Tag: Kneuterdijk

  • In Den Haag

    DatumPlaats
    Geschreven24 oktober 1672Den Haag
    Ontvangen3 november 1672Bergen
    Lees hier de originele brief

    Margaretha is met de vier kleinkinderen in Den Haag aangekomen. En wat fijn! Den Haag is hun eigen huis, daar is ze thuis. Bovendien lagen daar twee brieven van haar man. Wat is ze blij te lezen dat het hem goed gaat.

    Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
    Het huis aan de Kneuterdijk, Anoniem, eind 17e eeuw. Collectie Huisarchief Amerongen

    De troepen kom in beweging

    Haar zoon Godard is gisteren een halve dag langs geweest, hoewel hij daarna weer snel naar zijn kwartier terug moest. Hij kon haar niet veel vertellen over de gang van het leger van zijne hoogheid. Mogelijk marcheren ze naar Maastricht, zodat de Maas omsloten kan worden, maar ze weet er het bescheijt niet van (ze weet het niet zeker). Moge de Heer maar met ze zijn en het succes beter dan bij Woerden en Naarden.

    Brieffragment over Godard van Reede Van Ginkel

    [lotteringe soude gaen,] de heer van ginckel is gistere
    hier geweest doch maer Een halfve dach, is weer nae
    sijn quartier, heeft patent1Patent: Open brief (openbaar, niet verzegeld) geschreven door een autoriteit, in dit geval om naar een specifieke plaats te gaan om van daech met
    loefvingi2Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont en meest aldere kompangie ruijterij te
    marscheere waer heen weet men niet somige segge
    naer maestricht of die kant om de maes te sluijte
    doch hat rechte bescheijt3Bescheid weten: de zekerheid, de waarheid omtrent iets weten weet men niet, int leeger
    van sijn hoocheijt wort ock groote preeperaesie ge
    maeckt tot het Een deseijn4Dessein: plan oft ander, [de heer]

    Utrecht blijft voorlopig Frans

    Margaretha maakt zich ontzettend druk over hoe het ze de komende winter zal vergaan. Iedereen is seer swaerhoofdich en aprehendeere (vrezen) zeer dat Utrecht nog lang onder Franse bezetting zal blijven. Er zijn zo’n 15.000 tot 16.000 Fransen in het land en binnen Kuijlenburg (Culemborg) zeker nog 4.000.

    Eerste Brieffragment over de bezettingsmacht

    de, och ick ben weer so bekomert hoet ons deese
    winter noch gaen sal Een ijder is seer swaerhoof
    =dich en Aprehendeere5Apprehenderen: duchten, vrezen seer dat wttrecht so lange
    frans blijft, hier int lant houtmen voor seecker

    Tweede Brieffragment over de bezettingsmacht

    dat noch wel 15 a 16000 franse sijn binne kuijlenburch6Culemborg
    is noch over de 4000 man, en sij vechten seer alster
    opt aen komt, [noch heb ick de ordinansi van ses]

    Huis Zuylestein, Abraham Rademaker, 1685 – 1735. Collectie Rijksmuseum. Dit huis lag op een steenworp afstand van Kasteel Amerongen. Het landgoed bestaat nog steeds, het huis is aan het eind van de tweede wereldoorlog gebombardeerd.

    Zuylestein

    Nadat Margaretha haar man op de hoogte gehouden heeft van haar vorderingen om de vergoeding voor zijn werk te krijgen, sluit ze haar korte brief af. Ze bedenkt zich kennelijk en schrijft er nog een pagina bij. De troepen van die arme Zuylestein moeten verdeeld worden. Weer zit er geen echte promotie voor haar zoon in. Hij wordt in naam eerste brigadier, maar hij heeft natuurlijk meer verdiend. Gelukkig heeft Zijne Hoogheid iedereen die het horen wilde verteld over Van Ginkel’s heldendaden bij Vreeswijk. Aan het eind van de brief merk je toch dat Margaretha best ontdaan is over de dood van de buurman in Amerongen: de mensen spreken kwaad van hem en zeggen dat hij dronken was. Kennelijk is ze blij dat hij de laster zelf niet mee krijgt, want ze eindigt met: ‘hij is gelukkig dat hij dood is’.

    Brieffragment over Zuylestein en de complimenten van Zijne Hoogheid voor Godard van Reede van Ginkel

    sijn hoocheijt heeft het gouvernement van Breeda aen den jonge rhijngraef7Karel Florentijn van Salm
    so men seijt gegeefve ent reesgement van de heer van suijlisteijn8Frederik van Nassau Zuylestein
    aende graef van waldijck9Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg , de graef van hoorn10Willem Adriaan van Horne seijtme dat noch
    Een kompagni heeft gekreegen, voor die liede reegent het nu
    gout de heer van ginckel is mij vandaech geseijt dat sijn hoocheij
    de Eerste breegadier heeft gemaeckt als men hem geen mercke
    ongelijck wilde doen kost hij niet niet minder hebbe,
    hier koomende seijt men mij dat sijn hoocheijt aende gekomiteerde
    raede van hollant heeft gescheefven hoe wel hem den heer van
    ginckel heeft gedrage niet alleen inde acksi aende vaert maer
    ock hoe dat hij in de tijt van 14 dage sijn wercke hem aen be=
    voolle heeft heel loflijck opgemaeckt daer andere wel Een
    maent en langer over hebbe gewerckt, dit wort bij men heere
    van hollant so mij geseijt wort heel wel en tot groot lof van
    hem op genoome
    tis ongelooflijck so qualijck men hier vande heer van suijlisteijn
    spreeckt veel segge dat hij heel droncke was doen den aenval op
    sijn quartier geschiede hij is geluckich dat hij doot is

  • Een koortsachtige verhuizing

    DatumPlaats
    Geschreven21 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen31 oktober 1672Bergen
    Lees hier de originele brief

    Oh, oh, de troepen, de troepen. Waar blijven ze? De mensen verlangen er zo naar. Zonder de troepen van de keurvorst komt er geen verlossing, zo wordt gekermd. Margaretha noemt desalniettemin het leger van Willem III een ‘schoon leeger’, dat met het laatste treffen alsnog koraesgeuslijck heeft gevochten, ofwel fier heeft gevochten.

    Problemen in Woerden

    Maar het loopt zeker niet gesmeerd, ook nu heeft Margaretha weer meer informatie dan in haar vorige brief. In Woerden bleek men amper een goede kogel in bezit te hebben. Of ze waren te klein, of te groot, wat het raak schieten van de vijand nogal bemoeilijkt. Margaretha vindt dat zijne hoogheid niet fatsoenlijk wordt gediend. Angstig en onzeker blijft ze ook door de geruchten: afgelopen nacht zou er met kanonnen zijn geschoten en mogelijk zouden de Fransen bij Muiden staan. Maar zeker weten doet ze het niet.

    [somige wille segge naer lotterine,] uhEd
    Sou niet geloofve hoe wonderlijck de liede hier
    spreecke, en so verdrietich veelle worde doort lan
    ter deese en achterblijfve van die troeppees
    want men hier sonder de selfve geen verlossi
    en siet, hoewel men hier nu Een schoon leeger
    bij Een heeft en ons volck so voor inde laeste
    reijnkontere1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. voor woerde als aende vaert ge=
    toont hebbe wel en koraesgeuslijck2Courageuselijk: vol goede moed te vechte
    so schijnt dat de deesorderees noch aldaer sijn
    want hoewel den goede heer van Suijlisteijn3Frederik van Nassau Zuylestein
    het met sijn leefve betaelt heeft spreeckt men

    noch seer dat sijn nonsilansie4Nonchalance alleen oorsaeck van
    dat ongeval van voor woerde is geweest, daer hij
    door sijn hoochheit genoech van gewaerschout was
    ock doent geschut voor woerde quam seijt men
    datter niet een kogel was daer men terdee
    ge mee kost schieten of se waeren te groot
    of te kleijn en meer diergelijcke abuijsen5Abuis: vergissing, dwaling
    in soma sijn hoocheijt wort niet wel gedient
    en wij al te saemen blijfven in den druck,
    men heeft deese voorleedene nacht hier seer
    met grof kanon hooren schieten, somige
    wille segge dat de vijant voor muijen soude sijn
    maer kan de waerheijt niet weeten, [so dat al]

    ‘Een schip vol goet’

    Ondertussen bereidt Margaretha zich voor op de verhuizing naar Den Haag. Een maand geleden heeft ze al een schip gehuurd en dat is gisteren vanuit Amsterdam vertrokken naar het huis op de Kneuterdijk. Ze hoopt vandaag zelf met de kinderen te vertrekken. Maar ook hierin vindt ze tegenslag, want haar hoofd van de huishouding mevrouw Visbach en haar kamenier Angenis hebben beiden een brandende koorts te pakken. Omdat ziekte in de 17e eeuw onvoorspelbaar en gevaarlijk was, heeft ze veiligheidshalve de kinderen al buitenshuis onder gebracht.

    Gezicht op Leidschendam met een trekschuit, H. Tavenier, 1784. Collectie Haags gemeentearchief
    In Holland lag een netwerk van trekvaarten. Of Margaretha een trekschuit inhuurde weten we niet, maar waarschijnlijk kwam het schip wel langs Leidschendam.

    [=ren sal,] gisteren heb ick Een schip vol goet
    naer den haech gesonde, meen met godts hulp
    vandaech met de kindere te volgen om die
    daer te brenge also mijn dochters bisbach
    en haer kamenier Angnis, heel dootlijck sieck
    sijn geworde aen seer heefvige en brandende
    koortse se slaen met roode vlacke wt, daerom
    ick de kindere gistere al ten eerste wt den
    huijs heb gedaen ender voort mee naer den
    haech gaen [hoope de heer almachtich ons]

    Waar blijft het goedvinden?

    Dit brengt haar ook op het volgende onderwerp: moet het huis in Amsterdam worden aangehouden tot in ieder geval de komende winter? Op het moment huurt ze De Gulden Troffel, maar door alle onzekerheden over het huis in Amerongen en de onrust in Den Haag weet ze niet of het verstandig is haar veilige haven in Amsterdam op te zeggen. Al meerdere keren heeft ze Godard om zijn goedvinden voor dit plan gevraagd, maar tevergeefs, ofwel háár brieven met deze vraag, of zíjn brieven met zijn antwoord, komen niet aan.

    Pools officierszadel uit de 17e eeuw in het Pools Leger Museum in Warsaw. (bron: Wikipedia)

    En die onzekerheid geldt voor meerdere onderwerpen: de manden met zadels en ander paardentuig blijven ook in deze brief niet ongenoemd. Het is nu precies een maand geleden dat ze vanuit Hamburg verzonden zijn…

    hier wil houd en laeten de drost in met de rest van ons
    goet daer noch in blijfve want Elck seijt so wij wttrecht
    niet weer en krijgen, dat wij inde haech gans niet seecker sijn, dit heb ick uhEd verscheijde maelle geschreefve en versocht deselfs goetvinde te mooge weeten doch tot
    noch toe geen antwoort bekoomen, ick hoop uhEd nu alvan
    franckvoort sal gekoome sijn en de mande met saels ent
    ander paerde goet ontfange hebbe het welcke vandaech
    Een maent is dat het van hier op hamburch heb gesonde
    de heer almachtich wil uhEd in sijn heilige beschermin
    en bewaerine neemen, blijfve
    uhEd getrouwe wijff

    M Turnor

    Geen ‘Mijn heer een liefste hartge’ in de afsluiting deze keer. Loopt de spanning bij Margaretha weer op?