Tag: Hond

  • Nog meer narigheid in Naarden

    DatumPlaats
    Geschreven12 september 1673Amsterdam
    Ontvangen20 september 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha hoort dagelijks van schermutselingen tussen de twee troepen rondom Naarden. Omdat ze zich grote zorgen maakt om haar zoon, heeft besloten nog twee dagen in Amsterdam te blijven. Samen met haar schoondochter logeert ze daar, zodat ze het nieuws over Naarden beter kunnen volgen. De drost is kort bij het leger geweest en heeft verteld dat haar zoon elk kwartier druk is en geen rust heeft, overdag niet en ‘s nachts ook niet.

    Nieuws uit Naarden

    Het lijkt erop dat de Fransen wachten op versterking van buitenaf en er kunnen inderdaad troepen uit Overijssel of Zeist komen. In Naarden wordt er van binnenuit met musketten geschoten: een wanhopige poging tot verdediging. Maar het is zeker dat de vijand bijna al zijn troepen heeft samengebracht en het leger over de IJssel heeft gestuurd. Men zegt dat ze nu ongeveer 14.000 man sterk zijn.

    Brieffragment over de schoten vanuit Naarden

    die van binne schiete weijnich met kanon maer
    heel seer met muskette hebbe haer vaendels op de
    stats walle geset, het schijnt zij op ontset hoope,
    tis seecker dat de vijant ontrent seijst al sijn
    macht bij Een treckt sij hebbe haer voclk wt over=
    ijssel en daer ontrent ontboode so veel se daer
    konne misse, men seijt sij te seijst wel over de 14000
    man sterck sijn, [donse hebbe Eergistere weer Een]

    Gewonden, gevangen en doden

    Twee dagen geleden was er een schermutseling. De troepen van Willem III bestonden uit ongeveer 200 man en hadden de overhand. Maar het noodlot sloeg toe, toen de vijand met ongeveer 2000 man een hinderlaag opzette. De Staatse troepen werden omsingeld, maar er werd dapper gevochten en velen konden ontsnappen. De majoor van het regiment is zwaar gewond geraakt, en er vielen ook doden. Aan beide kanten zijn mannen gevangen genomen.

    Eerste brieffragment gewonden, gevangenen en doden
    Tweede brieffragment gewonden, gevangenen en doden

    [man sterck sijn,] donse hebbe Eergistere weer Een
    reijnkontre1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. gehad wij waere maer over de twee
    hondert die Een troep vande vijant ontmoete en

    haer sloechge, doch sij hebbende noch ontrent 2000 man
    in ambuskade2Embuscade: hinderlaag legge daerdonse niet op verdacht
    waeren quame en omsingeldeese, daer donse haer
    door sloechge en dapper vochte ent meest ontkoome
    sijn troxses3Onbekend de Maijoor vant reesgement vande heer
    van langeraeck4Frederik Hendrik van den Boetzelaar die donsevolck komandeerde is
    swaerlijck gequetst de ritmeester heemskercke5Onbekend
    doot en so gevangene als doode ontrent de sestich
    gebleefve men seijt vande vijant niet min gebleef
    sijn donse hebbe ongemeen wel gevochte maer
    men geeft vrij wat schult aen ons offisiers dat
    sij niet voorsichtiger geweest sijn van konschape6Kondschap: Kennis, inlichtingen
    te neeme, [nu so komt schravemoor die hier bij bur]

    Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 12 september 1673. Op de voorgrond het transport van kanonnen. In het midden knielt de burgemeester van Naarden voor de prins die wordt omringd door zijn staf van officieren. In de verte het beleg en de bestorming van de stad.
    Belegering en verovering van Naarden in 1673, Jan Luyken, 1680. Collectie Rijksmuseum.

    Vijandelijke troepen opkomst

    Maar dat was twee dagen geleden. Deze nacht hebben de troepen een deel van Naarden ingenomen, waar hevig gevochten is en opnieuw zijn veel mannen aan beide zijden gesneuveld. Er is bericht dat er nog veel meer vijandelijke troepen vanuit Utrecht richting Naarden gaan. Margaretha vreest voor het leger; een ontsnappingsroute lijkt bijna onmogelijk, dus zal er tot de dood gevochten moeten worden als Naarden zich niet overgeeft. Het zal veel inspanning vergen, en ze kan amper haar pen vasthouden van zorgen.

    Zoetelende vrouw

    Het goede nieuws is dat haar man heeft geschreven dat hij snel thuis zal zijn. Ze bidt tot God dat de reis spoedig en zonder problemen zal verlopen. Het zou goed zijn als hij eindelijk thuis is, want als zijn regiment zonder kolonel blijft, vreest ze dat het ten onder zal gaan. De ene officier heeft geen flauw idee waar hij mee bezig is en gebruikt geweld, de andere laat sjoemelt met geld en zijn vrouw zoetelt bij Nieuwersluis. Zoetelen is een mooi woord voor het drijven van een handeltje in proviand.

    Brieffragment zoetelende vrouw

    [=we en hoope,] wt uhEd vande 5 deeser sien ick deselfve
    staet maeckt om nu in korte thuijs te sijn godt de
    heere wil uhEd Een geluckige en spoediege reijse geefe
    het sal wel goet sijn dat deselfve hier waert want
    so sijn reesgement langer sonder kornel blijft
    vreese ick dat het selfve heel te niete sal gaen want
    weddel7Georg Ernst von Wedel so ick hoor slaet en smijt onder de offisiers
    met onverstant en staet hier ock maer tamelijck
    wel te hoof, kapteijn Miltenaer8Onbekend die teminck so
    wel voor sijn gelt alst geene uhEd hem heeft gedaen
    heeft doen maene en aenspreecke heeft hem niet
    gegeegve seijt noch paesijensi te moete hebbe tot dat
    hij weer gelt ontfanckt, sijn vrou soetelt9Zoetelen: Proviand, vaak ook toebereide eetwaar slijten inz. aan militairen te velde aende
    nieuwer sluijs verkoopt bier en alderhande Eet
    waere aende soldate, [lorijn de luijtenant vande heer]

    Vrouw zit achter tafeltjes met kannetjes en ze spreekt drie mannen met hoeden, en zwaarden aan die voor haar tafeltje staan.
    Fragment uit Drankverkopers, anoniem, naar Cornelis de Wael, 1613 – 1667. Collectie Rijksmuseum.

    Het arme beest

    En dan, het verdrietige nieuws dat nog eens bovenop alle ellende komt: het hondje Citroen is overleden. Het arme beest wilde vier dagen niet eten en was erg ziek. Ze had een zweer aan haar buik. Ook de kleinkinderen Frits en Tietje zijn erg bedroefd. Maar het is duidelijk dat het voor Margaretha zelf ook enorm zwaar valt. Ze heeft veel vriendschap voor het hondje gevoeld.

    onse Arme sijtroen, naer datse
    4 dage niet heeft wille Eeten
    en heel sieck was issij aen Een
    sweer in diessij onder aenden
    buijck had gistere merge hier ge=
    storfve, is van frits en tiege
    beweent, mij jamert het
    arme beest noch daer ick
    so veel vrienschape van ge=
    =hadt heb

    Een jonge vrouw zit op een stoel en laat haar hand besnuffelen door een klein hondje dat tegen haar linkerknie opspringt. In de rechterhand houdt zij een stokje.
    Jonge vrouw met een hondje, Eberhard Cornelis Rahms, naar Eglon van der Neer, 1861. Collectie Rijksmuseum.