Tag: Kaas

  • A Dieu

    DatumPlaats
    Geschreven26 juni 1673Den Haag
    Ontvangen30 juni 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief (NB beste volgorde van lezen van de scans is 138, 142, 143, 140)

    Goed nieuws! De ‘s Gravezandse kaasjes zijn aangekomen! Er lagen er nog een paar bij Temminck, die ze door zou sturen. Hij heeft nu gevraagd of hij die zelf mocht houden. Margaretha heeft ze hem vereerd en geschreven dat hij ze vrij mag houden en gebruiken.

    Verloop van de oorlog

    Het laatste nieuws van onze vloot is dat die met nog tien extra schepen voor de Thames ligt. Zeker is dat er geen enkel schip van onze vloot vergaan is, terwijl de Engelsen en de Fransen wel 18 à 19 schepen kwijt zijn.

    Brieffragment vloot

    seedert mijne laeste is hier niet anders wt ons
    vloot als dat die met noch tien scheepe ver=
    sterckt sijnde en wel van volck met alle
    andere behoefticheede versien voor de reevier
    van londe legge, tis seecker datter van
    d onse niet Een schip in beijde de bataelie
    is gebleefve en vande vijant wel 18 a 19
    kapitaelle scheepe, [den overste raebenhooft]

    Een tekening met een wirwar aan schepen met gehesen en gestreken zeilen. Sommige met vlag, sommige zonder. Grote schepen, kleine schepen en sloepen. Het ligt allemaal door elkaar.
    De Engelse vloot op de Theems na de tweede Slag bij Schooneveld, 15 juni 1673, Willem van de Velde (I), 1673. Collectie Scheepvaartmuseum Amsterdam

    Münsterse troepen hebben geprobeerd Nieuweschans, dat al maanden belegerd wordt door Rabenhaupt, te ontzetten. Ze zijn door Rabenhaupt totaal verslagen en hij heeft alle wagens en bagage veroverd.

    Eerste brieffragment Nieuweschans
    Tweede brieffragment Nieuweschans

    [kapitaelle scheepe,] den overste raebenhooft
    heeft bij greuninge de nieuwer schans beleegert
    daer men seijt maer vier hondert man is in
    is, vandaech komt tijdinge dat het reesgement
    van meijn son onder de munsterse soude ge
    tracht hebbe de nieuwerschans te ontsette, doch

    dat sij van rabenhooft totaEliter soude geslagen
    sijn en al haer wagens en bogaesge van donse
    verovert, [van keule schrijfvense seeckere tijdine]

    Maastricht wordt nog steeds door Lodewijk XIV belegerd. Men zegt dat daar de Nederlandse en Spaanse een uitval vanuit de stad gedaan gedaan hebben en zij hebben 600 Fransen omgebracht. De Heer wil geven dat het waar mag wezen.

    Brieffragment Maastricht

    [verovert,] van keule schrijfvense seeckere tijdine
    te hebbe dat donse binne Maestricht door Een be=
    deckte poort so sijt noemen Een wtval soude ge
    =daen hebbe door de welcke sij wel bij de 600 vande
    konins gardees die daer haer quartier hade
    soude doot geslage hebbe ija so datter maer
    drij a 4 van ontkoome soude sijn de heere wil
    geefve het waer mach weesen, [de luijtenant vande]

    Op de voorgrond de koning te paard temidden van twee raadsheren. Op de achtergrond de stad Maastricht, die onder vuur wordt genomen door kanonnen.
    Koning Lodewijk XIV tijdens het beleg van Maastricht 1673, Adam Frans van der Meulen, 1673-1690. Collectie Limburgs Museum.

    Het ongeloof over het verraad van de Keurvorst lijkt alweer vergeten. Men gelooft nu dat de Spanjaarden zullen breken met de Fransen en dat de Keizer van het Heilige Roomse Rijk nu wél echt wat wil doen tegen de Fransen. Margaretha houdt het devies ‘Eerst zien, dan geloven’.

    Brieffragment Spanjaarden en Keizerlijke troepen

    [niet mee weer,] men gelooft de fra spaense in
    korte sulle breecke en dat de keijserse afkoome
    als ickt sien salt Een Ent ander geloofven,

    Kolonel Godard Adriaan baron Van Reede

    Margaretha is blij dat Godard Adriaan er echt werk van maakt om naar huis te komen, alleen er is haar iets ter ore gekomen. Stadhouder Willem III is heel blij met de regimenten die haar man in Duitsland en Denemarken geworven heeft. Alleen nou blijkt dat hij Georg Ernst von Wedel aangesteld heeft in ‘het regiment van de baron van Amerongen‘. Wat wil dat zeggen? Normaal gesproken werd een regiment genoemd naar zijn daadwerkelijke aanvoerder. Godard Adriaan is toch niet echt van plan om op zijn oude dag de oorlog in te gaan? Hij weet toch van zijn zoon dat de salarissen van de hoge militairen niet uitbetaald worden? Margaretha hoopt echt dat het alleen maar de naam van het regiment is en dat hij verder geen wilde plannen heeft. Hij weet waarschijnlijk zelf het best wat de bedoeling is.

    Eerste brieffragment kolonel baron van Reede
    Tweede brieffragment kolonel baron van Reede

    ick ben blijde uhEd staet maeckt nu haest
    thuijs te koomen, sijn hoocheijt verlanckt so
    ick hoore dat de kompangie die uhEd werft
    hier mooge sijn so der ses waeren wildese
    patent geefven, mij is geseijt vande geene

    die de ackte die sijn hoocheijt aenden baron
    wedel gegeefve heeft gesien heeft, dat hij hem daer in
    tijteeleert luijtenant kolonel vant reesge=
    =ment vande baron de Ameronge, wat dat
    segge wil kan ick niet dencke hoope niet
    uhEd in sijn oude dage noch inden oorlooch
    wil, ock worden de hoechge tracktemente niet
    betaelt, de heer van ginckel kan op sijn or
    =dinans niet Een stuijver krijge heeft al
    getracht die te verhanderen maer niemant
    wilder aen of Eits op geefve, wil hoope
    dit maer de naem sal sijn om dat dat
    reesgement als noch geen kolonel heeft
    of dat sijn hoocheijt de goetheijt mochte hebbe die
    apseluijt tot uhEd disposiesie te stelle, wat
    hier van is sal deselfve best weeten, [de sinten]

    Schilderijen in bruingrijze tonen, in de lucht een hoekje blauw. Helemaal links zien we een paard met een ruiter in een mantel. Daarachter een hondje, gevolgd door een ongeorganiseerd troepje soldaten. Ze lopen achter de ruiter aan, maar zijn ook met andere dingen bezig: hun geweer, elkaar, hun bagage...
    Rekruten op weg naar hun regiment, Jean-Antoine Watteau. Collectie: Glasgow Museums.

    Financiële zorgen

    Margaretha’s financiële zorgen blijven onverminderd. Het lukt nog steeds niet om geld te krijgen voor haar man’s werk. Terwijl ze het geld echt nodig heeft: binnenkort moeten de vermogensbelasting (100ste penning) en de OZB (verponding) weer betaald worden. Haar zorgen zijn echter niets vergeleken bij de financiële zorgen in de bezette provincies. De Fransen eisen in Utrecht drie maal 100.000 gulden. In Gelderland eisen ze van het Nijmeegs kwartier1Gelderland was in vier kwartieren opgedeeld: Nijmegen, Arnhem, Zutphen en de Veluwe 60.000 gulden en van het Arnhems kwartier 50.000 gulden. Momenteel deserteren er zo veel soldaten uit Franse dienst, dat ze er een regiment van zouden kunnen formeren. Het schijnt dat de Prins van Oranje dat half van plan is. Hij zou dat regiment dan in Friesland in kunnen zetten om tegen de Bisschop van Münster te vechten.

    Brieffragment over deserteren van soldaten in Franse dienst

    [waer sullent de mensche haellen,] tis ongeloof
    =lijck so veel volck so switsers als franse alse
    bij ons op alde poste koome dagelijxs overloope
    men seijt sijn hoocheijt half van meenin soude
    sijn daer Een reesgement van te formeere
    ent selfve naer vrieslant te sende om teege
    de bischopse volckeren te vechte, [hiermeede]

    A dieu

    Na de gebruikelijke groet van ‘uhEd getrouwe wijff’ en de altijd aanwezige opmerkingen onder de brief, voegt Margaretha nog een klein briefje extra toe. De inhoud is nogal oninteressant (iemand heeft een brief meegenomen, maar die niet bij zich ofzo), maar haar afsluiting van dat briefje is wel interessant. Enkel a dieu. Eigenlijk heel gewoon vaarwel, maar door de voor ons ongebruikelijke afbreking, realiseer je je waar het vandaan komt.

    ‘samenstelling van à Dieu, de woorden waarmede men iemand, bij ‘t afscheidnemen, aan Gods hoede aanbeveelt’ (Bron: Woordenboek Nederlandse Taal, Instituut voor de Nederlandse Taal)

    brieffragment a dieu

    [weeten hij is naer gorckom,] a
    dieu

    Een heer in een zwart pak met witte, sierlijke manchetten, rode laarzen en een hoed met veren in zijn hand, houdt de hand vast van een dame met een rood jakje, een gele rok en een wit schort. Op de achtergrond links een tamboer, daarachter drie losse soldaten. Rechts op de achtergrond een compagnie met een vaandel.
    Officier die afscheid neemt van een dame, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum.
    De tekst boven de afbeelding luidt:
    Adieu juffrou mijn waerde lief
    De Heer wil u bewaren
    Voor tegenspoet en ongerief
    Opdat wij mogen paren
    In liefde vreughd en eenigheijt
    tot ons de doot weer van een scheijt
    Fijnis2Finis
  • Niets nieuws?

    DatumPlaats
    Geschreven23 juni 1673Den Haag
    Ontvangen27 juni 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief en voor het P.S. een scan eerder

    Er lijkt niet veel te melden op deze doordeweekse dag in juni. De toon past bij een lome zomerdag. Margaretha herhaalt en verduidelijkt een paar zaken uit haar vorige brief, heeft alle ruimte voor een roddel en sluit al na twee kantjes af. Maar dan komt er nog een P.S.

    Vijandelijke vloot trekt zich terug

    Schepen na de slag. Gehavende Nederlandse oorlogsschepen en een buitgemaakt Engels schip worden in een haven gekalefaterd. Links de Brederode, zonder galjoen, rechts de Amalia.
    Schepen na de slag, Willem van de Velde (I), 1630 – 1672. Collectie Rijksmuseum

    Sinds de laatste brief geen nieuws, schrijft Margaretha eerst. Het schieten van afgelopen zondag was niet meer dan een schermutseling tussen de brandwachten van de beide vloten. De vijandelijke schepen hebben zich teruggetrokken tot op de Thames. Vanuit Den Haag zijn er gedeputeerden aan boord gegaan van de Staatse vloot. Waarom? Dat is niet bekend.

    Brieffragment over de vloot

    seedert mijne laeste is hier niet nieus, de laeste
    briefve wt de scheeps vloote brenge niet ande
    meede als dat het geschiet datter voorlee
    den sondach is gehoort was de brandtwach
    te van beijde de vlooten te weeten donse en
    die vande vijant dewelcke dapper op den
    andere schooten daer op de vijant haer hebe
    gereetereert en naer de reevier van londe
    sijn geseijlt, daer sijn weer gedeputeerde
    van den staet naer onse vloot tot wat Eijnde
    weet men niet[, den luijtenant kolonel wedel]

    Regiment van Reede bijna gereed

    Luitenant-Kolonel Wedel, de aanvoerder van Godard Adriaans nieuwe regiment, heeft met zijne hoogheid gesproken die tevreden lijkt. Wedels vendel is klaar, de rest zal binnenkort ook gereed zijn. Twee compagnieën zijn al naar Alkmaar gestuurd. Ze moesten trouwens contant betaald worden, want aan uitstel van betaling doen ze niet!

    Profiel van de stad, met bastions, molens en kerktorens. Boven de stad het wapen-van-Alkmaar. Op de voorgrond zitten twee mannen, op de rug gezien, op de grond, de rechter is een "tekenaar"
    Alkmaar : profiel van de stad, met bastions, molens en kerktorens. Anoniem, ca. 1700. Collectie Noord-Hollands Archief

    [weet men niet,] den luijtenant kolonel wedel1Ernst Georg von Wedel (?-1682)
    is noch hier seijt sijn hoocheijt gesproocke te hebbe
    en alle kontentement ontfange, sijn vaendel
    heeft hij de andere sulle alle in korte dagen
    ock gereet sijn, tot twee kompangie sijnde
    maete die te rotterdam gemaeckt sijn af
    naer Alckmaer gesonde die twee hondert
    dartich gul aen gelt bedragen en kontant
    moste betaelt worde also die liede niet wille
    borgen, [de wijlle ick wt uhEd schrijfve vande 19]

    Boter, kaas (en wijn)

    Uit de brief van de 19e van Godard Adriaan blijkt dat de ‘s- Gravezandse kazen die ze heeft gestuurd, nog steeds niet zijn aangekomen. Daarom heeft ze eergisteren nog maar weer nieuwe gestuurd naar Temminck in Amsterdam, met de bedoeling dat die ze zo snel mogelijk doorstuurt. Ze bedankt haar man nog een keer voor wat hij haar heeft gezonden (wijn en boter) want boter is duur.

    Staande man die boter aan het karnen is. Onderdeel van een reeks illustraties van volksklederdrachten uit 1779.
    Man boter aan het karnen, Pieter de Mare, naar Christina Chalon, 1777 – 1779. Collectie Rijksmuseum
    Eerste brieffragment verzonden kaas
    Tweede brieffragment verzonden kaas

    [borgen,] de wijlle ick wt uhEd schrijfve vande 19
    deeser niet sien de gesondene schravesantse
    kaes doen noch niet was overgekoome heb

    ick Eergister weer twee andere aenden heere
    teminck tot Amsterdam gesonden met ver
    =soeck hij die opt spoedichste aen uhEd voort
    wilde senden, ick bedancke uhEd noch opt hoochste
    voort geene deselfve ons heeft beliefve te sende
    salt verwachte hoope het wel sal overkoome
    de booter kost hier de beste seefven stuijvers
    het pont, [sijn hoocheijt is weer hier de poste alle]

    Sommelsdijkje met Labadie getrouwd?

    Na tevreden te hebben vastgesteld dat alle legerposten goed verzorgd zijn, en de algemene stemming wat geruster is, sluit ze af. Om na ondertekening nog eens terug te komen op een eerdere roddel. Is de jongste dochter van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk nu getrouwd met Jean de Labadie of niet, en zo ja, hoe lang dan? Kan Godard Adriaan Jenneke niet even inzetten om te informeren? Er is iemand die heel graag de waarheid wil weten. By the way, de heer en vrouwe van Villers, doen hun hartelijke groeten…

    Jenneke is Godard Adriaans dienstbode. Zij heeft contacten met dienstbodes van andere rijke families en huispersoneel is natuurlijk zeer goed op de hoogte van familiegeheimen. De Labadisten zaten op dat moment in Altona, wat dicht bij Hamburg ligt, dus vlak onder de neus van Godard Adriaan en Jenneke. Godard Adriaan kan zijn neus moeilijk in andermans zaken steken, maar Jenneke kan wel haar oor te luisteren leggen.

    Een inkijkje in een interieur van een groot huis. Helemaal links staat een deur open en zien we een stoel staan. Midden links een trap omhoog met aan het eind kamer een gezelschap aan tafel waar een vrouw het glas heft. Op de trap een meisje net een rode jurk en een wit schort en hoofddoekje die haar vinger omhoog voor haar mond houd. Midden rechts een gang die leidt naar een buitendeur. Op de achtergrond een tuin en in de verte een ander groot huis. In het halletje voor de deur staat een stelletje omarmd. Rechts nog een open deur naar een niet nader te identificeren ruimte en op de voorgrond hangt onder een landkaart een rode mantel over een stoel, een zwaard staat er tegenaan en op de zitting ligt een hoed.
    De luistervink, Nicolaes Maes, 1654. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort

    Overigens ging het bij de eerdere roddel nog om dochter Maria (1645-1903). Nu gaat het om ‘de jongste dochter’, maar dat is Lucia (1649-1707). Van Lucia is bekend dat ze in 1695 trouwde met Peter Yvon, de assistent en latere opvolger van Jean de Labadie. De groeten van de Heer en Vrouw van Villers staat niet toevallig direct na deze opmerking. De Vrouw van Villers, Adriana van Aerssen van Sommelsdijk was de tante van de zusjes die zich aangesloten hadden bij de Labadisten. Heeft Margaretha het niet direct aan haar durven vragen of heeft zij er bij Margaretha op aangedrongen om zich te laten informeren?

    Brieffragment over de Labadisten en roddels

    [uhEd getrouwe wijff
    M Turnor]

    ick bidt dat
    jeneken eens
    ter deege verneemt
    of labedije2Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte met de
    jonste dochter vande
    heer van someldijck3Lucia van Aerssen van Sommelsdijk
    is getrout oft seecker
    is en hoe lan sij getrout sijn
    daer is mij om gebeeden die wenste de waerheijt
    te mooge weeten
    de heer en vrou van vieleers4Alexander de Soete van Laecke en Adriana van Aerssen preesenteere haere
    dienst aen uhEd

    P.S.

    Maar ho, als ze klaar is met schrijven komt er weer allemaal nieuws. Het is nu wel zeker dat de Engelse en de Franse vloten zwaar beschadigd bij Chatham liggen. De koning van Engeland schijnt not amused te zijn dat Lodewijk XIV uit Brabant is vertrokken zonder iets tegen de Republiek te hebben uitgericht en in plaats daarvan Maastricht is gaan belegeren. Nu willen de Engelsen een vrede en zijn misschien al in oorlog met Frankrijk.

    Brieeffragment over de diplomatieke breuk tussen Engeland en Frankrijk.

    p s naert schrijfve dees komt tijdine die
    voor seecker wert gehoude, dat beijde
    de vloote so wel d Engelse als de
    franse heel gedevaeliseert5gedevaliseerd: ernstig beschadigd voor schat
    =tan6Chatham sijn geloopen en noch leggen, dat de
    koninck van Engelant seer qualijck te
    vreede soude sijn dat de koninck van
    vranckrijck wt brabant is gegaen sonde
    Eits op ons wtgericht te hebbe en
    Maestricht beleegert heeft, ock
    hout men voorseecker dat de Engelse
    seer verlange naer de vreede met ons
    en dat sij met vranckrijck in oorlooch
    mochte sijn, [van Acken heeft me dat]

    Titelpagina voor: Nederlands verquikking, of d'ontwaekte leeuw, 1673. Allegorische voorstelling over de positie van de Republiek tijdens het eerste halfjaar van 1673. De Hollandse Tuin aan alle kanten aangevallen door de Engelsen, Munstersen en de Franse koning Lodewijk XIV. De Franse koning houdt de provincies Gelderland, Overijssel en Utrecht gevangen aan kettingen. Links komt prins Willem III de Nederlandse Maagd te hulp. Onderaan het beleg van Maastricht door de Fransen.
    Titelpagina voor: Nederlands verquikking, of d’ontwaekte leeuw, 1673, anoniem, 1673 Collectie Rijksmuseum. Zowel de twee zeeslagen als het beleg op Maastricht zijn hier op te zien.

    Uit Aken is meer nieuws over Maastricht gekomen. De Fransen zouden een buitenbolwerk van Maastricht hebben aangevallen, en daarbij 600 man zijn verloren. De Maastrichtenaren op hun beurt hebben bij een uitval een belegeringswerk van de Fransen belaagd waarbij 500 Fransen zouden zijn omgekomen. De stad lijkt stand te houden. De behaalde overwinning op zee zou groter zijn dan ooit te voren, en de koning zou spijt als haren op zijn hoofd hebben dat hij de zee moest verlaten. Gaat het eindelijk de goede kant op? Is de Nederlandse leeuw ontwaakt, zoals ook bovenstaande titelprent suggereert?

    Brieffragment Maastricht

    [mochte sijn,] van Acken heeft me dat
    de franse Een atacke7aanval op onse buijte
    wercke voor Maestricht hebbe gedaen
    daer dons dapper hebbe gevochte en
    wel ses hondert vande franse sijn geblee
    en afgeslaechge, ock dat die vande
    stat Een wtval hebbe gedaen op een vande vijants wercke daer
    meer als 500 so doode als gequetste
    vande vijant sijn geweest so dat men
    niet hoort of sij houden haer heel wel,
    onse vicktoorije ter see seggense dat so
    groot is alser oijt bij ons is bevochten
    de koninck seggense berst van spijt dat
    sij de see so hebbe moete verlaeten

  • Het glas halfvol

    DatumPlaats
    Geschreven19 juni 1673Den Haag
    Ontvangen23 juni 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha heeft een brief van Godard Adriaan van 13 juni jl. ontvangen. Uit de brief van Margaretha van 19 juni blijkt dat Godard Adriaan zich zorgen maakt over zijn familie. Ze verontschuldigt zich er dan ook voor dat ze tot nog toe alleen maar onheilstijdingen heeft medegedeeld. Maar in haar vorige brieven, die Godard Adriaan op het moment dat hij zijn brief op de 13de aan de postmeester meegeeft nog niet heeft gelezen, heeft Margaretha geschreven over het goede nieuws omtrent de strijd op zee. Welke toon overheerst in de brief van de 19de?

    Onverschrokken en vol moed

    In haar brieven van 12 en 16 juni heeft Margaretha uitgebreid geschreven over de twee zeeslagen bij het Schoonveld. Nu schijnt het dat er weer is geschoten, maar er is geen nader bericht over gekomen, dus het zal wel niet waar zijn. Wat wel waar is, aldus Margaretha, is dat de vijanden – en vooral de Engelsen – er zwaar de pest in hebben. Zij waren namelijk van plan om in Zeeland of op Walcheren aan land te komen.

    Een gravure van een zeeslag, verschillende groepen schepen liggen dicht bij elkaar. Uit de groepjes komt rook naar boven. Op de voorgrond staan twee schepen in brand. Boven de zeeslag drie groepjes van drie medaillons. Links in het midden Lodewijk XIV en daarnaast de dauphin en admiraal d'Estrées. In het middelste groepje Willem III met de admiralen De Ruyter en Tromp aan zijn zijde en rechts Karel II tussen de Hertog van York (de latere Jacobus II) en Prins Ruprecht.
    De twee zeeslagen op Schoonevelt, 1673, Romeyn de Hooghe (omgeving van), 1673. Collectie Rijksmuseum

    Oh ja, er is trouwens ook strijd geleverd in Gorinchem, Muiden, en op de Nieuwerbrug. Wat Margaretha op dat moment niet weet, is dat het regiment dat Godard Adriaan geworven heeft nét in Alkmaar was aangekomen en al direct is ingezet bij Muiden. Alle aanvallen zijn succesvol afgeslagen, en daar is Margaretha wel van op de hoogte: het Staatse krijgsvolk is onverschrokken en zit vol moed. De hele gemeenschap heeft trouwens goede hoop! Als de vijand nóg een keer aanvalt, en de overwinning nóg een keer door onze jongens behaald wordt, dan staat ons een glorieuze vrede te wachten.

    Tweede brieffragment Tweede Slag van het Schooneveld

    [hebbe gehadt,] nu wilmen weer segge dat se hebbe
    hoore schiete als of de vloote weer aenden an=
    =deren soude sijn geweest, dan also daer geen
    naerdere tijdine van is wort het niet gelooft
    dan dat is waer dat dat den vijant seer ver=
    =set is met de twee rankonterees die de vloote
    ter see hebbe gehadt, en dat sij hadde gemeent
    te lande in seelant oft lant van walgeren
    wants dengelse veel krijsvolckere op haer
    scheepe hadde om aen lant te setten en dat is
    de heere sij gedanckt gemist, te lant hebben
    se ock verscheijde aenslage gehadt als op
    gorckom muijde en ock op de nieuwer bruch
    en alles heeft met haer niet wille aengaen
    dat nu groote moet en koraesge1Courage/coragie: kloekmoedigheid so ondert

    krijsvolck als onder onse gemeente2Gemeenschap geeft, mocht
    onse scheeps vloote die geseijt wort last te hebbe
    den vijant noch te atackeere weer de vicktoorije
    behoude, gelooft me dat ons Een seer gloorijeuse
    vreede sou doen hebbe[, ondertuschen is Maestri]

    Maastricht

    Maar al snel verandert de toon. Maastricht is belegerd en koning Lodewijk XIV zou in eigen persoon bij het beleg aanwezig zijn. De belegerden hebben genoeg proviand en munitie, hebben er alle vertrouwen in, behalen grote successen met hun uitvallen… Maar het blijven belegerden. De ogen zijn nu vooral gericht op de troepen van de keizer; maar liefst 30.000 man! Een ontzettingsleger? Iedereen hoopt dat de keizer en Spanje binnenkort de banden met Frankrijk zullen verbreken. Maar Margaretha is sceptisch; ze wil het pas geloven als ze het ziet. Want waarom is er niet eerder met de Fransen gebroken? De Fransen hebben immers al huisgehouden op Spaans grondgebied… Met de wispelturigheid van de Brandenburgse keurvorst in haar achterhoofd, vertrouwt Margaretha geen enkele vorst of prins meer. Daarom, om met profeet David te spreken, is het beter op God te hopen dan op prinsen of heren.

    Brieffragment Beleg van Maastricht

    [vreede sou doen hebbe,] ondertuschen is Maestri3Maastricht
    beleegert daer men seijt de koninck selfs in
    Persoon voor te sijn, die van binne4Het garnizoen sijn van
    alles wel versien en heel wel gemoet, doen ver
    scheijde wtvalle met goet suckses maecken
    groote buijt, hoope op de troepe vande keijser
    die men seijt 30000 man sterck te sijn en
    af te koomen, men hoopt hij en spange met
    vranckrijck sulle breecke het welcke ick sal
    geloofve als ickt sien sal maer Eer niet want
    had de laeste dat int sin had het al moeten
    gedaen hebbe daer de franse haer reedene ge=
    noech toe hebbe gegeefve met de wtneemende
    insolensie5Insolentie: onbeschaamdheid, onbetamelijkheid en vijandelijcke feijtelijckheeden
    diese tuschen antwerpe en bruijsel sijnde opt
    spaense boodem hebbe gepleecht, sints men het
    veranderen vande keurvorst heeft gesien isser
    geen staet op vorste of prinsen te maecke nu
    seijt me dat die weer begint wat om te slaen
    in soma den salm6Psalm of proofheet david seijt
    seer wel dat het beeter is op godt te hoope als
    op prinse of heeren te staen[, tis alleen de]

    Bombardement van Maastricht tijdens het beleg van de stad door de Franse legers van 27-30 juni 1673. Bovenaan een medaillon met het portret van de Franse koning Lodewijk XIV. Op de voorgrond licht Wick, dan de Maas en daarachter MAastricht. Op de afbeelding zien we de bogen die de kanonskogels maken. Helemaal op de voorgrond de legers van Lodewijk XIV
    Beschieting van Maastricht door de Fransen, 1673 (detail), anoniem, 1673. Collectie Rijksmuseum

    Een oxhoofd Franse wijn

    Moet Godard Adriaan binnenkort weer richting Berlijn, wanneer de wispelturige keurvorst tóch partij kiest voor de Republiek? Margaretha heeft enkele heren erover horen speculeren. Voorlopig zit hij in ieder geval nog in de Duitse gebieden. Ze is in ieder geval wel blij dat Godard Adriaan haar wij en boter heeft gestuurd, want in de Republiek is het allemaal niet meer te betalen. Een oxhoofd (231 liter) wijn kost ruim honderd gulden, en een pond boter zeven stuivers! Wel spijtig dat de groene kaas die Margaretha richting Hamburg heeft gestuurd niet aangekomen is. Ze zal deze week wel nieuwe sturen.

    Brieffragment Franse wijn

    somige heere meene uhEd verlicht wel ordere sult
    krijge om weer naer berlijn te gaen insonderheijt
    soot waer is dat den keurvorst weer naer onse
    kant sou helle, ick wenste uhEd sijn reijse naer
    den hartooch van holsteijn7Johan Adolf van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Plön hadt geEijndicht,
    ick bedancke deselfve seer dat hij ons weederom
    van wijn hee en booter heeft versorcht, hier
    kost Een oxshooft8Oxhoofd: 231 liter franse wijn die goet is over
    de hondert gul, het pont booter 7 stuijvers, de
    wijn die uhEd ons heeft gesonde is heel goet
    ick meen men in rinse fustaesie wel franse
    wijn van Hamburch sou konne sende maer
    krijge wij de vreede sal de wijn wel afslaen,
    het doet mij leet de groene kaes niet over is ge
    koomen, so ick met de briefve van merge
    niet hoor sal ick noch deese weeck weer
    andere sende[, en ondertusche blijfve]

    De wijnproevers. In een wijnkelder houdt een man een glas met wijn tegen het licht. Rechts een rij wijnvaten, op de achtergrond kijken een man en een vrouw toe. Links op een houten bank liggen allerlei soorten gereedschap: emmers, slangen, blaasbalg etc.
    De wijnproevers, Jacob Duck, ca. 1640 – ca. 1642. Collectie Rijksmuseum

    Familie

    Nadat Margaretha het laatste streepje in de ‘r’ van haar achternaam op het papier heeft gezet, vindt ze het toch nog even nodig om iets over de familie te melden. Van Ginkel verlangt naar zijn compagnie, zijn vrouw is weer hersteld van de bevalling en komt weer beneden eten, Frits, Tietge en Antge gaan naar de Franse school (maar Margaretha laat ze voor de handigheid ook Nederlands leren spellen en lezen). De trotse oma vertelt dat Frits het best van allemaal leert, hij kan zelfs al spellen! Als Godard Adriaan thuiskomst, zal Frits vragen: ‘Comment portez vous grand papa?’ (Hoe gaat het, grootvader?).

    hetvolck dat uhEd
    heeft gesonde seggense
    heel schoon volck
    te sijn, de heer van ginckel verlanckt naer sijn
    kompangi, [tis goet dat de soon van brant]

    de vrou van ginckel die met al haer kinder
    haeren dienst aen uhEd preesenteere is weer
    heel wel komt al beneeden Eeten, frits
    tietge en Antge gaen int franse school
    maer laetse duijts leere spelde en leesen
    frits leert int boeck best van alle leert
    al spelde sal als groote papa thuijskomt
    vrage komen porte voeu granpapa9Comment portez vous grand papa?, sij sijn
    de heere sij gedanckt heel wel vaerende
    en gesont

    brieffragment Van Ginkels compagnie

    brieffragment schoondochter en kleinkinderen
    Een schoolmeester schrijvend aan zijn lessenaar voor de klas. Op de lessenaar liggen een zandloper en papieren. Voor hem staan een meisje en een jongen, rechtsvoor zit een jongen te schrijven.
    De schoolmeester, Jan Adriaensz. van Staveren (kopie naar), 1650 – 1750. Collectie Rijksmuseum

    Al met al overheerst in Margaretha’s brief een positieve toon. Het glas is eindelijk halfvol. Zou er dan toch spoedig een einde aan de oorlog komen?

    Fragment uit het eerdere schilderij: de man die het glas tegen het licht houdt, het glas is halfvol
    De wijnproevers (detail), Jacob Duck, ca. 1640 – ca. 1642. Collectie Rijksmuseum
  • Dagelijks leven in oorlogstijd

    DatumPlaats
    Geschreven2 juni 1673Den Haag
    Ontvangen7 juni 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Deze brief begint net als veel brieven met een overzicht van de brieven die ontvangen zijn. Anders dan een paar maanden geleden, komt de post tegenwoordig keurig op tijd aan. Als het goed gaat, is het eigenlijk geen onderwerp meer om over te schrijven, maar Margaretha noemt het deze keer toch maar even. Godard Adriaan heeft een brief bijgesloten voor zijn zoon, die Margaretha ook maar even gelezen heeft. We weten niet wat er in staat, maar ze vindt het wel nodig liefste hartje even te waarschuwen. Hij weet niet hoe het hier is, en je kan niet alles aan het papier toevertrouwen. Ach, kon ze hem maar even een uurtje spreken…

    Brieffragment over het ontvangen, doorsturen en schrijven van brieven

    [rec. 7. Junij in Hamburg]


    haech den
    2 ijuini 1673


    Mijn heer en lieste hartge


    uhEd schrijfvens van de 26 meij heb ick
    ter rechter tijt ontfange, en de ingeleijde
    aende heer van ginckel gesonde ick vinde
    deselfve wel heel wel gestelt maer mijn
    lieste hartge wij moete wel voorsichtich sijn
    uhEd kan hem niet inmaesgeneer1Imagineren: zich in den geest een voorstelling maken van hoet
    hier is dat hij de briefve alleen las en
    hielt waert wel, maer derf alle de pen
    niet vertrouwe wenste uhEd Eens maer
    Een Eur te konne spreecke d welcke
    niet weesen kan, [hoope als deese komisie]

    Het regelwerk

    Margaretha zou willen dat de missie van haar man nu eens voorbij was. Ze heeft gehoord dat ze er zelfs in de Staten Generaal over gesproken hebben. Wat betreft het nog openstaande geld is ze al eens naar Amsterdam geweest. Daar zit ‘ontvanger’ Uyttenboogaard2De schrijfwijze van zijn naam is divers, Margaretha schrijft zijn naam al vaak verschillend, maar ook op internet vind je verschillende schrijfwijzen. Een ontvanger int de belastingen en kan het geld uitkeren bij het overhandigen van een assignatie. Margaretha heeft nog steeds geen geld, dus eigenlijk moet ze weer eens naar Amsterdam. Ze heeft alleen een probleem: haar vers bevallen schoondochter durft ze niet alleen te laten. Later in de brief komt ze er op terug: Uyttenboogaard heeft laten doorschemeren dat er mogelijk geld beschikbaar is. Misschien kan ze dan over 14 dagen om de volgende ordinantie vragen…

    De dreiging blijft. Nu schijnt de vijand van vier kanten tegelijk aan te willen vallen. Alle posten schijnen goed voorbereid te zijn, maar Margaretha kan nog geen uur rustig op bed liggen van al die alarmen.

    [generael van gesproocken,] ick had
    al Eens naer Amsterdam geweest om

    te sien of gelt vande ontfanger wtdenboo=
    gaert koste krijge maer derf niet van
    hier en de kraem vrou met alde kinden
    alleen hier laeten dewijlle aende poste
    seeckere advijsen sijn dat den vijant
    voorneemens is vier vande selfve te
    gelijck t Ackateere hoewel men seijt
    die alle wel versorcht en versien sijn
    kan me niet weeten hoet gaen mocht
    tis wel bedroeft in sulcke gestadige
    allarm te sitten men leijt niet Een
    r uer gerust ofs op sijn bedt, sijn

    Portret van een man, vermoedelijk Augustijn Wtenbogaert (1577-1655), Govert Flinck, ca. 1643. Collectie Rijksmuseum.
    Lang is gedacht dat dit ‘Margaretha’s’ ontvanger Johannes Wtenbogaert was, ook de schilder was lange tijd onduidelijk. Toen men zeker wist dat Govert Flinck de schilder was, kon het Johannes niet meer zijn, want hij was in 1643 nog maar 35. De man op het schilderij is veel ouder, dus nu vermoedt men dat het Johannes’ vader Augustijn is.

    Nieuwersluis

    Wat het rusten wat zou moeten helpen, is dat Zijn Hoogheid, Stadhouder Willem III, waakt. Dat de Staatse troepen de post op Nieuwersluis hebben ingenomen, zint de Fransen allerminst. Er wordt rond Breukelen flink gevochten en Gunterstein wordt zo beschoten dat de muren naar beneden vallen.

    Brieffragment Willem III en Nieuwesluis

    [r uer gerust ofs op sijn bedt,] sijn
    =hoocheijt treckt ock en reijst gestaedich
    vande Eene post opt dander die post
    die wij aende nieuwersluijs hebbe ge
    noomen inkomodeert den vijant seer
    beschietense op gundersteijn datter
    stucke van muere vant huijs valle
    en belette haere wercke diese te
    breuckelen opwerpe te maecke, [de]

    Gezicht op het omgrachte kasteel Gunterstein te Breukelen uit het noorden, met links een gedeelte van de voorburcht en rechts op de achtergrond de Vecht, vóór de verwoesting in 1672.
    Kasteel Gunterstein, Willem van Drielenburg, 1655-1665. Collectie: Het Utrechts Archief. Dit is een digitale reproductie van het schilderij dat op een schoorsteenboezem in het tegenwoordige huis is bevestigd.

    De Fransen samen met…

    Ook de oorlogsontwikkelingen buiten de Republiek houden Margaretha bezig. Iedereen heeft het over de Keurvorst die achter de rug van de Republiek om een verdrag sloot met de Fransen. Van de eigen vloot horen ze niets. Wel gaat het gerucht dat de Engelse en de Franse vloot geconjugeerd zijn: dat ze samen gegaan zijn tot één grote vloot.

    Brieffragment over de Fransen en de Keurvorst en de Franse en de Engelse vloot

    uhEd kan niet geloofve hoe groot en
    kleijne hier vant doen vande keurvorst
    spreecken men schrickter van te hoore
    bij konsequensie krijge wij ock al vrij
    wat, van onse scheeps vloote hoore wij
    niets als dat somige wille segge dat
    de Engelse met de franse soude ge
    konsgingeert3Consigneren: in bewaring geven. Ze bedoelt waarschijnlijk conjugeren: zich verenigen sijnde doch niet seeckers

    Veld van achtenveertig tegels met schepen, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum

    Opgeluchte PS

    Margaretha eindigt haar brief met de gebruikelijke huishoudelijke mededelingen: neef Van Wulven is in Rotterdam en moeder en kind maken het goed. Groene kaasjes zijn onderweg naar Duitsland en is het blikken servies al aangekomen?

    Kennelijk is Ursula Philippota inmiddels uit haar kraambed opgestaan en is tijdens het schrijven van de brief uit bed gebleven. Daardoor is Margaretha duidelijk opgelucht in de PS. Als de kraamvrouw 11 dagen na de bevalling een hele middag op kan zijn, dan kan ze ook mee in de koets als ze onverhoopt moeten vluchten.

    Twee panoramaglazen in een houten vatting. Links: een span paarden, waarvan een paard met ruiter, trekt een rijtuig met man en vrouw. Achter het rijtuig loopt een man met staf. Rechts: een gesloten koets met drie span paarden. Op één van de voorste paarden zit een ruiter, op de bok zit een koetsier.
    Toverlantaarnplaat met twee rijtuigen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
    Brieffragment met de opgeluchte ps

    sulle sijn, de groene kaes heb ick gesonde
    hoop het blickwerck wel overgekoome is
    , sal hier meede Eijndige blijfve

    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    de vrou van
    ginckel die nu
    11 dage kraems
    is, is de heere sij
    gedanckt so wel
    alstder op aen
    sou koome dat godt
    verhoede souse wel
    inde koetse konne sitte
    sij is al heelle naer middage op

  • Aanval op komst? Aanval op komst!

    DatumPlaats
    Geschreven29 mei 1673Den Haag
    Ontvangen3 juni 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha houdt het bij een korte brief vandaag. Ze begint met de melding dat het gelukkig goed gaat met haar schoondochter en kersverse kleinkind. En een gelukje: de aanval die dreigde, heeft nog niet plaatsgevonden.

    Dreiging

    Maar het gevaar is nog niet verdwenen, aangezien de vijand zich nog wel aan het voorbereiden is voor een aanval. Wel gaat het verhaal rond dat het eigen leger zich hier goed op voorbereid, het zou bijna onmogelijk zijn om door de verdediging heen te breken, maar Margaretha herinnert zich dat ze dit eerder heeft gehoord en dat de geschiedenis haar iets anders heeft geleerd. Oh god, en hoe moet dat toch met de bescherming van die schare kleinkinderen?

    Brieffragment over aanval en verdediging

    [godt niet genoech konne dancke,] tot noch toe sijn wij
    hier in rust en hebbe de vijantte op onse post noch
    niet geatenteert1Attenteren: ondernemen hoewel men seijt sij alle preeperaesi
    daertoe hebbe gemaeckt se hebbe Een bruch overden
    rhijn tuschen Ameronge en wijck geslage men seijt
    sij haere vergader plaets tot seijst hebbe en ock
    op de heij bij naerde en dat se Amersfoort slechte
    onse poste seijt me dat alle so wel versorcht en ver
    =sien sijn dat naer menselijckerwijse onmoogelijck
    is dat ser door konne, dan wij hebbe Een ijaer her
    =waerts so veel gesien dat onmoogelijck scheen, dat
    men daer niet gerust op kan sijn maer sitte in
    geduerige vrees ick insonderheijt met al de kindere
    en noch so Een versse kraemvrou [daer toe de heer]

    Van Ginckel in Gorinchem

    Haar zoon zit nog in Gorinchem. Daar voert de graaf van Hoorn het bevel. Naar de mening van Margaretha heeft de graaf zeker voldoende moed, maar of hij genoeg bekwaamheid bezit om zo’n belangrijke positie te bekleden, daar is ze niet zeker van. Margaretha vreest aan de lopende band. Het vertrouwen gunt ze alleen de almachtige Heer.

    Een vrouw met een helm op en een harnas onder een omslagdoek/toga heeft haar linkerhand in haar zij en haar rechterhand leunt op een grote knuppel. Achter haar ligt een leeuw die zijn rechter voorpoot opheft.
    Allegorie van de dapperheid, Christian Bernhard Rode, 1788, collectie Rijksmuseum.

    De dromen van de Zonnekoning

    Het gerucht over een mogelijke alliantie tussen de keurvorst van Brandenburg en de koning van Frankrijk wordt nu als waar beschouwd. Margaretha raakt politiek in de war. De Republiek heeft de keurvorst zo veel betaald voor het leger en nu het leger zo dichtbij is, sluit hij een vrede met de Fransen. Zonder het zijn bondgenoten te vertellen! Ze vraagt zich af waar het Lodewijk XIV eigenlijk om te doen is. De meeste mensen denken dat de koning van Frankrijk zijn zinnen heeft gezet op de titel Keizer van het Heilige Roomse Rijk. De keizer van het Heilige Roomse Rijk werd gekozen door de Duitse Keurvorsten, in 1658 had Lodewijk al een poging gedaan, maar was niet gekozen. Droomt Lodewijk XIV van een verzwakt Oostenrijk om zo de titel over te nemen?

    Brieffragment vrede Keurvorst en Zonnekoning

    [hoope ick dat ons bij sal staen,] men hout hier nu
    voorseecker dat de keurvorst met de koninck van
    vranckrijck is geackordeert daer men hier seer over
    roept dewijlle hij sulcke groote som gelts vande
    staet heeft heeft getrocken , tsijn voorwaer onbegrijp
    lijcke dinge dit dus buijten kennise van sijn gealiijeerde
    te doen, ick vreese wij niet beeter met spange ock
    sulle vaeren want hadden sij int sin gehadt te bree
    =cke met vranckrijck souden de scheepe die so rijcklij
    gelade met gelt en andere waere in haer havens
    lagen wel aengehoude hebbe, nu t gaet wonderlijck
    aen alle kante toe, nochtans geloofve veelle dat het
    vranckrijck meest omt huijs t oostenrijck te doen
    is en om roomskeijser te sijn , godt de heere weet
    alles, [uhEd schrijfvens vande 23 heb ick ontfange]

    Vlag van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk met op een wit veld een dubbele zwarte adelaar onder een keizerskroon en met in de poten een zwaard en scepter, om de hals het ordeteken van het Gulden Vlies en op de borst een wapenschild met wederom het wapen van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk met in het midden op dit wapenschild een blanco wapenschildje waar het wapen van de regerende koning of keizer ingetekend kon worden. Vlag op vlaggensteng en mastvoet.
    Vlag van het Heilige Roomse (Duitse) Rijk, anoniem, 1667 – 1670, collectie Rijksmuseum.

    Geen brief zonder kaas

    Gelukkig heeft Margaretha onlangs nog een brief van haar man ontvangen, waar ze dankbaar voor is. Ze hoopt dat er snel geld geregeld kan worden, zodat zijn troepen snel ter plaatse kunnen zijn. En natuurlijk mag er geen brief voorbijgaan zonder een vermelding van een kaasje. Ze heeft een aantal kazen met Teminck meegestuurd, in de hoop dat ze snel in Hamburg aankomen.

    Een tafel met in het midden een halve brokkelkaas met daarop een schoteltje boter. Links een bord met twee grotere vissen (haringen?) en daarachter een brandertje met kleinere visjes (sardientjes?). Rechts naar de kaas staat een tinnen kan, met daarnaast een bordje met schijfjes gedroogde worst. Voor de worst liggen op een servet witte broodjes.
    Tafel met servies, kaas, worst en vis, Alexander Adriaensen, Collectie Museo del Prado, Madrid.

    Toch een aanval!?

    En plots krijgt ze tijdens het schrijven nog bericht dat de vijand klaar staat om de posten tot Alphen aan de Rijn aan te vallen. God mogen haar en de haren beschermen! Hopelijk schenkt de Heer het leger moed. En wenst ze dat de vijand te schande wordt gebracht. Ze moet er niet aan denken, stel dat het vijandelijke leger toch doorbreekt? Wat te doen?

    Eerste brieffragment over aanval op Alphen aan de Rijn
    Tweede brieffragment over aanval op Alphen aan de Rijn met ondertekening

    [te bestelle,] so int schrijfve wort mij geseijt
    datter seeckere advertensie2Advertentie: kennisgeving, bericht sijn dat den vijant
    gereet staet om alle Eure onse post tot
    Alfhen te Atackeere3Attaqueren: aanvallen, de heer almachtich wil
    ons bewaeren en ons volck manlijcke harte

    geefven en onse vijanden te schande doen keere
    of se quaeme door te breecken wat sou ick doen
    ick hoop alleen op dien groote en almoogende
    godt, in wiens bescherminge uhEd beveelle en
    blijfve
    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

  • Boter, kaas en wijn

    DatumPlaats
    Geschreven9 april 1673Den Haag
    Ontvangen15 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha is blij dat de post weer een beetje loopt. Brieven komen weer sneller, maar er mist nog wel wat. In Den Haag zijn ze druk met de brandschatting voor Middachten. Kennelijk heeft Kinschot daar wat mee te maken, maar die is in Groningen. Voordat er iets betaald kan worden, moet Van Ginkel kunnen bewijzen dat hij de rechten heeft op het kasteel. Die papieren zijn vlak voor het rampjaar in veiligheid gebracht, maar zitten dus ergens in een kist tussen de opgeslagen spullen in Amsterdam. Dus Van Ginkel moet naar Amsterdam om eens in de papieren te duiken.

    Brieffragment over de voortgang van de betaling van de brandschatting op Middachten

    [ontfange,] de quitansie vande heer en vrou van ginck
    sal niet in versloft worde dat die tot noch toe
    niet is genoomen, is de oorsaeck dat men kinschot
    niet heeft konne te spreecke koomen dier noch
    te greunine is, en ten anderen dat de heer van
    ginckel sijn pampiere die te Amsterdam sijn moet
    nae sien of hij geen ocktroij vant hof van gelderlant
    of den leen heer aldaer heeft om sijn goet te mooge
    beswaeren , ock sijn de oblijgaesie die wij van hem
    hebbe almeede te Amsterdam [en sal mijns oordeels]

    Op een kruk zit een jonge man aandachtig naar een papier te kijken. Zijn rechter voet staat op een voeten bankje en zijn laars is een beetje afgezakt. Zijn linker voet staat een klein stukje naar voren.
    Op een kruk zittende jongeling met een document in zijn handen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1799. Collectie Rijksmuseum

    Voorraad

    Kennelijk heeft Godard Adriaan Margaretha gevraagd om een Parmezaanse kaas te bestellen. Hij is nog niet aangekomen, maar ze wil wel vast weten wat ze ermee moet doen. Margaretha heeft nog wel wijn liggen in de kelder van wijnkoper Brant, maar zodra ze die gaat consumeren, moet ze er accijns over betalen. En het gaat om nogal wat wijn. Ze goochelt een beetje met oude maten: een aam (155 liter) een okshoofd (220 liter), een verendeel (veerdeel: vier keer een hoeveelheid). Dat veerdeel blijft vrij cryptisch. Als ik het omreken op basis van haar betalingen is het veerdeel 80 pond. En dan is een oud pond iets minder dan ons pond: 480 gram, toch nog ruim 38 kilo boter. Dat boter, kaas en wijn zo groot ingekocht werden, was bij de rijkere bevolking van de Republiek niet ongebruikelijk.

    Ook heeft Godard Adriaan om een blikken servies gevraagd, dat wordt nu gemaakt en daarna zal Margaretha het zo snel mogelijk naar Hamburg sturen.

    Brieffragment over de Parmezaanse kaas en de hoeveelheid wijn.

    moet , de permisaense kaes sal ick verwachte ock wat
    uhEd daermeede belieft gedaen te hebbe, inde kelder
    van brant de wijnkoope hebbe wij Een oxshooft1Een okshoofd was ongeveer 220 liter en
    een stuck van twee aeme2Een aam was ongeveer 155 liter rinse wijn legge, die ick
    daer omden swaere inpost te ontgaen niet weetende
    waer wij die sulle geniete doen legge, franse wijn

    Brieffragment over wijn, kaas en boter en inflatie

    heb ick niet alst oxshooft daer van drincke dat al opgeleijt
    is, die kost hier booven den inpost 90 en hondert gul
    het oxshooft, voo koutou3Ze bedoelt een Coteaux: dit is waarschijnlijk een zoete witte wijn van de hellingen (coteaux=hellingen) wijn, voor de booter heb ick
    36f het verendeel dat is 9 stuij het pont sonder den
    inpost betaelt de kaes gelt hier het hondert pont 20f
    , het blick serviese heb ick bestelt te maecke kan voor in
    laest vandeese weeck niet gereet sijn salt dan so haest
    alst doenlijck is sien op hamburch te bestelle, [nu weer]

    Op een tafel ligt in het midden op een tinnen bord een brokkelige halve kaas. Daarop staat een schoteltje met boter. Links voor ligt een brood met anderhalve sinaasappel en wat groenvoer (postelijn? raapstelen? groen blad met witte stengels). Voor de kaas ligt op het randje van de tafel een mes en rechts van de kaas een bord met hompen ham. Achter het groenvoer staat een sierlijke goud met glazen kelk, daarnaast een stenen kruik met een lid, een roemer met lichtrode wijn en rechts een grote schelp als kelk gemonteerd op een (vergulden?) voet.
    Ontbijtstuk met kaas, ham en kelken, Jacob Foppens van Es, ca 1630. Collectie Nationalmuseum Zweden (foto: Anna Danielsson).

    Nogmaals de Acte van Garantie

    Margaretha zit toch nog in haar maag met het verzoek van raadpensionaris Fagel om de brand en de aanvraag voor vergoeding voorlopig stil te houden. Ze heeft alles nog eens goed bestudeerd en ze is tot de conclusie gekomen dat ze gewoon recht hebben op die vergoeding. Het is haar ook eindelijk gelukt om de raadpensionaris’ broer, griffier Fagel, te spreken en hij is het helemaal met haar eens dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling op de hoogte moeten zijn. Margaretha heeft de griffier gevraagd of hij hier met zijn broer over zou willen spreken. Hij is zo druk dat ze niet durft hem lastige te vallen en ze durft ook niks buiten hem om te doen, vooral omdat het zo’n goede vriend van Godard Adriaan is. Margaretha belooft dat zodra ze antwoord van de griffier heeft, ze hun zoon en Zijn Hoogheid informeert. De prins heeft immers beloofd te helpen.

    Brieffragment over de Acte van Garantie

    [van onse affaerees alhier,] terwijlle men so veel vande
    vreede handelin4De voorbereiding voor de vredesbesprekingen spreeckt ben ick niet gerust int segge
    van de r p fagel dat ick alsnoch van ons ongeluck int
    afbrande van onse huise soude stilswijge ent selfve den
    staet niet bekent maecken, maer heb de ackte van garant
    Eens met bedaerde sinne naer gesien en bevonde dat die
    teenemael spreeckt op de goedere ondert gebiet vande genee
    raEliteijt toe behoorende de geende die int vijants dienst
    sijn en blijfve beloofvende in kas5Cas: geval van vreede handelin
    te versorchge uhEd persoon en verseeckert en onse schade soude vergoet worde, daerom
    mij dunckt niet langer te moeten stilstaen ben gistere
    bij den griffier fagel geweest en hemt selve voorgehou
    =de en versocht den heere r p hier over te spreecke vermidts
    sijn meenichvuldige affaerees6Affaires: zaken dat ick hem niet derfde moij
    lijck valle en niet gaeren Eits soude buijte sijn kenisse
    tenteer weetende dat hij Een sonderlin goet vrient van
    uhEd en ons huijs is daer in ick badt dat hij wilde konti
    niweere, den griffier heeft dit aengenoome te sulle
    doen enmijn antwoort te brenge heb hem het reequest7Request: verzoek in de vorm van een geschreven stuk dat
    ick hier over soude preesenteere in hande gegeefve om
    sijn broer te laete sien, hij oordeelde ick groot gelijck
    hadt nu te spreecke op dat de pleijne potensiaerise8Plenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een andergemachtigd is te handelen daer
    Eenige last van mochte krijge, so haest9Haast: snel ick antwoort van
    hem heb sal de heer van ginkel sijn hoocheijt hier over spreecken en sijne behulpelijcke hant hier in versoecken

    Boter op zijn hoofd

    Medaillon met een emaille portretje van de Keizer: lang donker krullend, een rechte snor bijna van oor tot oor en een klein kneveltje op zijn kin. Een stevige rechte neus en de kenmerkende, naar voren stekende, Habsburgse kin. Hij draagt een gouden harnas en een grote kanten kraag.
    Keizer Leopold I, Peter Boy d.Ä., ca. 1695. Collectie: Gemäldegalerie Berlijn

    Met Godard Adriaan gaat het gelukkig steeds beter, alleen nu is zijn secretaris Blanche niet helemaal fit. Er zijn brieven van de keizer binnen gekomen. Hij geeft aan dat hij teleurgesteld is over de militaire acties van zijn leger en dat hij bij een volgende inzet aan zal geven dat ze het beter moeten doen. Als de Prins van Oranje vraagt om een inzet. Hij zal de Keurvorst dan ook verzoeken om hetzelfde te doen. Hij vraagt de Republiek alleen wel om niet in te stemmen met een wapenstilstand. Margaretha lijkt hier tevreden mee te zijn, want ze gaat door met het nieuws uit Engeland. Zou Margaretha niet weten dat het juist de gezant van de Keizer was die de militaire acties frustreerde of is ze, vooral omdat ze weet dat de post geopend wordt, de wijste en laat niet het achterste van haar tong zien?

    Brieffragment over de excuses van Keizer Leopold

    [over hamburch of Sel sal neeme,] vandaech sijnde briefve vande keij=
    =ser gekoome die sijn misnoechge met sijn eijgen hant geschreefve toont
    overt ageere10Ageren: militair optreden, krijgshandelingen verrichten van sijn keijserlijcke troepees datse niet beeter gedaen
    hebbe so geseijt wort met verseeckerin dat hijse sal intoekoomende doen
    ageere daer sijn hoocheijt en den staet sal goetvinde en den keurvorst
    daertoe versoecke het selfve van gelijcke te doen alleen versoeckende
    wij tot geen stilstant van wapenen soude verstaen, [wt Engelant]

    En nog een keer de Acte van Garantie

    Vlak voor de brief weg gaat, kan Margaretha al terugkomen op de Acte van Garantie. Om het hele verhaal kwijt te kunnen, stopt ze een extra papiertje bij de brief. De griffier heeft de raadpensionaris gesproken en die heeft de papieren gelezen. Hij blijft alleen bij zijn mening dat Margaretha nog geen actie moet ondernemen. Hij belooft dat hij er persoonlijk voor zal zorgen, dat de Acte van Garantie uitgevoerd zal worden vóór de vrede getekend wordt. Daar legt Margaretha zich voorlopig bij neer. Ze informeert haar zoon en Stadhouder Willem III vooralsnog niet, maar wacht wel op expliciete orders van haar man.