Tag: Zadels

  • Oud en moe

    DatumPlaats
    Geschreven24 april 1673Den Haag
    Ontvangen29 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief duidelijk geïrriteerd: Tot op heden heeft ze nog geen cent ontvangen van de ordinantie! Morgenochtend wil ze naar Amsterdam gaan om te kijken of dat enig effect heeft bij de ontvanger. Als ze dan toch in Amsterdam is kan ze meteen kijken of ze de pakzolder van de buren kan huren om de spullen van het huis in Amsterdam veilig op te bergen, bedenkt ze tussendoor. Per eind mei is het huis dat ze heeft immers aan anderen verhuurd. Ze twijfelde of ze een nieuw huis moest huren, maar gezien de kosten lijkt dit een betere optie. Den Haag vindt ze nog niet veilig genoeg.

    Geldzorgen

    Vervolgens schrijft ze in haar brief over de enorme geldzorgen die haar plagen. Hoewel de ordinantie van 10.000 gulden bij de Raad van State inmiddels wel rond is, moet er nog bevestiging komen van de Staten van Holland. De uitbetaling in contanten van de ordonnantie van 6.000 gulden laat ook op zich wachten. Margaretha raakt somber door al deze financiële zorgen, zoals de huur van het huis in Amsterdam, belastingen en de dagelijkse kosten van het huishouden. Daarbovenop doet het haar als moeder ook pijn om haar eigen kroost te vertellen dat ze niet langer bij haar kunnen aankloppen voor financiële hulp in noodgevallen. Maar hopelijk gaat het nu wel goed met haar zoon en schoondochter, wat betreft de betaalde brandschatting voor Middachten.

    Brieffragment over de geldzorgen

    [ 400f bedraecht ] daer ick als noch geen raet toe weet
    daer om uhEd wel seijt dat wij op alles de menaesge1Menage: zuinig beheer der inkomsten, het betrachten van zuinigheid
    moete soecke bevinde het voor waer wel, heb ock aende heer en vrou van ginckel geseijt dat sij geen staet meer op ons sulle
    konne maecke dat ick hoope haer goet nu met die brant
    schattin te geefve vrij sal sijn, ick leg alles so naeu over
    alst moogelijck is konsidereerende dat wij alles quijt sijn
    ick wort out en uhEd met al die swaere fatigees2Vermoeidheden (van het werkwoord fatigeren)
    van so lange en int felste van de winter te reijse
    sal ock wel tien ijaere ouder sijn als deselfs ijaere
    meede brenge, wij sijn ongeluckich dat ons deese tij=
    de in onse ouderdom overkoome dan wat sulle
    wij doen moeten ons de wil des alderhoochste onder
    werpen hem bidde dat wij door deese sijne roede van
    ons sondich leefve mooge gebeetert worden [het welcke]

    Oud en moe

    Het verdriet spat van het papier, want ze beklaagt zich over haar ouderdom, en die van haar vermoeide en verzwakte man, die in de kou zit. Het is een groot ongeluk dat ze op hun leeftijd deze ramp moeten doorstaan. Moge hun zondige leven maar verbeteren!

    In een eenvoudig interieur zitten twee figuren te bidden aan een tafel. De voorste figuur zit op een stoofje en heeft zijn hoed afgenomen.
    Biddend paar, Jan de Visscher, naar Adriaen Brouwer, 1661 – 1726, Collectie Rijksmuseum.

    Amoers maken

    Tussen de zorgen over geld en de oorlog door deelt Margaretha een nieuwtje over haar neef Wellant in haar brief: het schijnt dat hij avances maakt bij Juffrouw van der Wijlle. Wie deze dame precies is, blijft onbekend. Margaretha is niet zeker of het een serieuze zet is van haar neef, of gewoon een pleziertje tussendoor…

    Een man probeert een vrouw te verleiden door haar oesters aan te bieden, een lustopwekkende delicatesse. De man (Van Mieris zelf) heeft succes: de vrouw (Van Mieris’ echtgenote) toont hem uitdagend haar boezem.
    Het oestermaal, Frans van Mieris de Oude, 1661, Collectie Mauritshuis.

    Wijn, zadels en kaas

    Terwijl ze hierover schrijft, ontvangt ze een aantal pakketten. Er is wijn aangekomen en eindelijk zijn daar de manden met zadels! De zadels heeft ze zelf al op 30 september vorig jaar naar Hamburg gestuurd, omdat haar man dat vroeg. Nu zijn ze terug zodat hun zoon ze kan gebruiken. Ze is van plan om rustig van de wijn te genieten. Over boodschappen gesproken, de Parmezaanse kaas is nog steeds niet aangekomen in Breda, en ze vraagt zich af of haar man binnenkort grasboter voor haar kan regelen. Hoewel grasboter in de Republiek ook verkrijgbaar is, is de prijs ontzettend hoog. Waarom? Ze herinnert haar man aan de waterlinie, die nog steeds in stand is, waardoor veel landen en graslanden nog steeds onder water staan en veel dieren sterven door gebrek aan voedsel.

    Brieffragment over de amoers, de zadels, de wijn, de prijs van boter

    [meent hij in Een ordinaris soude gegaen hebbe,] het schijnt hij de Amoers aen Juffrou vander wijlle maeckt oft hem Ernst is weet ick niet, dus int schrijfve ontfange ick de rinse bleecke3Waarschijnlijk Rheinische Bleichert, een wijn uit de buurt van Linz onder Bonn
    met de mande met sadels daer voor uhEd hoochlijck
    bedanck
    het is al Een goet vat mooge wijt gerustelijck geniete sulle
    daer verde inde soomer mee koomen ick drinck noch over
    de tweede oxshooft4Oxhoofd: 231 liter wijn vande heelle winter, als nu de
    nieuwe gras booter opgeleijt wort die duere kan en men
    van daer 2a 300 pont die goet waer kost sende soude heel
    wel koome want ongetwijfelt sal de booter hier seer dier
    sijn vermidts der so veel lant noch onder water leijt
    en so veel beeste bij gebreck van voer sterfven, [meeste]

    Ontbijtstuk met kaas, ham en kelken, Jacob Foppens van Es, ca 1630. Collectie Nationalmuseum Zweden (foto: Anna Danielsson).

    Toch nog een financiële meevaller?

    Plotseling komt de klerk Vos binnenlopen. Hij vertelt Margaretha dat de 10.000 gulden is toegezegd. Ze is dankbaar jegens de Amsterdammers in de Staten van Holland. Haar harde werk lijkt effect te hebben gehad. Tenminste, er is toezegging gedaan, maar of het geld daadwerkelijk snel haar kant op komt, is nog maar de vraag…

  • Blijvende dreiging

    DatumPlaats
    Geschreven17 april 1673Den Haag
    Ontvangen21 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Willem III is naar Zeeland om de betaling van het leger te regelen. Anders dan nu was er niet echt een nationale begroting. De Staten Generaal konden wel beslissen, maar waren afhankelijk van de betaling door de provincies. Tot nu toe klaagde Margaretha vooral over de Staten Generaal en de officieren die hun troepen niet uitbetaalden, maar ook de Zeeuwen stonden niet vooraan om mee te betalen. Gelukkig stelt Margaretha’s “Zijn Hoogheid” orde op zaken.

    Brieffragment over Willem III in Zeeland

    sijn hoocheijt is naer seelant so men seijt om die heere
    te persosideere1Persuaderen: Ervan overtuigen tot betaeline van haer quote inde
    leeger poste daer sij noch niet Een stuijver in
    betaelt hebbe, het komt al ophollant aen, dat
    oorsaeck is de meliesi so qualijck betaelt wort doch
    door de goede direxsi van sijn hoocheijt is daer nu
    ordere op gestelt, en begint de betaeline nu te
    gaen, [te wttrecht wort meenichte van plat boomde]

    Zes mannen zitten met hoeden op aan een ronde tafel. Ze lijken een geanimeerde discussie te voeren. de ruimte is groot en langs de wand staan lege stoelen. Op de achterwand hangt tussen de ramen het wapen van Zeeland. Boven de gravure staat Etats de Zelande.
    De vergadering van de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland gedurende het tweede stadhouderloze tijdperk (de representant van de Eerste Edele ontbreekt) in de Abdij te Middelburg, met op de achtergrond het wapen van Zeeland, 1702-1744. Collectie Zeeuws Archief

    Kattendans

    In Utrecht zijn de Fransen platbodems aan het vorderen. En met platbodems kan je die ondiepe, maar verraderlijke Hollandse Waterlinie oversteken. Bovendien wordt de prins van Condé, Lodewijk II van Bourbon, in Utrecht verwacht. Hij zal het bewind van de Hertog van Luxemburg over Utrecht overnemen. Ze zegt het niet letterlijk maar ze legt wel een directe link tussen het één en het ander: een nieuwe bevelhebber, betekent een opleving van de oorlog. De laatste keer dat het de Fransen bijna lukte om de waterlinie over te steken, ligt nog vers in Margaretha’s geheugen. Dus ze vreest weer ‘Een kattendans’. “De dans ontspringen” was in de 16e eeuw “De kattendans ontspringen”, een kattendans is dus aanduiding van iets onaangenaams, iets hachelijks, iets gevaarlijks.

    Brieffragment over de kattendans

    [gaen,] te wttrecht wort meenichte van plat boomde
    schuijtges bij den vijant gemaeckt, den prinse
    van konde wort daer verwacht daer sijnde
    vreese ick dat wij weer Een kattendans sulle
    hebbe de heer wil ons behoeden, [ick ben meest met]

    Een afbeelding van een feestje met allemaal katten in gala die aan het dansen zijn. Links achter staat een piano waar een kat achter zit en op de stoel ernaast staat een kat viool te spelen. Op de achtergrond bekijken katten het dansgewoel. In een inzet links onder zitten een katdame en een katheer aan tafe;. Op tafel staat een fles wijn en een oberkat komt eten brengen.
    Fragment uit Hoe de poesjes zich vermaken, Arie Willem Segboer, 1903 – 1919. Collectie Rijksmuseum

    Een veilige plek

    Het risico van de kattendans maakt Margaretha onrustig. Philippota is hoogzwanger. Dat reist al niet makkelijk, maar je weet al helemaal niet wanneer een pas bevallen vrouw weer in staat is om te reizen. Margaretha wil dus het liefst dat Philippota op een veilige plek bevalt en dat is in Amsterdam. Ze is eind mei uitgerekend, dus wil Margaretha volgende week naar Amsterdam. Ruim op tijd voor de bevalling. En als ze daar dan is, kan ze gelijk bedenken wat ze met alle spullen daar moet en of ze weer een huis gaat huren in Amsterdam. De huur van het huis dat ze heeft loopt immers eind mei af.

    Brieffragment over de veilige plek voor de zwangere schoondochter

    [hebbe de heer wil ons behoeden,] ick ben meest met
    het kraeme vande vrou van ginckel bekomert het
    welcke int lest van meij sal sijn, int laest van
    deese of int Eerst van de toekoomende weeck sal
    ick met godts hulpe weer naer Amsterdam
    moeten om te sien waer ick met mijn goet sal
    blijfve weet niet of ickt al weer hier derf
    brengen of hoe ick der meede sal doen daer
    koomende sal ick sien hoet sal maecken, [de ordi]

    Schilderij van een oudere vrouw die de hand vast houdt van een jonge, hoogzwangere vrouw. De zwangere vrouw kijkt treurig naar beneden. Op de achtergrond een landschap met een meertje en een heuvel. In de lucht vliegt de heer vergezeld door drie engeltjes.
    De visitatie, Rafael, 1517. Collectie El Museo Nacional del Prado, Madrid

    Salaris en declaraties

    Margaretha is nog steeds druk met de assignaties en ordinanties, het wil allemaal niet vlotten. Ook heeft ze gesproken met een collega van Godard Adriaan: Johan van Gent, heer van Oostwedde. Hij heeft zijn declaratie ingediend en daar is grof in geschrapt. De arme man is er mistroostig van en ook dan praat ook nog heel Den Haag over zijn zoon die een ongepaste flirt heeft.

    Brieffragment over de declaratie en de zoon van de Heer van Gent

    [fange alst moogelijck is,] de heer van gent heeft nu
    Eerst sijn dickleeraesi afgedaen gekreechge hebbe
    ongelooflijck daer op geroijeert2Royeren: Schrappen van geldelijke posten , alsde wasvrou
    en in plaets van tot sijn equipaese 800f doense
    hem maer 400f goet en veel meer andere
    poste diese geroijeert hebbe het welcke sij
    mij hebbe laeten sien, sijn hEd is so melanckolijck
    over alt miskontentement3Miscontentement: Ontevredenheid dat hij heeft dat on
    gelooflijck is, daer bij komt dat sijn soon frits4Frederik Willem van Gent
    de Amoers aende dochter van hooft diese Juff van
    budtine5Onbekend (helaas nog…) noeme maeckt dat heel teegens haer
    beijde sin is daer den heelle haech van waecht6Wagen: Ophef maken

    Blikken servies

    Tot slot houdt Margaretha haar man nog op de hoogte over de voortgang van de voorbereidingen over de vredesonderhandelingen in Aken. Margaretha heeft er een hard hoofd in, met al die oorlogsvoorbereidingen van de Fransen.

    Een ronde platte tinnen plaat met een heel klein opstaand randje.
    Teljoor van tin, anoniem, 1400 – 1600. Collectie Rijksmuseum

    Het blikken servies dat Margaretha voor haar man heeft laten maken is klaar! Zodat hij weet wat er verstuurd gaat worden schrijft ze dat even op: 6 dozijn teljoren, 24 ovalen schotels en twee paar kandelaars. Het woord teljoor, telloor of tailloor kennen we in de Nederlandse taal nauwelijks meer, maar in Vlaanderen en dialecten komt het woord nog wel voor. Slechts 8% van de Nederlanders herkent het woord en 53% van de Vlamingen. Een teljoor is een tafelbord. Margaretha wacht ondertussen op de zadels en de wijn die Godard Adriaan naar haar gestuurd heeft.

    Eerste brieffragment over de vrede
    Tweede brieffragment over de vrede en het blikken servies

    [hartigen,] hoewel ick vreese van die handelin

    niet veel sal koome, om dat so men seijt de franse sulcke groote
    preeperaesi tot den oorloch maecken, en ock dat sij Aernhem
    so verstercke, se hebbe dartich duijsent mael hondert
    duijsent steen geEist tot de fortifikaesi van Aernhem
    te maecken, het blicke servijese te weete 6 dosijn talijoore en
    24 ovaelle schootels met twee paer kandelaers sal ick
    deesen avont naer Amsterdam sen aende heer Teminck
    sende omtselfve voort op hamburch te bestelle, de wijn
    en sadels sien wij noch int gemoete, ondertussche blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    sijn hoocheijt seijtme dat
    en woonsdach of donderdach
    toekoomende weer hier sal
    sijn

  • Morgen naar Amsterdam

    DatumPlaats
    Geschreven8 februari 1673Den Haag
    Ontvangen29 februari1waarschijnlijk 1 maart 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Een korte brief met veel inhoudelijke overlap met de vorige brieven. Hij komt op dezelfde dag aan als één van de brieven van 6 februari. Erg snel is deze postvariant niet: hij is pas op op 29 februari aangekomen. Wacht even…1673 was geen schrikkeljaar, dus Godard Adriaan zal 1 maart bedoeld hebben. Eén echt nieuwtje in deze brief: morgen gaat ze eindelijk het lang verwachte geld halen in Amsterdam.

    Grote plannen en ‘wankelend weer’

    In Den Haag is men erg benieuwd te weten wat de Duitse troepen gaan doen, en ook wat Willem III van plan is met zijn leger. Dat moet iets indrukwekkends zijn, gezien de voorbereidingen die worden getroffen. In Alphen aan den Rijn verzamelt zich een steeds grotere troepenmacht.

    Vestingplattegrond van Fort Gouwsluis bij Alphen aan den Rijn. Het is een vierkant fort met op elke hoek een bastion. Rechts ligt de Rijn, links en onder weilanden, naar links stroomt de Gouwe. Onderaan het fort hangt een extra dubbelbastion. Dichtbij het fort vier puntjes naast elkaar en daarvoor nog een punt.
    Vestingplattegrond van Fort Gouwsluis in Alphen aan de Rijn, anoniem, 1680. Collectie Rijksmuseum
    Brieffragment Duitse troepen

    [selfve avont met de post heb beantwoort], men
    verlanckt hier seer te hoore wat de duijtse troep
    pees2Duitse troepen doen, alsmeede wat sijn hoocheijt met ons
    leeger sal atenteere3attenteren:ondernemen het welcke schijnt naer
    alle preeperaesie wat notabels4notabel: opmerkenswaardig te sulle sijn

    Plaat van faience (wit keramiek met blauwe afbeelding) met een gezicht op Overschie. Links de kerktoren van Overschie, rechts een riviertje met brug, waarop twee figuren. In het water een bootje met twee vissende mannen. Er zwemmen wat eendjes.
    Plaat met een gezicht op Overschie bij Rotterdam, Frederik van Frytom (toegeschreven aan),
    ca. 1670 – ca. 1700. Collectie Rijksmuseum

    Ook Van Ginkels regiment, dat nu nog in Overschie ligt, zal zich daar morgen bij voegen. Dat geeft hem gelegenheid om vannacht nog even bij Phillipota langs te gaan, die nog steeds niet met de kinderen heeft willen vluchten. Heel veel anderen doen dat wel vanwege de onzekerheid over vorst of dooi (“nu wankelt het weer”)

    Brieffragment wankelende weer

    [wat goets verleene,] de liede vluchte van hier
    met gewelt, de vrou van ginckel heeft met de
    kinder niet wech gewilt nu wanckelt het
    weer5het is kwakkelweer men weet niet wat het doet vriese oft
    doijt, de heer van ginckel is deesen avont weer
    hier gekoome met intensi om merge met sijn
    reesgement dat deesen nacht te overschie
    blijft, voort naer Alfhen6Alphen aan den Rijn bijt gros vant
    leeger te gaen, [ick schrijf deese Een dach]

    Gezicht op Alphen aan den Rijn. Op de Rijn verschillende boten, linksvoor de kostschool en linksachter een kerk. Aan beide kanten is bebouwing en aan beide kanten liggen bootjes aangemeerd. In de verte een ophaalbrug en nog verder daarachter een molen. In het midden vaart een zeer elegant zeilschipt, Daarnaast een boot met een kajuit, waarop twee mannen staan te bomen. Twee kleinere bootjes: een roeibootje en een bootje waarop ook iemand staat te bomen.
    Gezicht op Alphen aan den Rijn, François van Bleyswijck, 1714 – 1728. Collectie Rijksmuseum

    Geld halen in Amsterdam

    Margaretha schrijft de brief een dag eerder dan de post gaat, omdat ze morgen naar Amsterdam wil om de ordinantie in contant geld om te zetten. Mocht de belastingontvanger van wie ze het geld los moet krijgen haar te veel aan het lijntje houden dan zal ze de burgemeesters er op aan spreken.

    Brieffragment geld halen in Amsterdam

    ick schrijf deese Een dach
    vroechger als de post gaet om dat ick merge
    met godts hulp gaern naer Amsterdam wou
    gaen om te sien nu gelt voor onse ordinansie
    te krijge vrees den ontfanger mij ock noch al
    sal nae laeten loopen dan so hij t doet sal ick
    de burgemeesters daer over aenspreecken,

    Omdat het geld zo schaars is probeert ze ook de tweede zesduizend gulden zo snel mogelijk te verzilveren. Ze ziet er tegenop om in deze tijden op reis te gaan, maar hoopt zonder ongelukken in drie of vier dagen weer terug in Den Haag te zijn. Ze leeft mee met Godard Adriaan wiens paarden kreupel zijn en wenst hem Gods bescherming.

    Brieffragment meer geld vragen en kreupele paarden

    uhEd sou niet geloofve hoe schaers het gelt is
    ick sal nu inde toekoomende weeck weer ses duij=
    =sent gul7gulden versoecke, hoope buijten ongeluck in
    3 a 4 dage weer hier te sijn, sal al met groot
    te bekomerin in deesen tijt wt weese, het
    doet mij leet uhEd met sijn kreupele paerde so
    verleegen sal sijn de heer almachtich wil
    uhEd en al het onse bewaere inwiens heijle
    ge bescherminge uhEd beveelle blijfve

    En weer de zadels

    Afbeelding van een paard zonder zadel op. Het paard staat voor een winkel vastgebonden aan een tafel. Twee mannen praten over het zadel op tafel, onder tafel ligt ook een zadel. Aan de gevel hangen andere paardenbenodigdheden. Boven de prent staat:
De Saalemaaker
Uw eigen dier, vereist bestier.
Onder de prent staat:
't  Geweldich, trots en weelich Paard, word nochtans van den Man bereeden,
Betoomd, besaadeld en Bedaard:
Soo most de Geest, door hooge reeden,
Zijn wilde Dier, van vlees en bloed,
Betemmen, om een Eeuwich goed.
    Zadelmaker, Caspar Luyken, naar Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum

    Over paarden gesproken: Van Ginkel zou graag de zadels die naar Hamburg gestuurd waren (en waar ze zich in september en oktober zo druk over maakte!) weer hier hebben, schrijft ze in een ps. Ze zijn zo mooi gemaakt en hij kan ze goed gebruiken. Hij en zijn vrouw en kinderen doen de groeten, en in het bijzonder Fritsje die zo groot en zoet wordt!

    Brieffragment van de ps over de zadels en de kinderen en kleinkinderen.

    soot uhEd
    beliefde wenste
    de heer van ginckel
    de saels8zadels en het ander
    goet dat voor uhEd op
    hamburch gesonde heeft is
    weer hier te hebbe om dat
    het seer net gemaeckt is
    heer en vrou van ginckel met
    al de kindere preesenteere
    haeren dienst aen uhEd so
    doet insonderheijt fritsge
    die seer groot en soet wort

  • Huishouden in beweging

    DatumPlaats
    Geschreven4 november 1672Amsterdam
    Ontvangen11 november 1672Russelsheim
    Lees hier de originele brief

    Alles lijkt in beweging te zijn in deze brief: zoon Godard en Willem III staan op het punt met onbekend doel te vertrekken, de troepen van de Keurvorst zouden eindelijk eens in beweging moeten komen en Margaretha wil deze week de hele huishouding naar Den Haag verhuizen. Zilver en waardevol linnen laat ze voorlopig in Amsterdam.

    Brieffragment over verhuizing naar Den Haag

    [de heere wilt noch laete kontiniweere,] ick hoop
    merge met godts hulpe met de vrou van
    ginckel en voort de heelle menaesge naer den
    haech te gaen hoope wij daer sulle mooge blijf
    =ven laet ons koffer met silver en dat
    vande vrou van ginckel en voort ons meest
    en beste linne voort meer ander goet dae
    van Een inventaris is gemaeckt hier blijfve, [mij ver]

    Stilleven op de hoek van een tafel: tinnen schenkkan en borden met een geschilde citroen, mes en olijven, een berkenmeier met wijn en een zilveren pronkbeker. Gerret Willemsz. Heda, 1642. Collectie: Rijksmuseum

    Ze springt van de hak op de tak, want opeens gaat het weer over de zadels. Ze heeft gehoord dat die vier dagen na het verzenden al in Hamburg aangekomen waren. En dat is volgens Margaretha al wel bijna twee maanden geleden (in werkelijkheid zijn de zadels op 1 oktober verzonden). En ze blijft maar proberen Raadspensionaris Fagel te spreken over de ordinantie van het geld dat haar man nog tegoed heeft. Maar daar zit dus absoluut géén beweging in.

    Het huishouden

    Die verhuizing dat is nog wel een organisatorische uitdaging, want ze heeft nogal een huishouden om zich heen verzameld met Ursula Philippota en de kleinkinderen. Bovendien is neef Welland1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha nog steeds in Den Haag. En dat begint Margaretha inmiddels een beetje te irriteren.

    [dat seer difisiel is,] uhEd belieft vrij verseeck
    =kert te sijn dat ick mij inde haech so naeu sal be=
    helpen s en so veel meenaesgeere2Menageren: sparen of ontzien, Margaretha heeft hier een werkwoord gemaakt van het woord ‘menage’ dat gebruikt werd voor ‘zuinig beheer der inkomsten’. Dit is één van de betekenissen van het woord (zie hieronder bij ‘menage’) alst mooge
    =lijck sal sijn het sal ock wel van noode weese
    want heb al Een groote menaesge3Menage betekent hier ‘huishouding’, het werd in de 17e eeuw op beide manieren gebruikt (zie hierboven bij ‘menageren’) de heer van
    wellant is ock bij ons in den haech met 3 knechts
    hij weet niet waer hij blijfve sal kan in geen
    ordinaris4Ordinaris: Plaats waar men voor een vasten prijs kan eten, eethuis. Komt van ordinaris tafel: open tafel. gaen Eeten bij deese tijt, en derft
    ock niet wel naer seelant gaen, ick heb hem
    versocht sijn knechts kostgelt te wille geefve
    en geseijt dat mijn huijs en tafel voor sijn
    Persoon tot sijne dienst is, maer al die knechts
    dat mij dat te swaer soude valle alst waer is
    heb van ons Eijgen met onse kindere Een groote
    meenaesge, en wort out aldie ruijsie5ruzie sou
    mij niet dienen behalfve de groote koste daer
    ick ock niet teege kan, och och uhEd sou niet
    geloofve hoet hier gaet de voornoemde neef
    isser al qualijck aen wenste om veel dat hij

    die komisie bij den kooninck niet gedaen hadt
    dan dat is te laet, [den heer van Albrants=]

    Het huis in Den Haag is niet klein, maar als je al het personeel mee telt, was het toch een vol huis. Alleen Welland heeft al drie knechten. In een andere brief zegt Margaretha dat de zieke kamenier Angenis en Visbach van Philippota zijn. Margaretha’s grote toeverlaat in de huishouding is Sophia Visbach. Zou dat familie van Philippota’s Visbach zijn, of is het gewoon dezelfde persoon, maar is het handiger dat ze bij Philippota hoort als ze ziek is? Ook Margaretha zal een kamenier hebben en er is een keukenmeid Dorit. Uit latere brieven blijkt ook nog dat Philippota een lakei heeft. De ménage telt dan inderdaad al aardig op.

    Welland

    Wat is er met Welland aan de hand? Margaretha’s pleegzoon loopt een beetje met zijn ziel onder de arm. Nog geen jaar geleden leek zijn carrière zo mooi van start te gaan als geëligeerde in de staten van Utrecht. Met de invasie door de Fransen en zijn taak als afgezant naar de Lodewijk XIV, kwam zijn carrière abrupt tot stilstand. Nu heeft hij zich kennelijk vol zelfmedelijden in Den Haag verschanst. Wat moet hij? Hij zou naar Zeeland kunnen gaan, hij immers is heer van Welland en Zoelekerke. Zijn vader heeft hem daar goederen nagelaten, maar wat heeft hij daar verder? Sinds zijn 14e is hij opgegroeid bij Godard Adriaan en Margaretha… Margaretha weet niet zo goed wat ze met deze jongeman moet.

    Herberg met triktrakspelers, Egbert van Heemskerck (I), 1669. Collectie: Rijksmuseum

    Uit eten: de ordinaris

    Margaretha verzucht dat ze haar neef toch niet in een ordinaris kan laten eten. Een ordinaris is een plek waar je voor een vast bedrag aan kon schuiven en mee kon eten wat de pot schafte. De mogelijkheden om buitenshuis te eten waren in de tweede helft van de 17e eeuw in principe ruim voor handen. Er waren altijd al de herbergen, maar er ontstaan halverwege de eeuw ook gespecialiseerde eet- en koffiehuizen. Naast de genoemde ordinaris, waren er bijvoorbeeld ook gaarkeukens: plekken waar ‘bier en wijn en allerhande gare kost’ verkocht werd. Anders dan bij een ordinaris kon je bij een gaarkeuken de hele dag terecht. Herbergen, gaarkeukens en ordinarissen had je in soorten en maten. In een luxere herberg kon je bijvoorbeeld ook in die tijd al op je kamer eten (roomservice!) en om specifieke gerechten vragen.

    Margaretha zegt dat Welland in deze tijd niet bij een ordinaris kan gaan eten. Kennelijk was het het probleem niet zo zeer dat het om een publieke eetgelegenheid ging. Het tijdstip lijkt het grootste probleem te zijn. Het zou kunnen dat de inflatie van het Rampjaar ook de ordinarissen parten had gespeeld. Dat zou betekenen dat de weinige die er nog waren exorbitant duur geworden waren.

    Specifieke informatie over buitenshuis eten tijdens het Rampjaar of eetgelegenheden in Den Haag in de 17e eeuw heb ik zo snel niet gevonden. Interessant (en goed geschreven) is het proefschrift van Maarten Hell over De Amsterdamse herberg (1450-1800).

  • Een koortsachtige verhuizing

    DatumPlaats
    Geschreven21 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen31 oktober 1672Bergen
    Lees hier de originele brief

    Oh, oh, de troepen, de troepen. Waar blijven ze? De mensen verlangen er zo naar. Zonder de troepen van de keurvorst komt er geen verlossing, zo wordt gekermd. Margaretha noemt desalniettemin het leger van Willem III een ‘schoon leeger’, dat met het laatste treffen alsnog koraesgeuslijck heeft gevochten, ofwel fier heeft gevochten.

    Problemen in Woerden

    Maar het loopt zeker niet gesmeerd, ook nu heeft Margaretha weer meer informatie dan in haar vorige brief. In Woerden bleek men amper een goede kogel in bezit te hebben. Of ze waren te klein, of te groot, wat het raak schieten van de vijand nogal bemoeilijkt. Margaretha vindt dat zijne hoogheid niet fatsoenlijk wordt gediend. Angstig en onzeker blijft ze ook door de geruchten: afgelopen nacht zou er met kanonnen zijn geschoten en mogelijk zouden de Fransen bij Muiden staan. Maar zeker weten doet ze het niet.

    [somige wille segge naer lotterine,] uhEd
    Sou niet geloofve hoe wonderlijck de liede hier
    spreecke, en so verdrietich veelle worde doort lan
    ter deese en achterblijfve van die troeppees
    want men hier sonder de selfve geen verlossi
    en siet, hoewel men hier nu Een schoon leeger
    bij Een heeft en ons volck so voor inde laeste
    reijnkontere1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. voor woerde als aende vaert ge=
    toont hebbe wel en koraesgeuslijck2Courageuselijk: vol goede moed te vechte
    so schijnt dat de deesorderees noch aldaer sijn
    want hoewel den goede heer van Suijlisteijn3Frederik van Nassau Zuylestein
    het met sijn leefve betaelt heeft spreeckt men

    noch seer dat sijn nonsilansie4Nonchalance alleen oorsaeck van
    dat ongeval van voor woerde is geweest, daer hij
    door sijn hoochheit genoech van gewaerschout was
    ock doent geschut voor woerde quam seijt men
    datter niet een kogel was daer men terdee
    ge mee kost schieten of se waeren te groot
    of te kleijn en meer diergelijcke abuijsen5Abuis: vergissing, dwaling
    in soma sijn hoocheijt wort niet wel gedient
    en wij al te saemen blijfven in den druck,
    men heeft deese voorleedene nacht hier seer
    met grof kanon hooren schieten, somige
    wille segge dat de vijant voor muijen soude sijn
    maer kan de waerheijt niet weeten, [so dat al]

    ‘Een schip vol goet’

    Ondertussen bereidt Margaretha zich voor op de verhuizing naar Den Haag. Een maand geleden heeft ze al een schip gehuurd en dat is gisteren vanuit Amsterdam vertrokken naar het huis op de Kneuterdijk. Ze hoopt vandaag zelf met de kinderen te vertrekken. Maar ook hierin vindt ze tegenslag, want haar hoofd van de huishouding mevrouw Visbach en haar kamenier Angenis hebben beiden een brandende koorts te pakken. Omdat ziekte in de 17e eeuw onvoorspelbaar en gevaarlijk was, heeft ze veiligheidshalve de kinderen al buitenshuis onder gebracht.

    Gezicht op Leidschendam met een trekschuit, H. Tavenier, 1784. Collectie Haags gemeentearchief
    In Holland lag een netwerk van trekvaarten. Of Margaretha een trekschuit inhuurde weten we niet, maar waarschijnlijk kwam het schip wel langs Leidschendam.

    [=ren sal,] gisteren heb ick Een schip vol goet
    naer den haech gesonde, meen met godts hulp
    vandaech met de kindere te volgen om die
    daer te brenge also mijn dochters bisbach
    en haer kamenier Angnis, heel dootlijck sieck
    sijn geworde aen seer heefvige en brandende
    koortse se slaen met roode vlacke wt, daerom
    ick de kindere gistere al ten eerste wt den
    huijs heb gedaen ender voort mee naer den
    haech gaen [hoope de heer almachtich ons]

    Waar blijft het goedvinden?

    Dit brengt haar ook op het volgende onderwerp: moet het huis in Amsterdam worden aangehouden tot in ieder geval de komende winter? Op het moment huurt ze De Gulden Troffel, maar door alle onzekerheden over het huis in Amerongen en de onrust in Den Haag weet ze niet of het verstandig is haar veilige haven in Amsterdam op te zeggen. Al meerdere keren heeft ze Godard om zijn goedvinden voor dit plan gevraagd, maar tevergeefs, ofwel háár brieven met deze vraag, of zíjn brieven met zijn antwoord, komen niet aan.

    Pools officierszadel uit de 17e eeuw in het Pools Leger Museum in Warsaw. (bron: Wikipedia)

    En die onzekerheid geldt voor meerdere onderwerpen: de manden met zadels en ander paardentuig blijven ook in deze brief niet ongenoemd. Het is nu precies een maand geleden dat ze vanuit Hamburg verzonden zijn…

    hier wil houd en laeten de drost in met de rest van ons
    goet daer noch in blijfve want Elck seijt so wij wttrecht
    niet weer en krijgen, dat wij inde haech gans niet seecker sijn, dit heb ick uhEd verscheijde maelle geschreefve en versocht deselfs goetvinde te mooge weeten doch tot
    noch toe geen antwoort bekoomen, ick hoop uhEd nu alvan
    franckvoort sal gekoome sijn en de mande met saels ent
    ander paerde goet ontfange hebbe het welcke vandaech
    Een maent is dat het van hier op hamburch heb gesonde
    de heer almachtich wil uhEd in sijn heilige beschermin
    en bewaerine neemen, blijfve
    uhEd getrouwe wijff

    M Turnor

    Geen ‘Mijn heer een liefste hartge’ in de afsluiting deze keer. Loopt de spanning bij Margaretha weer op?

  • Dappere daden, maar geen zege(n)

    DatumPlaats
    Geschreven19 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen28 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    De brieven van Godard Adriaan beginnen nu binnen te stromen. Nu weer twee, van 2 en 5 oktober. En Godard Adriaan is gezond, ondanks alles! De ster van haar zoon is rijzende. Dat doet Margaratha’s humeur leesbaar goed en haar godsvertrouwen ook. ‘Die Godt bewaert staet in een vast Bollewerck’, een vrije interpretatie van Psalm 91:1.

    Die in Godes bewaring sterk
    Hem begeeft onbezweken,
    Die woont in een vast bollewerk;

    Ofwel: als je geloof sterk is, dan is je veiligheid, je verdediging groot. Dat hebben haar man en zoon deze dagen bewezen!

    Brieffragment over het ontvangen van de brieven van haar man

    [mij behandicht] kan godt de heere niet genoech dancke
    voor de genade die hij ons bewijst van uhEd so veel
    sterckte en gesontheijt te geefven in alle die
    swaere fatijchgees int reijse1vermoeienissen van het reizen dewelcke mij niet
    weijnich en bekomere, dan die godt bewaert staet
    in Een vast bollewerck, [gelijcke hij ons gistere en]

    Portret van Antoine Charles IV de Gramont, graaf van Louvigny (of Louvignies). Onbekende schilder, onbekend in welke collectie het zit (bron: wikipedia). Het is ongeloofelijk op hoeveel manieren Margaretha in één brief Louvigny kan schrijven…

    Vuur aan de vaart

    Meer dan in de brief van gisteren weidt Margaretha uit over de daden van Van Ginkel in Vreeswijk. Generaal Louvigny heeft Van Ginkels optreden ‘uitmuntend’ genoemd in een brief aan Willem III. Zelf schrijft Van Ginkel aan Philippota dat het enigszins uit de hand was gelopen met huizen die ze hadden aangestoken nadat de Fransen zich zelf hadden ingesloten. Het vuur sloeg over en een groot deel van het dorp brandde af. Als ze door hadden gezet hadden ze de hele vesting kunnen innemen, maar Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont, wilde manschappen sparen. De overval was eigenlijk ook alleen bedoeld om de Fransen van Woerden af te leiden.

    Eerste brieffragment over zoon Van Ginkel bij Vreeswijk

    [waert en bescherme heeft,] den heer van ginck
    =kel schrijft aen sijn vrou, dat de vijant haer self
    inde Eene hoeck vande vaert hadde afgesneede het
    welcke loefingi2Louvigny deede reesolveere3Resolveren: oplossen, Etlijcke huijse

    Tweede brieffragment over zoon Van Ginkel bij Vreeswijk

    aen brant te steecke niet denckende dat het so
    verde sich soude verspreijt hebbe, waer door
    de heelle vaert4het hele dorp aan de vaart: Vreeswijk is aengegaen en verbrant
    ock dat sij die plaets wel soude gekreechge
    hebbe bij aldiense hadde gekontiniweert5Continueren: voortzetten, maer
    dat loefving6Louvigny so veel volck niet meen wilde
    wagen, [buijten twijfel sal uhEd wt den]

    Vreeswijk of de Vaart bij Vianen. Gravure van drie mensen en een hondje op een kade bij een afgebrand huis en een afgebrande molen. Op de kapotte brug staan ook nog twee mensen te kijken.
    Vreeswijk gehavend in 1672, gravure van I. Sorious. Prent afkomstig uit: ‘t Ontroerde Nederlandt deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts archief, 200905. Anders dan vaak in de bijschriften staat, blijkt uit de brief van Godard van Ginkel dat de schade in Vreeswijk niet (alleen) door de Fransen, maar dus ook door het Staatse troepen veroorzaakt is.

    Schelmen van boeren

    Ook over de slag bij Woerden geeft Margaretha meer details dan gisteren. Het Franse leger uit Utrecht was 6000 man sterk en kwam, gewezen door ‘de schelme van boere’, via Kamerik door het ondergelopen land gewaad. Zowel de post van Zuylesteijn, Frederik van Nassau-Zuylestein als die van de graaf van Hoorn, Willem Adriaan van Horne, werden aangevallen en er werd ‘furieus’ gevochten, veel doden aan beide kanten. ‘De ‘goede heer van zuylesteijn’ zou wel dertig wonden hebben gehad. De legereenheid van de graaf van Hoorn bracht het er beter af, en er zijn 150 Franse gevangenen naar Oudewater overgebracht, maar uiteindelijk hebben ze zich toch weer moeten terugtrekken.

    Brieffragment over het gebeurde bij Woerden / Kruipin

    wagen, buijten twijfel sal uhEd wt den
    haech sijn geschreefve hoe sijn hoocheijts leeger
    voor woerden is geweest, waer van hij doort
    seckoers7Secours: hulp, bijstand dat ontrent 6000 man sterck w van
    wttrecht8Utrecht quam de wech van kamerick9Kamerik door
    t verdroncken lant10De (Oude) Hollandse Waterlinie de wech haer door de
    schelme van boere geweese sijnde, opt quartie
    vande heer van Suijlisteijn ende post vande graef
    van hoorn sijn aengevalle, [daer seer fuerijeus is]

    Nog geen zegen

    Ondanks haar dankbaarheid voor Gods genade voor haar familie, constateert ze ook dat Hij de plannen en acties van het Nederlandse leger blijkbaar nog niet zijn zegen wil geven. Ze maakt zich zorgen: zonder hulp van de Brandenburgse troepen, zullen ze de 15.000 Fransen in de provincie Utrecht niet kwijt raken.

    Brieffragment "Het schijnt de heer almachtig"
    Vervolg brieffragment over de zegen van de Heer

    het schijnt de heer almachtich
    ons deseijne11Dessein: doel en aenslaechge noch niet belieft te seegene
    ick vreese het der nu alledage Eerst op aen sal koo
    me, ick heb wel reede godt almachtich ten hoochste
    te dancke voor sijne genade, maer ben ock seer be
    =komert aen alle kante, verlange noch seer waer
    nu den heere keurvorst12Keurvorst van Brandenburg met sijn Aerme13Armee: leger is, het schijnt

    Afbetaling

    Margaretha eindigt haar brief zoals vaker met de financiële beslommeringen: ze heeft de vergoeding voor het werk van haar man nog steeds niet binnen. Ondertussen heeft Godard Adriaan haar blijkbaar laten weten op welke manier hij vindt dat het geld besteed moet worden. Ze is blij dat hij 1000 gulden wil vrij maken voor het afbetalen van schulden. Margaretha denkt dat dat wel genoeg is voor het betalen van de wijnkoper Vermeer in Utrecht (waar ze de rekening nog niet van heeft), een jaar huishuur en eten en, last but not least, de zadelmaker Meijtens, voor de zadels die ze twee weken geleden heeft verstuurd naar Hamburg, en waarover ze nu heel graag over zou willen vernemen of ze zijn aangekomen!

    De kamerheer en de lakei

    In een naschrijft meldt Margaretha nog even dat Van Ginkel heeft laten weten dat zijn kamerheer zijn lakei Roelof zo trouw met hem hebben meegevochten, en dat Louvigny veel aan hem over laat op de post in Ameide.

    Naschrift over de kamerheer en de lakei

    den heer van ginckel
    schrijft dat sijn kamerlin14Kamerling: kamerheer
    en roellof sijn lackeij
    so trou en wel met hem
    hebbe gevochten, en dat
    den heere loefvenge15Louvigny die sorch
    vande post daer hij tot aameijde16Ameide leijt meest op hem laet
    staen17Op hem laat staan: aan hem overlaat waer door hij so veel te doen vint dat hij geen tijt
    heeft om snachts te ruste

    Mineur

    Op het laatst sluit ze nog een extra bericht in: Er is een brief uit Den Haag gekomen waarin men schrijft het onbegrijpelijk te vinden dat de Duitse troepen naar het zuiden trekken terwijl Godard Adriaan weet hoe penibel de situatie is. Margaretha zegt er tegen op te zien om naar Den Haag te gaan, want dan zal ze dat nog meer te horen krijgen. Ze wil zo graag meer informatie van haar man, ze weet het nu niet meer en is van slag (ben er gans uut). De brief die zo hooggestemd begon, eindigt in mineur.

    Toevoeging over het leger van de keurvorst

    so dat kontiniweert18So dat continueert: als dat zo door gaat
    vrees ick weer in den haech te koome
    so salmen weer roepen, ick bidt
    laet toch met den Eerste19Den eerste: de eerstvolgende post/brief Eens weete
    hoe dat is
    ick weet n niet wat vant Een noch
    vant ander sal dencken, bender
    gans wt

  • Margaretha tast in het duister

    DatumPlaats
    Geschreven11 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen20 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    De post loopt een beetje op zijn 21e eeuws, maar dan zonder apps waarin je denkt bij de te kunnen houden waar de post is. Margaretha weet alleen dat ze al twee posten geen brief van haar man gehad heeft. Door Godard Adriaans aantekening op de brief, weten wij precies hoe lang deze brief erover gedaan heeft. Negen dagen. En als je dan bedenkt dat Margaretha bij het versturen van de brief waarschijnlijk niet eens wist waar haar man precies in Duitsland zat en de adressering dus net zo vaag was (waarschijnlijk “bij het leger van de Keurvorst”), dan zie ik dat de huidige postbezorgers nog niet doen.

    Zadels

    Wij denken dat het verzenden van pakjes echt iets van deze tijd is, maar in de 17e eeuw werd er van alles verzonden. Margaretha heeft haar man in 1667 een tinnen servies, een schilderij en gerookt vlees gestuurd. Nu zijn er zadels op weg naar haar man.

    Ze heeft ze al op 1 oktober verstuurd en sindsdien benoemt Margaretha ze elke brief. Inmiddels is het vooral de hoop dat ze inmiddels aangekomen zullen zijn. Logisch dat ze het elke keer schrijft, want ze weet immers niet zeker welke van haar brieven aan komen en ook niet welke brieven van haar man wel of niet aankomen in Amsterdam.

    Brieffragment Margaretha tast in het duister over de zadels

    [ick heb] toekoomende vrijdach salt veertiendage
    sijn Een mande met saels en ander gereet
    schap dienende tot paerde op hamburch gesonde
    hoope dat teminck ockasie sal hebbe omt selfe
    aen uhEd te konne sende en dat het wel sal
    overgekoome sijn, [Een ijder verlanckt hier seer]

    Fluitschepen

    Margaretha heeft de zadels en ander paardentuig in manden gedaan en die met een schip naar Hamburg gestuurd. Door “onze VOC-mentaliteit” vergeten we nog wel eens dat we ook grote handelaren waren op de Oostzee. Onze dominante positie in de internationale handel hadden we vooral te danken aan de fluistschepen: dé vrachtvervoerders van de 17e eeuw. Het schip kon heel veel vervoeren, met een relatief kleine bemanning. Met deze schepen werden de goederen die door de VOC naar Amsterdam werden gebracht, verder verhandeld in Europa.

    Afbeelding van een modelschip met twee grote masten, zeilen en tuigage.
    Model van een fluitschip, onbekende maker, ca. 1650. Collectie Scheepvaartmuseum (Object: A.0211)

    De legers

    Margaretha tast ook in het duister wat betreft de plaats van de legers. Zowel het o zo gewenste leger van de keurvorst, als het leger van Zijne Hoogheid zelf. En als ze in het duister tast over wat de bedoelingen van de machthebbers zijn, gebruikt ze het prachtige gezegde: ‘s heeren boeken zijn duister te lezen. Ofwel: onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid. Geen wonder dat we dat spreekwoord niet meer gebruiken.

    Brieffragment. Margaretha tast in het duister over de plaats van de legers: de Brandenburgse troepen en het Staatse leger.

    [overgekoome sijn,] Een ijder verlanckt hier seer
    te hoore hoe verde den heere keurvorst nu met
    sijn leeger gekoomen is en waerse nu sijn,
    sijn hoocheijt leijt noch met sijn leeger als voor
    dees men heeft al gemeent der Eenige aen=
    slach op hande was daer niets op en volck
    heere boecke sijn voor ons duijster te leessen

    Een beetje cynisch is bij deze brief wel dat ze in de ps eindigt met de opmerking dat de post uit Keulen binnengekomen is en dat daarin gemeld wordt dat de troepen van de Keurvorst de Weser gepasseerd zijn en recht op Keulen af marcheren. Helaas weten wij dat Godard Adriaan deze brief in Frankfurt ontvangen heeft. Dat is tweehonderd kilometer uit de richting. En met de snelheid waarmee een leger in de 17e eeuw reist, is dat heel ver weg.

  • Naarden, Turenne en zadels

    DatumPlaats
    Geschreven1 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    De postbezorging gaat wederom niet zo soepel. Godard Adriaan heeft in zijn laatste brief aangegeven dat hij Margaretha’s brieven van 3 en 10 september heeft ontvangen, maar Margaretha schrijft dat ze daartussen nóg een brief verstuurd heeft; ze heeft immers nooit verzuimd haar man te schrijven. Merkwaardig is dan ook dat de brieven van 6 en 10 september wel bewaard zijn gebleven, maar de brief van 3 september niet.

    wt Amsterdam den Eerste ockto
    1672

    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd mesiefve vande 18 dee pasato is mij behandicht
    wt leeuwenburch1Slot Leeuwenburg int stift heijldersheijm2Hildesheim, onder Hannover geschreefve
    uhEd schrijft de mijne vande 3 en 10 ontfange te hebbe
    daer moet noch Een tuschen beijde geweest sijn
    want heb niet Eene post gemankeert te schrijfve

    De brief van 1 oktober 1672 bevat veel oorlogsnieuws. Wat is de burggraaf van Turenne van plan? Wat is er precies in Naarden gebeurd? Is het allemaal wel waar wat er verteld wordt? En wanneer vindt die conjunctie van de Brandenburgse en Keizerlijke troepen nu eindelijk plaats?

    De manœuvres van Turenne

    Portret van een man, Turenne, tegen een bruine achtergrond. De man met lang krullend haar, snor en een sikje kijkt dromerig naar rechts weg.
    Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne, Charles le Brun, na 1664. Collectie: Versailles

    Aan de vorige brief (uit het kasteel Leeuwenburg in het Stift Hildesheim) kan Margaretha zien dat de troepen van Brandenburg eindelijk op pad zijn. Ze maakt zicht wel zorgen, want Hendrik de la Tour d’Auvergne, de burggraaf van Turenne, trekt met een leger naar het oosten. Hoe veel man telt de legermacht van deze Turenne (Margaretha noemt de legeraanvoerder ‘tureijne’)? In de Republiek gelooft niemand dat Turennes leger meer dan 20.000 man sterk is. Volgens Margaretha wil Turenne geen slag leveren, maar is hij van plan om in het defensief te gaan en de Rijn te bezetten.

    Tijdens het schrijven van deze brief, ontvangt Margaretha de brief van Godard van 20 september uit Bockenem. De wegen moeten wel erg slecht zijn, nu het zo langdurig geregend heeft. God staat nog niet aan de kant van de Republiek… Maar de samenvoeging van de Brandenburgse en de Keizerlijke troepen heeft inmiddels plaatsgevonden, weet ze.

    De aanslag op Naarden

    Op dinsdag 28 september hebben de Staatse troepen een poging gedaan om Naarden op de Fransen te heroveren. Het plan heeft geen doorgang kunnen vinden, schrijft Margaretha. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste heeft de jonge rijngraaf van Salm, Carel Florentijn, zijn regiment de opdracht gegeven om te wachten. Het plan voor dit regiment was om de Naarden via het water aan te vallen. Maar de rijngraaf heeft te lang gewacht: het was ondertussen windstil geworden. Ten tweede waren de schepen door het geschut dat erop geplaatst was te breed geworden. Er ontbrak te veel en het plan kon niet doorgaan. Degene die voor dit mislukte plan verantwoordelijk is, moet de volgende keer wat beter plannen, vindt Margaretha. Het lag volgens de kasteelvrouwe in ieder geval niet aan prins Willem III: de prins is waakzaam, maar heeft geen goede assistentie.

    Fragment 1 over de aanslag op Naarden.
    Fragment 2 over de aanslag op Naarden

    [rhijn te besette,] voorleeden dijnsdach snachts

    schijnt hier Een aenslach op naerden geweest te
    sijn dewelcke niet aen heeft gegaen ter oorsaecke
    dat den jongen rhijngraef3Carel Florentijn van Salm sijn volck dat scheep was
    en door deese stat wilde daerse buijten om hade
    konne vaeren, order had gegeefve om hier tot
    naerder ordere te wachte ondertusche ginck de
    wint heel legge dat se niet voort en koste, het
    geschut dat op vloot scheepe was geset waeren
    de vlotte te breef datse niet door de boomen
    kosten, so datter veel ontbrack ent deseijn4Dessein: plan geen
    voort gan kost hebbe die de dierexsi5Directie: leiding daervan
    heeft gehadt had voor alles wat beeter sorch
    moeten dragen, ick hoope sij hier door geleert
    sulle weesen op alles beeter acht te neemen,
    sijn hoocheijt is vigelant6Vigilant: waakzaam genoem en sal niet licht
    Eits versuijmen maer is ongeluckich geen beeter
    Asistensie te hebben, [nu seijt men of men naerde]

    Gravure vanaf de Zuiderzee naar Naarden. Op de voorgrond een roeibootjes, daarachter zeilbootjes. Op de achtergrond de kerk en de bastions van Naarden.
    Gezicht op Naarden vanaf het water, Gaspar Bouttats (1674). Collectie Zuiderzeemuseum Enkhuizen
    Tekst onder het origineel: Naerden in Hollant light een goede myle van Muyden en Weesp, is de Hooft-stadt van Goeylandt welck Balieuschap sijnen naem heeft van Goedele Abdisse van ‘t Clooster Altena. Een wel bekent Stedeken door de drappery en Naerdsche laeckenen. Heeft sijn beginsele uyt de ruine van het oude Naerden bij de Zuyder Zee, het welck eertydts door den Bisschop van Vtrecht gheruineert is. Anno 1572 wiert het Stedeken door Don Frederico Sone van den Hertogh van Alba ghedwongen ende Borghers tusschen branden en moorden meestendeel hun huysen gheplundert, dan is daer nae weder aen den Staet van Holland ghecomen: Nu verovert door LOVYS den XIV, Coninck van Vranckryck Anno 1672

    Ook heeft Margaretha vernomen dat gisteren Staatse en Franse troepen slaags waren geraakt op de hei. De Fransen waren door ‘de onze’ verslagen en op de vlucht geslagen. In Muiden hadden de Staatse militairen enkele Franse krijgsgevangen binnengebracht. Hoewel Margaretha hoopt dat het verhaal waar is, twijfelt ze. Er wordt immers zo veel gelogen, niets is meer met zekerheid te zeggen.

    Het leger van Willem III telt ondertussen 20.000 man, en zal bovendien versterkt worden met mariniers. Ook zijn er in Amsterdam acht vaandels aangekomen. Sommige zeggen dat de troepen afkomstig zijn uit Groningen, andere zeggen dat het troepen zijn van de hertog van Holstein. Vermoedelijk heeft Margaretha de troepen gezien, want ze weet de vaandels goed te beschrijven: violette vaandels met op de hoek van ieder vaandel een leeuw, en een wit vaandel met oranje sjerpen.

    ‘Saels en ander paerde tuijch’ naar Hamburg

    Gisteren, dus 30 september, heeft Margaretha op verzoek van Godard Adriaan manden met zadels en ander paardentuig naar Hamburg verzonden. Ze voegt bij haar brief een kopie van een brief die ze naar Temminck heeft gezonden toe.

    Adriaan Temminck was de bankier van de familie. Deze van oorsprong Duitse familie regelt de geldzaken. Kennelijk zit er ook een telg Temminck in Hamburg. Godard Adriaan zal goed contact met deze Temminck gehad hebben, aangezien hij tijdens het begin van deze missie Hamburg als thuisbasis had.

    Margaretha wist niet naar welk adres ze de manden kon sturen, dus heeft ze ze aan de Hamburgse Temminck geadresseerd, met het verzoek de manden zo spoedig mogelijk naar Godard Adriaan door te sturen. Ook in deze brief gaat Margaretha in op de oorlog.

    Dat de relaties met de familie Temminck zijn goed blijkt uit de afsluiting van de brief: ze doet de hartelijke groeten aan zijn vrouw.

    Brieffragment over de zadels, uit de brief aan Temminck.

    en dat wij noch voorde winter van de vijande wt
    de provinsie van wttrecht mooge verlost
    worde, of ick sie ons Een seer Elendich
    leefve ijae vreese so sij daer blijfve dat men
    hier op den volle middach de stats poorten
    niet sal durfven open laete, het welcke
    de heer almachtich wil verhoeden, in wiens
    heijlige bescherminge vE beveelle en
    blijfve
    Men heer teminck
    uE gans geafexsioneerde
    vriendin MT E vrij vrou
    van Ameronge ginckel en
    Elst Et

    ick versoecke
    toch mijn harte=
    lijcke groetenis
    aen uE liefve huijsvrou
    en so uE heer en me vrou swaen
    siet mijn dienst te
    preesenteere