Tag: Alliantie met Keurvorst

  • Geruchten over aanvallen en allianties

    DatumPlaats
    Geschreven26 mei 1673Den Haag
    Ontvangen31 mei 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Tegenwoordig is men daar niet meer zo open en eerlijk over, maar Margaretha start haar brief met te zeggen aan haar man dat ze liever een kleinzoon had gehad in plaats van een kleindochter. Maar, uiteraard is het Gods keuze geweest en is ze vooral dankbaar dat het kindje er in goede gezondheid is gekomen.

    Salomé Jacoba van Reede

    Op 25 mei 1673 in de ochtend is het kind gedoopt en kreeg het de naam Salome Jacoba, vernoemd naar Margaretha’s moeder en oom. De kraamvrouw, moeder Philipotta, maakt het redelijk en ook het kindje doet het goed. En de vader? Het is duidelijk dat er nog geen geboorteverlof bestond in de 17e eeuw, want de heer van Ginckel is vandaag naar Gorinchem vertrokken naar zijn regiment. Er blijkt veel onderlinge ruzie gemaakt te worden tussen de officieren aldaar. Alsof er niet genoeg vijanden zijn…

    Gravure van het interieur van een kerk, links de preekstoel, de dominee staat op de onderste tree. Rechts staat een hele groep mensen, vooraan staat een man die een baby voor de dominee houdt, achter hem een (zijn?) vrouw. een oudere vrouw zit op een stoel. De groep bestaat uit mannen vrouwen en kinderen, allemaal door elkaar. Een oudere vrouw zit op een stoel. Links voor zitten een paar oudere vrouwen op stoelen. Onder de gravure staat Le Baptême du reformés.
    Doop bij de Gereformeerden, Bernard Picart, 1732, Collectie Rijksmuseum.

    Aanval op Muiden en Gorinchem?

    Wat betreft die vijanden, er gaan geruchten rond dat Muiden en Gorinchem vannacht of morgen zullen worden aangevallen – beiden plaatsen tegelijkertijd. Margaretha bidt tot God in de hoop dat de bevelhebbers wijsheid en voorzichtigheid zullen tonen, en dat alle krijgshelden moed en een “manelijcke harte” zullen hebben.

    Allegorie met centraal in een grot drie figuren: een oude vrouw, een man met een puntmuts en een beest met drie koppen zonder ogen die symbool staan voor de eigenschappen Voorzichtigheid, Kracht en Moed. Achter hen links een landschap met een monument voor de vrijheid waarboven onweer losbarst, rechts een landschap met oorlogsgeweld en verdrukking.
    Voorzichtigheid, Kracht en Moed, anoniem, 1787 – 1788, Collectie Rijksmuseum. De oude vrouw, de man met een puntmuts en het beest met drie koppen zonder ogen die symbool staan voor de eigenschappen Voorzichtigheid, Kracht en Moed. Achter hen links een landschap met een monument voor de vrijheid waarboven onweer losbarst, rechts een landschap met oorlogsgeweld en verdrukking.

    Dag en nacht onrust

    Angst overheerst opnieuw, het is bijzonder dat Margaretha haar kalmte in haar pen weet te bewaren. Ze schrijft dat ze dag en nacht onrust ervaart omdat er zoveel gevaar dreigt voor haar zoon en andere geliefden. Hoe kan ze een kraamvrouw met vijf jonge kinderen en zichzelf beschermen? Daarnaast zijn er ook geruchten over een mogelijk verdrag tussen de Keurvorst en de Fransen. Zucht… Er valt nog veel meer te vertellen, maar ze zou liever hebben dat hij hier was. Het is gemakkelijker om alles persoonlijk te bespreken dan het allemaal op te schrijven.

    Brieffragment dreiging

    [in sijn heijlige bescherminge neemen,] och ick ben so
    bekomert kan nacht noch dach ruste dat ons wat
    over quam wat soude ick met Een kraem vrou die
    maer 4 a 5 dagen out inde kraem en 5 sulcke
    kleijne kinderkens gaen beginne, de heere hoope
    ick sal ons bij staen ist sijn godlijcke wil ons aen
    te taste en noch swaerder te besoecken mij ten
    beste raden en Een genaedige wtkomste geefve

    En nu is het uit (2)!

    En dan de kwestie van de tienduizend gulden, die de heren van de gecommitteerde raden nog steeds niet hebben betaald. Ze is daadwerkelijk naar hen toe gegaan, maar niemand was aanwezig. Volgende week gaat ze het nog eens proberen in Amsterdam en de ontvanger persoonlijk te vragen de betaling te regelen. Ze vreest echter het ergste en dat de andere problemen die op hen afkomen nog erger zullen zijn.

    In dit stilleven liggen kazen, krakelingen en vijgen op tafel uitgestald, samen met kostbare voorwerpen als een verguld Venetiaans glas en een Chinese schotel.
    Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis. De voorste kaas is een groene kaas.

    Pakketje, brief en kazen

    De heer van Ginckel heeft gisteren een brief aan Godard Adriaan geschreven en deze persoonlijk naar Temminck in Amsterdam gestuurd. Margaretha heeft zelf ook een brief in een deken verpakt, samen met een mandje met verschillende kazen, en verzocht dat Temminck deze met de eerste gelegenheid aan haar man zou bezorgen. En hoewel er een luchtje aan deze zaak hangt, is het niet de lucht van Parmezaanse kaas, want die is nog steeds niet aangekomen…

    Brieffragment kaas

    [sende,] ick heb aenden selfve teminck in Een man=
    deken gepackt 3 schraefvesantse kaese twee groene
    met Een witte gesonde met versoeck hij die met
    deerste geleegentheijt aen uhEd wilde bestelle
    mij verwondert noch niet te hoore dat de blicke
    serviesie uhEd ter hande sijn gekoome, vande per=
    mesaense kaes hoore ick ock niet, men seijt hier
    al Een reesgement van uhEd nieu geworfvene

    Bericht van overlijden

    Tot slot meldt Margaretha haar man dat er een aantal personen uit Amerongen zijn overleden. Zo is Huibert van Velpen niet meer onder hen en ook de oude juffrouw van Amerongen en juffrouw van Nijevelt te Wittevrouwen zijn overleden. Alsof Margaretha wil benadrukken dat naast de vreugde van het nieuwe leven van hun kleindochter ook altijd de dood om de hoek ligt.

  • Goed nieuws, Franse plannen en een klein paardje

    DatumPlaats
    Geschreven7 april 1673Den Haag
    Ontvangen12 mei 1673
    Lees hier de originele brief

    De hoop op troepen uit Duitsland is na het verraad van Brandenburg nihil. Het enige wat naar de Republiek is gekomen, zijn wat losse manschappen, waaronder een stel knechten en ruiters die Godard Adriaan speciaal voor zijn zoon geronseld had. Toch nog een beetje goed nieuws dus. Als een echt goede vader wist Godard Adriaan precies wat zijn zoon hebben wilde.

    Brieffragment over ruiters en paarden

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd aengenaeme sonder dato doch volgens die vande
    heer van ginckel vande 31 pasato hebbe wij ontfangen
    ock sijnde knechts en ruijters met de paerde wel over
    gekoome gelijck uhEd wt het schrijfve van onse soon
    sult sien, hij is bekomert uhEd sijn selfs sult ontrijft1ontriefd
    hebbe met het paert dat van onse neef van reede
    sali2neef Carel van Reede van Drakestein is gekoome om dat hij oordeelt het selfve seer
    gemacklijck gaet en Een seer goet paert te sijn,

    Paard met een teugel om in een landschap. Op de achtergrond mannen te paard.
    Paard met teugel om, Stefano della Bella, 1620 – 1664. Collectie Rijksmuseum

    Hier blijft het goede nieuws niet bij: het gaat ook een stuk beter met Godard Adriaan na zijn ziekzijn. Margaretha is opgelucht en dankt twee figuren hiervoor: de Here God én Jenneke, Godard Adriaans dienstmeid. Het hemelse en aardse hebben duidelijk samengewerkt in Margaretha’s ogen. Ondanks deze zegens mag Godard Adriaan nog niet naar huis. Hopelijk komt dit goede nieuws snel.

    Brieffragment over de gezondheid van Godard Adriaan

    ick ben van harte verblijt uhEd door de hulpe vande
    meedesijne voornaemlijck de seegen des heere begint
    te beeteren en de pijn vermindert ick kan niet segge
    hoeseer mij uhEd indisposisie3Indispositie: (lichtelijke) ongesteldheid, niet (geheel) gezond zijn heeft bekomert, heb
    jeneken te liefver en salt ock aen haer Eerkene dat
    sij uhEd so wel heeft op gepast en gedient, den graef
    van waldeck4Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg wort hier noch alle Eure verwacht
    mij sal verlange op sijn komste of uhEd ordere
    sult krijge om thuijs te koome of weer naer ber=
    =lijn te gaen, [den heere penits is noch hier, uhEd]

    Het verraad van Brandenburg

    Dat de keurvost en zijn troepen de Republiek niet te hulp schieten blijft zwaar op Margaretha’s borst drukken. Toch laat de vrede tussen de keurvorst en de Franse zonnekoning nog even op zich wachten. De twee heersers zijn het oneens waar deze getekent zou moeten worden: Keulen of Aken. Het maakt natuurlijk niets uit, het is alleen een manier om de vrede uit te stellen. Wellicht kunnen de Fransozen dan een betere positie voor henzelf uithouwen. Hoe hard de Zweedse ambassadeurs ook roepen dat er vrede komt, Margaretha hoort dat Arnhem, Harderwijk en andere plaatsen versterkt zijn. Het lijkt er zo niet echt op dat de Fransen de Republiek willen verlaten.

    Brieffragment over het verraad van Brandenburg

    [=lijn te gaen, den heere penits is noch hier,] uhEd
    sou niet geloofve hoe men hier spreeckt dat den
    heere keurvorst5Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg ons bedroochge heeft uhEd kant best weete heere boecke sijn duijster te leesen6Herenboeken zijn zeer duister te lezen: Onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid,
    ick heb uhEd in mijne voorgaende geschreefve
    hoe dat de stat van keulen vast gestelt en aenge
    =noome was tot de bij Eenkomste vande vreede han delin

    Brieffragment over de vredesonderhandelingen

    nu brenge de franse briefve weermeede dat de konin7Lodewijk XIV
    die plaets daertoe niet en begeert maer het te
    Acken wil hebbe, daer ick geloof men hier weij=
    nich differensi in sal maecke of vinde
    maer men vreest dit alleen is om wtstel te vinden
    onse Ambassadeurs preepereeren haer vast tot
    die reijs, de sweetse Ambasadeurs segge haer sterck
    te wille maecke dat wij de vreede sulle hebbe dat
    ick en meer niet wel konne begrijpe om datse
    Aernhem harderwijck en meer plaetse fortifiseere
    doesburch hebbense teenemael geraeseert[9], te

    Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter 
op een  paard dat naar rechts stapt.
    Het begon zo goed met deze historiepenning voor het Bondgenootschap tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

    Fort Utrecht

    Ook in Utrecht is er veel gaande. De Fransen lijken het plan opgevat te hebben om vier citadellen te gaan bouwen op de Vredenburg. Wat voor fort zal Utrecht wel niet worden dan? Althans…

    De gevel van Tivoli Vredenburg in Utrecht steek in een scherpe hoek af tegen de strakblauwe lucht. Rechts de gevel met de ronde raampjes, links een overhangend dak met een rode onderkant. Uit de glazen gevel, direct onder het dak, steekt een blauwgroene ronde vorm. Helemaal onderaan het beton van de oude concertzaal Vredenburg en daarvoor het beeld de verzekeringsengel van 'De Utrecht' (de 'Schele Maagd').
    De nieuwste citadel op de plaats van de Vredenburg. Foto: D.C. Goosen, 2018. Collectie Het Utrechts Archief

    Margaretha gelooft niet dat dit plan is wat het lijkt. Volgens haar is het gewoon een tactiek van de Fransen om meer geld los te krijgen uit de bevolking. Voor de citadellen zouden nog meer huizen afgebroken moeten worden maar als je betaalt, laten ze jouw huisje staan. De Fransen lijken vastbesloten om zo veel mogelijk geld uit de Republiek te halen.

    Brieffragment over de geruchten over de citadellen in Utrecht

    [doesburch hebbense teenemael geraeseert ,] te
    wttrecht spreeckense van vier sitedelle te maecke
    opt vreeburch hebense al materijaelle daertoe
    laeten brenge daer soude tot die Eene wel
    11 a 1200 huijse moeten afgebroocken worde,
    doch veel meene dat dit maer tantefaere8Tantefèèr: druktemaker sijn
    om de liede alweer gelt af te perse tot behou
    denis van haer huijsen, sij hebbe wondere in
    vensie om de liede voort te ruijneere, [de procku]

    Dat merkt de arme procureur-generaal Abraham van Wesel ook. Eerder schreef Margaretha dat hij een flinke borgsom had betaald om Utrecht te kunnen verlaten voor een gesprek met de raadspensionaris. Helaas kwam hij van een koude kermis thuis: na vier lange dagen wachten heeft Van Wesel uiteindelijk niemand weten te spreken. Teleurgesteld moest hij weer afdruipen naar Utrecht.

    Waar blijft dat geld toch?

    Margaretha kan het wel begrijpen: zelf probeert ze nu ook al maanden Godard Adriaans salaris uitbetaald te krijgen, zonder succes. Nu ook nog eens haar kasteel is afbrand, is er nog een reden om de raadpensionaris te willen spreken. Hoe langer ze daarmee wacht, hoe groter de kans dat ze niet vergoed gaat worden voor de schade. Was Godard Adriaan maar in de Republiek om zijn politieke gewicht en connecties in de schaal te werpen. Of hij meer succes zou hebben blijft een raadsel: Margaretha schrijft hem nog dat hij de mensen niet meer zou herkennen.

    Brieffragment over Abraham van Wesel

    [de procku]
    reur generael weesel9Abraham van Wesel is weer naer wttrecht ver
    trocke sonder dat hij den r p fagel10Raadpensionaris Gaspard Fagel heeft konne
    spreecken heeft hem 4 dage lanck op alle Euren
    van den dach gaen op wachte ijae selfs niet Een
    oochgeblick versuijmt vande tijt die hij hem gestelt
    heeft, hij weesel dorst niet langer blijfve om de
    pas die hij vande franse had en in Een dach a2
    wt is hij heeft daer voor de som van 5000f
    tot borch moete stelle dat hij in die tijt weer
    daer soude sijn, ick had wel gewenst hij den

    Brieffragment over het contact met Raadpensionaris Fagel

    heere rp11Raadpensionaris weegens onse affaerees had konne
    spreecke dan theeft met wille lucke, heb hem
    deese meemoorije die hier neffens gaet laeten
    opstelle op dat uhEd kont sien of gerade sal
    vinde die in tijde en wijlle aen de generaeliteijt
    so te preesenteere, kinschot12Gaspard van Kinschot kan men ock niet Eens
    te spreecke koomen uhEd sou niet geloofve hoe de
    mensche verandert sijn en hoe difisiel sij te
    spreecken worde, de belofte en woorde van dien
    heer aen uhEd geschreefve sijn goet alser het
    Efeckt op volcht maer ick vreese in uhEd apsensi
    ick niet veel op doen sal, ben ock seer beducht
    of ick deese memoorije al sal derfve overgeefe
    so lange het den r p niet goet en vindt, sal
    uhEd goetvinde verwachte, [ick heb uhEd met]

    Margaretha is alle bureacratische moeilijkheden zo zat dat ze maar een aanvraag heeft gedaan voor tienduizend guldens in plaats van zesduizend. Op dit punt maakt het niet uit meer welk bedrag je vraagt, het is allemaal even onmogelijk om gedaan te krijgen

    Toch is er op bureaucratisch vlak ook goed nieuws te melden: eindelijk, eindelijk, zijn de pagadoors begonnen met het uitbetalen van de Staatse troepen. Van Ginkel heeft een deel van de salarissen voor zijn troepen gekregen en hoopt dat de rest snel volgt. Een eerste teken dat de reorganisatie van het Staatse leger goed uit aan het pakken is wellicht?

    Brieffragment over de pagadors

    [heb aen haer soon sijn getelt], de pagadoors13Pagador: van het Spaanse pagador = betaler, Hier geldschieters be=
    ginne nu gelt te geefve de heer van ginckel heeft
    500f voor sijn komnpangi voort Eerste gelt van
    haer ontfange hoopt het resteerende van die maent
    haest volgen sal, [al onse kindere sijn de heere sij ge]

    Een jongetje in een rood pakje met een witte kraag, rijdt met zijn stokpaardje over een zwart-wit getegelde vloer. In zijn rechterhand heeft hij een zweepje,
    De appel valt niet ver van de boom: Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken, kleinzoon van deze Fritsje, speelt met zijn stokpaard. Fragment uit schilderij van de kinderen van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken en Ursulina Christina Reiniera van Reede ca. 1750, Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort, C1030

    Letters leren en dromen over een paardje

    Het land is verwoest en Kasteel Amerongen ligt in puin maar er is hoop voor de toekomst. De kleine Fritsje kent namelijk het ABC uit zijn hoofd! Na alle deprimerende praat eindigt Margaretha met nieuws over de kleinkinderen. De vele ziektes in de winter hebben ze achter zich gelaten en het gaat nu stukken beter met ze. Fritsje is flink aan het groeien en leert veel van zijn “groote mama”, van Margaretha dus, en de groote Visbach, en van de huishoudsters. Nog belangrijker, Fritsje heeft door dat zijn grootpapa zijn vader een mooi paard heeft gegeven en nu wil hij er ook een! Wel maar een klein paardje, dan kan hij er ook op rijden.

    Brieffragment over Fritsje

    [haest volgen sal,] al onse kindere sijn de heere sij ge
    danckt gesont fritsge wort seer groot en weesent
    lijck, leert bij groote mama en de groote visbach sijn
    vrage heel fraeij en ock al ommn o n onse kant
    Ab al en alde letters seijt dat groote papa hem
    Een kleijn paertge heeft gesonde daer hij met gewelt
    op wil rijde bedanckt groote papa seer bidt alle
    daech voor hem dat hij haest gesont mach worde en
    weer thuijs koomen, het welcke godt wil geefve, blijf
    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff

    M Turnor

    de graef van
    waldeck is gistere
    gearijveert

  • Koning Winter

    DatumPlaats
    Geschreven19 december 1672Den Haag
    Ontvangen3 januari 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Waar is de prins? Margaretha heeft er op dit moment geen zekerheid over. Waarschijnlijk omdat de post (en daarmee het nieuws) op zich moeten laten wachten vanwege het vreselijke weer. Het laatste nieuws is dat Willem III met zijn leger voorbij Tongeren was en nabij Sint-Truiden – vijf uur van Maastricht vandaan.

    Koning Winter blijft

    ‘Het friest hier fel en is seer scherp kout’ – een omschrijving die ook anno nu in het weerbericht te lezen valt. De binnenwateren zijn dichtgevroren, waardoor er geen schepen meer varen. Margaretha kan er niet van slapen. ’s Nachts in bed bekommert ze zich enorm om de situatie. Ze merkt dat er weer veel onrust is onder de bevolking, en mensen hun spullen wederom pakken om te kunnen vluchten als het nodig is. Terwijl ze óók hoort dat er juist géén nood aan de man is. En juist die twijfel en ordeloosheid is wat Margaretha het meest deert. Er is zo weinig zekerheid, alles loopt ‘so los’ zonder dat er enige ‘konschope’ is, ofwel: geen feiten, alleen maar geruchten.

    Brieffragment over angst vorst

    het friest hier fel en is seer scherp kout alde
    binne watere legge toe datter geen schuijte
    meer en vaere, en hier veel met groote bekom
    merin snachts op t iens bedt doet ruste, hier hebbe
    alweer veel liede haer goet gevlucht, hoewel
    weer somige segge dat wij geen hier vande vijant
    geen noot en hebbe, maer wat sal ick segge dat
    mij t meest bekomert is datter so weijnich ordere
    is en dat men der op alles so los overloopt sonder Eenige
    konschope1Kondschap: benaming voor feit, toestand (kondschappen zijn berichten) te hebben [,de heer wil ons bewaere op mense]

    Alliantie en arme soldaten

    Margaretha verbaast zich erover dat haar man niets weet van een alliantie met de Keurvorsten van Trier en Mainz. Ze schrijft over de Zweedse Ambassadeur en over haar ongeloof in een vrede die mogelijk zou kunnen naderen. Hierdoor glijden haar gedachten richting de arme soldaten die nu onder de koude, blauwe hemel op schildwacht moeten staan.

    Ets van een tentenkamp met links op de voorgrond een groep converserende soldaten, rechts soldaten zittend op de grond bij afgeschermde kookhoek.
    Soldaten bij een kampement, Robert van den Hoecke, 1632 – 1668, collectie Rijksmuseum

    Inflatie

    En hoe staat het er economisch voor? Alles is hier ‘onuitspreeckelijck’ duur. De mensen worden met de dag armer en de producten met de dag duurder. Voor een mandje met wortels dat voorheen 6 stuivers kosten, heeft Margaretha nu 1 gulden moeten betalen. Ook de prijzen van stro zijn verdubbeld. Ze let weliswaar zeer op haar centen, maar toch blijven de uitgaves per week enorm.

    Brieffragment over inflatie

    is, en alles is hier onwtspreeckelijck dier Een
    mandeken met wort ele dat me voordees voor
    6 stuijver plach te koope heb ick Een gul voor
    moete geef ve, Een voer stroij daer 4f voor plach
    te geefve kan men nu voor geen acht gulde
    krijge en so voort alles naer venant, hoe
    nau en deun ick alles over leg moet ick alle
    weeck veel gelt wtgeefve, het siecke vande kinder
    en oude mense heeft al meede veel gekost, frits

    Schilderij. Stilleven met vruchten en groenten met op de achtergrond Christus en de Emmaüsgangers. Op de voorgrond van een keuken liggen allerlei soorten groenten (asperges, tuinbonen, erwten, wortels, artisjokken, komkommers, bieten, een pompoen, groene kolen, uien en rapen) en fruit (appels, kersen, kruisbessen, abrikozen, peren, bessen, frambozen en druiven), in manden uitgestald. In de keuken zijn twee meiden aan het werk. Daarachter is door opgehaalde gordijnen het bijbelse tafereel te zien.
    Stilleven met vruchten en groenten, Floris van Schooten, ca. 1630, collectie Rijksmuseum

    Gepokt en gemazeld

    Dat Margaretha een hele ziekenboeg moet verplegen, helpt uiteraard ook niet mee. Gelukkig nieuws is dat Frits weer beter is, en de pokken heeft kunnen ontwijken. Maar het jongste kind (Reijniera) heeft ze wel te pakken gekregen, hoewel zij er niet heel ziek van is geworden.

    Brieffragment gepokt en gemazelde kinderen

    (frits)

    is weer wel en heeft geen pockges gehadt, maer het
    kleijnste kint reijniertge isser aen doch almee
    so wij hoope het quaetste doer de pocke staen
    al heel licht en sweere heeft er niet veel en isser
    niet heel sieck aen geweest, hadden de kindere ge
    maeselt so waert goet maer te pocke Eersij
    gemaeselt hebbe seijtme dat sij se wel licht
    weer krijge, alst godt belieft kanse voor alles
    bevrijde [onse Neef van rossom die hem tot]

    Ets van een vrouw naast bed met ziek kind.
    Vrouw naast bed met ziek kind, Fridolin Becker, 1840 – 1895, collectie Rijksmuseum

    Winterkwartier

    Onze schrijfster is benieuwd waar Zijne Hoogheid eigenlijk kwartier zal maken, nu Koning Winter duidelijk niet van plan is zich koest te houden. Ze vreest dat wanneer er geen goede plek wordt uitgekozen, het leger de moed zal verliezen. De mannen van het leger zijn deze zware afmattingen immers niet gewend. Onrust over een eventuele aanslag op het huis blijft natuurlijk ook niet onvermeld in deze brief.

    Tot slot wat positiefs, Margaretha is heel blij dat de brieven nu eindelijk weer goed aankomen, twee maal per week mag ze een brief van haar man ontvangen – tot haar grote geluk.

  • Kibbelende generaals

    DatumPlaats
    Geschreven25 april 1672Amerongen
    Ontvangen6 mei 1672
    Lees hier de originele brief

    Een halve maand geleden schreef Margaretha vrij negatief over de verdediging van de Republiek. Generaals Nassau-LaLecq en Montbas zouden nog niet op hun plek zijn zei ze, en ze heeft ook ernstige twijfels over de IJssellinie. Helaas bieden de recentelijke ontwikkelingen weinig hoop voor Margaretha om zich aan vast te houden.

    De voorbereidingen

    Haar brief begint wederom met een wens dat het verdrag met de Keurvorst van Brandenburg snel vorm krijgt. Het zou “[e]en groot ontset sijn vandaer so veel volckere te krijgen en so gesecht wort sulcken schoone volck.” Het verdrag zou dus veel, maar bovenal goed-getrainde, soldaten ter verdediging betekenen. Dat heeft de Republiek nodig want “[de personen] die hier sijn aengenoomen loopt vrij veel slechte broeders onder.”

    In haar brief kwakkelt het voorbereidend werk van de verdediging van het vaderland door. Utrecht wordt versterkt en Kasteel Middachten wordt gebruikt om troepen te huisvesten. Margaretha verwondert zich nog even hoe Philippota, die op het moment in Middachten is, het daar zo lang uit houdt. Daarna gaat ze al snel door met een klaagzang over de generale staf van het Staatse Leger.

    Kinderachtig gekibbel

    laet bij sal koomen, dat de heer van ginckel in sijn solisi
    -tasie mis geloopen is waer wel so veel niet aengeleechgen
    dan men siet daer aen wat vriende dat men heeft dat
    is al verdrietich geduerich met sulcken ijver tot dienst
    van Een ander te staen en so geloont te worden, hij is
    ongeluckich, dan moet paesijensie1patiëntie: geduld hebbe, steenhuijse2Ludolf van Steenhuizen, voorgesteld voor de positie van luitenant-generaal  wilt
    niet aeneemen om dat hij onder momba3Jean Barton de Montbas, voorgesteld voor de positie van commissaris-generaal is gestelt, en
    momba ock niet om dat de graef van nassau4Frederik van Nassau-Zuylestein, voorgesteld voor de positie van generaal van de infanterie booven
    hem is, hij derft teegens sijn goeije vriende voorslaen

    dat men hem de derde luijtenant generael sou maecken
    en wie weet watse niet doen en sulle, de onbeschaemde
    lie5lieden hebbe het derde deel vande werlt in6Spreekwoord, onbeschaamde lieden hebben het derde deel van de wereld: Geen schaamtegevoel hebben, sij twee hebbe
    tot noch toe haeren Eet7eed niet gedaen hoet noch gaen
    sal, [jonckheers weet mij niet genoech te vertelle van uhE]

    Eerder schreef Margaretha aan Godard Adriaan hoe een aantal mannen benoemd waren tot de generale staf en dat haar zoon gepasseerd was. Toen was ze al verontwaardigd en haar verontwaardiging lijkt hier gerechtvaardigd te zijn. In plaats van aan het werk te gaan, kibbelen de generaals onderling over wie bovenaan in de hiërarchie staat. Steenhuizen vindt het niet kunnen dat hij onder Montbas staat, terwijl Montbas juist weer ontevreden is dat hij onder Nassau-Zuylestein staat. Montbas zou juist graag hebben dat hij derde luitenant-generaal wordt.

    Onduidelijke hiërarchie

    We merken hier ook dat de hiërarchie van de generale staf nogal los is. Wie er bovenaan staan is duidelijk: dat zijn de kapitein-generaal (Stadhouder Willem III), de gedeputeerden te velde en de veldmaarschalken. Daaronder wisselt het nogal welke positie belangrijker is. Dit komt doordat er geen gecentraliseerd leger is. Veel officieren zijn in dienst van één van de provincies of steden en niet van de Staten-Generaal. Dezelfde titel kan dus, afhankelijk van het gewest, een heel andere betekenis hebben. Hier komt ook nog eens bij dat binnen een titel onderscheid bestaat, wat aangegeven wordt door een nummering. De eerste luitenant-generaal staat dus boven de derde luitenant-generaal.

    Voor Margaretha is het bedroevend om naar te kijken: deze onbeschaamde lieden krijgen een derde van de wereld maar haar, wellicht wat te timide, hardwerkende zoon krijgt niets.

  • Diplomatie aan het hof

    DatumPlaats
    Geschreven8 februari 1672Amerongen
    Ontvangen19 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    De brief die Margaretha stuurt aan Godard Adriaan op 8 februari 1672 begint met alledaagse zaken: ze beschrijft wie inmiddels hun schulden aan de familie heeft afgelost en van wie ze nog steeds geld tegoed hebben. De “bekende” 5000 gulden is nog steeds niet betaald. Bekend omdat dit bedrag al open staat sinds voor Godard Adriaan naar Berlijn vertrok en Margaretha het bijna iedere brief wel noemt.

    Diplomatieke perikelen

    Met de alledaagse zaken uit de weg gaat Margaretha over op, voor ons, interessantere zaken: Godard Adriaans voortgang als diplomaat aan het hof van de Keurvorst van Brandenburg.

    tis mij seer lief te hoore dat den heere keur
    – vorst kontiniweert1continueren, voortduren in sijn geneegentheijt tot
    deesen staet het welcke wij wel van noode hebbe
    so ick hoore hanckt de gunst vande vorste van
    sel en luijnenburch2de Duitse Hertog van Celle en Lunenburg daer heel aen die haer
    naer den keurvort van brandenburch wille
    reeguleere, men seijt dat den Ambassadeur
    doenin naer geen presentaesie die hem
    vandeesen staet werde gedaen en wil
    luijsteren maer seijt hij weerom ontboode
    is en op sijn vertreck staet, dat ock den
    koninck van vranckrijck aen onsen Amba
    de groot3Staatse ambassadeur Pieter de Groot, gestationeerd in Parijs soude geseijt hebbe dat hij sijn
    meesters geen dienst daer meer koste
    doen oversulcks wel soude doen te ver
    trecke,  so dat die twee rijcke als Enlant

    en vranckrijck naer alle Aprehensi 4begrip, vrees het Eens
    sijn en ons beijde sulle atackeere 5aanvallen, daerom
    ick noch beducht6angstig, benauwd ben of wij in den haech al
    verseeckert7veilig sulle weesen, [de vrou van ginckel]

    Op 25 januari schrijft Margaretha al dat ze overweegt om naar Amsterdam te gaan in plaats van Den Haag maar ze geeft geen specifieke reden hiervoor. Die krijgen we nu wel: dat Frankrijk en Engeland een verbond hebben gesloten in het Verdrag van Dover is bekend geworden. Een diplomatische oplossing met Frankrijk lijkt niet meer een realistische kans, zo zegt Lodewijk XIV aan de Staatse ambassadeur in Parijs. De Republiek heeft hard steun nodig.

    Margaretha is dus ook blij om te vernemen dat de Keurvorst Godard Adriaan genegen is. De steun van de Keurvorst is van vitaal belang. Deels omdat de keurvorst een groot leger bijeen zou kunnen krijgen en deels omdat andere Duitse edelen, zoals de Hertog van Celle en Lunenburg, zijn voorbeeld zouden volgen. Hopelijk is God met hen, zo eindigt Margareta de brief.

  • Wat te doen, wat te doen?

    DatumPlaats
    Geschreven25 januari 1672Amerongen
    Ontvangen1 februari 1672
    Lees de volledige brief hier

    ondertuschen vermeerdere
    van dach tot dach de geruchte van oorlooch so dat
    men schrickt daer aen te dencke en heeft men te
    meer reedene daer toe vermidts men siet hier noch
    so weijnich ordere op alles gestelt1orde op zaken gesteld wort, inden
    haech is men noch al met het werck van sijn hoocheij2Zijne Hoogheid, Prins Willem III van Oranje
    beesich dat bij hollant3de Staten van Holland en West-Friesland noch niet deur en wil, in
    middels wortter noch int stuck vande werfvin4werving van soldaten en anders niets vast gestelt noch gedaen,

    De Republiek doet niets. Zo velt Margaretha haar vonnis over wat er gaande is in Den Haag op het moment van schrijven. Godard Adriaan had al in november 1671 gewaarschuwd voor de Franse bedreiging maar nu, bijna drie maanden later, hebben de politici in Den Haag nog steeds niets gedaan.

    In de Staten-Generaal heerst een patstelling tussen de prinsgezinden die Prins Willem III van Oranje willen benoemen tot Stadhouder en de Staatsen (ook wel “Loevesteiners”) die willen voorkomen dat Willem III meer macht krijgt dan strict noodzakelijk. De Stadhouder is traditioneel gezien de opperbevelhebber van het landleger van de Republiek maar sinds de dood van Stadhouder Willem II, de vader van Willem III, is er geen Stadhouder meer noch een sterk landleger om leiding aan te geven. Nu de oorlogsdreiging steeds dichterbij komt zal er toch echt iets moeten gebeuren. Geen van beide partijen wil toegeven en de goedkeuring van de oorlogsbegroting blijft uit. Pas als deze begroting door de Staten-Generaal is kan de landelijke werving voluit van start gaan. Pas dan kan Godard Adriaan concrete beloftes doen aan de Keurvorst.

    In tegenstelling tot de Staten-Generaal blijft Margaretha niet stil zitten. Wanneer de familie weg moet vluchten uit Amerongen wil ze er voor zorgen dat ze ergens terecht kunnen. De familie heeft een huis aan de Kneuterdijk in Den Haag, een prachtig pand wat Margaretha geërfd heeft van haar oom Jacques Wijts. Maar, als de Engelse vloot de Nederlandse vloot verslaat en weet te landen in de Republiek dan ligt Den Haag onbeschermd. Amsterdam is een veel veiligere keuze maar daar heeft de familie helaas nog geen onderkomen. Margaretha vraagt dus de drost van Amerongen om te zoeken naar een huis wat ze kan huren.

    Eerment denckt daerom ick ten hoochste bekomert5bekommert: met zorg vervuld ben en weet niet of wij inde haech6Den Haag al sulle verseeckert7veilig weesen, heb onsen drost8een drost is een ambtenaar die een bepaald gebied bestuurd die merge naer Amsterdam gaet last9opdracht gegeefve om te hoore of daer niet Een huijs of Een gedeelte van Een huijs al wast achter af voor Een reedelijcke prijs daer wij ons soude konne behelpe te krijgen is, Eer hijt huert sal ick uhEd goetvinde en beliefte hier op verwachte

    Door de patstelling in de Staten-Generaal heeft Margaretha weinig hoop dat de Republiek Frankrijk alleen aan kan. Ze sluit haar brief dus door het uitspreken van hoop in het slagen van de missie van haar man:

    mij sal wel verlange of den keurvorst10Keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg met ons in alliansie sal treede