Blog

  • Huishouden in beweging

    DatumPlaats
    Geschreven4 november 1672Amsterdam
    Ontvangen11 november 1672Russelsheim
    Lees hier de originele brief

    Alles lijkt in beweging te zijn in deze brief: zoon Godard en Willem III staan op het punt met onbekend doel te vertrekken, de troepen van de Keurvorst zouden eindelijk eens in beweging moeten komen en Margaretha wil deze week de hele huishouding naar Den Haag verhuizen. Zilver en waardevol linnen laat ze voorlopig in Amsterdam.

    Brieffragment over verhuizing naar Den Haag

    [de heere wilt noch laete kontiniweere,] ick hoop
    merge met godts hulpe met de vrou van
    ginckel en voort de heelle menaesge naer den
    haech te gaen hoope wij daer sulle mooge blijf
    =ven laet ons koffer met silver en dat
    vande vrou van ginckel en voort ons meest
    en beste linne voort meer ander goet dae
    van Een inventaris is gemaeckt hier blijfve, [mij ver]

    Stilleven op de hoek van een tafel: tinnen schenkkan en borden met een geschilde citroen, mes en olijven, een berkenmeier met wijn en een zilveren pronkbeker. Gerret Willemsz. Heda, 1642. Collectie: Rijksmuseum

    Ze springt van de hak op de tak, want opeens gaat het weer over de zadels. Ze heeft gehoord dat die vier dagen na het verzenden al in Hamburg aangekomen waren. En dat is volgens Margaretha al wel bijna twee maanden geleden (in werkelijkheid zijn de zadels op 1 oktober verzonden). En ze blijft maar proberen Raadspensionaris Fagel te spreken over de ordinantie van het geld dat haar man nog tegoed heeft. Maar daar zit dus absoluut géén beweging in.

    Het huishouden

    Die verhuizing dat is nog wel een organisatorische uitdaging, want ze heeft nogal een huishouden om zich heen verzameld met Ursula Philippota en de kleinkinderen. Bovendien is neef Welland1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha nog steeds in Den Haag. En dat begint Margaretha inmiddels een beetje te irriteren.

    [dat seer difisiel is,] uhEd belieft vrij verseeck
    =kert te sijn dat ick mij inde haech so naeu sal be=
    helpen s en so veel meenaesgeere2Menageren: sparen of ontzien, Margaretha heeft hier een werkwoord gemaakt van het woord ‘menage’ dat gebruikt werd voor ‘zuinig beheer der inkomsten’. Dit is één van de betekenissen van het woord (zie hieronder bij ‘menage’) alst mooge
    =lijck sal sijn het sal ock wel van noode weese
    want heb al Een groote menaesge3Menage betekent hier ‘huishouding’, het werd in de 17e eeuw op beide manieren gebruikt (zie hierboven bij ‘menageren’) de heer van
    wellant is ock bij ons in den haech met 3 knechts
    hij weet niet waer hij blijfve sal kan in geen
    ordinaris4Ordinaris: Plaats waar men voor een vasten prijs kan eten, eethuis. Komt van ordinaris tafel: open tafel. gaen Eeten bij deese tijt, en derft
    ock niet wel naer seelant gaen, ick heb hem
    versocht sijn knechts kostgelt te wille geefve
    en geseijt dat mijn huijs en tafel voor sijn
    Persoon tot sijne dienst is, maer al die knechts
    dat mij dat te swaer soude valle alst waer is
    heb van ons Eijgen met onse kindere Een groote
    meenaesge, en wort out aldie ruijsie5ruzie sou
    mij niet dienen behalfve de groote koste daer
    ick ock niet teege kan, och och uhEd sou niet
    geloofve hoet hier gaet de voornoemde neef
    isser al qualijck aen wenste om veel dat hij

    die komisie bij den kooninck niet gedaen hadt
    dan dat is te laet, [den heer van Albrants=]

    Het huis in Den Haag is niet klein, maar als je al het personeel mee telt, was het toch een vol huis. Alleen Welland heeft al drie knechten. In een andere brief zegt Margaretha dat de zieke kamenier Angenis en Visbach van Philippota zijn. Margaretha’s grote toeverlaat in de huishouding is Sophia Visbach. Zou dat familie van Philippota’s Visbach zijn, of is het gewoon dezelfde persoon, maar is het handiger dat ze bij Philippota hoort als ze ziek is? Ook Margaretha zal een kamenier hebben en er is een keukenmeid Dorit. Uit latere brieven blijkt ook nog dat Philippota een lakei heeft. De ménage telt dan inderdaad al aardig op.

    Welland

    Wat is er met Welland aan de hand? Margaretha’s pleegzoon loopt een beetje met zijn ziel onder de arm. Nog geen jaar geleden leek zijn carrière zo mooi van start te gaan als geëligeerde in de staten van Utrecht. Met de invasie door de Fransen en zijn taak als afgezant naar de Lodewijk XIV, kwam zijn carrière abrupt tot stilstand. Nu heeft hij zich kennelijk vol zelfmedelijden in Den Haag verschanst. Wat moet hij? Hij zou naar Zeeland kunnen gaan, hij immers is heer van Welland en Zoelekerke. Zijn vader heeft hem daar goederen nagelaten, maar wat heeft hij daar verder? Sinds zijn 14e is hij opgegroeid bij Godard Adriaan en Margaretha… Margaretha weet niet zo goed wat ze met deze jongeman moet.

    Herberg met triktrakspelers, Egbert van Heemskerck (I), 1669. Collectie: Rijksmuseum

    Uit eten: de ordinaris

    Margaretha verzucht dat ze haar neef toch niet in een ordinaris kan laten eten. Een ordinaris is een plek waar je voor een vast bedrag aan kon schuiven en mee kon eten wat de pot schafte. De mogelijkheden om buitenshuis te eten waren in de tweede helft van de 17e eeuw in principe ruim voor handen. Er waren altijd al de herbergen, maar er ontstaan halverwege de eeuw ook gespecialiseerde eet- en koffiehuizen. Naast de genoemde ordinaris, waren er bijvoorbeeld ook gaarkeukens: plekken waar ‘bier en wijn en allerhande gare kost’ verkocht werd. Anders dan bij een ordinaris kon je bij een gaarkeuken de hele dag terecht. Herbergen, gaarkeukens en ordinarissen had je in soorten en maten. In een luxere herberg kon je bijvoorbeeld ook in die tijd al op je kamer eten (roomservice!) en om specifieke gerechten vragen.

    Margaretha zegt dat Welland in deze tijd niet bij een ordinaris kan gaan eten. Kennelijk was het het probleem niet zo zeer dat het om een publieke eetgelegenheid ging. Het tijdstip lijkt het grootste probleem te zijn. Het zou kunnen dat de inflatie van het Rampjaar ook de ordinarissen parten had gespeeld. Dat zou betekenen dat de weinige die er nog waren exorbitant duur geworden waren.

    Specifieke informatie over buitenshuis eten tijdens het Rampjaar of eetgelegenheden in Den Haag in de 17e eeuw heb ik zo snel niet gevonden. Interessant (en goed geschreven) is het proefschrift van Maarten Hell over De Amsterdamse herberg (1450-1800).

  • Och hadden wij maar vrede

    DatumPlaats
    Geschreven31 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen4 november 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    Het invullen van bovenstaand blokje lijkt meer een gewoontedingetje, een administratieve handeling, dan dat het echt inhoudelijk iets toevoegt aan dit blog. Deze keer is dat wat anders, omdat het er in het echt iets anders uit ziet dan normaal.

    Aanhef van de brief
    Bovenkant van de brief

    Het meest opvallende is dat er geen ‘Mijn heer en liefste hartge’ aanhef is, terwijl ze dat altijd doet. Daarnaast heeft Margaretha de dag niet ingevuld: ‘den ockto 1672’ staat er enkel. Gezien de regelmaat van haar brieven en hoe de berichtgeving zich verhoudt tot vorige en volgende brieven, moet de brief van 31 oktober geweest zijn.

    Links boven staat Godard Adriaans aantekening waar en wanneer hij de brief ontvangen heeft: rec. (receptie: ontvangst van document) 5 9bris (5 november) tot ffort (Frankfurt).
    De maandaanduiding die hij kiest is iets wat we eigenlijk helemaal vergeten zijn: novem van november staat gewoon voor negen. De negende maand. Dat is het al lang niet meer, maar we gebruiken het nog steeds. En zo is 7ber september, 8ber oktober en 10ber december. Een handige afkorting die waarschijnlijk tegenwoordig tot heel veel verwarring zou leiden.

    Gezicht op de stad Heusden, anoniem, ca. 1640 – ca. 1660. Collectie Rijksmuseum
    Het ‘randevoes’ voor het grote plan van Willem III is in Langstraat, vlak bij de vestingstad Heusden. Ook Godard van Reede van Ginkel moet zich daar melden.

    Oorlog

    De grote vraag blijft waar de Brandenburgse troepen blijven! Margaretha zit duidelijk in haar maag met de dood van Zuylestein. Na de zorg om de weduwe gaat het weer over hoe de functies van Zuylestein verdeeld worden. Ze kan er met haar hoofd niet bij, het is gewoon allemaal niet eerlijk. Ze schrijft het niet hardop, maar dat haar zoon er niets bij krijgt, dat is natuurlijk het minst eerlijk van allemaal. Ook haar zoon moet zich melden voor het grote plan van Willem III. Wat er gaat gebeuren, Margaretha weet het niet, maar ze jammert nog even door. Ze doet dat uiteraard wel op geheel eigen wijze. Gelukkig kan ze altijd nog vertrouwen op God. Ze moet wel, want van de mensen moet ze het niet hebben.

    Brieffragment met Margaretha's visie op de voortgang van de oorlog

    [van geadverteert sulle werde,] wat sal ick segge
    mijns bedunckens1Mijns bedunckens: een manier om het persoonlijke van een mening uit te drukken krijcht me nu op Een heel ander
    manier als voor dees, doen2toen plachtmen te segge
    met den oude te rade en met den jonge te strijdt3Margaretha’s eigen versie van Der ouden raad, Der jongen daad, Der mannen moed Is altijd goed.
    maer nu raet men met jonge en strijtme met jonge
    en alsmen ter plaetse komt daer men vechte sal
    ist prinsipaelste vergeete dat me van noode
    heeft en alles gebreck, [dat mij t meeste bedroeft]

    [weer noch hoochger op marscheere,] ick weet nu
    niet weer waer wij op sulle hoope als alleen op
    de genaede en bermharticheijt godts daer wij wel al
    tijt op moete vertrouwe maer nu schijnt bij ons alle
    menselijcke hulpe wt te sijn, so dit deseijn4Dessein: plan sijnhoo
    cheijt misluckt sijn wij mieseraebel, [hij geeft sijn sel]

    Op naar Den Haag

    Margaretha zet de verhuizing naar Den Haag voort. Ze heeft het huis in Amsterdam voor nog een jaar gehuurd. De drost komt daar met vrouw en vader wonen om op de spullen te passen die daar opgeslagen zijn. Als ze dan toch in Den Haag is, kan ze gelijk weer achter het geld voor haar man aan.

    Brieffragment over de verhuizing naar Den Haag.

    Het zal toch niet… Vrede?

    Net als vaker in Margaretha’s brieven zit het venijn in de staart. Uiteraard krijgt Godard Adriaan de groeten van zijn schoondochter. Over de schoondochter gesproken, Margaretha gelooft dat ze weer zwanger is. Zou het wat met dat spelevaren te maken hebben? De ondertekening bevat ook geen “Mijn heer en liefste hartge” deze keer, alleen het cryptische “Ik zal blijven die u kent”. Er broeit wat. Helaas weten we niet wat Godard Adriaan haar geschreven heeft. Misschien iets dat haar irriteert?

    In de PS staat pas echt verheugend nieuws.

    de vrou van ginckel presenteert haeren dienst
    geloofve sij weer swanger is, ick sal blijfve
    die uhEd ken

    uhEd getrouwe

    men seijt dat de konin van
    vranckrijck de mediasie5Mediatie: bemiddeling van
    sweede heeft aengenoome ock
    de stilstant van wapenen maer
    dat die bij deesen staet soude
    geweijgert en teenemael verworpe
    sijn, ock dat den heere van
    schoonouwe6Frederik van Reede van Renswoude met de menister vande
    heere keurvorst van brandenburch
    die hier laest is aen gekoome weer
    naer Engelant soude gaen, mijn
    dunckt niet dat onse kosijn7Kosijn: neef. Frederik van Reede van Renswoude is de zoon van Johan van Reede van Renswoude. Het begrip neef rijkt bij Margaretha duidelijk verder dan we het nu zouden gebruiken de man is
    om so Een saeck te verichte och hadde wij maer vreede
    aen alle kanten

    Het is wel weer een “men seijt” verhaal, maar dat de Franse koning open zou staan voor bemiddeling is mooi nieuws. Jammer dat men ook zegt dat hij een wapenstilstand ten enenmale weigert. Het bericht dat neef Frederik iets diplomatieks gaat doen, dat ziet Margaretha niet zitten.

    Och hadden wij maar vrede aan alle kanten.

  • Grootse plannen?

    DatumPlaats
    Geschreven28 oktober 1672Den Haag
    Ontvangen9 november 1672Russelsheim
    Lees hier de originele brief

    Na de Slag bij Woerden blijft het Staatse Leger ogenschijnlijk niet stil zitten. Volgens Margaretha wordt het leger opgebroken en naar elders verplaatst als onderdeel van een groots plan. Veel is er niet over bekend en Margaretha moet weer eens vertrouwen op roddels: men seijt dat het plan zo geheim is dat alleen Stadhouder Willem III en generaal van Waldeck weten wat er gaat gebeuren.

    Brieffragment over de plannen van Willem III

    [dencke sulle,] hier ismen seer beesich met
    het op breecke van Een gedeelte vant lee
    =ger men seit sijn hoocheijt Een groot de
    deseijn1desein: plan, denk aan het engelse woord design voor heeft het welcke men wt
    al de preeperaesie2preparatie: voorbereidingen die ders gemaeckt
    sijn wel kan oordeelle dant wort heel see
    kreet3sekreet: geheim gehoude en so geseijt wort souder nie
    =mant als sijn hoocheijt met de graef van
    waldijck4Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg van weeten, meest al onse ruijte
    =rij worde scheep gedaen, men seijt het ran
    =de voes5rendez-vous: afgesproken ontmoetingsplaats te breeda of te berge op soom6Bergen op Zoom, een plaats in West-Brabant sal
    sijn, tis waert is wij mooge godt wel bidde

    Een getekende tryptiek van Den Haag in vogelvlucht. Op de achtergrond de duinen, rechts de zee. In het midden de bomen van het Lange Voorhout. De Plaats ligt precies op de scheiding van de linker en de middelste tekening. Op de linker tekening het Binnenhof.
    Gezicht in vogelvlucht over ‘s-Gravenhage en Scheveningen vanuit het noordoosten (de drie rechter bladen van vijf). Johannes van Londerseel ca. 1614, uitgave Johannes Jansonius. Collectie: Haags Gemeentearchief
    In Den Haag kon Margaretha kiezen uit heel wat kerken om de Heer te vragen om zijn zegen. Het huis aan de Kneuterdijk ligt midden aan de linkerkant van het middelste deel. Daar zien we bovenaan de Grote of St. Jacobskerk en rechts in het midden de Kloosterkerk. Midden op de linker plaat het Binnenhof met de Hofvijver. Hieronder staat de middelste afbeelding groter afgebeeld.

    Zegen van de Heer

    De vrome Margaretha laat het succes van deze opkomende militaire actie het liefst niet alleen van de plannen van Willem III en zijn generaals afhangen. Een deel van haar brief vult ze met een uitgebreid gebed aan God voor Zijn zegen. Dat Hij eindelijk eens de Staatse wapens zegent waardoor de actie een succes wordt. Het welzijn van het land hangt hier namelijk van af, aldus Margaretha. Ook vraagt ze Hem of Hij Willem III voor kwaad wil beschermen. Ze kan zich niet voorstellen hoe het zou gaan met de Republiek als Willem III om kwam.

    Brieffragment over Margaretha's hoop de Heer

    dat het deseijn wil seegene en wel laete suxse
    deere7succederen: slagen want geloofve het wel vaere van ons
    liefve vaderlant hier aen sal hange, och
    dat wij Eens wat geluck mochte hebbe en dat
    god onse wapenen Eens wilde seegenen, uhE
    weet niet hoet hier noch staet, wij mooge ock
    wel bidde om de behoudenis van sijn hoocheijt
    hij waecht sijn selfve alte seer dat het onge
    luck hem Eens trefte dat godt verhoede
    wij waeren alle seer miserabel, ick hoop
    godt ons genadich sal sijn en sijne gunst
    noch weer toonen, somige wille segge of sijn
    hoocheijt met sijn volck naer vranckrijck sou
    dat ick niet kan geloofve ok niet wil hoop
    want de vijande hier te lande stercker sijn
    alsmen meent hoewel men seecker hout dat
    sints die reijnkonter8Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. voor woerde en aende
    vaert sij vrij Een schrick onder haer volck
    hebbe ija so datter geen volck weer naer
    woerde wil of sij moetender om looten,

    Wat de actie in zal houden is een mysterie, maar de geruchten geven wel een idee van wat er gaat gebeuren. De Staatse legers zouden verzamelen bij Breda of Bergen op Zoom in het zuiden van het gewest Holland. Zijn Hoogheid zou dan met de legers richting Frankrijk trekken. Margaretha hoopt dat de geruchtenmakers daarin ongelijk hebben, dat zou de Fransen te zeer de overhand geven in de Republiek. Er is ook een lichtpuntje: door de, weliswaar mislukte, aanval op Woerden, weten de Franse soldaten wel dat je met het Staatse leger niet moet spotten. Het is weer eens afwachten…

    Getekend Den Haag met veel details: huisjes, bomen, tuinen, mensen op straat maar ook putten en karren. Het opvallendst is de kloosterkerk.
    Het middelste deel van het vijfluik van Londerseel. In het midden tegen de openruimte met wandelende mensen aan, op de hoek het huis aan de Kneuterdijk. De dichtstbijzijnde kerken zijn de Kloosterkerk rechts, tussen het huis en de Grote Kerk, aan het Noordeinde, de Engelse of Hoogduitse kerk en (niet op dit deel van de afbeelding) de Waalse kerk op het Binnenhof. De kans is groot dat Margaretha voor de Kloosterkerk koos.
  • In Den Haag

    DatumPlaats
    Geschreven24 oktober 1672Den Haag
    Ontvangen3 november 1672Bergen
    Lees hier de originele brief

    Margaretha is met de vier kleinkinderen in Den Haag aangekomen. En wat fijn! Den Haag is hun eigen huis, daar is ze thuis. Bovendien lagen daar twee brieven van haar man. Wat is ze blij te lezen dat het hem goed gaat.

    Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
    Het huis aan de Kneuterdijk, Anoniem, eind 17e eeuw. Collectie Huisarchief Amerongen

    De troepen kom in beweging

    Haar zoon Godard is gisteren een halve dag langs geweest, hoewel hij daarna weer snel naar zijn kwartier terug moest. Hij kon haar niet veel vertellen over de gang van het leger van zijne hoogheid. Mogelijk marcheren ze naar Maastricht, zodat de Maas omsloten kan worden, maar ze weet er het bescheijt niet van (ze weet het niet zeker). Moge de Heer maar met ze zijn en het succes beter dan bij Woerden en Naarden.

    Brieffragment over Godard van Reede Van Ginkel

    [lotteringe soude gaen,] de heer van ginckel is gistere
    hier geweest doch maer Een halfve dach, is weer nae
    sijn quartier, heeft patent1Patent: Open brief (openbaar, niet verzegeld) geschreven door een autoriteit, in dit geval om naar een specifieke plaats te gaan om van daech met
    loefvingi2Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont en meest aldere kompangie ruijterij te
    marscheere waer heen weet men niet somige segge
    naer maestricht of die kant om de maes te sluijte
    doch hat rechte bescheijt3Bescheid weten: de zekerheid, de waarheid omtrent iets weten weet men niet, int leeger
    van sijn hoocheijt wort ock groote preeperaesie ge
    maeckt tot het Een deseijn4Dessein: plan oft ander, [de heer]

    Utrecht blijft voorlopig Frans

    Margaretha maakt zich ontzettend druk over hoe het ze de komende winter zal vergaan. Iedereen is seer swaerhoofdich en aprehendeere (vrezen) zeer dat Utrecht nog lang onder Franse bezetting zal blijven. Er zijn zo’n 15.000 tot 16.000 Fransen in het land en binnen Kuijlenburg (Culemborg) zeker nog 4.000.

    Eerste Brieffragment over de bezettingsmacht

    de, och ick ben weer so bekomert hoet ons deese
    winter noch gaen sal Een ijder is seer swaerhoof
    =dich en Aprehendeere5Apprehenderen: duchten, vrezen seer dat wttrecht so lange
    frans blijft, hier int lant houtmen voor seecker

    Tweede Brieffragment over de bezettingsmacht

    dat noch wel 15 a 16000 franse sijn binne kuijlenburch6Culemborg
    is noch over de 4000 man, en sij vechten seer alster
    opt aen komt, [noch heb ick de ordinansi van ses]

    Huis Zuylestein, Abraham Rademaker, 1685 – 1735. Collectie Rijksmuseum. Dit huis lag op een steenworp afstand van Kasteel Amerongen. Het landgoed bestaat nog steeds, het huis is aan het eind van de tweede wereldoorlog gebombardeerd.

    Zuylestein

    Nadat Margaretha haar man op de hoogte gehouden heeft van haar vorderingen om de vergoeding voor zijn werk te krijgen, sluit ze haar korte brief af. Ze bedenkt zich kennelijk en schrijft er nog een pagina bij. De troepen van die arme Zuylestein moeten verdeeld worden. Weer zit er geen echte promotie voor haar zoon in. Hij wordt in naam eerste brigadier, maar hij heeft natuurlijk meer verdiend. Gelukkig heeft Zijne Hoogheid iedereen die het horen wilde verteld over Van Ginkel’s heldendaden bij Vreeswijk. Aan het eind van de brief merk je toch dat Margaretha best ontdaan is over de dood van de buurman in Amerongen: de mensen spreken kwaad van hem en zeggen dat hij dronken was. Kennelijk is ze blij dat hij de laster zelf niet mee krijgt, want ze eindigt met: ‘hij is gelukkig dat hij dood is’.

    Brieffragment over Zuylestein en de complimenten van Zijne Hoogheid voor Godard van Reede van Ginkel

    sijn hoocheijt heeft het gouvernement van Breeda aen den jonge rhijngraef7Karel Florentijn van Salm
    so men seijt gegeefve ent reesgement van de heer van suijlisteijn8Frederik van Nassau Zuylestein
    aende graef van waldijck9Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg , de graef van hoorn10Willem Adriaan van Horne seijtme dat noch
    Een kompagni heeft gekreegen, voor die liede reegent het nu
    gout de heer van ginckel is mij vandaech geseijt dat sijn hoocheij
    de Eerste breegadier heeft gemaeckt als men hem geen mercke
    ongelijck wilde doen kost hij niet niet minder hebbe,
    hier koomende seijt men mij dat sijn hoocheijt aende gekomiteerde
    raede van hollant heeft gescheefven hoe wel hem den heer van
    ginckel heeft gedrage niet alleen inde acksi aende vaert maer
    ock hoe dat hij in de tijt van 14 dage sijn wercke hem aen be=
    voolle heeft heel loflijck opgemaeckt daer andere wel Een
    maent en langer over hebbe gewerckt, dit wort bij men heere
    van hollant so mij geseijt wort heel wel en tot groot lof van
    hem op genoome
    tis ongelooflijck so qualijck men hier vande heer van suijlisteijn
    spreeckt veel segge dat hij heel droncke was doen den aenval op
    sijn quartier geschiede hij is geluckich dat hij doot is

  • Een koortsachtige verhuizing

    DatumPlaats
    Geschreven21 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen31 oktober 1672Bergen
    Lees hier de originele brief

    Oh, oh, de troepen, de troepen. Waar blijven ze? De mensen verlangen er zo naar. Zonder de troepen van de keurvorst komt er geen verlossing, zo wordt gekermd. Margaretha noemt desalniettemin het leger van Willem III een ‘schoon leeger’, dat met het laatste treffen alsnog koraesgeuslijck heeft gevochten, ofwel fier heeft gevochten.

    Problemen in Woerden

    Maar het loopt zeker niet gesmeerd, ook nu heeft Margaretha weer meer informatie dan in haar vorige brief. In Woerden bleek men amper een goede kogel in bezit te hebben. Of ze waren te klein, of te groot, wat het raak schieten van de vijand nogal bemoeilijkt. Margaretha vindt dat zijne hoogheid niet fatsoenlijk wordt gediend. Angstig en onzeker blijft ze ook door de geruchten: afgelopen nacht zou er met kanonnen zijn geschoten en mogelijk zouden de Fransen bij Muiden staan. Maar zeker weten doet ze het niet.

    [somige wille segge naer lotterine,] uhEd
    Sou niet geloofve hoe wonderlijck de liede hier
    spreecke, en so verdrietich veelle worde doort lan
    ter deese en achterblijfve van die troeppees
    want men hier sonder de selfve geen verlossi
    en siet, hoewel men hier nu Een schoon leeger
    bij Een heeft en ons volck so voor inde laeste
    reijnkontere1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. voor woerde als aende vaert ge=
    toont hebbe wel en koraesgeuslijck2Courageuselijk: vol goede moed te vechte
    so schijnt dat de deesorderees noch aldaer sijn
    want hoewel den goede heer van Suijlisteijn3Frederik van Nassau Zuylestein
    het met sijn leefve betaelt heeft spreeckt men

    noch seer dat sijn nonsilansie4Nonchalance alleen oorsaeck van
    dat ongeval van voor woerde is geweest, daer hij
    door sijn hoochheit genoech van gewaerschout was
    ock doent geschut voor woerde quam seijt men
    datter niet een kogel was daer men terdee
    ge mee kost schieten of se waeren te groot
    of te kleijn en meer diergelijcke abuijsen5Abuis: vergissing, dwaling
    in soma sijn hoocheijt wort niet wel gedient
    en wij al te saemen blijfven in den druck,
    men heeft deese voorleedene nacht hier seer
    met grof kanon hooren schieten, somige
    wille segge dat de vijant voor muijen soude sijn
    maer kan de waerheijt niet weeten, [so dat al]

    ‘Een schip vol goet’

    Ondertussen bereidt Margaretha zich voor op de verhuizing naar Den Haag. Een maand geleden heeft ze al een schip gehuurd en dat is gisteren vanuit Amsterdam vertrokken naar het huis op de Kneuterdijk. Ze hoopt vandaag zelf met de kinderen te vertrekken. Maar ook hierin vindt ze tegenslag, want haar hoofd van de huishouding mevrouw Visbach en haar kamenier Angenis hebben beiden een brandende koorts te pakken. Omdat ziekte in de 17e eeuw onvoorspelbaar en gevaarlijk was, heeft ze veiligheidshalve de kinderen al buitenshuis onder gebracht.

    Gezicht op Leidschendam met een trekschuit, H. Tavenier, 1784. Collectie Haags gemeentearchief
    In Holland lag een netwerk van trekvaarten. Of Margaretha een trekschuit inhuurde weten we niet, maar waarschijnlijk kwam het schip wel langs Leidschendam.

    [=ren sal,] gisteren heb ick Een schip vol goet
    naer den haech gesonde, meen met godts hulp
    vandaech met de kindere te volgen om die
    daer te brenge also mijn dochters bisbach
    en haer kamenier Angnis, heel dootlijck sieck
    sijn geworde aen seer heefvige en brandende
    koortse se slaen met roode vlacke wt, daerom
    ick de kindere gistere al ten eerste wt den
    huijs heb gedaen ender voort mee naer den
    haech gaen [hoope de heer almachtich ons]

    Waar blijft het goedvinden?

    Dit brengt haar ook op het volgende onderwerp: moet het huis in Amsterdam worden aangehouden tot in ieder geval de komende winter? Op het moment huurt ze De Gulden Troffel, maar door alle onzekerheden over het huis in Amerongen en de onrust in Den Haag weet ze niet of het verstandig is haar veilige haven in Amsterdam op te zeggen. Al meerdere keren heeft ze Godard om zijn goedvinden voor dit plan gevraagd, maar tevergeefs, ofwel háár brieven met deze vraag, of zíjn brieven met zijn antwoord, komen niet aan.

    Pools officierszadel uit de 17e eeuw in het Pools Leger Museum in Warsaw. (bron: Wikipedia)

    En die onzekerheid geldt voor meerdere onderwerpen: de manden met zadels en ander paardentuig blijven ook in deze brief niet ongenoemd. Het is nu precies een maand geleden dat ze vanuit Hamburg verzonden zijn…

    hier wil houd en laeten de drost in met de rest van ons
    goet daer noch in blijfve want Elck seijt so wij wttrecht
    niet weer en krijgen, dat wij inde haech gans niet seecker sijn, dit heb ick uhEd verscheijde maelle geschreefve en versocht deselfs goetvinde te mooge weeten doch tot
    noch toe geen antwoort bekoomen, ick hoop uhEd nu alvan
    franckvoort sal gekoome sijn en de mande met saels ent
    ander paerde goet ontfange hebbe het welcke vandaech
    Een maent is dat het van hier op hamburch heb gesonde
    de heer almachtich wil uhEd in sijn heilige beschermin
    en bewaerine neemen, blijfve
    uhEd getrouwe wijff

    M Turnor

    Geen ‘Mijn heer een liefste hartge’ in de afsluiting deze keer. Loopt de spanning bij Margaretha weer op?

  • Dappere daden, maar geen zege(n)

    DatumPlaats
    Geschreven19 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen28 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    De brieven van Godard Adriaan beginnen nu binnen te stromen. Nu weer twee, van 2 en 5 oktober. En Godard Adriaan is gezond, ondanks alles! De ster van haar zoon is rijzende. Dat doet Margaratha’s humeur leesbaar goed en haar godsvertrouwen ook. ‘Die Godt bewaert staet in een vast Bollewerck’, een vrije interpretatie van Psalm 91:1.

    Die in Godes bewaring sterk
    Hem begeeft onbezweken,
    Die woont in een vast bollewerk;

    Ofwel: als je geloof sterk is, dan is je veiligheid, je verdediging groot. Dat hebben haar man en zoon deze dagen bewezen!

    Brieffragment over het ontvangen van de brieven van haar man

    [mij behandicht] kan godt de heere niet genoech dancke
    voor de genade die hij ons bewijst van uhEd so veel
    sterckte en gesontheijt te geefven in alle die
    swaere fatijchgees int reijse1vermoeienissen van het reizen dewelcke mij niet
    weijnich en bekomere, dan die godt bewaert staet
    in Een vast bollewerck, [gelijcke hij ons gistere en]

    Portret van Antoine Charles IV de Gramont, graaf van Louvigny (of Louvignies). Onbekende schilder, onbekend in welke collectie het zit (bron: wikipedia). Het is ongeloofelijk op hoeveel manieren Margaretha in één brief Louvigny kan schrijven…

    Vuur aan de vaart

    Meer dan in de brief van gisteren weidt Margaretha uit over de daden van Van Ginkel in Vreeswijk. Generaal Louvigny heeft Van Ginkels optreden ‘uitmuntend’ genoemd in een brief aan Willem III. Zelf schrijft Van Ginkel aan Philippota dat het enigszins uit de hand was gelopen met huizen die ze hadden aangestoken nadat de Fransen zich zelf hadden ingesloten. Het vuur sloeg over en een groot deel van het dorp brandde af. Als ze door hadden gezet hadden ze de hele vesting kunnen innemen, maar Louvigny, Antoine Charles IV de Gramont, wilde manschappen sparen. De overval was eigenlijk ook alleen bedoeld om de Fransen van Woerden af te leiden.

    Eerste brieffragment over zoon Van Ginkel bij Vreeswijk

    [waert en bescherme heeft,] den heer van ginck
    =kel schrijft aen sijn vrou, dat de vijant haer self
    inde Eene hoeck vande vaert hadde afgesneede het
    welcke loefingi2Louvigny deede reesolveere3Resolveren: oplossen, Etlijcke huijse

    Tweede brieffragment over zoon Van Ginkel bij Vreeswijk

    aen brant te steecke niet denckende dat het so
    verde sich soude verspreijt hebbe, waer door
    de heelle vaert4het hele dorp aan de vaart: Vreeswijk is aengegaen en verbrant
    ock dat sij die plaets wel soude gekreechge
    hebbe bij aldiense hadde gekontiniweert5Continueren: voortzetten, maer
    dat loefving6Louvigny so veel volck niet meen wilde
    wagen, [buijten twijfel sal uhEd wt den]

    Vreeswijk of de Vaart bij Vianen. Gravure van drie mensen en een hondje op een kade bij een afgebrand huis en een afgebrande molen. Op de kapotte brug staan ook nog twee mensen te kijken.
    Vreeswijk gehavend in 1672, gravure van I. Sorious. Prent afkomstig uit: ‘t Ontroerde Nederlandt deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts archief, 200905. Anders dan vaak in de bijschriften staat, blijkt uit de brief van Godard van Ginkel dat de schade in Vreeswijk niet (alleen) door de Fransen, maar dus ook door het Staatse troepen veroorzaakt is.

    Schelmen van boeren

    Ook over de slag bij Woerden geeft Margaretha meer details dan gisteren. Het Franse leger uit Utrecht was 6000 man sterk en kwam, gewezen door ‘de schelme van boere’, via Kamerik door het ondergelopen land gewaad. Zowel de post van Zuylesteijn, Frederik van Nassau-Zuylestein als die van de graaf van Hoorn, Willem Adriaan van Horne, werden aangevallen en er werd ‘furieus’ gevochten, veel doden aan beide kanten. ‘De ‘goede heer van zuylesteijn’ zou wel dertig wonden hebben gehad. De legereenheid van de graaf van Hoorn bracht het er beter af, en er zijn 150 Franse gevangenen naar Oudewater overgebracht, maar uiteindelijk hebben ze zich toch weer moeten terugtrekken.

    Brieffragment over het gebeurde bij Woerden / Kruipin

    wagen, buijten twijfel sal uhEd wt den
    haech sijn geschreefve hoe sijn hoocheijts leeger
    voor woerden is geweest, waer van hij doort
    seckoers7Secours: hulp, bijstand dat ontrent 6000 man sterck w van
    wttrecht8Utrecht quam de wech van kamerick9Kamerik door
    t verdroncken lant10De (Oude) Hollandse Waterlinie de wech haer door de
    schelme van boere geweese sijnde, opt quartie
    vande heer van Suijlisteijn ende post vande graef
    van hoorn sijn aengevalle, [daer seer fuerijeus is]

    Nog geen zegen

    Ondanks haar dankbaarheid voor Gods genade voor haar familie, constateert ze ook dat Hij de plannen en acties van het Nederlandse leger blijkbaar nog niet zijn zegen wil geven. Ze maakt zich zorgen: zonder hulp van de Brandenburgse troepen, zullen ze de 15.000 Fransen in de provincie Utrecht niet kwijt raken.

    Brieffragment "Het schijnt de heer almachtig"
    Vervolg brieffragment over de zegen van de Heer

    het schijnt de heer almachtich
    ons deseijne11Dessein: doel en aenslaechge noch niet belieft te seegene
    ick vreese het der nu alledage Eerst op aen sal koo
    me, ick heb wel reede godt almachtich ten hoochste
    te dancke voor sijne genade, maer ben ock seer be
    =komert aen alle kante, verlange noch seer waer
    nu den heere keurvorst12Keurvorst van Brandenburg met sijn Aerme13Armee: leger is, het schijnt

    Afbetaling

    Margaretha eindigt haar brief zoals vaker met de financiële beslommeringen: ze heeft de vergoeding voor het werk van haar man nog steeds niet binnen. Ondertussen heeft Godard Adriaan haar blijkbaar laten weten op welke manier hij vindt dat het geld besteed moet worden. Ze is blij dat hij 1000 gulden wil vrij maken voor het afbetalen van schulden. Margaretha denkt dat dat wel genoeg is voor het betalen van de wijnkoper Vermeer in Utrecht (waar ze de rekening nog niet van heeft), een jaar huishuur en eten en, last but not least, de zadelmaker Meijtens, voor de zadels die ze twee weken geleden heeft verstuurd naar Hamburg, en waarover ze nu heel graag over zou willen vernemen of ze zijn aangekomen!

    De kamerheer en de lakei

    In een naschrijft meldt Margaretha nog even dat Van Ginkel heeft laten weten dat zijn kamerheer zijn lakei Roelof zo trouw met hem hebben meegevochten, en dat Louvigny veel aan hem over laat op de post in Ameide.

    Naschrift over de kamerheer en de lakei

    den heer van ginckel
    schrijft dat sijn kamerlin14Kamerling: kamerheer
    en roellof sijn lackeij
    so trou en wel met hem
    hebbe gevochten, en dat
    den heere loefvenge15Louvigny die sorch
    vande post daer hij tot aameijde16Ameide leijt meest op hem laet
    staen17Op hem laat staan: aan hem overlaat waer door hij so veel te doen vint dat hij geen tijt
    heeft om snachts te ruste

    Mineur

    Op het laatst sluit ze nog een extra bericht in: Er is een brief uit Den Haag gekomen waarin men schrijft het onbegrijpelijk te vinden dat de Duitse troepen naar het zuiden trekken terwijl Godard Adriaan weet hoe penibel de situatie is. Margaretha zegt er tegen op te zien om naar Den Haag te gaan, want dan zal ze dat nog meer te horen krijgen. Ze wil zo graag meer informatie van haar man, ze weet het nu niet meer en is van slag (ben er gans uut). De brief die zo hooggestemd begon, eindigt in mineur.

    Toevoeging over het leger van de keurvorst

    so dat kontiniweert18So dat continueert: als dat zo door gaat
    vrees ick weer in den haech te koome
    so salmen weer roepen, ick bidt
    laet toch met den Eerste19Den eerste: de eerstvolgende post/brief Eens weete
    hoe dat is
    ick weet n niet wat vant Een noch
    vant ander sal dencken, bender
    gans wt

  • De Slag om Woerden

    DatumPlaats
    Geschreven18 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen25 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    Eindelijk zijn er brieven van Godard gearriveerd, van 28 september en 1 oktober. Er is meer mis geweest met de post, want één van haar eigen brieven ontbreekt ook. De belangrijkste onderwerpen uit die brief herhaalt ze voor de zekerheid. Om te beginnen is er de mislukte aanval op Woerden tussen 11 en 13 oktober. Daarnaast was er de gelijktijdige overval op het Franse bolwerk bij Vreeswijk.

    Van Ginkel schittert bij Vreeswijk

    Van Ginkel heeft in Vreeswijk een prominente rol gespeeld en Margaretha is in de wolken dat dat niet onopgemerkt is gebleven. Prins Willem heeft hem in Schoonhoven persoonlijk bedankt, en Margaretha hoopt dat het daarbij niet blijft. Nu mag de loopbaan van haar zoonlief nu wel in een stroomversnelling komen.

    Brieffragment over de Slag bij Woerden en het succes van Van Ginkel bij Vreeswijk

    [gepaseert ,] wij konne godt niet genoech dancke
    voorde genaede die hij aen onse soon heeft be=
    =weese hem wt sulcken swaeren gevecht met
    so veel Eer en reeputaesi1reputatie onbeschadicht heeft
    ge brocht, sijn hoocheijt te schoonhoofve2Schoonhoven koomende
    ont boodt den heer van ginckel bij hem en heeft
    hem met de meeste sievielliteijt3Civiliteit: beleefdheid bedanckt
    voor sijn goede dierexsie4Directie: leiderschap en genereuse acksie
    die hij int gevecht aende vaert5De vaart is de Vaartse Rijn bij Vreeswijk hadde gehou
    de en getoont met verseeckerin dat hijt altijt
    soude gedencke versocht daer in te wille
    kontintweere6Continueren, [so dat Een ijder de heere sij ge=]

    Zuylestein gesneuveld bij Kruipin

    Margaretha is zeer verslagen over het sneuvelen van hun buurman, en vroegere mentor van Willem III, Frederik van Nassau Zuylestein. Zijn legeronderdeel bewaakte tijdens de belegering van Woerden tussen 10 en 13 oktober een vooruit geschoven post aan de weg naar Utrecht, om te voorkomen dat van die kant Franse versterking zou kunnen komen. Hij had echter verzuimd rugdekking te regelen. Hierdoor piepte de Franse versterking onverwacht vanuit het noorden alsnog tussen Woerden en Zuylesteins post. Het liep uit op een vreselijk gevecht waarbij Zuylestein omkwam. Volgens Margaretha had hij nog drie steken na gekregen van de verrader Montbas.

    Brieffragment over de dood van Frederik van Nassau-Zuylestein bij Kruipin

    ick kan niet segge hoeseer mij den goeden heer van
    suijlisteijn jamert7Jammeren: verdriet doen, dien schemse8Schelmse: had vroeger een hardere connotatie, schurkachtig, gewetenloos momba9Jean Barton de Montbas heeft
    hem nae sijn doot noch drije steecken gegeefven
    denck van so Een traeter10Traeter is ongeveer treiter, de zin wordt dan ongeveer: Wat denk je van zo’n verrader/rotzak , nu seijt men dat het

    Portret van Frederik van Nassau-Zuylestein. Ingekleurde gravure van een man met een vlassig snorretje en golvend haar tot op de schouders.
    Fragment uit Dodelycke Uytgang van Syn Hoogheyt Fred. Hendrik Prince van Oranje etc. Anno 1647, Cornelis van Dalen (I), naar Adriaen Pietersz. van de Venne, 1647. Collectie Rijksmuseum

    Margaretha betreurt het extra dat het Zuylestein zelf zo wordt aangerekend. Behalve dat hij bij Kruipin geen wachtpost had gezet, zou er in zijn legeronderdeel wanorde en gebrek aan discipline hebben geheerst. De officieren hadden geen overwicht op de soldaten. Maar, vindt Margaretha, hij heeft het duur genoeg betaald.

    Brieffragment over wat er bij Kruipin gebeurd is en het vermeende verzuim van Frederik van Nassau-Zuylestein

    [denck van so Een traeter ,] nu seijt men dat het
    ongeluck voorwoerde11voor Woerden is door puer versuijm ge
    koomen en deesordere12Desordre: wanorde het welck int quartier
    vande heer van Suijlisteijn was alwaer deen ofisiere13hier en dander daer de soldate vangelijcke waere al waar de ene officier en de andere daar aan de soldaten gelijk waren. Soldaten en officieren hebben dus even hard gevochten
    men hadt het altemael met Een post te besette
    met 15 a 16 man konne voorkoome, het schijnt
    dat de heer almachtich niet belieft heeft, en
    heeft den heer van Suijlisteijn versuijmt hij heeft
    het dier14duur genoech betaelt, [hij was alte goet]

    Delfts blauw bord. Links een herberg met een uithangbord waarop staat "Hier is Kruipin". Binnen staat een man met een glas in zijn hand. Buiten staat een man die het glas inschenkt van een man te paard: de kwartiermeester. Op de voorgrond blaft een hond naar twee mensen. Rechts ligt een zeilboot aangemeerd.
    Schotel met de herberg Kruipin, anoniem, 1675. Collectie Rijksmuseum.
    De plek waar Zuylestein een post hadden moeten bezetten om de verrassing uit het Noorden te voorkomen, was bij de herberg Kruipin, waar de Kameriker Wetering op de Oude Rijn aansluit. De oranjegezinde herbergier laat in 1675 dit bordje maken. Het is niet helemaal duidelijk of dit een herinneringsbordje is en waar het dan aan zou herinneren.

    Duizend ruiters door Amerongen

    Ondertussen hebben de Fransen, om een Nederlandse succes bij Woerden te voorkomen, wel bijna hun hele bezetting uit Utrecht moeten laten overkomen. Dat gat moest gevuld worden met legeronderdelen uit Amersfoort en Wijk bij Duurstede. Duizend man ruiterij trok van Wijk bij Duurstede naar Utrecht. Onder andere door Amerongen waar ze een nacht gebleven zijn, met alle gevolgen van dien. Uit Margaretha’s beschrijving lijkt alsof er een sprinkhaanplaag voorbij gekomen is: er is niet meer te wezen.

    Brieffragment over de ruiterij die door Amerongen trekt

    [wt wijck en Amersfoort getrocke,] nu hebbense
    weer Een duijsent ruijterij in wttrecht gekree
    chge, welcke weer door Ameronge sijn gepasseert
    en Een nacht geweest so dat daer noch niet
    wel te weesen is, [men verlanckt noch Evenseer]

    Enige weken heel niet wel

    Margaretha hoopt met gods hulp in de komende week met ‘de menage’, dus de hele huishouding inclusief schoondochter, kinderen, personeel, naar Haag te gaan. Ze heeft zich een paar weken niet goed gevoeld, anders was ze al lang in Den Haag geweest. Ze eindigt met de wens snel van haar man te horen over de hulptroepen van de keurvorst.

    Brieffragment: ick ben de heere sij gedanckt vrij beeter als voor dees

    Waarschijnlijk is ze bang dat ze Godard misschien iets te bezorgd maakt door de mededeling dat ze zich een paar weken niet goed had gevoeld. Dus krabbelt ze nog even snel onder haar handtekening dat het nu veel beter gaat.

  • Een veldtocht in de winter

    Aan een veldtocht beginnen in het herfstseizoen is over het algemeen niet zo’n heel goed idee. Het is voor de soldaten lastig om aan eten te komen — voor zichzelf én voor de paarden —, het is koud en de wegen zijn slecht begaanbaar. Toch besluit de keurvorst van Brandenburg om in september 1672 aan de mars te beginnen. De mars die de Republiek zou moeten bevrijden… Althans, dat is de perceptie van Margaretha en veel andere tijdgenoten. Godard Adriaan reist met de veldtocht mee en houdt de Republiek (raadpensionaris Gaspar Fagel) en zijn familie op de hoogte.

    Reconstructie van de reis van Godard Adriaan

    Vaak is het heel onduidelijk waar het leger zich precies ophoudt. Godard Adriaan schreef op de brieven die hij van onder meer Margaretha en Van Ginkel ontving, de datum en plaats van ontvangst. Daarnaast schreef hij op de brieven die hij aan Gaspar Fagel verzond verzenddatum en -plaats. Door deze brieven te bekijken, is het mogelijk de reis van Godard Adriaan met het leger van de keurvorst te reconstrueren. In september 1672 verzamelen de legers van de keurvorst en de keizer zich in Halberstadt, om vervolgens half september door te marcheren richting Hildesheim (zie kaart onderaan, kaart is aanklikbaar en je kunt inzoomen).

    Gravure van de vesting Hildesheim.
    Plattegrond van Hildesheim, anoniem, ca. 1657-1728. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam (Objectnummer RP-P-2018-972)

    Marcheren in de regen

    Hildesheim valt onder het gezag van de bisschop van Keulen. Een gigantische stoet, niet alleen bestaande uit soldaten, maar ook uit vrouwen en kinderen en een hoop geschut, trekt door het land van de vijand. Overal waar mogelijk, wordt het land kaalgevreten. Maar met de mars wil het nog niet echt vlotten. Het is ontzettend slecht weer. In een brief aan raadpensionaris Gaspar Fagel, gedateerd 22 september 1672, schrijft Godard Adriaan dat het zodanig hard heeft geregend, dat de wegen onbegaanbaar zijn geworden. Het is volgens de man van Margaretha dan ook onmogelijk om meer dan drie uur op een dag te marcheren. De soldaten moeten het legerkamp elke dag in het ‘natte velt’ opslaan. Het zal volgens Godard Adriaan mettertijd mensen én paarden parten gaan spelen, schrijft hij vanuit Wispenstein, waar het leger zich ophield, aan de Hollandse raadpensionaris. Ook Margaretha krijgt te horen over de verschrikkellijke weersomstandigheden. Ze maakt zich zorgen; het zou haar man zelfs wel eens op kunnen breken.

    Een schilderij met veel mensen. Er zitten  een aantal ruiters te te paard, er staan afgetuigde paarden en er staan tenten met vlaggen erop. Er staan diverse mannen en een enkele vrouw. Op de voorgrond aait een jongen een hond.
    Een legerkamp in de 17e eeuw, Philips Wouwerman, ca. 1665-1668. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam (Objectnummer SK-C-272).

    Een andere route

    Tot overmaat van ramp besluit de keurvorstelijke krijgsraad eind september dat er een andere route zou worden genomen. Conform de afspraken die zijn gemaakt, zou de mars via Hildesheim richting Münster gaan. Maar de keurvorst had vernomen hoe wanordelijk het er in de Republiek aan toe ging. Was het het allemaal nog wel waard om de Republiek te hulp te schieten? Nu zou eerst de bisschop van Keulen een lesje geleerd worden. Door de gewijzigde route werd de mars alleen maar langer.

    Naar het zuiden

    De mars gaat vervolgens richting het zuiden. Uit de reconstructie weten we dat Godard Adriaan zich op 13 oktober ophoudt rond Frankfurt am Main. Zijn brieven zijn vervolgens afwisselend geschreven en beantwoord in Frankfurt, Bergen (de huidige buitenwijk Bergen-Enckheim) en Rüsselsheim. De rustwagen waarmee Godard Adriaan lange tijd het ruwe soldatenleven van zich af heeft weten te houden, is hij dan inmiddels al kwijt. Zouden de hulptroepen ooit nog in de Republiek aankomen?

  • Margaretha tast in het duister

    DatumPlaats
    Geschreven11 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen20 oktober 1672Frankfurt
    Lees hier de originele brief

    De post loopt een beetje op zijn 21e eeuws, maar dan zonder apps waarin je denkt bij de te kunnen houden waar de post is. Margaretha weet alleen dat ze al twee posten geen brief van haar man gehad heeft. Door Godard Adriaans aantekening op de brief, weten wij precies hoe lang deze brief erover gedaan heeft. Negen dagen. En als je dan bedenkt dat Margaretha bij het versturen van de brief waarschijnlijk niet eens wist waar haar man precies in Duitsland zat en de adressering dus net zo vaag was (waarschijnlijk “bij het leger van de Keurvorst”), dan zie ik dat de huidige postbezorgers nog niet doen.

    Zadels

    Wij denken dat het verzenden van pakjes echt iets van deze tijd is, maar in de 17e eeuw werd er van alles verzonden. Margaretha heeft haar man in 1667 een tinnen servies, een schilderij en gerookt vlees gestuurd. Nu zijn er zadels op weg naar haar man.

    Ze heeft ze al op 1 oktober verstuurd en sindsdien benoemt Margaretha ze elke brief. Inmiddels is het vooral de hoop dat ze inmiddels aangekomen zullen zijn. Logisch dat ze het elke keer schrijft, want ze weet immers niet zeker welke van haar brieven aan komen en ook niet welke brieven van haar man wel of niet aankomen in Amsterdam.

    Brieffragment Margaretha tast in het duister over de zadels

    [ick heb] toekoomende vrijdach salt veertiendage
    sijn Een mande met saels en ander gereet
    schap dienende tot paerde op hamburch gesonde
    hoope dat teminck ockasie sal hebbe omt selfe
    aen uhEd te konne sende en dat het wel sal
    overgekoome sijn, [Een ijder verlanckt hier seer]

    Fluitschepen

    Margaretha heeft de zadels en ander paardentuig in manden gedaan en die met een schip naar Hamburg gestuurd. Door “onze VOC-mentaliteit” vergeten we nog wel eens dat we ook grote handelaren waren op de Oostzee. Onze dominante positie in de internationale handel hadden we vooral te danken aan de fluistschepen: dé vrachtvervoerders van de 17e eeuw. Het schip kon heel veel vervoeren, met een relatief kleine bemanning. Met deze schepen werden de goederen die door de VOC naar Amsterdam werden gebracht, verder verhandeld in Europa.

    Afbeelding van een modelschip met twee grote masten, zeilen en tuigage.
    Model van een fluitschip, onbekende maker, ca. 1650. Collectie Scheepvaartmuseum (Object: A.0211)

    De legers

    Margaretha tast ook in het duister wat betreft de plaats van de legers. Zowel het o zo gewenste leger van de keurvorst, als het leger van Zijne Hoogheid zelf. En als ze in het duister tast over wat de bedoelingen van de machthebbers zijn, gebruikt ze het prachtige gezegde: ‘s heeren boeken zijn duister te lezen. Ofwel: onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid. Geen wonder dat we dat spreekwoord niet meer gebruiken.

    Brieffragment. Margaretha tast in het duister over de plaats van de legers: de Brandenburgse troepen en het Staatse leger.

    [overgekoome sijn,] Een ijder verlanckt hier seer
    te hoore hoe verde den heere keurvorst nu met
    sijn leeger gekoomen is en waerse nu sijn,
    sijn hoocheijt leijt noch met sijn leeger als voor
    dees men heeft al gemeent der Eenige aen=
    slach op hande was daer niets op en volck
    heere boecke sijn voor ons duijster te leessen

    Een beetje cynisch is bij deze brief wel dat ze in de ps eindigt met de opmerking dat de post uit Keulen binnengekomen is en dat daarin gemeld wordt dat de troepen van de Keurvorst de Weser gepasseerd zijn en recht op Keulen af marcheren. Helaas weten wij dat Godard Adriaan deze brief in Frankfurt ontvangen heeft. Dat is tweehonderd kilometer uit de richting. En met de snelheid waarmee een leger in de 17e eeuw reist, is dat heel ver weg.

  • Men seijt

    DatumPlaats
    Geschreven8 oktober 1672Amsterdam
    Ontvangen21 oktober 1672Frankfurt am Main
    Lees hier de originele brief

    Hoewel er niks noemenswaardigs is voorgevallen, gonst het weer van de geruchten in Amsterdam. En dan schrijft Margaretha “men seijt”. En wat men al niet zegt!

    Men seijt…

    Dat er een complete Engelse vloot klaar ligt om te landen. Michiel de Ruijter wordt er op af gestuurd om de boel te redden.

    Brieffragment waarin men seijt dat er een Engelse vloot klaar ligt.

    seedert is hier niet voorgevalle, als dat men
    seecker seijt datter weer Een groote quantiteijt
    Engelse scheepe in see soude sijn die deseijn1Dessein:doel hebbe
    om noch hier te lande waerom den Admirael
    de ruiter gelast is hem met al sijn volck
    opt spoedichste ou scheep te begeefve, [gistere is]

    Men seijt…

    Dat Zijne Hoogheid het gemeentebestuur van Amsterdam gewaarschuwd heeft voor een mogelijke aanslag. Het plan zou zijn om de schepen die aan de wal liggen in brand te steken. De wachten zijn daarom verdubbeld.

    Eerste brieffragment over het alarm in Amsterdam

    [spoedichste ou scheep te begeefve,] gistere is
    hier omet de klock afgeleese dat de burgers
    haer wachte moeten verdobbelen de rechte oorsae
    =cke weet men niet, dan wort geseijt dat sijn
    hoocheijt de heere Magistraeten alhier soude
    gewaerschout hebbe op haer hoede te sijn dat
    den vijant Een aenslach heeft om de scheepe
    die hier aende wal tegge aen brant te
    steecken de offisiers, of kapteijns vande
    burgerij sijn gelast snachts alle Eure selff
    de ronde te doen so datter wel Eits te doen

    Tweede brieffragment over het alarm in Amsterdam

    moet weesen, en wij hier in Een geduerigen alarm
    sitten niet weetende waermen best sal sijn t [gister]

    Twee vrouwen staan voor een raam te praten, de één heeft een kind op de arm en een kind aan haar rok. Vanuit het raam kijkt iemand toe. Op de voorgrond een vrolijk hondje. Op de achtergrond een vrouw die iets op raapt.
    Twee vrouwen in gesprek voor een huis, Herman Saftleven, 1619 – 1685. Collectie: Rijksmuseum

    Men seijt…

    dat er veertig schepen met nieuw volk uit Bremen gekomen zijn en dat dat betekent dat er 10.000 nieuwe soldaten voor het leger van de prins zijn. Ze heeft geen idee wat voor volk het is, maar er zijn zelfs nog drie compagnieën door het land van Münster gekomen. Hoe dat kan begrijpt Margaretha ook niet, maar als er zo veel gebeurt, moet Zijne Hoogheid wel een plan hebben. Nu maar hopen dat dat een groter succes wordt dan de mislukte aanslag op Naarden.

    Brieffragment over de aangekomen troepen

    [sitten niet weetende waermen best sal sijn t] gister
    is hier veertich scheepe met volck die so geseijt
    wort van breeme koome, aengekoome men seijt
    datse tienduijsent man in hebbe die so geseijt
    wort naert leeger van sijn hoocheijt sijn, wat
    volckeren het is kan ick niet weeten, hier
    is ock aengekoome den graef van witgesteijn2Ernst Philip Graf zu Sayn Wittgenstein Homburg met
    drij kompangie paerde die men seijt doort sticht
    van munster gekoomen te sijn het welcke ick niet
    kan begrijpen, men wil ick noch segge dat sijn hooch
    Eenich deseijn3Dessein: doel op hande heeft ick wil hoope het
    Een beeter suckses alst voorgaende sal hebbe,

    Men seijt…

    bovendien allemaal onaangename dingen over de jonge Rijngraaf, Carel Florentijn van Salm. Hij zou volgens Margaretha in “vuile huizen” hebben zitten wachten tot de wind ging liggen, zodat hij niet meer op tijd ter plekke kon zijn.

    Brieffragment met roddels over de jonge Rijngraaf

    ick kan niet segge hoe men hier spreeckt en
    van den jonge rhijngraef die se segge doen den
    aenslach op naerden was sijn volck hier op
    naerder ordere liet scheep legge, ondertusche
    sat hij hier bij de juff en andere segge in ande
    =re vuijle huijse tot dat de wint ginck legge en
    den tijt verloopen was om op sijn post te koome

    Men seijt…

    Voor ze eindigt met een paar onnavolgbare roddels roept Margaretha nog dat haar man niet kan bedenken hoe men in de Republiek spreekt. Ze wenst Zijne Hoogheid wijsheid en voorzichtigheid toe, want als hij nog wat wil, dan moet het snel gebeuren. Door het natte weer hebben de milities in Weesp en Muiden het zwaar. Men seijt dat Zijne Hoogheid net naar Muiden vertrokken is, dus daar zal wel wat ophanden zijn… Zegt men.

    Ruiterstandbeeld van laag standpunt met bomen en wolkenlucht op de achtergrond. Willem III, met grote hoed, rijdt op zijn paard naar rechts, paard heeft zijn bek half open, Willem III heeft zijn maarschalksstaf in de rechter hand en de teugels in zijn linker hand. In de staart van het paard zit een grote knot. Tussen de poten van het paard zitten herfstachtige spinnenwebben.
    Stadhouder Willem III gereed om op veldtocht te gaan. Standbeeld bij Kasteel Amerongen. Foto: Annemiek Barnouw