Tag: Zeeslagen

  • Meer Maastricht

    DatumPlaats
    Geschreven7 juli 1673Den Haag
    Ontvangen12 juli 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    In haar laatste brief, die van 3 juli jl., schreef Margaretha over de verovering van Maastricht op 30 juni 1673. Het nieuws was toen vers van de pers. Zo vers, dat ze het na het schrijven van haar brief nog snel opnam in een PS. In haar brief van 7 juli volgen de details. Maar eerst reageert ze op Godard Adriaans brief.

    Toch nog niet naar huis

    Margaretha heeft in de brief van Godard Adriaan van 30 juni gelezen dat hij zijn reis naar Holstein heeft uitgesteld en voorlopig nog niet thuiskomt. Ze geeft er niet direct een reactie op, maar het moet voor haar een klap zijn geweest. Nóg langer wachten op haar heer en liefste hartje… Gelukkig is er ook goed nieuws. De compagnie voor Van Ginkel is in Alkmaar aangekomen. Van Ginkel is wezen kijken en is razend enthousiast. Hij hoopt dat Willem III de troepen ook ziet.

    Brieffragment Holstein en de compagnie in Alkmaar

    uhEd aengenaeme vande 30 ijuni heb ick ontfangen
    waer wt sien deselfve sijn reijs naer holsteijn heeft
    voor Eenige dagen wtrestelt, de heer van ginckel heeft
    sijn kompangi die uhEd heeft gesonde en te Alck=
    moer1Alkmaar is gemonstert, weesen sien seijt het seer en
    wtneement schoon volck is en wel gemonteert, heeft
    daer groot kontentement van is uhEd ten hoochste
    ver oblijgeert2(Iem., resp. zich) in een verhouding brengen (door het bewijzen resp. aanvaarden van een dienst, van weldaden of gunsten) waarbij hij resp. men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is; (iem.) aan zich, resp. (zich) aan iem. verplichten. wenste sijn hoocheijt die sach, [de wijn]

    Doden en gekwetsten

    Het garnizoen te Maastricht was na een zware belegering van tien à elf dagen gedwongen zich over te geven. Afgelopen zondag hebben ze volgens krijgsgebruik Maastricht verlaten, waarna ze zich hebben teruggetrokken op Den Bosch. Dat Maastricht gevallen is, is niet te wijten aan het garnizoen. De militairen hebben gevochten als leeuwen. Margaretha en Van Ginkel sturen een lijst van doden en gewonden mee. Dan kan Godard Adriaan met eigen ogen zien hoe fel er is gevochten, en hoeveel man er in de strijd gebleven is. In totaal zijn er wel 3400 à 3500 doden te betreuren!

    Eerste brieffragment doden en gekwetsten
    Tweede brieffragment doden en gekwetsten

    [waer voor uhEd hoochlijck bedancke,] het doet mij leet
    ick met deese moet konfermeere de twijfelachtige
    tijdine die wij bijt afgaen van laeste post weegens
    het overgaen van Maestricht doen hadde het
    welcke volgens de vrees dien ick had maer alte
    waer is, naer dat den koninck die 10 a 11 daege
    heeft beleegert isser op de swaere atackees die dat
    op gedaen is, heeden achdage gekapiteleert en ons
    garnisoen voorleeden vrijdach sondach tot 4 a
    5 en dartich hondert man volgens krijchs ge=
    bruijck wt getrocke en voorleede dijnsdach inden
    bos gekoomen, daer den goeuverneur farijo3Jacques de Fariaux ock is

    en so geseijt wort daer weer komandeere sal,
    sij hebbe so men seijt in Maestricht haer heel wel
    gedefendeert, daer is so vuerijEus4Furieus gevochten als
    men noijt gehoort heeft, gelijck uhEd wt de lijst
    die de heer van ginckel hier neffens vande ge
    quetste en doode die van onse sijdt gebleefve sijn
    sendt kan sien[, vant vijants volck seijt me]

    Gedrukt Pamflet met een een lijst doden en gewonden per regiment en per compagnie.
    Lyste van de doode en gequetste officieren van ’t uytgetrocken guarnisoen van Maestricht (z.p., z.j.). Knuttel nr. 10733.  Via Early European Books. Ook de vaandrig van de compagnie Van Amerongen is gesneuveld

    Met een rapier in de hand

    De vijand heeft volgens Margaretha ruim twee keer zo veel man verloren, namelijk 10.000. Dat is ook niet zo gek, want Lodewijk XIV zou constant verse rekruten hebben aangevoerd om de vermoeide militairen af te lossen. Lodewijk was er trouwens zelf ook bij; hij zou met een rapier in de hand de troepen hebben aangemoedigd. De stad is met veel geweld ingenomen.

    Brieffragment over het furieus gevecht

    [sendt kan sien,] vant vijants volck seijt me
    dat wel tien duijsent man soude gebleefve
    sijn, en datter noijt van sulcken furijeusen
    gevecht gehoort is alst daer is geweest alle
    paer Euren setten de konin ses duijsent ver
    =se volckeren aen die de vermoijde afloste, en
    hij den koninck selfs heeft met het rapier inde
    hant het volck geankoraesgeert5Encourageren: Aanmoedigen en geseijt dat
    al sijn konkeste niet met al was dat sij doen om
    sijn kroon Emn en sijn Eer moste vechte, in
    soma hij heeft het geamporteert6Emporteren: Met geweld innemen [men wil segge]

    Een lange puntige degen
    Rapier met gesloten korf, anoniem, 1600 – 1699. Collectie Rijksmuseum

    Drie papisten

    Niemand weet nog wat de capitulatievoorwaarden inhouden, maar zoals altijd zijn er natuurlijk wel geruchten. Het schijnt dat het niet gunstig zal uitpakken voor de stad, en in het bijzonder voor de kerk. Het schijnt namelijk dat het drie katholieken zijn geweest die de capitulatie hebben opgetekend…

    Eerste brieffragment drie papisten
    Tweede brieffragment drie papisten

    [wtstaen,] hoe de kapijtelaesi leijt hoort me noch
    niet als dat geseijt wort voor die vande stat vrij
    wat slecht in sonderheijt voor onse kerck doch
    dit is onseecker, hoewel te geloofve om dat

    het drij papiste7Katholieken sijn die de kapitelaesie hebbe
    gemaeckt, [wat heeft deese beleegerin al weer]

    Een processie loopt van links naar rechts. In het midden houden vier mannen een baldakijn op. Op diverse plekken zitten mensen geknield. Rechts houdt de priester een monstrans op voor een altaar.
    Processie gehouden door de Franse katholieken op Sacramentsdag van het jaar 1672, Johannes Jacobsz van den Aveele, 1674. Collectie Rijksmuseum

    Weduwen, wezen en wonden

    Er zijn een hoop nieuwe weduwen en wezen bijgekomen, want er zijn veel militairen gesneuveld. De eerdergenoemde Adriaan van Gent is trouwens niet gestorven. Hij heeft toch slechts één been verloren. Hij is wel gewond geraakt in zijn andere been. Margaretha kan het zich niet voorstellen hoe het moet zijn voor zo’n jonge man. Zelfs als hij er volledig bovenop komt, gaat hij een miserabel leven tegemoet. Hij heeft dezelfde leeftijd als haar zoon… (Van Ginkel is van juni 1644, Van Gent van februari 1645).

    Er zijn nog meer gewonden. Wilhelm Albrecht, graaf van Dohna, is in zijn lies geraakt. Hij zal er waarschijnlijk niet meer bovenop komen. Ook ene Joris van Wee, vermoedelijk Georg Johann van Weede, is gewond geraakt; hij is in zijn buik geraakt. De gewonden zijn in Maastricht achtergebleven om verzorgd te worden. Margaretha vraagt zich af wat ons nog te wachten staat, als Lodewijk met zo veel geweld onze steden aantast…

    Brieffragment weduwen, wezen en gewonden

    [gemaeckt,] wat heeft deese beleegerin al weer
    in so korten tijt meenich bedroeft de weedu
    en weese gemaeckt, heer ijan van gent8Johan van Gent die
    is of hij half mijmert en al Eenige tijt her
    waerts so geweest is, sijn outste soon den
    heer van oosterwee,9Adriaan van Gent is sijn Een been onder de
    knie v af geschoote en boove de knie afgeset
    ent ander been gequetst denckt voor Een jonck
    mens die vande heer van ginckels ijaeren is
    hoe miserabel hij sijn sal so hij der vande op
    komt, den graef van doona10Wilhelm Albrecht graaf van Dohna die met de
    weeduwe vande heer van stavenes getrout is
    , is in sijn lies seer swaer gequetst ija so dat
    men niet gelooft hij der vand sal opkoomen,
    jooris van wee11Vermoedelijk George Johan van Weede die in Maestricht koman
    =deerde is seer swaer inde buijck gequetst, dees
    drije sijn te Maestricht blijfve legge om haer
    daer voort te laeten kureeren en dat sij te
    swack sijn om te vervoeren, als de koninck
    op so Een manier onse verdere steede wil aen
    =taste wat sal konne reesesteere [men seijt hij]

    De regentessen van het Burgerweeshuis, Jacob Adriaensz. Backer, 1633-1634. Collectie Amsterdam Museum

    De strijd op zee

    Met al het nieuws over het Beleg van Maastricht, vergeet men bijna dat ook de strijd op zee nog lang niet definitief is beslecht. Het schijnt dat de Engelsen nog steeds de intentie hebben om op de Hollandse kust te landen. Gelukkig is de Staatse vloot nog steeds goed uitgerust. Margaretha doet nog maar eens een beroep op de Heer. Kunnen we tenminste een overwinning boeken op zee? Op het land wil het allemaal nog niet zo lukken. Het volk is zeer teneergeslagen en loopt weer flink te morren. Van de vreugde die de overwinningen op zee te weeg hebben gebracht, is weinig meer over. Hopelijk wil de Heer ons en ons lieve vaderland bijstaan.

    Brieffragment Engelse dreiging

    [wort,] nu seijt men dat d Engelse noch seer
    sterck ter see Equipeere met intensie om
    te lande, het welcke godt verhoede wil, onse
    vloot seijt me dat in heelle goede postuer is, de
    heere wilse bij staen en alstder op aenkomt
    vicktoorije verleene, te lande schijnt het met
    ons toch niet te wille lucke en dat de toorn
    des heere noch op ons leijt, uhEd sou niet geloofve
    wat en roep en verslagentheijt dit onder de gemeente
    weer heeft gemaeckt en hoese morre, [ick verlang]

    Brieffragment stemmingsomslag

    men is hier naer wat vreuchde die men over de
    vicktoorije ter see heeft gehadt weer vrij bekom=
    =mert de heere wil ons en ons liefve vaderlant
    bijstaen inwiens bescherminge uhEd beveelle
    blijfve

    Het IJ voor Amsterdam, van de Mosselsteiger gezien. Op de kade wachten enkele rezigers. Verschillende grote boten en kleine schepen liggen in de haven.
    Het IJ voor Amsterdam, van de Mosselsteiger gezien, Ludolf Bakhuysen, 1673. Collectie Rijksmuseum