Tag: Geldzorgen

  • Zeeslagen en geldnood

    DatumPlaats
    Geschreven16 juni, 1673Den Haag
    Ontvangen20 juni, 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    In haar vorige brief meldde Margaretha dat er schoten gehoord waren. Helaas moet ze deze brief meedelen dat het net zo plotseling als het begon weer opgehouden is. Men dacht dat de vloten weer een zeeslag leverden, maar het laatste nieuws is dat het bij een slag gebleven is, die we gewonnen hebben. En daar heeft ze God voor gedankt.

    Brieffragment schoten

    rec.1Recepteren van het Latijn receptare: ontvangen 20 Junij in Hamburgh2Handschrift van Godard Adriaan

    haech den 16
    ijuin 1673

    Mijn heer en lieste hartge
    het viement3Ook wel vehement: hevig schiete dat men bij mijne laeste seijde
    weederom gehoort te sijn en men meende
    de scheeps vlooten voor de tweede mael aen malka
    =nderen waeren is op Een onseecker segge
    teenemael verwdweene en ist tot noch toe
    bijt eerste slaen gebleefve, daer bij wij volgens
    mijne voorgaende de avontaesge4Avantage: voordeel hebbe gehadt
    daer godt voor gedanckt moet sijn, [ick had volge]

    De beruchte 10.000 guldens

    Na het spannende nieuws over de zeeslag gaat de brief weer over op de orde van de dag. Een groot deel van deze brief wijdt Margaretha namelijk aan haar pogingen om de vergoeding van 10.000 gulden voor Godard Adriaans werk te krijgen. Er zit nog steeds weinig schot in. Na al haar eerdere pogingen om de raadpensionaris en de griffier te spreken heeft ze nu besloten om haar doel op een andere manier te bereiken. Ze is de individuele gecommiteerden van Holland gaan benaderen.

    Ze krijgt behalve medeleven weinig los. De heer van Asperen brengt het onderwerp nog op in een vergadering maar komt terug bij Margaretha met het harde antwoord dat er gewoon geen contant geld te vinden is in het land om haar te betalen. Al het geld wat de Staten-Generaal binnen krijgt stroomt meteen weg naar het leger en alle andere zaken die betaald moeten worden.

    Eerste brieffragment 10000 gulden

    [daer godt voor gedanckt moet sijn ,] ick had volge
    toe seggine en belofte vande ontfanger wtdenboo
    gaert gemeent gelt te krijge maer in plaets van
    dat laet hij mij schrijfve wel tienduijsent gul ind 
    post van defroijemente5Defroyement: onkostenvergoeding over betaelt te hebbe over
    sulcks mij niet Een stuijver kost geefve tenwaere
    de heere gekomiteerde rade Een Exstroordinarise
    subsidie hem liete toekoome hetwelcke ick bij
    moste versoecke, daer ick nu deese heelle weeck
    van smergens te ses Eure tot savonts toe
    om op de been ben geweest, en verscheijde heere
    over heb gesproocke den r p6Gaspar Fagel, raadspensionaris is hoe vroech of
    laet ick koom niet thuijs te vinde of als hij
    al thuijs is doet hem Exskuseere en niet aen

    Tweede brieffragment 10000 gulden

    te treffe voor al die ick heb konne spreecke
    sijnde geweest den heer van Asperen7Philip Jacob van den Boetzelaer den heere
    tulp van Amsterdam8Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag den heere van nael
    twijck van dort9Adriaan van Blijenburg, heer van Naaldwijk, uit Dordrecht den heere van gorckom10Kennelijk weet Margaretha niet hoe de gecommitteerde van Gorinchem heet.
    gaefve mij alle seer beleefde woorde en seijde
    haer best te wille doon, maer seijde alle en
    voornaemlijck Asperen en tulp vrij wat ronder
    wt11Vrij wat ronder uit: ronduit dat niet moogelijck is voor hollant ver
    midts dandere provinsie niet betaelde het
    te konne op brenge12Margaretha benadert nu de verschillende gecommiteerden van de Staten van Holland apart dat sij haer beste soude doen
    en alst niet weesen kost dat hij tup13Er staat “tup” maar dit hoort Tulp te zijn hoopte
    en versocht ick alsnoch paesijensie soude
    hebbe, waer op ick alles reeplijseerde14Repliceren: antwoorden wat
    tot ons Erlange15Erlangen: verwerven, verkrijgen diende, nu ben ick gistere
    avont weer bij den heer van Asperen gewee
    weest om te hoore wat daer dien merge in
    was gedaen also hij aengenoomen had
    het inde vergaderin voorte brenge, het
    welcke hij seijde gedaen te hebbe, maer
    ock hoewel alde heere ons geneegen waer
    het niet moogelijck was alsnoch Eenich
    gelt te geefve, datter so veel koste aent lant
    gedaen wierde dat al kontant gelt most sijn
    dat niet moogelijck was langer op te

    [brenge,]

    7 mannen met ontblote hoofden en witte kragen staan over een naakte dode man met een lendedoek gebogen. Rechts staat een man (dr. Tulp) met een hoed op en een bescheidener kraagje. Hij heeft in zijn rechterhand een schaar waarmee hij een pees of spier in de opengelegde linkerarm van de dode man wil doorknippen.
    Amsterdams burgemeester en lid van de Gecommiteerden Raad Nicolaas Tulp geeft een anatomische les, Rembrandt van Rijn, 1632. Collectie Mauritshuis Den Haag

    De terugkeer van Godard Adriaan?

    Het zijn niet enkel de financiën die stroef lopen, ook de terugkeer van Godard Adriaan blijft maar spaak lopen. Dit keer met een wel heel erg unieke reden: Godard Adriaan heeft helemaal niet verzocht om naar huis te komen!

    Tenminste, dat is wat de heer Van Asperen Margaretha probeert te vertellen. Wat een klinkklare onzin! Het is inmiddels al vier maanden geleden sinds Godard Adriaan een bericht aan Willem III stuurde met de vraag of hij terug mocht komen. Dat dat nog steeds niet gebeurd is, is wel heel raar aangezien van Asperen ook verteld dat Godard Adriaans verblijf in het buitenland nogal duur aan het worden is en het niet zeker is of de Republiek het wel kan betalen. Het is toch ook van de zotte! Deze redenering gebruikten Margaretha en Godard Adriaan maanden eerder om de Staten-Generaal en Willem III ervan te overtuigen om Godard Adriaan terug te laten komen en toen moest hij nog op zijn post blijven.

    Duidelijk is hier iets fout aan het gaan in de bureaucratie, maar waar? En hoe is het op te lossen?

    Brieffragment de terugkeer van Godard Adriaan

    [brenge,] seijde ock met de r p16Gaspar Fagel, raadspensionaris daer over gesproocke
    te hebbe die van gelijcke seijde dat ick noch Een
    nige tijt paesijensie moste hebbe, of hij heer
    van Asperen verder met de heer r p onsent
    weege had gesproocke of niet is mij onbekent
    maer seijde mij ick moet v17Hier spreekt Margaretha haar man aan met u in plaats van uhEd… inkonfidensie
    segge dat ick vrees de heer van Ameronge
    langer wt sal blijfve als wij hem sulle
    konne betaelle, wij sijn verwondert dat
    hij niet versoeckt thuijs te koome waer op
    ick antwoorde uhEd het selfve al over
    4 maende versocht hadt en so aen sijn hooch
    als aenden staet, dat ickt selfve wt uhEd
    naem noch booven de briefve die uhEd daer
    over had geschreefve aen sijn hoocheijt hadt
    versocht en tot antwoort bekoome dat het
    doen noch niet kost weesen, hem teegemoet
    voerenderen dat uhEd sonder gelt niet buij
    =tens lants koste sijn, dat ick dewijlt weese
    most noch wel Een korte tijt paesijensie soude
    hebbe maer badt hij toch sorch wilde drage
    mij die ordinansi mocht worde voldaen het
    welcke mij belooft heeft, ick sal met laete
    aen te houde en sien daer van voldaen te
    worde maer hoet in toekoomende sal gaen
    weet ick voorwaer niet, vrees sij difukulteij

    Een rechthoekig schema van veren en bewegende metalen staafjes. Die worden aangestuurd door een sleutelgat in het midden en zorgen er voor dat er metalen staven aan de zijkant uitzetten in de zijkanten van de kist.
    Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum
    (Het kan ook de route kaart zijn die Margaretha moet volgen om geld uit betaald te krijgen voor het werk van haar man)

    Krappe kas

    Die krappe kas waardoor Godard Adriaan niet betaald kan worden, leidt ook bij de milities tot problemen. De pagadoors krijgen geen geld meer en dus worden de soldaten niet meer betaalt. Het lijkt wel of de Republiek dreigt te gaan.

    Om dit tegen te gaan hebben de Staten van Holland besloten om de 100e penning en 200e penning weer te gaan innen. Meer vermogensbelastingen dus. Dit was in januari ook al gebeurd en het bleek toen redelijk goed te werken. Hoe hoog de inkomsten deze keer zullen uitvallen is een beetje een raadsel want de waarde van goederen in Holland is ingestort sinds de oorlog begonnen is. Uit andere gewesten zal weinig tot niets gaan komen, deze zijn nog steeds bezet door de Fransen.

    Brieffragment belastingen

    sulle maecke ordinansi te passeere, ick kan segge dat
    van ijder hoor der groote schaersheijt van gelt is, hoe
    het noch met de betaeline vande meliesi salsgaen vreest 
    men seer, de meeste pagadoors18Pagador: betaler wildender weer wt
    scheijde, men heere van hollant sijn vergadert en
    beesich om weer den 100 ste penin in gift en den
    200 pen19Vermogensbelasting bij forme van kapijtaelle leeninge in te
    willge hoe dat gaen sal weet ick niet de liede
    trecke hier in hollant de meeste niet en dandere
    heel weijnich van haer goet20Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…, Een vreede diende ons
    best tis uhEd niet te schrijfve hoet hier is, [uhEd]

    Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar; links een openstaande geldkist en een wachtende man; rechts een deur met in de omlijsting een familiewapen. Boven: maatverdeling op een balk in duimen (?).
    Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar naast een openstaande geldkist, Abraham van Strij (I), 1763 – 1826. Collectie Rijksmuseum

    De grote mond van Welland

    Margaretha’s brief eindigt met een klein nieuwtje over neef Welland: hij is de oorzaak van zijn eigen ongeluk. Zouden zijn avances bij Juffrouw van der Wijlle mislukt zijn misschien? Wat hij precies gedaan of gezegd heeft schrijft Margaretha niet maar haar conclusie is niet mals. Als hij nu maar had geluisterd naar wat zij van de winter zei…

    brieffragment over neef welland

    [het selfve toch wel te overdencke ,] wat de heer
    van wellant aengaet die is selfs vrij wat oorsaeck
    van sijn ongeluck met sijn mont niet te konne snoere
    dat ick hem deese winter genoech vermaent en ge
    seijt heb uhEd sou niet geloofve hoemen sien moet
    wat en waermen Eits seijt, ick wenste uhEd alles
    wist maer kant so niet schrijfve, hiermeede
    blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    P.S. Victorie!

    Begint Margaretha haar brief nog met een aarzelende mededeling, de ps begin ze met een opgelaten kreet van blijdschap! De genade Gods waar ze eerder om smeekte is gekomen en de Republiek heeft de Tweede Slag bij Schooneveld gewonnen! De precieze details zijn nog wat vaag omdat het nieuws zo vers is maar één ding is voor Margaretha zeker: deze grootste overwinning zal bijdragen aan de vrede waar iedereen al zo lang naar smacht.

    brieffragment tweede slag bij het schooneveld

    p s so aenstonts kome briefve van luijte Admi
    tromp21Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp wt onse vloot hoe dat de selfve
    weer slaechs sijn geweest gelijcke uhE
    wt de kopije daer van hier neffens geaende
    kan sien wij konne godt niet genoech
    dancke voor sijne genade, maer is be
    =droeft donse door gebreck vande kruijt het
    welcke men voor de gemeente22Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. versust
    weer naer schoonevelt moste keere
    so schijnt hebbe donse noch moet omse
    noch Eens aen te legge, tis voorwaer
    Een groote vicktvorije voort lant
    nu heeft men hoop om t in korte
    tot Een goeije en gewenste vreede
    te geraecke het welcke ons dien
    groote godt wil geefven inwiens
    heijlige bescherminge uhEd beveelle

    Gravure met een scheepsslag. Verschillende schepen liggen in groepjes bij elkaar, zo nu en dan zie je scheve masten, rookwolken en vooraan ligt een zinkend schip.
    Object: Tweede Victorieuse Zee-slag, door de Nederlanders tegen de Franse en Engelse Zee-machten bevochten, den 14 Iuny Ao. 1673. Collectie: British Museum
  • Oud en moe

    DatumPlaats
    Geschreven24 april 1673Den Haag
    Ontvangen29 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief duidelijk geïrriteerd: Tot op heden heeft ze nog geen cent ontvangen van de ordinantie! Morgenochtend wil ze naar Amsterdam gaan om te kijken of dat enig effect heeft bij de ontvanger. Als ze dan toch in Amsterdam is kan ze meteen kijken of ze de pakzolder van de buren kan huren om de spullen van het huis in Amsterdam veilig op te bergen, bedenkt ze tussendoor. Per eind mei is het huis dat ze heeft immers aan anderen verhuurd. Ze twijfelde of ze een nieuw huis moest huren, maar gezien de kosten lijkt dit een betere optie. Den Haag vindt ze nog niet veilig genoeg.

    Geldzorgen

    Vervolgens schrijft ze in haar brief over de enorme geldzorgen die haar plagen. Hoewel de ordinantie van 10.000 gulden bij de Raad van State inmiddels wel rond is, moet er nog bevestiging komen van de Staten van Holland. De uitbetaling in contanten van de ordonnantie van 6.000 gulden laat ook op zich wachten. Margaretha raakt somber door al deze financiële zorgen, zoals de huur van het huis in Amsterdam, belastingen en de dagelijkse kosten van het huishouden. Daarbovenop doet het haar als moeder ook pijn om haar eigen kroost te vertellen dat ze niet langer bij haar kunnen aankloppen voor financiële hulp in noodgevallen. Maar hopelijk gaat het nu wel goed met haar zoon en schoondochter, wat betreft de betaalde brandschatting voor Middachten.

    Brieffragment over de geldzorgen

    [ 400f bedraecht ] daer ick als noch geen raet toe weet
    daer om uhEd wel seijt dat wij op alles de menaesge1Menage: zuinig beheer der inkomsten, het betrachten van zuinigheid
    moete soecke bevinde het voor waer wel, heb ock aende heer en vrou van ginckel geseijt dat sij geen staet meer op ons sulle
    konne maecke dat ick hoope haer goet nu met die brant
    schattin te geefve vrij sal sijn, ick leg alles so naeu over
    alst moogelijck is konsidereerende dat wij alles quijt sijn
    ick wort out en uhEd met al die swaere fatigees2Vermoeidheden (van het werkwoord fatigeren)
    van so lange en int felste van de winter te reijse
    sal ock wel tien ijaere ouder sijn als deselfs ijaere
    meede brenge, wij sijn ongeluckich dat ons deese tij=
    de in onse ouderdom overkoome dan wat sulle
    wij doen moeten ons de wil des alderhoochste onder
    werpen hem bidde dat wij door deese sijne roede van
    ons sondich leefve mooge gebeetert worden [het welcke]

    Oud en moe

    Het verdriet spat van het papier, want ze beklaagt zich over haar ouderdom, en die van haar vermoeide en verzwakte man, die in de kou zit. Het is een groot ongeluk dat ze op hun leeftijd deze ramp moeten doorstaan. Moge hun zondige leven maar verbeteren!

    In een eenvoudig interieur zitten twee figuren te bidden aan een tafel. De voorste figuur zit op een stoofje en heeft zijn hoed afgenomen.
    Biddend paar, Jan de Visscher, naar Adriaen Brouwer, 1661 – 1726, Collectie Rijksmuseum.

    Amoers maken

    Tussen de zorgen over geld en de oorlog door deelt Margaretha een nieuwtje over haar neef Wellant in haar brief: het schijnt dat hij avances maakt bij Juffrouw van der Wijlle. Wie deze dame precies is, blijft onbekend. Margaretha is niet zeker of het een serieuze zet is van haar neef, of gewoon een pleziertje tussendoor…

    Een man probeert een vrouw te verleiden door haar oesters aan te bieden, een lustopwekkende delicatesse. De man (Van Mieris zelf) heeft succes: de vrouw (Van Mieris’ echtgenote) toont hem uitdagend haar boezem.
    Het oestermaal, Frans van Mieris de Oude, 1661, Collectie Mauritshuis.

    Wijn, zadels en kaas

    Terwijl ze hierover schrijft, ontvangt ze een aantal pakketten. Er is wijn aangekomen en eindelijk zijn daar de manden met zadels! De zadels heeft ze zelf al op 30 september vorig jaar naar Hamburg gestuurd, omdat haar man dat vroeg. Nu zijn ze terug zodat hun zoon ze kan gebruiken. Ze is van plan om rustig van de wijn te genieten. Over boodschappen gesproken, de Parmezaanse kaas is nog steeds niet aangekomen in Breda, en ze vraagt zich af of haar man binnenkort grasboter voor haar kan regelen. Hoewel grasboter in de Republiek ook verkrijgbaar is, is de prijs ontzettend hoog. Waarom? Ze herinnert haar man aan de waterlinie, die nog steeds in stand is, waardoor veel landen en graslanden nog steeds onder water staan en veel dieren sterven door gebrek aan voedsel.

    Brieffragment over de amoers, de zadels, de wijn, de prijs van boter

    [meent hij in Een ordinaris soude gegaen hebbe,] het schijnt hij de Amoers aen Juffrou vander wijlle maeckt oft hem Ernst is weet ick niet, dus int schrijfve ontfange ick de rinse bleecke3Waarschijnlijk Rheinische Bleichert, een wijn uit de buurt van Linz onder Bonn
    met de mande met sadels daer voor uhEd hoochlijck
    bedanck
    het is al Een goet vat mooge wijt gerustelijck geniete sulle
    daer verde inde soomer mee koomen ick drinck noch over
    de tweede oxshooft4Oxhoofd: 231 liter wijn vande heelle winter, als nu de
    nieuwe gras booter opgeleijt wort die duere kan en men
    van daer 2a 300 pont die goet waer kost sende soude heel
    wel koome want ongetwijfelt sal de booter hier seer dier
    sijn vermidts der so veel lant noch onder water leijt
    en so veel beeste bij gebreck van voer sterfven, [meeste]

    Ontbijtstuk met kaas, ham en kelken, Jacob Foppens van Es, ca 1630. Collectie Nationalmuseum Zweden (foto: Anna Danielsson).

    Toch nog een financiële meevaller?

    Plotseling komt de klerk Vos binnenlopen. Hij vertelt Margaretha dat de 10.000 gulden is toegezegd. Ze is dankbaar jegens de Amsterdammers in de Staten van Holland. Haar harde werk lijkt effect te hebben gehad. Tenminste, er is toezegging gedaan, maar of het geld daadwerkelijk snel haar kant op komt, is nog maar de vraag…

  • Tel je zegeningen – en je geld

    DatumPlaats
    Geschreven3 april 1673Den Haag
    Ontvangen8 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Opluchting en zorgen gaan samen in deze brief. Margaretha is blij dat Godard Adriaan na zijn veldtocht weer veilig in Hamburg is aangekomen. Maar hij is nog steeds ziek, daar bekommert ze zich enorm om. Ze schrijft dat ze wenst dat ze bij hem zou kunnen komen, om de pijn te verlichten. Maar helaas…ze bidt tot God dat hij hem snel beter zal maken en als ze dan toch bezig is…ook hoopt ze dat alle zorgen rondom het huis en de kinderen snel zullen verminderen. Hoewel ze daar een hard hoofd in heeft.

    Bord van faience, veelkleurig beschilderd naast de tekst in het bijschrijft staat op de rand de volgende tekst in vier cartouches: Die bidt niet/ soot behoort; Maar/ rabbelt/ slegts/ de/ woor/ den; die wer/ van godt/ verhoor; alsof godt/ niet en hoorde.
    Bord met het opschrift: wij bidden u o heer/ Sent uwen seegen neer/ op dees u milde gaven/ want niet soo seer de spijs/ als wel u seegen wijs/ ons voeden kan en laaven, anoniem, 1683. Collectie: Rijksmuseum

    Geld tellen

    Margaretha somt op vanaf welke maand ze hoeveel aan penningen heeft moeten betalen. Daarboven op kwamen natuurlijk de kosten die verbonden waren aan het verzorgen van alle zieken die ze de afgelopen maanden in huis heeft gehad. Vergeet niet, er heeft dag én nacht vuur en licht gebrand om de zieken in de gaten te houden. Denk dus aan al die stookkosten en kaarsen. En als de ene zieke beter was, werd de ander weer onwel: ‘deen was niet op de been of dander ginck weer legge’.

    Brieffragment over zorgen om geld

    waer de huijshoudin heeft de ese winter hoe naeu ick alle
    over leg hooch geloope insonderheijt met al de siecken
    met dewelcke men op verscheijde plaetse dach
    en nacht vier en licht heeft moeten hebben ent
    duerde lanck deen was niet op de been of dander
    ginck weer legge, doch naer mijn reeckenin ver=
    midts de meenaesge het heelle ijaer so swaer niet
    sal valle sal ick noch wel met tuschen de vier
    en vijf of bij de vijf duijsent gul s ijaers toekoo=
    men, ick sou niet gaeren sien dat wij alsnoch

    Ze verzucht dat ze niet weet hoe ze in kosten besparen. Voorheen lieten mensen dan nog wel eens een dienstmeid of koetsier gaan, maar dat ziet Margaretha niet als een oplossing ‘dienst boode kanick niet af schaffe, heb maer twee maechden’.  

    Naast dat ze zich druk maakt om de kosten van haar eigen huishouden, houdt ze zich ook bezig met de brandschatting van haar zoons huis. Bovenop de brandschatting van 5000 gulden voor Middachten, moeten er nog 100 rijksdaalders gegeven worden. Die 5000 gulden neemt Margaretha voor nu voor haar rekening, daar zal ze nog een schuldbekentenis voor krijgen.

    De dienstmaagd, Willem van Odekercken (toegeschreven aan), 1631 – 1677. Collectie Rijksmuseum.

    Complimenten van Willem III

    De Graaf van Waldeck wordt morgen verwacht. Als zijn vrouw komt, zal Margaretha haar verwelkomen. Waldeck heeft een goede indruk van Van Ginkel, daar is Margaretha tevreden over, maar het belangrijkst is dat Willem III een compliment over zijn acties bij Charleroi heeft gegeven ten overstaan van de Van Reedes van Renswoude en anderen. In alle ellende is deze prestatie van haar zoon bij al die belangrijke heren een lichtpuntje. Margaretha hoopt dat het niet bij mooie woorden blijft, maar dat er nog eens wat goeds uit komt wat betreft het verdere verloop van zijn carrière.

    Brieffragment complimenten van Willem III

    den graef van waldeck wort desen avont hier verwacht
    wij sulle de graefvin alse gekoomen is gaen verwelkoom
    onse soon heeft het geluck van wel bij de graef te staet
    en ock bij meest al de offijsiere so hooh als laech en
    bij sijn hoocheijt dat het prinsipaelste is, dewelcke
    noch onlans aen de heere van rhijnswou en schoonouwe
    in presensie van verscheijde andere, b geseijt heeft
    dat de heer van ginckel int leeger ontret schar=
    leroij en daer te voore de Eene vleugel vant
    leeger gekomandeert heeft en heel wel gedaen
    hadt , dit is mij in alle mijn ongelucke noch Een
    vreuchde te hooren, [mocht het maer in voorvallen]

    Acte van Garantie

    Margaretha heeft nog weinig gehoord over eventuele vergoedingen van het afbranden van het huis. Ze vreest dat het heel lang gaat duren voordat ze iets van vergoeding krijgen voor de schade. Ze krijgt nog steeds geen reactie over de Acte van Garantie. Margaretha heeft van Wesel, advocaat van de Hoge Raad in Utrecht, ernaar laten kijken. Hij vindt dat de heren verduidelijking moeten geven. Alleen krijgt Margaretha die heren maar niet te spreken. Van Wesel klaagt met tranen in de ogen over de tirannie van de Fransen. Hij lijdt onder de zware belastingen en moest daarboven op ook nog eens 5000 gulden borg betalen om tussen Den Haag en Utrecht te kunnen reizen. Hij moet dan ook spoedig terug naar Utrecht. De ellende blijft dus aanhouden…

    Brieffragment over de borg van Van Wesel

    [waert aen schort die is nu inkomissi naer greuninge,] weesel
    klaecht so seer met de traene in doogen over de tieranije
    die sij ten opsichte vande swaere schatine lijde dat men
    sen hart seer doet het te hoore hij heeft voor 5000f
    borch moeten stelle om binne so Een tijt weer daerte
    koome, hier meede blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    Een landweg met een koets nabij een huis. In de verte twee molens en de contouren van een stad.
    Landschap met een koets, Philips Koninck, 1629 – 1688, Collectie Rijksmuseum
  • Donkere wolken

    DatumPlaats
    Geschreven30 januari 1672Den Haag
    Ontvangen14 februari 1672Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Margaretha zit nog steeds met twee doodzieken in huis: de keukenmeid en de jongen. Ze zijn nog steeds buiten hoop van leven. De jongen dolt zo dat hij nauwelijks in bed te houden is. ‘De Heere wil ze geven wat zalig is’, verzucht ze.

    Nieuws uit Amerongen

    De intendant van Utrecht, Louis Robert, heeft de secretaris van Amerongen naar Den Haag gestuurd met een dreigende boodschap. De intendant heeft opdracht gekregen om het Huys in Amerongen op te blazen, tenzij Margaretha 3000 gulden contant betaalt. De secretaris heeft ook een brief van Abraham van Wesel bij zich, advocaat van het Hof van Utrecht. De secretaris en Van Wesel denken beiden dat de Fransen wel met minder genoegen zullen nemen. De secretaris denkt dat 2000 gulden ook wel genoeg is, maar weet ook zeker dat als Margaretha dat niet betaalt, ze het plan om het huis te laten springen uit zullen voeren.

    brieffragment dreigement intendant Robert over Amerongen

    de seeckretaris van Ameronge is hier van den inten
    =dant robbert die te wttrecht is gesonde om mij te sege
    dat hij last heeft omt huijs te Ameronge te doen
    springe ten waere men met hem wilde ackordeer
    en soude hem met Een som van drije duijsent gul
    kontant laete kontenteere, de seckretaeris seijt
    en den heere weesel schrijft sij geloofve hij met
    minderwel te vreede sou sijn ija so de seekretaer
    meent wel met twee duijsent gul sij beijde
    meene ick dit hoorde te geefve sondert welcke
    ongetwijfelt so sij segge sij tot de Exsekusie sulle
    voort gaent, dat mij int binenste van mijn hart
    sou jamere en seer doen, weet niet wat ick doen

    Margaretha komt gelijk bij de kern van haar dilemma: als ze nu geld geeft, willen ze snel weer geld, want ze hebben geld voor de oorlog nodig. Bovendien is voor de Fransen geld net zo schaars als voor haar.

    Brieffragment over geld

    [sou jamere en seer doen,] weet niet wat ick doen
    sal
    tot konservaesi van mijn huijs sou ick veel doen en
    meer als ick kan, maer vreese alsmen nu al gelt
    geeft dat het in korte alweer te doen sal sijn,
    want sij wille gelt hebbe, dat bij mijn ock so wel als
    bij haer schaers is, ick ben hier seer in bekomert

    Winterlandschap. Een vierkante toren en enkele huizen langs een bevroren water in een besneeuwd landschap. Op het ijs enkele figuren met een slede, links een boerenschuur. In deze voorstelling domineren de donkere onheilspellende wolken, die van links worden beschenen door de laagstaande zon. De dik ingepakte mensen op het ijs steken nietig af tegen deze onbarmhartige natuur. In zo’n winterlandschap van Ruisdael zou een vrolijke menigte schaatsers niet op zijn plaats zijn.
    Winterlandschap met donkere wolken, Jacob Isaacksz van Ruisdael, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum

    Compassie

    Margaretha besluit om op het gemoed van de Fransen te spelen. Ze stuurt de secretaris terug met de boodschap dat ze alles wat Godard Adriaan en zij bezitten in handen hebben en dat ze daar nu geen inkomsten van hebben. Voor wat extra dram voegt ze toe dat ze zelfs niet genoeg heeft om zelf van te leven. Als kers op de taart hoopt ze op de goedertierendheid en de compassie van Lodewijk XIV. En ze spreekt de Fransen ook aan op de praktische consequenties: als het goed (het kasteel) in brand gestoken wordt, dan hebben ook de Fransen er zelf ook niks meer aan. Tot slot stelt ze ook een eigen eis: als ze betaalt, dan wil ze ook de garantie dat er niks beschadigd wordt.

    Brieffragment waarin Margaretha compassie van Lodewijk XIV vraagt

    heb de seeckretaris die merge weerom gaet
    belast te segge dat hij mij gesproocken heeft
    en dat ick seg, sij al het onse in haere hande
    hebbe daer ick als waer is niet Een stuijver
    van kan trecke dat mijn goet so bedurfve is
    dat ick selfs niet heb om van te leefve daerom
    ick geen gelt heb en niet kan geefve, dat ick
    hoop de goedertierenheijt vande koninck so groot
    sal sijn en ock sijn kompassie, dat sij sulle bewoo
    =ge worde van sulcks niet ter Exsekusi te stelle daer
    sij niet int minste vande konne proofijteere, en
    alsmen al wat sou geefve, of sij mij soude kone
    verseeckeren dat mijn huijs int toekoomende
    niet soude beschadicht worde, sal hierop het
    antwoort vande seeckretaris verwachte ent
    voort de heer almachtich beveelle in wiens
    hande alles staet hij heeft het ons gegeefve hij
    kant ons neeme als sijne godlijcke wille is, ick
    kan niet segge hoe bedroeft ick ben, als wij ons

    Geld

    Het probleem om aan geld te komen is reëel: ze heeft nog steeds het duplicaat van de ordinantie niet, dus er wordt nog steeds niet uitbetaald. Ze verwacht dat dat deze week geregeld is, maar dan moet ze de ontvanger nog overtuigen haar het geld daadwerkelijk te geven. Zodra dit gelukt is, zal ze gelijk een verzoek tot een volgende uitbetaling doen. Margaretha is niet de enige met geldproblemen: de compagnie van Van Ginkel is ook al drie maanden niet betaald. Kortom, het is niets dan misère.

    Brief fragment over de schaarste van geld

    uhEd kan niet geloofve hoe schaers het gelt is,
    de heer van ginckel is sijn kompangi bij de drij
    maende ten achtere van sijn tracktement krijcht
    hij niet, in soma tis niet als miseerij, de luijde

    De oorlog

    De mensen beginnen ook de stad weer uit te vluchten, de angst voor vriesweer is nog steeds groot. De Franse troepen in Utrecht komen weer in beweging, dus daar staat wat te gebeuren, en ook de Prins van Oranje schijnt nog een plan te hebben. Het vervelende is dat het weer zo ‘wankelbaar’ is, dat er nauwelijks iets te plannen is.

    Brieffragment over het vriesweer

    [hij niet, in soma tis niet als miseerij,] de luijde
    vluchte weer van hier met gewelt nu weer be=
    gint te vriesen, hoope het niet aenhoude sal, in
    en ontrent wttrecht treckense weer seer veel volck
    ock Eenige ruijterij, men vreest sij weer Eenich de
    seijn op hande hebbe, daer wij voor moete schricke
    want het geluckt haer meest wat sij beginne ist
    niet al int geheel altijt ten deelle, [nu begint]

    Er is goed nieuws gekomen uit Keulen! Men zegt dat de troepen van de Keurvorst 3000 Münstersen verslagen zouden hebben! Margaretha hoopt maar dat het waar is.

    Venijn

    Het venijn zit in de staart. De secretaris heeft gezegd dat intendant Robert een lijstje heeft met huizen die hij wil laten springen. Op dat lijstje staan vijf huizen en Amerongen is erbij! Daarnaast worden Zuilesteyn, Moersbergen, Hindersteyn en een huis dat ze zich niet kan herinneren genoemd.

    Er schijnen ook huizen veilig te zijn: Renswoude, Schonauwen, Hardenbroek en Groenewoude. Laten dit nu net allemaal huizen zijn waar familie van Johan van Reede van Renswoude woont! Zijn zoon Frederik woont op Schonauwen, dochter Jacoba is getrouwd met Hendrik Gijsbert van Hardenbroek en Groenewoude is net door dochter Mechteld gekocht voor haar zoon Gijsbert Johan van Hardenbroek. En dan schijnt ook nog dat Gilles Sautijn bemiddeld heeft. Zouden de roddels dan toch waar zijn? Margaretha had eerder gehoord dat Sautijn buskruit aan de Fransen had verkocht en ze had Van Reedes van Renswoude ook al aan Sautijn gelinkt

    de seeckretaris
    seijt dat den intendant
    5 huijse op sijn briefge
    heeft om te doen springe
    alst huijs te Ameronge suijlisteijn moersberge
    hindersteijn het ander is mij ontgaen,
    rhijnswou schoonouwe hardenbroeck en groenewou
    dat de maijoor hardenbroeck lest gekocht heeft
    sijn so geseijt wort door reeckomandasi van
    Arlinton , en soutijn van Amsterdam vrij

  • Saai en spannend

    DatumPlaats
    Geschreven15 december 1672Den Haag
    Ontvangen26 december 1672Sassenberg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief met de opbeurende mededeling dat er sinds haar laatste brief niets gebeurd is, maar dat ze het ritme van het schrijven er maar in houdt. Om te voorkomen dat Godard Adriaan denkt dat ze een heel saai leven heeft, geeft ze in de zin daarna het risico van vorst weer. Als de rivieren dicht vriezen, wat doen de Fransen dan? Ze heeft gehoord dat ze Den Haag willen plunderen. Het zou toch wel heel fijn zijn als er eindelijk eens hulp komt. Van Willem III hebben ze ook niks meer gehoord, het laatste wat ze weet is dat hij bij Tongeren lag. In de Spaanse Nederlanden dus, ver van de Republiek. Wat als de nood aan de man komt?

    Brieffragment saai sinds laatste brief en zorgen rondom de vorst en locatie van Willem III

    Mijn heer en lieste hartge
    hoewel van hier seedert mijne laeste niet veel weete
    te schrijfve moet ick de gewoonte houde en geen
    post sonder te schrijfve laete gaen, wij sitte hier
    noch als voor dees so lange alst open weer blijft
    hoope wij geen noot te sulle hebbe maer dat de
    reeviere Eens quaeme te sitte1Te bevriezen weete ick niet
    hoet gaen soude, de vijande so geseijte wort dreijge
    seer hebbe geswoore den haech te wille plondere
    dan sij sulle niet meer doen dan alser de heer
    almachtich toelaet die ick hoope ons noch Eens
    Een genadige verlosine wt alle onse bekomerin
    sal geefve, daert ons alleen vandaen moet koome
    mensche hulpe die doch sonder sijnen seegen niets
    vermach, en isser ock niet voorhande, van sijnhoo
    hebbe wij seedert mijne laeste niet gehoort, men
    gelooft ons volck voor tongere leijt, [de sweetse]

    Geld

    Hoewel niemand denkt dat de Zweeds ambassadeurs een vrede te weeg kunnen brengen, zou vrede wel welkom zijn. Alle betalingen drogen op en de regimenten hebben al tijden geen geld gehad. En dan de betalingen voor het werk van Godard Adriaan! Margaretha weet niet meer hoe ze het moet redden en ze raakt bijna in paniek als ze bedenkt hoe ze de schulden, die haar man in het buitenland maakt, straks moeten aflossen. Wat als haar man ook nog zou overlijden?

    Brieffragment over het krijgen van geld

    vrees wij geen gelt of betaeline van men heere
    van hollant sulle hebbe te verwachte dat mij
    seer bekomert, want of uhEd al schoon bij naer
    weet waer het selfve te vinde wij sijn alle
    sterflijcke mense en dat mij het ongeluck die
    =nde, hoe soude ick daermeede blijfve sitte sou
    imers niet weete hoe mij daer door te redde, en
    sou sorch moete drage dat de schulde die uhE
    daer buijtens lants maeckt betaelt wierde, en
    waer van sou ben imers alles quijt schrick der
    aen te dencke in mijn oude dage mach hoop de heer
    mij voort quaet in sijn Eeuwige rijck sal haelle, [van]

    Gelderland

    En dan het laatste nieuws uit de bezette gebieden. Steeds meer Geldersen willen terug. Ze geloven niet dat het zin heeft om achter de waterlinie te blijven en hopen dat ze door hun aanwezigheid nog iets van hun Gelderse goederen kunnen bewaren. Ze vertelt het verhaal van de arme Borchard Willem van Westerholt, heer van Hackfort, waar ze eerst wel 100.000 gulden van eisten. Dat wordt terug gebracht tot 20.000, maar ook dat is een aanzienlijk bedrag: vergelijkbaar met ruim € 235.000 aan koopkracht in 2021.

    Aquarel van huis hackfort. Voor een weiland waar twee koeien in liggen. Links een ronde toren met een elegant dak met een windvaan erop. Daarnaast het huis met diverse daken en schoorstenen. Rechts op de achtergrond een tweede, lagere toren met vergelijkbaar dak en windvaan. Achter het kasteel zijn bossages in diverse kleuren groen en roodbruin.
    Huis Hackfort, W.F. Reine, 1997. Bron: Gelders Archief, 1592-23.

    Dankzij Elisabeth van den Boetzelaer, vrouwe van Nyenheim, is er een sauveguarde geregeld voor het Middachtense bos. Hoe het in Amerongen is, heeft Margaretha met de laatste brief al verteld. Er is nu wel meer informatie over omgekapte bossen. Verder heeft iedereen in de bezette provincies het zwaar onder de bezetter.

    Brieffragment over Gelderland

    [Esse en] meest alle gelderse gaen daer weer naer
    toe siende hier geen hoop van verlossine, en daer
    door haer presensie haer goedere noch te konser
    =veere, den heer van hackfoort2Borchard Willem van Westerholt daer koomende
    hebbense over de hondert duijsent gul geEijst
    om dat hij so lange is achter gebleefve dan
    sijn op twintich gekoome maer wille niet Een
    duijt minder hebbe, en dit met belofte van
    hem alles weer te geefve behalfve Eenige
    meubele die al wech sijn en Eenich hout dat
    in sijn bosse gehouwe is, int Middachtense
    bos hackense al wacker in de vrou van nieu
    =wenheijm3Elisabeth van den Boetselaer met haer franse dochter die bij de
    prinses van navernije heeft gewoont en kenisse
    aen veel vande prinsipaelste offisiere heeft,
    heeft so veel te weege gebracht dat sij Een
    saefve garde voort middachtense bos heeft
    gekreege wat operaesie dat doen sal sulle
    wij haest hooren wenste wel die goedere mochte
    gekonserveert blijfve, hoet tot Ameronge staet
    heb ick met de laeste geschreefve, [op ijan van]

    Eindigen van te zijn

    De brief gaat nog wat door over de lasten die Utrecht en Gelderland hebben door de Franse bezetting. De afsluiting is weer ongeëvenaard. Loopt de stress weer op of wordt ze in haar ondertekening onderbroken en gaat ze snel naar de ps met de allerlaatste nieuwtjes?

    Brieffragment met de ondertekening

    deese valt vrij langer als ick gemeent hadt,
    sal hier meede Eijndige maer noijt van te
    sijn
    uhEd getrouwe w
    MT

    Familienetwerk

    Uit het fragment over Gelderland blijkt hoe belangrijk het familienetwerk voor Margaretha is. Elisabeth van den Boetzelaer is een nicht van Godard Adriaan, ze is de dochter van zijn oom van moeders kant. En zo is Borchard Willem van Westerholt een neef van Ursula Philippota’s moeder. Bijzonder is de Franse dochter van de vrouwe van Nijenheim. De prinses van Navernije (of de prins van Navergne die in een andere brief genoemd wordt). Degene die het dichts bij een mogelijke kandidaat komt is Antoine III de Gramont. Hij heeft diverse titels en hij is inderdaad prins. Prins van Bidache, een klein staatje in de Pyreneeën. Bidache lijkt niet op Navergne of Navernije. Antoine is ook ‘viceroy’, vice-koning, van Navarra en dat begint er op te lijken.

    Als de Franse dochter daar inderdaad gezeten heeft, dan heeft ze inderdaad een goed netwerk in Frankrijk. Antoine III was Maarschalk van Frankrijk, generaal met bijzondere verdienste. Zijn vrouw was een nicht van Kardinaal Richelieu, de rechterhand van Lodewijk XIV.

    De zoon van Antoine III, Antoine IV komen we dichterbij tegen, dit is de graaf van Louvigny die vecht in Staatse dienst.

    Als dit klopt, dan is het inderdaad heel goed mogelijk dat via de nicht van Godard Adriaan een sauveguarde geregeld kon worden. Waarom voor het Middachtense bos en niet voor Middachten of Amerongen? Het maakt natuurlijk wel uit wie je kent en hoe hard die persoon voor je wil lopen. Met de kennis van nu is die vraag nog een brug te ver.