Tag: Rode loop

  • De terugkeer van Van Ginkel

    DatumPlaats
    Geschreven12 januari 1673Den Haag
    Ontvangen24 januari 1673
    Lees hier de originele brief

    De laatste brief die Margaretha van Godard Adriaan heeft ontvangen, heeft ze op 9 januari beantwoord. In de tussentijd heeft ze geen nieuwe brieven van haar man binnengekregen. Ze blijft trouw schrijven, maar maakt zich wel zorgen.

    Komt Van Ginkel thuis?

    Van zoonlief heeft Margaretha wel brieven ontvangen. De heer Van Ginkel schrijft dat zijn gezondheid sterk verbeterd is. Hij is met een koets vertrokken en wacht op het jacht dat hem op komt halen in Brussel. Margaretha verwacht dat hij onderweg is, maar het heeft de afgelopen week ontzettend hard gestormd…

    [staen t kost niet voort,] de heer van ginckel schrijft
    sijn gesontheijt so toe genoome te hebbe dat hij met
    Een koets wtgereede heeft dat hem wel bekoome
    is en wachte maer opt jacht dat van rotterdam
    gist gistere acht dage al naer bruijsel al af
    gevaeren is om hem te haelle so dat niet twij=
    =fele of hij is op wech, maert heeft deese weeck
    heel seer gestormt tot deesen dach toe en nu heeft
    hij vlack inde wint dat mij bekomert[, alsmeede niet]

    Een schip in volle zee bij vliegende storm, bekend als ‘De windstoot’, Willem van de Velde (II), ca. 1680. Collectie Rijksmuseum

    Amalia en Albertine Agnes

    Amalia van Solms, weduwe van Frederik Hendrik van Oranje, is ontzettend ziek. De doktoren hebben weinig hoop, schrijft Margaretha. De prinses van Oranje is verkouden, hoest en heeft aanhoudende koorts. Margaretha heeft ook nieuws over een andere prinses: Albertine Agnes van Nassau, de vrouw van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz. De prinses ‘wort verwacht’, aldus Margaretha.

    [in gesontheijt,] haer hoocheijt Mevrou de prinses
    van oransge1Amalia van Solms is, Etlijcke dagen herwaerts heel doot
    lijck kranck geweest ijae so dat de docktoore weij
    nich hoop vande leefve hebbe, veroorsaeckt wt Een

    groote verkoutheijt met hoest en kontiniweelle
    koorts en alledaech swaere verheffine van
    koorts die met koude aenkomt, de prinses van
    vrieslant2Albertine Agnes van Nassau, dochter van Amalia van Solma wort verwacht[, voort verlanckt me]

    Ziekte, dood en verderf in het leger

    Uiteraard besteedt Margaretha ook weer aandacht aan het oorlogsnieuws. Zoals altijd is de hamvraag: waar blijven de Duitse troepen? De gardes van de prins van Oranje begeven zich in ieder geval in Den Haag, het regiment van Van Ginkel te Gorinchem, dat van Jacob van Wassenaer Obdam te Amsterdam, van Frederik Hendrik van den Boetzelaer te Leiden en van Joan Teding van Berkhout te Rotterdam. Gelukkig bevindt zoonlief zich op het moment niet bij zijn regiment, want in Gorinchem zijn veel militairen aan de rode loop. In Holland staat alles onder water, waardoor wegen onbruikbaar zijn geraakt. Daarbij komt dat er bij Amsterdam door de zware wind een dijk is doorgebroken, waardoor veel ruiters te paard van de compagnie van Gerard Bernhard von Pöllnitz zijn verdronken. En er zijn nog meer doden te betreuren: de heer van Herne, Adriaan Reinhard van Reede, is aan de legerziekte gestorven. Margaretha vreest dat er nog veel meer militairen ziek gaan worden.

    [vrieslant wort verwacht], voort verlanckt me
    hier seer te hoore waer de duijtse troepees sijn
    de gardees van sijn hoocheijt legge hier inde haech
    het reegement vande heer van ginckel te gorckom
    dat van obdam3Jacob van Wassenaer Obdam te Amsterdam van lange
    =raeck4Frederik Hendrik van den Boetzelaer is noch te leijden ingenoomen, van
    slijdrecht5Joan Teding van Berkhout te rotterdam, daer over al groote
    quantiteijt van hooij en haver voor op gedaen
    is, men seijt te gorckom seer veel siecke aende
    roode loop is, het staet hier in hollant over al
    so int water datter geen weege sijn te gebruijck
    daer bij komt datter ontrent Amstendam
    door de swaere wint Een dijck is door gebroo
    =cke, waer door veel ruijters met haer paerde
    vande kompangi vanden heere penits sijn
    verdroncke sijn luijtenant dieder acht
    paerde heeft verloore seijtme dat het
    ontswomen is, de raetsheer rijxse swager
    vande burgemeester hamel koomende wt
    noortholland, is te Amsterdam naer twee
    dage sieck geweest te sijn gestorfve, de heer

    van herne6Adriaan Reinhard van Reede is ock in sijn garnesoen aen die leeger
    sieckte gestorfve, daer der veel aen legge, tis
    te vreese als de liede nu wat op haer rust
    koome datter noch veel sulle sieck worde

    Een ruiter met een grote hoed, Adam Frans van der Meulen. Collectie Rijksmuseum

    De goedertierenheid Gods…

    Gelukkig is Van Ginkel weer aan de beterende hand. ‘Wij konne godt niet genoech dancke dat onse soon so genadich daer tot noch toe is af gekoome’, schrijft Margaretha aan haar man. Er is ook goed nieuws over de ordinantie van Godard Adriaan: bij de Gecommitteerde Raden is last gegeven om 12.000 gulden aan Godard Adriaan over te maken. Margaretha zal het wel even gaan regelen: ‘als ick die heb sal sien daer gelt van te krijge’.

    wij konne godt niet genoech dancke dat onse
    soon so genadich daer tot noch toe is af ge
    koome so ick nu hoor van die bij hem in sijn
    swaerste sieckte is geweest was hij teene
    =mael buijten hoop van leefve, och hoe groot
    is de goedertienentheijt godts tot ons wae
    =ren wij maer danckbaer genoech, nu heb
    ick naer lan loope so vergekreechge dat
    ter bij de heere gekomiteerde rade last
    is gegeefve om ordinansi ter som van
    twaelf duijsent gul voor uhEd op te
    maecke als ick die heb sal sien daer
    gelt van te krijge[, en uhEd begeert volge]

    PS: Van Ginkel is thuis!

    Uit deze brief blijkt goed dat Margaretha meerdere dagen over een brief deed. Waar ze zich aan het begin van haar brief nog afvraagt wanneer haar zoon thuiskomt, schrijft ze in een post scriptum dat hij is thuisgekomen. Hij zegt zich goed te voelen, maar ziet er vervallen uit en is zwak: ‘De heere hoope ick sal hem sijn krachte en sterckte voort geefven’.

    opt sluijte van deese komt de heer van ginckel hier aen,
    die seijt hem wel te voelle maer sietter so vervalle wt
    dat men schrickt hem te sien is ock noch seer swack
    de heere hoope ick sal hem sijn krachte en sterckte
    voort geefven, sijn kamerlin is noch heel sieck mee
    hier