Tag: Staten Generaal

  • Geen man, geen geld, geen hoop op vrede

    DatumPlaats
    Geschreven31 maart 1673 Den Haag
    Ontvangen5 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Godard Adriaan blijft in Hamburg

    Tekening van een poort. Links staat dwars op de poort een huisje of schuur. De poort is hoog met ronde boog, Door de poort gaan net een man op een paard en een lopende man (met hond?). Boven de poort zit overdwars een overkapte loopbrug tussen twee ronde torens. De linker toren zit achter het huisje, on der de rechter toren zit een afgesloten luit. Helemaal links zien we dat er naast het huisje een aarden wal of dijk loopt: er staan hekken die schuin omhoog gaan. Bijna uit beeld staat een boom en op de achtergrond links zien we nog een gevel. Voor op de weg staat het monogram AW.
    Stadspoort te Hamburg (?), vanuit de buitenzijde gezien, Anthonie Waterloo, 1619 – 1690 Collectie Rijksmuseum

    Wat is Margaretha bedroefd dat haar man nog zo veel pijn heeft en ook dat het er toch niet op lijkt dat hij met Waldeck mee naar Den Haag zal komen! Griffier Fagel wist gisteren namelijk te melden dat de laatste brieven van prins Willem aan haar man de bestemming Hamburg hadden, terwijl Waldeck al volgende week verwacht wordt. Het is dan wel duidelijk dat Godard Adriaan niet bij hem zal zijn.

    Brieffragment over de rustwagen

    ick had al gehoopt uhEd met den graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg Een
    keer herwaert2hierheen sout hebbe gedaen en weet niet wat ick
    dencken sal want gistere bij ockasie3gelegenheid dat ick den heer
    griffier fagel4Hendrik Fagel weegens uhEd rustwage ginck spreecke
    seijde hij mij niet te konne dencke dat deselfve hooger
    ginck5hoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen om dat sijn hoocheijt met de laeste post hem
    briefve aen uhEd had gesonde en belast die op
    hamburch te bestelle, en dat hij griffier niet
    anders wiste of den graef van waldeck wort
    noch deese weeck weer hier verwacht, daer om

    Overigens had Margaretha de griffier eigenlijk aangesproken vanwege de rustwagen. Ook daar mogen ze niet te hard op rekenen, omdat Daniël van Hogendorp, nog steeds doodziek te bed in zijn huis te Rotterdam ligt. Wat Margartha niet weet, is dat hij op het moment dat ze dit schrijft, de vorige dag al is overleden.

    Verbroken zegels

    Gravure van een stapel papieren met daaraan allerhande zegels. Ernaast ligt een zegelring. De zegels liggen waarschijnlijk in de zon, want ze beginnen te smelten. Op de achtergrond een klassieke tuinvaas.
    Gesmolten zegels en een zegelring, Vincent Laurensz. van der Vinne (II), 1714 Collectie Rijksmuseum

    Overigens verzekerde griffier Fagel haar ook dat de Staten-Generaal erg tevreden over haar man zijn, zowel over zijn onderhandelingen als over zijn adviezen, en dat ze Fagel hebben gezegd Godard Adriaan vooral op de hoogte te houden van alle correspondentie. Behalve met Theodore Brasser, vertegenwoordiger bij Brunswijk en Osnabrück, omdat Godard Adriaan daar zelf al mee schrijft. Fagel zei echter ook te merken dat de brieven regelmatig worden onderschept en opengemaakt. Godard Adriaans brief van de 14e aan de Staten was open geweest en wel heel bot en plomp weer dichtgeplakt. Een brief waarin Godard Adriaan verzoekt om naar huis te mogen heeft hij trouwens nooit gezien…

    Brieffragment over de correspondentie

    [gedaen worde,] seijde mij ock dat men heere de state
    volckoome kontentement6tevreden so van uhEd neegoosgasi7negotiatie: onderhandelingen
    als advijse neemen en hem hebbe gelast van tijt tot
    tijt alser Eits voorkomt uhEd kenise daervan
    te geefven, gelijcke hij seijt te doen behalfve van
    de briefve van brasser8Theodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück om dat die selfs met uhEd
    korespondeert, maer seijt te bemercke dat de
    briefve worde geintersipiEert9intercipiëren: onderscheppen of op gebroocke gelijck
    die vande 14 die uhEd aenden staet heeft gesonde
    was open geweest en wel plomp bot weer toege
    daen, hij seijt ock noijt geen briefve van uhEd
    gehadt of ock niet aenden staet gesien te hebe
    waer in uhEd sijn demissie10ontslag, verlof of om Een keer her
    waerts te doen versocht heeft, so dat die daer
    uhEd inde mijne van mensioneert11mentioneren:vermelden hetselfve aende
    griffier versocht te hebbe niet moet ter hande
    gekoome sijn, [weegens onse ackte van garant]

    Geen geld voor Margaretha…

    Zware houten tafel. de vier poten zijn met elkaar verbonden met latten, daarboven zitten sierlijke ronde vormen. Onder het tafelblad zit een grote kist, met daarop twee rechthoeken als versiering. De hoeken zijn geschubt. Voor op de 'onderlist' zit een zwart slot.
    Betaaltafel waarvan de hoekstijlen boven de poten zijn geschubt met geldstukken, anoniem, 1640 – 1660 Collectie Rijksmuseum

    Het is Margaretha nog niet gelukt het geld voor de derde ordinantie los te krijgen. Ze heeft hem bij de drost van Amerongen in Amsterdam achtergelaten om daarmee naar de ontvanger te gaan. De ontvanger beweert helaas dat het echt niet kan, en dat hij zelfs niet kan zeggen wanneer hij wel kan betalen. Ze vreest dat het hoe langer hoe erger zal worden.

    Brieffragment over het ontvangen van geld door Margaretha en haar drost.

    met de leste post heb ick uhEd geschreefve dat ick de
    tweede ses duijsent gulde heb ontfange, de ordinansi
    vande derde heb ick onder den drost van Ameron
    geleate op om de peninge tot Amsterdam bij den
    ontfanger in te vorderen, doch sien daer voor
    Eerst noch geen raet toe, vermits den ontfange
    seijt hem onmoogelijck te sijn alsnoch tijt te konne
    stelle tot de betaelline, ick sal nae de hoochtijt
    weese ses duijsent gul versoecke maer sien geen raet
    tot gelt of ick schoon ordinansi heb en vrees het hoe
    langer hoe erger sal worde, [dat de heer van ginckel]

    … en ook niet voor van Ginkel

    Voor van Ginkel is de geldkrapte nog erger. Margaretha weet niet hoe hij het zou rooien als hij met vrouw en kinderen niet bij haar terecht zou kunnen. Hij heeft nog steeds geen stuiver van zijn salaris gehad. Niet voor zijn functie als ritmeester en niet voor die als kolonel. Waar moet dat heen? Hij is zojuist teruggekomen uit Gorinchem, en wat hij vertelt over de omstandigheden waaronder mensen en paarden daar moeten leven doet Margaretha nog sterker wensen dat God alles ten goede zal keren.

    Tekening van een water dat links van ons een bocht naar links maakt. Recht voor ons staat een poortgebouwtje met daarachter een houten brug die aan de overkant een ophaalbrug heeft. Rechts in de verte staat een molen. De brug gaat naar een hoog eiland, waar midden op een groot plomp gebouw ligt met een soort dubbele ui dak. In de eerste ronde ui zitten allemaal dakkapelletjes en daarboven zit een kleinere ui als een kers op de taart. Op het eiland staan verder wat bomen en een klein huisje. De oever van het eiland is afgezet met houten hekken.
    Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks, 1637 – 1678 collectie Rijksmuseum
    Brieffragment betaling Van Ginkel

    [langer hoe erger sal worde,] dat de heer van ginckel
    met sijn vrou en kinder niet bij ons was weet voor
    waer niet hoe hijt maecken sou want krijcht alsnoch
    niet Een stuijver van sijn tracktement noch als rit
    =meester noch als kolonel, waer wil dit noch
    heen, so aenstonts komt den heer van ginckel van
    gorckom seijt het droefvich is te zien so de mense en
    en beeste teweete paerde daer wt sien, de heere wil
    ons alles ten beste schicke, [om weegens deese staet]

    Wat vrede konnen wij maken?

    Gaan de onderhandelingen in Keulen vrede brengen? Ze somt, net als in haar vorige brief, nog eens de namen van de personen op die zullen worden afgevaardigd. Margaretha heeft er niet veel vertrouwen in. Wat voor vrede zal dat worden, want wat valt er te onderhandelen met een koning die alles zo heeft als hij het hebben wil? Ze zeggen dat Spanje op het punt staat met Frankrijk te breken, maar dat hadden ze veel eerder moeten en of het gaat gebeuren is nog maar de vraag.

    Brieffragment vrede

    [hier in verwacht,] ick ben seer swaerhoofdich indeese vreede handel
    konende niet sien wat vreede wij sulle konne maecke met Een
    koninck diet alles naer sijn wens gaet, men spreeckt seer
    dat spange12Spanje staet opt point om met vranckrijck13Frankrijk te breecken
    haddense dat wat Eer gedaen en oft och geschiede maer men
    heeft het so lan geseijt, [farije die gouverneur van Maestricht is]

    Welland moet wieberen

    Plattegrind net een gebied in groen gekleurd. Midden in het gebied is een dorp getekend: een kerk met huizen eromheen en veel groen. Net buiten het dorp ligt een molen. Verder liggen er in het gebied verspreide woningen. In de kaart zijn wegen ingetekend en de suggestie van afscheidingen van weilanden. Rechtsonder liggen meerdere huizen dicht bij elkaar als een soort dorp. Links net naast het groene gebied staat een kerk getekend waarbij staat Serooskerke en een familie wapen dat wit is met drie rode hondekoppen (familie Van Tuyll van Serooskerken). Midden boven staat ook een familiewapen boven een rode band met drie witte ruiten, het stuk daaronder zwart met een witte cirkel met een kruis erin. De tekst is slecht leesbaar. Rechts boven ligt ook  een kerk en daar staat Renesse bij. Daarachter: schoon dorp met hooge boomen en boogaerde. Daarboven een rood familiewapen met een gouden leeuw en onleesbare tekst ernaast. Onder Renesse nog een gebouw: het huis van Moermont.
    Kaart van de heerlijkheid Noordwelle in Zeeland, eigendom van de heer van Welland, anoniem, 1649 – 1658 Collectie Rijksmuseum

    Neef van Welland is naar Zeeland vertrokken, dat werd tijd. Margaretha merkt zuur op dat iedereen die uit Utrecht afkomstig is en er toe doet ondertussen al een keer prins Willem III eer is komen bewijzen, behalve hij. Waarschijnlijk kan hij het zich niet veroorloven en komt hij niet uit met zijn inkomen. Hij heeft de hele winter op Margaretha’s zak geteerd en dat in deze kwade tijden met zware belastingen! Als hij terug is zal ze hem zeggen dat ze de kamer niet langer kan missen. Wat ook waar is, merkt ze op, want ze moet de meubels uit Amsterdam straks toch ook ergens kwijt?

    Brieffragment over Welland

    [het gouvernement had hoore te geefve,] den heer van wellant14Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha
    is Entelijck Eens naer seelant15Zeeland gegaen, al de werlt van wttrecht16al de wereld van Utrecht: iedereen uit Utrecht
    gekoome sijnde hebbe sijn hoocheijt gesien en gesalweert17gesalueerd: begroet behalfven
    hij, sien niet dat hij der nae tracht18er naar tracht:het probeert, wat soude hij sijn kost betaelle
    ick vreese hij met sijn inkoome niet toekomt daer hij alde winter
    de kost bij mij heeft gehadt, met deese quade ijaere indewelcke
    so swaere schatine moete gegeefve worde, ick sal als hij weerkomt
    hem segge dat wij die kamer niet langer konne misse gelijcke het
    waer is so ick onse meubele en alt goet van Amsterdam hier
    brenge salt daer op moete sette, nu ick verlange met de naeste
    post te hoore in wat Ent vande werlt19aan welk eind van de wereld: waar in de wereld

    uhEd is, hoope de heer almach
    =tich deselfve sal geleijde, blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

  • Geld

    DatumPlaats
    Geschreven26 januari 1673Den Haag
    Ontvangen12 februari 1673Lippstadt
    Lees hier de originele brief NB De brief is niet in de juiste volgorde gescand. Leesadvies: 23 rechts, 24 links, 26, 27 links, 24 rechts, 25 links.

    Vandaag schrijft Margaretha een lange, lange brief. Om het hier een beetje behapbaar te houden, hebben we de brief in drie stukken geknipt met de volgende onderwerpen:

    Godard Adriaan heeft als bijlage bij zijn brief een declaratie toegevoegd. Margaretha begrijpt het helemaal. Godard Adriaan maakt kosten voor De Republiek, maar de vergoeding voor zijn werk komt maar niet.

    Brieffragment over de declaratie en het verkrijgen van de toestemming

    beijde uhEd aengenaeme vande 9 en 13 deeser met
    de bijgevoechde konsept deklaraesi, is mij gistere
    behandicht, ick verstaen die heel wel, uhEd is Een
    merckelijcke som aent lant ten achtere kost men
    maer gelt krijgen, ick houde niet op daer om
    te spreecke nu het konsent1Consent: toestemming daertoe van men
    heere van hollant daer is, daer wij den heere
    valckenier van Amsterdam wel voor veroblij
    =geert2Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is sijn die mij met groote beleeftheijt seer be
    hulpsaem hier in geweest is, [nu is de Eerste]

    Inkomsten

    Het krijgen van geld wordt steeds ingewikkelder. Geld is schaars en de oorlog blijft geld kosten. Margaretha rapporteert elk stapje in het proces keurig aan haar man, alleen heeft ze nu een onverwachte tegenvaller. Ze weet ook niet zo goed wat ze ermee moet. Ze had in september uiteindelijk de ordinantie (het uitbetalingsverordening) van de Heeren van Holland gekregen met hulp van de Amsterdamse burgemeester Gilles Valckenier. Dat was in ieder geval stap één. Stap twee zou dan zijn dat de raadpensionaris die moest ondertekenen. Alleen heeft Gaspard Fagel, de raadpensionaris, de ordinantie “verlegd”. Hij is hem dus gewoon kwijt geraakt. De traag lopende raderen van de bureaucratie komen weer knarsend tot stilstand.

    Een schilderij van grote ruimte met daarin aan de rechterkant één balie en aan de achterkant twee balies. Boven de balies aan de achter kant zitten twee ramen in vieren gedeeld met kleine ruitjes. Aan de muren hangen planken met daarop boeken en heel veel papieren. Er hangen ook papieren aan de muur en boven, tegen het plafond, hagen witte zakken.  De balies staan op een verhoginkje. Bij elke balie staat een klerk en bij elke balie staan mensen te wachten en in het midden van de ruimte is een soort rij met mensen van allerlei pluimage: mannen, vrouwen, kinderen, rijk, arm. Er lopen ook een paar honden. Op de grond liggen ook allemaal papieren.
    Voorbeeld van een 17e eeuws kantoor met ‘verlegde’ papieren. Het kantoor van de advocaat, Pieter de Bloot, 1628. Collectie Rijksmuseum

    Wat nu? Margaretha heeft raad gevraagd: er moet een duplicaat komen. Dat is aangevraagd, maar nu vragen de Heren van Holland een borg (garantie), zodat de eerste assignatie niet omgezet wordt in een ordinantie. Margaretha twijfelt over die garantie, want de assignatie is kwijt gemaakt door Fagel, en nu moet zij garanderen dat hij er niets mee doet. Aan de andere kant: als ze het niet regelt, komt er helemaal geen geld. En de raadspensionaris erop aanspreken… Daarvoor is Margaretha iets te afhankelijk van hem.

    Brieffragment over de verlegde ordinantie

    hulpsaem hier in geweest is, nu is de Eerste
    ordinans die inde maent van septem lest leede
    bij de heere vanden raet verleent, en door van
    heeteren aende heer r p fagel ter hande gestelt
    bij hem fagel verleijt die daer nae gesocht heeft
    maer tot noch toe niet konne vinde, daerom
    genootsaeckt ben aende heere vande raet Een
    duplijkaet te versoecke het welcke gedaen heb
    en sij niet weijgeren maer wille voorde ver=
    miste ordinansi borch gestelt hebbe, daer
    ick mij wat in beswaert vinde vermits die
    niet bij mij maer van Een ander verleijt is
    niet weetende in wiens hande die sou mooge
    raecke, de heere van den raet segge noijt ande

    Tweede brieffragment over de verlegde ordinantie en de borg

    in diergelijcke saecke gedaen te hebbe, of noijt geen
    duplijkaet sonder borge te geefven, so dat ick geen
    wtkomst ter werlt en sien of sal moete
    voor die ses duijsent gul borchge worde so het
    welcke gereesolveert ben te doen so sij nu met
    mijn borch te vreede sijn, de raet pensinaris
    souder wel de naeste toe sijn dewijlle de ordi
    =nansi in sijne hande moet weese maer derft
    hem niete vergen3Vergen: voorleggen , hoope hij se noch vinde sal en
    ick dan vande borchtoch sal konne ontslage worde

    Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het ongekroonde wapen van de provincie Utrecht. Tekst rondom: MO NO ARG PRO CON FOE BELG TRAJ
Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1664
    Utrechtse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1664

    Uitgaven

    Ze loopt maar vast op de goede afloop vooruit en vraagt of Godard Adriaan vast aan wil geven waaraan ze het geld uit moet geven. In ieder geval moet ze de zadelmaker betalen.

    Ze heeft van de oude heer Van Heteren 1000 dukatons4Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers geleend. Ze doet echt haar best om een zuinige huishouding (ménage) te voeren, maar al die zieken! En alles is zo duur… Zo duur als ze nog nooit gezien heeft. Een eend: van zes stuivers naar twaalf of dertien stuivers, een paar konijnen van vijftien à zestien stuivers naar zesentwintig stuivers. Dat geldt voor alles! En hoenderen heeft ze sowieso al lang niet gezien.

    Brieffragment over de dukatons

    heb van den oude van heeteren hondert duij=
    katons geleent, ick lecht so nau in alles over
    alst Eenichsins moogelijck is noch hoop de
    huijshoudin hooch ben sterck van menaesge
    en alles is so dier5Duur dat ickt in mijn leefve noijt

    Brieffragment over de kosten van levensonderhoud

    beleeft heb Een hoen dat me voor dees voor 12 en 13
    stuijvers plach te koope moet men nu Een daelder
    voor geefve, Een Entvoogel6Eend voordees 6 stuij nu
    12 en 13 stuij, Een paer konijne voor 15 a 16 stuij
    nu 26 stuijvers en so alles naer venant7Navenant , hoende
    =re, heb ick in Een maent of ses weecke niet in
    huijs gehadt, ock heb ick Een seer kostelijcke8Kostelijk: duur
    winter met al de siecke die nacht en dach vier9Vuur
    en licht moeten hebbe behalfve alles dat sij
    voorts w van noode hebbe dit heeft nu vijf maende
    aen Een geduert, [soot schijnt komt het quaetste]

    Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het gekroonde wapen van de provincie Holland. Tekst rondom: MON NOV ARG CONI BELG PROV HOLLAND
Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Onder het generaliteitswapen het wapen van Amsterdam. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1672
    Amsterdamse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1672

    Godard Adriaan, de huisvrouw

    Margaretha heeft Coenraad Burgh, de Thesaurier Generaal van de Unie bij de Raad van State, gesproken. Kennelijk heeft Godard Adriaan hem afschriften van zijn huishouding (huishoudfinanciën) gestuurd. Zijn vrouw is onder de indruk, nu ziet ze dat hij een huishouding draaiende kan houden zonder vrouw. Toch wekt ze niet de indruk dat ze zichzelf overbodig voelt.

    Brieffragment over Godard Adriaans huishoudvaardigheden

    [toe, Mevrou de prinses is beeter,] den heer
    treesovier burch die ick heeden heb weesen
    sien preesenteert sijnen diens aen uhEd
    tis mij lief uhEd hem so wel van provijsie
    voorsiet en de huijshoudine so wel verstaet
    nu sien ick dat uhEd hem wel sonder vrou
    sal konne huijshoude, [de heer en vrou van]

    Lees verder bij Gruwelen

  • De bureaucratie van ordinanties en assignaties

    Wij Nederlanders kennen een lange traditie van uitgekiende bureaucratie. Doen we het nu met regeltjes en zelfdenkende computers, in Margaretha’s tijd ging het om ordinanties en assignaties. Dit waren briefjes waarmee je van het kastje naar de muur gestuurd werd. Als iemand ooit een onderzoek naar bureaucratie in de Republiek gaat doen, dan zijn de brieven van Margaretha verplichte kost: je voelt de wanhoop.

    De theorie

    Godard Adriaan was in dienst van wat we nu “de overheid” zouden noemen. Alleen was net natuurlijk niet zo dat zijn salaris op een bankrekening werd overgemaakt. Hij had al helemaal geen praktische en/of-rekening met zijn vrouw. Hoe regel je dan een gezamenlijk huishouden verspreid over Berlijn, Amerongen, Amsterdam en Den Haag?

    Margaretha moest bij de werkgever regelen dat er een ordinantie kwam: een verordening dat Godard Adriaan (en dus Margaretha) recht had op het geld. Met die verordening kon Margaretha dan naar de griffier van de werkgever, die een assignatie schreef, een betalingsverzoek. Daarmee kon ze dan naar de ontvanger die op basis van die assignatie mocht betalen. Een ontvanger was een ambtenaar die over het innen (ontvangen) van belastingen ging en ze dus ook uit geld uit kon geven. Als Margaretha dan het geld had, kon ze een wissel regelen waarmee Godard Adriaan dan in het buitenland geld kreeg. Het lijkt een waterdicht systeem.

    De bureaucratische praktijk: de werkgever

    Een man in een zwart pak voor een kast vol papieren: de bureaucratie van ordinanties en assignaties
    Fragment uit De pachtbetaling, Quiringh Gerritsz. van Brekelenkam (toegeschreven aan), 1660 – 1668. Collectie: Rijksmuseum

    De “overheid” in de 17e eeuw was niet zo georganiseerd als nu. De provincies waren relatief autonoom en veel taken waren niet strikt gescheiden tussen landelijk en provinciaal. Het kon best dat Godard Adriaan op missie naar het buitenland ging, maar dat zijn missie betaald werd door Utrecht. Of dat meerdere provincies een eigen afgezant stuurden en die afgezanten vormden dan samen de missie.

    In 1672 werd Godard Adriaan betaald door de Staten van Utrecht. Toen de Fransen in juni Utrecht bezetten, werd Utrecht Frans, en daarmee viel de opdrachtgever van Godard Adriaan weg. Omdat zijn missie nationaal belangrijk was, werden de kosten overgenomen door de Staten Generaal en de Staten van Holland. Alleen waren de Staten Generaal ook weer een samenraapsel van provinciale belangen, dus daar konden provincies dwars gaan liggen voor specifieke betalingen. Het maakte het leven voor Margaretha niet makkelijker.

    De bureaucratische praktijk: de ordinantie

    Om een ordinantie te krijgen moet Margaretha meestal bij de raadspensionaris (of de secretaris van de Staten van Holland of Utrecht, maar die zijn intern natuurlijk weer niet hetzelfde georganiseerd) zijn. Die is natuurlijk altijd heel welwillend, maar kan formeel natuurlijk niets zelf beslissen.

    Ik denk dat Raadspensionaris Gaspard Fagel zich regelmatig door Margaretha gestalkt voelde. Zo schrijft ze op 24 april 1673:

    daer ick deese merge al voor seefven Eure over wtgeweest
    ben maer heb hem niet konne vinde men sou niet
    geloofve hoe qualijck deselfve aen te treffe is,

    Zou hij lastig aan te treffen zijn of zou hij zich effectief voor Margaretha verbergen?

    Margaretha vraagt altijd een ordinantie voor een specifiek bedrag. Daar denkt ze goed over na. Hoeveel geld heeft ze nodig? Hoe lang duurt het voordat je je geld krijgt? Meer geld kost waarschijnlijk meer tijd. Of toch niet? Heel 1672 is ze bezig om een ordinantie van 6000 gulden los te peuteren. Het is een terugkerende zin in haar brieven: de ordinantie van 6000 gulden heeft ze nog niet gekregen, met daarbij wat ze allemaal ondernomen heeft om die ordinantie te krijgen. Aan het eind van het jaar verzucht ze dat ze net zo goed 10000 had kunnen vragen, want dat zou evenveel tijd gekost hebben.

    De bureaucratische praktijk: de assignatie

    Als de ordinantie eindelijk binnen is, kan Margaretha daarmee naar de griffier om een assignatie te regelen: een betalingsverzoek. Dat wil zeggen: als er niet ook nog een “kontre ordinansie” gevraagd wordt. Kontre komt van conter-: een conterbrief is een brief in directe relatie met andere brief of verstrekt als verplicht dubbel. Er raakt ook wel eens een ordinantie kwijt en dan is er een duplicaat nodig, dan begint het hele circus weer opnieuw.

    Met de ordinantie, de kontre ordinansie en/of het duplicaat kan Margaretha de assignatie regelen. Meestal valt dit mee. De griffier kijkt vooral hoe de uitgave valt ten opzichte van de andere uitgaven. Zo nu en dan krijgt Margaretha te horen dat andere uitgaven belangrijker zijn en dat ze een week (of twee) moet wachten.

    De bureaucratische praktijk: het geld

    Met de assignatie kan Margaretha dan eindelijk naar de ontvanger om geld te krijgen. In het Rampjaar wordt door de inflatie geld schaars, dus dat kan dan nog problemen opleveren.

    Als ze Margaretha het geld in handen heeft, schrijft ze haar man heel trouw wat ze ermee gaat of wil doen. Uiteraard wacht ze op zijn toestemming en voegt ze een memorie (overzicht) bij. Zo kan hij zien dat ze niks verspilt en verstandig omspringt met zijn financiën. Een deel van het geld gaat met een wissel naar het buitenland voor Godard Adriaan. Hij moet de kosten van zijn missie zelf dragen. Hierbij kan je denken aan reiskosten, personeel, postzegels, maar ook officiële ontvangsten en dinertjes.

    De praktische uitvoering van de wissels en het beheer van geld ligt voor een deel bij de secretaris van de familie. Er zijn nog al veel mensen die aan die benaming voldoen. Het kan de secretaris van het dorp zijn of een solliciteur. Een solliciteur kan eenvoudige juridische en administratieve handelingen verrichten.