Blog

  • Post

    DatumPlaats
    Geschreven26 februari 1672Amerongen
    Ontvangen4 maart 1672
    Lees hier de originele brief

    Elke brief begint Margaretha met het bedanken van Godard Adriaan voor de brieven die ze ontvangen heeft. Kennelijk doet Godard Adriaan dat ook in zijn brieven, want als één van haar brieven mist, schrijft ze dat ze echt met elke post geschreven heeft. Het verzenden van een brief had meer voeten in de aarde dan je verwacht.

    Ameronge den 26 febrijwa 1672

    Mijn heer en lieste hartge

    ick ben verwondert wt uhEd aengenaeme vande
    17 deeser te sien dat onse briefve niet sijn overge
    koome ick geduerende uhEd wt weese niet meer
    als Eene post overgeslaechge, dat int Eerst doen
    uhEd te berlijn quan is geweest, en sint noijt
    gemangueert ick heb beuseckhom gelast de
    briefve voort den strijcker over Amsterdam
    te sende het welcke geloofve hij nu doet, [ick]

    De post was toen net zo commercieel als dat hij nu is en er waren verschillende manieren om brieven te versturen. Vanuit Nederland waren er een paar opties, maar binnen Europa kreeg je al vrij snel te maken met het postimperium van Thurn und Taxis. Margaretha probeert verschillende routes en bezorgers uit. Hier kiest ze voor Strijker in Amsterdam. Ze was niet de enige voor wie het verzenden en ontvangen van post een avontuur op zich was: ook Johan de Witt worstelde hiermee.

    Verder gaat het in deze brief over het betaald krijgen van het geld voor Godard Adriaans werk. Maar dat inkijkje in de 17e eeuwse bureaucratie bewaren we voor later.

    Speciaal in het fragment van vandaag ook de kop van de brief. Links boven “Rec. 4e Martij”, de aantekening wanneer Godard Adriaan de brief ontvangen heeft: op 4 maart. De brief heeft er 7 dagen over gedaan, Margaretha schreef hem op 26 februari en het was een schrikkeljaar. Let vooral ook op de briljante spelling van “februari”. En natuurlijk het begin van elke brief: Mijn heer en lieste hartge…

    De adressering op een brief van Agnes aan groote papa Godard Adriaan in 1690. Normaal gesproken vouwde men een brief tot een soort envelop en stond de adressering dus op de brief zelf. Bij Margaretha’s brieven zie je dit nooit. Zij gebruikte dus kennelijk (een soort) enveloppen. Brief uit Het Utrechts Archief HUA1001.2737

  • Utrechtse verkiezingen

    DatumPlaats
    Geschreven22 februari 1672Amerongen
    Ontvangen29 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Margaretha schrijft regelmatig naar haar man met updates over de Utrechtse politiek, zo ook op 22 februari. De uitslag van de verkiezingen in Utrecht, waar Godard Adriaan en Margaretha zich al weken mee bezig houden, is dan bekend.

    [naer wttrecht doen,] voorleedene saterdach119 februari
    is de Elexsi2verkiezing bij de heere Edelen gedaen, en
    den raetsheer nieupoort3Gerard van der Nijpoort den heere van schoonou 
    =we4heer van Schonauwen rossom5Adriaan van Rossem en onse neef van wellant6Godard Willem van Tuyll van Serooskerken, heer van Welland int
    Eerste lidt7de vertegenwoordigers van de kapittels, eerder hier besproken gestelt sij moogen wel van ge
    =luck spreecken sitten sacht en wel, dit is met
    Een paericheijt van steme8een parigheid van stemmen: unaniem geschiet so dat het
    schijnt de gemiskontenteerde9ontevreden heere haer be –
    docht hebbe siende10aangezien dat sij niet koste te weech
    brenge haer hebbe bij dandere gevoecht

    Voor Godard Adriaan bevat deze brief goed nieuws. De kandidaat die hij steunde, Gerard van der Nijpoort, is verkozen. Belangrijker nog: Godert Willem van Tuyll van Serooskerken, simpelweg (neef) Welland genoemd is ook verkozen! Welland werd na het overlijden van zijn vader en moeder, Godard Adriaans zus, als pleegzoon in huis genomen door Margaretha en Godard Adriaan. Hij is op Kasteel Amerongen opgegroeid met Godard van Reede – Ginkel. Margaretha wenst hem dus even veel voorspoed in het leven als haar eigen zoon.

  • Een machtich leeger

    DatumPlaats
    Geschreven18 februari 1672Amerongen
    Ontvangen26 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Een week geleden kon Margaretha eindelijk goed nieuws doorgeven aan Godard Adriaan. Gelukkig voor haar kan dat deze week ook weer. De Republiek heeft er namelijk een bondgenoot bij in de strijd tegen Frankrijk! De vroegere aartsvijand Spanje maakt zich zorgen dat Frankrijk door de Spaanse Nederlanden wil trekken en sluit zich daarom aan bij de Republiek. Dat geeft Margaretha weer hoop!

    nu de raetifikasie ratificatie wt spange1Spanje is gekoome
    en men voor seecker hout dat den keijser2Keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk
    met ons is, schept men hier weer wat moet
    Evenwel seijt me datter booven de werfvine 
    daerse de offisiers van hebbe gemaeckt
    noch twintich duijsent man sulle werfen
    dat sal Een machtich leeger maecken,
    ent lant veel koste daer sulle weer nieuw
    schattine moeten sijn, doch tis beeter te
    geefve als vande vijanden verijaecht3verjaagd te
    worde daer de heer ons voor wil behoede

    Naast het verbond met Spanje schrijft Margaretha ook weer over de troepenwerving. Op 15 februari schrijft ze nog dat er nog dertigduizend troepen geworven moeten worden maar nu, slechts drie dagen later, zijn het er ineens tienduizend minder. Of Margaretha hier een foutje maakt in de aantallen of dat er echt in drie dagen tienduizend mannen in het leger zijn bijgekomen is een raadsel. Ongeacht de precieze hoeveelheden wordt het wel een “machtich leeger.” Margaretha is nu een stuk positiever dan eerder. Een nadeel hiervan is wel dat de enorme kosten die hiermee gepaard gaan doorwerken op de adel. Beter om iets meer te betalen aan de staat dan om veroverd te worden, aldus de pragmatische Margaretha. Margaretha houdt Godard Adriaan ook op de hoogte van de dagelijkse zaken: zo is ze begonnen met het verkopen van hun vee.

  • Een ware beestenboel

    DatumPlaats
    Geschreven18 februari 1672Amerongen
    Ontvangen26 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Kasteel Amerongen is het centrum van een gigantisch boerenbedrijf. Op de uitgestrekte landerijen van Margaretha en Godard Adriaan verbouwen ze verschillende soorten groenten en weiden ze vee. Het doel hiervan is zo veel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. De handelsnetwerken waren immers nog niet zo uitgebreid en even naar de markt gaan voor eten was amper mogelijk.

    Kaart van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, omstreeks 1696 (NB dit is niet het hele landgoed!). (Collectie Utrechts Archief HUA1001.435)

    Vee verkopen

    Nu de oorlogsdreiging steeds dichterbij komt is Margaretha druk bezig met voorbereidingen treffen om weg te vluchten. Ze is op zoek naar een huis om naartoe te vluchten en is al begonnen met het inpakken van spullen. Op aanraden van Godard Adriaan verkoopt ze ook hun paarden en vee. Zelf is Margaretha niet laaiend enthousiast hierover: ze denkt ze niet naar waarde kunnen te verkopen omdat mensen arm zijn door de harde winter. Al hun geld zal naar eten moeten gaan, niet naar dure beesten.

    [uhEd schrijft van al onse paerde en]
    vee af te staen, dat mijns oordeels niet wel
    doen lijck is, om dat men door de vroechge win
    -ter en dat het volck wt gevoert is geen
    beeste sal konne quijt worde1kwijt maken/kwijt worden: van ontdoen ,ij we niet voor
    half gelt want de lie hebbe voort geene sij
    al reets hebbe niet veel meer te Eeten be
    -halfven dat de weijen niet sulle beschaer2bescharen: het vee de weide in brengen
    worden want uhEd soude niet geloofve hoe
    deliede haer soecke te behelpen, ick heb al koe
    beeste geveijlt te verkoope maer daer komt
    niet Een mens naer wt, de twee bou paerde
    so lange wij de bonwerij3bouwerij doen konne wij
    niet misse den oude hans4Oude Hans is lid van het personeel van Kasteel Amerongen seijt teunis
    is sijn kost waert en sou ock geen gelt gelde
    -den henst5mogelijk verwijst dit naar een “gelding”, een gecastreerd dier, in dit geval een hengst alst uhEd beliefde soude wij
    konne missen, de 3 venlens6veulens vermidts uhE
    mij onlans schrijft die tot sijn plasier7plezier wel
    te wille houde was ickse gereesolveert8vastbesloten
    te houde, so deselfve van sin verandert is
    belieft het met de naeste post te schrijfve
    den jonge ruijn9ruin: een gecastreerde hengst die uhEd mee heeft gehadt
    meende den heer van ginckel10haar zoon Godard van Reede – Ginkel dat wij te
    soomer inde weij behoorde te laeten gaen om
    dat het wat meer sterckte mocht krijgen

    dan meende ick twee koetspaerde te houde
    en Een te verkoopen nu ohde paerde mart11paardenmarkt
    den ruijn die van overberch en Een dick
    kop is sal ick meede verkoope maer
    moet hem noch Een weecksof drie hou
    – de om dat hij so vol droes12klier, gezwel is, en Een
    groote knobbel aenden hals heeft die 
    vandaech doorgeslaegen is heeft, tot
    het geneesen is sal hem dan almeede
    quijt maecken13kwijt maken/kwijt worden: van ontdoen, [vandaech heb ick Een]

    Het stuk over het vee is nogal uitgebreid: Margaretha schreef regelmatig uitvoerige stukken, over politiek maar ook dus over zaken betreffende hun bezittingen. Godard Adriaan bleef zo dus goed op de hoogte van wat er speelde op het thuisfront. Of hij van ieder dier precies moest weten hoe het er mee ging is natuurlijk de vraag. De brief van 18 februari gaat niet alleen over hun veestapel: Margaretha geeft ook getrouw een update over hoe de Republiek er militair voor staat.

    Lees hier de originele brief

  • Molen verkocht

    DatumPlaats
    Geschreven15 februari 1672Amerongen
    Ontvangen23 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Op 21 januari had Margaretha over het kopen van een molen om hier financieel voordeel uit te halen. Ze vroeg toen toestemming aan Godard Adriaan om deze molen te kopen en nu, bijna een maand later, lijkt het alsof ze die gekregen heeft.

    de meule alhier is
    gistere opt raethuijs geveijlt om die te verkoope 
    geloofve die wel vijf duijsent gul sal gelde
    om dat alser Een goeije moolenaer opdis hier het
    beste gemael dat hier ontrent is, sal sijn, die van
    laersom1Leersum, een dorpje nabij Amerongen moogen te derthuijse2Darthuizen, een dorpje nabij Leersum en Amerongen niel laeten maelle
    maer moeten hier koomen, mij dacht het Een reega
    – elie3aanwinst hier aent huijs sou weese en wij hoef de voor Eers
    geen gelt te geefve vermidts daer inde meule so veel gevesticht staet alse gelde sal

    Margaretha ziet de molen als een aanwinst voor de familie en is tevreden met hoe het uitpakte. De molenaars uit Leersum mogen namelijk niet in het nabijgelegen Darthuizen malen maar moeten dus wel naar Amerongen en de nieuwe molen van de familie Van Reede komen. Buiten dit goede nieuws schrijft Margaretha ook over minder plezierige zaken: de werving van mensen van “slechte en droncke bloede.”

    Een tekening van Amerongen uit 1620 met daarop de Andrieskerk en de molen. Gemaakt door Andries Schoemaker. Collectie Koninklijke Bibliotheek

  • “Slechte en droncke bloede”

    DatumPlaats
    Geschreven15 februari 1672Amerongen
    Ontvangen23 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Naast de aankoop van de molen schrijft Margaretha op 15 februari ook over de werving. Voorbereidingen op de aankomende oorlog gaan door en de Staten van Utrecht en de Staten van Holland werven meer en meer soldaten. Margaretha is echter niet echt te spreken over de kwaliteit van deze soldaten:

    [jo sefs te harte neemt], men heeft in den haech en
    te wttrecht tot de nieuwe werfvine de offisiers
    gemaeckt so geseijt wort sijnder Eenige fraeije
    lie1lieden onder, maer meest sulcke slechte en dron-
    cke bloede dat het bedroeft is, vermidts men
    no men spreeckt van noch booven dit niewe volck
    30000 man te werfve vrees ick dat se die volcke-
    ren van de goede gein tensioneer de vorste niet
    sulle aeneeme, en hier meer volck te werfve weet
    ick niet waer sijse krijge sulle, wanter seer weij-
    nich liede van merijte2verdienste te wttrecht sijn ge-
    weest die haer nu tot deese werfvine hebbe
    aee aen gepreesenteert maer in hollant seijt
    – mee datse al braefve3dappere offijsier hebbe laeten gaen
    , men spreeckt ock te wttrecht vande bekende
    kompangi dat die so qualijck gehoude wort
    dat se heel te niet gaet en nootsaecklijck sal moete
    vergeefve worde [tot het geene uhEd]

    Margaretha maakt zich zorgen: nu wordt er al slecht volk geworven maar er zijn plannen om daarbovenop nog eens dertigduizend extra soldaten te werven. Waar moeten ze vandaan komen? Enkel tijd zal leren hoe deze pasgeworven troepen zijn in de strijd.

    Klik hier om de originele brief te lezen

  • Doesburg versterkt

    DatumPlaats
    Geschreven11 februari 1672Amerongen
    Ontvangen23 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Op 11 februari schrijft Margaretha nogal geïrriteerd naar Godard over Philippota’s zwangerschap. Naast dat onderwerp bespreekt ze ook militaire ontwikkelingen in de Republiek.

    De eerste maanden van 1672 kenmerken zich door enorme vrieskou en het water in de rivieren bevriest. Een zorgelijke zaak want zowel de IJssel als de Rijn zijn onderdeel van de verdediging van de Republiek. Bij een bevroren rivier zou de vijand er gewoon over heen kunnen lopen. Margaretha denkt echter dat de vijand dat niet zou durven: straks komen ze nog vast te zitten in het land als de rivieren weer dooien.

    [sij is noch hier,] en naert segge van de
    meeste wort geoordeelt dat hoewelt
    hier harder vriest alst noch vant heelle
    ijaer heeft gedaen, en dat al de reeviere1rivieren
    sitte2bevroren zijn, dat de vijant hem niet sal derfve3durven
    so verde hier int lant begeefve vermidts
    het te laet int ijaer wort, ock heeft me

    nu de stat van doesburch4Doesburg en voort de boo
    – ve frontiere5grenzen vande kruijt6buskruit en sonte ver
    sorcht ock spreecktme van Een vliech –
    gent leeger7mobiel leger wat inspringt waar nodig van 8000 man naer men
    te sende, [ons silver koster met noch]

    De Rijn en de IJssel zijn versterkt met meerdere vestingsteden, waaronder Doesburg. Doesburg ligt aan de IJssel, vlakbij Kasteel Middachten, het thuis van zoon Godard van Ginkel. Van Ginkel zelf is op dat moment is Doesburg: daar is immers zijn regiment gestationeerd. Voor Margaretha en Godard Adriaan is het dus goed nieuws dat de stad nieuwe voorraden kruit heeft gekregen en dat er een mobiel leger die kant op gaat. Hoe sterker Doesburg is, hoe groter de kans is dat Godard van Ginkel het overleefd.

    Kaart van de vestingstad Doesburg in 1654 door Nicolaes van Geelkercken. Collectie Gelders Archief

  • Diplomatie aan het hof

    DatumPlaats
    Geschreven8 februari 1672Amerongen
    Ontvangen19 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    De brief die Margaretha stuurt aan Godard Adriaan op 8 februari 1672 begint met alledaagse zaken: ze beschrijft wie inmiddels hun schulden aan de familie heeft afgelost en van wie ze nog steeds geld tegoed hebben. De “bekende” 5000 gulden is nog steeds niet betaald. Bekend omdat dit bedrag al open staat sinds voor Godard Adriaan naar Berlijn vertrok en Margaretha het bijna iedere brief wel noemt.

    Diplomatieke perikelen

    Met de alledaagse zaken uit de weg gaat Margaretha over op, voor ons, interessantere zaken: Godard Adriaans voortgang als diplomaat aan het hof van de Keurvorst van Brandenburg.

    tis mij seer lief te hoore dat den heere keur
    – vorst kontiniweert1continueren, voortduren in sijn geneegentheijt tot
    deesen staet het welcke wij wel van noode hebbe
    so ick hoore hanckt de gunst vande vorste van
    sel en luijnenburch2de Duitse Hertog van Celle en Lunenburg daer heel aen die haer
    naer den keurvort van brandenburch wille
    reeguleere, men seijt dat den Ambassadeur
    doenin naer geen presentaesie die hem
    vandeesen staet werde gedaen en wil
    luijsteren maer seijt hij weerom ontboode
    is en op sijn vertreck staet, dat ock den
    koninck van vranckrijck aen onsen Amba
    de groot3Staatse ambassadeur Pieter de Groot, gestationeerd in Parijs soude geseijt hebbe dat hij sijn
    meesters geen dienst daer meer koste
    doen oversulcks wel soude doen te ver
    trecke,  so dat die twee rijcke als Enlant

    en vranckrijck naer alle Aprehensi 4begrip, vrees het Eens
    sijn en ons beijde sulle atackeere 5aanvallen, daerom
    ick noch beducht6angstig, benauwd ben of wij in den haech al
    verseeckert7veilig sulle weesen, [de vrou van ginckel]

    Op 25 januari schrijft Margaretha al dat ze overweegt om naar Amsterdam te gaan in plaats van Den Haag maar ze geeft geen specifieke reden hiervoor. Die krijgen we nu wel: dat Frankrijk en Engeland een verbond hebben gesloten in het Verdrag van Dover is bekend geworden. Een diplomatische oplossing met Frankrijk lijkt niet meer een realistische kans, zo zegt Lodewijk XIV aan de Staatse ambassadeur in Parijs. De Republiek heeft hard steun nodig.

    Margaretha is dus ook blij om te vernemen dat de Keurvorst Godard Adriaan genegen is. De steun van de Keurvorst is van vitaal belang. Deels omdat de keurvorst een groot leger bijeen zou kunnen krijgen en deels omdat andere Duitse edelen, zoals de Hertog van Celle en Lunenburg, zijn voorbeeld zouden volgen. Hopelijk is God met hen, zo eindigt Margareta de brief.

  • De zwangerschap van Philippota

    DatumPlaats
    Geschreven4 februari 1672Amerongen
    Ontvangen23 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Vandaag schrijft schoondochter Philippota een brief aan haar schoonvader Godard Adriaan. Hij zit in het archief tussen de brieven van Margaretha, dus we nemen hem gewoon mee. Philippota is op dit moment bij Margaretha in Amerongen. Het belangrijkste onderwerp in de brief van Philippota: haar zwangerschap.

    In een brief van 24 oktober schrijft Margaretha al over Philippota’s zwangerschap. Volgens haar berekeningen zal Philippota in februari of maart bevallen. Het moment komt steeds dichter bij.

    Philippota en Godard van Ginkel hebben in 1672 al drie kinderen, Margaretha (1667, ook wel Tietge genoemd), Frederik Christiaan (1668, de kleine Fritsge) en Anna Ursula (1669, ook wel Antge) en nu volgt nummer vier. Een bevalling is een riskante zaak: de hulp van schoonmoeder Margaretha zal dus nodig zijn. Philippota is daarom vanuit Kasteel Middachten naar Amerongen gekomen, waar ze nu al een tijd verblijft. Philippota denkt zelf namelijk dat de bevalling ieder moment kan komen.

    Middachten, Amerongen, Den Haag

    Op 22 december wil Margaretha al dat Philippota bij haar in Amerongen komt, voor het reizen te ingewikkeld wordt door het winterse weer. Ze noemt Philippota’s aanwezigheid voor het eerst in haar brief naar Godard Adriaan op 25 januari.

    de vrou van ginckel gaet noch al
    en ben met haer in geen kleijne bekomerin door
    aldeese tijdine, was gereesolveert1resolveren: voornemen deese weeck
    noch met haer naer den hach te gaen, maer
    dewijlle het nu heel aent doeije2dooien is, ben half van
    reesoluijsi3resolutie, beslissing het noch met haer hier te blijfve om
    de koste en moeijlijckheijt vande reijs vermidts de
    vaerte over al toe sijn, te ontgaen, hoope wij
    haer kraem4bevalling noch hier sulle konne wt houde

    Margaretha naar Godard Adriaan

    Naar Den Haag met een zwangere vrouw is sowieso al niet aan te raden maar nu de extreme vrieskou voorbij is en de wegen zijn gaan dooien zijn de wegen nog eens extra onbegaanbaar. De dames blijven dus in Amerongen.

    In de brief van 29 januari is Philippota nog steeds niet bevallen en zijn ze nog steeds in Amerongen. Op 1 februari is er nog steeds geen nieuws. Als Philippota bevallen was op de datum die ze zelf had berekend was ze nu ook al uit de kraam geweest, zo schrijft Margaretha aan haar man. In oktober had Margaretha al ingeschat dat Philippota in februari of maart zou gaan bevallen. Nu geeft ze aan dat het gewoon afwachten is: “wij moetent vande hant des heere verwachten in wiens heijlige bescherminge uhEd beveelle en blijfve”

    Als het een zoon is…

    Uit Philippots’s brief blijkt dat ze zelf niet verwacht had dat haar zwangerschap zo lang zou duren.

    [orlog gemack wort,] ick hadde nit gedacht
    mijn kram soo lange sol an gelopen hebben
    docht hope dat goedt5God mijn hast een geluckege en vorspoudige verlossin velenen sal
    en dat het een soon mag wesen dij wij met
    premicij6permissie van uHEg deself naem7van u Hoog Edel geborne zijn naam seullen
    gefen het welcke hope uHEg angenam
    wesen sal [en goedt den heer ons de genade]

    philippota naar Godard Adriaan

    Ook zegt ze dat het kindje naar Godard Adriaan vernoemd gaat worden als het een zoon is. Margaretha is van plan om zodra Philippota uit het kraambed is te vertrekken naar Den Haag.

    Lees de originele brieven hier: 25 januari, 4 februari (Het Utrechts Archief)

  • Een linie nabij Amerongen?

    DatumPlaats
    Geschreven1 februari 1672Amerongen
    Ontvangen3 februari 1672
    Lees de volledige brief hier

    In haar vorige brief klaagde Margaretha nog dat er in Den Haag geen vorderingen waren om de Republiek te beschermen maar er lijkt toch een heel klein beetje voortgang te zijn op militair gebied. Er wordt namelijk gekeken naar de mogelijkheid tot het opwerpen van fortificaties op verschillende plekken in de Republiek. Deze fortificaties zouden met name in de stroomgebieden van rivieren komen om zo een waterlinie te creëren.

    … de heer van Suijlisteijn 1Frederik van Nassau-Zuylestein
    met den heere wurts 2Veldmaarschalk Paul Wirtz en twee gekomiteerde3afgezanten
    wt de provinsie van wttrecht heb aen greb 4Grebbedijk en

    lans de slaeper dijck 5Slaperdijk geweest om te sien of
    ment daer niet soude konne fortofiseere6fortificeren, versterken
    maer bevinde daer meer als Een half ijaer
    warck aen vast soude sijn, daerom dat
    wt de sin geset wort, voort hoor men niet
    datter Eits tot teegen stant vande gedreij
    – chde vijant gedaen wort, [in hollant sulle]

    Het stuk Zuidoost Utrecht waar het om gaat op de kaart val Blaeuw (gemaakt tussen 1650 en 1675). De grens met Gelderland is roze. Helemaal rechts onderin de Grebbe en de Slaperdijk loopt van Veenendaal naar Renswoude. In deze kaart staat de Slaperdijk (nog) niet. Bron: RAZU 400.15 (Klik voor de volledige kaart)

    Veldmaarschalk Wirtz en Frederik van Nassau-Zuylestein, Heer van het buur-kasteel van Kasteel Amerongen, zijn twee van ‘s Republieks voornaamste militaire bevelhebbers. De twee heren zijn op zoek naar posities die met enige versterkingen als verdedigingslinie zouden kunnen dienen, mochten de Franse troepen door de IJsellinie breken. Of de Grebbedijk en de Slaperdijk hierbij een rol zouden kunnen spelen was de vraag. De twee militairen besloten na hun onderzoek dat dit niet het geval zou zijn. Er zou namelijk nog te veel werk aan de winkel zijn.

    In 1705 maakt Justus van Broeckhuysen een kaart van de Slaperdijk. Links ligt Veenendaal, rechts Renswoude. Bron RAZU beeldbank 67823

    Voor Margaretha zal dit mogelijk als een teleurstelling gekomen zijn. Kasteel Amerongen ligt namelijk achter beide dijken. Ook gesprekken in maart tussen de Staten van Holland en de Staten van Utrecht om in het gebied van de latere Grebbelinie een waterlinie aan te brengen liepen stuk. De enige verdediging die Kasteel Amerongen had was dus de IJssellinie waaraan zoon Godard van Ginkel gestationeerd is.