Tag: Slag bij Kijkduin

  • Zware en secrete besognes

    DatumPlaats
    Geschreven1 september 1673Amerongen
    Ontvangen6 september 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha heeft veel te vertellen. Er is gedoe over secrete én zware besognes, en natuurlijk ook weer over geld. Gelukkig is wel goed goed nieuws vanaf het front. Het lijkt er op dat er iets groots op handen is. Gaat Utrecht ontzet worden? Het is nog onduidelijk wat er precies gaat gebeuren, maar het zal groots zijn. Aan het eind van de brief nog meer goed nieuws: op zee is de victorie behaald!

    Secrete besognes

    In haar vorige brief waarschuwde Margaretha Godard Adriaan dat één van de door Godard Adriaan geworven officiers een brief op hoge poten aan de Staten heeft geschreven. Volgens de officier zou hij nog geen geld ontvangen hebben van Godard Adriaan. De informatie was afkomstig van Caspar van Kinschot.

    In de brief van 1 september komt Margaretha hier op terug. Ze vindt het goed dat Godard Adriaan zelf een brief aan Van Kinschot heeft geschreven, maar een reactie heeft hij blijkbaar niet ontvangen. Wellicht dat hij hierover tegen Margaretha geklaagd heeft.

    Van Kinschot heeft in ieder geval zijn excuses aangeboden. Hij kon niet reageren omdat hij het enerzijds ontzettend druk heeft met allerlei zaken en anderzijds durfde hij niet. Omdat hij de Eed van de Secrete Besognes had afgelegd, mocht hij geen belangrijke zaken mededelen. Hij was bang dat Godard Adriaan hem dat niet in dank af zou nemen. Dus schreef hij maar niets.

    Brieffragment over betaling geworven officiers

    tis heel goet uhEd den heere kinschot1Caspar van Kinschot selfs gean
    twoort heeft, sij vreese ock aen dien kapteijn koc
    kop Een banckroet te hebbe, kinschot heeft
    voor deese al Exskuse gemaeckt dat hij aen
    uhE niet en schrijft Eensdeels om sijn meenichvuldi
    =ge affaere2Zaken en ten andere om dat hij inde Eet
    vande seekreete besoeijngees3Geheime zaken is vreesende uhEd
    niet wel sou neeme dat hij d niet van inpor
    tansie schreef en den Eet leijt so strickt dat
    hij niet derft[, hij komt teegenwoordich heel]

    De man draagt een hoed met een veer, daar steekt peenhaar onderuit. Hij heeft een grote, platte kraag met een geschulpte kanten rand. Hij draagt een wijde broek met een streep op de zijkant en breed uitlopende laarzen met strikken op de voet. In zijn hand een wandelstok. Op de achtergrond mensen voor een bouwvallige poort.
    Staande officier met wandelstok, van opzij gezien, Salomon Savery, naar Pieter Jansz. Quast, 1630 – 1665. Collectie Rijksmuseum
    Een man in militaire uitdossing (een luitenant-kolonel), ten voeten uit, een zwaard aan zijn gordel, een stokwapen (partizaan) in zijn rechterhand. Op de achtergrond een heuvelachtig landschap waarin een stad belegerd wordt.
    Luitenant-kolonel, Jacques de Gheyn (II), naar Hendrick Goltzius, 1700 – 1725. Collectie Rijksmuseum

    Zware besognes

    Tegelijkertijd wordt er bij Prins Willem III vergaderd over de militie. Dat zijn zware besognes, met andere woorden: moeilijke aangelegenheden. Velen die deelnemen of hebben genomen aan de vergadering zijn ziek geworden. Er zijn er zelfs al twee gestorven! Zo zwaar vallen de aangelegenheden dus… Margaretha vindt het trouwens wel gek dat er over betaling van de militie wordt vergaderd. Volgens haar is dat helemaal niet nodig en wordt er prima betaald. Vooral de milities die afkomstig zijn uit het buitenland worden goed betaald, schrijft Margaretha met een verbitterde ondertoon. Alleen de hoge ambten worden niet betaald.

    Brieffragment zware besognes

    [heere hop is noch te Amsterdam seer qualijck,] al
    de heere die in die komisie koome worde sieck
    daer sijnder al twee van gestorfve, men seijt
    die besoeijngees4Besognes: Zware aangelegenheden te swaer valle, ick weet niet
    waer de offisiers nu over de quade betaeli
    konne klage daer hebbense geen reedene
    toe insonderheijt de vreemde naesie se worde
    alle pront betaelt dan ick sien dat die
    mense haer selfve niet wel konne behelpe
    of redde, de hoochge schersgees5Ambten worde
    niet betaelt insonderheijt aende ingeseete
    =ne vant lant de andere krijge nu en dan
    noch al wat[, met de laeste post is uhEd]

    Geld

    De demissie voor Godard Adriaan is verstuurd. Ontvanger Uyttenboogaard heeft Margaretha hoop gegeven dat de demissie ook daadwerkelijk betaald gaat worden, en wel komende week. Zodra het geld binnen is, zal het naar de ‘jonge Temminck’ in Amsterdam gaan. De bankiers familie Temminck regelt de financiële zaken van de familie. De lijnen zijn kort en ze kennen elkaar goed. In de brieven komen naast Temminck ook de oude en de jonge Temminck voor. Hij zal er dan voor zorgen dat Godard Adriaan dat dan via een wissel op kan nemen.

    Brieffragment geld

    [noch al wat,] met de laeste post is uhEd
    demissie6Ontslag uit dienst vande generaEliteijt afgegaen
    die uhEd buijte twijfel vandaech of
    merge sult ontfange, den ontfanger
    wt den boogaert heeft mij hoop gegeefve
    van de ordinansi ter som van 2500f inde
    toekoomende weeck te betaelle, so haest
    het gelt ontfange is salt selfve onder
    den jonge teminck tot Amsterdam geleij
    worde, om bij uhEd te trecke[, sijn hoocheijt is]

    Een compagnie cavalerie loopt van ons weg in een vage verte. We zien paarden op de kont, op hun rug mannen met hoeden met veren en getrokken zwaarden. Midden tussen de mannen rijdt de trompeter.
    Optrekkende troepen, Jacques Courtois Le Bourguignon, 1631 – 1675. Collectie Rijksmuseum

    Troepenbewegingen

    Prins Willem III beweegt zich met zijn troepen ergens tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch. Verder zijn er geruchten dat een gedeelte van de ruiterij zich ergens rond het huis van Cornelis Tromp in ‘s-Graveland ophoudt. Er zou een brug over de rivier de Eem geslagen zijn. Wat wel zeker is, is dat er troepen in Amsterdam gearriveerd zijn. Men vermoedt dat Utrecht eerdaags een aanval te verduren krijgt. Er zou iets groots op handen zijn… De graaf van Waldeck zou met de troepen uit ‘s-Graveland komen, en Willem III zou zich via Gorinchem bij de troepen van de graaf van Waldeck voegen. Margaretha hoopt dat het geluk nu eens aan de kant van de Republiek staat.

    Eerste brieffragment troepen Willem III
    Tweede brieffragment troepen Willem III

    [worde, om bij uhEd te trecke,] sijn hoocheijt is

    met het leeger wt de langestraet7De Langstraat ligt ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch, tot Napoleon viel het onder Holland, nu onder Noord-Brabant voorleedene
    maendach smergens vroech op gebroocke en
    savonts tot oosterwijck8Er ligt een Oosterwijk ten westen van Leerdam in Utrecht en je hebt Oisterwijk ten oosten van Tilburg. Beiden zijn onlogisch op weg van De Langstraat naar Werkendam. Mogelijk bedoelt Margaretha Oosterhout gekoome alwaer tot
    Eergistere hebbe geleege en so men seijt is
    doen tot werckendam gekoome, de geruchte
    gaen hier als of Een ander gedeelte van
    onse ruijterij en ock Eenich voet volckere
    gistere in’t schravelant ontrent het huijs
    van de heere tromp soude sijn gekoome en
    datter Een bruch over de Eem soude geslage
    sijn, daer is doch hier is geen seeckerheijt
    van maer wel datter Eenichge ruijterij
    tot Amsterdam geamberkeert is,9Embarqueren: Aan boord gaan of brengen het vermoede is oft wel
    op wttrecht mochte gemunt sijn en dat
    den graef van waldijck vande Eene kant
    met dat volck dat men seijt int schraefve
    lant te sijn, en sijn hoocheijt aende ander
    sijde bij gorckom heen sou koome, datter
    Eits groots op hande is, is seecker [de heer al]

    De lachende keukenmeester staat met een grote kom rode wijn in de handen achter een tafel waarop allerlei soorten eten liggen uitgestald: gevogelte, kwartels, een eend, een kalkoen, vissen, makrelen, kaas, pasteien, broodjes, worsten, hammen, een duif, een rode zeebrasem en een varkenspoot. Vooraan ligt een spel kaarten en enkele geldstukken.
    Keukenstuk, Meester van de Amsterdamse Bodegón, 1610 – 1625. Collectie Rijksmuseum

    Een paterstuk voor Van Ginkel

    Van Ginkel is vereerd door Willem III. Hij was namelijk uitgenodigd om een stuk vlees te komen eten, een zogeheten paterstuk. Nu maar hopen dat de prins hem niet alleen op een dinertje trakteert, maar ook op een mooie functie. Het liefst die van commissaris-generaal.

    Brieffragment paterstuk

    tis vandaech achdaechge dat sijn hoocheijt hem
    de Eer heeft gedaen van hem door den heer van
    ouwerkercke10Hendrik van Nassau Ouwerkerk te laete segge dat hij
    smiddaechs Een paterstuck11Paterstuk: Vierkant stuk vlees van een koe bij hem wilde
    koomen Eette gelijcke hij met Een deel spaense
    offisiers gedaen heeft, en was sijn hoocheijt
    heel wel te vreede en insijn schick, de heer
    van ginckel heeft deese soomer weer het komisaer
    =rischap scheeneraelsch in plaets van mompel=
    =ijan die in vrieslant en hier inde haech is geweest
    , bedient wil hoope het Eens in konsideraesie
    sal genoome worde[, waeren wij nu maer deese]

    Veldslag met grote zeilschepen. Tussen de schepen de rook van de kanonnen. Boven in de masten fier de dubbelen prinsenvlag en de blauwe Engelse vlag. Rechts voor staat een schip in brand, midden voor een sloep en tussen het brandende schip en de sloep mensen die zich vasthouden aan wrakhout of verzuipen.
    ‘De Gouden Leeuw’ in gevecht met ‘The Royal Prince’ tijdens de Slag bij Kijkduin van 21 augustus 1673, Abraham Storck, eind 17e eeuw. Collectie Royal Museums Greenwich. The Royal Prince draagt de blauwe vlag van admiraal Spragg. De Gouden Leeuw is het schip van Luitenant-admiraal Tromp.

    Soldaten en zeelieden

    Goed nieuws van het front neemt Margaretha nog snel op in het ps. De Münsterse troepen zijn uit Friesland verdreven en op zee is de strijd in het voordeel van de Republiek beslist. Admiraal Edward Spragg is gesneuveld. De dood van vice-admiraals Isaac Sweers en Johan de Liefde noemt Margaretha niet. Wel schrijft ze dat veel zeelieden hun benen of armen kwijt zijn. Of allebei. Ach, die ellendige en miserabele mensen…

    Brieffragment soldaten en zeelieden

    die munsterse die in vrieslant
    ingebroocke waere sijn so ge
    seijt wort daer met schande
    een verlies van volck weer wt
    gedreefve, den Admirael
    sprach12De Engelse admiraal Edward Spragg vande blauwe vlach 13Engelse schepen (m.u.v. het koningshuis en enkele officieren) voeren niet de Union Jack, maar een blauwe vlag
    vande Engelse is seeckerlijck
    doot gebleefve, het jacht
    vande koninck van Engela
    =nt dat met Eenige sereeschijn
    om de gequetste int konins
    vloot te verbinde was af
    gesonde is in onse vloot ge=
    =valle, en bij de onse op ge=
    brocht, tis seecker dat de
    vicktoorij die wij nu weer ter
    see hebbe gehadt seer groot
    is, maer wij hebbe ock seer
    veel Elendige en misera
    =bele mense deen sonder
    beene en dander sonde arme
    en ock die beene en arme
    beijde quijt sijn thuijs ge=
    kreechge tis Een miseerij te
    hoore, de heer vergeeft het haer
    die hier oorsaeck van sijn

    Oude lap stof, donker vaal blauw met in de rechter hoek een stuk versteld. Linksboven een wit vierkant met daarin een rood kruis.
    Fragment van een Engelse scheepsvlag, ‘Blue Ensign’, anoniem, ca. 1630 – ca. 1707. Collectie Rijksmuseum. Deze vlag is veroverd door de Hollanders op ‘the blue squadron’ onder commando van Edward Spragge tijdens de Slag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Het witte vlak met het rode kruis is het St. Georges kruis.
  • De Slag bij Kijkduin

    Op 21 augustus 1673 vond op een hooggelegen plaats bij Den Helder de Slag bij Kijkduin plaats. Over de twee eerdere zeeslagen bij Schooneveld (7 en 14 juni 1673) heeft Margaretha uitgebreid geschreven. Maar de Slag bij Kijkduin krijgt pas in haar brief van 1 september aandacht. In de vorige blog werd duidelijk dat er geen brieven van Margaretha bewaard zijn gebleven van 24 juli t/m 28 augustus 1673. Het is zeer onwaarschijnlijk dat ze in deze periode geen brieven geschreven heeft, dus we kunnen ervan uitgaan dat de brieven om de een of andere reden verloren zijn gegaan. Het is echter nog maar de vraag of in één van de ontbrekende brieven iets heeft gestaan over de Slag bij Kijkduin van 21 augustus 1673. In de brief van 28 augustus schrijft Margaretha namelijk dat er geen nieuws is van de vloot.

    In het duister vechten verschillende schepen op zee. Er wordt over en weer geschoten, een schip zinkt en een schip staat in brand. op de voorgrond drijft een mast en varen twee sloepen.
    Gevecht tijdens de zeeslag bij Kijkduin, Willem van de Velde (II), ca. 1675. Gevecht tussen Cornelis Tromp op de ‘Gouden Leeuw’ en Sir Edward Spragg op de ‘Royal Prince’ tijdens de zeeslag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Collectie Rijksmuseum

    Strijdende partijen

    De Slag bij Kijkduin duurde een hele dag: van acht uur ‘s ochtends tot zeven uur ‘s avonds. De gecombineerde Engels-Franse vloot bestond uit drie eskaders. De Engelse admiraals Prins Rupert en Edward Spragg waren verantwoordelijk voor de voor- en achterhoede, terwijl de Franse admiraal graaf Jean d’Estrées de middentocht voor zijn rekening nam. De voorhoede van de Staatse vloot werd geleid door luitenant-admiraal Cornelis Tromp. Luitenant-admiraal-generaal Michiel de Ruyter leidde de middentocht, en luitenant-admiraal Adriaen Banckert was verantwoordelijk voor de achterhoede.

    Gravure van diverse cartouches. Inhoud staat al in het bijschrift.
    Drie zeeslagen uit de Derde Engelse Oorlog (detail), 1673, Romeyn de Hooghe (toegeschreven aan), 1673. Bovenaan medaillons met portretten van Willem III, Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp. Linksboven portretten van de twee Engelse bevelhebbers en hun belangrijkste schepen, rechts de Fransen met hun schepen. Collectie Rijksmuseum

    Een strategische overwinning

    Ondanks het numerieke overwicht van de gecombineerde Engels-Franse vloot, was de Frans-Engelse vloot aan het eind van de dag genoodzaakt de aftocht te blazen. Het eskader van d’Estrées was door De Ruyter van de Engelse eskaders afgesneden en had zich al eerder teruggetrokken. Dat werd de Franse admiraal door de Engelsen niet in dank afgenomen.

    Spotprent op de nederlaag van de Engelsen in de slag bij Kijkduin, 1673, anoniem, 1673. De Engelse koorddanser (Konterman) krijgt een schop van de Hollandse Matroos. Links verscheurt de Hollandse leeuw Engelse doggen. Collectie Rijksmuseum

    Belangrijke schepen waren niet verloren gegaan. Wel hadden beide partijen vooraanstaande zeelieden verloren. Admiraal Spragg sneuvelde toen hij tijdens het overgaan op een ander schip werd getroffen door een kanonskogel. Aan Staatse zijde lieten vice-admiraals Isaac Sweers en Johan de Liefde het leven. Toch was de uitkomst van de zeeslag in het voordeel van de Republiek. Een vijandelijke landing op de kust leek definitief afgewend te zijn. De samenwerking tussen de Fransen en Engelsen was belabberd geweest.

    Van Kijkduin naar Nijmegen

    Het grote voordeel van de strategische overwinning was dat de keizer van Oostenrijk al snel na de Slag bij Kijkduin openlijk partij koos voor de Republiek. Dit leidde op 30 augustus 1673 tot de oprichting van de Quadruple Alliantie, een anti-Frans bondgenootschap tussen de Republiek, de keizer van Oostenrijk, Spanje en de hertog van Lotharingen. Daarnaast wenste het Engelse parlement niet langer geld over de balk te smijten. De Engelse koning Karel II was genoodzaakt het zinkende (oorlogs)schip te verlaten. Op 19 februari 1674 werd het vredesverdrag tussen De Republiek en Engeland getekend: de Vrede van Westminster. De Fransen gaven de strijd voorlopig nog niet op, maar de oorlog verplaatste zich naar andere strijdtonelen. De Fransen begroeven de strijdbijl pas op 10 augustus 1678, toen in Nijmegen het vredesverdrag getekend werd.

    Ingekleurde prent. Mannen met grote hoeden en indrukwekkende krullen staan om een tafel. Tekst eronder: "de Marquis del Fresno als gevolmagtigde van desen staat sluijt met de Engelse Heer Commissarissen den 19 Febr 1674 den Vrede tuschen Engelandt en de Verenigde Provincien"
    Vrede van Westminster (detail uit
    Vreede handel tusschen Engelandt en ons), 1674, Romeyn de Hooghe. Collectie Atlas van Stolk, Rotterdam.