Op 21 augustus 1673 vond op een hooggelegen plaats bij Den Helder de Slag bij Kijkduin plaats. Over de twee eerdere zeeslagen bij Schooneveld (7 en 14 juni 1673) heeft Margaretha uitgebreid geschreven. Maar de Slag bij Kijkduin krijgt pas in haar brief van 1 september aandacht. In de vorige blog werd duidelijk dat er geen brieven van Margaretha bewaard zijn gebleven van 24 juli t/m 28 augustus 1673. Het is zeer onwaarschijnlijk dat ze in deze periode geen brieven geschreven heeft, dus we kunnen ervan uitgaan dat de brieven om de een of andere reden verloren zijn gegaan. Het is echter nog maar de vraag of in één van de ontbrekende brieven iets heeft gestaan over de Slag bij Kijkduin van 21 augustus 1673. In de brief van 28 augustus schrijft Margaretha namelijk dat er geen nieuws is van de vloot.
Gevecht tijdens de zeeslag bij Kijkduin, Willem van de Velde (II), ca. 1675. Gevecht tussen Cornelis Tromp op de ‘Gouden Leeuw’ en Sir Edward Spragg op de ‘Royal Prince’ tijdens de zeeslag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Collectie Rijksmuseum
Strijdende partijen
De Slag bij Kijkduin duurde een hele dag: van acht uur ‘s ochtends tot zeven uur ‘s avonds. De gecombineerde Engels-Franse vloot bestond uit drie eskaders. De Engelse admiraals Prins Rupert en Edward Spragg waren verantwoordelijk voor de voor- en achterhoede, terwijl de Franse admiraal graaf Jean d’Estrées de middentocht voor zijn rekening nam. De voorhoede van de Staatse vloot werd geleid door luitenant-admiraal Cornelis Tromp. Luitenant-admiraal-generaal Michiel de Ruyter leidde de middentocht, en luitenant-admiraal Adriaen Banckert was verantwoordelijk voor de achterhoede.
Drie zeeslagen uit de Derde Engelse Oorlog (detail), 1673, Romeyn de Hooghe (toegeschreven aan), 1673. Bovenaan medaillons met portretten van Willem III, Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp. Linksboven portretten van de twee Engelse bevelhebbers en hun belangrijkste schepen, rechts de Fransen met hun schepen. Collectie Rijksmuseum
Een strategische overwinning
Ondanks het numerieke overwicht van de gecombineerde Engels-Franse vloot, was de Frans-Engelse vloot aan het eind van de dag genoodzaakt de aftocht te blazen. Het eskader van d’Estrées was door De Ruyter van de Engelse eskaders afgesneden en had zich al eerder teruggetrokken. Dat werd de Franse admiraal door de Engelsen niet in dank afgenomen.
Spotprent op de nederlaag van de Engelsen in de slag bij Kijkduin, 1673, anoniem, 1673. De Engelse koorddanser (Konterman) krijgt een schop van de Hollandse Matroos. Links verscheurt de Hollandse leeuw Engelse doggen. Collectie Rijksmuseum
Belangrijke schepen waren niet verloren gegaan. Wel hadden beide partijen vooraanstaande zeelieden verloren. Admiraal Spragg sneuvelde toen hij tijdens het overgaan op een ander schip werd getroffen door een kanonskogel. Aan Staatse zijde lieten vice-admiraals Isaac Sweers en Johan de Liefde het leven. Toch was de uitkomst van de zeeslag in het voordeel van de Republiek. Een vijandelijke landing op de kust leek definitief afgewend te zijn. De samenwerking tussen de Fransen en Engelsen was belabberd geweest.
Van Kijkduin naar Nijmegen
Het grote voordeel van de strategische overwinning was dat de keizer van Oostenrijk al snel na de Slag bij Kijkduin openlijk partij koos voor de Republiek. Dit leidde op 30 augustus 1673 tot de oprichting van de Quadruple Alliantie, een anti-Frans bondgenootschap tussen de Republiek, de keizer van Oostenrijk, Spanje en de hertog van Lotharingen. Daarnaast wenste het Engelse parlement niet langer geld over de balk te smijten. De Engelse koning Karel II was genoodzaakt het zinkende (oorlogs)schip te verlaten. Op 19 februari 1674 werd het vredesverdrag tussen De Republiek en Engeland getekend: de Vrede van Westminster. De Fransen gaven de strijd voorlopig nog niet op, maar de oorlog verplaatste zich naar andere strijdtonelen. De Fransen begroeven de strijdbijl pas op 10 augustus 1678, toen in Nijmegen het vredesverdrag getekend werd.
Vrede van Westminster (detail uit Vreede handel tusschen Engelandt en ons), 1674, Romeyn de Hooghe. Collectie Atlas van Stolk, Rotterdam.
In haar vorige brief meldde Margaretha dat er schoten gehoord waren. Helaas moet ze deze brief meedelen dat het net zo plotseling als het begon weer opgehouden is. Men dacht dat de vloten weer een zeeslag leverden, maar het laatste nieuws is dat het bij een slag gebleven is, die we gewonnen hebben. En daar heeft ze God voor gedankt.
rec.1Recepteren van het Latijn receptare: ontvangen 20 Junij in Hamburgh2Handschrift van Godard Adriaan
haech den 16 ijuin 1673
Mijn heer en lieste hartge het viement3Ook wel vehement: hevig schiete dat men bij mijne laeste seijde weederom gehoort te sijn en men meende de scheeps vlooten voor de tweede mael aen malka =nderen waeren is op Een onseecker segge teenemael verwdweene en ist tot noch toe bijt eerste slaen gebleefve, daer bij wij volgens mijne voorgaende de avontaesge4Avantage: voordeel hebbe gehadt daer godt voor gedanckt moet sijn, [ick had volge]
Ze krijgt behalve medeleven weinig los. De heer van Asperen brengt het onderwerp nog op in een vergadering maar komt terug bij Margaretha met het harde antwoord dat er gewoon geen contant geld te vinden is in het land om haar te betalen. Al het geld wat de Staten-Generaal binnen krijgt stroomt meteen weg naar het leger en alle andere zaken die betaald moeten worden.
[daer godt voor gedanckt moet sijn ,] ick had volge toe seggine en belofte vande ontfanger wtdenboo gaert gemeent gelt te krijge maer in plaets van dat laet hij mij schrijfve wel tienduijsent gul ind post van defroijemente5Defroyement: onkostenvergoeding over betaelt te hebbe over sulcks mij niet Een stuijver kost geefve tenwaere de heere gekomiteerde rade Een Exstroordinarise subsidie hem liete toekoome hetwelcke ick bij moste versoecke, daer ick nu deese heelle weeck van smergens te ses Eure tot savonts toe om op de been ben geweest, en verscheijde heere over heb gesproocke den r p6Gaspar Fagel, raadspensionaris is hoe vroech of laet ick koom niet thuijs te vinde of als hij al thuijs is doet hem Exskuseere en niet aen
te treffe voor al die ick heb konne spreecke sijnde geweest den heer van Asperen7Philip Jacob van den Boetzelaer den heere tulp van Amsterdam8Tulp is Nicolaas Tulp, die we nu vooral kennen van Rembrandts Anatomische les. Hij was ook burgemeester van Amsterdam en zat in de Gecommiteerden Raad in Den Haag den heere van nael twijck van dort9Adriaan van Blijenburg, heer van Naaldwijk, uit Dordrecht den heere van gorckom10Kennelijk weet Margaretha niet hoe de gecommitteerde van Gorinchem heet. gaefve mij alle seer beleefde woorde en seijde haer best te wille doon, maer seijde alle en voornaemlijck Asperen en tulp vrij wat ronder wt11Vrij wat ronder uit: ronduit dat niet moogelijck is voor hollant ver midts dandere provinsie niet betaelde het te konne op brenge12Margaretha benadert nu de verschillende gecommiteerden van de Staten van Holland apart dat sij haer beste soude doen en alst niet weesen kost dat hij tup13Er staat “tup” maar dit hoort Tulp te zijn hoopte en versocht ick alsnoch paesijensie soude hebbe, waer op ick alles reeplijseerde14Repliceren: antwoorden wat tot ons Erlange15Erlangen: verwerven, verkrijgen diende, nu ben ick gistere avont weer bij den heer van Asperen gewee weest om te hoore wat daer dien merge in was gedaen also hij aengenoomen had het inde vergaderin voorte brenge, het welcke hij seijde gedaen te hebbe, maer ock hoewel alde heere ons geneegen waer het niet moogelijck was alsnoch Eenich gelt te geefve, datter so veel koste aent lant gedaen wierde dat al kontant gelt most sijn dat niet moogelijck was langer op te
[brenge,]
Amsterdams burgemeester en lid van de Gecommiteerden Raad Nicolaas Tulp geeft een anatomische les, Rembrandt van Rijn, 1632. Collectie Mauritshuis Den Haag
De terugkeer van Godard Adriaan?
Het zijn niet enkel de financiën die stroef lopen, ook de terugkeer van Godard Adriaan blijft maar spaak lopen. Dit keer met een wel heel erg unieke reden: Godard Adriaan heeft helemaal niet verzocht om naar huis te komen!
Tenminste, dat is wat de heer Van Asperen Margaretha probeert te vertellen. Wat een klinkklare onzin! Het is inmiddels al vier maanden geleden sinds Godard Adriaan een bericht aan Willem III stuurde met de vraag of hij terug mocht komen. Dat dat nog steeds niet gebeurd is, is wel heel raar aangezien van Asperen ook verteld dat Godard Adriaans verblijf in het buitenland nogal duur aan het worden is en het niet zeker is of de Republiek het wel kan betalen. Het is toch ook van de zotte! Deze redenering gebruikten Margaretha en Godard Adriaan maanden eerder om de Staten-Generaal en Willem III ervan te overtuigen om Godard Adriaan terug te laten komen en toen moest hij nog op zijn post blijven.
Duidelijk is hier iets fout aan het gaan in de bureaucratie, maar waar? En hoe is het op te lossen?
[brenge,] seijde ock met de r p16Gaspar Fagel, raadspensionaris daer over gesproocke te hebbe die van gelijcke seijde dat ick noch Een nige tijt paesijensie moste hebbe, of hij heer van Asperen verder met de heer r p onsent weege had gesproocke of niet is mij onbekent maer seijde mij ick moet v17Hier spreekt Margaretha haar man aan met u in plaats van uhEd… inkonfidensie segge dat ick vrees de heer van Ameronge langer wt sal blijfve als wij hem sulle konne betaelle, wij sijn verwondert dat hij niet versoeckt thuijs te koome waer op ick antwoorde uhEd het selfve al over 4 maende versocht hadt en so aen sijn hooch als aenden staet, dat ickt selfve wt uhEd naem noch booven de briefve die uhEd daer over had geschreefve aen sijn hoocheijt hadt versocht en tot antwoort bekoome dat het doen noch niet kost weesen, hem teegemoet voerenderen dat uhEd sonder gelt niet buij =tens lants koste sijn, dat ick dewijlt weese most noch wel Een korte tijt paesijensie soude hebbe maer badt hij toch sorch wilde drage mij die ordinansi mocht worde voldaen het welcke mij belooft heeft, ick sal met laete aen te houde en sien daer van voldaen te worde maer hoet in toekoomende sal gaen weet ick voorwaer niet, vrees sij difukulteij
Ontwerp voor het sluitsysteem aan de binnenkant van het deksel van een geldkist, anoniem, ca. 1680 – ca. 1740. Collectie Rijksmuseum (Het kan ook de route kaart zijn die Margaretha moet volgen om geld uit betaald te krijgen voor het werk van haar man)
Krappe kas
Die krappe kas waardoor Godard Adriaan niet betaald kan worden, leidt ook bij de milities tot problemen. De pagadoors krijgen geen geld meer en dus worden de soldaten niet meer betaalt. Het lijkt wel of de Republiek dreigt te gaan.
Om dit tegen te gaan hebben de Staten van Holland besloten om de 100e penning en 200e penning weer te gaan innen. Meer vermogensbelastingen dus. Dit was in januari ook al gebeurd en het bleek toen redelijk goed te werken. Hoe hoog de inkomsten deze keer zullen uitvallen is een beetje een raadsel want de waarde van goederen in Holland is ingestort sinds de oorlog begonnen is. Uit andere gewesten zal weinig tot niets gaan komen, deze zijn nog steeds bezet door de Fransen.
sulle maecke ordinansi te passeere, ick kan segge dat van ijder hoor der groote schaersheijt van gelt is, hoe het noch met de betaeline vande meliesi salsgaen vreest men seer, de meeste pagadoors18Pagador: betaler wildender weer wt scheijde, men heere van hollant sijn vergadert en beesich om weer den 100 ste penin in gift en den 200 pen19Vermogensbelasting bij forme van kapijtaelle leeninge in te willge hoe dat gaen sal weet ick niet de liede trecke hier in hollant de meeste niet en dandere heel weijnich van haer goet20Los van het feit dat de andere provincies niet meer betalen, omdat ze bezet zijn, zijn ook de inkomsten van de Hollandse goederen ingestort, waardoor belastingen instorten…, Een vreede diende ons best tis uhEd niet te schrijfve hoet hier is, [uhEd]
Interieurscène met schrijvende man aan een lessenaar naast een openstaande geldkist, Abraham van Strij (I), 1763 – 1826. Collectie Rijksmuseum
De grote mond van Welland
Margaretha’s brief eindigt met een klein nieuwtje over neef Welland: hij is de oorzaak van zijn eigen ongeluk. Zouden zijn avances bij Juffrouw van der Wijlle mislukt zijn misschien? Wat hij precies gedaan of gezegd heeft schrijft Margaretha niet maar haar conclusie is niet mals. Als hij nu maar had geluisterd naar wat zij van de winter zei…
[het selfve toch wel te overdencke ,] wat de heer van wellant aengaet die is selfs vrij wat oorsaeck van sijn ongeluck met sijn mont niet te konne snoere dat ick hem deese winter genoech vermaent en ge seijt heb uhEd sou niet geloofve hoemen sien moet wat en waermen Eits seijt, ick wenste uhEd alles wist maer kant so niet schrijfve, hiermeede blijfve uhEd getrouwe wijff M Turnor
P.S. Victorie!
Begint Margaretha haar brief nog met een aarzelende mededeling, de ps begin ze met een opgelaten kreet van blijdschap! De genade Gods waar ze eerder om smeekte is gekomen en de Republiek heeft de Tweede Slag bij Schooneveld gewonnen! De precieze details zijn nog wat vaag omdat het nieuws zo vers is maar één ding is voor Margaretha zeker: deze grootste overwinning zal bijdragen aan de vrede waar iedereen al zo lang naar smacht.
p s so aenstonts kome briefve van luijte Admi tromp21Luitenant-Admiraal Cornelis Tromp wt onse vloot hoe dat de selfve weer slaechs sijn geweest gelijcke uhE wt de kopije daer van hier neffens geaende kan sien wij konne godt niet genoech dancke voor sijne genade, maer is be =droeft donse door gebreck vande kruijt het welcke men voor de gemeente22Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. versust weer naer schoonevelt moste keere so schijnt hebbe donse noch moet omse noch Eens aen te legge, tis voorwaer Een groote vicktvorije voort lant nu heeft men hoop om t in korte tot Een goeije en gewenste vreede te geraecke het welcke ons dien groote godt wil geefven inwiens heijlige bescherminge uhEd beveelle
Object: Tweede Victorieuse Zee-slag, door de Nederlanders tegen de Franse en Engelse Zee-machten bevochten, den 14 Iuny Ao. 1673. Collectie: British Museum
Margaretha valt maar gelijk met de deur in huis. Sinds de vorige brief is er niks gebeurd. Er is alleen een brief van Michiel de Ruyter gepubliceerd, waarin hij eigenlijk hetzelfde zegt als wat Van Heteren vorige keer in zijn brief al zei. Toch vond ze het nodig om alles nog even te herhalen en het klinkt bijna alsof ze aan het begin van de vergadering het afspraken lijstje doorneemt.
De Eerste Slag bij het Schooneveld
Cornelis Tromp is op zijn vierde schip over gegaan
Onze vloot is twee maal door de vijands vloot geslagen
De vijand trok terug en bleef op twee uur liggen, maar wel in het zicht van de onzen
Die wilden gelijk door
Onze vloot was moedig
Er zijn wat lieden die het niet overleefd hebben, waaronder de twee vice-admiraals Schram en Vlug
Portret van Volkert Schram, Vice-admiraal van Holland en West-Friesland, Jan Veenhuysen, 1656 – 1686. Collectie Rijksmuseum
Het gevecht was op afgelopen woensdag de zevende en het begon rond één uur
Het begon hevig en ging door tot ‘s avonds negen uur
Een nieuwe brief van Tromp
Terwijl Margaretha aan het schrijven is, komen de berichten uit een brief van Tromp binnen. Ze weten nu dat de vijand twaalf grote schepen en een paar kleinere kwijt is geraakt. Vast staat dat de onzen absoluut gewonnen hebben. Bij Maassluis en andere zeehavens spoelt wrakhout aan waar de lelie1Frankrijk en de roos2Engeland op staat. Gisteren hebben ze weer horen schieten en drie schepen horen springen. Tot zover de verslagen van anderen, nu is Margaretha zelf aan de beurt. Zij begint natuurlijk met de Heer te vragen om ze bij te staan als er weer gevochten wordt en dat het eind maar net zo goed mag zijn als het begin.
[ten neegene,] nu so komter Een brief wt onse vloot van tromp dewelcke seijt nu Eerst te weeten wat schade den vijant heeft gehadt datter wel 12 van vijants kapijtaelle groote scheepe behalfve Eenige kleijne vaertuijch so ge= soncke als gespronge sijn en dat d onse tot dier tijt toe apseluijt de vicktoorije hebbe behoude, te maeslant sluijs en op andere seehavens komt meenichte van hout als stucke van scheepe aen drijfve daer so geseijt wort de leelije en de roos op staet, gistere hebbense weer seer hoore schieten en so sij meene perfeckt drij scheepen hoore springe de heer almachtich wisse3wil ze weederom bij staen so se weer aen malkandere sijn en geefve dat het Eijnde so goet alst begin geweest is mach sijn,
De droeverigheid lijkt weg te zijn, iedereen is vrolijk: eerst zijn de Fransen tegen gehouden bij Nieuwersluis en nu hebben de Engelsen klop gekregen. Margaretha sloot haar vorige brief af met de melding dat Maastricht berend (belegerd) was, hier zegt ze daar niks over, alleen dat de Franse koning uit Brabant trekt en men vermoedt dat hij richting Maastricht gaat. Daar liggen voldoende troepen die goed zijn uitgerust, dus hij wordt opgewacht!
hier is sulcke vreuchde onder de gemeente4Gemeente: Bij overdracht. Het geheel der personen die met elkander eene gemeenschap vormen, waarbij niet aan gemeenschappelijk bezit, maar aan gemeenschappelijke rechten en verplichtingen gedacht wordt. dat niet te spreecke is, so goet is die groote godt dat hij ons tot hier toe so genadelijck heeft bij gestaen so wel te water als te lande, die wercke die de onse aende nieuwersluijs hebbe gemaeckt doen alreets sulcke operaesie dat die aen die post legge verscheijde vijande atackeere telckens met groot suckses en verlies vant vijantsvolcke men begint hier heel goede moet te krijge en seijt me dat den koninck met sijn volck wt brabant hoochger op treckt men meent het op Maestricht
gemunt is daer sij so wel van volck en alderhande noottrufticheede5Nooddruftigheid: Wat nodig is tot levensonderhoud versien sijn dat sij hem getroost sijn te verwacht, [men meent dat me vandaech]
In een paar zinnen wordt ook duidelijk hoe ingewikkeld het is om moeder van een militair te zijn. Er zijn schoten rond Schoonhoven gehoord en haar zoon is gelegerd in Gorinchem. Hij ligt dus daar ergens op een post. Tegelijkertijd is er ook reden tot tevredenheid: ene van Benthem heeft Van Ginkel een compliment gebracht van Willem III zelf! Het zou fijn zijn als dat in de toekomst nog wat effect zou hebben.
In de afsluiting van de brief reageert ze op wat Godard Adriaan kennelijk geschreven heeft over de moeilijkheden die hij ondervindt bij het werven van troepen. Ze begrijpt hem en het moet ook maar eens gedaan zijn, maar ze begrijpt ook dat het nou eenmaal tijd kost. Het is inmiddels drie weken geleden dat schoondochter Philippota bevallen is. Het gaat goed met de kraamvrouw, ze hoopt morgen of overmorgen beneden te komen eten.
Uiteindelijk rest de dankbaarheid.
wij konne godt niet genoech dancke voor alle sijne genade, inwiensheijlige bescherminge uhEd beveelle blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Bij een brief van 26 december schieten wij, 21e eeuwers, direct in een kersmodus: advent, het kerstverhaal, een ster, een boom, gezelligheid, kaarsjes, lekker eten, een kerstnachtdienst… Bij Margaretha niets van dat alles. Het was er natuurlijk ook de tijd niet naar met alle stress rondom de waterlinie, de vorst, de Fransen die Den Haag willen plonderen, Stadhouder Willem III helemaal bij Charleroi en al tijden geen nieuws van je zoon… Gelukkig zijn er sinds haar vorige brief twee brieven van haar man binnen gekomen, maar de laatste is ook alweer tien dagen oud.
Dreiging
Ach, was Godard Adriaan maar wat dichterbij… Als Margaretha zich voorstelt hoe haar arme man op reis is. De dreiging achter de waterlinie blijft. De rivieren zijn dichtgevroren en de vijand bereidt zich voor. Maar op wat?
[sal gesien hebbe,] ick verlange seer uhEd ons wat naerder mochte sijn maer ben seer be =komert hoet deselfve met sijn volck indeese ongemeene felle koude op de reijs gaet de heer hoope ick sal uhEd voor sieckte of ongelucke be bewaere, hier te lande legge alle de wateren toe en so geseijt wort maeckt de vijant groo te preeperaesie om Een invaesie op deene plaets of dandere te doen men weet niet waert hem
gelde sal sij trecke seer veel volck bij Een en dat binne woerde, so geseijt wort geefvense af dat op den haech soude aengesien sijn andere meene op Amsterdam so dat men niet weet waer heen te gaen om seecker te sijn, altijt hebbense meer als 24 Eure werck Eersij hier konne koome en dat hoop ick salmen hoore alse op wech sijn men wil hier niet geloofve dat se hier niet wel sulle konne koome, hier leijt maer Eene kompangi ruijters en dat ist al men verlaet sich tee nemael op de poste die se g segge wel versie =n te sijn maer ick betrouse niet want wij sijn te ongeluckich in alles, [nu seijt me]
Gezicht op de ruïne van het in 1672 verwoeste kasteel Ter Meer te Maarssen van Adam van Lockhorst. Tekening van Louis Philip Serrurier uit ca.1730 naar een onbekende tekening uit 1676. Collectie Utrechts Archief
Utrecht
Wat ook tegenvalt is dat Turenne zijn winterkamp in de Betuwe schijnt te willen opslaan. Hij was met zijn leger naar Duitsland getrokken, vanwege de dreiging van het leger van de Keurvorst. Als er weer meer Fransen zijn, dan wordt er waarschijnlijk ook weer vaart gezet achter de tirannieke plakkaten… En in Utrecht zegt men dat ze dan met Amerongen zullen beginnen. Daar heeft Margaretha nog niets van gehoord, maar het rijtje kastelen dat inmiddels afgebrand is indrukwekkend: het huis van Tromp1Hoge Dreuvik, het huis van Lockhorst2Kasteel Ter Meer bij Maarssen, het huis van Reaal3De Nes bij Vreeland, allemaal tot de grond toe afgebrand.
En moet je nou terug naar Utrecht of niet? Door in Holland te blijven riskeer je alles kwijt te raken wat je hebt, maar als je in Utrecht bent betaal je je scheel aan belastingen. Het blijft een dilemma.
[weet men niet,] tureijne seijt me dat sijn
winter quartier in de beetuwe wil koome neeme so hij daer koome kan geloof daer noch wel wat sal winde want daer sijnse noch so niet ver dorfve, maer wat miseerije wil dit alweer aen ons geefve noch so veel vijande ons weer so naer och dat men hem niet geslage heeft doen men so wel kost, de tieranijcke plackate wil de koninck ter Exsekusi gestelt hebbe opt rijgereuste, so men ons van wttrecht schrijft heeft den intendent daer toe last gekreege op peene vande Een Euwige indiniteijt vande koninck en dit soude hij vant huijs te Ameronge beginne, daer ick Eeve wel noch niet naerders van en hoore, maer wel datse het huijs van tromp int schraefvelant ent huijs vande heer van lier te maerse buijten wttre het huijs van reeijael van Amsterdam en meer andere tot de gront toe hebbe afgebrant alse so voort gaen och wat sal dit noch worde, den heer vande suijlle staet ook in beraet om weer naer wttrecht te gaen, men weet niet wat hij doen sal tis Een swaere saeck alles te verlaete wat men heeft daer me geen hoop van wtkomst en siet, aen dander sijde alsme siet hoe de
mense daer sijnde met swaere belastine worde gequelt ijae meer alse konne op brenge, is ock
Trommel…
De laatste brief van Margaretha van 1672 eindigt met de onheilspellende woorden:
[en alt gelt naer haer genoome,] vande heer van ginckel hebbe wij inde 4 poste geen brief gehadt dat sijn vrou en mij seer bekomert sijne laeste is vande 10 deeser geweest wil hoope hij noch wel is, men begint hier nu omsichtich te worde de trom slaet om de burgerij in wapene te doen koome en te waecke dat ick vreese alster op aen sou koome niet veel sou helpen, wij moete op godt vertrouw en daer alleen de beste hulpe van verwacht kost4kon uhEd5u eens overkoome wenste ick met al mijn hart, ick ben weer wel6Margaretha was behoorlijk ziek daer de heere voor gedanckt moet sijn, die uhEd en ons alle in sijn heijlige bescherminge wil neemen dit en alle, dit bidt wt7uut: uit gront haers harte Mijn heer uhEd8uw getrouwe Etc
Hoe groter de angst bij Margaretha, hoe korter de ondertekening van haar brief. Zij weet nog niet wat haar na het schrijven van haar brief van 26 december te wachten staat in het staartje van 1672.