Tag: Admiraal Willem Joseph van Ghent

  • Aanval van twee kanten

    DatumPlaats
    Geschreven12 juni 1672Amerongen
    Ontvangen20 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    Kleef is gevallen. Met dat slechte nieuws begint Margaretha haar brief. Dat betekent dat de Franse legers zich nu kunnen richten op de laatste Staatse verdedigingslinies aan de IJssel of aan de Rijn. In de Republiek heerst chaos: mensen slaan op de vlucht en Margaretha heeft Philippota en de kleinkinderen al naar Utrecht gestuurd, een stukje verder weg van het front dan Amerongen. Verder dan dat wil Philippota niet gaan: ze wil niet te ver van haar man zijn.

    Brief

    Mijn heer en lieste hartge
    seedert mijne laeste sijn de vijande so seer genadert dat
    mense alledaege verwacht aenden ijsel of rhijn, den
    prinse van konde1Louis II van Bourbon, de Prins van Condé, is een van de belangrijkste generaals onder de Franse koning is bine deutekom2Doetinchem den koninck
    so men seijt binne kleef3De stad Kleef en op den Elteren berch4de Eltenberg is een heuvel nabij het plaatjes Elten, in het Hertogdom Kleef
    met gars5gros vant leegen
    nu is den tijt van Elende voor ons en sitte wij inde
    meeste benautheijt vande werlt, de mense vluchte 
    van allekante so dach en nacht dat deerlijck is
    te sien, ick heb gistere de vrou van ginckel met
    haer vier kinderen naer wttrecht voort Eerst
    laeten brengen die als noch niet gaere naete
    Amsterdam en wil om dat sij meent te veer
    van haer man te sijn, [en waer is Een plaets]

    Volksoproeren

    Of het een goed idee was om de rest van de familie naar Utrecht te sturen moet nog blijken. Overal in het land vinden volksoproeren plaats, ook in Utrecht. Het volk is ongerust over de aankomende invasie maar ook, zo schrijft Margaretha, over het wegblijven van de Brandenburgse troepen die Godard Adriaan zou regelen. Sterker nog, er gaan geruchten dat Godard Adriaan zijn land verraden zou hebben om er samen met de Keurvorst zo veel mogelijk geld uit los te krijgen. Godard Adriaan krijgt stank voor dank voor zijn harde werk.

    Protesterende mensen komen dagelijks langs het huis van de familie in Den Haag en ook in de omgeving van Kasteel Amerongen doet deze praat de ronde. Margaretha is bang dat ook in Amsterdam deze complottheorie de ronde doet: haar familie is op geen plaats in de wereld nog veilig.

    [en waer is Een plaets]
    inde heelle werlt voor ons seecker daer de gemeente6het volk
    so oproerich van binne in verscheijde plaetse
    is alste wttrecht te haerlem7Haarlem en meer andere
    plaetse te meer dewijlle de gemeente so seer
    op uhEd begine te morre overt lan achter –
    blijfve vande brandenburchse troepees, inde haech
    gaense savonts en smergens lans ons huijs8Margaretha doelt hier op haar huis aan de Kneuterdijk wat ze van haar oom erfde
    seggende dat den keurvorst ons verraet en dat uhEd het
    met hem hout daer so lange leggende omt lant
    wt te suijpen9uitzuipen: leegzuigen, geld aftroggelen daer doch niet van en komt, daer bij
    voechgende dat me sijn huijs onder de voet

    haelde10onder de voet halen: slopen wat duijvel waer daer aengeleechgen11mogelijk een verbastering van “de duivel inhebben”: zeer boos zijn, ick
    schrick daer aen te dencken dier gelijcke12dergelijke tael
    wort te rheene13Rhenen onder die kompangie burgers14een groep burgers heeft zichzelf bewapend en heeft een militie gevormd 
    die wt wandere plaetse daer koome door trecke
    ock gevoert, dit is den danck die uhEd voor den
    dienst vant vaderlant sal hebbe het welcke hij met so veel
    ijver doet, ock waer sal ick noch blijfve vrees
    diergelijcke praetges te Amsterdam almee sulle
    omgaen en komt het grau15het grauw: de lagere standen van de bevolking Eens op de been hoe

    Klaagzang

    Margaretha gebruikt haar brief aan Godard Adriaan ook om haar hart te luchten. Ze is nogal ongelukkig door alles wat gaande is. Nu de beloofde Brandenburgse troepen niet of te laat komen neemt de hoop op zegevieren op de Fransen sterk af. Margaretha vreest dat het al te laat is voor de Republiek en haar familie. Als een stortvloed van droefheid komen al haar emoties er uit.

    [hoe] sal ickt maecke wier sal ick mijn hooft op
    steecken och ongeluckige vrou als ick ben, uhE
    belieft het so te doen en salder toch Eer noch
    danck van hebbe en laet ons hier so alleen
    uhEd soon in Een leeger dat so prijckeleus16perikleus: in gevaar, in de perikelen is
    mijn met vier sulcke liefve kinderkens als
    alleen inde werlt indees wtneemende swaere tij
    de, uhEd sout hem noch wel konne beklaechge
    nu heer van Ameronge mijn sechge is noijt ge
    acht, maer so die beloofde troepees niet in
    korte en koome so weet ick mij nergens te
    berge17bergen: waarborgen, een veilige plek bewonen waer sal ick blijfve, en om de waer
    heijt te segge se sulle koome vrees ick alst
    te laet sal sijn, ick ben bedroeft tot int binenste
    van mijn hart ija tot der doot, ick bid neemt
    niet qualijck ick dit so schrijf ben als over
    stort van droefheijt, [den heer van wellant]

    De Engelsen vallen aan: Slag bij Solebay

    Margaretha weet ook goed nieuws te melden aan Godard Adriaan: er is een zeeslag geweest en de Staatse Vloot heeft deze gewonnen! Helaas kwam de overwinning met een prijs. Admiraal Van Gent heeft de slag niet overleefd: kogels door de borst en een afgerukt been waren hem fataal. Hij zal dus helaas Godard Adriaan niet kunnen ophalen in Hamburg.

    Zeeslag bij Solebay, 7 juni 1672. Geschilderd door Willem van de Velde (II). Collectie Het Scheepvaartmuseum

    De slag waar Margaretha aan refereert is de Slag bij Solebay op 7 juni 1672. Michiel de Ruyter stak met een vloot de Noordzee over en overviel de Engels-Franse vloot in de Sole Bay. In de daarop volgende zeeslag slaagt De Ruyter erin om flinke chaos aan te richten en maakt hij het onmogelijk voor Engeland om de Republiek op zee te blokkeren.

    [al sijn bedencke,] wij hadde voorleedene
    vrijdach wat verquickine18verkwikking: verbetering van het humeur door de vicktoorije
    die sich te water voor ons liet sien nu heb
    ick sints het vervolch daer van niet gehoort, de heer wil
    geefve het mach weesen alst begin be –
    halfve dat den Admirael van gent doot is
    was het been afgeschoote en twee kogels
    door de borst wiens doot mij seer jamert

    Margaretha blijft in Amerongen

    Tenzij ze slecht nieuws over het leger te horen krijgt blijft Margaretha nog een dag of twee in Amerongen. Ondanks de wanhoop die uit haar brief blijkt heeft ze toch wel vertrouwen in de landsverdediging. Nijmegen is goed voorzien van soldaten en ammunitie en er zijn nog veel troepen naar de IJssel gegaan de afgelopen week.

    Het bedroeft haar echter wel dat het onmogelijk is iets te horen over de belegerde steden. Er heerst een volledig gebrek aan initiatief. Verkenners gaan enkel uit als zoon Godard Van Ginkel ze er op uit stuurt. Typisch voor Margaretha drukt ze ook hier weer de hoop uit dat Van Ginkels harde werk onthouden wordt en vergoed wordt met een promotie in de toekomst.

    Brieffragment waar Margaretha schrijft over de aanval van de Engelsen bij Solebay

    ick meen noch Een dach of twee hier te blijfe
    so lange ick geen Erger tijdine wt ons leeger
    hoor daer is dees voorleedene weeck seer
    veel volck noch naer toe gegaen hoope den

    Afbeelding van de brief waarin Margaretha schrijft over de aanval van de Engelsen bij Solebay

    den ijsel nu sal konne gedefendeert19defenderen:verdedigen worde nimweege20Nijmegen is ock nu
    so van volck als van Amonijsi21ammunitie van oorlooch wel versien dat groote
    moet en koraesge22courage: moed ondert volck geeft, de baterije23batterij: een verdedigingswerk waarachter geschut is geplaatst ent kanon
    seijt men dat op den ijsel nu is gestelt, de heer almachtich wil
    al donse bewaere, dat bedroeft is men kan niet seeckers hoore
    hoet met de beleegerde steede is, daer gaet niemant op kons
    schap24kondschap: op verkenning gaan, inlichtingen inwinnen wt als die den heer van ginckel wt sent, of hem wel Eens
    weer sal vergoet worde sal te besien staen, nu mijn lieste hartg
    ick bidt godt uhEd wijsheijt en voorsichtichheijt te geefve en op alle
    uhEd weege te bewaere, sal blijfve so lange ick leef

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff en
    dieners M Turnor