Tag: Vorst

  • Broos ijs en brosse kanonnen

    DatumPlaats
    Geschreven20 februari 1673Den Haag
    Ontvangen4 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Vier brieven heeft Margaretha de afgelopen week geschreven en ze hoopt maar dat ze aankomen via de verschillende routes: die via de stalmeester van graaf Waldeck, via Matthias Romswinckel, en via de reguliere post van Bisdommer. De Hamburgse post van vrijdag (17 februari) is niet gekomen. Wie weet zouden daar brieven van Godard Adriaan tussen gezeten hebben, want zijn laatste is al weer van 2 februari. En men schreeuwt om nieuws uit Duitsland, want hoe zit het nu met Franse en de Duitse legers?

    Tekening van een paar berken die tussen grote rotsen staan, Voorlangs stroomt een beekje waarin ook allemaal keitjes en stenen inliggen.
    Groep berken bij een bergstroom, Jan Both, 1628 – 1652 Collectie Rijksmuseum

    Geen Beukenboom maar Berkenboom

    Ze herhaalt nog maar weer eens het gerucht dat met de Keulse post kwam dat Turenne zich met zijn leger tactisch heeft ingenesteld op een onbereikbare plek. Wat in haar vorige brief Beukenboom of Eikenboom was, noemt ze nu Berkenboom. (Inderdaad noemt Godard Adriaan zelf Berckenboom in een brief aan Willem III van 6 februari, ergens tussen Dortmund, Lünen en Unna) Van daaruit zou Turenne buiten schot kunnen blijven en tegelijkertijd de route naar Keulen in zijn macht kunnen houden, om te voorkomen dat dat in keizerlijke of Brandenburgse handen valt. Maar wat is hier van waar?

    Brieffragment Turenne en Berckenboom

    ondertusche loopen hier
    verscheijde tijdine en geruchte die met de keulse
    en Aekense1Akense poste koome als of den keurvorst sijn
    volck in bataelge2Bataille: Slag, strijd, veldslag teegens tureijne3Turenne soude gestelt
    hebbe, die geen slach sou hebbe derfve leeveren
    maer so geseijt wort geweecke is naer de bercke
    boome4Birkenbaum en daer post genoome heeft daermee
    seijt men dat hide stat keulle5Keulen kan bewaere
    datter van ons of den keurvorst en volcken
    geen in en konne gebrocht worde, doch van
    al dees tijdine kan niet gelooft worde dewijl
    der niet seeckers van is, men verlanckt
    seer naer uhEd briefve,

    Fragment van een zwarte witte plattegrond met plaatsen, forten wegen en met stippellijnen en streepjes aangegeven bewegingen van troepen.
    Toevallig zit Turenne ergens ter hoogte van de twee hoofletters T. Fragment uit een kaart uit 1782 waarop de militaire bewegingen van Turenne in 1672-1673 staan. Bron: Bibliothèque Nationale de France

    Willems troepen zakken door het ijs

    De grote plannen van Willem III zijn vanwege de dooi niet doorgegaan. Het ijs was zo broos dat er van de voorhoede die er vast op uit was gestuurd heel wat door het ijs zijn gezakt! Gelukkig was er geen grote schade.

    Brieffragment over de troepen van Willem III

    (sijn hoocheijts deseijn)

    is ock doort veranderen vant weer belet sijn voort
    ganck te hebbe, het ijs is so broos geweest dat
    geen sins heeft wille drage, de voor troepees die
    voor af ginge vielle daer met meenichte in doch
    hebbe geen schade geleeden, [men wil segge dat]

    Verraad in Sas van Gent

    Beleg en inname van Sas-van-Gent door het Staatse leger onder Frederik Hendrik, 28 juli tot 5 september 1644. Gezicht op de versterkte stad met op de voorgrond het optrekkende Staatse leger. Met paginanummer 309.
    De vesting van Sas van Gent in 1644, rond het beleg door Frederik Hendrik, anoniem 1662-1664 Collectie Rijksmuseum

    Terwijl Margaretha zit te schrijven komt er bericht dat binnen de vesting Sas van Gent in Zeeuws-Vlaanderen, de sergeant en diverse korporaals hebben samengezworen met de vijand om een aanval te beramen. De vestingcommandant kreeg er echter lucht van, doordat een brief die voor de sergeant bedoeld was bij hem terecht kwam. Hij deed alsof hij niets door had, maar trof wel alle voorbereidselen om de aanval af te slaan, wat is gelukt, met veel verliezen aan vijandelijke kant! Margaretha wou maar dat de schrik er nu eens flink in kwam.

    Brieffragment over Sas van Gent

    komt hier tijdine, dat den vijaent met ko=
    respondensi van Een sersijant6Sergeant ent ganse
    korperaelschap inde stat Een aenslach opt
    sas van gent soude gehadt hebbe, het welcke
    door Een brief die aen voorschreefe sersijant
    was gesonde, in verkeerde hande quam, ont
    deckt is, en doort beleijt vande komandeur, die
    seeckreeteerde7Secreteren: geheim houden daer kenisse van te hebbe
    lietse aenkoome heeftse so geseijt wort
    seer koraeseijeuslijck8Courageuselijk:dapper afgeslage met verlies
    van veelle van den vijant , de heere gaf
    datter Eens Een schrick in mochte koomen

    Soldaten bij Voetius

    Portret van Gijsbert Voet, geboren 1589, hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676), overleden 1676. Borstbeeld rechts, in toga, in ovaal.
    Portret van Gijsbert Voet (1589-1676) hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676) Kopergravure van Joannes van Munnickhuysen, eind 17de eeuw, naar een schilderij van Nicolaas Maes uit ca.1665 Collectie Het Utrechts Archief

    In Utrecht hebben ze ook bij de oude dominee Voetius soldaten in huis ondergebracht. Waarschijnlijk om zijn kleinzoon te dwingen om vanuit Den Haag weer naar Utrecht te komen. De heer van Wulven is weer vrij, maar heeft zesduizend gulden moeten betalen.

    tot wttrecht9Utrecht seijt me dat se int huijs van den
    oude voetsius10Gijsbert Voet Ettelijcke soldate hebbe gesonde
    om dat sij begeere dat sijn soons soon die hier
    inde haech11in Den Haag is daer sal koomen, de heer van
    wulfve is weer los maer moet so men seijt
    ses duijsent gulde geefve, [henderick van]

    Er is meer triest nieuws over bekenden: Hendrik van Wijk, de vroegere rentmeester van de heer van Ginkel is na de laatste veldtocht ziek achtergebleven en gestorven. Margaretha maakt zich erg zorgen over zijn vrouw en kinderen die in Utrecht zitten.

    Kanonnen gebarsten

    Twee soldaten staan links van een kanon. Een van hen houdt een brandende lont bij het ontstekingsmechanisme. Deze prent is onderdeel van een serie van 12 (13 incl. titelprent) prenten met voorstellingen van militaire (wapen)exercities.
    Exercities met een kanon: afvuren van een kanon, Jacques Callot, 1635 Collectie Rijksmuseum

    Gelukkig zit het de Fransen ook niet altijd mee. In Utrecht wilden ze kanonnen uitproberen op de stadswal, en nu zijn er wel tien gebarsten en onbruikbaar! Dit verhaal is ook te lezen in het dagboek van de Utrechter Everard Booth. Van de twaalf kanonnen zijn er inderdaad zeven gebarsten en drie ontploft. De brokstukken vlogen ver in het rond en brachten veel materiële schade maar wonder boven wonder geen gewonden, terwijl de Hertog van Luxembourg met bijna al zijn officieren op het Vredenburg stond toe te kijken. Booth geeft een verklaring: door de vorst was het metaal van de kanonnen bros, en de Fransen hadden de achterkanten ingegraven, zodat de kracht van de terugslag geen kant op kon.

    Brieffragment over de Fransen die hun eigen kanonnen kapot schieten.

    te wttrecht hebbe de franse
    haer kanon op de walle gebrocht
    en int selfve te prooberen12In hetzelfde te proberen: bij het uittesten daarvan sijnder
    tien stucke13Stukken: kanonnen so geborste datse gans
    onbruijckbaer sijn

    Een kind vuurt loodrecht in de grond geplaatste kanonnen af. Het heeft een lont in de hand. Een ander kind zit bij een kanon naast een schanskorf.
    Twee putti met kanonnen, Cornelis Schut (I), 1618 – 1655 Collectie Rijksmuseum. Rechts eentje met een ingegraven kanon, links met een kanon op een affuit of rolpaard die de terugslag kan opvangen.
  • De kracht van de korte herhaling

    DatumPlaats
    Geschreven2 februari 1673Den Haag
    Ontvangen19 februari 1673Bielfelt
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint weer met een relaas over de post. Zowel de brieven van haar man als haar eigen brieven arriveren traag op de bestemming. Ze krijgt soms brieven die drie weken oud zijn! Deze brief houdt ze kort.

    IJs, ijs en nog eens ijs

    Het heeft nu 4 à 5 dagen flink gevroren. In de nacht ontstaat een sterke laag ijs, wat iedereen weer doet vrezen voor een overtocht van de Fransen. Hoewel er ook mensen zijn die zich minder zorgen maken. Het staatse leger is nu dichtbij en zij zouden – ijs of geen ijs –de nodige bescherming kunnen geven. In Utrecht echter werven de Fransen weer nieuwe troepen. Maar in Den Haag worden de paarden van de compagnie ook weer van stal gehaald en gereed gemaakt. Het blijft moeilijk met deze bekommeringen te moeten leven op dit moment, verzucht Margaretha.

    Tekening van een man met een grote hoed , een grote kraag, een ruimvallend jack en een broek, We zien hem op de rug en op zijn rug hangt een zwaard. Hij kijkt naar schetsmatig opgezette schaatsers op het ijs.
    Officier die naar schaatsers staat te kijken, Gerard ter Borch (II), na 1633 – ca. 1634. Collectie Rijksmuseum.

    Het huis in Amsterdam

    Het huis in Amsterdam, wat nog steeds door Margaretha gehuurd wordt, zal vanaf mei door anderen worden overgenomen. Dit brengt haar weer de nodige zorgen: ‘ick weet niet hoe ickt maecke sal so wij wttrecht voor de soomer niet weer krijgen’. Waar moet ze alle spullen uit Amsterdam laten als ze niet terug kunnen naar Utrecht? Ze vreest ervoor dat ze genoodzaakt is een ander huis in Amsterdam te huren.

    Brieffragment over het huis in Amsterdam

    [het welcke de heer almachtich wil seegene], het
    huijs dat wij te Amsterdam hebbe is teegens
    toekoomende meij verhuert, ick weet niet hoe
    ickt maecke sal so mij wttrecht voor de soomer
    niet meer krijgen, derf ick ons goet van Amster
    =dam niet hier brenge ock met het kraeme vande
    vrou van ginckel niet wage, vreese genootsaeck
    te sulle sijn teegens meij Een ander huijs al
    daer te hueren, salt noch Een maent of
    ses weecke insien wat met komste de heere
    ons mocht geefven, binne wijlle blijfve
    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff

    Rekenen…

    Want dan heb je ook nog de zwangere schoondochter. Margaretha heeft zitten rekenen en verwacht de baby precies dan wanneer het niet uitkomt- rondom het opzeggen van de huur in Amsterdam dus. Maar goed, ze zal het nog een maand of zes weken afwachten…eens kijken wat de Heer met hun toekomst van plan is.

    Bruine penseeltekening Op de voorgrond een vrouw in de weer met waskom en linnenmand, links vrouwen en kinderen om een tafel, op de achtergrond bij de schouw een vrouw met een zuigeling op schoot, naast een wieg. Naast de wasmand zit een hond, naast de schouw een kat. Het licht valt van links door de ramen naar binnen. Op de achterwand hangen schilderijen. De schouw is hoog met aan weeszijde pilaren en daarboven een groot schilderij. In de vensterbank staat een vaasje met bloemen.
    Interieur van huis met vrouwen en kinderen, Zacharias Blijhooft, 1671. Collectie Rijksmuseum.

    P.S. een sterfgeval

    Er volgt nog een p.s. Toch nog een nieuwtje dus, want het voorgaande is eigenlijk het herhalen van de zorgen die ze al had. Maar ze schrijft dat ze vorige keer vergeten was te zeggen dat de oude Rijngraaf is gestorven (Frederik Magnus van Salm). Hij is in stilte begraven. Margaretha kan het niet laten te schrijven over de verdeling van de functies die door zijn sterven zijn opengevallen. De een zijn dood is de ander zijn brood…

    Brieffragment van de ps.

    met de leste post
    heb ick vergeete
    te segge dat den
    oude rhijngraef
    gistere acht daech
    tot Maestricht is gestorfve
    en daer in stillicheijt is begraefve
    sijn kompangi heeft den jonge donau1Waarschijnlijk Wilhelm Albrecht von Donha
    het goevernement seijt me dat den heere
    wurts2Paul Wirtz hebbe sal, en mompelijan3Armand de Caumont, marquis de Montpouillan het
    luijtenantgeneral

  • Donkere wolken

    DatumPlaats
    Geschreven30 januari 1672Den Haag
    Ontvangen14 februari 1672Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Margaretha zit nog steeds met twee doodzieken in huis: de keukenmeid en de jongen. Ze zijn nog steeds buiten hoop van leven. De jongen dolt zo dat hij nauwelijks in bed te houden is. ‘De Heere wil ze geven wat zalig is’, verzucht ze.

    Nieuws uit Amerongen

    De intendant van Utrecht, Louis Robert, heeft de secretaris van Amerongen naar Den Haag gestuurd met een dreigende boodschap. De intendant heeft opdracht gekregen om het Huys in Amerongen op te blazen, tenzij Margaretha 3000 gulden contant betaalt. De secretaris heeft ook een brief van Abraham van Wesel bij zich, advocaat van het Hof van Utrecht. De secretaris en Van Wesel denken beiden dat de Fransen wel met minder genoegen zullen nemen. De secretaris denkt dat 2000 gulden ook wel genoeg is, maar weet ook zeker dat als Margaretha dat niet betaalt, ze het plan om het huis te laten springen uit zullen voeren.

    brieffragment dreigement intendant Robert over Amerongen

    de seeckretaris van Ameronge is hier van den inten
    =dant robbert die te wttrecht is gesonde om mij te sege
    dat hij last heeft omt huijs te Ameronge te doen
    springe ten waere men met hem wilde ackordeer
    en soude hem met Een som van drije duijsent gul
    kontant laete kontenteere, de seckretaeris seijt
    en den heere weesel schrijft sij geloofve hij met
    minderwel te vreede sou sijn ija so de seekretaer
    meent wel met twee duijsent gul sij beijde
    meene ick dit hoorde te geefve sondert welcke
    ongetwijfelt so sij segge sij tot de Exsekusie sulle
    voort gaent, dat mij int binenste van mijn hart
    sou jamere en seer doen, weet niet wat ick doen

    Margaretha komt gelijk bij de kern van haar dilemma: als ze nu geld geeft, willen ze snel weer geld, want ze hebben geld voor de oorlog nodig. Bovendien is voor de Fransen geld net zo schaars als voor haar.

    Brieffragment over geld

    [sou jamere en seer doen,] weet niet wat ick doen
    sal
    tot konservaesi van mijn huijs sou ick veel doen en
    meer als ick kan, maer vreese alsmen nu al gelt
    geeft dat het in korte alweer te doen sal sijn,
    want sij wille gelt hebbe, dat bij mijn ock so wel als
    bij haer schaers is, ick ben hier seer in bekomert

    Winterlandschap. Een vierkante toren en enkele huizen langs een bevroren water in een besneeuwd landschap. Op het ijs enkele figuren met een slede, links een boerenschuur. In deze voorstelling domineren de donkere onheilspellende wolken, die van links worden beschenen door de laagstaande zon. De dik ingepakte mensen op het ijs steken nietig af tegen deze onbarmhartige natuur. In zo’n winterlandschap van Ruisdael zou een vrolijke menigte schaatsers niet op zijn plaats zijn.
    Winterlandschap met donkere wolken, Jacob Isaacksz van Ruisdael, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum

    Compassie

    Margaretha besluit om op het gemoed van de Fransen te spelen. Ze stuurt de secretaris terug met de boodschap dat ze alles wat Godard Adriaan en zij bezitten in handen hebben en dat ze daar nu geen inkomsten van hebben. Voor wat extra dram voegt ze toe dat ze zelfs niet genoeg heeft om zelf van te leven. Als kers op de taart hoopt ze op de goedertierendheid en de compassie van Lodewijk XIV. En ze spreekt de Fransen ook aan op de praktische consequenties: als het goed (het kasteel) in brand gestoken wordt, dan hebben ook de Fransen er zelf ook niks meer aan. Tot slot stelt ze ook een eigen eis: als ze betaalt, dan wil ze ook de garantie dat er niks beschadigd wordt.

    Brieffragment waarin Margaretha compassie van Lodewijk XIV vraagt

    heb de seeckretaris die merge weerom gaet
    belast te segge dat hij mij gesproocken heeft
    en dat ick seg, sij al het onse in haere hande
    hebbe daer ick als waer is niet Een stuijver
    van kan trecke dat mijn goet so bedurfve is
    dat ick selfs niet heb om van te leefve daerom
    ick geen gelt heb en niet kan geefve, dat ick
    hoop de goedertierenheijt vande koninck so groot
    sal sijn en ock sijn kompassie, dat sij sulle bewoo
    =ge worde van sulcks niet ter Exsekusi te stelle daer
    sij niet int minste vande konne proofijteere, en
    alsmen al wat sou geefve, of sij mij soude kone
    verseeckeren dat mijn huijs int toekoomende
    niet soude beschadicht worde, sal hierop het
    antwoort vande seeckretaris verwachte ent
    voort de heer almachtich beveelle in wiens
    hande alles staet hij heeft het ons gegeefve hij
    kant ons neeme als sijne godlijcke wille is, ick
    kan niet segge hoe bedroeft ick ben, als wij ons

    Geld

    Het probleem om aan geld te komen is reëel: ze heeft nog steeds het duplicaat van de ordinantie niet, dus er wordt nog steeds niet uitbetaald. Ze verwacht dat dat deze week geregeld is, maar dan moet ze de ontvanger nog overtuigen haar het geld daadwerkelijk te geven. Zodra dit gelukt is, zal ze gelijk een verzoek tot een volgende uitbetaling doen. Margaretha is niet de enige met geldproblemen: de compagnie van Van Ginkel is ook al drie maanden niet betaald. Kortom, het is niets dan misère.

    Brief fragment over de schaarste van geld

    uhEd kan niet geloofve hoe schaers het gelt is,
    de heer van ginckel is sijn kompangi bij de drij
    maende ten achtere van sijn tracktement krijcht
    hij niet, in soma tis niet als miseerij, de luijde

    De oorlog

    De mensen beginnen ook de stad weer uit te vluchten, de angst voor vriesweer is nog steeds groot. De Franse troepen in Utrecht komen weer in beweging, dus daar staat wat te gebeuren, en ook de Prins van Oranje schijnt nog een plan te hebben. Het vervelende is dat het weer zo ‘wankelbaar’ is, dat er nauwelijks iets te plannen is.

    Brieffragment over het vriesweer

    [hij niet, in soma tis niet als miseerij,] de luijde
    vluchte weer van hier met gewelt nu weer be=
    gint te vriesen, hoope het niet aenhoude sal, in
    en ontrent wttrecht treckense weer seer veel volck
    ock Eenige ruijterij, men vreest sij weer Eenich de
    seijn op hande hebbe, daer wij voor moete schricke
    want het geluckt haer meest wat sij beginne ist
    niet al int geheel altijt ten deelle, [nu begint]

    Er is goed nieuws gekomen uit Keulen! Men zegt dat de troepen van de Keurvorst 3000 Münstersen verslagen zouden hebben! Margaretha hoopt maar dat het waar is.

    Venijn

    Het venijn zit in de staart. De secretaris heeft gezegd dat intendant Robert een lijstje heeft met huizen die hij wil laten springen. Op dat lijstje staan vijf huizen en Amerongen is erbij! Daarnaast worden Zuilesteyn, Moersbergen, Hindersteyn en een huis dat ze zich niet kan herinneren genoemd.

    Er schijnen ook huizen veilig te zijn: Renswoude, Schonauwen, Hardenbroek en Groenewoude. Laten dit nu net allemaal huizen zijn waar familie van Johan van Reede van Renswoude woont! Zijn zoon Frederik woont op Schonauwen, dochter Jacoba is getrouwd met Hendrik Gijsbert van Hardenbroek en Groenewoude is net door dochter Mechteld gekocht voor haar zoon Gijsbert Johan van Hardenbroek. En dan schijnt ook nog dat Gilles Sautijn bemiddeld heeft. Zouden de roddels dan toch waar zijn? Margaretha had eerder gehoord dat Sautijn buskruit aan de Fransen had verkocht en ze had Van Reedes van Renswoude ook al aan Sautijn gelinkt

    de seeckretaris
    seijt dat den intendant
    5 huijse op sijn briefge
    heeft om te doen springe
    alst huijs te Ameronge suijlisteijn moersberge
    hindersteijn het ander is mij ontgaen,
    rhijnswou schoonouwe hardenbroeck en groenewou
    dat de maijoor hardenbroeck lest gekocht heeft
    sijn so geseijt wort door reeckomandasi van
    Arlinton , en soutijn van Amsterdam vrij

  • Haruut! De vijand is hier!

    DatumPlaats
    Geschreven2 januari 1673Den Haag
    Ontvangen13 januari 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Margaretha en haar familie hebben 1672 overleefd maar de oorlog is nog niet voorbij. Margaretha’s vorige brief zat vol slecht nieuws: de vijand is een duister plan aan het smeden en ze heeft al weken niets gehoord van haar zoon. Zal 1673 een fortuinlijker jaar blijken dan 1672 of zakt de Republiek verder de rampspoed in?

    Ziekte van Van Ginkel

    De brief begint relatief goed: eindelijk hoort Margaretha weer iets van haar zoon! Ziekte teistert de familie zowel in Den Haag als in het verre Charleroi: zoonlief kon geen brieven schrijven omdat een flinke verkoudheid met koorts hem geveld had. De dokters zijn inmiddels langs geweest bij Van Ginkel en zij denken dat de ziekte voorbij het hoogtepunt is. Het gevaar is geweken. Haar zoon heeft veel geluk gehad: hij is niet de enige die getroffen is door ziekte in het Staatse leger. Meerdere hoge officiers zijn zelfs overleden hierdoor.

    Brieffragment ziekte Van Ginkel

    dat is dat de
    heer van ginckel volgens sijn schrijfve vande 27
    wt bruijsel en die vande heere vrijberchge1Cornelis van Vrijberghe beeter
    en volgens t oordeel vande docktoore sijn sieckte
    opt hoochste is geweest en buijte prijckel2perikel: gevaar weer
    was, daer wij godt niet genoech voor konne
    dancke, sijn sieckte is hem int leeger voor schar
    =leroij met Een viemente3vehement: stevig verkoutheijt en konti
    =niweele koorts aengekoome alsmeede den luijte –
    nant generael weldere4Johan van Welderen en den ritmeester de
    gruijter5Onbekend, die sijn hoocheijt door de graef van
    werfusee6Floris Carel van Beieren Schagen, graaf van Warfusé en 60 ruijters naer bruijsel liet
    brenge, daer weldere en de gruijter den darde
    dach naer datsij daer waere, sijn gestorfve
    so den heere vrijberge die schrijft onse soon

    Aderlating. Fragment uit Jacob Fransz. (ca. 1635-1708) en zijn familie in de chirurgijnswerkplaats, Egbert van (I) Heemskerck, 1669. Collectie Amsterdam Museum

    Dat Van Ginkel het overleefd heeft is aan twee zaken te wijten, schrijft Margaretha: gezond verstand en een goed gestel. Toen hij hoorde dat er al mensen overleden waren omdat ze geen rust namen heeft hij meteen verzocht om logement bij iemand in huis te nemen in plaats van verder te reizen naar het barre, koude legerkamp bij Charleroi. Het laatste nieuws wat Margaretha heeft gekregen over haar zoon is dat hij een aderlating ondergaan heeft. Hoe hem dit bekomen is, dat is nog wachten tot de dag van morgen.

    Brieffragment Van Ginkel in Brussel

    seer intstantelijck versocht te hebbe sijn loosgement
    in sijn huijs bij hem te neeme, het welcke hij Exk
    =useerde en in sijn herberch is gebleefve, seijt
    segge, de docktoore bij aldien de heer van ginckel
    niet Een bij sondere starcke natuer had ge=
    =hadt daer niet vande op soude gekoome hebbe
    hij is te bruijsel g Een Adergelaeten, nu ver
    lange wij seer naer den dach van mergen
    dat de bruijselse post komt om te hoore hoet
    nu is en hoet laeten hem is bekoome, [ijan sijn]

    Over het ijs!

    Helaas blijft het in deze brief niet bij enkel goed nieuws. Godard Adriaan krijgt eindelijk te horen welk vilein plan de vijand bekokstoofd heeft: doordat het zo hard gevroren heeft is de Hollandse Waterlinie stijf bevroren. De Franse troepen konden simpelweg over het ijs de Staatse troepen omzeilen. Holland lag wijds open! Zouden ze hun belofte om Den Haag te plunderen nu waar maken?

    Eerste brieffragment alarm in Den Haag
    Tweede brieffragment alarm in Den Haag

    [sieck tot bruijsel gebrocht was,] daer op kree
    chge wij snachts hier den alarm dat de vijant
    overt ijs van achteren bij boodegraef7Bodegraven was
    in gebroocke dat konins merck8Kurt Christoph von Königsmarck met sijn volck
    tot Alphee9Alphen aan de Rijn was gereetireert10retireren: terugtrekken, den r p fagel11Raadspensionaris Gaspard Fagel

    en andere heere die savonts te tien Eure deese tijdin
    al hadde en aenstonts derwaerts ginge, seekree
    teerde12secreteren: geheim houden het, [maer snachts ontrent Een Eur quam]

    Den Haag is in rep en roer. De hoge heren zijn al verdwenen uit de stad, zij hadden het nieuws schijnbaar al eerder. Er ontstaan weer volksoproeren en de burgers nemen het heft in eigen handen. Niemand mag de stad uit. Margaretha weet niet wat ze doen moet: ze lag al wakker met zorgen om haar zoon maar nu komen ook de Fransen ineens heel erg dichtbij.

    Derde brieffragment alarm in Den Haag

    maer snachts ontrent Een Eur quam
    der post op post, en ick die door de bekomerin van
    mijn soon niet kost slaepe, hoorde de klapper
    man roepe harwt harwt, daermeede, Elck
    ten bedde wt de burgerij in wapene de klocke
    op alde dorpe luijde alles was in sulcken roer
    dat het mij niet licht vergeeten sal, ick was
    meest met de vrou van ginckel en de kindere be
    komert en kostse onmoogelijck niet wech krijge
    de burgers oft kanaelgecanaille: gepeupel wilde onmoogelijck niet
    lijde13lijden: dulden datter Eimant wt den haech ginck, [het huijs]

    Gelukkig zet al snel de dooi in. Eindelijk lijken Margaretha’s gebeden om hulp vervuld. De Fransen moeten snel terugtrekken en moeten daarvoor langs de post van commandant Pain et Vin bij Nieuwerbrug. Alleen… hij blijkt gevlucht te zijn.

    De vraag op ieders lippen: hoe kon dit gebeuren? Waar was het Staatse leger toen ze eindelijk de Fransen de pan in hadden kunnen hakken? Weer is het Staatse Leger ineffectief gebleken tegen een Franse invasie.

    Eerste brieffragment terugtocht Fransen
    Tweede brieffragment terugtocht Fransen

    [schrijfve], doch moet noch segge dat godt almachtich
    ons op Een bijsondere manier sijn genade heeft ge
    toont door Een seer schielijcke14schielijk: snel en viemente doeij
    waerdoor den vijant niet voort noch te ruch en
    kost, en sonder dat pinevien15Moïse Pain et Vin, bevelhebber van het Staatse leger wat Bodegraven had moeten beschermen sijn post die hem aenden
    nieuwe bruch16Nieuwerbrug aen bevoolle was had verlaeten naer

    oordeel van alle mense had de vijant so beset geweest
    datter geen of weijnich van hadde konne koomen
    nu hout me voorseecker dat sij die post diese in hadde
    gehoude teenemael hebbe verlaete en weer na wt=
    trecht sijn, [men meent dat de komst van sijn hoocheijt]

    Franse wreedheden in Bodegraven en Zwammerdam in 1672, Romeijn de Hooghe. Collectie Boijmans Van Beuningen.

    Margaretha moet even alle stress en spanning kwijt bij haar liefste hartje. Hoe lang zal deze verwoestende oorlog nog doorslepen? Zal 2023 1673 eindelijk geluk, zege en voorspoed brengen? Voor de dorpelingen van Zwammerdam en Bodegraven is het al te laat: de gefrustreerde Franse troepen hebben de dorpen geplunderd en afgebrand op hun terugtocht. Zonder huis zullen zij deze killer winter moeten zien door te komen.

    Brieffragment klaagzang

    [de] heer almachtich wil ons bij staen en geefve wij in dit
    ijaer 1673 meer geluck seegen en voorspoet mooge
    hebbe alst voorleeden ijaer, so lange den vijant inde
    provinsi van wttrecht is sulle wij ingeen rust sijn
    maer met de Eerst vorst die wij alledage hebbe te
    verwachte alweer inde selfde alarm weese, tis seer
    droefvich te sien so hier ontrent alles geruwineert wort
    de plantaesge uijleboome de koekamp alle die boome
    sijn afgehouwe legge inde wech, de dorpe boodegraef en
    swamerdam sijn so af gebrant door den vijant datter
    geen ses huijse sijn gebleefve en voort al die streeck
    lans afgebrant, die schoone huijse, wat is dit Een ru
    wineusen oorlooch int hartge vande winter so veel mens
    verijaecht, och ons liefve vaderlant is wel in Een seer
    droefvigen staet, het Eene droefheijt komt mij opt
    ander en heb niemant dien mij raet heb van uhEd
    ock in so lan niet gehoort hoop het wel sal sijn, en dat
    de heer almachtich ons sal te hulpe koome op wien
    alleen betrouwe blijfve
    uhEd getrouwe
    M Turnor

    P.S. Toch geen verkoudheid?

    Zoals wel vaker voegt Margaretha aan het einde van haar brief nog recenter nieuws toe. Zo heeft ze net meer nieuws over haar zoon gekregen. Het schijnt dat hij niet enkel last had van een flinke verkoudheid maar ook van enige “belabbertheijt aen sijn tong”. Het klinkt alsof Van Ginkel door alle ontberingen een lichte beroerte heeft gehad. Haar moederlijke instincten ontwaken meteen: moet ze naar haar zoon toe?

    Brieffragment belabberdheid van de tong

    seijde dat hij beeter was maer
    Eenige belabbertheijt aen sijn
    tong hadt wisle wist niet
    te segge waer wt het selfve
    ont staet, dat mij nu weer
    nieuwe bekomeringe geeft
    vreesende het Een nieuwe
    toe val sal sijn daerom ick
    seer beducht ben niet weeten 
    de wat ick doen sal of daer
    nae toe gaen of niet gaen
    ick souder konne bevriese en
    niet weeten hoe weerom te koo
    =men, sal de post van merge
    afwachte, daer seer nae verlan

    P.S. Gelukkig nieuwjaar!

    Margaretha mag Kerst dan wel negeren, voor het nieuwe jaar is ze niet blind:

    Brieffragment gelukzalig nieuwjaar

    ick wensche uhEd hiermeede Een
    geluck salich nieuwe ijaer met
    meerder rusten minder sonde
    te beleefve,

    Een gelukzalig nieuwjaar met meer rust en minder zonde…

  • Koning Winter

    DatumPlaats
    Geschreven19 december 1672Den Haag
    Ontvangen3 januari 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Waar is de prins? Margaretha heeft er op dit moment geen zekerheid over. Waarschijnlijk omdat de post (en daarmee het nieuws) op zich moeten laten wachten vanwege het vreselijke weer. Het laatste nieuws is dat Willem III met zijn leger voorbij Tongeren was en nabij Sint-Truiden – vijf uur van Maastricht vandaan.

    Koning Winter blijft

    ‘Het friest hier fel en is seer scherp kout’ – een omschrijving die ook anno nu in het weerbericht te lezen valt. De binnenwateren zijn dichtgevroren, waardoor er geen schepen meer varen. Margaretha kan er niet van slapen. ’s Nachts in bed bekommert ze zich enorm om de situatie. Ze merkt dat er weer veel onrust is onder de bevolking, en mensen hun spullen wederom pakken om te kunnen vluchten als het nodig is. Terwijl ze óók hoort dat er juist géén nood aan de man is. En juist die twijfel en ordeloosheid is wat Margaretha het meest deert. Er is zo weinig zekerheid, alles loopt ‘so los’ zonder dat er enige ‘konschope’ is, ofwel: geen feiten, alleen maar geruchten.

    Brieffragment over angst vorst

    het friest hier fel en is seer scherp kout alde
    binne watere legge toe datter geen schuijte
    meer en vaere, en hier veel met groote bekom
    merin snachts op t iens bedt doet ruste, hier hebbe
    alweer veel liede haer goet gevlucht, hoewel
    weer somige segge dat wij geen hier vande vijant
    geen noot en hebbe, maer wat sal ick segge dat
    mij t meest bekomert is datter so weijnich ordere
    is en dat men der op alles so los overloopt sonder Eenige
    konschope1Kondschap: benaming voor feit, toestand (kondschappen zijn berichten) te hebben [,de heer wil ons bewaere op mense]

    Alliantie en arme soldaten

    Margaretha verbaast zich erover dat haar man niets weet van een alliantie met de Keurvorsten van Trier en Mainz. Ze schrijft over de Zweedse Ambassadeur en over haar ongeloof in een vrede die mogelijk zou kunnen naderen. Hierdoor glijden haar gedachten richting de arme soldaten die nu onder de koude, blauwe hemel op schildwacht moeten staan.

    Ets van een tentenkamp met links op de voorgrond een groep converserende soldaten, rechts soldaten zittend op de grond bij afgeschermde kookhoek.
    Soldaten bij een kampement, Robert van den Hoecke, 1632 – 1668, collectie Rijksmuseum

    Inflatie

    En hoe staat het er economisch voor? Alles is hier ‘onuitspreeckelijck’ duur. De mensen worden met de dag armer en de producten met de dag duurder. Voor een mandje met wortels dat voorheen 6 stuivers kosten, heeft Margaretha nu 1 gulden moeten betalen. Ook de prijzen van stro zijn verdubbeld. Ze let weliswaar zeer op haar centen, maar toch blijven de uitgaves per week enorm.

    Brieffragment over inflatie

    is, en alles is hier onwtspreeckelijck dier Een
    mandeken met wort ele dat me voordees voor
    6 stuijver plach te koope heb ick Een gul voor
    moete geef ve, Een voer stroij daer 4f voor plach
    te geefve kan men nu voor geen acht gulde
    krijge en so voort alles naer venant, hoe
    nau en deun ick alles over leg moet ick alle
    weeck veel gelt wtgeefve, het siecke vande kinder
    en oude mense heeft al meede veel gekost, frits

    Schilderij. Stilleven met vruchten en groenten met op de achtergrond Christus en de Emmaüsgangers. Op de voorgrond van een keuken liggen allerlei soorten groenten (asperges, tuinbonen, erwten, wortels, artisjokken, komkommers, bieten, een pompoen, groene kolen, uien en rapen) en fruit (appels, kersen, kruisbessen, abrikozen, peren, bessen, frambozen en druiven), in manden uitgestald. In de keuken zijn twee meiden aan het werk. Daarachter is door opgehaalde gordijnen het bijbelse tafereel te zien.
    Stilleven met vruchten en groenten, Floris van Schooten, ca. 1630, collectie Rijksmuseum

    Gepokt en gemazeld

    Dat Margaretha een hele ziekenboeg moet verplegen, helpt uiteraard ook niet mee. Gelukkig nieuws is dat Frits weer beter is, en de pokken heeft kunnen ontwijken. Maar het jongste kind (Reijniera) heeft ze wel te pakken gekregen, hoewel zij er niet heel ziek van is geworden.

    Brieffragment gepokt en gemazelde kinderen

    (frits)

    is weer wel en heeft geen pockges gehadt, maer het
    kleijnste kint reijniertge isser aen doch almee
    so wij hoope het quaetste doer de pocke staen
    al heel licht en sweere heeft er niet veel en isser
    niet heel sieck aen geweest, hadden de kindere ge
    maeselt so waert goet maer te pocke Eersij
    gemaeselt hebbe seijtme dat sij se wel licht
    weer krijge, alst godt belieft kanse voor alles
    bevrijde [onse Neef van rossom die hem tot]

    Ets van een vrouw naast bed met ziek kind.
    Vrouw naast bed met ziek kind, Fridolin Becker, 1840 – 1895, collectie Rijksmuseum

    Winterkwartier

    Onze schrijfster is benieuwd waar Zijne Hoogheid eigenlijk kwartier zal maken, nu Koning Winter duidelijk niet van plan is zich koest te houden. Ze vreest dat wanneer er geen goede plek wordt uitgekozen, het leger de moed zal verliezen. De mannen van het leger zijn deze zware afmattingen immers niet gewend. Onrust over een eventuele aanslag op het huis blijft natuurlijk ook niet onvermeld in deze brief.

    Tot slot wat positiefs, Margaretha is heel blij dat de brieven nu eindelijk weer goed aankomen, twee maal per week mag ze een brief van haar man ontvangen – tot haar grote geluk.

  • Saai en spannend

    DatumPlaats
    Geschreven15 december 1672Den Haag
    Ontvangen26 december 1672Sassenberg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief met de opbeurende mededeling dat er sinds haar laatste brief niets gebeurd is, maar dat ze het ritme van het schrijven er maar in houdt. Om te voorkomen dat Godard Adriaan denkt dat ze een heel saai leven heeft, geeft ze in de zin daarna het risico van vorst weer. Als de rivieren dicht vriezen, wat doen de Fransen dan? Ze heeft gehoord dat ze Den Haag willen plunderen. Het zou toch wel heel fijn zijn als er eindelijk eens hulp komt. Van Willem III hebben ze ook niks meer gehoord, het laatste wat ze weet is dat hij bij Tongeren lag. In de Spaanse Nederlanden dus, ver van de Republiek. Wat als de nood aan de man komt?

    Brieffragment saai sinds laatste brief en zorgen rondom de vorst en locatie van Willem III

    Mijn heer en lieste hartge
    hoewel van hier seedert mijne laeste niet veel weete
    te schrijfve moet ick de gewoonte houde en geen
    post sonder te schrijfve laete gaen, wij sitte hier
    noch als voor dees so lange alst open weer blijft
    hoope wij geen noot te sulle hebbe maer dat de
    reeviere Eens quaeme te sitte1Te bevriezen weete ick niet
    hoet gaen soude, de vijande so geseijte wort dreijge
    seer hebbe geswoore den haech te wille plondere
    dan sij sulle niet meer doen dan alser de heer
    almachtich toelaet die ick hoope ons noch Eens
    Een genadige verlosine wt alle onse bekomerin
    sal geefve, daert ons alleen vandaen moet koome
    mensche hulpe die doch sonder sijnen seegen niets
    vermach, en isser ock niet voorhande, van sijnhoo
    hebbe wij seedert mijne laeste niet gehoort, men
    gelooft ons volck voor tongere leijt, [de sweetse]

    Geld

    Hoewel niemand denkt dat de Zweeds ambassadeurs een vrede te weeg kunnen brengen, zou vrede wel welkom zijn. Alle betalingen drogen op en de regimenten hebben al tijden geen geld gehad. En dan de betalingen voor het werk van Godard Adriaan! Margaretha weet niet meer hoe ze het moet redden en ze raakt bijna in paniek als ze bedenkt hoe ze de schulden, die haar man in het buitenland maakt, straks moeten aflossen. Wat als haar man ook nog zou overlijden?

    Brieffragment over het krijgen van geld

    vrees wij geen gelt of betaeline van men heere
    van hollant sulle hebbe te verwachte dat mij
    seer bekomert, want of uhEd al schoon bij naer
    weet waer het selfve te vinde wij sijn alle
    sterflijcke mense en dat mij het ongeluck die
    =nde, hoe soude ick daermeede blijfve sitte sou
    imers niet weete hoe mij daer door te redde, en
    sou sorch moete drage dat de schulde die uhE
    daer buijtens lants maeckt betaelt wierde, en
    waer van sou ben imers alles quijt schrick der
    aen te dencke in mijn oude dage mach hoop de heer
    mij voort quaet in sijn Eeuwige rijck sal haelle, [van]

    Gelderland

    En dan het laatste nieuws uit de bezette gebieden. Steeds meer Geldersen willen terug. Ze geloven niet dat het zin heeft om achter de waterlinie te blijven en hopen dat ze door hun aanwezigheid nog iets van hun Gelderse goederen kunnen bewaren. Ze vertelt het verhaal van de arme Borchard Willem van Westerholt, heer van Hackfort, waar ze eerst wel 100.000 gulden van eisten. Dat wordt terug gebracht tot 20.000, maar ook dat is een aanzienlijk bedrag: vergelijkbaar met ruim € 235.000 aan koopkracht in 2021.

    Aquarel van huis hackfort. Voor een weiland waar twee koeien in liggen. Links een ronde toren met een elegant dak met een windvaan erop. Daarnaast het huis met diverse daken en schoorstenen. Rechts op de achtergrond een tweede, lagere toren met vergelijkbaar dak en windvaan. Achter het kasteel zijn bossages in diverse kleuren groen en roodbruin.
    Huis Hackfort, W.F. Reine, 1997. Bron: Gelders Archief, 1592-23.

    Dankzij Elisabeth van den Boetzelaer, vrouwe van Nyenheim, is er een sauveguarde geregeld voor het Middachtense bos. Hoe het in Amerongen is, heeft Margaretha met de laatste brief al verteld. Er is nu wel meer informatie over omgekapte bossen. Verder heeft iedereen in de bezette provincies het zwaar onder de bezetter.

    Brieffragment over Gelderland

    [Esse en] meest alle gelderse gaen daer weer naer
    toe siende hier geen hoop van verlossine, en daer
    door haer presensie haer goedere noch te konser
    =veere, den heer van hackfoort2Borchard Willem van Westerholt daer koomende
    hebbense over de hondert duijsent gul geEijst
    om dat hij so lange is achter gebleefve dan
    sijn op twintich gekoome maer wille niet Een
    duijt minder hebbe, en dit met belofte van
    hem alles weer te geefve behalfve Eenige
    meubele die al wech sijn en Eenich hout dat
    in sijn bosse gehouwe is, int Middachtense
    bos hackense al wacker in de vrou van nieu
    =wenheijm3Elisabeth van den Boetselaer met haer franse dochter die bij de
    prinses van navernije heeft gewoont en kenisse
    aen veel vande prinsipaelste offisiere heeft,
    heeft so veel te weege gebracht dat sij Een
    saefve garde voort middachtense bos heeft
    gekreege wat operaesie dat doen sal sulle
    wij haest hooren wenste wel die goedere mochte
    gekonserveert blijfve, hoet tot Ameronge staet
    heb ick met de laeste geschreefve, [op ijan van]

    Eindigen van te zijn

    De brief gaat nog wat door over de lasten die Utrecht en Gelderland hebben door de Franse bezetting. De afsluiting is weer ongeëvenaard. Loopt de stress weer op of wordt ze in haar ondertekening onderbroken en gaat ze snel naar de ps met de allerlaatste nieuwtjes?

    Brieffragment met de ondertekening

    deese valt vrij langer als ick gemeent hadt,
    sal hier meede Eijndige maer noijt van te
    sijn
    uhEd getrouwe w
    MT

    Familienetwerk

    Uit het fragment over Gelderland blijkt hoe belangrijk het familienetwerk voor Margaretha is. Elisabeth van den Boetzelaer is een nicht van Godard Adriaan, ze is de dochter van zijn oom van moeders kant. En zo is Borchard Willem van Westerholt een neef van Ursula Philippota’s moeder. Bijzonder is de Franse dochter van de vrouwe van Nijenheim. De prinses van Navernije (of de prins van Navergne die in een andere brief genoemd wordt). Degene die het dichts bij een mogelijke kandidaat komt is Antoine III de Gramont. Hij heeft diverse titels en hij is inderdaad prins. Prins van Bidache, een klein staatje in de Pyreneeën. Bidache lijkt niet op Navergne of Navernije. Antoine is ook ‘viceroy’, vice-koning, van Navarra en dat begint er op te lijken.

    Als de Franse dochter daar inderdaad gezeten heeft, dan heeft ze inderdaad een goed netwerk in Frankrijk. Antoine III was Maarschalk van Frankrijk, generaal met bijzondere verdienste. Zijn vrouw was een nicht van Kardinaal Richelieu, de rechterhand van Lodewijk XIV.

    De zoon van Antoine III, Antoine IV komen we dichterbij tegen, dit is de graaf van Louvigny die vecht in Staatse dienst.

    Als dit klopt, dan is het inderdaad heel goed mogelijk dat via de nicht van Godard Adriaan een sauveguarde geregeld kon worden. Waarom voor het Middachtense bos en niet voor Middachten of Amerongen? Het maakt natuurlijk wel uit wie je kent en hoe hard die persoon voor je wil lopen. Met de kennis van nu is die vraag nog een brug te ver.

  • Doesburg versterkt

    DatumPlaats
    Geschreven11 februari 1672Amerongen
    Ontvangen23 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Op 11 februari schrijft Margaretha nogal geïrriteerd naar Godard over Philippota’s zwangerschap. Naast dat onderwerp bespreekt ze ook militaire ontwikkelingen in de Republiek.

    De eerste maanden van 1672 kenmerken zich door enorme vrieskou en het water in de rivieren bevriest. Een zorgelijke zaak want zowel de IJssel als de Rijn zijn onderdeel van de verdediging van de Republiek. Bij een bevroren rivier zou de vijand er gewoon over heen kunnen lopen. Margaretha denkt echter dat de vijand dat niet zou durven: straks komen ze nog vast te zitten in het land als de rivieren weer dooien.

    [sij is noch hier,] en naert segge van de
    meeste wort geoordeelt dat hoewelt
    hier harder vriest alst noch vant heelle
    ijaer heeft gedaen, en dat al de reeviere1rivieren
    sitte2bevroren zijn, dat de vijant hem niet sal derfve3durven
    so verde hier int lant begeefve vermidts
    het te laet int ijaer wort, ock heeft me

    nu de stat van doesburch4Doesburg en voort de boo
    – ve frontiere5grenzen vande kruijt6buskruit en sonte ver
    sorcht ock spreecktme van Een vliech –
    gent leeger7mobiel leger wat inspringt waar nodig van 8000 man naer men
    te sende, [ons silver koster met noch]

    De Rijn en de IJssel zijn versterkt met meerdere vestingsteden, waaronder Doesburg. Doesburg ligt aan de IJssel, vlakbij Kasteel Middachten, het thuis van zoon Godard van Ginkel. Van Ginkel zelf is op dat moment is Doesburg: daar is immers zijn regiment gestationeerd. Voor Margaretha en Godard Adriaan is het dus goed nieuws dat de stad nieuwe voorraden kruit heeft gekregen en dat er een mobiel leger die kant op gaat. Hoe sterker Doesburg is, hoe groter de kans is dat Godard van Ginkel het overleefd.

    Kaart van de vestingstad Doesburg in 1654 door Nicolaes van Geelkercken. Collectie Gelders Archief