Tag: Smyrnavloot

  • Wie verdedigt de Republiek?

    DatumPlaats
    Geschreven11 april 1672Amerongen
    Ontvangen22 april 1672
    Lees hier de originele brief

    Naast de dagelijkse zorgen over de boekhouding schrijft Margaretha ook uitgebreid over de verdediging van de Republiek. De Franse aanval lijkt steeds dichterbij te komen en voor Godard Adriaan is het belangrijk om te weten hoe het er voor staat. Er wordt weer gesproken over het versterken van de Grebbedijk, net als eerder in februari gebeurde.

    De IJssellinie

    Ook noemt Margaretha kort de IJssellinie waar haar zoon Godard van Ginkel en zijn regiment gestationeerd zijn. Ook ligt Kasteel Middachten, het kasteel van Van Ginkel en Philippota dicht bij de IJssel. Daar zullen dus ook troepen gestationeerd worden. De Republiek rekent op de IJssellinie om haar te beschermen in het geval van een Franse aanval. Naast Maastricht en een aantal forten aan de Rijn is de troepenconcentratie aan de IJssel dus het grootst. Althans, dat is het idee.

    Huis te Middachten door Constantijn Huygens (II) (1676), collectie Rijksmuseum

    In werkelijkheid blijkt de IJssel een te lang gerekt front en heeft het Staatse leger niet voldoende manschappen om de volledige linie afdoende te bemannen. Margaretha maakt zich dus zorgen om haar zoon: hij moet “ten velde” en wordt omgeven door onervaren mannen.

    [soecke te overlegge alst moogelijck is,] men
    spreeckt hier vande greb1Grebbedijk ende stat van
    wttrecht te fortifiseere dan dit wort om
    de nabuerige provinsie, seer geseekreteert2sekreteren: geheim houden, in dit geval de fortificaties.
    men vreest al voor den ijsel3de IJssel vormt de belangrijkste verdedigingslijn tegen de Fransen, de zogeheten IJssellinie en om datse daer
    so veel van spreecke vreese ick datse ons sulle
    soecke te abuseere en aen Een onverwachte
    kant overvalle, seecker tis niet vreemt dat
    ick over uhEd landuerige apsensie4absentie: afwezigheid bekomert
    ben en klaechge indeese bekomerlijcke5zorgelijke, angstige tijde
    in de welcke ick niet Een mens heb om
    raet of daet te geefve mijn soon moet
    te velt, men weet niet wat hem kan over
    koomen, tis waer uhEd is tot dienst vant
    lant wt maer men siet wel hoe dien
    dienst gereekompenseert6recompenseren: vergoeden wort daer men
    Een deel onge Expeerijmenteerde vremdeline7onervaren buitenlandse huurlingen
    preefereert voorde ingeseetene vant lant
    die al haer welvaere beneffens haer leefve
    moete wage en in alle swaere schattinge8schattingen: vorm van belastingen
    kontrubuweere9contribueren: bijdragen, dotde heer van ginckel die
    plaets niet en krijckt is seer weijnich aen
    geleechgen maer de kleijnicheijt diemen10die men ons
    daer door aendoet ist meest, van der leck11Maurits van Nassau LaLecq, heer van de Lek, Beverweerd en Odijk 
    en momba12commissaris-generaal Jean Barton de Montbas sijn beijde wel liede van

    Exspeerijensi den Eerste als hij maer naer
    sijn gernisoen moet gaen so is hij blint en
    kan niet sien, den andere sal ock den tijt
    leere wat hij doen sal, doch paesijensi
    tsou den heer van ginckel sijn geluck wel kon
    sijn, ick hoorende dat den heere schade13gedeputeerde te velde Jasper Schadé 

    Over de commandanten aan de IJssel is Margaretha ook niet te spreken. Montbas en Maurits van Nassau-LaLecq mogen dan wel ervaring hebben maar ze zijn beiden nog niet aangekomen aan de IJssel. Of ze werkelijk capabel zijn moet ook nog blijken. En dat zijn dan de mensen die boven haar trouwe en dappere zoon staan in het leger…

    Slaags met Engeland

    Margaretha’s blik ligt niet enkel op het oosten van het land. Ook houdt ze in de gaten wat er aan de westkust gebeurd. Eind maart valt de Engelse Admiraal Robert Holmes met zijn vloot een rijkbeladen Hollands handelskonvooi afkomstig uit Smyrna aan. Dit mondt uit in een zeeslag van meerdere dagen. Uiteindelijk moet de Engelse vloot zonder grote winsten afdruipen. Kort daarna, op 27 maart, verklaart Engeland de Republiek officieel de oorlog. Het gevolg hiervan: oorspronkelijk zou Cornelis de Witt, broer van raadspensionaris Johan de Witt, naar het leger gaan maar nu wordt er gekozen om hem naar de vloot te sturen. Cornelis de Witt was een gerespecteerd zeeman: hij was bijvoorbeeld aanwezig op Michiel de Ruyters Tocht naar Chatham in 1667.

    hij14Ambassadeur Daniël Oem van Wijngaerden, heer van Werkendam most die komissie15opdracht|hebbe om dat men de ruwaert van putten16Cornelis de Witt, de ruwaard van Putten mee
    int leeger begeerde, doen wist men vande Engelse
    oorlooch noch niet nu sal dije op de vloot gaen
    so voechgense malkandere Een slach, [den]

    Robert Holmes’ aanval op de Smyrnavloot, maart 1672. © National Maritime Museum, Greenwich, London.