Blog

  • Huis in de hemel

    DatumPlaats
    Geschreven13 maart 1673Den Haag
    Ontvangen21 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Leek Margaretha in de vorige brief de wanhoop nabij, deze brief is de wanhoop tastbaar: als de Heer almachtig niet te hulp schiet, zijn allen verloren. Toch is er een klein wondertje: ze heeft drie brieven van haar man gekregen!

    Soldatenleven

    Het begint met de droevige staat van het Brandenburgse leger. Juist nu het zo nodig is, lijkt daar niet veel van over. Met het Staatse leger lijkt het niet beter gesteld. De staat is tergend traag. Nu zijn de milities aangeschreven dat de rekrutering van het leger voor 15 april gereed moet zijn. Dat is leuk bedacht, maar er wordt geen cent uitbetaald. Er zijn compagnieën bij die al meer dan een jaar niet uitbetaald zijn. Bij de cavalerie zijn ze drie à vier maanden achter met betalen. Daar verkopen ze zelfs hun laarzen om voer voor de paarden en brood voor zichzelf en hun familie te kopen. Die arme prins. Hij denkt met een goed leger voor de dag te komen, maar door de traagheid van de regering, zit hij met de gebakken peren.

    Brieffragment over financiën leger
    Brieffragment over teleurstelling Willem III

    is, de meliesie is aengeschreefve haer reekruijteerin
    te doen en sonder wtstel teegens den 15 April ge=
    =reet te sijn, men geeftse niet Een stuijver gelt
    daer sijn kompangie die 12 a 14 maende ten achter
    sijn de ruijterij is meest 3 en 4 maende ten
    achteren moeten alles versette wat sij hebbe tot haer
    steefvels in kluijs omt voer voor haer paerde en
    broot voor haer selfs vrou en kindere te kooppe, de
    heer van ginckel al wat hij grijpe en vange kan gaet
    tot betaelline vande kompangi, en de kantoore
    sijn op gepropt van gelt men seijt der meer als
    vier mielijoene kontant leijt tot betaelline vande
    meeliesi en daer komt geen ordere omt gelt wt
    te telle, tis meer als bedroeft de traecheijt die bij
    de reegeerine is, sijn hoocheijt is ongeluckich sal meene

    Een leeger te velt te brenge het welcke te vreese staet door
    de wan betaelline so kompleet niet sal konne sijn

    Godard Adriaan heeft gezegd dat ze misschien niet zo op “de vleselijke arm” moet vertrouwen12 Kronieken 32:8, in de statenvertaling en in moderne taal. Ofwel: vertrouw minder op het leger en meer op God.

    Brieffragment over de vleselijke arm

    uhEd seijt heel wel dat wij so seer niet op de vleeslijcke
    arm moete sien vreese wij dat te veel gedaen hebbe
    en noch doen dat dat almeede oorsaeck is dat godt
    de heere die en onse wapene niet en seegent, den

    Tekening van een boerderij met een strooien dak. In het raam boven de voordeur zit een oude man. Voor de gesloten voordeur staan twee soldaten met een boomstam klaar om de deur in te slaan. Naast de boerderij staan twee soldaten met geweren en zit er één op de grond zijn geweer te controleren. Achter de soldaten met de boom twee soldaten te paard. Ook met hun geweer in de hand.
    Plunderende soldaten bij een boerenwoning, Adriaen van de Velde, 1669. Collectie Rijksmuseum

    De Heer geeft, de Heer neemt

    Uit Amerongen is er verder geen nieuws, alleen de schoorsteen van de keuken is omgevallen, maar de planten en de tuinen zijn nog in goede staat, zelfs de beelden staan er nog. En ze heeft nog een nieuwe uitspraak van de intendant Robert tegen secretaris Van den Doorslagh. Op de vraag hoeveel geld er nodig was om het huis te bewaren, gaf hij als antwoord dat het huis sowieso moest branden.

    Brieffragment over Kasteel Amerongen

    [van sal segge] de seeckreetaris is hier seijt de
    muere vant boove en beneede huijse noch vier
    kant staen alleen dat de schoorsteen vande keucke
    opt booven huijs ingevalle is, voort al de plante
    en hoofve sijn noch in Esse2In esse zijn: in goede staat zijn tot de beelde inde hof
    staen noch wel, macht maer so blijfve, [want so]

    Ze moeten maar een voorbeeld nemen aan Job, hij verstaat als geen ander de kunst om lijden, pijn, tegenspoed, of enige andere onaangenaamheid met kalmte en zonder opstandigheid of klagen te kunnen verdragen. Daarnaast vertrouwt ze erop dat God genoeg middelen geeft om hun huis weer op te bouwen en bidt ze om ooit een huis in de hemel te hebben dat door geen mens afgebrand of afgenomen kan worden.

    Brief fragment over de Heer geeft, de Heer neemt

    [vorste teegens sijn koninck op hitste,] in soma
    het ongeluck heeft ons gedient, wat sulle wij doen
    al met den verduldige3Verduldig: De eigenschap of gezindheid bezittend om lijden, pijn, tegenspoed, of eenige andere onaangenaamheid met kalmte en zonder opstandigheid of klagen te kunnen verdragen; lijdzaam, geduldig, berustend. Vooral in religieus verband waarbij het lijden dat iemand overkomt als een goddelijke beschikking en beproeving wordt gezien waarvan het kalm verdragen als een zedelijke deugd geldt. jopt segge godt gaf god nam
    de naeme des heere sij gepreese4Job 1:21, in de statenvertaling en in modern Nederlands ist sijn godlijcke wil
    heeft middele genoech omt ons weer te geefve so niet
    moete wij vretrouwe en bidde Een huijs inden heemel
    te hebbe dat ons van geen mensche kan gebrant of
    genoome worde, [ick kan niet segge of dencke of dit]

    Een geluk bij een ongeluk is dat mensen nu minder kwaadspreken over Godard Adriaan. Ze hielden hem verantwoordelijk voor de dure mislukking van de Brandenburgse veldtocht. Maar nu ze zien dat hij alles is kwijtgeraakt, zijn hun stemmen verstomd.

    Gravure van jubelende mensen op wolken en engeltjes in de wolken daarboven. Op de achtergrond een vierkante, symmetrische ommuurde tuin.
    Het hemels Jeruzalem met lofzingende engelen en verlosten, Jan Luyken, 1687. Collectie Rijksmuseum

    Orde op zaken

    Het uitbetalen van het geld voor Godard Adriaans werk blijft moeizaam. Er liggen ordinanties klaar, er zijn ordinanties aangevraagd, maar er gebeurt niets. Margaretha moet maar weer zelf naar Amsterdam om het te regelen. Als wat van de laatste 6000 gulden uitgegeven is, heeft ze nauwkeurig genoteerd en stuurt ze mee als een Memorie. Ze doet het zo zuinig mogelijk aan, maar het was een zware periode. Gelukkig is iedereen weer beter. Kennelijk heeft Godard Adriaan voorgesteld dat ze met de hele menage naar Duitsland komt. Ze lijkt er niet afwijzend tegenover te staan, maar ze denkt dat ze haar schoondochter niet mee krijgt. Van Ginkel heeft nu ook aan de stadhouder gevraagd of Godard Adriaan thuis mag komen, maar ook tegen hem is gezegd dat hij moet wachten tot de Graaf van Waldeck5Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg terug is.

    Brieffragment over Margaretha's eigen financiën
    Laatste zin over Graaf Waldeck

    [geen tijt tot de derde te setten,] ick ben van meen
    =nine int lest vandeese weeck selfs naer Amster
    =dam te gaen om te sien wat ick van hem sal
    konne krijge, sal uhEd met de naeste post Een mee
    =moorije sende wat ick wt de ontfangene ses duijs=
    sent gulde heb betaelt dit alles volgens uhEd
    ordere, daer niet of weijnich van over is gebleefe
    ick lech hier alles so naeu aen alst Eenichsins
    moogelijck is maer heb al de winter een seer
    swaere meenaesge6Menage: huishouding, maar ook zuinig beheer der inkomsten gehadt, al de siecke sijn
    de heere sij gedanckt weer wel, de heer
    van wellant drijcht7Dreigen is hier in de betekenis van talmen naer seelant te gaen
    en blijft al, ick sal geen swaericht maecke
    om naer duijtslant te gaen maer geloof
    de vrou van ginckel daer beswaerlijck toe
    sou konne reesolveere , de heer van ginckel
    heeft sijn hoocheijt wt mijne naem verlof versocht
    voor uhEd om Een keer herwaerts te mooge doen
    die hem seijde uhEd tot de weerkomste vande

    graef van waldijck daer sou moete blijfve,

    Weinig hoop van leven

    Margaretha is ook weer naar Rotterdam geweest om de vrouw van Wulven8Anna van Renesse van Moermont op te zoeken. Daar gaat het niet goed mee, de dokters hebben haar opgegeven. Helaas is haar man9Hieronymus van Tuyll van Serooskerken nog in Utrecht, want hij zit klem in de Franse mangel. Haar broer zit weliswaar in Amsterdam, maar die komt haar ook niet bezoeken. Ach, die vijf arme kinderen…

    Brieffragment over de doodzieke vrouw van Wulven

    [niet anders te sechgge valt,] ick ben gistere
    alweer bij de vrou van wulfve tot rotterdam
    geweest die ick so sooberen10Sobere staat: zwakke, flauwe staat staet heb gevonde
    en gelaete dat de docktoore segge datter
    weijnich hoop van leefve is, haer man blijft
    of is noch te wttrecht de heer vander A11Frederik van Renesse van Moermont haer
    broer tot Amsterdam en komt ock bij sijn
    suster niet mij jamert haer vijf kleijne
    kinderen, de heer wilse Een genaedige wt
    komste geefven, [den heere schade verte]

    Een interieur met links een brede trap omhoog, de trap komt uit op een soort overloop met een rode stoel en schilderijen aan de wand. Direct bovenaan de trap staat een deur open waar we nog net een doorkijkje hebben naar een schouw met een schilderij. Rechts zit een vrouw in het wit met een goudgeek jasje aan, ze is bijna net zo bleek als haar jurk. Haar linker voet staat op een stoof waar een bruin  aardenwerken bakje in staat. Naast haar op de grond ligt een grijze kat met de voorpoten opgetrokken onder het lijf. Ze heeft haar handen gevouwen en leunt met haar linkerarm op een tafel waar een tapijt op ligt met daarop een witte doek. Achter haar staat een man in het zwart met een baret op. In zijn rechterhand heeft hij zijn handschoenen, in zijn linkerhand houdt hij een kolf met urine omhoog. Hij kijkt serieus. Naast hem staat een man met een bruine (kamer?)jas aan die beteuterd naar de urine kijkt.
    ‘De bleekzuchtige dame’, Samuel van Hoogstraten, 1660 – 1678. Collectie Rijksmuseum
  • De wanhoop nabij

    DatumPlaats
    Geschreven10 maart 1673Den Haag
    Ontvangen27 maart 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Zoals niemand zal verbazen opent Margaretha haar brief met de constatering dat de post nog steeds een rommeltje is. Het begint nu wel erg uit de klauwen te lopen: pas nu heeft ze Godard Adriaans brief van 24 februari ontvangen. Maar liefst 15 dagen later!

    De post is treurig maar niet zo treurig als het lot van de Republiek. Margaretha begint ernstig te wanhopen en wenst dat Godard Adriaan zo snel mogelijk naar huis komt. Veel nieuws op dat front is er nog niet: generaal Waldeck is eindelijk vertrokken. Wat zijn missie is, dat wil Margaretha niet zeggen. Straks leest er nog iemand mee…

    Brieffragment Waldeck

    [die van de heere romswinckel], wij sijn ongeluckich hadde wij Een
    goede vreede waer wel te wenschen alles wort geruwineert
    en bedurfve ick kan so alles niet schrijfve verlange wel uhEd
    te mooge sien, den graef van waldeeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg is al voor Eenige
    dage vertrocke waer heen wort seer geseeckreeteert hoope
    het naer die plaets sal sijn daer ick uhEd voordees van
    heb geschreefve en dat otlfe2Inktvlek: waarschijnlijk deselfe dan met sal mooge koomen

    Nieuws over Amerongen? Niet echt

    Veel meer nieuws over de brand van Kasteel Amerongen heeft Margaretha helaas niet. Deze brief herhaalt een beetje wat ze eerder al schreef: zonder de instemming van de Raadpensionaris durft ze geen memorie aan de Staten-Generaal schrijven. Maar als ze te lang wacht met het melden van hun ongeluk, dan doen de Staten er niets meer mee. Wat een dilemma.

    Het is wel hopen dat er bij het kasteel niets verandert. Het gerucht gaat namelijk dat de Fransen nu zelfs de overgebleven muren omver willen trekken. Kent hun wrok dan geen einde?

    Brieffragment Amerongen

    de droefvige gestaltenis van ons huijs te Ameronge en wat
    den heer raetp fagel3Raadspensionaris Gaspard Fagel mij heeft doen raede door sijn broere
    de griffier4Griffier Hendrik Fagel heb ick uhEd geschreefve, ben Evewel seer be
    komert wat ick doen sal en derf teegens sijn advijs
    niet begine, niet twijfelende of hij meent ons wel, wenste
    uhEd goetvinde te weete of ick noch sal wachte met ons
    ongeluck den staet bekent te maeck gelijck den voornoemde
    heer mij raden of dat ickt bij meemoorije aende generael
    =lijt5Generaalheid: algemeenheid sal reemonstreere6Remonstreren: uiteen zetten, de franse drijge de muere dieder
    noch vierkant staen om veer te haelle hoope sij haer be=
    dencke sulle en haer moet genoech gekoelt sulle hebbe

    Ansichtkaart met twee tekeningen. Links over de volle hoogte een eindeloze laan door een bos met hoge bomen. Links en rechts op de weg een tramspoor. Heel in de verte loopt een figuurtje. Eronder staat: Middachterlaan. Rechts op de bovenste helft kasteel Middachten. Een lange rechte brug leidt naar een kade daarop staat, tussen de bomen verscholen, een huis met een witte façade in het midden en verder rode bakstenen muren en een grijs dag. Links op het dak een schoorsteen, in het midden een minuscuul torentje. Eronder staat gedrukt ARNHEM en daaronder staat met krulletters Cornelia van Belkum. Midden bovenaan de kaart staat in kleine letters Kasteel Middachten.
    Middachterlaan Kasteel Middachten. Arnhem, 1902-08-19, Uitgegeven door de Algemeene Postvereeniging. Collectie: Gelders Archief

    Losgeld voor Middachten

    Over Amerongen is weinig te melden maar bij de brandschattingen van Kasteel Middachten en het bos is er meer nieuws. De brandschatting is omhoog gegaan van 5.000 gulden naar 3.000 rijksdaalders. Een stuk meer dus. Gelukkig komt er hulp van Elisabeth van den Boetzelaar, de vrouwe van Nieuwenheim: zij gaat kijken of ze het kasteel voor minder kan vrijkopen. Margaretha heeft er weinig hoop in, zo uitgeblust is ze door het slechte nieuws van de laatste weken. Maar goed, baat het niet dan schaadt het niet.

    Brieffragment Middachten

    sij wille nu voort huijs te Middachten ent bos drije
    duijsent rijxsdaelders hebbe en dat kontant te betael
    of willent al mee afbrande ent bos om houwe hebe
    alweer 30 man in staen hacke, de vrou van nieuwe
    nheijm7Elisabeth van den Boetzelaar sou sien of sij op minder kan ackordeere, waere

    Brieffragment geld voor Middachten.

    sijt gelt sulle haelle weet me niet, en kost het dan
    noch intoekoomende bevrijdt blijfve waer goet maer
    wat verseeckerin heeft men daer van, ick kan niet segge
    hoe alle mense te moede sijn met deese leste tijdine de
    heer almachtich wil ons bijstaen, [het tracktaet met]

    Bureaucratie

    Grotere dingen dan enkel de brandschatting van Kasteel Middachten spelen in de Republiek en Margaretha houdt haar echtgenoot maar al te graag kort en bonding hiervan op de hoogte. Zo wordt binnenkort de 200e penning geïnd, terwijl Margaretha al enigszins krap bij kas zit. Ze schrijft wel dat ze nu eindelijk de ordinantie gekregen heeft om Godard Adriaans salaris mee te innen maar of ze daadwerkelijk het geld gaat krijgen, dat is de vraag. Ieder klein dingetje is te veel voor Margaretha: haar hele brief is doordrenkt van wanhoop. Ze is niet de enige die wanhoopt: een Spaanse diplomaat in Den Haag klaagt ook constant over de traagheid van de bureaucratie.

    Brieffragment Oorlog

    [heer almachtich wil ons bijstaen,] het tracktaet met
    deenmercke seijt me dat gesloote is, maer waer wat
    salt helpen, men seijt ock dat me hier seer sterck ter see gaet
    equepeere8Equiperen: uitrusten van vloot men sal inde maent van April weer weer de twee
    honderste penin9Vermogensbelasting moete betaelle, den spaense reesident10Resident: diplomatieke functie, lager dan gezant, hoger dan zaakgelastigde klaech
    seer dat hier bij den staet alles so lansaem toegaet wat
    sal der noch van ons worde, ick heb nu weer de ordi=
    =nansi11Ordinantie: verordening ter som van ses duijsent gul daer ick voordees
    van heb geschreefve gekreechge, verwacht van
    Amsterdam te hoore wat hoop den ontfanger geeft
    tot de betaellene sal dan selfs Eens weer derwaerts
    gaen kan ick die twee saeme ontfange sal Een goede
    som aen teminck overmaecke, ick sal inde toekoomede
    maent weer so veel versoecke, [uhEd geweesene sekree]

    Twee tekeningen van Doesburg. Boven Doesburg vanaf het land. Een zanderige grond en een soort kloof met daarachter een (wal-)muur. Verder zien we de kerk en huizen. De tweede tekening is heel breed maar niet hoog. Nu zien we Doesburg vanover de eisel. Eeen breed, lichtgrijs vlak met aan de andere kant een kade en een kerk en nauwelijks herkenbaar verschillende huizen, poorten en windmolens.
    Doesburg 21 juni 1672, Adam Frans van der Meulen. Collectie Mobilier National

    Oorlog of…

    Ook wordt de stad Doesburg, vlakbij Kasteel Middachten, “geslecht”. Dat wil zeggen dat de vesting daar volledig ontmanteld wordt door de Fransen. Dit maakt het onmogelijk voor Staatse troepen om zich opnieuw in deze vesting te verschansen mochten ze de Fransen er toch uit weten te schoppen. Zijn de Fransen gewoon zorgvuldig of zien zij een bedreiging voor hun legers die Margaretha nog niet opmerkt?

    Ook over de stad Utrecht wordt van jewelste gediscussieerd door de Fransen. Gaan ze deze stadsverdedigingen ook ontmantelen of zullen ze deze juist beter fortificeren? Het lijkt erop dat het laatste woord hierover bij Zonnekoning Lodewijk XIV ligt. Zou Lodewijk ervoor kiezen zijn positie in de Republiek te versterken of beschouwt hij deze oorlog inmiddels als een verloren zaak?

    Brieffragment Doesburg
    Brieffragment Utrecht

    [lange want hij is onverdraechlijck,] ick kan niet sege
    hoe bekomert in alt werck ben de heer wil ons Een
    genaediege wtkomste geefve, de stat doesburch wort
    geslecht in wttrecht delijbereerense12Delibereren: beraadslagen ofse de stat sule

    fortifiseere of de mantileeren13Vermoedelijk een verbastering van ontmantelen. Mantelen staat wel in het woordenboek als een tuin tegen de wind beschutten, maar geen specifiek militaire betekenis daer over aende konin
    geschreefve is, de vrou van wulfve14Anna van Renesse van Moermont is beeter [haer man]

  • De Brand

    DatumPlaats
    Geschreven6 maart 1673Amsterdam
    Ontvangen16 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Eindelijk heeft Margaretha een brief gekregen van de secretaris. In deze brief doet hij uitgebreid verslag van wat er nou die 21e februari precies gebeurt is. En Margaretha geeft dat weer door aan haar man. Zonder omhaal, zonder franje, zonder drama, gewoon, het verslag.

    De bewoners van het dorp hebben nog geprobeerd geld te bieden en hebben gebeden dat het huis mocht blijven staan. Het mocht helaas niet baten. De ruiters zijn effectief te werk gegaan. Eerst werd het huis van boven tot onder gevuld met brandbaar materiaal (takkenbossen) en vervolgens hebben ze het verdieping na verdieping, van boven naar beneden in brand gestoken. Ook de gebouwen op de voorburcht (daar stonden de bijgebouwen zoals bijvoorbeeld de stallen) zijn allemaal afgebrand. Behalve het hondenhok.

    De muren van het bovenhuis, het kasteel zelf, staan nog overeind. De tuinen en de bomen om het huis heen schijnen niet beschadigd zijn.

    Brieffragment verslag van de brandstichting

    Mijn heer en lieste hartge

    seedert mijne laeste heb ick briefve vande seeckretaris van
    Ameronge ontfange, die schrijft dat de franse Een Edel
    =man met 10 a 11 ruijters op den 11/211De dubbele datering heeft te maken met de overgang van de Juliaanse naar de Gregoriaanse kalender febrij naer Ameron
    hebbe gesonde, die daer koomende niet teegenstaende der
    Eenige huijsliede waeren die Een goede some gelts pree
    senteerde en baeden dat het huijs mochte gekonserveert
    blijfve dat niet kost helpen, maer sij hebbe aenstonts
    tackebosse gedragen tot int boovenste vant vant huijs
    en voort heele huijs door, hebbe van booven inde kap vande
    toorens Eerst aengesteecken Ent so voort afgebrant
    ock al de huijse vant voorburch daer van niets is
    gebleefve alst hondenhuijs, en al de muere vant
    booven huijs met de toorns staen noch, het geboomte omt huijs
    met de hoofve schrijft hij niet beschadicht te sijn,
    de heer almachtich wilter vergeefve, [de sekreetaris]

    Gravure van mannen die een brandend huis aan steken. Link het huis waar de vlammen uit slaan. er staat een man voor die er een kind uit vist of probeert in te gooien. Erachter een ruiter met een getrokken zwaard en een man met een brandende takkenbos in de hand. Op de achtergrond mensen die op de vlucht zijn, lopend, met paarden en met vee.
    Fragment uit Schrikkelijke Verwoestinge der Franzen in ‘t Duijtze Rijk, Jan Luyken, 1689. Collectie Rijksmuseum

    Intendant Louis Robert

    De secretaris heeft keurig Margaretha’s opdracht uitgevoerd en is met Margaretha’s wensen, verzoeken en eisen naar de intendant van Utrecht gegaan, Louis Robert. Hij kwam helaas van een koude kermis thuis. Tijdens het gesprek is de aap uit de mouw gekomen. Het gaat niet om aanwezigheid of om geld, het gaat om wraak. De Fransen weten dondersgoed dat Godard Adriaan aan het hof van de Keurvorst van Brandenburg zit en dat is ze een doorn in het oog. Want, zoals de intendant het verwoordt, Godard Adriaan hitst bij de Keurvorst de Duitse vorsten op tegen zijn Koning, Lodewijk XIV.

    Een edelman heeft tegen de secretaris gezegd, dat hij hoopte dat met de brand de bitterheid van de intendant gekoeld zou zijn. Dat hoopt Margaretha ook, want ze wenst niemand toe wat haar gebeurd is. Ze maakt zich vooral zorgen over het huis Middachten van haar zoon en schoondochter. Intendant Louis Robert blijkt op weg te zijn naar Gelderland.

    Brieffragment reactie intendant

    de heer almachtich wilter vergeefve, de sekreetaris
    schrijft den intendant volgens mijn schrijfve gesproo
    =cke te hebbe en 14 dage wtstel versocht waernaer
    hij niet wilde luijsteren ock dat ick beesich was het
    gelt bij Een en daer te krijge het welcke niet kost
    helpen, hij seijde het so seer niet was om uhEd apsensi
    of wan betaeline vande kontreebuijsie, als alleen
    om dat ch uhEd bij den heere keurvorst is en de
    duijtse vorste teegens sijn koninck ophitste, hij schrijft
    ock datter Een frans Edelman hem geseijt heeft
    dat met het brande van ons huijs haer bitterheijt
    nu gekoelt is, het welcke de groote godt wil geefve

    op dat all andere van diergelijcke ongelucke mooge
    bevrijt sijn, en insonderheijt onse kindere den inten
    dant is naer gelderlant vrees hij daer ock niet
    te vergeefe sal sijn, sij wille voort huijs te
    Middachte 5000f hebbe en voorde bosse saemen
    het welcke hij liefver sulle geefven alst laeten
    ruijwineere, maer waer sullen sijt gelt haelle,

    Oude zwartwit foto van een losse muur die te midden van puin. De muur wordt met een paar palen gestut.
    Fragment uit Bouw van paviljoens naast de Eiffeltoren voor de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs, anoniem, 1889. Collectie: Rijksmuseum

    Ondersteboven staat een aantekening over een schuld die Margaretha afbetaald heeft: 532 gulden en 10 stuivers aan Johan van Reede van Renswoude voor zijn dochter.

    Redden wat er te redden valt

    En weer gaat Margaretha gelijk allemaal praktische dingen regelen. Ze stuurt de secretaris nu met een opdracht naar Amerongen. Ze wil graag dat de muren die nog overeind staan gestut worden en dat al het (herbruikbare!) ijzer en lood verzameld wordt.

    Brieffragment stutten en schoren

    ick heb de seekreetaris geschreefve dat sijn vader die
    in den hoofeniers huijs getrocke is sal laeten sien of
    hij de muere vande huijse die noch sonder Eenige reete2Reet: Spleet, scheur
    over Ent staen kan laete onder schoore of stutte op
    dat die niet om veer valle en dat hijt alt ijser
    ent loot bij Een laet raepen so veel hij kan, [den]

    Acte van garantie

    Margaretha’s grootste zorg blijft of er inderdaad een vergoeding komt voor het afbranden van het huis. De Raadpensionaris wil niet dat ze een memorie schrijft naar de Staten Generaal, maar dat ze dat pas doet als hij het zegt. Margaretha zegt het niet met zo veel worden, maar ze vertrouwt hem kennelijk niet meer zo. Haar conclusie: het gaat waarschijnlijk lang duren. Het zou misschien helpen als Godard Adriaan thuis zal zijn, al was het maar alleen daarom…

    De Raadpensionaris zegt dat hij de brief waarin Godard Adriaan vraagt om thuis te mogen komen, niet gehad heeft. En dat terwijl Margaretha gehoopt had dat Godard Adriaan met Waldeck naar huis had kunnen komen. Die is thuis gekomen en inmiddels alweer in alle stilte vertrokken. Niemand weet waarheen.

    Brieffragment over raadpensionaris Fagel over de memorie

    [sijn,] en den heer griffier fagel3Griffier Hendrik Fagel die aengenoome
    had den heere r p fagel4Raadspensionaris Gaspard Fagel wt mijne naem hier
    van5Over het memorie over de acte van garantie te spreecke heeft geseijt den voornoemde
    r p goet vont en mij rade alsnoch hier over
    geen memoorije aenden staet over te geefve
    maer dat ick soude daer meede wachte tot dat
    hij mij sou laete segge of naerder spreecke, wat
    reeden hij daertoe heeft weet ick niet, vreese

    Brieffragment over de niet ontvangen brief

    de vergoedine van onse schade vrij wat lansaem bij sal
    koome tensij uhEd preesensie dat te weege koste bre
    =nge daer om ick te meer naer deselfs overkomste
    verlange, den griffier fagel seijt dien brief van
    uhEd waer in deselfve aenden staet versoeckt
    demissie te hebbe om thuijs te mooge koome, niet
    ontfange te hebbe, ick hadt anders al gehoopt
    deselfve met den graef van waldijck6Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg weerom
    sout gekoomen sijn, [hier sijn al Eergistere merge]

    Een bord bespannen met banden waarachter spullen bewaard worden: drukwerk (kranten), een document met een zegel erop, een brief met een zegel,  zegellak, een veer, een zegelstempel en een briefopener.
    Tromp l’oeil met schrijfmaterialen, Edward Colyer, ca 1702. Collectie: Victoria & Albert Museum, Londen

    Meelezers

    Waar Margaretha zich zorgen maakt over meelezers bij de brieven tussen haar en haar man, put ze vrijelijk uit de brieven van anderen. Otto van Schwerin (minister van de Keurvorst) zou aan de Markies van Grana geschreven hebben dat troepen van de Keurvorst en de Keizer Münster hebben ingenomen. Daarom was iedereen blij en vierde feest. Toen er geen nieuwe informatie kwam, liet iedereen het hoofd hangen.

    Na nog een paar losse opmerkingen over baantjes die zijn uitgedeeld is het blad vol en sluit ze af. Heel snel krabbelt ze in de kantlijn nog even het kattenbelletje over het betalen van het geld aan Johan van Reede van Renswoude.

  • De olifant in de kamer

    DatumPlaats
    Geschreven3 maart 1673Den Haag
    Ontvangen10 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    De brief die Godard Adriaan op 10 maart 1673 ontvangt is een lange brief. Maar Margaretha heeft ook veel te vertellen, ook al is er sinds haar vorige brief niet veel meer duidelijk geworden over Kasteel Amerongen. Het doet haar ‘vande gront mijns harte leet’ dat ze haar man, die in grote onzekerheid in het Duitse Minden verblijft, geen duidelijkheid kan verschaffen over zijn have en goed. Maar zodra ze nieuws heeft, begint ze van alles te regelen: typisch Margaretha.

    Niks, noppes, nada

    Niemand schrijft over de reusachtige olifant in de kamer: de vermoedelijke brand van het kasteel. Geen woord. Geen letter. Noch uit Utrecht, noch uit Amerongen. Margaretha wordt door eenieder volledig in het ongewisse gelaten.

    Brieffragment over niets horen

    [kontiniweert] en nochtans schrijft mij noch van
    wttrecht noch van Ameronge niemant Een woort
    daer over ick mij niet genoech kan verwonderen
    wat en aen wien ick schrijf krijch niet Een letter tot
    Antwoort heb aende preedikant kepel1Dominee Bernhard Keppel aen weesel2Abraham van Wesel aende
    seekreetaris3Secretaris Van den Doorslagh geschreefve en hoor van niemant Een woort

    Van horen zeggen

    Via via heeft Margaretha toch enige snippertjes informatie kunnen bemachtigen. In een brief uit Amsterdam leest ze dat Jan Evertsen, de zoon van Evert Jansen, die in Amerongen woont, heeft geschreven dat kasteel Amerongen volledig is afgebrand. Ook de voorburcht zou de Franse vernielzucht niet overleefd hebben. Enkele andere gebouwen, waaronder het huis van de hovenier en de woning van Teunis Huijbertse, konden gespaard worden. Nu móét Margaretha de onheilstijdingen wel geloven… De olifant in de kamer blijkt een olifant in een porseleinkast te zijn, en hij draagt een Frans uniform.

    Brieffragment van horen zeggen

    onsen drost van kleef schrijft mij van Amsterdam
    dat ijan Evertse de soon van Evert ijansen die tot Ameronge
    int santvoort4Zandvoort is nog steeds een straat in Amserongen, vlakbij het kasteel woont hem van daer
    schrijft dat ons huijs te Ameronge met het voor
    burch teenemael is afgebrant, dat sij het huijs
    van joost van omeren den hoofeniers huijs teunis
    huijbertsens huijs ent huijs van den drost ock wilde
    aensteecke maer dat sij dat met twintich rijxsdal
    hebbe afgekocht, sonder dat hij verdere pertikulierij
    =teijte schrijft, nu moet ickt geloofve en kan niet
    segge hoe bedroeft ick ben , [de heer van ginckel sal]

    Tekening van een olifant als een dikke man in (Frans) uniform. Hij heeft een krullenpruik op met een grote hoed. Hij draagt een jas met grote manchetten, die open hangt. Om zijn middel een riem met daaraan een zwaard. In zijn rechterhand houdt hij een speer.
    Dierensatire, Egbert van Heemskerck (II), 1674 – 1744 (detail). Collectie Rijksmuseum

    Typisch Margaretha

    Maar Margaretha zou Margaretha niet zijn als ze niet meteen ook van alles begint te regelen. Tuurlijk, ze is bedroeft, maar ze heeft inmiddels ook al weer contact opgenomen met de Prins van Oranje en ze is tevens bij griffier Hendrik Fagel en diens broer raadpensionaris Gaspar langs geweest. Hoewel ze het niet met zoveel woorden schrijft, is het evident dat het over de vergoeding voor het afgebrande huis in Amerongen gaat. Veel kan ze daar verder nog niet over schrijven, want ze moet eerst weten wat er precies vernietigd is. Hebben de plantages de Franse vernielzucht overleefd? Margaretha regelt ook maar meteen dat er een speciale bode richting Amerongen wordt gestuurd om inlichtingen te verzamelen. Was Godard Adriaan maar thuis… Helaas lijkt her erop dat dat die hoop inmiddels vervlogen is.

    Brieffragment reactie Willem III op brand
    Brieffragment over verdere informatie

    [=teijte schrijft, nu moet ickt geloofve] en kan niet
    segge hoe bedroeft ick ben, de heer van ginckel sal
    uhEd schrijfve het beleeft en siviel antwoort dat
    sijn hoocheijt hem op dat subijeckt heeft belast aen mij
    te segge, dan dit sijn maer tot noch toe maer woorde
    wil hoope het Efeckt daer op sal volgen, ick ben
    ock bij den heer griffier fagel geweest hebt hem ock

    bekent gemaeckt die aengenoome heeft den heere rp
    daer over te spreecke, verder kan ick hier niet in
    doen voor dat ick al de pertikulaerijteijte weet, ock
    hoet met de plantaesie staet ofse die ock hebbe
    gehouwe, of onbeschadicht gelaeten , den Espresse
    die de heer van ginckel naer Aernhem heeft ge
    sonde heb ick gelast op Ameronge aen te gaen
    en hem op alles te informeere , ick wenste wel
    uhEd nu hier waert dan sien daer voor Eerst
    geen hoop toe gelijck uhEd wt het schrijfve vande heer
    van ginckel sal sien, [kost deselfve noch met den]

    Tekening van een man met lang krullend haar. Hij heeft een befje om en een cape over zijn schouder. Hij buigt bescheiden. Hij heeft zijn hoef in zijn rechterhand en met zijn rechterhand overhandigt hij een brief. Voor hem staat een hondje (King Charles Spaniel?) blij te springen.
    Bode brengt een brief, Jan van Somer, 1655 – 1700 (detail). Collectie Rijksmuseum

    Bijzondere haat

    Margaretha is nog net zo bezorgd of die Acte van garantie wel iets waard is als in september. Om haarzelf moed in te praten schrijft ze maar dat het huis wel in brand gestoken moet zijn vanwege een specifieke haat van de Fransen jegens Godard Adriaan. Bij niemand treden de Fransen immers zo rigoreus op? Van Johan van Reede van Renswoude hebben de Fransen bijvoorbeeld 2000 gulden geeist, maar hij heeft niet betaald. En er gebeurt niets…
    Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken, de heer van Wulven, is voor 6000 gulden aangeslagen. Hij wordt er van verdacht zijn spullen ergens verborgen te houden of te hebben ingemetseld. Hij heeft zijn hele huis leeggehaald en heeft niet eens meer een bed om op te slapen! Tot overmaat van ramp schijnen de goederen in Zeeland ook geconfisqueerd te zijn. Terwijl ze het zo opsomt realiseert ze zich dat hij er ook wel ellendig aan toe is. Gelukkig is er een klein lichtpuntje voor hem: het gaat met zijn vrouw iets beter

    Brieffragment over de anderen die het minder zwaar (lijken) te hebben.

    [salt wel moete overlegge,] tis seecker dat sij dit
    wt Een pertikulijere5Particuliere: bijzondere, specifieke haet die sij teegens uhE
    ten opsichte van sijn komissie hebbe gedaen, want


    niemant so rijgereus getrackteert wort den heere van
    rhijnswou6Johan van Reede van Renswoude hebbense 2000 f geEijst de welcke hij niet
    gegeefve heeft en niet weer om aengesproocke wort,
    den heer van wulfve7Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken wort weer op nieu 6000 f
    geEijst om dat hij Eenich van sijn Eijgen goet ver
    burge of Eiwers8Iewers: ergens in gemetselt heeft, en hebbe
    al sijn meubelen so deeger9Deger: geheel, volkomen wt sijn huijs gehaelt
    dat hij niet een bedt om op te slaepen heeft ge=
    houde, in seelant seijt den heer van oudijck10Willem Adriaan van Nassau Odijk datsij
    ock al den heer van wulfvens goet hebbe gekonfis=
    =keert so dat waer is, sijn sij wel te beklage en der
    Elendich aen, ick ben bij de vrou van wulfve11Anna van Renesse van Moermont ge
    weest sij was wat beeter[, uhEd briefve vande]

    Geld

    Margaretha probeert er alles aan te doen om te zorgen dat zij en haar man het geld krijgen waar ze recht op hebben. Ze belooft haar man dat ze naar Amsterdam zal afreizen zodra ze de ordinantie binnen heeft. In totaal heeft ze twee ordinanties, die bij elkaar opgeteld 12000 gulden waard zijn. Ze wil zo veel ontvangen als mogelijk is, want ‘hoe langer hoe erger men aen gelt sal raecken’.

    Brief fragment over geld

    [briefve,] ick sal met het gelt doen volgens uhEd
    ordere, verwachte deese weeck noch Een ordinan
    die inhande vande gekomiteerde raden is om de
    kontree ordinansi op te maecke so haest ick die
    heb sal daermeede naer Amsterdam gaen om te
    sien of ick kost het gelt van beijde die ordienansi
    het welcke ter som van 12000 f sal sijn saeme kan
    krijgen, moet so veel ontfange alst mogelijck is
    want hoe langer hoe erger men aen gelt sal
    raecken[, de heer en vrou van ginckel bedancke]

    Zuinig leven

    Margaretha belooft dat ze zo zuinig mogelijk probeert te leven, maar ze verzoekt hem er wel rekening mee te houden dat haar huishouden momenteel uit 28 à 30 man bestaat en dat alles ongelooflijk duur is.

    Brieffragment over zuinig leven

    ick bidt weest verseeckert dat ick so seer op Alles menaesgeere12Menageren: sparenalst
    Eenichsins moogelijck is, dan uhEd belieft te dencke dat hier Een
    swaere huijshoudine is wij sijn meest 28 en 30 mense sterck en
    alles is so wttermaete dier dat ongelooflijck is[, den heer van]

    Gravure van een oudere man en een oudere vrouw die samen aan tafel zitten. De vrouw weegt geld, terwijl haar man een stokbeurs op schoot heeft. Vanuit een venster slaat de Dood, met in de hand een zandloper, het tafereel gade.
    Paar weegt geld, Franciscus van der Steen, naar David Teniers, 1643 – 1672. Collectie Rijksmuseum

    PS: Je nieuwe rustwagen komt eraan!

    Van de winter is Godard Adriaan zijn rustwagen kwijtgeraakt. Nu het bijna lente is, komt er dan eindelijk een nieuwe rustwagen. Griffier Hendrik Fagel zal het gaan regelen. Het duurde zo lang omdat degene die verantwoordlijk was voor de nieuwe rustwagen, Daniël van Hogendorp, zes weken afwezig is geweest.

    Brieffragment rustwagen

    de tweede rustwage
    seijt den griffier fagel te sulle
    besorchge datse uhEd sal goetgedaen
    worde, het is so lan in hande vande heere hoogendorp13Daniël van Hogendorp geweest
    die wel sesweecke of langer apsent is geweest, dat oorsaeck
    is het niet is afgedaen

  • Over geruchten, ziekte en hoop

    DatumPlaats
    Geschreven27 februari 1673Den Haag
    Ontvangen11 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Het begint inmiddels een beetje traditie te worden: ook deze brief opent weer met Margaretha’s klachten over de trage post. Ze heeft nu net pas Godard Adriaans brief van 12 februari ontvangen. Ook deze brief die ze nu schrijft zal er uiteindelijk bijna een maand over doen om aan te komen. Bisdommer zweert dat hij zijn best doen om alles zo snel mogelijk te bezorgen, “datter sijn leefven aen hinck”. Dat zijn leven er van af hangt zou best nog wel eens kunnen. Inmiddels begint stadhouder Willem III ook te klagen over de te trage post en hij staat in het leger bekend als een man die weinig geduld heeft voor mensen die hun taak verzaken.

    Godard Adriaan komt terug! Hopelijk…

    Erg lang blijft Margaretha niet bij de posterijen hangen. Er is namelijk reden voor blijdschap en hoop: Godard Adriaan heeft aangegeven terug te willen komen naar de Republiek! Hopelijk keurt Willem III dit goed. Zoon Van Ginkel heeft een afspraak met de stadhouder gemaakt om dit én de aanhoudende dreiging bij het kasteel te bespreken.

    Geruchten over de brand

    Nog niemand heeft het Margaretha direct verteld, maar het gonst in heel Den Haag van de geruchten. Het schijnt dat de Fransen haar kasteel aan vier hoeken aan hebben gestoken en dat het twee hele dagen gebrand heeft. De lokale boeren hebben nog geprobeerd het te redden met hun laatste rooie centen, maar helaas, het heeft niet mogen baten.

    Brieffragment over de geruchten in Den Haag over de brand

    [sijn hoocheijt het selfve sal toestaen] de heer van ginckel
    is wt, om sijn hoocheijt daer over1Over de mogelijke thuiskomst van Godard Adriaan te spreecke alsmeede
    weegens onshuijs te Ameronge daer gistere den heelle
    haech vol van is geweest en aen verscheijde geschreefve
    is dat de franse het selfve aende vier hoecke soude aen
    brant gesteecke hebbe, dit soude voorleeden dijnsdach227 februari 1673 was een maandag, dus het huis is dinsdag 21 februari 1673 in brand gestoken. al
    geschiet sijn so geseijt wort en dat onse arme boore noch
    wt haer armoetge twee duijsent gul tot behoudenis va
    vant selfve soude gepreesenteert hebbe, dat dat niet helpe
    kost het soude twee dage brant hebbe, en niemant schrijft
    mij Een woort hier van dat mij doet hoope het niet waer
    sal sijn den heer vande haechgedoorn seijt dat dat den
    rentmeester Euwijck3Rentmeest Ewijk van wttrecht koomende seijde het
    brande, den jonge vermeer heeft het ock aende soons
    soon vande profeser voetsius4Gijsbert Voetius geschreefve ock ist aende
    heer van rhijnswou5Johan van Reede van Renswoude en meer andere geschreefve, en
    niet Een woort aen mijn daer ick mij niet genoech van
    kan verwondere en weet niet wat ick dencke sal hoe 

    Links staat een engeltje met een fluit in de mond, die het het engeltje tegenover hem aandachtig aankijkt. Dit engeltje zit met een harp op een guirlande en kijkt naar het engeltje dat min of meer over de guirlande hangt. Dit engeltje heeft een brief in zijn hand, met zijn andere hand wijst hij iets aan op de brief. Zijn mond staat half open. Achter hem staat een vierde engeltje. Hij heeft zijn rechterhand hand op de schouder van het engeltje met de brief, in zijn linkerhand heeft hij een opgerold document. Hij kijkt over zijn schouder naar het engeltje met de harp, dat tegen hem aan leunt.
    Roddelende engeltjes op een fragment van een fries op schouw in Vroedschapskamer van het Stadhuis op de Dam. Collectie: Rijksmuseum

    Niemand heeft haar een woord erover geschreven of iets tegen haar gezegd, dus misschien is het niet waar? Margaretha verkeert ernstig in de ontkenningsfase. Maar ja, wie zou dat niet zijn? Het huis, waar zij en Godard Adriaan tientallen jaren aan hebben gewerkt om het zo mooi mogelijk te krijgen, is niet meer. Ze is gewoon ziek van de stress. Zou God haar straffen? Als dat het geval is wil ze deze straf overwinnen en er als beter mens uit komen.

    Brieffragment over Margaretha's eerste reactie op het nieuws

    wel ick dit langenoech gehoort en sien koome heb heeft
    het mij so gealtereert6Altereren: veranderen, verouderen en ontstelt7Ontstellen: verschrikken, maar ook iets ontredderen dat ick der half sieck
    van ben doch wil noch al hoope het niet waer sal
    sijn en alst al so is moet ick dencke het de wel ver
    diende straffe van mijn sonde sijn godt biddende
    ick hier door van soude mach gebeetert worde
    hoope de heer almachtich sal geefve uhEd hier in
    ock geduldich sult sijn en dencke worde wij hier
    daer door van godt besocht dat hij hondert midlen
    heeft om ons weer te seegenen alst sijn godlijcke
    wil is, so niet sijne wil geschiede hij doet met ons
    naer sijn wel behaechgen, [de vrou van wulfve heeft]

    Ziekte in de familie

    Ook binnen de familie gaat het niet goed. Haar eigen gezinnetje is gelukkig weer helemaal, maar elders in de familie gaat het wat minder goed. Anna van Renesse van Moermont, de vrouw van Godard Adriaans neef, de heer van Wulven, is ernstig ziek geworden. Ze heeft last van hevige koorts en flinke diarree. Morgen gaat Margaretha op ziekenbezoek naar Rotterdam, om haar aangetrouwde nicht en haar vijf kindjes te zien.

    Brieffragment over de zieke vrouw van Wulven

    [naer sijn wel behaechgen,] de vrou van wulfve8Anna van Renesse van Moermont heeft
    mij vandaech ock laeten segge dat sij Een kontin
    weele koorts met Een swaere loop9zware loop: diarree heeft ick sal
    merge met godtshulp naer rotterdam gaen om te
    sien hoet met haer is, dat sij quam te sterfve wat
    sou ick doen sij sit te rotterdam met haer vijf
    kinderen de heer van wulfve10Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken is te wttrecht de
    vrou van sandenburch11Nicola van Baexem is ock naer wttrecht toe,
    in soma12In somma: kortom ick hoope de heer almacht haer beeterschap
    sal geefve en int leefve behoude , [den heere van]

    Gravure met links een groep nette mensen. Achteraan een jongen in het donker. Voor hem twee jonge dames met lange jurken met kanten kraag met daarop een medaillon en hun handen in een mof. Voor hun een oudere vrouw in het zwart. Naast haar een jonge man met krullen en een hoed. Ze praten met twee vrouwen, waarvan de ene haar handen gevouwen heeft en ze kijkt ze verdrietig dramatisch aan. Aan haar rok hangt een klein meisje met een stok in de hand. Achter haar een wat jongere vrouw die kijkt naar de bezoeken de groep, maar haar hand uitsteekt naar een wat ouder meisje die ook haar handen in een mof heeft. Rechts achter hun staat een bed met daarin een zieke man, hij heeft zijn arm op, maar niemand ziet hem. Aan de muur naast hem hangt een plank met daarop een kan, een bord en een glas. Daarnaast een met riet beklede rechte stoel en op de grond staat een brede schaal. Een po?
    Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie: Rijksmuseum

    Ook schrijft Margaretha dat de heer van Heeze en Leende weg bij het garnizoen is omdat zijn vrouw, een nicht van Godard Adriaan, zo ziek is. Het is de vraag hoeveel leden van de familie van Reede het Rampjaar gaan overleven.

    Nog een brandschatting

    Of het nog niet erg genoeg is dat Amerongen afgebrand is, nu krijgen zoon Godard en Philippota bericht uit Gelderland, dat ze een brandschatting voor Kasteel Middachten moeten betalen. Hun zoon gaat nog aan zijn vader schrijven, maar Margaretha stelt toch Godard Adriaan alvast op de hoogte. Met dit slechte nieuws er ook nog eens bij is het nog belangrijker dat hij snel thuis komt.

    Stadhouder Willem III heeft gezegd Godard Adriaan te gaan schrijven, maar met de trage post is dat nog wel even duren. De stadhouder vraagt of Godard Adriaan wil blijven, tot Generaal Waldeck bij de keurvorst aangekomen is… Alles gaat zo traag, terwijl Margaretha het liefst haar echtgenoot nu al aan haar zijde had. Het tweede fragment lijkt op de afbeelding kleiner geschreven, maar Margaretha heeft haar briefpapier een kwartslag gedraaid, waardoor ze nu in de breedte schrijft. We hebben hier de grote van afbeelding aangepast aan de breedte van dit weblog.

    Brieffragment over de brandschatting op Middachten

    [kontiniweelle koorts,] de heer van ginckel heeft
    ock van sijns vrous goet wt gelderlant vandaech
    geen goede tijdin gekreechge daer willense al
    meede gelt hebbe, twijfele niet of hij salt uhEd
    schrijfve alsmeede dat hij sijn hoocheijt niet heeft

    Brieffragment dat Godard Adriaan moet wachten op Graaf Waldeck

    konne spreecke maer so ick hoor heeft sijn hoocheijt uhEd self ge=
    schreefve en versocht de wijle uh hij van meeninge is den
    graef van waeldijck13Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg aen de keurvorst te sende dat uhEd
    noch so lange daer sout blijfve, ick verlan wel naer des
    selfs overkomste en sal bekomert sijn hoe hij sonder
    peerijckel14Perikel: dreigend gevaar, hachelijke toestand wel overkoome sal, de heer almachtich wil uhEd
    op alle sijne weechge bewaeren met gesontheit bij ons bren
    ge dit bid en wenst van harte

    Mijn heer en lieste hartge

    UhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    P.S. Een gewaagde ontsnapping

    In haar PS belooft Margaretha aan achterblijvers in Utrecht te schrijven om haar op de hoogte te houden. Margaretha en familie zijn niet de enige mensen die een enorm boete opgelegd gekregen hebben door de Fransen. Ook de heer Pieter Ruijsch lijdt onder de Fransen. Zijn vrouw en kinderen waren gevlucht en daar stond een geldstraf op van wel 42.000 guldens! In betalen had Ruijsch geen zin, dus heeft hij zichzelf Utrecht uit gesmokkeld met een slimme verkleedtruc.

    Brieffragment met het postscriptum

    ick schrijf nog van
    deesen avont naer
    wttrecht datsij mij
    met den Eerste souden schrijfve hoet met Ameronge staet
    den heer pieter rhuijs15Pieter Ruijsch, geëligeerde in de Staten van Utrecht ist in schipper of vissers kleere ontkoome
    en te Amsterdam bij sijn vrou en kindere gearijveert de
    franse binne wttrecht wilde van hem voor sijn vrou en
    kindere en sijn vrous voor kindere twee en veertich duijsent
    gulde hebbe

    Gravure van het bovenlijf van een man hij staat enigszins naar rechts gedraaid en kijkt over zijn rechterschouder uit beeld. Hij draagt een pet op zijn hoofd en een stok met daaraan een halve vis en een klein visje. Hij heeft grote ogen, een grote neus en zijn mond staat half open, hij kijkt geschrokken / angstig.
    Visser, Nicolaes van Haeften, 1694. Collectie: Rijksmuseum
  • Om de hete brij heen draaien

    DatumPlaats
    Geschreven24 februari 1673Den Haag
    Ontvangen4 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief maar weer eens met het klagen over de post. Het duurt maar en het duurt maar en Franco Bisdommer speelt de vermoorde onschuld. Er is iets wat niet klopt, maar Margaretha komt er maar niet achter wat.

    Brieffragment over de post

    tis toch in deese meer als bekomerde tijde wel bedroeft
    dat de briefve so lansaem overkoome ick vreese wel
    datter Eits onder schuijlt maer kander niet achter
    koomen, heb bisdomer verscheijde reijse daer over ge
    sproocke ent hem geseijt, die hooch en laech antwoort
    datter sijn leefve aen hinck se niet seeckerder noch
    beeter en weet te bestelle [hij leevertse de post die]

    Gravure van een varken met daarop met een man met een fles aan zijn mand. Er druipt vocht uit zijn mond. Hij heeft een zak achter hem en daar zit een posthoorn aan. Op zijn muts een soort vogel. Achter hem twee jongens, waarvan de ene de staart van het varken vasthoudt. Ze hebben stokken met iets eraan waar ze mee willen slaan. Het varken heeft brieven in zijn bek.
    Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum

    Geld

    En natuurlijk komt de niet gevoerde slag van de Brandenburgse troepen tegen Turenne weer aan bod. De legers willen alleen maar vechten op het moment dat de subsidies betaald moeten worden. Het draait allemaal alleen maar om geld. Eerlijk is eerlijk, ze gooit er wel weer een paar mooi ‘Margarethiaanse’ gezegdes tegenaan. Waarom gebruiken we “Een lege beurs maakt een berooid hoofd” en “Ze bijten in de stok, zonder te zien wie hem werpt” eigenlijk niet meer?

    Brieffragment over het Brandenburgse leger

    [maer dat het noch al als voor deese is,] teegens
    dat de maent vande subsijdi peninge verschijnt
    dan schijnens wat te wille doen als dat over is
    so hapert het aent Een of aent ander, so spreeckt
    het volck dickmael met onverstant en bijten inde
    stock sonder te sien wie die werpt , het schijnt
    dat Een leege beurs Een beroijt hooft maeckt dat
    ick vrees der niet op sal beeteren, want men
    geeft veel en siet geen hoop van Eenich ontset
    der vijande, [de kapijtaelle leenine die voor ons]

    Over geld gesproken: Margaretha’s (en dus ook Godard Adriaans) financiële situatie blijft complex. Margaretha heeft de schulden allemaal afbetaald, maar er komen weer belastingheffingen aan. Honderden guldens is ze kwijt. De zadels zijn ook helemaal afbetaald. In Utrecht worden nu inwoners belast voor hun familieleden die veilig achter de waterlinie zitten. Komen je broers niet thuis? Jammer! 1.400 gulden. Zit je zus in Rotterdam? Ook al is ze getrouwd met een Rotterdammert? Pech! 18.000 gulden. Heb je je vrouw en kinderen in veiligheid gebracht? Kassa! 24.000 gulden. Je zal maar onder zo’n koning moeten leven.

    Blauw gestucte boerderij waar met balken (soort vakwerk). In het midden een groot raam met houten luiken en rechts daarvan een houten deur. Helemaal links een iets kleiner raam met luiken en rechts een klein raampje met luiken. De boerderij heeft een rieten dak. Ervoor een houten hekje en een moes- en kruidentuin. Achter de boerderij is bos.
    Een los huus of los hoes. Een boerderij uit Harreveld. Collectie: Openluchtmuseum, Bron: Collectie Gelderland

    Oogst

    Ursula Philippota is eigenaresse van het Huis Harreveld (Achterhoek) met bijbehorende landerijen. De rentmeester heeft de opbrengst van het landgoed voor 400 gulden verkocht. Helaas zijn de Fransen erachter gekomen en willen zij die 400 gulden hebben. Plus 1.800 gulden boete. Nu wordt verwacht dat Van Ginkel dat betaalt, maar waarvan? Alleen de Heer kan nog helpen.

    Brieffragment over het koren van Harreveld

    [=luckich sijn,] de heere vande kloese1Jacob Schimmelpenninck van der Oye heeft vande rent=
    meester broen weegens de heere van ginckel van
    koorn dat van harevelde quam en verkocht was
    ontrent 400 f ontfange, dit is ondeckte of de franse
    sijnt te weete gekoome, hebben den heere vande
    kloese boofve die 400 f noch 1800 f tot boete doen
    geefve dit pretendeert hij vande heer van gincke
    weerom te hebbe, waer hij dit gelt ock bij Een
    sal krijge weet ick niet in soma2kortom tis niet als
    swaericheijt aen alle kante, de heere wil ons
    te hulpe koome ick sie anders geen wtkomst

    Hete brij

    Margaretha heeft nog niks gehoord van de secretaris die bij de Fransen om uitstel en een lager bedrag ging vragen.

    [sende,] ick heb noch geen antwoort vande heer
    weesel noch van seeckreetaris op mijn briefve
    waer in versocht s dat sij bij den intentant
    veertien daege wtstel s tot de gedreijchde Ex
    sekusie3Executie: uitvoering van vonnis van Ameronge of in het beloofve vande
    3000 f soude versoecke, of mijn brief niet
    overgekoome is weet ick niet hoor vant teen
    noch tander niet Een woort, wil noch al het
    beste hoope, [nu komt weer tijdine dat het parle]

    Amsterdam of Den Haag

    De oude vraag duikt weer de kop op: waar is het veilig? Het schijnt dat het parlement in Londen vergadert en dat Koning Karel II een vloot op laat tuigen en dat hij in het voorjaar ergens wil landen. Is Den Haag veilig genoeg? Moet Margaretha dan toch maar weer een huis zoeken in Amsterdam?

    beste hoope, nu komt weer tijdine dat het parle
    =ment tot londen vergadert sijnde met groote
    animeusiteijt4Animositeit: vijandelijkheid begeert den koninck Een aensien
    lijcke scheeps vloot sal doen equipeere om teegens

    het voorjaar in see te brenge , daertoe sij een merckelijcke som
    ter maent voor acht maende lan hebbe gekonsenteert, so dat
    =men niet twijfelt of sij sulle soecke te lande hoet ons dan
    hier gaen sou staet te vreesen en weet niet of ick sal durfve
    wagen of weer een huijs in Amsterdam hueren,

    Ondertussen in Friesland

    Volgens Margaretha liggen ze in Friesland overhoop. Ze schijnen een akkoord gesloten te hebben zonder medeweten van Albertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, weduwe van de Friese stadhouder en regentes voor haar minderjarige zoon. Albertine Agnes heeft ondertussen wel een volksopstand voorkomen en het stadhouderschap van haar zoon veilig gesteld.

    Brieffragment Friesland

    in vrieslant hebbense heel over hoop gelegen dat bedroeft
    is in deesen tijt, nu seijt me het ackoort gemaeckt is en dat
    sijt volkoome eens sijn dit is in d apsensi vande vorstin ge
    ackordeert [te gronninge hebbense den heere rengers twee]

    Een schelm

    In Groningen wordt ene Johan Osebrandt Rengers op de pijnbank gelegd. Deze vriend van Johan de Witt wordt verdacht van verraad. Hoewel hij in werkelijkheid blijft ontkennen, heeft hij in Margaretha’s versie bekend gecorrespondeerd te hebben met de bisschop. Daarvoor moest hij wel twee keer op de pijnbank! Wat een schelm!

    Brieffragment schelm

    [ackordeert] te gronninge hebbense den heere rengers twee
    mael op de pijnbanck gehadt die bekend heeft dat hij
    met den bischop heeft gekorespondeert denck wat en
    schelm [nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben]

    Op een oude tegelvloer staat iets wat lijkt op een bank. Een grote horizontale plak met aan deze kant twee gaten en overdwars een plankje met twee openingen. Werd iemand hier op zijn buik neergelegd en staken de voeten door de grote plank en werden met het plankje zijn enkels vast gezet? Er zijn nog twee plekken waar ook van die dwarsplankjes geplaatst zouden kunnen worden, maar die zijn leeg.
    Stedelijke pijnbank, midden achttiende eeuw, collectie Stedelijk Museum Alkmaar, locatie stadhuis. Bron: Elsinga, J. / collectie Regionaal Archief Alkmaar

    Finale

    Ze kan niet zeggen hoe blij ze is dat Godard Adriaan verzocht heeft om naar huis te komen! Naar zijn getrouwe wijff…

    Brieffragment thuiskomen

    [schelm] nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben
    dat uhEd versoeckt hier te mooge koome wij sulle
    den anderen al veel verhaelle hebbe, ondertusche
    blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

  • Broos ijs en brosse kanonnen

    DatumPlaats
    Geschreven20 februari 1673Den Haag
    Ontvangen4 maart 1673Minden
    Lees hier de originele brief

    Vier brieven heeft Margaretha de afgelopen week geschreven en ze hoopt maar dat ze aankomen via de verschillende routes: die via de stalmeester van graaf Waldeck, via Matthias Romswinckel, en via de reguliere post van Bisdommer. De Hamburgse post van vrijdag (17 februari) is niet gekomen. Wie weet zouden daar brieven van Godard Adriaan tussen gezeten hebben, want zijn laatste is al weer van 2 februari. En men schreeuwt om nieuws uit Duitsland, want hoe zit het nu met Franse en de Duitse legers?

    Tekening van een paar berken die tussen grote rotsen staan, Voorlangs stroomt een beekje waarin ook allemaal keitjes en stenen inliggen.
    Groep berken bij een bergstroom, Jan Both, 1628 – 1652 Collectie Rijksmuseum

    Geen Beukenboom maar Berkenboom

    Ze herhaalt nog maar weer eens het gerucht dat met de Keulse post kwam dat Turenne zich met zijn leger tactisch heeft ingenesteld op een onbereikbare plek. Wat in haar vorige brief Beukenboom of Eikenboom was, noemt ze nu Berkenboom. (Inderdaad noemt Godard Adriaan zelf Berckenboom in een brief aan Willem III van 6 februari, ergens tussen Dortmund, Lünen en Unna) Van daaruit zou Turenne buiten schot kunnen blijven en tegelijkertijd de route naar Keulen in zijn macht kunnen houden, om te voorkomen dat dat in keizerlijke of Brandenburgse handen valt. Maar wat is hier van waar?

    Brieffragment Turenne en Berckenboom

    ondertusche loopen hier
    verscheijde tijdine en geruchte die met de keulse
    en Aekense1Akense poste koome als of den keurvorst sijn
    volck in bataelge2Bataille: Slag, strijd, veldslag teegens tureijne3Turenne soude gestelt
    hebbe, die geen slach sou hebbe derfve leeveren
    maer so geseijt wort geweecke is naer de bercke
    boome4Birkenbaum en daer post genoome heeft daermee
    seijt men dat hide stat keulle5Keulen kan bewaere
    datter van ons of den keurvorst en volcken
    geen in en konne gebrocht worde, doch van
    al dees tijdine kan niet gelooft worde dewijl
    der niet seeckers van is, men verlanckt
    seer naer uhEd briefve,

    Fragment van een zwarte witte plattegrond met plaatsen, forten wegen en met stippellijnen en streepjes aangegeven bewegingen van troepen.
    Toevallig zit Turenne ergens ter hoogte van de twee hoofletters T. Fragment uit een kaart uit 1782 waarop de militaire bewegingen van Turenne in 1672-1673 staan. Bron: Bibliothèque Nationale de France

    Willems troepen zakken door het ijs

    De grote plannen van Willem III zijn vanwege de dooi niet doorgegaan. Het ijs was zo broos dat er van de voorhoede die er vast op uit was gestuurd heel wat door het ijs zijn gezakt! Gelukkig was er geen grote schade.

    Brieffragment over de troepen van Willem III

    (sijn hoocheijts deseijn)

    is ock doort veranderen vant weer belet sijn voort
    ganck te hebbe, het ijs is so broos geweest dat
    geen sins heeft wille drage, de voor troepees die
    voor af ginge vielle daer met meenichte in doch
    hebbe geen schade geleeden, [men wil segge dat]

    Verraad in Sas van Gent

    Beleg en inname van Sas-van-Gent door het Staatse leger onder Frederik Hendrik, 28 juli tot 5 september 1644. Gezicht op de versterkte stad met op de voorgrond het optrekkende Staatse leger. Met paginanummer 309.
    De vesting van Sas van Gent in 1644, rond het beleg door Frederik Hendrik, anoniem 1662-1664 Collectie Rijksmuseum

    Terwijl Margaretha zit te schrijven komt er bericht dat binnen de vesting Sas van Gent in Zeeuws-Vlaanderen, de sergeant en diverse korporaals hebben samengezworen met de vijand om een aanval te beramen. De vestingcommandant kreeg er echter lucht van, doordat een brief die voor de sergeant bedoeld was bij hem terecht kwam. Hij deed alsof hij niets door had, maar trof wel alle voorbereidselen om de aanval af te slaan, wat is gelukt, met veel verliezen aan vijandelijke kant! Margaretha wou maar dat de schrik er nu eens flink in kwam.

    Brieffragment over Sas van Gent

    komt hier tijdine, dat den vijaent met ko=
    respondensi van Een sersijant6Sergeant ent ganse
    korperaelschap inde stat Een aenslach opt
    sas van gent soude gehadt hebbe, het welcke
    door Een brief die aen voorschreefe sersijant
    was gesonde, in verkeerde hande quam, ont
    deckt is, en doort beleijt vande komandeur, die
    seeckreeteerde7Secreteren: geheim houden daer kenisse van te hebbe
    lietse aenkoome heeftse so geseijt wort
    seer koraeseijeuslijck8Courageuselijk:dapper afgeslage met verlies
    van veelle van den vijant , de heere gaf
    datter Eens Een schrick in mochte koomen

    Soldaten bij Voetius

    Portret van Gijsbert Voet, geboren 1589, hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676), overleden 1676. Borstbeeld rechts, in toga, in ovaal.
    Portret van Gijsbert Voet (1589-1676) hoogleraar in de theologie aan de Utrechtse hogeschool (1634-1676) Kopergravure van Joannes van Munnickhuysen, eind 17de eeuw, naar een schilderij van Nicolaas Maes uit ca.1665 Collectie Het Utrechts Archief

    In Utrecht hebben ze ook bij de oude dominee Voetius soldaten in huis ondergebracht. Waarschijnlijk om zijn kleinzoon te dwingen om vanuit Den Haag weer naar Utrecht te komen. De heer van Wulven is weer vrij, maar heeft zesduizend gulden moeten betalen.

    tot wttrecht9Utrecht seijt me dat se int huijs van den
    oude voetsius10Gijsbert Voet Ettelijcke soldate hebbe gesonde
    om dat sij begeere dat sijn soons soon die hier
    inde haech11in Den Haag is daer sal koomen, de heer van
    wulfve is weer los maer moet so men seijt
    ses duijsent gulde geefve, [henderick van]

    Er is meer triest nieuws over bekenden: Hendrik van Wijk, de vroegere rentmeester van de heer van Ginkel is na de laatste veldtocht ziek achtergebleven en gestorven. Margaretha maakt zich erg zorgen over zijn vrouw en kinderen die in Utrecht zitten.

    Kanonnen gebarsten

    Twee soldaten staan links van een kanon. Een van hen houdt een brandende lont bij het ontstekingsmechanisme. Deze prent is onderdeel van een serie van 12 (13 incl. titelprent) prenten met voorstellingen van militaire (wapen)exercities.
    Exercities met een kanon: afvuren van een kanon, Jacques Callot, 1635 Collectie Rijksmuseum

    Gelukkig zit het de Fransen ook niet altijd mee. In Utrecht wilden ze kanonnen uitproberen op de stadswal, en nu zijn er wel tien gebarsten en onbruikbaar! Dit verhaal is ook te lezen in het dagboek van de Utrechter Everard Booth. Van de twaalf kanonnen zijn er inderdaad zeven gebarsten en drie ontploft. De brokstukken vlogen ver in het rond en brachten veel materiële schade maar wonder boven wonder geen gewonden, terwijl de Hertog van Luxembourg met bijna al zijn officieren op het Vredenburg stond toe te kijken. Booth geeft een verklaring: door de vorst was het metaal van de kanonnen bros, en de Fransen hadden de achterkanten ingegraven, zodat de kracht van de terugslag geen kant op kon.

    Brieffragment over de Fransen die hun eigen kanonnen kapot schieten.

    te wttrecht hebbe de franse
    haer kanon op de walle gebrocht
    en int selfve te prooberen12In hetzelfde te proberen: bij het uittesten daarvan sijnder
    tien stucke13Stukken: kanonnen so geborste datse gans
    onbruijckbaer sijn

    Een kind vuurt loodrecht in de grond geplaatste kanonnen af. Het heeft een lont in de hand. Een ander kind zit bij een kanon naast een schanskorf.
    Twee putti met kanonnen, Cornelis Schut (I), 1618 – 1655 Collectie Rijksmuseum. Rechts eentje met een ingegraven kanon, links met een kanon op een affuit of rolpaard die de terugslag kan opvangen.
  • Turenne ontsnapt

    DatumPlaats
    Geschreven17 februari 1673Den Haag
    Ontvangen25 februari 1673niet vermeld
    Lees hier de originele brief

    Margaretha heeft haar vorige brief nog maar net meegegeven onder couvert met de post van Matthias Romswinckel, of daar arriveert dan toch de Keulse post met het nieuws van de legers aan de Rijn waar Den Haag zo naar heeft uitgekeken. Helaas, geen goed nieuws:

    Geen Brandenburgs succes

    Er is helemaal geen slag geleverd! Turenne is een confrontatie met het leger van de keurvorst van Brandenburg uit de weg gegaan en heeft post gevat bij een plaatsje met de naam Beukeboom of Eickeboom, Margaretha weet het niet precies. Hij zit daar in een comfortabele positie waar hij bijna niet aangevallen kan worden. En net nu zijn leger zo verzwakt is (hij heeft veel zieken en gewonden achter moeten laten) en een overwinning voor de Duitse troepen binnen handbereik lag!

    Brieffragment over de post en over Turenne

    nae dat ick uhEd vandaech ondert koe=
    vert1Couvert: briefomslag van den heere romswinckel2Matthias Romswinkel heb ge
    schreefve, komt hier met de keulse post
    tijdine dat tureijne met sijn volck voor
    keurvorst is geweecke en geen slach
    heeft wille leefveren, maer post aende
    beucke of Eijcke boom so die plaets genoemt wort soude genoome hebbe,
    daer so geseijt wort hij heel avontages
    =ijeus3Avantagieus: gunstig, voordelig lijet4ligt ijae5ja so dat me niet gelooft den
    heere keurvorst hem daer sal derfve6durven atakeere7Attakeren: aanvallen
    men seijt ock dat tureijne veel gedevaeliseert8Gedevaliseerd: gewond of ontwapend
    volck en siecke heeft op de wech gelaeten,
    och had het godt belieft dat tureijne had
    mooge geslage worden,

    Heel erg volle zwartwit plattegrond van het gebied ten noordoosten van Keulen. Er staan niet alleen veel plaatsen op maar ook veel stippellijnen: de bewegingen van de troepen van Turenne en van de Keurvorst van Brandenburg.
    Waar is Turenne? Fragment uit een kaart uit 1782 waarop de militaire bewegingen van Turenne (en zijn vijanden) in 1672-1673 staan. Bron: Bibliothèque Nationale de France

    Vorst

    Het vriest weer, dus misschien zal Willem III toch iets ondernemen. Maar dan moet hij wel snel zijn en moeten we bidden dat de Heer het wil zegenen.

    Brieffragment over de vorst en het doel van Prins Willem III

    nu met deese vorst
    gelooft me dat sijn hoocheijt noch wel Eits9iets sou
    atenteere10Attenteren:ondernemen soot so is11Zo het zo is: als dat zo is salt haest moeten aen
    gaen12zal het snel moeten beginnen en sou ons wel te bidde staen dat de
    heer het wilde seegenen, en ons voorspoedich
    maecken,

    Van Ginkel is nu bij zijn moeder en natuurlijk zijn vrouw en kinderen in Den Haag, maar staat klaar om zich morgen als vrijwilliger bij de prins te voegen.

    Brieffragment over de vorst en het doel van Prins Willem III

    de heer van ginckel is noch
    hier, maer dewijlle hij hoort sijn hoocheijt
    Eenich deseijn voor heeft13 Dessein: plan, is hij van meenin
    merge derwaerts te gaen om met godts
    hulpe dewijl sijn reesgement int gar
    =nesoen weer is, sijn hoocheijt als volon=
    =taere14Volontaere: vrijwilliger op te wachte, de heer almachtich wil
    hem bewaere en voorsichticheijt geefve
    in wiens bescherminge uhEd beveelle en
    blijfve

    Vriendendienst

    En dan nog een verzoekje: Mevrouw van Steelandt (geb. Emmerentia van Aerssen van Sommelsdijk) vraagt of Godard Adriaan haar zoon, de heer van Vredestein, die blijkbaar ook in het leger verblijft, 300 gulden voor kan schieten. Hij is namelijk zijn hele uitrusting kwijt geraakt. Zijn moeder heeft geen mogelijkheden om hem vanuit Den Haag iets te sturen. Ze zal het geld terugbetalen aan Margaretha zodra Godard Adriaan haar laat weten dat hij het geld gegeven heeft. Waarschijnlijk is dat goed gekomen. Mevrouw van Steelandt was zelf een dochter van de schatrijke François van Aerssen, heer van Sommelsdijk.

    Waarschijnlijk Emerentia van Aerssen van Sommelsdijk naar Cornelis van der Voort. Collectie RKD
    Brieffragment over de vriendendienst: het grote netwerk van Godard Adriaan

    van vreedesteijn15Lodewijk van Steelandt, heer in Grijsoord, heer van Vredestein het ongeluck heeft gehadt van
    al sijn equipaesge verloore te hebbe, dat uhEd
    hem de som van drije hondert gulde wilde
    van haerentweechge geefve die sij mij hier
    weerom belooft te geefve so haest uhEd sal
    schrijfve die peninge getelt te hebbe, of sijn
    quitansi te sende, sij heeft hier heel geen
    geleegentheijt om hem gelt te sende of over
    te maecken,

  • Duivels Dilemma

    DatumPlaats
    Geschreven17 februari 1673Den Haag
    Ontvangen24 februari 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Dit is één van de meest geciteerde brieven van Margaretha, omdat hier zo duidelijk het dilemma rond betalen of niet betalen voor het behoud van Kasteel Amerongen uit de doeken wordt gedaan. Ze stuurt deze brief wel mee met de diplomatieke post van de Brandenburgse vertegenwoordiger in Den Haag, Matthias Romswinckel. Een snelle route, want Godard Adriaan krijgt hem binnen een week, en dat is zelfs sneller dan via de ijlbode van Willem III (de koetsier van graaf Waldeck) waar de vorige brief mee gekomen is.

    Goede raad is duur

    Binnen drie dagen betalen, of anders….! Zoals in de vorige brief aangekondigd wil ze de beslissing niet in haar eentje nemen maar gaat ze te rade bij vrienden in Den Haag en Utrecht. Die komen met het advies om toch het geld maar neer te tellen, omdat de Fransen zich tot nu toe netjes aan hun woord hebben gehouden, en huizen waarvoor betaald is met rust hebben gelaten. Maar als ze zou betalen zou ze dat, om verschillende redenen die Godard Adriaan wel kan bedenken, geheim moeten houden. Betalen aan de Fransen was door de Staten-Generaal verboden.

    Brieffragment over het betalen van de brandschatting.

    [in de tijt van drije dagen en niet betaelle], ver=
    scheijde van onse goede vriende al hier so wel
    als die te wttrecht oordeele wij die som tot be=
    houdenis vant huijs behoorde te wagen, voegende
    voor reede daer bij datse tot noch toe haer woort
    diese tot konservasie1conservatie: behoud vande huijse hebbe gegeefve
    niet te buijten hebbe gegaen2haer woort niet te buijten hebben gegaan: woord hebben gehouden maer die hebbe
    verschoont en bewaert datter int minst
    niet aen is gekrenckt, doch alsmen wat geefe
    sou dat ment selfge sou moete seeckreeteere3secreteren: geheimhouden om
    verscheijde reedene die uhEd kan dencken,

    Wat moet ze doen? Het zou haar zwaar vallen om een huis dat van generatie op generatie in de familie van Godard Adriaan is doorgegeven, en waar ze zelf dertig jaar ziel en zaligheid in heeft gestopt, verloren te zien gaan als het met zo’n bedrag te redden zou zijn. Hoewel geld dus schaars is en bijna niet te krijgen.

    Brieffragment 1 over het idee van het verlies van het huis
    Brieffragment 2 over het idee van het verlies van het huis

    ick in pijn sijnde niet weetende wat ick doen sal
    sou niet gaeren Een huijs dat so out van uhEd
    voorouders is gekoome en daer ick nu dartich
    ijaere met so veel sorch op heb getobt4Tobben: met moeite en tegenspoed te maken gehad hebben, ploeteren sien verloore
    gaen alst ment met so een som sou konne voorkoom

    Ze gaat laten navragen of er niet nog 14 dagen uitstel te krijgen is, of dat er met 2000 in plaats van 3000 gulden ook wat te bereiken is.

    Interieur met een staande vrouw die wordt toegesproken door een zittende officier. Naast hem een zittende vrouw die uit een glas drinkt. Rechts een hond. Op de tafel een kandelaar met kaars en een opengeklapte spiegel.
    De galante conversatie, ca. 1654. Door Gerard ter Borch (II), Collectie: Rijksmuseum

    Brandenburgs succes?

    Ondertussen wordt in Den Haag reikhalzend uitgekeken naar de Duitse post, want het gerucht gaat dat de keurvorst van Brandenburg nu toch een overwinning op Turenne heeft gehaald. Maar het wachten is nu op bevestiging uit het leger van Brandenburg zelf, want het bericht wordt sterk betwijfeld.

    Dooi verhindert prinselijke plannen

    Willem III is weer naar Alphen aan den Rijn. Het vriest hard, maar men zegt dat de grond zo warm is, dat dat opweegt tegen de kou in de lucht, waardoor het toch dooit. De prins kan daarom met zijn leger niet zoveel uitrichten, en zo vervliegt er weer een sprankje hoop op bevrijding van de bezette gebieden. Dat omgekeerd de dooi ook beschermt tegen eventueel Frans gevaar voor Holland, benoemt Margaretha dit keer niet. Het glas is momenteel halfleeg, en dat is te begrijpen.

    Brieffragment over Prins Willem III bij Alphen aan den Rijn (Gouwesluis), zijn doel is door de dooi letterlijk in het water gevallen.

    sijn
    hoocheijt is weer naer Alfhen, het vriest 
    hier weer sterck dan men seijt dat de gront
    van ondere so warm is dat vandaer so veel
    doijt als de lucht van booven vriest, geloof
    niet datter Eits gedaen sal worde, daermee
    dan al onse hoop van verlossine verdwijnt, [dees]

    Een soort opengeklapte tekening van de Gouwe Sluis. Links verticaal stroomt de Rijn, midden over de pagina horizontaal stroom de Gouwe. Op ongeveer 3/4 van de pagina ligt in de gouwe het sluisje. De huizen en bomen aan de bovenkant van de Gouwe staan normaal, die aan de onderkant van de Gouwe staan op zijn kop alsof het land bij de Gouwe is opengeklapt.
    Gouwesluis bij Alphen aan den Rijn in ca 1561 door Daemszoon, Jan. Collectie: Archief Hoogheemraadschap Rijnland

    Rijngraaf voorgetrokken

    Nog een nijdige p.s.: Rijngraaf Karel Florentijn van Salm heeft voor zijn zoontje (12 jaar) weer een compagnie gekregen. “Dat kind heeft nu drie compagnieën!” Graaf Karel had er zelf ook al drie én drie regimenten, dus feitelijk heeft hij nu drie regimenten en zes compagnieën. “Dat kan voor een man wel gaan”, pent Margaretha bozig, maar de weduwe van admiraal van Ghent kon er voor háár zoon geen krijgen. Schrijft Margaretha hier nu dat een kind een legeronderdeel gaat aanvoeren? Nee, het gaat hier waarschijnlijk om het verzamelen van aanstellingen (voor jezelf of familie) die geld opleveren, en die je vervolgens voor een lager bedrag door een ander laat uitvoeren.

    Brieffragment van de ps over de oneerlijke verdeling van de regimenten.

    graef karel de rijngraef5Karel Florentijn van Salm heeft nu weer een kompangi
    voor sijn soon gekreechge dat kint heeft nu drie kompa
    en graef karel 3 en drije reesgement, Ergo 6 kompan
    en die reesgemente dat kan voor Een man wel gaen
    de arme weduwe van den Admiraal gent kost
    voor haer soon niet krijge, so dient den Eene het
    geluck bij dandre niet

  • Oude brieven en een veeleisende intendant

    DatumPlaats
    Geschreven15 februari 1673Den Haag
    Ontvangen23 februari 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Al eerder schreef Margaretha over gedonder met de post. Nu schrijft ze dat ze gisteravond drie brieven van Godard Adriaan heeft ontvangen. Het zijn oude brieven; twee van begin februari en één van 30 januari. Zou er misschien iemand zijn die de brieven ophoudt…?

    Een andere postdienst

    Ondertussen krijgt Willem III brieven van de keurvorst van Brandenburg van veel recentere datum dan de brieven die Margaretha van Godard Adriaan ontvangt. Margaretha besluit haar brieven met de Brandenburgse gezant Matthias Romswinckel mee te geven.

    Brieffragment post

    [daermeede Een part soecke te speelle,] want so
    ick bericht wort krijcht sijn hoocheijt wt het leeger
    vande keurvorst briefve die wel Een post verser
    sijn als die van uhEd koome, ick sal nu de mijne
    met romswinckel sien te sende, en sien ofse beeter
    sulle bestelt worden[, nu moet ick tot mijn leet]

    Een schilderij van een serieus kijkende man met golvend haar tot op de schouders en een vlassig snorretje. Hij draagt een roodfluwelen mantel en daaronder iets met een witte, rechte kraag. Hij zit op een stoel met naast hem een tafel waar zijn rechter arm op ligt. Op tafel ligt een persisch tapijt met onder zijn arm papieren. Aan de rechterkant achter hem een raam met uitzicht op een burcht met torens die donker afsteekt tegen de ondergaande (of komende?) zon.
    Portret van Matthias Romswinckel, Caspar Netscher, ca. 1670. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort (C11)

    Drieduizend gulden

    Margaretha moet zich verontschuldigen voor het slechte nieuws: intendant Louis Robert eist nu echt drieduizend gulden van de Van Reedes. Wanneer de Franse ambtenaar het geld niet ontvangt, zal hij het huis in Amerongen in vlammen doen opgaan. Margaretha’s smeekbede heeft dus geen enkele zin gehad. Zoon Van Ginkel heeft aangeraden het bedrag te betalen, maar Margaretha twijfelt. De intendant beweert dat het bedrag maar eenmalig dient te worden betaald, maar geeft tegelijkertijd aan dat hij dat niet zwart op wit kan zetten. Louis Robert is immers ook afhankelijk van de wil van de Zonnekoning.

    Brieffragment over de brandschatting 1

    [sulle bestelt worden,] nu moet ick tot mijn leet
    weesen alweer van swaericheijt spreecken, hierkoo=
    =mende viend briefve van de seeckreetaris van
    Ameronge en vande prockereur generael, daer
    de heer van ginckel uhEd de kopijen van
    heeft met de laeste post gesonde, die segge
    dat den intendant perforse1Parforce: met (alle) geweld drije duijsent gul
    van ons wil hebbe of wil met de Exsckusi
    van ons huijs te doen springe en voort
    alles te ruweeneere voort gaen[, ick ben]

    Brieffragment brandschatting 2

    [alles te ruweeneere voort gaen,] ick ben
    ten hoochste bekomert niet weetende wat hier in sal doen
    den heer van ginckel sou niet gaere sien dat sij tot
    d Exsekusi soude koomen hij meent wij daer die
    3000f aen hoorde te wagen, de intendant seijt
    dat het maer voor Eens te geefve sal vrij sijn
    doch wil daer geen verseeckerin vandoen seijt
    het opt woort van koninck moet aen laete koo
    =me se segge ock dat onse ackte van garant
    als der op Aen sou koome maer Een acksi sou
    sijn daer mij het naer loope meede sulle hebbe
    ick kan niet segge hoe benaut ick hier over
    ben [sou ock wel licht het gelt geefve om ons]

    Wat wil Godard Adriaan?

    Margaretha weet zich geen raad. Als ze wist dat Godard Adriaan van mening is dat ze het geld moeten betalen om het huis te behouden, dan zou Margaretha dat in een oogwenk doen. Maar ze heeft geen tijd om zijn advies af te wachten en besluit bij goede vrienden te rade te gaan.

    Brieffragment Godard Adriaan

    [ben] sou ock wel licht het gelt geefve om ons
    huijs te konserveere so ick wist uhEd aengenam
    sou sijn, daer is geen tijt om uhEd advijs af
    te wachte sal met goede vriende te rade gaen

    Verse rekruten

    Ondertussen heeft Willem III in de vergadering van de Ridderschap voorgesteld om de oude regimenten te ontbinden en verse rekruten uit Duitsland aan te nemen. Hier is niet iedereen het mee eens; er wordt flink over gemopperd. Margaretha zegt het niet met zo veel woorden, maar het is duidelijk dat haar man verantwoordelijk gaat zijn voor het werven van nieuwe rekruten. Het is een korte brief geworden. De stalmeester van Georg-Friedrich von Waldeck-Eisenberg is namelijk met spoed door Willem III naar Godard Adriaan gestuurd en staat op het punt te vertrekken. Margaretha geeft de voorliggende brief dus niet met Romswinckel mee, maar met de stalmeester van de graaf van Waldeck.

    Brieffragment recruteren troepen

    sijn hoocheijt heeft inde va vergaderin van rider
    schap, alhier geprooponeert2Proponeren: ter tafel brengen om de oude reesge
    =ment die heel wat gedevaeliseert3Devaliseren: ernstige beschadigd zijn, zwaar verlies aan manschappen (eigenlijk bij schip), kan ook zijn dat men buiten bezit gesteld is van zijn uitrusting (ontwapend) sijn te
    kasseere4Casseren: afzetten, uit ambt ontzetten en weere nieuwe aenteneeme die wt
    duijtslant soude koomen, hier murmereere veel
    seer over, brenger dees is de stalmeester vande
    graef van waldijck die Espres van sijnhoo
    aen uhEd wort afgesonde en so vertreckt
    daerom dees moet Eijndige blijf

    Prent van een man met een bos kroezend haar tot over zijn schouders. Hij draagt een harnas met een kanten kraagje en kanten manchetten en een sjaal om zijn middel. In zijn handen een maarschalksstaf. Hij kijk geamuseerd naar de toeschouwer, terwijl achter hem oorlog gevoerd wordt.
    Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum

    P.S.: Hoe gaat het met u?

    Op het laatste moment besluit Margaretha toch nog even snel te vragen hoe het er voor staat met de Brandenburgse troepen. En oh ja, niet onbelangrijk, hoe gaat het eigenlijk met Godard Adriaan?

    Brieffragment ps

    sal seer naer uhEd briefve verlange
    hoet daer met de leegers van heere
    keurvorst sal sijn, en insonderheijt5Inzonderheid: voornamelijk
    met uhEd, de heer almachtich wil
    twerck tot onsen beste seegene en
    uhEd bewaere