Tag: Gijsbert Jan van Hardenbroek

  • Mannen met spijt en mannen met goede moed

    DatumPlaats
    Geschreven17 juli 1673Den Haag
    Ontvangen22 juli 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Wederom is volgens Margaretha niets schrijvenswaardigs gebeurd de afgelopen paar dagen. Toch schrijft ze een paar velletjes vol. Vanmorgen zijn de diplomaat Hieronymus van Beverningh en de Spaanse resident vanuit Keulen naar Den Haag gekomen met nieuws. Wat het nieuws is, is onduidelijk. Margaretha hoopt op goed nieuws, maar als dat het geval is zal het wel snel naar buiten komen. Nee, dat zouden ze niet geheim houden, de mensen verlangen zó naar vrede.

    Weer meer Maastricht

    De gouverneur van Maastricht, Jacques de Fariaux, is in Den Haag en heeft verslag uitgebracht aan Zijne Hoogheid en de staat, over wat er binnen Maastricht is gebeurd en de reden voor de overgave van de stad. Men zegt dat de stad niet langer stand had kunnen houden, omdat het leger van binnenuit zozeer uitgeput was. Lodewijk XIV bracht om de twee à drie uur verse troepen om de verdediging te versterken.

    Linksvoor stroomt een rivier, na een klein stukje rivieroever staat er een hekje en direct daarachter een hoge muur. Achter de muur ligt de stad Maastricht. Vooraan een rij (vakwerk-)huizen, daarachter de Onze Lieve Vrouwe Basiliek.
    Gezicht op de muren van Maastricht, Josua de Grave, 1670, Collectie Rijksmuseum.

    Een misser over Maastricht

    En had ze dit nu al eerder geschreven of niet? Margaretha is het even kwijt, maar voor de zekerheid schrijft ze haar man toch over iets wat ze heeft vernomen over de zoon van de heer Alexander de Soete van Laecke. De beste man is buiten zijn boekje gegaan. Er was nog geen zekerheid over het overgeven van de stad – het officiële akkoord was nog niet gegeven – maar hij schreef er in een brief naar zijn vader al over alsof het een voldongen feit was. Hij verkondigde in de brief dat de troepen zich zouden terugtrekken en dat hij zelf het akkoord niet had getekend. Maar het was extreem onvoorzichtig de brief te schrijven en had niet de wijde wereld in gemogen. De gouverneur van Maastricht was woedend en de eer en reputatie van de familie de Soete van Laecke zullen ernstig worden aangetast…

    Eerste brieffragment over de brief van Alexander de Soete van Laacke
    Tweede brieffragment over de brief van Alexander de Soete van Laacke

    [=re af losten,] ick weet niet of ick uhEd voordeese
    heb geschreefve van Een brief die de soon vande heer
    van vieleers wt Maestricht aen sijn vader heeft

    geschreefve Effen doent ackoort was gemaeckt en
    men hier niet seeckers daervan had, waer in hij
    schrijft dat ons volck daer wt soude trecken en
    dat hijt ackoort niet had geteijckent en de pen
    niet alles kost vertrouwe maer hierkoomende
    mondelin het gepasseerde sou verhaelle, of dierge=
    lijcke, dees en brief sijnse so onvoorsichtich geweest
    dat sij Een ijder hebbe laeten sien sijn hoocheijt selfs
    lietse door den heer boreel haelle en heeft se geleesen
    dewelcke brief bij den gouverneur faerijo heel qualijck
    genoome wort en heel hooch ijae so dat hij vieleers in sijn
    Eer en reeputaesi vrij gekrenckt wort dat ick
    van sijnent weege vrees hij voelle sal, [mij jamert]

    Een verzoekje

    En dan ander nieuws in hetzelfde thema: weer een man met spijt. De gewezen majoor van Hardenbroek is wanhopig. Wat er precies voorgevallen is, is niet duidelijk, maar hij heeft een keer het bijltje erbij neer gegooid. Het is al even geleden, want het is niet de eerste keer dat Margaretha hem de gewezen majoor noemt. Van Hardenbroek is bij Van Ginkel als die ziek in Brussel ligt. Dan noemt ze hem al de gewezen majoor. Nu staat het water hem kennelijk aan de lippen want zowel Gijsbert Johan als zijn moeder smeken Godard Adriaan om hem te helpen een plaats te krijgen in zijn leger, misschien als luitenant of zelfs kolonel? Ze smeken en smeken of Margaretha haar man alsjeblieft zou willen schrijven met een goed woordje erin voor de gevallen majoor. Nou, bij dezen.

    Blad met twee tekenvoorbeelden. Boven een man, kalend met een baard, die zijn handen gevouwen heeft een smekend omhoog kijkt. Onder een man met een stok die met zijn handen tegen elkaar tegenover een vrouw zit die haar vingers ineengestrengeld heeft.
    Compositie met smekende figuren, Jean Dubrayet, ca. 1627, Collectie Rijksmuseum.

    Hooi, turf en hout

    Godard Adriaan heeft voor de militie die hij geworven heeft geld voorgeschoten en het ziet ernaar uit dat Margaretha dat geld terug gaat krijgen. Als ze het geld echt krijgt zal ze met dat geld de militie betalen, in ieder geval voor zover dat lukt. De kosten lopen namelijk hoog op. Margaretha sluit ook een overzicht bij van de kosten van de huishouding. Ze is echt zo zuinig mogelijk, maar ze heeft wat gerekend en er zal elk jaar minstens vijfduizend gulden worden besteed. Nu moet ze bijvoorbeeld weer voorraden van hooi, turf, hout en dergelijke voor de komende winter regelen.

    Brieffragment oplopende kosten

    [gelt dat ick ick ontfange hebbe,] nu weet ick niet
    dat wij hier meer schulde hebbe die van Eenige
    inportansie sijn, ick leg het in alles so naeu
    over alst moogelijck is noch loopt het al hooch
    en sien hoe ickt overlegge datter al bij de vijf
    duijsent int ijaer at verteert sal worde, nu moet
    ick weer provijsie van hoeij turf en hout en
    dier gelijcke voor de winter op gedaen worde

    Goed nieuws en goede moed

    Toch ook nog wat positiever nieuws: de Zilvervloot is veilig aangekomen, waar veel vreugde over heerst. Dat is niet verwonderlijk, want het schijnt dat er een aanzienlijke hoeveelheid zilver binnenkomt. Het is geweldig dat God nu weer Zijn genade toont.

    Alle troepen verzamelen zich inmiddels in het gebied van de Langstraat: Prins Maurits is terug gekomen uit Friesland , het regiment Van Ginckel is naar het land van Altena en de graaf van Waldeck naar Geertruidenberg. Het leger verzamelt zich met goede moed. Het schijnt dat Lodewijk XIV inmiddels in Charleroi is.

    Gewelfde voet. Balusterstam met knop en een luchtbel, daarover drie schrijven. Op conische kelk in radgravure een boer met ploeg getrokken door twee paarden op akker en enkele boompjes, aan de andere zijde een driemaster op kalme zee. Boven de boer het opschrift: SALUS PATRIÆ.
    Wijnglas met een schip, anoniem, ca. 1750 – ca. 1775, Collectie Rijksmuseum.