Blog

  • Blijvende dreiging

    DatumPlaats
    Geschreven17 april 1673Den Haag
    Ontvangen21 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Willem III is naar Zeeland om de betaling van het leger te regelen. Anders dan nu was er niet echt een nationale begroting. De Staten Generaal konden wel beslissen, maar waren afhankelijk van de betaling door de provincies. Tot nu toe klaagde Margaretha vooral over de Staten Generaal en de officieren die hun troepen niet uitbetaalden, maar ook de Zeeuwen stonden niet vooraan om mee te betalen. Gelukkig stelt Margaretha’s “Zijn Hoogheid” orde op zaken.

    Brieffragment over Willem III in Zeeland

    sijn hoocheijt is naer seelant so men seijt om die heere
    te persosideere1Persuaderen: Ervan overtuigen tot betaeline van haer quote inde
    leeger poste daer sij noch niet Een stuijver in
    betaelt hebbe, het komt al ophollant aen, dat
    oorsaeck is de meliesi so qualijck betaelt wort doch
    door de goede direxsi van sijn hoocheijt is daer nu
    ordere op gestelt, en begint de betaeline nu te
    gaen, [te wttrecht wort meenichte van plat boomde]

    Zes mannen zitten met hoeden op aan een ronde tafel. Ze lijken een geanimeerde discussie te voeren. de ruimte is groot en langs de wand staan lege stoelen. Op de achterwand hangt tussen de ramen het wapen van Zeeland. Boven de gravure staat Etats de Zelande.
    De vergadering van de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland gedurende het tweede stadhouderloze tijdperk (de representant van de Eerste Edele ontbreekt) in de Abdij te Middelburg, met op de achtergrond het wapen van Zeeland, 1702-1744. Collectie Zeeuws Archief

    Kattendans

    In Utrecht zijn de Fransen platbodems aan het vorderen. En met platbodems kan je die ondiepe, maar verraderlijke Hollandse Waterlinie oversteken. Bovendien wordt de prins van Condé, Lodewijk II van Bourbon, in Utrecht verwacht. Hij zal het bewind van de Hertog van Luxemburg over Utrecht overnemen. Ze zegt het niet letterlijk maar ze legt wel een directe link tussen het één en het ander: een nieuwe bevelhebber, betekent een opleving van de oorlog. De laatste keer dat het de Fransen bijna lukte om de waterlinie over te steken, ligt nog vers in Margaretha’s geheugen. Dus ze vreest weer ‘Een kattendans’. “De dans ontspringen” was in de 16e eeuw “De kattendans ontspringen”, een kattendans is dus aanduiding van iets onaangenaams, iets hachelijks, iets gevaarlijks.

    Brieffragment over de kattendans

    [gaen,] te wttrecht wort meenichte van plat boomde
    schuijtges bij den vijant gemaeckt, den prinse
    van konde wort daer verwacht daer sijnde
    vreese ick dat wij weer Een kattendans sulle
    hebbe de heer wil ons behoeden, [ick ben meest met]

    Een afbeelding van een feestje met allemaal katten in gala die aan het dansen zijn. Links achter staat een piano waar een kat achter zit en op de stoel ernaast staat een kat viool te spelen. Op de achtergrond bekijken katten het dansgewoel. In een inzet links onder zitten een katdame en een katheer aan tafe;. Op tafel staat een fles wijn en een oberkat komt eten brengen.
    Fragment uit Hoe de poesjes zich vermaken, Arie Willem Segboer, 1903 – 1919. Collectie Rijksmuseum

    Een veilige plek

    Het risico van de kattendans maakt Margaretha onrustig. Philippota is hoogzwanger. Dat reist al niet makkelijk, maar je weet al helemaal niet wanneer een pas bevallen vrouw weer in staat is om te reizen. Margaretha wil dus het liefst dat Philippota op een veilige plek bevalt en dat is in Amsterdam. Ze is eind mei uitgerekend, dus wil Margaretha volgende week naar Amsterdam. Ruim op tijd voor de bevalling. En als ze daar dan is, kan ze gelijk bedenken wat ze met alle spullen daar moet en of ze weer een huis gaat huren in Amsterdam. De huur van het huis dat ze heeft loopt immers eind mei af.

    Brieffragment over de veilige plek voor de zwangere schoondochter

    [hebbe de heer wil ons behoeden,] ick ben meest met
    het kraeme vande vrou van ginckel bekomert het
    welcke int lest van meij sal sijn, int laest van
    deese of int Eerst van de toekoomende weeck sal
    ick met godts hulpe weer naer Amsterdam
    moeten om te sien waer ick met mijn goet sal
    blijfve weet niet of ickt al weer hier derf
    brengen of hoe ick der meede sal doen daer
    koomende sal ick sien hoet sal maecken, [de ordi]

    Schilderij van een oudere vrouw die de hand vast houdt van een jonge, hoogzwangere vrouw. De zwangere vrouw kijkt treurig naar beneden. Op de achtergrond een landschap met een meertje en een heuvel. In de lucht vliegt de heer vergezeld door drie engeltjes.
    De visitatie, Rafael, 1517. Collectie El Museo Nacional del Prado, Madrid

    Salaris en declaraties

    Margaretha is nog steeds druk met de assignaties en ordinanties, het wil allemaal niet vlotten. Ook heeft ze gesproken met een collega van Godard Adriaan: Johan van Gent, heer van Oostwedde. Hij heeft zijn declaratie ingediend en daar is grof in geschrapt. De arme man is er mistroostig van en ook dan praat ook nog heel Den Haag over zijn zoon die een ongepaste flirt heeft.

    Brieffragment over de declaratie en de zoon van de Heer van Gent

    [fange alst moogelijck is,] de heer van gent heeft nu
    Eerst sijn dickleeraesi afgedaen gekreechge hebbe
    ongelooflijck daer op geroijeert2Royeren: Schrappen van geldelijke posten , alsde wasvrou
    en in plaets van tot sijn equipaese 800f doense
    hem maer 400f goet en veel meer andere
    poste diese geroijeert hebbe het welcke sij
    mij hebbe laeten sien, sijn hEd is so melanckolijck
    over alt miskontentement3Miscontentement: Ontevredenheid dat hij heeft dat on
    gelooflijck is, daer bij komt dat sijn soon frits4Frederik Willem van Gent
    de Amoers aende dochter van hooft diese Juff van
    budtine5Onbekend (helaas nog…) noeme maeckt dat heel teegens haer
    beijde sin is daer den heelle haech van waecht6Wagen: Ophef maken

    Blikken servies

    Tot slot houdt Margaretha haar man nog op de hoogte over de voortgang van de voorbereidingen over de vredesonderhandelingen in Aken. Margaretha heeft er een hard hoofd in, met al die oorlogsvoorbereidingen van de Fransen.

    Een ronde platte tinnen plaat met een heel klein opstaand randje.
    Teljoor van tin, anoniem, 1400 – 1600. Collectie Rijksmuseum

    Het blikken servies dat Margaretha voor haar man heeft laten maken is klaar! Zodat hij weet wat er verstuurd gaat worden schrijft ze dat even op: 6 dozijn teljoren, 24 ovalen schotels en twee paar kandelaars. Het woord teljoor, telloor of tailloor kennen we in de Nederlandse taal nauwelijks meer, maar in Vlaanderen en dialecten komt het woord nog wel voor. Slechts 8% van de Nederlanders herkent het woord en 53% van de Vlamingen. Een teljoor is een tafelbord. Margaretha wacht ondertussen op de zadels en de wijn die Godard Adriaan naar haar gestuurd heeft.

    Eerste brieffragment over de vrede
    Tweede brieffragment over de vrede en het blikken servies

    [hartigen,] hoewel ick vreese van die handelin

    niet veel sal koome, om dat so men seijt de franse sulcke groote
    preeperaesi tot den oorloch maecken, en ock dat sij Aernhem
    so verstercke, se hebbe dartich duijsent mael hondert
    duijsent steen geEist tot de fortifikaesi van Aernhem
    te maecken, het blicke servijese te weete 6 dosijn talijoore en
    24 ovaelle schootels met twee paer kandelaers sal ick
    deesen avont naer Amsterdam sen aende heer Teminck
    sende omtselfve voort op hamburch te bestelle, de wijn
    en sadels sien wij noch int gemoete, ondertussche blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    sijn hoocheijt seijtme dat
    en woonsdach of donderdach
    toekoomende weer hier sal
    sijn

  • Blijdschap, verdriet en trots

    DatumPlaats
    Geschreven13 april 16731Gedateerd 13 april 1673, maar verzonden op 14 april 1673Den Haag
    Ontvangen29 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    De brief waaraan Margaretha op 13 april 1673 begint, is niet lang. Toch staat er voldoende in het voorliggende schrijven. Blijdschap, verdriet en trots wisselen elkaar af.

    De zoete tijd

    Kennelijk zijn Margaretha’s gebeden verhoord: Godard Adriaan is weer beter. Of tenminste, beter genoeg om zich weer buiten te wagen. Naast de hulp van de heer, hebben medicijnen ook bijgedragen aan het herstel van Godard Adriaan. Margaretha hoopt dat haar man tegen de ‘zoete tijd’ – de lente – weer volledig in zijn goeden doen is.

    Brieffragment over de gezondheid van Godard Adriaan

    ick ben van harten verblijt wt uhEd aengenaeme
    van den 7 deeser te sien deselfve door des heer ge
    naede en de hulpe van meedesijne weer so wel is
    dat hij weer wt gaet hoope met de aenstaende
    soeten tijt2Lente uhEd sijn verdere krachte en voort
    volkoomene gesontheijt sal krijgen[, s de heer van]

    In het midden een medaillon met daarin de personificatie van de lente op een wagen. Ze heeft bloemenkransen in haar hand. Achter haar een wolkenlucht (lucht is het element dat bij de lente hoort) waarin engeltjes vliegen die ook bloemenkransen vast hebben. de ruimte om het medaillon is okergeel en daar zijn ook diverse vrouwen afgebeeld met engeltjes.
    Allegorie op de lente, Nicolaes Pietersz Berchem, 1670. Collectie Mauritshuis

    Franse wijn

    Godard van Ginkel bedankt zijn vader voor de zadels die eerdaags zijn kant op komen. Margaretha wacht op haar beurt met smart op de beloofde wijn. Ze vraagt zich af of het niet mogelijk is om Franse wijn te verstoppen in een vat van een ander soort wijn. Het invoeren van wijn uit het land van de vijand was officieel door de Staten-Generaal verboden, waardoor de Franse wijn veel te duur was.

    Brieffragment over de franse wijn in een vat van rinse wijn

    [volkoomene gesontheijt sal krijgen,] s de heer van
    ginckel bedanckt uhEd seer voor de saels en sijn
    toebehoore en ick voorde rinse bleijckert3Waarschijnlijk Rheinische Bleichert, een wijn uit de buurt van Linz onder Bonn die wij
    alledaege int gemoet sien, heb gedocht of men
    niet Eenige franse wijn in in Een rinse wijns
    vat of ton bij geleegentheijt soude konne sende
    want de franse wijn is hier veel te dier het scheelt
    te veel[, de heer van wulfve schrijft mij dat sijn]

    Gravure van een vrouw die naast een paar wijnvaten staat. Onder één van de vaten staat een kan en daarvoor een schaal druiven. Ze draagt een lange jurk en op haar hoed pluimveren. In haar hand een glas wijn dat ze heft.
    Dame met glas wijn bij wijnvaten, met uitzicht op wijnplantage, Gilles Rousselet, naar Grégoire Huret, 1620 – 1657. Collectie Rijksmuseum

    Onnozele kinderen

    De vrouw van neef Van Wulven, die zo lang ziek is geweest, is vanmorgen overleden. Margaretha wil haar neef helpen, en zal morgenochtend vroeg richting Rotterdam vertrekken. Neef Van Wulven zal wel weer snel een vrouw krijgen, maar hoe met dat nu met die arme kinderen? Een nieuwe vrouw voor vader staat niet gelijk aan een nieuwe moeder voor de kinderen. Het jongste kind kan nog niet eens lopen of staan!

    Fragment over de dood van de vrouw van Wulven

    [te veel,] de heer van wulfve4Hieronymus van Tuyll van Serooskerken, neef van Godard Adriaan (zoon van zijn zus Cornelia Elisabeth) schrijft mij dat sijn
    vrou5Anna van Renesse van Moermont deese merge is overleede ven dat sijnhEd
    wenste ick hem met raet asijsteerde hoe hijt best
    maecke soude, waerom ick met godts hulpe
    merge vroech meen naer rotterdam te gaen
    om te sien waer in sijnhEd sal konne dienen
    mij jamert de vijff onoosele6Onschuldige kinderen die sij
    nae laet hij sal wel weer Een vrou krijge
    maer de kinderen sulle geen moeder krijge
    het jonste kint is maer Effen gespeent en
    kan noch gaen noch staen

    In een kamer met een glas in lood raam maken kinderen amok. De jongste zit in een kinderstoel, heeft een lepel in de ene hand en een molentje in de andere hand. Voor hem/haar staat een bord. Het oudste  meisje probeert het jongste kind af te leiden met een pop en een stuk koek. Een jongen speelt met de kat en de hond wil ook mee doen. Op de grond liggen kolfstokken en een bal, achter tegen de muur staat een hoepel.
    De kindertijd, Cornelis Dusart, 1680 – 1704. Collectie Rijksmuseum

    De rijzende ster van Van Ginkel

    Het is niet bij complimenten gebleven: Willem III heeft Godard van Ginkel een compagnie voetvolk gestuurd. Het is wel een beetje een sigaar uit eigen doos, want de infanteristen zijn geworven door vader Godard Adriaan. Ze voegt een brief van zoonlief toe aan haar eigen brief. Daarin zal Godard Adriaan kunnen lezen hoe dankbaar Van Ginkel is voor de compagnie. Tegenover Willem III had Van Ginkel uiteraard ook zijn dankbaarheid geuit.

    Brieffragment over de complimenten voor Van Ginkel

    sijn hoocheijt heeft den heer van ginckel Een komp
    te voet van die uhEd tot dienst vande staet daer
    werft gelijck uhEd wt het schrijfve van onse
    soon hier neffens sult sien, heeft hem ock int
    bedancke van die seer sieviel en met groote
    inpresie van betuijchginge van geneechgent
    heijt beijeegent, ick sul door haest nu dees
    Eijndige [en blijfve]

    Op de voorgrond een man met een lange zwarte mantel en een zwarte hoed. Hij heeft lang blond haar en een witte zakdoek in zijn hand. Achter hem een rouwstoet. Vooraan een man met een plakkaat, daarachter een zwarte kist en in een rij met een lange kronkel mensen in het zwart. Achteraan in de rij dragen de mensen ook andere kleuren.
    Rouwende heer met een rouwstoet achter hem, Gesina ter Borch, ca. 1654. Collectie Rijksmuseum

    PS: Het is nu 14 april

    Margaretha eindigt haar brief ermee dat ze wegens haast moet eindigen, maar ze geeft haar brief nog niet mee aan de postmeester. De volgende dag voegt ze namelijk in een PS toe dat ze in Rotterdam bij de heer Van Wulven is geweest. Ze is net terug. In Rotterdam trof ze een zeer bedroefde neef aan. Van Wulven zag er oud uit en hij was erg mager geworden. Margaretha heeft diens oudste dochter mee naar Den Haag genomen om haar rouw te laten maken. Ze heeft ontzettend veel medelijden met de arme kinderen van haar neef. Het lichaam van de vrouw van Van Wulven zal op de goedkoopst mogelijke manier begraven worden in de Franse kerk in Rotterdam.

    Brieffragment over het bezoek aan Rotterdam

    so aenstonts kom ick weer van rotter
    =dam daer ick de heer van wulfve be=
    droeft als uhEd kan dencke heb gelaete
    die en maendach aen uhEd sal schrijfe
    ick vondt h sijn hEd seer oulijck en
    mager geworde, heb sijn outste doch
    ter mee hier gebrocht om haer rou te
    laete maecken , mij jamert de arme
    kinderen in mijn hart, het doode
    lichaem sal hij te rotterdam inde
    franse kerck laete sincke voor Eerst
    in alder stillicheijt op de minste koste
    dit is nu den 14 April

    Gravure van een plein. Links bomen, daarnaast een vierkant gebouw met een toren erop. Daarnaast huizen met trapgeveltjes. Op het plein mensen, honden en paarden
    Gezicht op de Waalse Kerk te Rotterdam, Jacobus Harrewijn (mogelijk), 1715 – 1730. Collectie Rijksmuseum
  • Boter, kaas en wijn

    DatumPlaats
    Geschreven9 april 1673Den Haag
    Ontvangen15 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha is blij dat de post weer een beetje loopt. Brieven komen weer sneller, maar er mist nog wel wat. In Den Haag zijn ze druk met de brandschatting voor Middachten. Kennelijk heeft Kinschot daar wat mee te maken, maar die is in Groningen. Voordat er iets betaald kan worden, moet Van Ginkel kunnen bewijzen dat hij de rechten heeft op het kasteel. Die papieren zijn vlak voor het rampjaar in veiligheid gebracht, maar zitten dus ergens in een kist tussen de opgeslagen spullen in Amsterdam. Dus Van Ginkel moet naar Amsterdam om eens in de papieren te duiken.

    Brieffragment over de voortgang van de betaling van de brandschatting op Middachten

    [ontfange,] de quitansie vande heer en vrou van ginck
    sal niet in versloft worde dat die tot noch toe
    niet is genoomen, is de oorsaeck dat men kinschot
    niet heeft konne te spreecke koomen dier noch
    te greunine is, en ten anderen dat de heer van
    ginckel sijn pampiere die te Amsterdam sijn moet
    nae sien of hij geen ocktroij vant hof van gelderlant
    of den leen heer aldaer heeft om sijn goet te mooge
    beswaeren , ock sijn de oblijgaesie die wij van hem
    hebbe almeede te Amsterdam [en sal mijns oordeels]

    Op een kruk zit een jonge man aandachtig naar een papier te kijken. Zijn rechter voet staat op een voeten bankje en zijn laars is een beetje afgezakt. Zijn linker voet staat een klein stukje naar voren.
    Op een kruk zittende jongeling met een document in zijn handen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1799. Collectie Rijksmuseum

    Voorraad

    Kennelijk heeft Godard Adriaan Margaretha gevraagd om een Parmezaanse kaas te bestellen. Hij is nog niet aangekomen, maar ze wil wel vast weten wat ze ermee moet doen. Margaretha heeft nog wel wijn liggen in de kelder van wijnkoper Brant, maar zodra ze die gaat consumeren, moet ze er accijns over betalen. En het gaat om nogal wat wijn. Ze goochelt een beetje met oude maten: een aam (155 liter) een okshoofd (220 liter), een verendeel (veerdeel: vier keer een hoeveelheid). Dat veerdeel blijft vrij cryptisch. Als ik het omreken op basis van haar betalingen is het veerdeel 80 pond. En dan is een oud pond iets minder dan ons pond: 480 gram, toch nog ruim 38 kilo boter. Dat boter, kaas en wijn zo groot ingekocht werden, was bij de rijkere bevolking van de Republiek niet ongebruikelijk.

    Ook heeft Godard Adriaan om een blikken servies gevraagd, dat wordt nu gemaakt en daarna zal Margaretha het zo snel mogelijk naar Hamburg sturen.

    Brieffragment over de Parmezaanse kaas en de hoeveelheid wijn.

    moet , de permisaense kaes sal ick verwachte ock wat
    uhEd daermeede belieft gedaen te hebbe, inde kelder
    van brant de wijnkoope hebbe wij Een oxshooft1Een okshoofd was ongeveer 220 liter en
    een stuck van twee aeme2Een aam was ongeveer 155 liter rinse wijn legge, die ick
    daer omden swaere inpost te ontgaen niet weetende
    waer wij die sulle geniete doen legge, franse wijn

    Brieffragment over wijn, kaas en boter en inflatie

    heb ick niet alst oxshooft daer van drincke dat al opgeleijt
    is, die kost hier booven den inpost 90 en hondert gul
    het oxshooft, voo koutou3Ze bedoelt een Coteaux: dit is waarschijnlijk een zoete witte wijn van de hellingen (coteaux=hellingen) wijn, voor de booter heb ick
    36f het verendeel dat is 9 stuij het pont sonder den
    inpost betaelt de kaes gelt hier het hondert pont 20f
    , het blick serviese heb ick bestelt te maecke kan voor in
    laest vandeese weeck niet gereet sijn salt dan so haest
    alst doenlijck is sien op hamburch te bestelle, [nu weer]

    Op een tafel ligt in het midden op een tinnen bord een brokkelige halve kaas. Daarop staat een schoteltje met boter. Links voor ligt een brood met anderhalve sinaasappel en wat groenvoer (postelijn? raapstelen? groen blad met witte stengels). Voor de kaas ligt op het randje van de tafel een mes en rechts van de kaas een bord met hompen ham. Achter het groenvoer staat een sierlijke goud met glazen kelk, daarnaast een stenen kruik met een lid, een roemer met lichtrode wijn en rechts een grote schelp als kelk gemonteerd op een (vergulden?) voet.
    Ontbijtstuk met kaas, ham en kelken, Jacob Foppens van Es, ca 1630. Collectie Nationalmuseum Zweden (foto: Anna Danielsson).

    Nogmaals de Acte van Garantie

    Margaretha zit toch nog in haar maag met het verzoek van raadpensionaris Fagel om de brand en de aanvraag voor vergoeding voorlopig stil te houden. Ze heeft alles nog eens goed bestudeerd en ze is tot de conclusie gekomen dat ze gewoon recht hebben op die vergoeding. Het is haar ook eindelijk gelukt om de raadpensionaris’ broer, griffier Fagel, te spreken en hij is het helemaal met haar eens dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling op de hoogte moeten zijn. Margaretha heeft de griffier gevraagd of hij hier met zijn broer over zou willen spreken. Hij is zo druk dat ze niet durft hem lastige te vallen en ze durft ook niks buiten hem om te doen, vooral omdat het zo’n goede vriend van Godard Adriaan is. Margaretha belooft dat zodra ze antwoord van de griffier heeft, ze hun zoon en Zijn Hoogheid informeert. De prins heeft immers beloofd te helpen.

    Brieffragment over de Acte van Garantie

    [van onse affaerees alhier,] terwijlle men so veel vande
    vreede handelin4De voorbereiding voor de vredesbesprekingen spreeckt ben ick niet gerust int segge
    van de r p fagel dat ick alsnoch van ons ongeluck int
    afbrande van onse huise soude stilswijge ent selfve den
    staet niet bekent maecken, maer heb de ackte van garant
    Eens met bedaerde sinne naer gesien en bevonde dat die
    teenemael spreeckt op de goedere ondert gebiet vande genee
    raEliteijt toe behoorende de geende die int vijants dienst
    sijn en blijfve beloofvende in kas5Cas: geval van vreede handelin
    te versorchge uhEd persoon en verseeckert en onse schade soude vergoet worde, daerom
    mij dunckt niet langer te moeten stilstaen ben gistere
    bij den griffier fagel geweest en hemt selve voorgehou
    =de en versocht den heere r p hier over te spreecke vermidts
    sijn meenichvuldige affaerees6Affaires: zaken dat ick hem niet derfde moij
    lijck valle en niet gaeren Eits soude buijte sijn kenisse
    tenteer weetende dat hij Een sonderlin goet vrient van
    uhEd en ons huijs is daer in ick badt dat hij wilde konti
    niweere, den griffier heeft dit aengenoome te sulle
    doen enmijn antwoort te brenge heb hem het reequest7Request: verzoek in de vorm van een geschreven stuk dat
    ick hier over soude preesenteere in hande gegeefve om
    sijn broer te laete sien, hij oordeelde ick groot gelijck
    hadt nu te spreecke op dat de pleijne potensiaerise8Plenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een andergemachtigd is te handelen daer
    Eenige last van mochte krijge, so haest9Haast: snel ick antwoort van
    hem heb sal de heer van ginkel sijn hoocheijt hier over spreecken en sijne behulpelijcke hant hier in versoecken

    Boter op zijn hoofd

    Medaillon met een emaille portretje van de Keizer: lang donker krullend, een rechte snor bijna van oor tot oor en een klein kneveltje op zijn kin. Een stevige rechte neus en de kenmerkende, naar voren stekende, Habsburgse kin. Hij draagt een gouden harnas en een grote kanten kraag.
    Keizer Leopold I, Peter Boy d.Ä., ca. 1695. Collectie: Gemäldegalerie Berlijn

    Met Godard Adriaan gaat het gelukkig steeds beter, alleen nu is zijn secretaris Blanche niet helemaal fit. Er zijn brieven van de keizer binnen gekomen. Hij geeft aan dat hij teleurgesteld is over de militaire acties van zijn leger en dat hij bij een volgende inzet aan zal geven dat ze het beter moeten doen. Als de Prins van Oranje vraagt om een inzet. Hij zal de Keurvorst dan ook verzoeken om hetzelfde te doen. Hij vraagt de Republiek alleen wel om niet in te stemmen met een wapenstilstand. Margaretha lijkt hier tevreden mee te zijn, want ze gaat door met het nieuws uit Engeland. Zou Margaretha niet weten dat het juist de gezant van de Keizer was die de militaire acties frustreerde of is ze, vooral omdat ze weet dat de post geopend wordt, de wijste en laat niet het achterste van haar tong zien?

    Brieffragment over de excuses van Keizer Leopold

    [over hamburch of Sel sal neeme,] vandaech sijnde briefve vande keij=
    =ser gekoome die sijn misnoechge met sijn eijgen hant geschreefve toont
    overt ageere10Ageren: militair optreden, krijgshandelingen verrichten van sijn keijserlijcke troepees datse niet beeter gedaen
    hebbe so geseijt wort met verseeckerin dat hijse sal intoekoomende doen
    ageere daer sijn hoocheijt en den staet sal goetvinde en den keurvorst
    daertoe versoecke het selfve van gelijcke te doen alleen versoeckende
    wij tot geen stilstant van wapenen soude verstaen, [wt Engelant]

    En nog een keer de Acte van Garantie

    Vlak voor de brief weg gaat, kan Margaretha al terugkomen op de Acte van Garantie. Om het hele verhaal kwijt te kunnen, stopt ze een extra papiertje bij de brief. De griffier heeft de raadpensionaris gesproken en die heeft de papieren gelezen. Hij blijft alleen bij zijn mening dat Margaretha nog geen actie moet ondernemen. Hij belooft dat hij er persoonlijk voor zal zorgen, dat de Acte van Garantie uitgevoerd zal worden vóór de vrede getekend wordt. Daar legt Margaretha zich voorlopig bij neer. Ze informeert haar zoon en Stadhouder Willem III vooralsnog niet, maar wacht wel op expliciete orders van haar man.

  • Goed nieuws, Franse plannen en een klein paardje

    DatumPlaats
    Geschreven7 april 1673Den Haag
    Ontvangen12 mei 1673
    Lees hier de originele brief

    De hoop op troepen uit Duitsland is na het verraad van Brandenburg nihil. Het enige wat naar de Republiek is gekomen, zijn wat losse manschappen, waaronder een stel knechten en ruiters die Godard Adriaan speciaal voor zijn zoon geronseld had. Toch nog een beetje goed nieuws dus. Als een echt goede vader wist Godard Adriaan precies wat zijn zoon hebben wilde.

    Brieffragment over ruiters en paarden

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd aengenaeme sonder dato doch volgens die vande
    heer van ginckel vande 31 pasato hebbe wij ontfangen
    ock sijnde knechts en ruijters met de paerde wel over
    gekoome gelijck uhEd wt het schrijfve van onse soon
    sult sien, hij is bekomert uhEd sijn selfs sult ontrijft1ontriefd
    hebbe met het paert dat van onse neef van reede
    sali2neef Carel van Reede van Drakestein is gekoome om dat hij oordeelt het selfve seer
    gemacklijck gaet en Een seer goet paert te sijn,

    Paard met een teugel om in een landschap. Op de achtergrond mannen te paard.
    Paard met teugel om, Stefano della Bella, 1620 – 1664. Collectie Rijksmuseum

    Hier blijft het goede nieuws niet bij: het gaat ook een stuk beter met Godard Adriaan na zijn ziekzijn. Margaretha is opgelucht en dankt twee figuren hiervoor: de Here God én Jenneke, Godard Adriaans dienstmeid. Het hemelse en aardse hebben duidelijk samengewerkt in Margaretha’s ogen. Ondanks deze zegens mag Godard Adriaan nog niet naar huis. Hopelijk komt dit goede nieuws snel.

    Brieffragment over de gezondheid van Godard Adriaan

    ick ben van harte verblijt uhEd door de hulpe vande
    meedesijne voornaemlijck de seegen des heere begint
    te beeteren en de pijn vermindert ick kan niet segge
    hoeseer mij uhEd indisposisie3Indispositie: (lichtelijke) ongesteldheid, niet (geheel) gezond zijn heeft bekomert, heb
    jeneken te liefver en salt ock aen haer Eerkene dat
    sij uhEd so wel heeft op gepast en gedient, den graef
    van waldeck4Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg wort hier noch alle Eure verwacht
    mij sal verlange op sijn komste of uhEd ordere
    sult krijge om thuijs te koome of weer naer ber=
    =lijn te gaen, [den heere penits is noch hier, uhEd]

    Het verraad van Brandenburg

    Dat de keurvost en zijn troepen de Republiek niet te hulp schieten blijft zwaar op Margaretha’s borst drukken. Toch laat de vrede tussen de keurvorst en de Franse zonnekoning nog even op zich wachten. De twee heersers zijn het oneens waar deze getekent zou moeten worden: Keulen of Aken. Het maakt natuurlijk niets uit, het is alleen een manier om de vrede uit te stellen. Wellicht kunnen de Fransozen dan een betere positie voor henzelf uithouwen. Hoe hard de Zweedse ambassadeurs ook roepen dat er vrede komt, Margaretha hoort dat Arnhem, Harderwijk en andere plaatsen versterkt zijn. Het lijkt er zo niet echt op dat de Fransen de Republiek willen verlaten.

    Brieffragment over het verraad van Brandenburg

    [=lijn te gaen, den heere penits is noch hier,] uhEd
    sou niet geloofve hoe men hier spreeckt dat den
    heere keurvorst5Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg ons bedroochge heeft uhEd kant best weete heere boecke sijn duijster te leesen6Herenboeken zijn zeer duister te lezen: Onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid,
    ick heb uhEd in mijne voorgaende geschreefve
    hoe dat de stat van keulen vast gestelt en aenge
    =noome was tot de bij Eenkomste vande vreede han delin

    Brieffragment over de vredesonderhandelingen

    nu brenge de franse briefve weermeede dat de konin7Lodewijk XIV
    die plaets daertoe niet en begeert maer het te
    Acken wil hebbe, daer ick geloof men hier weij=
    nich differensi in sal maecke of vinde
    maer men vreest dit alleen is om wtstel te vinden
    onse Ambassadeurs preepereeren haer vast tot
    die reijs, de sweetse Ambasadeurs segge haer sterck
    te wille maecke dat wij de vreede sulle hebbe dat
    ick en meer niet wel konne begrijpe om datse
    Aernhem harderwijck en meer plaetse fortifiseere
    doesburch hebbense teenemael geraeseert[9], te

    Twee kanten van een zilveren munt. Links de kop van de Keurvorst van Brandenburg met naast hem twee mannen die een lauwerkrans boven zijn hoofd houden. Eronder staat in een cartouche "Keurvorst van Brandenburg". Rechts een ruiter 
op een  paard dat naar rechts stapt.
    Het begon zo goed met deze historiepenning voor het Bondgenootschap tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum

    Fort Utrecht

    Ook in Utrecht is er veel gaande. De Fransen lijken het plan opgevat te hebben om vier citadellen te gaan bouwen op de Vredenburg. Wat voor fort zal Utrecht wel niet worden dan? Althans…

    De gevel van Tivoli Vredenburg in Utrecht steek in een scherpe hoek af tegen de strakblauwe lucht. Rechts de gevel met de ronde raampjes, links een overhangend dak met een rode onderkant. Uit de glazen gevel, direct onder het dak, steekt een blauwgroene ronde vorm. Helemaal onderaan het beton van de oude concertzaal Vredenburg en daarvoor het beeld de verzekeringsengel van 'De Utrecht' (de 'Schele Maagd').
    De nieuwste citadel op de plaats van de Vredenburg. Foto: D.C. Goosen, 2018. Collectie Het Utrechts Archief

    Margaretha gelooft niet dat dit plan is wat het lijkt. Volgens haar is het gewoon een tactiek van de Fransen om meer geld los te krijgen uit de bevolking. Voor de citadellen zouden nog meer huizen afgebroken moeten worden maar als je betaalt, laten ze jouw huisje staan. De Fransen lijken vastbesloten om zo veel mogelijk geld uit de Republiek te halen.

    Brieffragment over de geruchten over de citadellen in Utrecht

    [doesburch hebbense teenemael geraeseert ,] te
    wttrecht spreeckense van vier sitedelle te maecke
    opt vreeburch hebense al materijaelle daertoe
    laeten brenge daer soude tot die Eene wel
    11 a 1200 huijse moeten afgebroocken worde,
    doch veel meene dat dit maer tantefaere8Tantefèèr: druktemaker sijn
    om de liede alweer gelt af te perse tot behou
    denis van haer huijsen, sij hebbe wondere in
    vensie om de liede voort te ruijneere, [de procku]

    Dat merkt de arme procureur-generaal Abraham van Wesel ook. Eerder schreef Margaretha dat hij een flinke borgsom had betaald om Utrecht te kunnen verlaten voor een gesprek met de raadspensionaris. Helaas kwam hij van een koude kermis thuis: na vier lange dagen wachten heeft Van Wesel uiteindelijk niemand weten te spreken. Teleurgesteld moest hij weer afdruipen naar Utrecht.

    Waar blijft dat geld toch?

    Margaretha kan het wel begrijpen: zelf probeert ze nu ook al maanden Godard Adriaans salaris uitbetaald te krijgen, zonder succes. Nu ook nog eens haar kasteel is afbrand, is er nog een reden om de raadpensionaris te willen spreken. Hoe langer ze daarmee wacht, hoe groter de kans dat ze niet vergoed gaat worden voor de schade. Was Godard Adriaan maar in de Republiek om zijn politieke gewicht en connecties in de schaal te werpen. Of hij meer succes zou hebben blijft een raadsel: Margaretha schrijft hem nog dat hij de mensen niet meer zou herkennen.

    Brieffragment over Abraham van Wesel

    [de procku]
    reur generael weesel9Abraham van Wesel is weer naer wttrecht ver
    trocke sonder dat hij den r p fagel10Raadpensionaris Gaspard Fagel heeft konne
    spreecken heeft hem 4 dage lanck op alle Euren
    van den dach gaen op wachte ijae selfs niet Een
    oochgeblick versuijmt vande tijt die hij hem gestelt
    heeft, hij weesel dorst niet langer blijfve om de
    pas die hij vande franse had en in Een dach a2
    wt is hij heeft daer voor de som van 5000f
    tot borch moete stelle dat hij in die tijt weer
    daer soude sijn, ick had wel gewenst hij den

    Brieffragment over het contact met Raadpensionaris Fagel

    heere rp11Raadpensionaris weegens onse affaerees had konne
    spreecke dan theeft met wille lucke, heb hem
    deese meemoorije die hier neffens gaet laeten
    opstelle op dat uhEd kont sien of gerade sal
    vinde die in tijde en wijlle aen de generaeliteijt
    so te preesenteere, kinschot12Gaspard van Kinschot kan men ock niet Eens
    te spreecke koomen uhEd sou niet geloofve hoe de
    mensche verandert sijn en hoe difisiel sij te
    spreecken worde, de belofte en woorde van dien
    heer aen uhEd geschreefve sijn goet alser het
    Efeckt op volcht maer ick vreese in uhEd apsensi
    ick niet veel op doen sal, ben ock seer beducht
    of ick deese memoorije al sal derfve overgeefe
    so lange het den r p niet goet en vindt, sal
    uhEd goetvinde verwachte, [ick heb uhEd met]

    Margaretha is alle bureacratische moeilijkheden zo zat dat ze maar een aanvraag heeft gedaan voor tienduizend guldens in plaats van zesduizend. Op dit punt maakt het niet uit meer welk bedrag je vraagt, het is allemaal even onmogelijk om gedaan te krijgen

    Toch is er op bureaucratisch vlak ook goed nieuws te melden: eindelijk, eindelijk, zijn de pagadoors begonnen met het uitbetalen van de Staatse troepen. Van Ginkel heeft een deel van de salarissen voor zijn troepen gekregen en hoopt dat de rest snel volgt. Een eerste teken dat de reorganisatie van het Staatse leger goed uit aan het pakken is wellicht?

    Brieffragment over de pagadors

    [heb aen haer soon sijn getelt], de pagadoors13Pagador: van het Spaanse pagador = betaler, Hier geldschieters be=
    ginne nu gelt te geefve de heer van ginckel heeft
    500f voor sijn komnpangi voort Eerste gelt van
    haer ontfange hoopt het resteerende van die maent
    haest volgen sal, [al onse kindere sijn de heere sij ge]

    Een jongetje in een rood pakje met een witte kraag, rijdt met zijn stokpaardje over een zwart-wit getegelde vloer. In zijn rechterhand heeft hij een zweepje,
    De appel valt niet ver van de boom: Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken, kleinzoon van deze Fritsje, speelt met zijn stokpaard. Fragment uit schilderij van de kinderen van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken en Ursulina Christina Reiniera van Reede ca. 1750, Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort, C1030

    Letters leren en dromen over een paardje

    Het land is verwoest en Kasteel Amerongen ligt in puin maar er is hoop voor de toekomst. De kleine Fritsje kent namelijk het ABC uit zijn hoofd! Na alle deprimerende praat eindigt Margaretha met nieuws over de kleinkinderen. De vele ziektes in de winter hebben ze achter zich gelaten en het gaat nu stukken beter met ze. Fritsje is flink aan het groeien en leert veel van zijn “groote mama”, van Margaretha dus, en de groote Visbach, en van de huishoudsters. Nog belangrijker, Fritsje heeft door dat zijn grootpapa zijn vader een mooi paard heeft gegeven en nu wil hij er ook een! Wel maar een klein paardje, dan kan hij er ook op rijden.

    Brieffragment over Fritsje

    [haest volgen sal,] al onse kindere sijn de heere sij ge
    danckt gesont fritsge wort seer groot en weesent
    lijck, leert bij groote mama en de groote visbach sijn
    vrage heel fraeij en ock al ommn o n onse kant
    Ab al en alde letters seijt dat groote papa hem
    Een kleijn paertge heeft gesonde daer hij met gewelt
    op wil rijde bedanckt groote papa seer bidt alle
    daech voor hem dat hij haest gesont mach worde en
    weer thuijs koomen, het welcke godt wil geefve, blijf
    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff

    M Turnor

    de graef van
    waldeck is gistere
    gearijveert

  • Tel je zegeningen – en je geld

    DatumPlaats
    Geschreven3 april 1673Den Haag
    Ontvangen8 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Opluchting en zorgen gaan samen in deze brief. Margaretha is blij dat Godard Adriaan na zijn veldtocht weer veilig in Hamburg is aangekomen. Maar hij is nog steeds ziek, daar bekommert ze zich enorm om. Ze schrijft dat ze wenst dat ze bij hem zou kunnen komen, om de pijn te verlichten. Maar helaas…ze bidt tot God dat hij hem snel beter zal maken en als ze dan toch bezig is…ook hoopt ze dat alle zorgen rondom het huis en de kinderen snel zullen verminderen. Hoewel ze daar een hard hoofd in heeft.

    Bord van faience, veelkleurig beschilderd naast de tekst in het bijschrijft staat op de rand de volgende tekst in vier cartouches: Die bidt niet/ soot behoort; Maar/ rabbelt/ slegts/ de/ woor/ den; die wer/ van godt/ verhoor; alsof godt/ niet en hoorde.
    Bord met het opschrift: wij bidden u o heer/ Sent uwen seegen neer/ op dees u milde gaven/ want niet soo seer de spijs/ als wel u seegen wijs/ ons voeden kan en laaven, anoniem, 1683. Collectie: Rijksmuseum

    Geld tellen

    Margaretha somt op vanaf welke maand ze hoeveel aan penningen heeft moeten betalen. Daarboven op kwamen natuurlijk de kosten die verbonden waren aan het verzorgen van alle zieken die ze de afgelopen maanden in huis heeft gehad. Vergeet niet, er heeft dag én nacht vuur en licht gebrand om de zieken in de gaten te houden. Denk dus aan al die stookkosten en kaarsen. En als de ene zieke beter was, werd de ander weer onwel: ‘deen was niet op de been of dander ginck weer legge’.

    Brieffragment over zorgen om geld

    waer de huijshoudin heeft de ese winter hoe naeu ick alle
    over leg hooch geloope insonderheijt met al de siecken
    met dewelcke men op verscheijde plaetse dach
    en nacht vier en licht heeft moeten hebben ent
    duerde lanck deen was niet op de been of dander
    ginck weer legge, doch naer mijn reeckenin ver=
    midts de meenaesge het heelle ijaer so swaer niet
    sal valle sal ick noch wel met tuschen de vier
    en vijf of bij de vijf duijsent gul s ijaers toekoo=
    men, ick sou niet gaeren sien dat wij alsnoch

    Ze verzucht dat ze niet weet hoe ze in kosten besparen. Voorheen lieten mensen dan nog wel eens een dienstmeid of koetsier gaan, maar dat ziet Margaretha niet als een oplossing ‘dienst boode kanick niet af schaffe, heb maer twee maechden’.  

    Naast dat ze zich druk maakt om de kosten van haar eigen huishouden, houdt ze zich ook bezig met de brandschatting van haar zoons huis. Bovenop de brandschatting van 5000 gulden voor Middachten, moeten er nog 100 rijksdaalders gegeven worden. Die 5000 gulden neemt Margaretha voor nu voor haar rekening, daar zal ze nog een schuldbekentenis voor krijgen.

    De dienstmaagd, Willem van Odekercken (toegeschreven aan), 1631 – 1677. Collectie Rijksmuseum.

    Complimenten van Willem III

    De Graaf van Waldeck wordt morgen verwacht. Als zijn vrouw komt, zal Margaretha haar verwelkomen. Waldeck heeft een goede indruk van Van Ginkel, daar is Margaretha tevreden over, maar het belangrijkst is dat Willem III een compliment over zijn acties bij Charleroi heeft gegeven ten overstaan van de Van Reedes van Renswoude en anderen. In alle ellende is deze prestatie van haar zoon bij al die belangrijke heren een lichtpuntje. Margaretha hoopt dat het niet bij mooie woorden blijft, maar dat er nog eens wat goeds uit komt wat betreft het verdere verloop van zijn carrière.

    Brieffragment complimenten van Willem III

    den graef van waldeck wort desen avont hier verwacht
    wij sulle de graefvin alse gekoomen is gaen verwelkoom
    onse soon heeft het geluck van wel bij de graef te staet
    en ock bij meest al de offijsiere so hooh als laech en
    bij sijn hoocheijt dat het prinsipaelste is, dewelcke
    noch onlans aen de heere van rhijnswou en schoonouwe
    in presensie van verscheijde andere, b geseijt heeft
    dat de heer van ginckel int leeger ontret schar=
    leroij en daer te voore de Eene vleugel vant
    leeger gekomandeert heeft en heel wel gedaen
    hadt , dit is mij in alle mijn ongelucke noch Een
    vreuchde te hooren, [mocht het maer in voorvallen]

    Acte van Garantie

    Margaretha heeft nog weinig gehoord over eventuele vergoedingen van het afbranden van het huis. Ze vreest dat het heel lang gaat duren voordat ze iets van vergoeding krijgen voor de schade. Ze krijgt nog steeds geen reactie over de Acte van Garantie. Margaretha heeft van Wesel, advocaat van de Hoge Raad in Utrecht, ernaar laten kijken. Hij vindt dat de heren verduidelijking moeten geven. Alleen krijgt Margaretha die heren maar niet te spreken. Van Wesel klaagt met tranen in de ogen over de tirannie van de Fransen. Hij lijdt onder de zware belastingen en moest daarboven op ook nog eens 5000 gulden borg betalen om tussen Den Haag en Utrecht te kunnen reizen. Hij moet dan ook spoedig terug naar Utrecht. De ellende blijft dus aanhouden…

    Brieffragment over de borg van Van Wesel

    [waert aen schort die is nu inkomissi naer greuninge,] weesel
    klaecht so seer met de traene in doogen over de tieranije
    die sij ten opsichte vande swaere schatine lijde dat men
    sen hart seer doet het te hoore hij heeft voor 5000f
    borch moeten stelle om binne so Een tijt weer daerte
    koome, hier meede blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    MTurnor

    Een landweg met een koets nabij een huis. In de verte twee molens en de contouren van een stad.
    Landschap met een koets, Philips Koninck, 1629 – 1688, Collectie Rijksmuseum
  • Geen man, geen geld, geen hoop op vrede

    DatumPlaats
    Geschreven31 maart 1673 Den Haag
    Ontvangen5 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Godard Adriaan blijft in Hamburg

    Tekening van een poort. Links staat dwars op de poort een huisje of schuur. De poort is hoog met ronde boog, Door de poort gaan net een man op een paard en een lopende man (met hond?). Boven de poort zit overdwars een overkapte loopbrug tussen twee ronde torens. De linker toren zit achter het huisje, on der de rechter toren zit een afgesloten luit. Helemaal links zien we dat er naast het huisje een aarden wal of dijk loopt: er staan hekken die schuin omhoog gaan. Bijna uit beeld staat een boom en op de achtergrond links zien we nog een gevel. Voor op de weg staat het monogram AW.
    Stadspoort te Hamburg (?), vanuit de buitenzijde gezien, Anthonie Waterloo, 1619 – 1690 Collectie Rijksmuseum

    Wat is Margaretha bedroefd dat haar man nog zo veel pijn heeft en ook dat het er toch niet op lijkt dat hij met Waldeck mee naar Den Haag zal komen! Griffier Fagel wist gisteren namelijk te melden dat de laatste brieven van prins Willem aan haar man de bestemming Hamburg hadden, terwijl Waldeck al volgende week verwacht wordt. Het is dan wel duidelijk dat Godard Adriaan niet bij hem zal zijn.

    Brieffragment over de rustwagen

    ick had al gehoopt uhEd met den graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg Een
    keer herwaert2hierheen sout hebbe gedaen en weet niet wat ick
    dencken sal want gistere bij ockasie3gelegenheid dat ick den heer
    griffier fagel4Hendrik Fagel weegens uhEd rustwage ginck spreecke
    seijde hij mij niet te konne dencke dat deselfve hooger
    ginck5hoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen om dat sijn hoocheijt met de laeste post hem
    briefve aen uhEd had gesonde en belast die op
    hamburch te bestelle, en dat hij griffier niet
    anders wiste of den graef van waldeck wort
    noch deese weeck weer hier verwacht, daer om

    Overigens had Margaretha de griffier eigenlijk aangesproken vanwege de rustwagen. Ook daar mogen ze niet te hard op rekenen, omdat Daniël van Hogendorp, nog steeds doodziek te bed in zijn huis te Rotterdam ligt. Wat Margartha niet weet, is dat hij op het moment dat ze dit schrijft, de vorige dag al is overleden.

    Verbroken zegels

    Gravure van een stapel papieren met daaraan allerhande zegels. Ernaast ligt een zegelring. De zegels liggen waarschijnlijk in de zon, want ze beginnen te smelten. Op de achtergrond een klassieke tuinvaas.
    Gesmolten zegels en een zegelring, Vincent Laurensz. van der Vinne (II), 1714 Collectie Rijksmuseum

    Overigens verzekerde griffier Fagel haar ook dat de Staten-Generaal erg tevreden over haar man zijn, zowel over zijn onderhandelingen als over zijn adviezen, en dat ze Fagel hebben gezegd Godard Adriaan vooral op de hoogte te houden van alle correspondentie. Behalve met Theodore Brasser, vertegenwoordiger bij Brunswijk en Osnabrück, omdat Godard Adriaan daar zelf al mee schrijft. Fagel zei echter ook te merken dat de brieven regelmatig worden onderschept en opengemaakt. Godard Adriaans brief van de 14e aan de Staten was open geweest en wel heel bot en plomp weer dichtgeplakt. Een brief waarin Godard Adriaan verzoekt om naar huis te mogen heeft hij trouwens nooit gezien…

    Brieffragment over de correspondentie

    [gedaen worde,] seijde mij ock dat men heere de state
    volckoome kontentement6tevreden so van uhEd neegoosgasi7negotiatie: onderhandelingen
    als advijse neemen en hem hebbe gelast van tijt tot
    tijt alser Eits voorkomt uhEd kenise daervan
    te geefven, gelijcke hij seijt te doen behalfve van
    de briefve van brasser8Theodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück om dat die selfs met uhEd
    korespondeert, maer seijt te bemercke dat de
    briefve worde geintersipiEert9intercipiëren: onderscheppen of op gebroocke gelijck
    die vande 14 die uhEd aenden staet heeft gesonde
    was open geweest en wel plomp bot weer toege
    daen, hij seijt ock noijt geen briefve van uhEd
    gehadt of ock niet aenden staet gesien te hebe
    waer in uhEd sijn demissie10ontslag, verlof of om Een keer her
    waerts te doen versocht heeft, so dat die daer
    uhEd inde mijne van mensioneert11mentioneren:vermelden hetselfve aende
    griffier versocht te hebbe niet moet ter hande
    gekoome sijn, [weegens onse ackte van garant]

    Geen geld voor Margaretha…

    Zware houten tafel. de vier poten zijn met elkaar verbonden met latten, daarboven zitten sierlijke ronde vormen. Onder het tafelblad zit een grote kist, met daarop twee rechthoeken als versiering. De hoeken zijn geschubt. Voor op de 'onderlist' zit een zwart slot.
    Betaaltafel waarvan de hoekstijlen boven de poten zijn geschubt met geldstukken, anoniem, 1640 – 1660 Collectie Rijksmuseum

    Het is Margaretha nog niet gelukt het geld voor de derde ordinantie los te krijgen. Ze heeft hem bij de drost van Amerongen in Amsterdam achtergelaten om daarmee naar de ontvanger te gaan. De ontvanger beweert helaas dat het echt niet kan, en dat hij zelfs niet kan zeggen wanneer hij wel kan betalen. Ze vreest dat het hoe langer hoe erger zal worden.

    Brieffragment over het ontvangen van geld door Margaretha en haar drost.

    met de leste post heb ick uhEd geschreefve dat ick de
    tweede ses duijsent gulde heb ontfange, de ordinansi
    vande derde heb ick onder den drost van Ameron
    geleate op om de peninge tot Amsterdam bij den
    ontfanger in te vorderen, doch sien daer voor
    Eerst noch geen raet toe, vermits den ontfange
    seijt hem onmoogelijck te sijn alsnoch tijt te konne
    stelle tot de betaelline, ick sal nae de hoochtijt
    weese ses duijsent gul versoecke maer sien geen raet
    tot gelt of ick schoon ordinansi heb en vrees het hoe
    langer hoe erger sal worde, [dat de heer van ginckel]

    … en ook niet voor van Ginkel

    Voor van Ginkel is de geldkrapte nog erger. Margaretha weet niet hoe hij het zou rooien als hij met vrouw en kinderen niet bij haar terecht zou kunnen. Hij heeft nog steeds geen stuiver van zijn salaris gehad. Niet voor zijn functie als ritmeester en niet voor die als kolonel. Waar moet dat heen? Hij is zojuist teruggekomen uit Gorinchem, en wat hij vertelt over de omstandigheden waaronder mensen en paarden daar moeten leven doet Margaretha nog sterker wensen dat God alles ten goede zal keren.

    Tekening van een water dat links van ons een bocht naar links maakt. Recht voor ons staat een poortgebouwtje met daarachter een houten brug die aan de overkant een ophaalbrug heeft. Rechts in de verte staat een molen. De brug gaat naar een hoog eiland, waar midden op een groot plomp gebouw ligt met een soort dubbele ui dak. In de eerste ronde ui zitten allemaal dakkapelletjes en daarboven zit een kleinere ui als een kers op de taart. Op het eiland staan verder wat bomen en een klein huisje. De oever van het eiland is afgezet met houten hekken.
    Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks, 1637 – 1678 collectie Rijksmuseum
    Brieffragment betaling Van Ginkel

    [langer hoe erger sal worde,] dat de heer van ginckel
    met sijn vrou en kinder niet bij ons was weet voor
    waer niet hoe hijt maecken sou want krijcht alsnoch
    niet Een stuijver van sijn tracktement noch als rit
    =meester noch als kolonel, waer wil dit noch
    heen, so aenstonts komt den heer van ginckel van
    gorckom seijt het droefvich is te zien so de mense en
    en beeste teweete paerde daer wt sien, de heere wil
    ons alles ten beste schicke, [om weegens deese staet]

    Wat vrede konnen wij maken?

    Gaan de onderhandelingen in Keulen vrede brengen? Ze somt, net als in haar vorige brief, nog eens de namen van de personen op die zullen worden afgevaardigd. Margaretha heeft er niet veel vertrouwen in. Wat voor vrede zal dat worden, want wat valt er te onderhandelen met een koning die alles zo heeft als hij het hebben wil? Ze zeggen dat Spanje op het punt staat met Frankrijk te breken, maar dat hadden ze veel eerder moeten en of het gaat gebeuren is nog maar de vraag.

    Brieffragment vrede

    [hier in verwacht,] ick ben seer swaerhoofdich indeese vreede handel
    konende niet sien wat vreede wij sulle konne maecke met Een
    koninck diet alles naer sijn wens gaet, men spreeckt seer
    dat spange12Spanje staet opt point om met vranckrijck13Frankrijk te breecken
    haddense dat wat Eer gedaen en oft och geschiede maer men
    heeft het so lan geseijt, [farije die gouverneur van Maestricht is]

    Welland moet wieberen

    Plattegrind net een gebied in groen gekleurd. Midden in het gebied is een dorp getekend: een kerk met huizen eromheen en veel groen. Net buiten het dorp ligt een molen. Verder liggen er in het gebied verspreide woningen. In de kaart zijn wegen ingetekend en de suggestie van afscheidingen van weilanden. Rechtsonder liggen meerdere huizen dicht bij elkaar als een soort dorp. Links net naast het groene gebied staat een kerk getekend waarbij staat Serooskerke en een familie wapen dat wit is met drie rode hondekoppen (familie Van Tuyll van Serooskerken). Midden boven staat ook een familiewapen boven een rode band met drie witte ruiten, het stuk daaronder zwart met een witte cirkel met een kruis erin. De tekst is slecht leesbaar. Rechts boven ligt ook  een kerk en daar staat Renesse bij. Daarachter: schoon dorp met hooge boomen en boogaerde. Daarboven een rood familiewapen met een gouden leeuw en onleesbare tekst ernaast. Onder Renesse nog een gebouw: het huis van Moermont.
    Kaart van de heerlijkheid Noordwelle in Zeeland, eigendom van de heer van Welland, anoniem, 1649 – 1658 Collectie Rijksmuseum

    Neef van Welland is naar Zeeland vertrokken, dat werd tijd. Margaretha merkt zuur op dat iedereen die uit Utrecht afkomstig is en er toe doet ondertussen al een keer prins Willem III eer is komen bewijzen, behalve hij. Waarschijnlijk kan hij het zich niet veroorloven en komt hij niet uit met zijn inkomen. Hij heeft de hele winter op Margaretha’s zak geteerd en dat in deze kwade tijden met zware belastingen! Als hij terug is zal ze hem zeggen dat ze de kamer niet langer kan missen. Wat ook waar is, merkt ze op, want ze moet de meubels uit Amsterdam straks toch ook ergens kwijt?

    Brieffragment over Welland

    [het gouvernement had hoore te geefve,] den heer van wellant14Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha
    is Entelijck Eens naer seelant15Zeeland gegaen, al de werlt van wttrecht16al de wereld van Utrecht: iedereen uit Utrecht
    gekoome sijnde hebbe sijn hoocheijt gesien en gesalweert17gesalueerd: begroet behalfven
    hij, sien niet dat hij der nae tracht18er naar tracht:het probeert, wat soude hij sijn kost betaelle
    ick vreese hij met sijn inkoome niet toekomt daer hij alde winter
    de kost bij mij heeft gehadt, met deese quade ijaere indewelcke
    so swaere schatine moete gegeefve worde, ick sal als hij weerkomt
    hem segge dat wij die kamer niet langer konne misse gelijcke het
    waer is so ick onse meubele en alt goet van Amsterdam hier
    brenge salt daer op moete sette, nu ick verlange met de naeste
    post te hoore in wat Ent vande werlt19aan welk eind van de wereld: waar in de wereld

    uhEd is, hoope de heer almach
    =tich deselfve sal geleijde, blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

  • Verlangen naar vrede en naar Godard Adriaan

    DatumPlaats
    Geschreven27 maart 1673Den Haag
    Ontvangen1 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    De laatste brief van Margaretha is van 19 maart 1673. Ze schrijft in de brief van 27 maart dat ze haar man acht dagen geleden heeft geschreven, dus er zijn geen brieven verloren gegaan.

    Margaretha heeft genoeg te vertellen. Ze steekt meteen van wal: met veel bidden en moeite is het Margaretha gelukt om geld te krijgen. Van de 6000 ontvangen guldens heeft ze er – uiteraard met toestemming van Godard Adriaan – 5000 aan Van Ginkel gegeven voor de brandschatting voor Middachten. Zal het genoeg zijn…?

    Brieffragment over het geld

    Mijn heer en lieste hartge
    heeden achtdaech schreef ick uhEd dat ick naer Amsterda
    ginck om de betaeline van beijde de ordenansie te be=
    vordere, doen ick daer quam was den ontfanger nae
    den haech dat mij 2 a 3 dage naer hem deedt wachte
    met veel bidde en moijte heeft hij mij deene ordina
    =nsie ter som van 6000f betaelt seijde met de traene
    inde oochge hem onmoogelijck te sijn op dander als
    noch Eenich gelt te konne geefve ock geen tijt te
    konne stelle wanneer, uit deese 6000f heb ick volgens
    uhEd goetvinde de heer van ginckel 5000f gedaen
    tot betaeline vant bewuste waer voor sij geackordeert
    sijn waer onder harvelde en alle haere verdere
    goederen begreepen sijn, de heer almachtich wil
    geefve datse daer meede voor verdere schade be
    vrijt mooge weesen doch twijfele daer seer aen

    Verlangen naar Godard Adriaan

    Hoewel Margaretha’s laatste brief van 19 maart is, heeft ze maar liefst drie brieven van haar man ontvangen. Ze is ‘van ganscherharte verblijt’ te horen dat Godard Adriaan weer beter is; ze is is erg ongerust geweest. Het is fijn te horen dat Godard Adriaan zo goed verzorgd is, maar gelukkig is hij nu weer in Hamburg – daar zijn medicijnen beschikbaar. Bovendien is hij nu veel dichterbij! Margaretha verlangt er zo naar haar lieve man weer eens te spreken… Misschien, als ze eens naar Friesland gaat, dat ze overstapt zodat ze naar Hamburg kan afreizen om haar man kan zien…

    Brieffragment over het verlangen naar Godard Adriaan

    hier koomende heb ick gistere 3 van uhEd aenge=
    naeme briefve ontfange als sijnde van den 13
    14 en 17 deeser waer onder Een door de burgers van
    weesel, die hier van donderdach af hebbe gegaen
    en konne sijn hoocheijt die sij uhEd brief wel hebbe
    over geleevert doch niet verder te spreecke konne
    koomen, ick ben van ganscherharte verblijt uhEd
    weer beeter is en kan niet segge hoe ongerust ick
    ben geweest wij sijn den heere volckersem1Onbekend en voor al
    den goede heer en vrou van Ellere2Wolfgang Ernst von Eller zu Lauterbach en Juliane Charlotte von Kalkum genannt Leuchtmar wel ten hoochste
    ver oblijgeert3Verobligeren: verplichten voor de goetheijt die haer hEd aen uhE
    hebbe beweesen, doch ben blijde uhEd tot hamburch
    is om dat deselfve daer beeter van meedesijne
    kan gedient sijn als ock dat hij so veel naerder
    is, waer die reijs te doen als van hier naer vriesla
    soude Eens overstappe want kan niet segge hoe
    seer ick verlange uhEd Eens te mooge spreecken

    Interieur met een vrouw met zwarte jurk, wit jakje en witte kap die voorovergebogen bij een haardvuur zit  Achter haar een wiegje en een stoel met daarover kleren. De stoel staat voor een bedstee met gordijnen. De ruimte is hoog met op de achtergrond een hoog dubbel raam met glas in lood.
    Interieur met een vrouw bij een haard, Jacobus Vrel, ca. 1654. Carmen Thyssen Collection

    Inflatie

    Als Margaretha haar man spreekt, wil ze het in ieder geval hebben over huishoudelijke zaken. Alles is namelijk zo ongelooflijk duur! De belastingen rijzen de pan uit en de betalingen aan de milities lopen achter. Officieren krijgen niet eens één stuiver, en dat terwijl diegenen die zijn aangesteld om de betalingen voor het leger te regelen, de pagadoors, er allemaal prima bij lopen…

    Brieffragment over inflatie

    weet niet hoe ickt in onse domistijcke affaerees noch
    stelle sal, alles is hier ongelooflijcke dier daer toe
    loopen de schattine Exstreem hooch, de betaeline
    vande meeliesie seer slecht de pagadoors maecken der
    niet van geefve noch nergens nae Een maent
    op Een de Eerste maent maer sestien hondert
    gul daer konne de ruijters niet heel wt betaelt
    worden de offisiers krijgen niet Een stuijver,
    en deese schoone pagadoors trecke sulcken gelt

    Gravure van een rijke man die met zijn gezelschap in een interieur met hoge ramen en gobelins aan de muur aan een feestelijke maaltijd zit. Links een bediende. Door de deuropening is te zien hoe de arme Lazarus wordt weggejaagd.
    Feestmaal van de rijke man (Dives) met Lazarus bedelend aan de deur, Abraham Bosse, 1637 – 1638. Collectie: Rijksmuseum

    De oorlog die niet wil lukken

    Gravure van een stadsmuur waar soldaten tegenop proberen te klimmen. Ze hebben ladders bij zich met grote haken aan de bovenkant, die ze aan de muur kunnen hangen. Ze klimmen naar boven met hun schilden en zwaarden. Bovenop de muur worden ze opgewacht door soldaten, die stenen, bijlen, pijl en boog, zwaarden en wat ze maar kunnen vinden, gebruiken om de klimmers tegen te houden.
    Het gebruik van stormladders op een prent van Jan Luyken uit 1683. Collectie: Rijksmuseum

    Godard Adriaan zou niet kunnen geloven hoe slecht de mensen in de Republiek over het leger van de Republiek en over de keurvorst spreken, die inmiddels weer richting Berlijn is vertrokken. Er is geen enkele hoop meer. We kunnen alleen nog vertrouwen op God, die ons in onze ellendige staat wil bijstaan. De oorlog dient ons niet.

    Laatst is er nog een poging gedaan om Harderwijk op de vijand te heroveren. Die aanslag was volgens horen zeggen zeer goed gepland. Kolonel Palm, die zijn dapperheid had getoond tijdens de aanval op Woerden, voerde het commando. Toen de aanvallers de stadswallen naderden, bleek dat enkele schepen waarmee de militairen naar Harderwijk gebracht moesten worden, te laat waren. En ze schijnen ook nog eens de stormladders te zijn vergeten! Daarnaast dachten de aanvallers dat de aanval ontdekt was. De aanval moest worden afgeblazen en de militairen trokken onverrichter zake terug. Een gevluchte inwoner van Harderwijk was niet blij met kolonel Palm, de officieren en de schippers. Kort samengevat: het wil gewoon niet lukken.

    Brieffragment over de oorlog die niet wil lukken

    de meliesie verloopt seer, uhEd kan niet geloofve hoe de
    mense spreecke, en nu de keurvorst weer naer berlijn
    is ontsackt4Ontzakken: ontglippen, ontgaan ons al de moet en hebbe geen hoop meer
    als alleen op godt die ons in onsen Elendigen
    staet wil bijstaen, den oorlooch dient ons niet
    wij hebbe weer Een aenslach op harderwijck inde
    voorleedene weeck gehadt die so geseijt wort heel
    wel was aen geleijt, daer den kolonel palm5François Abrahamszoon Palm die so
    wel voor woerde gedaen heeft het komande hadt
    doense dicht onder de stats walle quaeme bleefvender
    Eenige scheepe met volck die te laet quaeme achter en so
    geseijt wort waeren de storm leere vergeeten
    en se inmaesgeneerende6Imagineren: zich inbeelden haer dat het in de stat
    ondeckt was, niet teegenstaende dat de Eene
    stats poort genoechsaem doordiensij de stat
    demoolijeere,7Demolieren: slopen, slechten open lach, sijn donse sonder de
    minste atacke8Attaque: aanval te doen onverichter saecken
    weerom gekeert en met de kous opt hooft weer
    thuijs gekoome, Een burger wt de stat die de
    aenslach hadt gepracktiseert is met sijn vrou en
    kinder daer wt gevlucht, beschuldicht palm seer
    palm sijn offisiers en de schippers in soma9In somma: samengevat ten
    wil met ons niet lucken[, men spreeckt seer]

    Plattegrond van Harderwijk in vogelvluchtperspectief. Boven een gezicht op de stad, gezien vanaf de Zuiderzee. Rechtsboven een legenda met de namen van kerken en gebouwen
    Plattegrond van en gezicht op Harderwijk, Nicolaes van Geelkercken, 1653 – 1672. Collectie: Rijksmuseum

    Liever vrede

    Vrede is op dit moment eigenlijk de enige optie. Voor de vredeshandelingen was de stad Keulen aangewezen, maar dat weet Godard Adriaan ongetwijfeld al. Uit Holland worden Hiëronymus van Beverningh en Johan van Reede van Renswoude aangewezen. Zeeland wordt vertegenwoordigt door Justus de Huybert óf Willem Adriaan van Nassau-Odijk, Friesland door Willem van Haren en Stad en Lande door Johan IJsbrands. In Van Beverningh hadden weinig lieden vertrouwen. Johan van Reede was niet veel beter, en was bovendien te oud voor zulk belangrijk werk. Ach, Margaretha hoopt gewoon dat de heren snel aan het werk gaan en dat het snel zal leiden tot een goede vrede. Ze ziet anders ‘geen wtkomste ter werlt’.

    Brieffragment over de vredesonderhandelingen in Keulen
    Brieffragment over de afgezanten namens de republiek

    [wil met ons niet lucken,] men spreeckt seer
    van vreede dat ons het beste waer, de stat
    van keullen gelijck uhEd sal verstaen hebbe, is
    tot de bij Eenkomste daertoe vast gestelt, men
    seijt dat weegens deese staet omderwaerts te
    sende voorgeslage, worde, wt hollant den heere
    beeverine10Hiëronymus van Beverningh en rhijnswoude11ohan van Reede van Renswoude wt seelant den heere huijbert12Justus de Huybert of oudijck13Willem Adriaan van Nassau-Odijk
    wt vrieslant, den heere haere14Willem van Haren vande stat en lande den heere
    ijsebrantse,15Johan IJsbrands vande Eerste hebbe de gemeente geen goede opijnie
    den Eerste betrouwense niet te veel en den tweede seggense
    niet veel beeter behalfve datse segge hij te out is om sulcke
    wichtige werck te verichte, ick wenste men maer aent werck
    was en wij de hoop tot Een goeije vreede lagen sien anders geen
    wtkomste ter werlt[, de heer van ginckel is naer sijn garnesoen]

    Tekst krantenbericht: 's Gravenhage den 30 Maert. op heden, soo men hoort, is haer Ed: Groot Mog: Vergaderingh gescheyden op Reces tot nae de Feest-da-gen. Men spreeckt veel van een apparente stilstant van Wapenen: en verwacht men alle uren de Paspoorten van de respective Coningen &c. voor de Heeren die na Ceulen sullen gaen. Men weet noch niet seecker, wie nevens de Heeren van Beverningh, van Renswoude en Hairen derwaerts sullen gaen : dan den Treyn verstaet men niet groot sal wesen. De Missive van desen Staet aen den Coningh van Groot-Brittagne soude zijn in civile Termen ,  soo over de Handelplaets, als de Stilstant van Wapenen
    Krantenfragment over de afgezanten voor de Keulse Vredehandel uit de Oprechte Haerlemsche Courant van 1 april 1673. Via Delpher.nl

    Over en weer

    Er wordt heel wat over en weer gezonden. Van Ginkel heeft paarden ontvangen van Godard Adriaan, en zal binnenkort ook nog manden met zadels ontvangen. Margaretha zelf verlangt vooral naar de komst van Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg en Phillipp Jacob von Emmerhaus om te horen wanneer Godard Adriaan nu eindelijk eens naar huis komt… Oja, zou haar lieve man dan niet twee vaten Franse wijn kunnen meenemen? Die is hier zo ongelooflijk duur! Margaretha sluit haar brief af, maar voegt nog wel een P.S. toe: als de vrede echt doorgaat, wens ik dat je zo snel mogelijk hier komt. Ze verlangt niet alleen naar vrede, maar ook naar de aanwezigheid van haar ‘heer en lieste hartge’.

    [wtkomste ter werlt,] de heer van ginckel is naer sijn garnesoen
    sal met de paerde daer uhEd van schrijft wel blijde sijn
    siet ock de mande met saels die van Hamburch hier soude
    koome alledaech int gemoet hoewel den jongen teminck
    seijt daer niet van gehoort te hebbe, ick verlange seer nae
    de komste vande graef van waldeck en den overste Eppe om
    te hoore wat hoop der is tot uhEd overkomste, de franse wijn
    is hier so dier men moet hondert gul boven den inpost voor Een
    oxshoof toesaene die goet is geefve, daerom ick dachte so
    uhEd te water van Hamburch hier quaemt of hij niet
    Een oxshooft of twee sou konne vande hamburch meede
    brenge alles is hier te ongelooflijck dier, nu sal ick dees Eijn
    =dige en met verlange blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    so de vreede voort gaet
    wenste uhEd te meer hier
    sal anders met den heere beeverline en rhijns wou spreecke op dat
    se uhEd daer bij gedencke en dat wij daer in niet vergeete worde
    en hierna noch meerder swaericheijt voor den
    dienst die uhE doet

    We zien een paard van de achterkant. Het paard is gezadeld en kijkt naar links. Aan zijn linkerkant staat een soldaat met een grote hoed en een zwaard op een steen. Zijn rechterhand ligt op het zadel. Boven aan de tekening staan geschreven "1631 de 14 januarij"
    Man die het zadel van een paard verschikt, Gerard ter Borch (II), 1631. Collectie: Rijksmuseum
  • Ondertussen in Duitsland

    Het is een weekje stil rondom de brieven van Margaretha. We weten dat zij actief bezig is met het proberen de toezegging voor het geld van de Acte van Garantie los te krijgen. Godard Adriaan zit ondertussen ook niet stil. Godard Adriaan heeft van alle belangrijke brieven minuten (kopieën) bewaard. De enige brief aan zijn vrouw waar hij minuten van heeft bewaard, is de brief direct nadat hij van de brand gehoord heeft.

    De brief van 3 maart van zijn vrouw ontvangt hij de tiende en hij schrijft gelijk terug. Waarschijnlijk was zijn keuze van woorden hierbij zo belangrijk, dat hij een minuut gemaakt heeft. Misschien in dit geval een kladje voor hij de definitieve brief schreef.

    Familiehuis

    Wat bijzonder is om te lezen, is dat ze allebei eenzelfde insteek hebben. Godard Adriaan memoreert hoeveel tijd en energie ze in het huis gestopt hebben om het mooi en aanzienlijk te maken. Hiermee bevestigt hij wat Margaretha al op 17 februari schreef, een brief die hij op 24 februari ontvangen heeft. Alleen bouwt Margaretha voort op de generaties Van Reede die het huis eerder hadden en Godard Adriaan kijkt vooruit naar het nageslacht.

    Brieffragment over het familiehuis
    Ingevoegd zinnetje...

    Het soude mij bedroeven, bij aldien
    ick op godt niet en vertrouwde,
    die ick weete dat alles ten
    besten ende tot onse salicheijdt
    dirigeert, uijt UHoEd schrijvens
    vanden 3e martij te sien, het ruineren
    ende afbranden van onse goederen
    ende huijsen tot Amerongen, ende
    waer voor UHoEd ende ick
    met soo onverdrietigen arbeijdt
    nu 30 jaeren aenden anderen
    hebben getobt, om hetselve in
    een goeden ende aensienelijcken
    staet ” te brengen; [hetwelcke als]

    voor onse posteriteijt

    In een storm spreekt God tot Job, hij is linksboven weergegeven met een wereldbol omgeven door wolken. Job zit op een boomstam en terwijl hij kijkt naar God wijst hij naar zijn vrienden die verlost zijn van hun zonden. In de marge boven de afbeelding staat de tekst Iob XXXVIII & XLII [Job 38 & 42]
    God spreekt Job toe vanuit een storm. Hans Holbein (II), 1538. Collectie Rijksmuseum

    De Heer geeft, de Heer neemt

    Ze kiezen allebei voor het zelfde fragment van Job 1:21: “De Heere heeft gegeven, en de Heere heeft genomen; de naam des Heeren zy geloofd”. Godard Adriaan gebruikt het op 10 maart, Margaretha op 13 maart. Zij heeft zijn brief dan nog niet gelezen. Bij Godard Adriaan is de aanleiding dat hij gelooft dat ze zich te veel met het wereldse en te weinig met het geene dat daar boven is bezig gehouden hebben. Margaretha draait het om. Voor haar is Job de hoop waarmee ze vooruit kijkt: als het Gods wil is, zullen ze genoeg middelen hebben om het huis weer op te bouwen en anders hoopt ze op een huisje in de hemel.

    Brieffragment over Job: De Heer geeft, de Heer neemt

    [staet ” te brengen;] hetwelcke als
    ick naerdencke, hoe wij ons
    tot meermaelen daermede
    hebben becommert, ende meer
    met het weereldse als het geene
    daer boven is, besich gehouden,
    soo vinde ick, dat wij over dit ongeval weijnigh
    reeden van claegen souden hebben,
    maer veel eer mogen seggen, godt de
    heere heeft het gegeeven, ende
    hij heeft het wederom genomen,
    sijnen naeme blijve eeuwigh
    verheerlijckt

    De regelmodus

    Net als zijn vrouw schiet ook Godard Adriaan in de regelmodus. Ook hij is met de Acte van Garantie bezig en schrijft de nodige brieven. Er gaan ook brieven naar anderen uit, waarin hij alvast vooruit loopt op de herbouw. Hij schrijft aan ene Resident Le Maire in Denemarken op 17 maart een brief waarin hij onder andere al bouwmateriaal aan het regelen is.

    Brieffragment over de regelmodus

    [vaderlandt getrouw blijf,] wordt het vreede
    soo sal ick mijn huijs met godts hulpe
    weer opbouwen; is het soo groot niet
    als voor heenen, dat icker ten minste
    een verblijf hebbe, ende hoop ick dat
    ick dan soo veel genade sal verwerven
    bij sijn Ma.t van Denemarcken,
    dat hij mij daer toe met twee scheepen
    met houdt wil subvenieren, gelijck oock
    den Curf.t van Brandenb. en Mevrouw den
    Curfurstinne mij hebben belooft, datse mij
    ijser, calck, ende eijcken houdt daer toe
    sullen vereeren, als de saecken eens we
    derom in rust sijn

    Margaretha

    Waar Margaretha zich zorgen maakt over de gezondheid van haar man, maakt Godard Adriaan zich zorgen over de geestelijke gesteldheid van zijn vrouw. Op dezelfde 10 maart dat hij de brief van zijn vrouw ontvangt, schrijft hij zijn zoon het volgende:

    Brieffragment over de zorgen om Margaretha

    de vrouw van
    Amerongen, hoop ick niet, dat sij in het
    verlies van onse goederen, haer te veel sal
    ontstellen, want het sijn weereldse
    saecken die haer selven redden

    Wat zou het fijn zijn als ze elkaar weer eens gewoon in de ogen konden kijken.

    Man, op de rug gezien, wordt omhelsd door een vrouw. Hij heeft één hand op haar zij, in de andere heeft hij zijn pet vast. Zesde prent uit een serie van twaalf, vrij naar een prent van Hans Schäufelein.
    Omhelzend paar, no. 6, Heinrich Aldegrever, naar Hans Schäufelein, 1538. Collectie Rijksmuseum
  • Niet genoeg geld en niet genoeg verstand

    DatumPlaats
    Geschreven19 maart 1673Den Haag
    Ontvangen31 maart 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Er zijn woorden gevallen tussen de Prins van Oranje, Raadpensionaris Fagel en Pöllnitz. Margaretha heeft Pöllnitz zelf gesproken en niet alleen hij is er nog vol van, het zit ook Margaretha hoog. Wat er precies gebeurd is wordt niet duidelijk uit haar brief. Maar we kunnen er wel een redelijke inschatting van maken.

    In de Republiek wordt al tijden geklaagd dat het leger van de Keurvorst pas iets doet als ze de subsidies binnen hebben. De waarheid ligt genuanceerder: de Republiek houdt zich niet aan de betalingsafspraak. De Keurvorst is al een tijdje bezig de stekker uit het hele avontuur te trekken en Godard Adriaan weet dat. Hij weet ook dat de Keurvorst vindt dat de Republiek al heel veel gehad heeft aan deze veldtocht. Door deze tocht zijn immers veel Franse soldaten uit de Republiek naar Duitsland getrokken, waardoor hun positie in de Republiek verzwakt is. Godard Adriaan kan wel raden, of weet heel goed, met welke boodschap Pöllnitz naar de Republiek gestuurd was. Een boodschap die de Prins van Oranje niet zinde…

    Brieffragment over de confrontatie tussen Willem III en Gerard Bernhard von Pöllnitz

    [gesonde,] den heere penits1Gerard Bernhard Pöllnitz is hier het geene
    tusche sijn hoocheijt de r p fagel2Gaspard Fagel en hem
    is gepasseert sal uhEd buijten twijfel wt
    het schrijfve vande heere overste webbenom3Johan Thibault Webbenom
    die ick uhEd met de laeste post heb gesonden
    hebbe gesien, so ick van verscheijde hoore en
    ock wt den heere penits die mij heeft besocht
    kost mercke heeft het al vrij wat hooch ge
    =gaen en sijn hoocheijt hem klaer wt gesproocke
    ick wenste het wat meer tusche de 4 a 8
    oochge waerre geweest en dat het so rucht=
    baer niet en was, ijder heeft er de mont vol
    van, [daer bij heeft den jonge penits te weete]

    Een hoge zuilengalerij met hele hoge zuilen en bogen. Op de achtergrond een groene tuin. Links rent een jongen weg, Amalia van Solms staat in het midden, links van haar staat haar man, Frederik Hendrik en rechts van haar en achter haar staat een groep chique geklede mannen met een paar honden.
    De hofcultuur aan het Oranje-hof. Galerij van een paleis met ornamentale architectuur en zuilen, Dirck van Delen, 1630-1632. Collectie Rijksmuseum (v.l.n.r. prins Frederik Hendrik, Amalia van Solms, de Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz en zijn zoon Hendrik Casimir I)

    Geld en verstand

    Pöllnitz was getrouwd met een (bastaard-)dochter van Prins Maurits en dus familie van Amalia van Solms. Kennelijk had hij zijn zoon meegenomen en was deze mee op familiebezoek. Aan het hof van Amalia van Solms laat deze jonge Pöllnitz van zich horen. Hij heeft tegen freule Katharina von Dohna, de nicht van Amalia van Solms, gezegd dat de Hollanders niet genoeg geld hebben voor oorlog en niet genoeg verstand voor vrede. En dan te bedenken dat hij ook nog graag een compagnie zou willen hebben. Margaretha betwijfelt of dat op deze manier gaat lukken.

    Eerste regel van het brieffragment over de jonge Pöllnitz
    Brieffragment over de jonge Pöllnitz


    [van,] daer bij heeft den jonge penits4Onbekend te weete

    den soon vanden af gesante opt hoff van de
    prinses teegens freelle5Freule katrijn van dona6Catharina van Dohna onder ande
    =re diskoerse7Discours:Wat je tijdens een gesprek zegt, gesprek geseijt dat wij geen gelt hebbe om
    te oorloochge en niet verstants genoech om de
    vreede te maecke, het welcke mijns oordeels hem
    niet paste te segge, deese man soeckt hier noch
    Een kompangi te hebbe of dat der de middel
    toe is twijfel ick seer aen, de vreede staet ons

    Een ingekleurde gravure van Paleis Honselaarsdijk. Honselaarsdijk ligt net rechts van het midden, Het is een symmetrische huis met daarom heen een symmetrische aangelegde tuin. Links en rechts zijn twee binnenplaatsen met bijgebouwen erom heen. De tuin loopt naar achter door maar raakt zijn symmetrie kwijt. Afgezien van een laan als zichtlijn naar de duinen en de zee, wordt het bos. Rechts langs de tuin loopt een weg met aan weerzijden een bomenrij.
    Paleis Honselaarsdijk in vogelvlucht, circa 1684-1690. Abraham Begeyn en Abraham Blooteling. Collectie Koninklijke Verzamelingen. Honselaarsdijk was een belangrijk Paleis voor onder andere ontvangsten. Amalia van Solms probeert als eerste in de Republiek een écht hof te creëren.

    Amsterdam of Den Haag

    De huur van het pand aan de Nieuwe Heerengracht loopt binnenkort af. Margaretha weet nog steeds niet wat te doen. De kosten lopen zo op als ze weer een huis huurt. Maar íedereen heeft een huis in de stad, dat is toch het veiligst. Margaretha zet de verschillende opties op een rijtje. Een heel huis huren is duur, maar ze zou het idee wel fijn vinden als haar kramende schoondochter daar veilig zou zijn. Dat voordeel heeft ze met een pakzolder niet. Ze kan ook alles naar Den Haag brengen en er maar het beste van hopen…
    Ze is in duizend beraden.

    Brieffragment Amsterdam of Den Haag

    [komste voor ons,] wij sijn maer ses weecke tot
    meij het huijs daer te Amsterdam ons goet
    staet is verhuert, ick weet niet wat ick doen
    sal of weer Een huijs daer te huere daer toe ick
    de koste ontsien, of Een pack solder omt goet
    op te sette of en dan ben ick met het kraeme
    vande vrou van ginckel bekomert, of dat
    ick tgoet hier sal brenge en wage het Een met
    tander, ben in duijsent beraet meest al de
    liede hebbe huijse inde steede en haer goet daer
    gebrocht, ick salt noch Een maent insien en
    uhEd goetvinde afwachte, hiermeede Eijnde
    gende blijfve

    Mijn heer en lieste hartge

    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

    Combinatie van drie afbeeldingen. Linksboven een hijsrad op een zolder, links onder een steile zoldertrap me een afsluitbare deur en rechts een geveltekening van een grachtenpand met een klokgevel. Onderaan een luik naar de kelder en een trap naar de voordeur. Naast de voordeur twee grote ramen. Op de eerste en tweede verdieping zitten drie ramen naast elkaar, op de vierde verdieping twee ramen met een luik er tussen en in de top van de gevel één luik met daarboven een hijsbalk.
    Voorbeeld van een grachtenpand met een pakzolder. In de gevel zit een hijsbalk en op zolder een hijsrad, zodat je niet alle spullen via de zoldertrap naar boven hoeft te brengen. Collectie: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, BT-005176, 508.585 en 508.582

    Naschrift

    De brief ligt klaar om te versturen en dan komt er een brief van Godard Adriaan binnen. Hij blijkt niet geheel gezond. Wat wil je ook met zo’n veldtocht? Margaretha drukt hem op het hart niet verder met de Keurvorst mee te reizen, maar in Minden te blijven tot hij beter is. Gelukkig is dat precies wat Godard Adriaan gedaan heeft, want deze brief ontvangt hij twee weken laten in in Hamburg.

    Brieffragment gezondheid Godard Adriaan

    Mijn lieste hartge naert schrijfve van dees ontfange vhEd vande
    10 deeser waerwt met hartelijcke leetweese sien
    uhEd indisposijsie dit bedroeft mij meer als
    Eits het goet is met godts hulpe te verwine
    als ick uhEd maer in gesontheijt mochte behoude
    och hoe verlange ick naert aenkoome vande
    naeste post, met siecke leede te reijse sal imers
    niet wel sijn hoope uhEd so voorsichtich sult sijn
    en laete de keurvorst reijse, blijfve te minde
    wtruste, [ick hebt voorwaer wel gevreest dat]

    En als ze dan toch weer aan het schrijven is, houdt ze hem ook nog even op de hoogte over de Acte van Garantie voor hun afgebrande huis. Ze herhaalt daarbij de voorkomendheid van de Prins en de maning tot geduld van de broers Fagel.

    Ook vermeld ze dat de Heer en Vrouw van Ginkel erg dankbaar zijn voor het geld voor de brandschatting, ze hadden geen idee hoe ze dat geld anders bij elkaar hadden moeten krijgen. Margaretha maakt zich wel zorgen en is bang dat het bos al verkocht is aan de kapers uit de familie.

    Gravure van een ruïne. Er staan nog een paar muren overeind en de schoorsteen. Er staat een muur waar we dwars door de ramen kijken. Aan de linkerkant staat het koetshuis nog overeind, heer zitten wel gaten in het dak. Op de straat er omheen, staan een paar vrouwen bij een man die op de grond ligt. Recht staan een paar heren met hoge hoeden te kletsen met bajonetten in hun hand. in het midden is een vrouwspersoon te zien, het is onduidelijk wat ze doet.
    Het afgebrande huis van minister Van Maanen in Brussel, 1830. Mogford 1830-1831. Collectie: Rijksmuseum

    Dan is het tijd om de brief voor de tweede keer af te sluiten. En nu moet ze opschieten! Ze zal met groot verlangen naar de brieven van haar man verlangen…

    Oh, trouwens, dat van die jonge Pöllnitz… Dat was aan het hof en er waren allemaal mensen bij!

    Brieffragment laatste ondertekening en opmerking over de jonge Pöllnitz

    [sijn,] hiermeede sal ick met groot ver=
    lange naer uhEd briefve verlange en blijfve
    met haest

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijff
    MT
    het geen den
    jonge penits
    geseijt heeft soude opt hof op
    de voorkamer van sijnhoocheijt
    in presensi van meenichte van
    van mense geschiet sijn

  • Middachten

    DatumPlaats
    Geschreven17 maart 1673Den Haag
    Ontvangen7 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Er is ook geen moment dat Margaretha kan ontspannen. Ze is nog nauwelijks bekomen van het afbranden van haar kasteel in Amerongen of er komt slechte tijding uit Middachten.

    Bos

    Volgens berichten uit Gelderland wordt het Middachter bos omgehakt. Het schijnt ook dat de intendant het bos verkocht heeft aan iemand die meent er recht op te hebben. Ook over Harreveld, dat ook van zoon Van Ginkel en zijn vrouw is, wordt nu een brandschatting geëist. De bijzonder goed ingevoerde nicht, de vrouwe van Nieuwenheim, wordt weer ingezet. Er zit weer niks anders op dan het lot in de handen van de Heer te leggen.

    Eerste brieffragment over Middachten
    Tweede brieffragment over Middachten

    [men weet niet hoe of wat men doen sal,] so men wt
    gelderlant schrijft sijnse int Middachtense bos
    al aent hacke en soude dien giene1diegenen die de preetensi
    op die middachtense goederen maeckt het selfve bos vande inten
    =dant voor 5000f gekreechgen hebben , over harvelt2Harreveld
    Eijschense ock swaere kontreebuijsie, de vrou van
    nieuwenheijm is naer wtrrecht om met den inten
    intendant te spreecke en sien of sijt kan af
    maecken, het sou Een swaeren slach sijn dat sijn
    bos geruweeneert wiert en wat sou mender toe
    doen , dit sijn swaere besoeckine dan moetent met
    gedult drage en de wtkomste vanden heere verwachte

    ditt aen geene middelen ontbreeckt om ons weer te
    seegenen alst sijne godlijcke wille is, op wiens
    barmharticheijt en goedertierentheijt wij ons moete
    vertrouwe, [de pagadoors sulle van dach tot dach de]


    Zwartwitfoto van een man met een kistje in zijn hand. We zien hem op zijn rug en hij kijkt naar een gigantische omgehakte boom. De stomp van de boom is bijna zo groot als de man zelf. De boom ligt in de kijkrichting van de man.
    Omgezaagde bomen langs de Middachter Allee, De Steeg, Zilver Rupe, 1945. Collectie: Gelders Archief

    Rechten op Middachten

    Zoon Van Ginkel wordt Heer van Middachten door zijn huwelijk met Ursula Phlippota van Raesfelt, zij was de erfdochter van Reinier van Raesfelt, haar vader. Op verschillende momenten in de vererving van Middachten en de bijbehorende goederen (bijvoorbeeld Harreveld en de zogenaamde Münsterse goederen), zijn er mensen die vinden dat zij onheus bejegend zijn. Reinier van Raesfelt erft samen met zijn zus Middachten van zijn tante, maar een andere neef van die tante roept dat het testament gemanipuleerd is. De (familie van) deze Godert Egberts blijft aanspraken maken op Middachten. Reinier had zijn zwager, die ook aanspraak maakte, al in 1633 afgekocht. Daarnaast had hij nog een bastaardzoon, die zich ook achtergesteld voelde door de ‘echte’ familie van zijn vader. Voor al deze mensen was de inval van de Fransen een mogelijkheid om oude rekeningen te vereffenen.

    Oude tekening van een omgracht kasteel. De gracht loopt rond, met daar omheen bomen. Het huis staat midden in de gracht. Op de ommuurde voorburcht staan aan weerszijde van de oprijlaan twee gebouwen met trapgevels. Recht tegenover het kasteel, bij de eerste brug staat een poortgebouw. Aan de voorkant hebben de muren van de voorburcht torens.
    Fragment uit Het kasteel Middachten : met ontwerp voor een buiten de slotgracht gelegen plein voor de poort van de voorburcht, N. Ritz van Geelkerck[en], 1652. Archief Huis Middachten.

    Soldij

    Ondanks de aanstelling van de pagadoors3van het Spaanse pagador = betaler. Hier geldschieters. schiet de uitbetaling van soldaten en officieren ook nog niet op. De hoge officieren worden helemaal niet betaald. Vooral de officieren die hun huizen in Utrecht en Gelderland hebben en niet door Holland betaald worden4Van Ginkel was overgestapt naar Hollandse dienst, dat is kennelijk niet alle officiers gelukt, die hebben het zwaar.

    Uiteraard krijgen ook Margaretha’s eigen financiële perikelen in deze brief weer uitgebreid de ruimte. Uitbetaling van de ordinanties zit er, ondanks de beloftes, nog steeds niet in.

    Brieffragment over soldij

    [vertrouwe,] de pagadoors sulle van dach tot dach de
    meeliesie betaelle doch geschiet niet en alse al gelt
    geefve salt noch geen maent sols sijn wat ree
    kruijteerine konnense daer mee doen, geen
    tracktemente vande hoochge offiesiers worde betael
    die al haer goet int sticht en gelderlant hebbe gelate
    en hier niet betaelt worde sijnder niet
    wel aen, [den ontfanger wt den boogaert stelt]

    Gravure van twee soldaten bij een tafel. De een probeert de andere weg te houden bij de tafel waarop geld ligt. Achter de tafel zitten mannen die zichzelf erg belangrijk lijken te vinden. Eén van hen schrijft in een boek.
    Soldaten die hun soldij uitbetaald krijgen (fragment van: Illustratie voor ‘Den Arbeid van Mars’ van Allain Manesson Mallet), Romeijn de Hooghe, 1672. Collectie: Rijksmuseum

    Klein nieuws

    Er is ook hartverwarmend nieuws. De oude heer Temminck, de bankier die de zaken van de Van Reedes in Amsterdam behartigt, heeft Margaretha bij hem thuis uitgenodigd. Dat waardeert ze zeer.

    Ovaal geschilderd portret van een beetje een blekige jonge man. Hij heeft dik golvend haar tot op zijn schouders. Zijn gezicht is lang en smak. Hij heeft een relatief klein bovenlijf. Hij draagt een kuras, met daaronder een gele wambuis en poffende manchetten. Met zijn rechter hand leunt hij op een wandelstok.
    Ulrik Frederik Gyldenløve, Wolfgang Heimbach, 1661. Collectie: Deens Nationaal Historisch Museum. Bron: Wikipedia

    De vrouw van neef Van Wulven “blijft nogal liggen”, gelukkig zijn haar man en haar broer nu wel bij haar. De Heer van Wulven heeft inmiddels wel zijn meubels terug, maar hij moest er wel 1500 gulden voor betalen.

    Gerechtigheid

    Helemaal aan het eind van haar brief haalt Margaretha nog even uit. Hoewel het geen christelijke deugd is, leek Margaretha een beetje afgunstig ten opzichte van Daniël Oem van Wijngaarden toen hij zijn missie in Denemarken begon. Zou het haar goed doen dat ze nu kan schrijven dat hij het verbruid heeft? Hij heeft op eigen houtje met de Koning van Denemarken onderhandeld en beloften gedaan die hij niet kan waarmaken. Hij heeft contant geld beloofd, terwijl de opdracht was om met (staats-)obligaties te betalen. En hij ligt ook nog overhoop met de halfbroer van de koning. Niet erg handig voor een diplomaat. Ze schijnen hem uit de regering te willen zetten.

    Brieffragment over Daniel Oem van Wijngaarden

    men roept hier
    seer over den heer
    van werckendam5De heer van Werkendam: Daniël Oem van Wijngaarden
    die so geseijt wort
    soude teegens de intensie vanden staet geneegoosgeer6Negotieren: Politieke onderhandelingen voeren
    hebbe, hebbende den koninck7Koning Christiaan V van Denemarken belooft het tracktaet in
    kontante peninge te voldoen, daer sijn last is geweest
    om die met oblijgaesie8Obligatie: Schuldbekentenis te voldoen, men spreeckt
    hier seer s, den jonge bemont isser naer toe om de raet
    =tefikasie wt te wissele en nu komt dit voor den dach
    ock leijt hij heel overhoop met den heere guldeleuw9Ulrik Frederik Gyldenløve, bastaardzoon van Frederik III ,
    men spreeckt hier van hem heel wt de reegeerin
    te sette te weete wercken
    dam