Tag: Tirade

  • Zware en bekommerde tijden

    DatumPlaats
    Geschreven19 mei 1673Den Haag
    Ontvangen24 mei 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Het geld waar Margaretha in haar twee vorige brieven over heeft geschreven, ligt bij huisbankier Adriaan Temminck in Amsterdam. Margaretha denkt dat het geld voor de wervingen door Willem III eveneens aan Temminck is overhandigd, maar ze weet het niet zeker. Erg blij is ze trouwens niet met die Prins van Oranje…

    Geen nieuwe Tocht naar Chatham

    De Staatse vloot ligt ergens in de contreien van Schoneveld. Het plan was om de Engelsen, net als in 1667, te verrassen. Maar de Engelse schepen hadden de zeilen al gehesen; het plan viel in het water. We zullen zien of de Staatse vloot de vereniging van de Engelse en Franse vloot nog kan beletten.

    Brieffragment over de Staatse vloot

    [hebbe die dat ambacht daer doet,] onse scheeps vloot
    leijt ontrent of opt schoone velt, quaeme wat te laet
    omt deseijn1Dessein: plan te voltrecken de Engelse scheepe laechge
    al seijl ree, nu sulle d onse sien ofse de konsijonsi2Conjunctie: vereniging
    van de franse met dEngelse konne beletten

    Gravure van twee grote zeilschepen. Het enge vaart naar links en heeft drie zeilen en de fok gehesen. Het ander vaart van ons af achter een andere schip aan. Beide schepen hebben een vlag met drie banen, waarschijnlijk de Hollandse driekleur. Bij de schepen is duidelijk te zien dat de luiken van de kanonnen open staan.
    Twee grote oorlogsschepen, Reinier Nooms Zeeman, 1650-1667. Collectie National Gallery Prague

    Mopperen op Mompeljan

    Wat Margaretha echt niet begrijpt, is dat Willem III het vacante commissaris-generaalschap aan Armand de Caumant, markies de Montpouillan, heeft gegeven. Godard van Ginkel is er ook zeer verbouwereerd over, maar daar hoeft Margaretha niet over uit te wijden – Godard Adriaan zal dit vast wel uit de brieven van zijn zoon kunnen opmaken. Als het niet zulke zware en bekommerde tijden waren, dan had Van Ginkel – uiteraard met toestemming van zijn vader – het leger adieu gezegd. Het is niet eerlijk, vindt Margaretha. Van Ginkel heeft de post al die tijd als waarnemer bekleed, en nu gaat een ander er mee vandoor! Het gaat Margaretha niet eens om het ambt of het geld dat met het commisaris-generaalschap gepaard gaat, maar om de aantasting van de eer. Een ingezetene van het land, die goed en bloed inzet, wordt gepasseerd voor een buitenlander. Zijn dit nu de vruchten van de mooie woorden en beloften van de Prins aan Godard Adriaan?

    Eerste Brieffragment over Mompeljan
    Tweede brieffragment over mompeljan

    dat sijn hoocheijt het vakante komijsarisgenerael
    =schap aen mompelijan3Armand de Caumont, marquis de Montpouillan die gisteren sijn Eet heeft
    gedaen heeft gegeefve sal uhEd wt het schrijfve
    vande heer van ginckel sien die daer vrij over ver=
    =set is en niet weet wat hij doen sal, waerende tijde
    niet so swaer en bekomert om de leefven alse sijn
    hij sou met uhEd premisie quiteere maer wat sal
    hij nu doen men heeft hem die plaets al den tijt
    laeten bediene sijn hoocheijt heeft selfs teegens ver
    scheijde geseijt dat hij sijn post wel heeft waergenoo
    =men en nu gaet men en Een ander booven sijn hooft

    tis voorwaer hart Een ingeseeten vant lant die goet
    en bloet daer bij op set, ick kan niet segge hoeseer
    mij dit speijt niet so seer om dit amt oft inkoome
    van dien als om de smaet voorde werlt dit sijn
    de vruchte vande schoone woorde en belofte die uhE
    van tijt tot tijt sijn gedaen [doch paesijensi wij]

    Schets met op de voorgrond links die soldaten te paard die staan te kletsen. Rechts zitten twee soldaten op de grond. De soldaten staan voor een klein boerderijtje. Op de achtergrond meer mensen en ruiters en verschillende tenten.
    Bereden soldaten in hun kwartier, Pieter de Molijn, 1650 – 1660. Collectie Rijksmuseum

    De hand die alles bestiert

    Margaretha vindt dat we niet moeten kijken naar de stok die ons tegenslag op tegenslag geeft, maar naar de hand die alles bestiert. En dan zegt ze iets heel interessants: was het niet beter geweest als we bij ‘t onze waren gebleven? Oftewel, als ze thuis in Amerongen waren gebleven? Dan hadden ze het huis wellicht kunnen redden. Ach, het heeft vast allemaal een reden: we moeten hier volgens Margaretha de bestiering van de allerhoogste in zien.

    Brieffragment over de hand die alles bestiert

    [van tijt tot tijt sijn gedaen doch paesijensi] wij
    moete niet sien op de stock die ons so slach op
    slach geeft maer op die hant die alles bestiert
    wie weet oft ons niet best waer geweest dat wij bijt
    ons waere gebleefve hadent ons noch gekonserveer
    en ons moogen behelpe so men best had gekost wie weet
    hoet ons nu noch gaen sal doch wij moeten hier in
    al meede sien op de bestierine der alderhoochste

    Gravure van onderaf van een man met korte krullen en een baard die naar beneden kijkt en zijn handen ten hemel steekt (of wacht, hij is waarschijnlijk al in de hemel... omhoog dan). Een Engeltje vliegt boven hem, twee kijken om het bovenste randje en vier Engeltjes verschuilen zich achter hem en aan zijn zijde.
    God omringd door putti (detail), Nicolas Dorigny, naar Rafaël, 1695. Collectie Rijksmuseum

    Stank voor dank

    Trouwens, nog even terug naar die benoeming van Mompeljan… Dat is dus allemaal bekokstoofd door een neef van Margaretha’s heer en liefste hartje. Hij bemoeide zich met de benoeming op verzoek van Hedwig van Brederode, een zus van Amelia van Brederode. En Amelia Wilhelmina van Brederode was, je raadt het al, getrouwd met de markies van Montpouillan! Nog een saillant detail, die neef van Godard Adriaan, waarschijnlijk Frederik van Reede, een zoon van nestor Johan van Reede van Renswoude, bewoog een jaar geleden nog hemel en aarde om een wit voetje te halen bij de De Witten. En nu loopt hij te slijmen bij de Prins! Hij waait met alle winden mee, of zoals onze briefschrijfster het verwoord, hij ‘hangt zijn huik naar de wind’. Vorig jaar was Margaretha nog door vorst, sneeuw en hagel van Amerongen naar Utrecht gereisd om hem en zijn neef Van Rossem te helpen met hun sollicitatie! En nu? Krijgt ze alleen maar stank voor dank.

    Brieffragment over de neef met een neef en een verzoek van een vrouw

    onse kosijn die uhEd naeme draecht4Vermoedelijk Frederik van Reede. Dit is in ieder geval de meest waarschijnlijke kandidaat heeft dit schoo
    =ne werck opt versoeck van hetwich van breederoode
    almeede helpe fasiliteere, maer ick sal ock daer
    kan ent Eenichsins te pas komt niet verswijgen
    wat Een vrint hij is geweest weijnich meer als Een
    ijaer geleede doen hij noch heemel en aerde be=
    weechde om onse vriende inde partij vande witte5Aanhangers van Johan en Cornelis de Witt, Staatsen te
    trecken, en nu hanckt hij so de huijck naer de wint6De huik naar de wind hangen: ‘zijn overtuiging wisselen met de omstandigheden’. Een huik is een mantel zonder mouwen. Betekent hetzelfde als ‘met alle winden mee waaien’
    en ist beste kint, hoe liep hij mij de voorleeden
    winter Een ijaer ten ooren en deed mij door vorst
    sneeuw en hagel van Ameronge naer wttrecht
    reijse niet Eens maer vrij meer om niet alleen
    hem maer sijn neef van rossom7Waarschijnlijk Adriaan van Rossem in haer solisi
    =tasie te helpen, dit is nu de loon daer van

    Een elegante dame met een rode rok met lange biezen. Ze draagt een zwarte huik met een witte kraag en witte manchetten. Op haar hoofd heeft ze een zwarte shawl en in haar hand een blauwe veer.
    Vrouw in een huik (detail), Gesina ter Borch, ca. 1652. Collectie Rijksmuseum

    Het is immers het een op het ander

    Op een gegeven moment dringt het tot Margaretha door dat ze wel erg veel aan het klagen is. Ze verontschuldigt zich en vraagt Godard Adriaan het haar niet kwalijk te nemen. Maar ze heeft het zo zwaar, en er is haast geen levende ziel waar ze vrijuit tegen durft te spreken. Het is een en al ellende. Eerst dat gedonderd met de compagnie, en nu weer dit… Oh, kon ze haar man maar weer eens onder twee ogen spreken. Eén ding weet ze zeker: wie op God vertrouwt, zal niet verloren gaan.

    Eerste brieffragment over het klagen
    Tweede brief over het klagen

    nu mijn lieste hartge neemt het mij niet qualij
    de moet is mij so vol dat ick haest meen te bersten
    en heb imers geen leevende siel daer ick vrij
    teegens derf spreecken, tis imers teen opt ander
    Eerst met de kompangi en nu weer dit, och mocht
    ick uhEd Eens spreecken, nu dat kan niet sijn
    paesijensi, naer deese tijt Een beeter die op godt
    vertrout sal Evewel niet verlooren gaen[, ick wil]

    Nieuwersluis en Nyenrode

    De Fransen hebben geprobeerd om enige huizen in de omgeving van de pas door de Staatsen heroverde post te Nieuwersluis in te nemen, maar ze zijn door de Staatse troepen verdreven. Er zijn ook een paar Fransen gesneuveld. Margaretha heeft gehoord dat kasteel Nyenrode of het huis Ter Aa is afgebrand, maar dat gerucht is nog niet bevestigd. Wel schrijft ze dat de gravin van Waldeck, Elisabeth Charlotte van Nassau-Siegen, bij haar is geweest en heeft verteld dat ze via via heeft gehoord dat huis Ter Aa is afgefikt. De gravin heeft dit in een brief van haar man, de graaf van Waldeck, gelezen. De graaf heeft het op zijn beurt weer van de Johan van Stockheim, die het commando voert over Nieuwersluis. Vreemd, want zover Margaretha weet hebben de eigenaren van Ter Aa wel betaald om het huis te bewaren.

    Brieffragment over Nieuwesluis en Nyenrode

    de post aende nieuwersluijs wort bij d onse noch
    ingehoude8Nieuwersluis is op 13 mei 1673 ingenomen door de Staatse troepen den vijant heeft getracht daeron=
    trent Eenige huijse inte neeme maer sijn van
    donse daer wt gedreefve met verlies van Eenig
    volck, nu seijt me datseet huijs te nieuwenroij9Nyenrode
    oft huijs te dr A10Ter Aa soude afgebrant hebbe
    doch hier is geen seeckerheijt van, so gaet de
    graefvin van waldeck11Elisabeth Charlotte van Nassau-Siegen, gravin van Waldeck van mij seijt de graef
    van waldeck12Georg Frederik van Wakdeck-Eisenberg briefve gehadt heef van stockom13Johan van Stockheim
    die aen nieuwer sluijs komandeert dewelcke
    schrijft dat huijs ter d A afgebrant is vande
    vijant, sij hebbe so ick meen almee tot afkoop
    van brande en schade betaelt[, de sweetse]

    Gravure van een ruïne. Midden een poort van twee pilaren met een fronton. Daarachter een zwartgeblakerde muur van ruim een verdieping hoog en de gaten van ramen. Een deel van de toren staat nog wel maar is ook geruïneerd. Drie mannen met een hondje staan naar het kasteel te kijken, links voor in de schaduw zitten ook twee personen. Midden boven staat de tekst "t Huys te Niewen rode"
    Ruïne van Nyenrode, Isaac Sorious, 1672 – 1676. Collectie Rijksmuseum

    Ongehoorde dingen

    De Zweedse ambassadeurs die op weg zijn naar Aken voor de vredesbesprekingen, zijn bij de Bessemer hei tegengehouden door een partij Fransen. De Fransen wilden niet hebben dat de ambassadeurs door Maastricht trokken, waardoor de ambassadeurs nu een omweg moeten maken. Margaretha vindt het ongehoord, en eindigt vervolgens haar brief met de gebruikelijke afscheidsgroet.

    Briefragment over de Zweeds ambassadeurs

    [van brande en schade betaelt,] de sweetse
    Ambassadeurs die naer Acke sijn koomende
    op de bessemer heij14Bessemer ligt tussen Genk, Maasmechelen en Lanaken, tegen Nationaal Park de Hoge Kempen aan hebbe Een partij franse
    daer gevonde die niet wilde lijde dat sij door
    Maestricht soude passeere hebbense Een
    ander wech om doen gaen, ongehoorde dinge
    nu moet ick blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor


  • Tirade

    DatumPlaats
    Geschreven17 september 1672Amsterdam
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    Margaretha is prikkelbaar. Ze maakt niet eens haar aanhef af en valt gelijk met de deur in huis. “Mijn heer en” en daar houdt de aanhef op. Ze stuurt een brief mee die ze aan haar zoon gestuurd heeft en het gaat erover om iemand die ergens schuld aan heeft. Omdat we de brief aan haar zoon niet hebben, weten we niet wat er precies gebeurd is. Vrij snel wordt er een neef bij gehaald, die ook vrij weinig goed gedaan heeft en kan doen.

    De tirade over deze neef neemt een hele pagina in beslag. Wat interessant hieraan is, is dat ze de naam van de neef niet noemt. Kennelijk gaat ze ervan uit dat er meegelezen wordt en dat Godard Adriaan door de beschrijving wel weet over wie het gaat. Voor ons is het daardoor vrij lastig te volgen waar het over gaat. Meer over deze tirade in de laatste alinea.

    Margaretha Turnor door onbekende schilder (1680-1699), collectie Kasteel Heeze. Dit is hoe ik me een prikkelbare Margaretha voorstel.

    Amsterdam of Den Haag?

    Margaretha zit zelf met een dilemma. Ze heeft een schip gehuurd om spullen van Amsterdam naar Den Haag te sturen. De vraag blijft waar het veilig is. Het duurt lang voor de Brandenburgse troepen er zijn en het veldtochtseizoen loopt op zijn einde. De Engelsen beginnen weer te dreigen. En wat als de Fransen in de winter nog in Utrecht zitten? Stel dat het gaat vriezen en ze dan met al het goed moet vluchten! Ze kijkt het nog 14 dagen aan, maar hoopt voor die tijd wel het goedvinden haar man te krijgen.

    [staen, en ons alle bewaeren,] ick weet niet wat
    ick doen sal heb al geen schip gehuert om mijn
    goet naer den haech te brenge, dan hebt selfve
    noch 14 opgehoude en wtgestelt, dewijlle
    het afkoome vande auxijlaere troepees so
    lange tardeert en ondertuschen het heelle
    saeijsoen verloopt , sijn hier groote en kleijne
    seer bekomert de Engelse dreijge ock noch
    met haer vloot te landen, so dat men aen
    alle kante seer benout is, en voorseecker
    hout so de franse voorde winter niet wt de provinsi

    van wttrech raecken wij inde haech niet verseeckert
    sulle sijn en int hartge van de winter te moete
    vluchte weet ick niet hoe men met alt goet
    wech sou raecken daerom ick in duijsent bekom
    merine ben niet seetende wat ick doen sal,
    ben half gereesolveert het noch Een maent in
    te sien en so lan hier te blijfve ondertuschen
    uhEd goetvinde hier op verwachte, [ick kan niet]

    De Hertog van Luxemburg

    Pas na drie pagina’s gaat het weer over de Hertog van Luxemburg. Er is op last van de koning een nieuw plakkaat uitgegaan. Alle bewoners en ingezetenen van de bezette gebieden moeten binnen een maand terug keren naar hun huis. Margaretha blijft er nuchter onder, maar ze vermoedt dat haar schoondochter een nieuw alarm zal zijn.
    Waar in de vorige brief de straf voor het niet betalen van de brandschatting in beslag name en platbranden was, is dat nu al de straf voor niet terug komen.

    [sien worde souden sij haer beraeden,] daer op
    is gistere weer Een plakaet vande hartooch
    van lutsenburch wt last vande koninck wt
    gekoomen waer bij alle ingeseetene en in
    woonders *die haer huisine en woonplaetse inde gekonkesteerde plaetse* hebbe wort gelast voort wtgaen van
    deese maent aldaer weederom te koome haer
    woonplaets neeme op peene dat van die tijt
    af haer goederen voor gekonfisqueert sulle af naer

    Het deel tussen * * staat links overdwars

    gehoude werde, haere huijse geraeseert en afgebrant en alle plantaesie af
    gehouwe en geruwineert worde, dit sal weer Een nieu
    =we alarm voorde vrou van ginckel sijn, hoet nu onse
    wtterse vriende sulle maecken sal mijn benieuwen
    de mense worde onder de franse met haer in quartierine
    so seer beswaert dat sijt niet langer harde konen[, men seijt]

    Nog steeds prikkelbaar

    Ook al schrijft Margaretha nog over allerlei saaie onderwerpen als de lokale politiek, ordinanties en belastingen, ze raakt de prikkelbaarheid niet kwijt. Ook haar ondertekening en de PS zijn wat dat betreft luid en duidelijk. Niks geen liefste hartje, en na “UhEd getrouwe” een pinnig Et(cetera). Ze stuurt Godard Adriaan een pamflet mee. Mogelijk heeft hij haar laten weten dat ze haar toon een beetje moet matigen, maar in dit boekje kan hij zelf zien hoe vilein het er tegenwoordig aan toe gaat.

    [verwachte,] hier meede blijfve

    Mijn heer
    uhEd getrouwe Et

    ick sende dit boeckge
    op dat uhEd sout sien
    wat vieleijnije hier
    in swan gaet1In zwang gaan: beoefend/bedreven worden (op grote schaal, populair) hoop het wel sal overkoome

    De tirade: puzzelen en zoeken

    Terug naar de tirade uit het begin de brief. Het volgende fragment is behoorlijk onbegrijpelijk en geeft daardoor een mooi beeld van wat voor puzzels je als lezer van dit soort oude brieven moet oplossen.

    Om te beginnen is er het taalgebruik. Er zijn veel woorden die je met kennis van Engels, Duits en/of Frans wel kunt invullen, maar die je voor de zekerheid toch beter even kunt opzoeken. Gelukkig staat het Woordenboek Nederlandse Taal gewoon online. Als het echt lastig wordt, zijn de medewerkers daar ook nooit te beroerd om je te helpen. Een groot deel van de puzzel is dat er nog geen standaard spelling bestaat en veel woorden fonetisch opgeschreven zijn.

    Lastiger zijn de uitdrukkingen. Daarvoor biedt het Spreekwoordenboek van Stoett vaak uitkomst, bijvoorbeeld bij “reizen en rotsen”. “Het oor heel en dal hebben” is lastig terug te vinden, maar daar biedt Twitter soelaas. “Heel en dal” is bijvoorbeeld een door oma’s nog gebruikt synoniem voor “helemaal”. De combinatie met het oor blijft vooralsnog onduidelijk.

    maer onse Neef die sich inmasgeneert2Imagineren:zich voorstellen het oor heel
    en dal te hebbe3Onbekende uitdrukking , en die uhEd de voorleedene winter
    en ick in ick uhEd apsensie, op sijn begeere heb gereijst
    en gerotst4Reizen en rotsen is een gebruikelijke samentrekking. Rotsen is vooral het (hard of wild) rijden met een paard of rijtuig en op sijn versoecke verscheijde briefve
    aende kleijne steede geschreefve met alleen voor Eij in
    sijn faveur maer ick voor sijn neef van vos ,
    so veel gunst hebbe beweesen, de wijlle hem voort
    vergeefve hier van w is gesproocken, had het wel
    moogen teegen spreecke en Erhinderen5verhinderen het geene
    op uhEd vertreck pas afgesproocken, dan dien
    man heeft so veel te doen met Een komijs6Commies: een persoon aan wie een ambtenaar een deel van zijn taak overdraagt vander
    dussen die genoechsaem bij alle Eerlijcke liede
    voor infaem gehoude wert Eens sauve guarde7Sauvegarde: bescherming van goederen of personen
    van sijn te prockwreere8Procureren: verschaffen, bewerkstelligen , en Ene sautijn hier
    inde reegeerine te brenge, het welcke, soot
    te weete het leste so het Eerste is geschiet

    aengaet ick vreese mender van sal hoore, want
    die man en ons voorseijde neef sijn vader hier
    so int ooch sijn dat publijck op de straet daer
    van gesproocke wort en ick vreese sijt haer be=
    klaechge sulle, ick derfse niet waerschouwe,
    hij maeckt hem daermeede so veel te doen dat hij
    die voornoemde weldade vergeet en in uhEd
    apsensie aen sijn vriende niet meer en
    denckt, in somma Elck siet maer op sijn Eij
    gen intreste en daer hij sijn voordeel van
    treckt, het gaet hier teegenwoordich so dat
    uhEd hier waert sou hem verwonderen en
    verset staen, voor mijn weet niet langer wat
    ick segge of dencken sal de heere wil ons bij
    staen, en ons alle bewaeren, [ick weet niet wat]

    En dan is er nog die geheimzinnige neef. Een eerste probleem is dat het begrip neef bij Margaretha erg rekbaar is. Het gaat verder dan wat we technisch gezien een neef zouden noemen. Het is bijna de “clan” waar het over gaat. We krijgen in het stuk verschillende hints over de neef. Hij is weer een neef van ene Vos, die kennelijk geen neef van Godard Adriaan en Margaretha is. Kennelijk heeft hij nogal wat gunsten aan Godard Adriaan gevraagd, niet alleen voor hemzelf, maar ook voor de leden uit zijn “clan”.

    Kennelijk heeft hij te doen gehad met een ambtenaar Van der Dussen, die niemand vertrouwt en is verantwoordelijk voor de aanstelling van ene Sautijn. Dat laatste is in ieder geval echt gebeurd volgens Margaretha. En daarin zit ook de eerste hint naar wie de neef zou kunnen zijn. Gillis Sautijn zijn is op 10 september door Stadhouder Willem III in de Amsterdamse vroedschap benoemd op voorspraak van Johan van Reede van Renswoude (Elias 1903, CXXII, onderaan de pagina). Als dit waar zou zijn, dan is het logisch dat Margaretha hem niet direct noemt: Johan van Reede van Renswoude was een belangrijke steunpilaar voor Godard Adriaan in de Utrechtse politiek en Stadhouder Willem III vertrouwde op hem. Het is alleen maar één bron en alle andere hints zijn nog niet uitgezocht.

    Zo puzzelen de lezers van de brieven op verschillende details om erachter te komen wat Margaretha echt bedoelt. Daar zullen we alleen lang niet altijd (nu) achter komen.