mij hebt gesonde
    met de antwoort van ijan henderixse den
    leijdecker van tiel op de inhoudende vrage
    hij meent dat wij het pannedack booven ons
    slaepkamer behoorde af te laete neeme ent
    selfve dack met leijen te decke om dat het
    so seer int noorde staet dat de panne daer op
    gans niet duerabel sijn, dieder op legge seijt hij
    dat wel meer als de helft van tijt tot tijt
    vernieut sijn en nu al weer meest al vergaen
    , wij hebbe deesen dach sulcken Extraoordinaer
    =risse hette met schoone sonneschijn gehadt…

    Kennelijk was het dak (of de daken) met pannen belegd, en moesten dat echt leien worden, want dat was veel duurzamer.

    In 1646/1647 tekende Roelant Roghman veel Utrechtse kastelen en hij maakte ook twee tekeningen van Amerongen. Misschien is het mogelijk om op deze tekeningen de slaapkamer van Godard Adriaan en Margaretha te vinden. Ze schrijft in haar brief dat hij onder een schuin dak op het noorden ligt.

    Kasteel vanuit het Oosten (voorkant) door Roelant Roghman (ca. 1646), collectie Rijksmuseum

    Van de voorkant gezien ligt het noorden rechts. Ze zou natuurlijk onder de kap van één van de torens kunnen slapen, maar die hebben waarschijnlijk een zolderfunctie. De enige mogelijkheden vanaf deze kant is dan het rechterbovenraam onder de trapgevel of in de uitbouw rechtsachter.

    Het kasteel vanuit het noordwesten (achterkant) door Roelant Roghman (ca. 1646), bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort, 030751

    Vanuit het noordwesten gezien lijkt het ook goed mogelijk dat de slaapkamer aan de noordkant was bij de drie ramen links. Dat is waarschijnlijk de uitbouw die we op de vorige afbeelding vanuit het oosten zien.

  • Trage Haagsche politiek

    DatumPlaats
    Geschreven16 oktober 1671Amerongen
    Ontvangen18 oktober 1671
    Lees hier de originele brief

    Vandaag heeft Margaretha slechts tijd voor een kattenbelletje: ze schrijft slechts één kantje. Over de traagheid van de Haagse politiek, ze vertrouwd meer op de Heer Almachtig dan op de politici.

    [lijckheeden heeft en dat alles so staet] in den1het streepje boven “in” betekent dat er de of den achter komt
    haech is men noch al naer ouder gewoonte
    seer traech int schrijfve2Als wet, als leefregel opstellen of vaststellen en reesolveere3resolveren:oplossen in
    saecke van inportansie dat wij ons noch
    wel mochte beklagen, dan de heer almach
    tich hoope ik dat alles tot onsen beste
    sal schicken , [hier ist de heer sij gedanckt]


    Desalniettemin houdt ze zichzelf, heel impliciet, zelf ook met politiek bezig. Ze beschrijft welke heren bij de buurman van Zuylestein op bezoek geweest zijn. Inhoudelijk laat ze er niets over los, haar man begrijpt vast wel waarom de heren daar waren en waar ze het over gehad zullen hebben.

    Kleinkinderen

    Aan het eind van de brief doet ze ook nog de groeten van de kleinkinderen Fritsje (dan bijna drie jaar oud) en Antje (twee jaar oud).

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwer
    wijff M Turnor

    frits en antge kusse
    groote papa ootmoedich4Ootmoedig, van ootmoed: Het gevoel van iemand tegenover anderen die boven hem staan, het gevoel van onderdanigheid en ondergeschiktheid tegenover een grootere in macht; nederigheid. Een gebruikelijke ondertekening van brieven.
    de hande en bidt alledaech dat groote papa
    haest macht thuijs koome

    Grote papa is natuurlijk opa en ootmoedig was toen vrij gebruikelijk in de ondertekening van brieven. Het betekend ongeveer nederig, een gevoel van onderdanigheid. In de brieven kom je vaker woorden tegen die niet meer dagelijks gebruikt worden. Een grote hulp daarbij zijn de online woordenboeken van het Insituut voor de Nederlandse Taal, ze hebben een handige online zoekmachine, waarmee je door meters woordenboek kan zoeken met woorden van 500 tot nu.