Auteur: Annemiek Barnouw

  • Op zoek naar steun

    DatumPlaats
    Geschreven28 juni 1672Amsterdam
    Ontvangen30 juni 1672Hannover/Berlijn
    Lees hier de originele brief (let op: de volgorde is een beetje door elkaar gehusseld)

    Margaretha lijkt wat meer grip op de wereld te krijgen, in zoverre dat ze begrijpt dat alles wat ze kent, op zijn kop staat. Haar eerste vraag is naar de troepen van de Keurvorst. Haar man schreef er niets over, dus ze gaat er vanuit dat ze zullen komen als het te laat is. Iedereen verwacht een belegering.

    Consequentie van de Franse bezetting

    Utrecht is inmiddels van Holland afgesloten, zelfs haar financiën krijgt Margaretha niet geregeld. Ze gaat ervan uit dat ze al haar goed in Utrecht kwijt is. Ook is het lastig om zo de financiën te regelen met Van Beusichem die nog in Utrecht is.

    [benoutheijt daer men in is,] wttrecht is van hollant ge=
    noechsaem af gesneede, daer mooge geende schuijten van
    daer hier op vaeren ock niet van hier daer op van=
    daech is hier noch Een schuijt die van wttrecht quam
    aengehoude, ick heb al Een mael of drij aen beuse=
    =kom geschreefve dat hij mij het gelt dat hij noch van
    ons in hande heeft soude sende het welcke hij schrijft
    niet seecker te konne doen, sal sien of ickt door wissel
    kan krijgen want vrees als de koninck met sijn armee
    te wttrecht komt dat daer noch wonderlijck sal af
    loopen, die 1200f vande staten weegens uhEd equipaesge
    vreese ick ock dat wij quijt sulle weesse, alsmeede de
    kompangi paerde insoma wij sijn arm en verlaeten,

    In de Hollandse steden is men er zeker van dat dat hun niet zal gebeuren: zij zullen wel vechten. Liever dood dan Frans. De gevluchte Utrechtse regenten: Utrecht heeft zich over gegeven, er is geen strijd geleverd. De geruchtenmachine in de steden draait overuren. Overigens krijgen ook de Hollandse regenten er alvast van langs, voor het geval ze van plan waren zich over te geven.

    Een ander probleem voor de Utrechters in Holland is de vraag wat ze moeten doen. Terug naar Utrecht en de Franse bezetting ondergaan of in Holland blijven en alle bezittingen in Utrecht kwijt raken? Margaretha gaat ervan uit dat ze alles kwijt zullen zijn en ze hoopt dat ze alles wat ze in Holland heeft zal kunnen houden, want iedereen vreest een belegering.

    Prent Kasteel Renswoude: een statige toren met twee vleugels en daarvoor twee bijgebouwen. Een koets met zes paarden draait net de brug over de gracht op.
    Kasteel Renswoude door Casper Specht, ca. 1699. Collectie: Utrechts Archief
    Johan van Reede van Renswoude kocht de Ridderhofstad Renswouden in 1623 en liet daar dit huis bouwen.

    Een krijtende oude man

    Ook de aanstelling van haar zoon speelt nog steeds en ze zou haar man hier graag over spreken voor advies, maar die is er niet. Margaretha gaat op zoek naar steun. Ze is bij Johan van Reede van Renswoude langs geweest, een oudoom van haar man. Daarnaast is hij ook de politieke steun en toeverlaat van Godard Adriaan in Utrecht. Hij is gepokt en gemazeld en je zou zeggen dat hij in zijn leven (hij is 89) wel gezien heeft. Maar nee. In Amsterdam wordt over hem gezegd dat hij arm is en probeert financieel beter te worden van de Fransen. De spanning loopt daar zo hoog op, dat hij de wijk genomen heeft naar Hoorn.

    Brieffragment van het citaat waar Margaretha steun zoekt bij Johan van Reede van Renswoude

    [niemant heeft, nu weer tot mijn voorijge,] ik ben te hoorn bij
    de heer van rhijnswou geweest die daer bij de schout van hoorn is
    geloosgeert, om sijn hEd advijs weegens het quitere van mijn
    soon te hoore die ick in de grootste perplextiteijt1Perplexiteit: verbijstering vande werkt vont
    en kreet2Verleden tijd van krijten: huilen dat het mij deerde te sien, seggende dat hij met sijn
    kinderen nu soude moeten gaen bidde in sijn oude daegen, dat
    onbequam was Eimant te raeden want dat hij sijn selfve
    niet rade kon dat hij wel sach dat het aen beijde kante sijn swae
    richeijt had in dienst te blijve en ock te quiteere, dat de
    mense so vileijn int spreecke sijn dat hij niet kost segge wat
    best voor ons gedaen sou sijn, so dat ick Even wijs ben en
    niet weet wat hij doen sal, ick sien wel dat hij gedegoteert3Degouteren: irriteren, ergeren is

    Kortom, Margaretha heeft niets aan hem. Ze besluit dat het het verstandigst is om af te wachten en te kijken wat de anderen doen. Philippota weet het wel, als het aan haar lag zou haar man uit dienst gaan. Haar redenering is dat ze dan Middachten kan behouden en hij veilig thuis is.

    De staat van de oorlog

    Aan het eind van de brief somt Margaretha nog alle ontwikkelingen van de oorlog op. In de oorlog met Engeland heeft Michiel de Ruyter na de Slag van Solebay gezegd, dat hij nooit meer uit zal varen met een gedeputeerde aan boord4Cornelis de Witt heeft de hele slag bij hem aan boord gezeten. Ook boeken de troepen van de Bisschop van Münster vooruitgang. En het meest saillante detail bewaard ze voor de laatste zin voor de benauwdste afsluiting tot nu toe: de Fransen, de bisschoppen en de Engelsen hebben de Republiek al onderling verdeeld.

    scan van het citaat in de brief over de Staat van de Oorlog

    [blijfve so qualijck spreecke,] men seijt dat de
    provinsie van hollant en seelant voor de konin
    van Enlant sal sijn en overijsel stat en lande5Stad en Lande is de oude naam voor de provincie Groningen
    en vrieslant voor den bischop , de rest voor vranck
    =rijck dit wort geseijt, den konin van Enlant
    seijt me dat haest met sijn vloot weer in see
    sal weesen, wij houdender 60 sp scheepe op
    inde see de rest is op ontboode omt volck te
    lande te gebruijcke,, nu weet ick niet meer
    sal met groote droefheijt blijfve

    uhEd bedroefde

  • Utrecht geeft zich aan de koning

    DatumPlaats
    Geschreven25 juni 1672Amsterdam
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    Margaretha heeft zich met Ursula Philippota en de kinderen gesetteld in Amsterdam. Gelukkig kunnen ze achter de waterlinie nog reizen, want ze hebben Van Ginkel samen nog gezien. Hij is inmiddels in Gouda gelegerd, maar ontmoette zijn moeder en vrouw bij Uithoorn en is met hen mee gereisd naar Amsterdam. Uiteraard moest hij ‘s avonds wel weer weg om op tijd terug in Gouda te zijn.

    Utrecht en koning Lodewijk XIV

    Het grote nieuws komt uit Utrecht: de stad heeft zichzelf en de provincie overgegeven aan de Franse koning. Margaretha heeft geen goed woord over voor de heren van de Staten van Utrecht. De sleutels van de stad zijn overgedragen en de Heeren ontmoeten de koning: met de hoed in de hand! Hoewel de politieke onrust van afgelopen winter niets is vergeleken bij wat er nu gebeurt, houdt Margaretha het goed bij. Ze weet precies wie wel en wie niet hun hoed afgenomen hebben. Pleegzoon Welland (Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken) was er niet bij, want hij was naar Lodewijk XIV gezonden, net als buurman Van der Does van Bergestein. En zoon Frederik van familielid en politiek vriend Johan van Reede van Renswoude was in het leger, dus die heeft zijn hoed ook niet hoeven afnemen.

    De overgave van de stad Utrecht aan de Franse legers op 24 juni 1672, Hondt II, Lambert de (1645 – 1708). Collectie Centraal Museum, Utrecht; aankoop met steun van het Mondriaanfonds en het K.F. Hein Fonds 2018 © Centraal Museum, Utrecht / Ernst Moritz 2018

    Catch-22

    De praktische gevolgen van deze overgave worden ook gelijk duidelijk en hebben grote gevolgen voor de familie. De Staten van Utrecht betalen het regiment van Van Ginkel. Als Utrecht Frans is, zijn de Staten dat dan ook en in wiens dienst vecht hij dan?

    Brief van margaretha over het dilemma van Van Ginkel

    [=ter gelaeten,] nu sit den heer van ginckel sonder betaelts
    heere weet niet wat hij doen sal, of te kiteere1quiteren: verlaten, weg gaan
    of niet , och mijn lieste hartge wat komt ons over
    wij sijn tenden2te enden: ten einde raet en weet niet Een mens te
    vragen alsmen wijse liede vraecht treckense
    de schouders op en swijgen, quiteert hij indeese
    hooch dringende noode van tijde wie weet hoet noch
    gaen kan en of de heer almachtich hem noch over
    ons mocht ontferme en Eenige genaedige wtkomste
    verleene hoewel daer geen hoope toe sien, son men het
    vieleijn en quaelijck spreecke niet konne ontgaen
    blijft hij in dienst moogen sij al sijn goederen voor altijt
    konfiskeeren so is hij met sijn vrou en kin=
    deren geruijwineert hoe sal ment nu doen
    sijn vrou sach seer gaeren dat hij quiteerde,
    men is hier in duijsent pijne, [voor ons ick hou –]

    Het is een catch-22 situatie: blijft hij in het Staatse leger dan vervallen zijn goederen aan de Fransen en is hij alles kwijt, gaat hij uit het leger dan is hij zijn inkomsten kwijt, gaat hij terug naar zijn goed (Middachten), dan moet hij trouw zweren aan de Franse koning en is hij een verrader.

    En wat doen de Fransen verder?

    Margaretha maakt zich zorgen over de volgende stappen van de Fransen. De Heer almachtig zal haar bijstaan, maar toch…

    Brieffragment van margaretha over koning Lodewijk XIV en Utrecht

    de heer Almachtich sal mij bij staen daer is alleen
    mijn betrouwe op, het water komt niet alleen op de
    lippe maert begint der al over te gaen, de konin
    seijt men dat merge in Persoon binne wttrecht
    sal koome en int duijtsen huijs loosgeere , en dat
    hij komt met sestich duijsent man om deese

    Brieffragment waarin Margaretha haar wanhoop uitspreekt over het lot van Amsterdam, haar familie en haar man die over de Wadden moet.

    stat3Amsterdam te beleegeren of te benauwe, dewelcke haer teenemael in defen
    sie stelt en vande buijten tot verders van veelle ront om onder
    water staet, het verse water sal ons t Eerst ontbreecke inder
    groote droochte, ick kan niet segge in hoe lange het niet gereegen
    heeft dat Eenich water bij kan brenge, de heemelen sijn als
    geslooten de heer is op ons merckelijck vertoornt, menseijt
    al de steeden in hollant gereesolveert sijn haer tot den
    wtterste toe te defendeere, altijt hier inde stat is Elck
    Even animeus4boos, vijandig maer wat salt al sijn, wij sijn verloore
    so de heer almachtich ons niet merckelijck en helpt, alle onse
    steede en foortresse gaen over sonder datter Een schoet
    op gedaen wort, daer is geen ordere, ick wenste mijn silver
    en linne tot gelt waer en dat ickt in Een ander lant kost
    over maecke maer siedaer geen raet toe wien ick daer van
    spreeck, in Een woort geseijt ick sit Elendich en verlaeten,
    op de watte5de wadden ist so onveijl en vol kapers dat die so geseijtwort
    onbruijckhaer sijn, [het reijnkonter dat de raetpensionaeris]

    Wanhoop

    Margaretha’s wanhoop wordt bijna tastbaar in de brief. En dan zijn ook De Wadden nog onveilig, terwijl haar man via die weg vanuit Hamburg naar huis zal komen… Daarna wijdt ze een paar woorden aan de moordaanslag op Johan de Witt van 21 juni, die ze een “reijkonter”, een rencontre, een ongeregeld gevecht, noemt. Ze maakt er zelf geen woorden aan vuil, maar stuurt waarschijnlijk een pamflet (neefensgaende) mee.
    Ook de ondertekening is luid en duidelijk.

    [spreeck,] in Een woort geseijt ick sit Elendich en verlaeten,op de watte ist so onveijl en vol kapers dat die so geseijtwort
    onbruijckhaer sijn, het reijnkonter dat de raetpensionaeris
    heeft gehad sal uhEd wt dit neefensgaende sien, daer is de
    jonste soon vande raetsheer vande graef bij geweest diese hebbe ge
    kreechgen , nu de heer wil ons voort bewaere, ick blijf

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd wel benoude en bedroefde
    wijff MTurnor

  • Bezet!

    DatumPlaats
    Geschreven20 juni 1672Amsterdam
    Ontvangen5 juli 1672Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Na een week komen de eerste berichten door over hoe de Fransen te werk gaan. Het rumoer onder de bevolking blijft, maar gelukkig treedt Amsterdam hard op. Uit Amerongen heeft Margaretha gehoord dat de Prins van Condé op het kasteel geslapen heeft. Het enige dat ze er echt belangrijk aan lijkt te vinden is dat het kasteel niet beschadigd is.

    Sauvegarde

    De sauvegarde doet zijn intrede. Letterlijk is sauvegarde een bescherming van goederen of personen. Tegen betaling kan je een sauvegarde aanvragen. Haar zoon wil dit wel doen, maar is dat verstandig?

    Brieffragment waar het over de sauvegarde gaat

    [van kan ick niet weeten,] de heer van ginckel schrij
    van verstaen te hebbe dat men wel safveguarde
    mach versoecke het welcke hij dan voort huijs ent dorp
    te Ameronge als ock voor Middachte wilde doen
    dat sal al veel koste maer wat raet tis noch
    beeter wat koste als dat seet huijs soude afbrande

    Utrecht

    Ook uit de stad Utrecht is er nieuws. De Staten van Utrecht hebben twee heren naar Lodewijk XIV gestuurd om de stad over te geven. De Staten van Utrecht bestonden enkel uit deze heren en een paar burgemeesters, de rest van de bestuurders is naar het westen gevlucht. Lodewijk accepteert hun voorwaarden niet, want hij vertrouwt het niet en stuurt ze terug.

    te wttrecht heeft den heer van soomere1Johan van Someren en sanden=
    burch2Diederik Borre van Amerongen met de burgemeesters, daer in doen maels
    door dapsensie vande andere heere, de staetse vergaderi
    bestont, aende koninck besonde en die stat doen
    preesenteere, het welcke hij niet heeft wille aen
    neeme, so geseijt wort, wt vreese van daer in niet
    verseeckert te sulle sijn, men sijn hoocheijt had bij de
    gemeente aldaer so veel te weege gebracht dat sij te
    vreede waeren datter 3 a 4 reesgemente krijs
    =volckeren inde stat soude koomen en dat sij die
    stat soude gedefendeert hebbe, dan daer quam
    terstont ordere op, vande state generael dat me
    wttrecht sou abandoneere en ons ganse leeger
    op de frontiere3frontier: grens van hollant trecke [het welcke]

    Stadhouder Willem III inspecteert de waterlinie (Oude schoolplaat)

    De Oude Hollandse Waterlinie

    De troepen zijn inderdaad richting Holland getrokken, Van Ginkel is naar Schoonhoven en andere zijn naar Weesp. Margaretha noemt de waterlinie niet letterlijk de waterlinie, maar beschrijft het proces wel. Veel vertrouwen lijkt ze niet te hebben in die waterlinie: ze verwacht de vijand nu elke dag voor de poort.

    in hollant wort alles onder water geset ge
    lijcke se hier om deese stat ock doen de saech
    moollens afgebroocke, de liede lijde seer groote
    schade het gekarm vande mense en beeste is so groot
    dat Een steene hart moet Eerberme, och wat tijt
    beleef ick, men verwacht hier alle daech den
    vijant voor de poorte doch stelle haer in defensi
    om beleegert te worde, dan sulle wij in Een
    beleegerde stat sijnde geen kleijne benautheijt
    hebbe, de heer wil ons behoede mij bekomert niet
    meer als die vier kleijne bloetges en met deese
    kontiniweelle droochte vreese verswater gebreck
    te sulle hebbe,owee wee wee die geene die oorsaeck
    sijn van alle ons ongelucke, [so aenstonts ontfan]

    Wees voorzichtig!

    Uiteraard is Margaretha ook weer achter de betaling van haar mans vergoeding aan gegaan, maar ook dat is moeilijk. Margaretha is zo in de bonen dat ze zelfs goed nieuws niet meer positief kan zien. Er zijn schepen naar Hamburg gezonden om haar man op te halen. Alleen zit de Waddenzee vol kapers, dus ze maant hem om vooral voorzichtig te reizen.

    Tot slot ook nu weer de vraag die op ieders lippen brandt:
    Waar zijn de Brandenburgse troepen?

    Weest verzekerd dat ik ben

    Zelfs de ondertekeningen van Margaretha’s brieven worden wanhopiger. Groeten van de kleinkinderen kunnen er nog net vanaf.

    gesonde, hiermeede bevele uhEd inde bewaerin
    des alderhoochste die ons alle in daesen hoochge
    noot wil bij staen, tsij int leefve of sterfae
    weest verseeckert dat ick ben
    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    int schrijfve dees
    beginne de liede
    hier so bij Een te troepen
    dat ick vreese offer al
    meede wat te doen mochte
    koomen, och hoe sit men in gedurige benoutheijt
    de vrou van ginckel en haer kinderkens presenteere haere
    dienst

  • Goet en Bloet

    … geen redelijke ziel
    zal bij leven of sterven
    ons komen culperen omdat wij
    goedt en bloet voor de dier
    gevochte vrijheid hebben
    opgeofferd…

    Godard Adriaan, 5 juli 1672
    Goet en Bloet
    De drie hoofdpersonen van Goet en Bloet: Godard Adriaan, Margaretha en Godard

    Vandaag opent de expositie Goet en Bloet op Kasteel Amerongen, het kasteel dat Margaretha na het Rampjaar heeft gebouwd. Aan de hand van de verhalen van Margaretha, Godard Adriaan en hun zoon Godard van Reede van Ginkel worden de bezoekers meegenomen langs de gebeurtenissen in het Rampjaar.

    Rampjaar

    Dit jaar is het 350 jaar geleden dat de Fransen, de Engelsen en twee Duitse bisschopen de Republiek de oorlog verklaarden en dit wordt uiteraard in Nederland ruim herdacht. Met Margaretha, Godard Adriaan en Van Ginkel heeft Kasteel Amerongen hoofdrolspelers die elk op hun eigen plek het Rampjaar mee maken. Hun verhaal moet natuurlijk op Amerongen verteld worden.

    Goet

    Het belangrijkste goed van Godard Adriaan en Margaretha is hun Kasteel in Amerongen. Het staat er nog steeds, maar niet meer zoals voor het Rampjaar. Door de dramatische gebeurtenissen in het huis zelf ook een hoofdpersoon geworden.

    Bloet

    De familieband, het bloed, is sterk, maar Margaretha, Godard Adriaan en Godard weten niet of en wanneer ze elkaar weer zullen zien. Margaretha zit achter de waterlinie, in het waarschijnlijk veilige Holland. Godard Adriaan zit als diplomaat aan het hof van de Keurvorst van Brandenburg. Hun zoon Godard is aanvoerder in het Staatse leger. De brieven die zij elkaar schrijven, zijn hun levenslijn. De expositie is een duik in hun levens én in de vaderlandse geschiedenis.

    Dit blog en de expositie

    Dit blog en de expositie staan los van elkaar, maar gaan over hetzelfde. Vanuit het blog is de expositie een manier om de plek, de tijd en de tijdsgeest te beleven. Vanuit de expositie is het blog een persoonlijker kennismaking met Margaretha. Bovendien is in de expositie het Rampjaar al begonnen en voorbij, terwijl het hier voor Margaretha nog moet beginnen. En ook al weet je hoe het afloopt: het blijft spannend.

    Goet en Bloet - Strijdvaardige familie verliest Kasteel in Rampjaar 1672
  • Huis in Amsterdam: De Gulden Troffel

    DatumPlaats
    Geschreven30 mei 1672Amerongen
    Ontvangen6 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    Margaretha klaagt wel steen en been over de trage en gebrekkige voorbereiding van de Republiek op de oorlog, maar zelf kan ze er ook wat van. In haar brief van 25 januari 1672 vraagt ze de secretaris al om een huis te zoeken in Amsterdam, en nu, het is nog net geen juni, is de kogel door de kerk. Margaretha huurt voor een half jaar een pand genaamd de Gulden Troffel aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam.

    De Nieuwe Herengracht

    De Nieuwe Herengracht is de allernieuwste uitbreiding van Amsterdam. De uitbreiding is zelfs zo nieuw, dat het gebied aan de overkant van de gracht nog “gewoon” weiland was. In dit weiland ligt nu de plantagebuurt met Artis en de Hermitage. Het bejaardentehuis waarin de Hermitage zit, werd in 1681 gebouwd.

    De Nieuwe Herengracht, het huis met het puntdak is nummer 21, waar in het Rampjaar de Gulden Troffel stond. Links de Walter Süsskindbrug en de Amstel. Foto en copyright: Shinji Otani, bron: Stadsarchief Amsterdam

    Het goed vervoeren

    Wat Margaretha nu te doen staat is er nu voor zorgen dat al haar waardevolle goed in Amsterdam komt. En dat pakt ze voortvarend aan. Ze heeft een schip gehuurd dat inmiddels van Elst (een dorp naast Amerongen) naar Amsterdam vaart. Wat er in de eerste vracht zit, vertelt ze niet, maar waarschijnlijk moet ze nog een volgende vracht moet zenden. Er zou een tweede schip komen, maar dat is kennelijk niet gekomen, omdat het water zo laag staat.

    [behandicht] het huijs te Amsterdam is gehuert voor Een
    half ijaer so ons het ongeluck dient dat ment langer sal
    sal moeten hebbe konne wijt langer in hueren, deesen
    dach vaert Een schip vol van ons en vande vrou van
    ginckels goet hier van Elst af naer Amsterdam 
    wij sulle het selfeschip of Een ander noch wel eens vol
    hebbe het welcke almeede met den Eerste meen te
    sende vermidts het water op de reevier so seer
    valt en solaech wort vrees ick het in korte niet te
    sulle kome sende en over lant sou vrij wat kosten,
    ben nu meest bekomert met onse wijn weet niet hoe ick
    daer mee sal maecken, brenge ickse te Amsterdam
    salmen ter stont die swaere inposte1Imposten: accijnzen daer van moete
    betaelle en al die wijn drincke wij in geen ijaer, [ick]

    Brieffragment van bovenstaand citaat

    Wijn en belasting

    Interessant is haar zorg om de wijn. Elke stad rekende zelf de accijnzen voor wijn voor eigen consumptie. Aangezien de wijn al in de kelder ligt, heeft ze dergelijke accijnzen waarschijnlijk al eerder betaald. Als ze de wijn nu naar Amsterdam vervoert, zou ze dat weer moeten betalen, terwijl ze niet weet of ze het op gaat drinken. Stel dat het niet op gaat en ze wil de wijn daarna naar Den Haag vervoeren, dan zal ze daar dus ook weer accijnzen moeten betalen. Dat wordt dan wel een beetje prijzig. Wat is wijsheid? De wijn in Amerongen laten voor de Fransen of die accijnzen toch maar betalen?

    Het Centrum van Amsterdam, na 1688 (de Amstelhof/Hermitage is gebouwd). Onder het woord Binnen Amstel de Nieuwe Herengracht. Fragment uit kaart van Frederik de Wit, Atlas van der Hagen. Collectie Koninklijke Bibliotheek

    Reizen en vluchten

    De familie moet in beweging komen: Philippota is nog steeds in Middachten en Margaretha zou haar toch wel erg graag in Amerongen hebben. Dat geeft haar de ruimte om eens zelf in Amsterdam te gaan kijken. Van een definitief vertrek naar Amsterdam is nog geen sprake: ze blijft zo lang mogelijk in Amerongen. Ze denkt Philippota en de kinderen die kant op te kunnen sturen als dat nodig is. Waar Margaretha zich het meest zorgen om maakt is hoe haar man thuis komt: alle doorgangen naar de Republiek zijn in handen van de Bisschop van Münster. Twee dagen na Margaretha’s brief zal hij de Republiek binnen vallen in het oosten.

    Gouden koppen

    De oprukkende Fransen krijgen in deze brief geen aandacht. Ze gaat nog wel in op de financiële situatie en de vraag wat ze met haar gouden koppen moet doen.

    [veel meer, noch in kasse leijt,] ick heb mijn ge=
    dachte al laeten gaen of ick niet wel sou doen
    de goude koppe op deen plaets of dander te
    begraefve of Ergens in Een muer te laeten
    metselen, maer dewijlle ick dat bij mijn
    selfve niet kan doen derf ickt niet wagen
    salt met de rest so naeu2Nauw bewaren: met alle zorg bewaren bewaeren alst mogelij
    sal sijn [den redder van Meroode is alweer so]

    Heel herkenbaar dat je met zo’n stressvolle verhuizing opeens allemaal rare details bedenkt. Gelukkig zal ze alles zo zorgvuldig mogelijk bewaren. Als Godard Adriaan er nu geen vertrouwen in heeft, weet ik het ook niet meer.

  • Margaretha’s brieven lezen

    De post heeft in mei 1672 zijn werk niet goed gedaan. Tussen 6 mei en 20 mei zijn er geen brieven van Margaretha brieven aan gekomen. Het kan ook zijn dat Godard Adriaan ze niet bewaard heeft. Merkwaardig genoeg schrijft ze daar helemaal niets over in haar brieven van eind mei. Het kleine aantal brieven in mei geeft ons de tijd om eens andere onderwerpen aan te snijden. Begin april kwam er een reactie op een blog over het lezen van het handschrift van Margaretha. Wij van de “app- en mailgeneratie” zijn steeds minder gewend om handschriften te lezen. Dus hier een uitgebreid(er) verhaal over het lezen en transcriberen van oude handschriften.

    Handschriften en spelling

    Het lezen van een oud handschrift is voor veel mensen een heel nieuwe ervaring. Sowieso verschillen handschriften natuurlijk zowel van persoon tot persoon, maar ook van tijdsperiode tot tijdsperiode. Als je wat specifieke kenmerken van 17e eeuwse handschriften weet, helpt dat al met lezen.

    Zo zetten ze toen een soort krul boven een u, als onderscheid met een v en een n. Een s was een veel langere letter die boven en onder de andere letters uit kon komen, sterker nog er bestonden een lange en een korte s! Een heel handig gebruik was om een streep boven een woord te zetten als daar nog -de of -den achter moet. Bijvoorbeeld van met een streep erboven is vande.

    Wat ook lastig is in 17e eeuwse brieven, is dat er in de 17e eeuw nog geen standaardspelling bestond. Margaretha schrijft haar brieven heel erg fonetisch, maar ze heeft een gigantische woordenschat. Ze gebruikt heel veel woorden die we in het Nederlands eigenlijk niet meer gebruiken, maar als je ze uitspreekt herken je ze nog wel uit het Engels en het Frans. De meeste van deze woorden zijn overigens wel terug gevonden in de historische woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal en waren dus gewoon Nederlandse woorden.

    Hieronder staan een paar fragmenten uit brieven van Margaretha’s familieleden en een tijdgenoot. Ze komen allemaal uit het familiearchief van Kasteel Amerongen. Het gaat niet om de inhoud, maar vooral om het handschrift.

    Godard Adriaan

    Margaretha heeft Godard Adriaans brieven niet bewaard, dit fragment komt uit een brief waar hij zelf een minuut (=kopie) van bewaard heeft. Het is de brief die Godard Adriaan aan Margaretha stuurt na het afbranden van het kasteel. Kennelijk was deze brief (van 10 maart 1673) zo belangrijk en koos hij zijn woorden hier zo zorgvuldig, dat hij daar een minuut van maakte.

    Handschrift en spelling van Godard Adriaan van Reede (transcriptie onder het fragment)

    Het soude mij bedroeven, bij aldien ick op godt
    niet en vertrouwde, die ick weete dat alles ten besten
    ende tot onse salicheijdt dirigeert, uijt U Hooch Edele schrijvens
    vande 3e martij te zien, het ruineren en afbranden van onse
    goederen ende huijsen tot Amerongen, [ende waer over u]

    Godard Adriaan heeft een handschrift dat er erg mooi uit ziet met zijn sierlijke krullen en halen. Het leest alleen niet heel makkelijk. Mooi is de lange s in het eerste soude, de krul boven de u van uijt in de derde regel en aan het begin van de vierde regel: vande 3e.

    Lees hier de hele brief

    Godard van Reede van Ginkel

    Zoon Godard schreef zijn vader regelmatig brieven en deze liggen ook in het Utrechts Archief. Deze brief (13 april 1672) schrijft hij nog voor het rampjaar, vlak na zijn sollicitatie (waar Margaretha het uiteraard ook over heeft gehad).

    Handschrift en spelling van Godard van Reede van Ginkel (transcriptie onder het fragment)

    T’sedert mijnen laetsten van voorleden woensdach
    hebbe ick de eere gehad t’ontfangen UHEd
    missive van 10 deses, ick trooste mij gaern dat
    in mijne sollicitatie niet veel heb opgedaen
    en dencke mede, die weijnich op sich hebben
    sal, te weijniger hoeft te verantwoorden
    ongetwijfelt sal alles soo effen niet toe gaen
    of daer sal wel een abuijs begaen werden, en

    In deze brief ook weer de verschillende ss-en: missive en deses in de derde regel en het krulletje boven de hoofdletter U in UHEd aan het eind van de tweede regel en boven de u in abuijs in de laatste regel.

    Lees hier de hele brief

    Ursula Philippota van Raesfelt

    In het archief van Kasteel Amerongen zitten een aantal brieven die Ursula Philippota aan haar schoonvader Godard Adriaan schreef. Deze brief is van 13 juni 1672 als ze net met Margaretha van Amerongen naar Amsterdam gevlucht is.

    Handschrift en spelling van Ursula Philippota van Raesfelt (transcriptie onder het fragment)

    den drouege1droevige tou stant van ons vaderlant
    sal uHEg2U hoogedelgeleerde nou ock weten en met verwonderinge
    gehort hebbe, wan het is nit te begripe hast
    in soo corte tit soo een lant te vorligen sonder
    dat de geuosten3waarschijnlijk vorsten: uitstellen wort, als een ranconter4rencontre: ongeordend treffen tussen twee strijdmachten dat
    de is voor gevallen, in het passeren ouer den rin
    en doun5toen heeft ons helle leger har geritert6Retireren: terugtrekken

    Als het puur om de letters zou gaan, is haar handschrift best goed te lezen, maar de spelling is lastig, vooral omdat u en v hetzelfde zijn, maar ook de ou als oe gebruikt wordt. Als je meer van haar brieven leest, valt op dat ze veel Oost-Nederlandser zijn met een duidelijke Duitse invloed.

    Lees hier de hele brief

    Stadhouder Willem III

    Het handschrift van Stadhouder Willem III is heel goed te lezen, vooral omdat zijn spelling al een stuk dichter bij onze spellingsregels komt, dan bijvoorbeeld de spelling van Margaretha. Deze brief (16 augustus 1691) schrijft hij aan Margaretha om haar te bedanken voor de felicitatie die zij hem gestuurd heeft voor zijn overwinning in Ierland.

    Handschrift en spelling van Stadhouder Willem III  (transcriptie onder het fragment)

    UhE missive van den 4 deser is mij wel ter
    hand gekomen en hebbe niet willen onder laten deselve ganschr vrundelijkck te bedancken
    voor de felicitatie daer in vervat over de victorie daer mede het God gelieft
    heeft mijne wapenen te zegenen in’t passere,

    In de eerste zin zie je het verschil van de lange ss-en in missive en de korte s in deser. Ook het haakje boven de u in vrundelijck is goed herkenbaar. Het UhE aan het begin is een soort sierlijke krul geworden.
    Lees hier de hele brief

    Transcriberen met kunstmatige intelligentie

    Voor het lezen van individuele handschriften zijn gelukkig moderne snufjes ontwikkeld, die heel erg kunnen helpen om een handschrift te gaan lezen. De brieven van Margaretha liggen, net als het hele archief van Kasteel Amerongen, in Het Utrechts Archief. Het Utrechts Archief heeft een Europees initiatief, Transkribus, gebruikt om de brieven van Margaretha beter toegankelijk te maken. Transkribus is een computerprogramma dat kan leren om oude handschriften te lezen. Van een handschrift moeten dan scans en de transcripties van 100 van die scans ingevoerd worden. Het programma interpreteert de vorm van de letters en de meest logische volgorde van de letters en kan zo de handgeschreven brieven omzetten in platte computertekst.

    Dit is een gigantische klus geweest, die waar namens Het Utrechts Archief Kathleen Verdult (inhoud), Joyce Pennings (projectleiding), Rick Companje (dataprogrammering) en Petra Dreiskämper van Grobbel & Dreis (dataprogammering) aan gewerkt hebben.

    Bij de scans van de brieven van Margaretha op de site van Het Utrechts Archief kan je de transcriptie van die brief weergeven. Links naast de scan staan de icoontjes die je hier ook links ziet. De bovenste drie (informatie, link en download) kom je bij bijna alle stukken in het archief tegen, maar de T die onderaan staat niet. Als die T er staat is er een transcriptie beschikbaar. Door op de T te klikken kan je de transcriptie naast de scan van het document op het scherm zien.

    Een groep vrijwilligers van Kasteel Amerongen is onder leiding van Roel ten Kleij (die ook de transcriptie van de brief hierboven van Godard Adriaan maakte) momenteel hard aan het werk om transcripties te maken van de brieven van Van Ginkel. Transkribus gaat er vervolgens mee aan de slag en kan dan ook al die brieven omzetten naar platte tekst.

    Zelf doen!

    Als je wilt oefenen met het lezen van oude handschriften of het maken van transcripties, dan kan je daarvoor de site Wat staet daer? gebruiken. Hier staan voorbeelden van handschriften uit verschillende tijden, kan je oefeningen doen en veel meer lezen over het maken van transcripties. Er is ook een pagina waar je kunt oefenen met een fragment uit een brief van Margaretha.

    Video over het transcriberen van de brieven van Van Ginkel
  • Geen post

    Pas twee weken na de brief van de 11e ontvangt Godard Adriaan de volgende brief van zijn vrouw. Wij als moderne mens, verwachten natuurlijk een beetje dat dat vroeger waarschijnlijk sowieso veel onregelmatiger ging, de post. Niets is minder waar, maar het al dan niet aankomen van post was wel een onderwerp, Margaretha begint er elke brief mee.

    De geschiedenis van de postbode in postzegels

    Regelmaat

    De brieven die we van Margaretha hebben, zijn de brieven die Godard Adriaan bewaard heeft. Het kan zijn dat hij brieven weg gegooid heeft, maar waarom zou hij dat doen? Je merkt aan veel brieven dat Margaretha voorzichtig is in wat ze schrijft en over wie ze schrijft. Dus waarschijnlijk zijn de brieven die hij bewaard heeft, de brieven die hij gekregen heeft.

    In oktober 1671 vertrekt hij op missie. Hij is dan november en december waarschijnlijk in Nederland, dus dan schrijven ze niet. Vanaf 21 januari schrijft Margaretha weer trouw. Je ziet de regelmaat in oktober en februari: er zitten steeds drie of vier dagen tussen twee brieven. In maart verwacht je eigenlijk nog een brief op de 14e en één op de 27e of de 28e. In april en mei gaat het echt mis: tussen 11 en 25 april zitten maar liefst veertien dagen! En in juli is er helemaal geen post: Godard Adriaan is even in Nederland.

    okt-71jan-72feb-72mrt-72apr-72mei-72jun-72aug-72
    221131639
    62547820613
    9296101123916
    131118253012
    1615202913
    20182417
    242220
    2625
    2928
    De data van de door Margaretha geschreven brieven in het archief

    Geen post

    Het duurt even voordat Margaretha door heeft dat haar man geen post van haar krijgt. Op 25 april schrijft ze alleen dat ze zijn brief van de 17e heeft ontvangen. De volgende brief, van 29 april, begint ze haar brief met de mededeling dat ze zijn brief van de 27e heeft ontvangen. Maar het venijn zit in de staart:

    [voor silver gelt op te wisselen,] ick ben verwondert
    uhEd met die post weer geen briefve van ons heeft
    ick heb noch noijt Eene post overgeslage sonder
    te schrijfve, onse kinderen sijn de heere sij ge
    danckt heel wel frits wort so groot en sterck
    dat uhEd merckelijck aen hem sal gewonne hebe
    hij en sijn sustert leert ock naer sijnen doen sijn vrage en gebee
    =de heel wel, de heer wil hen en aldandere voort
    seegene en insijne vreese laete op wasse, inwiens
    bescherminge uhEd beveelle en blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    Ze zegt dus dat ze nog nooit een post heeft overgeslagen: dat betekent dat de brieven van 13, 17 en 21 april waarschijnlijk missen.

    Onbezorgde brieven

    De kist van De Brienne, Collectie Beeld en Geluid Den Haag.

    Waar Margaretha’s brieven gebleven zijn, is niet te achterhalen. Dat het vaker gebeurde is duidelijk door de postkist van de Haagse postmeester Simon de Brienne. Alle brieven die hij niet kon bezorgen deed hij in een kist. Die kist is nu in bezit van Beeld en Geluid Den Haag. Onderzoekers verdiepen zich in de inhoud en Beeld en Geluid maakte een (engelstalige) online expositie over de kist.

    En hier?

    Hier vullen we de tijd met het verder uitbouwen van de site en het geven van achtergrond informatie. Heb je ideeën of wensen? Laat ze achter in de reacties!

  • Zorgen om man, zoon en oorlog

    DatumPlaats
    Geschreven8 april 1672Amerongen
    Ontvangen15 april 1672
    Lees hier de originele brief

    Als huisvrouw en moeder heb je je permanente zorgen. Let je man wel op zijn gezondheid? Gaat het bij je zoon thuis wel goed? En wie is verantwoordelijk voor het mislopen van zijn sollicitatie? Op wie van je vrienden kan je eigenlijk echt vertrouwen?

    Man naar Saksen

    [wij noch hebbe,] seedert heb ick uhEd aengenae
    me vande maert ontfange, daer wt verstaen
    uhEd sijn reijs naer saxsen inde toekoomende
    weeck meent voort te sette, de heer almachtich
    wil uhEd geleijde en voor alle ongeleijcke bewaer
    men drinckt aen dat hoff sterck ick hoope
    uhEd sorchge voor sijn gesontheijt sal dragen,

    Residenzschloss Dresden, Matthäus Daniel Pöppelmann, 1712/1713. Collectie Deutsch Fotothek

    Alle andere onderwerpen komen ook aan bod. De carrière van haar zoon gaat weer gepaard met allemaal namen die de promotie krijgen die haar zoon verdient. Ook de diverse Utrechtse politici passeren weer de revue, echt te vertrouwen zijn er weinig.

    Naderende oorlog

    De echte zorgen liggen toch bij de naderende oorlog.

    [meeste swaericheijt sitten,] de heere wil ons bij
    staen voor mij ick weete niet waer heene te vluchte
    de heer en vrou van ginckel sijn vandaech met
    tietge1de koosnaam voor Margaretha junior, de oudste dochter van Godard van Ginkel en Philippota naer middachte gegaen, de drij andere
    kindere2dit zijn, in volgorde van leeftijd, Frederik Christiaan (“Fritsge”), Anna Ursula (“Antge”) en de pasgeboren Reiniera hier gebleefve, sij meene in Een weeck
    of drije weer hier te sijn, de vrou van ginckel voor
    al de soomer bij mijn te blijfve de wijlle de leeger
    aende ijsel sulle geleijt worde en naer alle aprehen
    =sie volck opt huijs te Middachte, de tijdine die
    men hier krijcht sij hoe langer hoe Erger, daer
    van ick niet meer sal segge, vermidts uhEd
    die van andere genoech geadviseert worde,

    Margaretha is alleen in Amerongen met drie van haar kleinkinderen, waaronder de pasgeboren Reiniera (en waarschijnlijk haar min). Haar gedachten gaan over een mogelijke vlucht als het oorlog wordt, maar ze ziet ook wel dat de toekomst voor het huis van haar zoon en schoondochter, Middachten, minder rooskleurig is. Zo vlak aan de IJssellinie zullen er wel millitairen ingekwartierd worden. Ze gaat er maar vanuit dat haar man de berichten over de situatie en de verwachtingen van anderen krijgt, als dat niet zo is zal ze hem zelf wel informeren.

  • Hoera!

    DatumPlaats
    Geschreven1 april 1672Amerongen
    Ontvangen8 april 1672
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief vandaag met het danken van de heer voor de gezondheid van haar schoondochter en de kleinkinderen. Reiniera is nog geen maand oud en schoondochter Ursula Philippota is de kraamtijd alweer te boven.

    Daarna gaat ze in op het weer en de tuin: het is droog, het water in de gracht staat laag en alles is verdord. Ze noemt dat Engeland een paar dagen eerder, op 27 maart, Nederland de oorlog verklaard heeft, gaat in één moeite door naar de zware zomer die komt en dankt Godard Adriaan voor zijn brief van de 23ste.

    Godard Adriaan van Reede en Margaretha Turnor

    Dan, helemaal aan het eind, schrijft ze nog dit:

    [uhEd al op zijn verdere reijs waert,] nu is
    deselfve merge weer ijaerich en vijftich
    ijaere out sal nu den berch die dus lang
    geklome heeft gaen daelle de heer alma
    =chtich wil geefve uhEd de overijge tijt
    sijns leefvens in gesontheijt en voors poet
    mach door brenge dat het selfve mach
    strecke tot sijns naems Eer en uhEd sielen
    salicheijt dit wenst van harten

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff en
    dieners M Turnor

    ick laete vast
    Elst en sperre
    boome lans de nieu gemaeckte wal poote en
    Eijcke heijsters weer in daerse doot gegaen sijn

    Kortom, ze wenst hem voorspoed en gezondheid, maar hij moet zich wel realiseren dat het vanaf nu allemaal bergafwaarts gaat. Ze kan het weten, want zelf is ze acht of negen jaar ouder dan haar man.

    Ze eindigt de brief nog met een opmerking over de bomen die ze langs de nieuwe wal zal plaatsen. De prioriteiten zijn duidelijk.

    Trap des Ouderdoms, anoniem, 1640 – 1660. Collectie Rijksmuseum
    Op deze trap is duidelijk te zien dat vanaf 50 alles weer naar beneden gaat.
  • Diplomatenvrouw

    DatumPlaats
    Geschreven20 maart 1672Den Haag
    Ontvangen23 maart 1672
    Lees hier de originele brief

    Het leven van een diplomatenvrouw is niet altijd makkelijk. Margaretha heeft het er moeilijk mee dat haar man altijd weg is. Aan de andere kant lijkt ze ook wel te genieten van de ruimte die ze heeft om het landgoed te beheren en zich met de politiek te bemoeien. In de brief van vandaag is ze enigszins teleurgesteld dat haar man weer een andere missie aangenomen heeft.

    tis mij seer lief wt uhEd schrijfvens vanden
    13 deeser en wt de voorgaende te sien de kon
    =tiniwaesie1continuatie: voortduring (hardop uitspreken!) van uhEd gesontheijt, maer ben
    van harte bedroeft te sien uhEd de komissie
    weer naer saxse heeft aengenoome hoewel
    men seijt het maer voor Een korten tij sal
    sijn, daer kan ick mij niet meer mee laete
    abuseere2abuseren: misleiden want dat heeft men vant begin
    van deese komisie geduerich aengeseijtaan3zeggen: bekend maken, ent
    heeft nu overt ijaer geduert, wie weet waneer
    het noch Endicht se moogen uhEd vandaer
    voort naer weenen bij de keijser versoecke
    te gaen ick maeck nu geen staet uhEd van
    alde soomer weer thuijs te sien dat al vrij
    verdrietich sal vallen, [wt mijne laeste]

    Ze gelooft de belofte dat hij snel thuis zal komen ook niet meer, dat hebben ze al zo vaak gezegd. Bovendien kan het maar zo zijn dat ze hem hierna naar Wenen sturen, naar de keizer. Ze gaat er maar vanuit dat hij met de zomer niet thuis zal zijn en dat “valt haar verdrietig”.

    Verschillende diplomaten in koetsen met zes paarden komen aan bij Huis ter Nieuwburg in Rijswijk.
    Twee koetsen met ieder zes paarden komen aan bij Huis ter Nieuwburg in Rijswijk. Fragment uit: Gezicht op de zijkant en de voorkant van Huis ter Nieuburch te Rijswijk vanuit het westen, Pieter Schenk (I), 1697. Collectie Rijksmuseum

    Na de reguliere zakelijke mededelingen gaat het over een andere diplomaat, die zijn missies op een heel andere manier regelt dan Godard Adriaan. Daniël Oem van Wijngaarden, heer van Werkendam wordt naar Denemarken gestuurd. Ze heeft al een paar keer over hem geschreven, maar dan vooral over het feit dat hij als ambassadeur extraordinair naar Denemarken gaat. Die titel had Johan de Witt eigenlijk ook aan Godard Adriaan beloofd, maar hij is nog steeds ambassadeur ordinaris. In deze brief stookt ze het vuur verder op. Werkendam neemt niet alleen zijn vrouw mee, maar een complete hofhouding! Twee koetsen, elk met zes paarden! En dan ook nog pages en lakeien! Het is waarschijnlijk niet (alleen) jaloezie, maar ook haar calvinistische inborst die maakt dat ze moeite heeft met zo veel luxe.

    [pareeren,] den heer van werckendam
    vertreckt deese weeck noch so men seijt met
    sijn vrou die hij meede neemt, met twee
    koetse ijder met ses paerde, drije paes –
    =ges en neegen lackeijen, dat is schoon voor
    madame, hij heeft tot sijn Equipaesge
    en verdere te doene koste bij provijsie
    18000f vant lant ontfange, ick hoop
    uhEd deese noch te berlijn sal behan
    =dicht worde, ick weet niet of met de
    naeste post sal schrijfve wt vreese of
    uhEd voort aenkoome van die mocht
    vertrocken sijn, sal nu hiermeede
    blijfve
    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    de vrou van
    ginckel en haer
    kindere sijn de heere sij gedanckt heel wel

    Het is ook een nadeel als je man van post wisselt, dat je niet precies weet wanneer je man waar zal zijn. Een brief schrijven heeft dan dus niet veel zin. Gelukkig gaat het goed met haar vers bevallen schoondochter en de kinderen.