Categorie: Zakelijk

  • Zware en secrete besognes

    DatumPlaats
    Geschreven1 september 1673Amerongen
    Ontvangen6 september 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha heeft veel te vertellen. Er is gedoe over secrete én zware besognes, en natuurlijk ook weer over geld. Gelukkig is wel goed goed nieuws vanaf het front. Het lijkt er op dat er iets groots op handen is. Gaat Utrecht ontzet worden? Het is nog onduidelijk wat er precies gaat gebeuren, maar het zal groots zijn. Aan het eind van de brief nog meer goed nieuws: op zee is de victorie behaald!

    Secrete besognes

    In haar vorige brief waarschuwde Margaretha Godard Adriaan dat één van de door Godard Adriaan geworven officiers een brief op hoge poten aan de Staten heeft geschreven. Volgens de officier zou hij nog geen geld ontvangen hebben van Godard Adriaan. De informatie was afkomstig van Caspar van Kinschot.

    In de brief van 1 september komt Margaretha hier op terug. Ze vindt het goed dat Godard Adriaan zelf een brief aan Van Kinschot heeft geschreven, maar een reactie heeft hij blijkbaar niet ontvangen. Wellicht dat hij hierover tegen Margaretha geklaagd heeft.

    Van Kinschot heeft in ieder geval zijn excuses aangeboden. Hij kon niet reageren omdat hij het enerzijds ontzettend druk heeft met allerlei zaken en anderzijds durfde hij niet. Omdat hij de Eed van de Secrete Besognes had afgelegd, mocht hij geen belangrijke zaken mededelen. Hij was bang dat Godard Adriaan hem dat niet in dank af zou nemen. Dus schreef hij maar niets.

    Brieffragment over betaling geworven officiers

    tis heel goet uhEd den heere kinschot1Caspar van Kinschot selfs gean
    twoort heeft, sij vreese ock aen dien kapteijn koc
    kop Een banckroet te hebbe, kinschot heeft
    voor deese al Exskuse gemaeckt dat hij aen
    uhE niet en schrijft Eensdeels om sijn meenichvuldi
    =ge affaere2Zaken en ten andere om dat hij inde Eet
    vande seekreete besoeijngees3Geheime zaken is vreesende uhEd
    niet wel sou neeme dat hij d niet van inpor
    tansie schreef en den Eet leijt so strickt dat
    hij niet derft[, hij komt teegenwoordich heel]

    De man draagt een hoed met een veer, daar steekt peenhaar onderuit. Hij heeft een grote, platte kraag met een geschulpte kanten rand. Hij draagt een wijde broek met een streep op de zijkant en breed uitlopende laarzen met strikken op de voet. In zijn hand een wandelstok. Op de achtergrond mensen voor een bouwvallige poort.
    Staande officier met wandelstok, van opzij gezien, Salomon Savery, naar Pieter Jansz. Quast, 1630 – 1665. Collectie Rijksmuseum
    Een man in militaire uitdossing (een luitenant-kolonel), ten voeten uit, een zwaard aan zijn gordel, een stokwapen (partizaan) in zijn rechterhand. Op de achtergrond een heuvelachtig landschap waarin een stad belegerd wordt.
    Luitenant-kolonel, Jacques de Gheyn (II), naar Hendrick Goltzius, 1700 – 1725. Collectie Rijksmuseum

    Zware besognes

    Tegelijkertijd wordt er bij Prins Willem III vergaderd over de militie. Dat zijn zware besognes, met andere woorden: moeilijke aangelegenheden. Velen die deelnemen of hebben genomen aan de vergadering zijn ziek geworden. Er zijn er zelfs al twee gestorven! Zo zwaar vallen de aangelegenheden dus… Margaretha vindt het trouwens wel gek dat er over betaling van de militie wordt vergaderd. Volgens haar is dat helemaal niet nodig en wordt er prima betaald. Vooral de milities die afkomstig zijn uit het buitenland worden goed betaald, schrijft Margaretha met een verbitterde ondertoon. Alleen de hoge ambten worden niet betaald.

    Brieffragment zware besognes

    [heere hop is noch te Amsterdam seer qualijck,] al
    de heere die in die komisie koome worde sieck
    daer sijnder al twee van gestorfve, men seijt
    die besoeijngees4Besognes: Zware aangelegenheden te swaer valle, ick weet niet
    waer de offisiers nu over de quade betaeli
    konne klage daer hebbense geen reedene
    toe insonderheijt de vreemde naesie se worde
    alle pront betaelt dan ick sien dat die
    mense haer selfve niet wel konne behelpe
    of redde, de hoochge schersgees5Ambten worde
    niet betaelt insonderheijt aende ingeseete
    =ne vant lant de andere krijge nu en dan
    noch al wat[, met de laeste post is uhEd]

    Geld

    De demissie voor Godard Adriaan is verstuurd. Ontvanger Uyttenboogaard heeft Margaretha hoop gegeven dat de demissie ook daadwerkelijk betaald gaat worden, en wel komende week. Zodra het geld binnen is, zal het naar de ‘jonge Temminck’ in Amsterdam gaan. De bankiers familie Temminck regelt de financiële zaken van de familie. De lijnen zijn kort en ze kennen elkaar goed. In de brieven komen naast Temminck ook de oude en de jonge Temminck voor. Hij zal er dan voor zorgen dat Godard Adriaan dat dan via een wissel op kan nemen.

    Brieffragment geld

    [noch al wat,] met de laeste post is uhEd
    demissie6Ontslag uit dienst vande generaEliteijt afgegaen
    die uhEd buijte twijfel vandaech of
    merge sult ontfange, den ontfanger
    wt den boogaert heeft mij hoop gegeefve
    van de ordinansi ter som van 2500f inde
    toekoomende weeck te betaelle, so haest
    het gelt ontfange is salt selfve onder
    den jonge teminck tot Amsterdam geleij
    worde, om bij uhEd te trecke[, sijn hoocheijt is]

    Een compagnie cavalerie loopt van ons weg in een vage verte. We zien paarden op de kont, op hun rug mannen met hoeden met veren en getrokken zwaarden. Midden tussen de mannen rijdt de trompeter.
    Optrekkende troepen, Jacques Courtois Le Bourguignon, 1631 – 1675. Collectie Rijksmuseum

    Troepenbewegingen

    Prins Willem III beweegt zich met zijn troepen ergens tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch. Verder zijn er geruchten dat een gedeelte van de ruiterij zich ergens rond het huis van Cornelis Tromp in ‘s-Graveland ophoudt. Er zou een brug over de rivier de Eem geslagen zijn. Wat wel zeker is, is dat er troepen in Amsterdam gearriveerd zijn. Men vermoedt dat Utrecht eerdaags een aanval te verduren krijgt. Er zou iets groots op handen zijn… De graaf van Waldeck zou met de troepen uit ‘s-Graveland komen, en Willem III zou zich via Gorinchem bij de troepen van de graaf van Waldeck voegen. Margaretha hoopt dat het geluk nu eens aan de kant van de Republiek staat.

    Eerste brieffragment troepen Willem III
    Tweede brieffragment troepen Willem III

    [worde, om bij uhEd te trecke,] sijn hoocheijt is

    met het leeger wt de langestraet7De Langstraat ligt ten noorden van / tussen de Baronie van Breda en de Meierij van Den Bosch, tot Napoleon viel het onder Holland, nu onder Noord-Brabant voorleedene
    maendach smergens vroech op gebroocke en
    savonts tot oosterwijck8Er ligt een Oosterwijk ten westen van Leerdam in Utrecht en je hebt Oisterwijk ten oosten van Tilburg. Beiden zijn onlogisch op weg van De Langstraat naar Werkendam. Mogelijk bedoelt Margaretha Oosterhout gekoome alwaer tot
    Eergistere hebbe geleege en so men seijt is
    doen tot werckendam gekoome, de geruchte
    gaen hier als of Een ander gedeelte van
    onse ruijterij en ock Eenich voet volckere
    gistere in’t schravelant ontrent het huijs
    van de heere tromp soude sijn gekoome en
    datter Een bruch over de Eem soude geslage
    sijn, daer is doch hier is geen seeckerheijt
    van maer wel datter Eenichge ruijterij
    tot Amsterdam geamberkeert is,9Embarqueren: Aan boord gaan of brengen het vermoede is oft wel
    op wttrecht mochte gemunt sijn en dat
    den graef van waldijck vande Eene kant
    met dat volck dat men seijt int schraefve
    lant te sijn, en sijn hoocheijt aende ander
    sijde bij gorckom heen sou koome, datter
    Eits groots op hande is, is seecker [de heer al]

    De lachende keukenmeester staat met een grote kom rode wijn in de handen achter een tafel waarop allerlei soorten eten liggen uitgestald: gevogelte, kwartels, een eend, een kalkoen, vissen, makrelen, kaas, pasteien, broodjes, worsten, hammen, een duif, een rode zeebrasem en een varkenspoot. Vooraan ligt een spel kaarten en enkele geldstukken.
    Keukenstuk, Meester van de Amsterdamse Bodegón, 1610 – 1625. Collectie Rijksmuseum

    Een paterstuk voor Van Ginkel

    Van Ginkel is vereerd door Willem III. Hij was namelijk uitgenodigd om een stuk vlees te komen eten, een zogeheten paterstuk. Nu maar hopen dat de prins hem niet alleen op een dinertje trakteert, maar ook op een mooie functie. Het liefst die van commissaris-generaal.

    Brieffragment paterstuk

    tis vandaech achdaechge dat sijn hoocheijt hem
    de Eer heeft gedaen van hem door den heer van
    ouwerkercke10Hendrik van Nassau Ouwerkerk te laete segge dat hij
    smiddaechs Een paterstuck11Paterstuk: Vierkant stuk vlees van een koe bij hem wilde
    koomen Eette gelijcke hij met Een deel spaense
    offisiers gedaen heeft, en was sijn hoocheijt
    heel wel te vreede en insijn schick, de heer
    van ginckel heeft deese soomer weer het komisaer
    =rischap scheeneraelsch in plaets van mompel=
    =ijan die in vrieslant en hier inde haech is geweest
    , bedient wil hoope het Eens in konsideraesie
    sal genoome worde[, waeren wij nu maer deese]

    Veldslag met grote zeilschepen. Tussen de schepen de rook van de kanonnen. Boven in de masten fier de dubbelen prinsenvlag en de blauwe Engelse vlag. Rechts voor staat een schip in brand, midden voor een sloep en tussen het brandende schip en de sloep mensen die zich vasthouden aan wrakhout of verzuipen.
    ‘De Gouden Leeuw’ in gevecht met ‘The Royal Prince’ tijdens de Slag bij Kijkduin van 21 augustus 1673, Abraham Storck, eind 17e eeuw. Collectie Royal Museums Greenwich. The Royal Prince draagt de blauwe vlag van admiraal Spragg. De Gouden Leeuw is het schip van Luitenant-admiraal Tromp.

    Soldaten en zeelieden

    Goed nieuws van het front neemt Margaretha nog snel op in het ps. De Münsterse troepen zijn uit Friesland verdreven en op zee is de strijd in het voordeel van de Republiek beslist. Admiraal Edward Spragg is gesneuveld. De dood van vice-admiraals Isaac Sweers en Johan de Liefde noemt Margaretha niet. Wel schrijft ze dat veel zeelieden hun benen of armen kwijt zijn. Of allebei. Ach, die ellendige en miserabele mensen…

    Brieffragment soldaten en zeelieden

    die munsterse die in vrieslant
    ingebroocke waere sijn so ge
    seijt wort daer met schande
    een verlies van volck weer wt
    gedreefve, den Admirael
    sprach12De Engelse admiraal Edward Spragg vande blauwe vlach 13Engelse schepen (m.u.v. het koningshuis en enkele officieren) voeren niet de Union Jack, maar een blauwe vlag
    vande Engelse is seeckerlijck
    doot gebleefve, het jacht
    vande koninck van Engela
    =nt dat met Eenige sereeschijn
    om de gequetste int konins
    vloot te verbinde was af
    gesonde is in onse vloot ge=
    =valle, en bij de onse op ge=
    brocht, tis seecker dat de
    vicktoorij die wij nu weer ter
    see hebbe gehadt seer groot
    is, maer wij hebbe ock seer
    veel Elendige en misera
    =bele mense deen sonder
    beene en dander sonde arme
    en ock die beene en arme
    beijde quijt sijn thuijs ge=
    kreechge tis Een miseerij te
    hoore, de heer vergeeft het haer
    die hier oorsaeck van sijn

    Oude lap stof, donker vaal blauw met in de rechter hoek een stuk versteld. Linksboven een wit vierkant met daarin een rood kruis.
    Fragment van een Engelse scheepsvlag, ‘Blue Ensign’, anoniem, ca. 1630 – ca. 1707. Collectie Rijksmuseum. Deze vlag is veroverd door de Hollanders op ‘the blue squadron’ onder commando van Edward Spragge tijdens de Slag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Het witte vlak met het rode kruis is het St. Georges kruis.
  • Het deugt daar niet…

    DatumPlaats
    Geschreven28 april 1673Amsterdam
    Ontvangen2 mei 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Bij stukjes en beetjes

    Er zit enige schot in de zaak: Margaretha weet het geld voor de ordonnanties bij stukjes en beetjes binnen te krijgen. Ze is naar Amsterdam gegaan en heeft bij de belastingontvanger 4410 van de 6000 gulden los weten te peuteren. Dat was niet makkelijk, want de belastingpachters1De inning van belasting werd verpacht, de hoogste bieder kreeg de baan schijnen met 3 à 4 tegelijk bankroet te gaan, waardoor de belastingontvanger met lege handen staat. Op het geld voor de ordonnantie van 10.000 zal ze nog wel langer dan twee maanden moeten wachten. Het is niet te geloven hoeveel moeite het kost om een ordonnantie te krijgen en dan vervolgens weer om hem te innen. Misschien is er straks wel helemaal geen geld meer. Maar ze blijft haar best doen zo veel mogelijk binnen te harken.

    Brieffragment over het verkrijgen van geld

    hier koomende wist den ontfanger nergens minder
    van als van gelt te geefven segende dat sijn kantoor
    so seer beswaert wiert dat hem niet moogelijck is te
    voldoen, de pachters gaen hier met 3 a 4 teffens
    banckeroet daer hij niet van kan krijge, ick heb
    hem noch so veel goeije woorde gegeefve dat hij mij
    gistere op den ordinans2Ordinantie: regeling, verordening van ses duijsent gul
    4410f heeft betaelt ende resteerende penin
    ge tot voldoenin van de 6000f belooft heeft inde
    toekoomende weeck te betaelle, maer tot de
    betaeline van leste ordinansi ter som van 10000 f
    kan hij mij geen tijt stelle vreese dat noch wel
    Een maent of twee sal aenloope Eer mij die
    betaelt wort, het sal naer dat ick sien en hoor
    hoe langer hoe Erger worde en vreese men opt
    lest heel geen gelt sal konne krijge daer om ick
    blij ben deese leste ordinansi van tienduijsent
    gul genoome te hebbe men sou niet geloofve
    wat moijte men heeft Eer ick de ordinansie
    krijch en dan weer omt gelt te krijgen, sal
    niet versuijme het selfve so veel inte vorderen

    Christus passeert met zijn leerlingen de tollenaar Matteüs en vraagt hem hem te volgen. Matteüs staat op van zijn bank en verlaat de tafel waar hij belasting int. Onder de voorstelling een verwijzing in het Latijn naar de Bijbeltekst in Mat. 9:9. Deze prent maakt deel uit van een album.
    Roeping van Matteüs, Hans Collaert (I), naar Ambrosius Francken (I), 1646. Collectie Rijksmuseum (Mattheüs was dan wel niet bankroet, hij gaf wel zijn beroep als tollenaar/belastingpachter op)

    Ondertussen hoopt ze dat haar man het haar niet kwalijk neemt als ze 2000 gulden van het ontvangen bedrag meeneemt naar Den Haag om de belastingen en de wijnrekeningen te betalen en de rest van de huishouding te kunnen blijven voeren. De overige 2410 laat ze bij de drost van Amerongen die het dan aan huisbankier Temminck zal geven zodra ook de rest van de 6000 binnen is. Zodra er iets voor de volgende ordonnantie binnenkomt gaat dat ook naar de bank. De drost zal dat Godard Adriaan steeds laten weten, zodat die bij kan houden hoeveel geld er van hen bij Temminck uit staat. Temminck zorgde ook voor de wissels, zodat Godard Adriaan in het buitenland geld op kon nemen.

    [alst doenlijck sal sijn,] bidt niet qualijck te neeme
    dat ick van dit ontfangene gelt twee duijsent
    gul mee naer den haech sal neeme om aldaer
    de schattine en de wijnkooper brant sijn reeckenin
    te betaelle en het resteerende tot de huijshoudine
    inde haech koomende sal ick uhEd de memoorije
    vande lest ontfangene 6000f wat daer meede
    betaelt is sende, de resteerende 2410f laet ick
    hier in hande van onsen drost om als hijt verde
    =re gelt van den ontfanger sal hebbe bekoome
    het saeme aen teminck sal telle het welcke
    dan de som van vier duijsent sul sal sijn so
    haest salder geen gelt vande leste ordinansi
    ontfange worde of salt almeede in hande van
    teminck legge, het welcke uhEd van tijt tot tijt
    sal laete weete op dat deselfve staet kont maecke
    wat gelt onder teminck van ons is, [ick heb ons goet]

    Alles naar de pakzolder

    Het huis aan de Nieuwe Herengracht is per mei aan anderen verhuurd, dus Margaretha moest nodig een nieuwe plek zoeken. Net op tijd heeft ze die gevonden en alle spullen verhuisd. Ze heeft voor 5 gulden een pakzolder gehuurd bij makelaar Raedemaecker op de hoek, waar nu alles netjes bij elkaar staat. Behalve dan de koffers met zilver van Phillippota, het kastje met eigendomspapieren en nog twee kastjes met belangrijke brieven: Die worden in bewaring genomen door de drost, die bij zijn vader op de Binnen Amstel gaat wonen. Margaretha heeft van alles een inventaris opgesteld. Die nieuwe zolder is ook nog eens een stuk goedkoper dan het huis, want voor het huis betaalde ze 125 gulden per half jaar en nu maar 5 gulden per maand.

    Links de achtergevels van de Engelsche huizen en de Doelensluis; in het midden de huizen staande aan de Doelenstraat; geheel rechts op achtergrond de Halvemaansbrug met daarachter het Diaconie Weeshuis en rechts op voorgrond, hoek Kistenmakergracht. Techniek: ets in kleurendruk (Teyler-procedé), ten dele handgekleurd.
    De Binnen Amstel, gezien vanaf de Muntsluis ca. 1690 Collectie Stadsarchief Amsterdam

    [wat gelt onder teminck van ons is] ick heb ons goet
    dat alde winter hier geweest is verhuijst en hier
    naest de deur tot Een maeckelaer genaemt
    raedemaecker op sijn packsolder die ick bij de
    maent gehuert heb voor 5f ter maent
    altemaelt goet bij Een geset, wt gesonder ons
    en de vrou van ginckels silver koffers met sil=
    =ver En ons kastge met transporte briefve
    en noch twee vande kistges met vande nodichste
    briefve sal den drost in sijn huijs in bewaerrin

    houde, hij gaet hier in sijn vaders huijs op den binne
    Emstel3Binnen Amstel woonen, ick heb van alles Een inventa
    =ris gemaeckt en wel aengeteeckent, heb hier
    nu weer 125f van huijshuer voor dit half ijaer
    betaelt, dat liep te hooch, derf Evenwel mijn
    goet noch niet inden haech wagen, 5f ter
    maent kan gaen,

    Friesland in gevaar, Brandenburg haakt af

    Rechtsboven inzetkaart met Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Rechts in het midden twee putti met legenda en twee schaalstokken: Mille Germanica commune / een gemeene Duytsche myl en 0.5, Nederlandsche mylen ofte uren gaens. Rechtsonder titelcartouche met daarboven het wapen van Friesland.
    Kaart van Friesland, anoniem, Bernardus Schotanus à Sterringa, ca. 1665 Collectie Rijksmuseum

    Er zijn troepen naar Friesland gestuurd omdat men bang is dat de vijand daar zal binnenvallen. Dan worden we op drie verschillende plaatsten tegelijk bedreigd! Nou ja, ze zullen niet meer kunnen dan de Heer zal toestaan. Margaretha hoopt dat Hij de Republiek bij zal staan en een keer verlossing zal brengen. Men zegt dat komende week de Zweedse Ambassadeurs naar Aken zullen vertrekken. Ook blijft men maar zeggen dat de keurvorst van Brandenburg een verdrag heeft gesloten met Frankrijk. We kunnen op niemand vertrouwen, behalve op God, en hopen op een goede vrede.

    men is hier seer bekomert
    en vreese de vijant in vrieslant4Friesland sal soecke in
    te breecken daer om daer volck gesonde sal
    worden, sij dreijgen ons op drie verscheijde
    plaets te gelijck te wille atackeere5aanvallen, sij sulle
    niet meer doen als haer de heere toe laet hoope de
    heer ons sal bij staen en Een mael Een genadige
    verlossine geefve,

    de sweetse Ambasadeurs seijtme
    dat int Eerst van de toekoomende weeck vertrecke naer
    Acken, men kontiniweert noch te segge dat de
    keurvorst van branderburch Een aliansi met Vranckrijck6Verdrag van Vossem, maar pas in juni
    heeft gemaeckt , wij konne ons op niemants vertrou
    =we als alleen op godt en hoope op Een goede vreede

    Amsterdam laat het hoofd hangen

    Godard Adriaan zou vast niet geloven hoe de mensen in Amsterdam praten en hoe moedeloos ze worden. Veel kooplieden maken zich grote zorgen. Degenen die hun belangrijkste zaakjes naar Hamburg hebben gebracht, hebben al weer spijt, want Hamburg is slecht verdedigd. Het zou minimaal op plundering uitdraaien. Margaretha lijkt hier niet echt in mee te gaan, want anders zou ze wel grotere zorgen over de veiligheid van Godard Adriaan laten doorschemeren.

    Gezicht over het IJ op de stad met van links naar rechts het Oost-Indisch Zeemagazijn op Oostenburg, de pakhuizen bij 's Lands Werf op Kattenburg, de Oosterkerk op Wittenburg en rechts het poortgebouw van 's Lands Werf. Deze tekening is het linkerblad van een profiel van Amsterdam dat tenminste uit drie bladen bestond. In elk geval ontbreken één of twee middenbladen.
    Gezicht over het IJ op de Amsterdam met van links naar rechts het Oost-Indisch Zeemagazijn op Oostenburg, de pakhuizen bij ‘s Lands Werf op Kattenburg, de Oosterkerk op Wittenburg en rechts het poortgebouw van ‘s Lands Werf. Pieter Idserts Portiers, ca. 1750 Collectie Stadsarchief Amsterdam

    uhEd sou niet geloof hoe de mense hier spreecke en
    hoe kleijn moedich dat sij worde seggende dat dees
    stat meest bedurfven is de kooplie weeten
    niet waer sij blijfve sulle veel sijn swaerhoofdich
    die haer prinsipaelste7Principaal: Voornaam(st), belangrijk(st) tot hamburch hebbe ge
    brocht wenste het weer hier te hebbe vreese om
    dat hamburch sonder defensi is, het minste
    datter sal koome dat die stat sal wt geplondert
    worde, so dat men niet weet waer seecker te sulle
    blijfve,

    Oorlogsvloot voor Pampus

    Blad met een overzicht van de verschillende middelen en manieren om schepen over het Pampus (of andere droogten) heen te halen. Op het blad onder de plaat staat de uitleg van de methodes in 3 kolommen. De prent is opgevouwen geweest en met de hand geadresseerd aan de heer Dirk Mels te Amsterdam.
    Verschillende middelen om schepen over het Pampus (of andere droogtes) heen te halen, ca. 1700, Cornelis Meijer, 1690 – 1710 Collectie Rijksmuseum

    De oorlogsschepen zijn gereed, maar kunnen vanwege de droogte niet over Pampus komen, een ondiepte in de Zuiderzee op de vaarroute van en naar Amsterdam. Er staat niet meer dan 8 tot 10 voet water boven, terwijl er schepen zijn met een diepgang van 24 tot 26. Hebben zij weer! Hier komt overigens de uitdrukking “voor Pampus liggen” vandaan. Als je daar ligt, kan je niet verder en ben je tijdelijk uitgeschakeld.

    de oorlooch scheepe sijn hier alle gereet
    maer konne door de droochte niet overt panhfis8Pampus
    daer isserboove de 8 a 10 niet over en dersijnder
    wel 24 a 26 dit is alweer Een ongeluck,

    Sommelsdijkje zwanger van Labadie?

    We naderen het einde van de brief, want het wordt tijd voor een roddel. Margaretha zegt niets te weten van een vertrek van mevrouw Lucia van Walta, de Vrouwe van Sommelsdijk, uit Den Haag. Blijkbaar heeft Godard Adriaan daar naar geïnformeerd. Margaretha zal eens rondvragen als ze weer in Den Haag is, maar ze gelooft het eigenlijk niet. De hele winter wordt er al gekletst dat Lucia’s dochter, Maria van Aerssen van Sommelsdijk, die bij de Labadisten zit, zwanger zou zijn van leider Jean de Labadie en dat ze met hem zal trouwen. “Het deugt daar niet, met al hun heiligheid”, merkt Margaretha op.

    [de ick sijn leefve wel wensche] vande vrou van
    someldijcks9Lucia van Aerssen-van Walta, echtgenote van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk vertreck wt den haech heb ick niet Een
    woort gehoort salder nae verneeme so haest ick
    weer inden haech koom maer geloof niet datsij
    wt den haech is, men heeft al de winter geseijt dat
    juff Marij van someldijck10Maria van Aerssen van Sommelsdijk die bij la bedije11Jean de Labadie, grondlegger van de Labadisten, een gereformeerde sekte is
    swaer was en dat hij labedije haer sou trouwe
    ten deucht daer met al haer heijlicheijt niet,

    “Daar” is op dat moment Altona bij Hamburg. Jean de Labadie was in 1669 als predikant in Middelburg afgezet en naar Amsterdam gegaan. Zijn radicale leer van samenleven in soberheid en het precies volgen van de bijbel trok ook dames uit de hogere kringen, waarvan de bekendste Anna-Maria van Schurman was. Via haar kwamen ook drie (van de elf) dochters van Van Aerssen van Sommelsdijk en Lucia van Walta erbij, waaronder Maria. In 1670 trokken de Labadisten naar Herford in Westfalen, waar ze onderdak vonden bij Elisabeth van de Paltz. In 1672 vestigden ze zich in Altona. Als het klopte dat moeder Van Aerssen uit Den Haag was vertrokken, was ze misschien wel op weg daarheen, wie weet om bij een bevalling te zijn of een bruiloft voor te bereiden… Of deze roddel nu waar zal blijken of niet, feit is dat het slot Walta in Wieuwerd, waar de Labadisten in 1675 neerstreken, eigendom was van de drie gezusters van Aerssen.

    Bruin getekend medaillon met daarin het portret van een man met een mager gezicht met een flinke neus en een kleine kin met een baardje. Hij heeft een soort bloempotkapsel. Hij draagt een cape waar hij net zijn rechterhand in steekt. Onder de cape een jasje met veel knoopje en een witte, eenvoudige kraag. Links boven  de medaillon een doornenkrans, rechtsboven een lauwerkrans. Onder de medaillon hulstblaadjes een kastanje in de bolster en een roos. Onder het portret staat geschreven: LABADIE Door Larisse geteekent naar 't leeven. Met een haal en een inktvlek aan het eind.
    Portret van Jean de Labadie, Gerard de Lairesse, 1665 – voor 1668. Collectie Rijksmuseum
  • Wapenstilstand en paardenhandel

    DatumPlaats
    Geschreven21 april 1673Den Haag
    Ontvangen25 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief


    Margaretha begint haar brief met een ogenschijnlijk vrij oninteressant bericht. Godard van Ginkel is naar Gorinchem vertrokken om zijn regiment op orde te brengen. Zijn stalmeester, Kemp, heeft een paard van Isaäc de Blanche verkocht. Het was het slechtste paard en Kemp heeft hier 29 rijksdaalders voor kunnen vangen. Margaretha noteert ook voor hoeveel geld het paard heeft gegeten: 12 gulden in 15 dagen, oftewel 16 stuivers per dag. Er is ook nog een goed paard, maar het lukt in eerste instantie niet om deze te verkopen.

    Een paard staat met naar links gedraaid met zijn hoofd omhoog te hinniken, zijn mond is open. Rechts, achter het paard staat een man in lompen, zijn rechterhand heeft hij omhoog richting het paard, in zijn linker hand heeft hij iets (hoed? touw?) achter het paard staat een tweede paard, naar rechts gedraaid. Zijn oren steken boven de rug van het eerste paard uit, we zijn zijn kont uitsteken. Het paard heeft een kortgeknipte staart en het staat te plassen.
    Twee paarden, één urinerend, de ander hinnikend, en een staande man, Philips Wouwerman, na ca. 1646. Collectie Rijksmuseum

    De militie

    Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg heeft verscheidene garnizoenen geïnspecteerd om de militie te monsteren. Er wordt gezegd dat de graaf van Waldeck van mening is dat de regimenten die het best betaald worden nog geen deuk in een pakje boter kunnen slaan… Hopelijk zijn de troepen die Godard Adriaan aan het werven is snel compleet. Men heeft goede hoop, aldus Margaretha, maar ze vreest wel dat andere machthebbers ook naarstig op zoek zijn naar verse manschappen.

    Brieffragment over de kwaliteit van de garnizoenen

    [weer komt,] de graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg is in verscheij
    =de gernesoene2Garnizoenen gegaen om onse meliesi te monstere
    sijn so geseijt wort vint hij somige reesgemente die best betaelt seer
    slecht het is bedroeft dat het lant so bestoolle
    wort daert so benoodicht is, men heeft hier al
    gehoopt het volck dat bij uhEd geworfve wort nu
    haest kompleet soude sijn, geloof daer te veel
    volck voor andere potentaete3Potentaten: machthebbers (neutraler dan we het nu zouden gebruiken) gesocht wort[, de]

    Links worden recruten ingeschreven en van een wapen voorzien. Rechts wordt hen een bedrag uitbetaald. In het midden en op de achtergrond is te zien hoe zij getraind worden. Links op de achtergrond de muren van een stad. Onder de voorstelling een zesregelig Frans vers. Deze prent is onderdeel van een serie van 17 (18 incl. titelprent) prenten met voorstellingen van diverse soorten ellende die oorlogvoering met zich meebrengt.
    Recruteren van soldaten, Jacques Callot, 1633. Collectie Rijksmuseum

    De prins van Condé zoekt onderdak

    Margaretha vreest de komst van Condé. Hij wordt in Utrecht verwacht en heeft daar onderdak nodig. Maar bij het huisvesten van een prins ga je niet over één nacht ijs. Als locatie voor deze prins is het Janskerkhof gekozen, maar geen van de daar aanwezige huizen is groot genoeg. Rondom het Janskerkhof lagen tot in de 16e eeuw huizen die bewoond werden door de kannuniken van St. Jan. In de loop van de 16e eeuw komen deze huizen in handen van burgers. Op de afbeelding is duidelijk te zien dat de huizen aan de noordzijde diepe voortuinen hebben die lopen tot aan de immuniteitssloot aan het Janskerkhof.

    Nellesteyn en Martens woonden aan het Janskerkhof in Utrecht.
    Overzicht van de immuniteit van St. Jan te Utrecht uit het zuiden gezien met in het midden het Janskerkhof met de Janskerk (Janskerkhof) en rechts de Drift, Berch, J.R. van den, landmeter/cartograaf, 1604. Collectie: Het Utrechts Archief

    Aletta Pater, de latere vrouw van burgemeester Jacob Martens, en haar zwager, burgemeester Johan van Nellesteyn, kopen de voortuin van één van die huizen en zij bouwen daarop twee aan elkaar grenzende huizen: nu Janskerkhof 15a en Janskerkhof 16. Deze huizen samen zouden genoeg ruimte kunnen bieden voor een prinselijke pied-à-terre. Beide burgemeesters waren inmiddels naar de andere kant van de waterlinie gevlucht. De tussenwand werd eruit gesloopt en hierdoor ontstond één groot huis. Misschien ziet Margaretha dit als een voorbode voor wat Condé allemaal nog meer gaat slopen. Een goede vrede zou welkom zijn, maar die is er nog lang niet. Gaat die vrede er überhaupt ooit komen?

    Brieffragment 1 over het huis voor Condé
    Brieffragment 2 over het huis voor Condé

    [volck voor andere potentaete gesocht wort,] de
    prins van kondee4Louis II van Bourbon, prins van Condé wort alledage tot wtrecht verwacht
    het huijs vande de heere nellisteijn5Johan van Nellesteyn en martens6Jacob Martens sijn tot
    de meure door
    Een geslaechge en tot Een huijs of loosgement voor
    hem gepreepareert, ick apreehendeere7Apprehenderen: vrezen sijn komste seer
    hadde wij Een goede vreede waer ons best maer hoe
    koome wij daer noch toe[, Eergistere op daenkomste]

    Gezicht op de voorgevels van de huizen Janskerkhof 15 (rechts), 15A en 16 uit het zuidwesten, G.J. Lauwers, 1950-1960. Collectie: Het Utrechts Archief

    Ambassadeurs en onderdanen

    Het lijkt er niet op. De Zweedse ambassadeurs hebben bekend gemaakt dat Lodewijk XIV er niet op zit te wachten dat Johan van Reede van Renswoude als ambassadeur zou onderhandelen over vrede. Volgens de Franse koning is Van Reede van Renswoude als inwoner van het door de Fransen bezette Utrecht namelijk een onderdaan van Frankrijk. En dan zou het heel raar zijn als hij namens de Republiek zou onderhandelen over vrede. Van Reede van Renswoude is zeer onaangenaam verrast, maar Margaretha heeft vernomen dat Hollandse regenten erop zullen aandringen dat hij tóch mee mag.

    Brieffragment over de Johan van Reede van Renswoude als ambassadeur

    [koome wij daer noch toe,] Eergistere op daenkomste
    van de franse briefve hebbe de sweetse Ambassadeurs
    men heere de state bekent gemaeckt dat den konin
    van vranckrijck niet verstaet den heer van
    rhijnswou8Johan van Reede van Renswoude in de Ambasade weegens deese staet sal
    gaen dewijlle hij Een onderdaen van hem is, dat
    hij niet begeert sijn Ambassadeurs met sijn onder
    daene die van Een andere staet koome sulle be=
    =soeijngeere9Besogneren: beraadslagen, onderhandelen, dit seijt me heeft sijnhEd seer gesupre
    =neert10Surpreneren: verrassen, verwonderen, doch so mij van Een hollants reegent
    geseijt is soude bij men heere van hollant daer
    op aengehoude worde dat hij mochte mee gaen

    De keurvorst legt de wapens neer

    De secretaris van de keurvorst heeft geschreven dat de keurvorst een wapenstilstand van drie maanden met Frankrijk heeft gesloten. De keurvorst beloofde zich afzijdig te houden in de oorlog tussen Frankrijk en de Republiek. Iedereen is boos op Gerard Bernhard van Pöllnitz. Hij heeft zoveel subsidiepenningen gekregen! Ach, men heeft altijd wat te klagen…

    Brieffragment 1 Wapenstilstand van de keurvorst
    Brieffragment 2 Wapenstilstand van de keurvorst

    [antwoort op koomt,] noch is hier gister avont tijdin
    gekoome vande keurvorst seekreetaris vande keur
    vorst
    van brandenburch genaemt kolombie die schrijft dat
    den heere keurvorst stilstant van wapene voor
    drie maende met vranckrijck gemaeckt heeft
    daer al ses weecke van om soude sijn , hier roept
    men nu weer op nieu dat den heere penits11Gerard Bernhard van Pöllnitz so
    veel supsidie peninge noch heeft gekreechge, in
    soma hier valt altijt wat te segge[, hoe salt ons]

    Frederik Willem, Keurvorst van Brandenburg (1620-1688). Collectie Kasteel Amerongen

    Acte van garantie

    Margaretha heeft Gaspar van Kinschot gesproken over de Acte van Garantie. Van Kinschot raadt net als Gaspar Fagel af om een memorie over de Acte van Garantie naar de Staten Generaal te sturen. Hij gaat nog wel even voor Margaretha nakijken hoe het precies volgens het Gelders recht zit met de obligatie of schuldbekentenis van Van Ginkel. Gelukkig komt Godard Adriaan snel thuis. Ten minste, als het waar is dat de keurvorst een wapenstilstand heeft gesloten.

    Brieffragment Acte van Garantie

    noch gaen, ick heb den pensionaris kinschot12Gaspar van Kinschot ge
    sproocke weegens onse ackte vande garant en
    ock vande oblijgaesi13Obligatie: schuldbekentenis die de heer van ginckel ons pas
    =seere sou, opt Eerste is hij volkoomentlijck int
    advijs vande heere raetpensionaris14Gaspar Fagel dat ick als
    noch soude swijge en geen reequest of memoorij
    aende state generael preesenteere seggende
    het selfe noch ontijdich te sijn, opt tweede
    heeft hij mij belooft nae te sulle sien hoe de
    gelderse rechte legge en in wat forme die
    oblijgaesi tot bundichste sal konne ingestelt worde
    so dat waer is dat de keurvorst stilstant van
    wapenen heeft vermoede ick dat uhEd wel
    in korte mocht thuijs koome[, den ontfanger]

    Het dochtertje van Van Wulven

    Het dochtertje van Van Wulven is vorige week door Margaretha mee naar Den Haag genomen om haar rouwkleding aan te trekken wegens het overlijden van haar moeder. Maar het kind is ziek geworden; ze heeft hoge koorts. Margaretha hoopt dat ze snel beter wordt.

    Brieffragment dochtertje van Van Wulven

    [beeste meer weetender geen raet mee,] het doch
    =tertge vande heer van wulfve dat ick hier had
    gebrocht om inde rou te kleede is den derde
    dach dat sij hier is sieck geworde heeft Een kon
    tiniweelle koorts met Een verheffin, hoope de
    goede godt haer sal verleene wat haer salich is

    PS: Het tweede paard is ook verkocht

    Aan het eind van de brief komt Margaretha in een PS op de paardenhandel terug: Kemp meldt dat hij ook het tweede paard heeft verkocht. Voor 30 rijksdaalders, één rijksdaalder meer dan hij kreeg voor het ‘slechte’ paard. Het veevoer is zo duur… Gelukkig, zo schrijft Margaretha eerder in haar brief, wordt het snel beter weer en kan het vee heerlijk van het verse gras genieten. Het leuke van deze brief is dat de memorie – vergelijkbaar met een bonnetje – bewaard is gebleven.

    Brieffragment verkoopt tweede paard

    so komt kemp
    segge dat hijt
    tweede paert van blansge verkocht heeft voor 30 rij rijxsdael het kost niet meer gelde heeft
    der mo noch veel moijte toe gedaen, het
    voer is hier so dier dat mense niet langer dorst houde

    Memoorije wat weegens de 
paerde van Monseu
blansche is ontfange den 
19 en 21 April 1673

het Eerste paart heeft kemp
verkocht voor 29 rijxda het 
welcke verteert heeft in 
15 dage 16 stuijvers daechs 
is 12f so dat ick suijver
heb ontvange ----- 60f ---10

het tweede paert heeft kemp
verkocht 30 rijxdal het
welck verteert heeft in
17 dage 13f 12 stuij, sijnde
16 struijvers daechs, dus
hier van suijver ontvang --- 61f --8
soma ontfang ---121f---18
    Memorie van de verkoop van twee paarden van Isaäc de Blanche, ontvangen op 19 en 21 april 1673. Bron: HUA, inv. nr. 1001, toeg. nr. 2723
  • Geen man, geen geld, geen hoop op vrede

    DatumPlaats
    Geschreven31 maart 1673 Den Haag
    Ontvangen5 april 1673Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Godard Adriaan blijft in Hamburg

    Tekening van een poort. Links staat dwars op de poort een huisje of schuur. De poort is hoog met ronde boog, Door de poort gaan net een man op een paard en een lopende man (met hond?). Boven de poort zit overdwars een overkapte loopbrug tussen twee ronde torens. De linker toren zit achter het huisje, on der de rechter toren zit een afgesloten luit. Helemaal links zien we dat er naast het huisje een aarden wal of dijk loopt: er staan hekken die schuin omhoog gaan. Bijna uit beeld staat een boom en op de achtergrond links zien we nog een gevel. Voor op de weg staat het monogram AW.
    Stadspoort te Hamburg (?), vanuit de buitenzijde gezien, Anthonie Waterloo, 1619 – 1690 Collectie Rijksmuseum

    Wat is Margaretha bedroefd dat haar man nog zo veel pijn heeft en ook dat het er toch niet op lijkt dat hij met Waldeck mee naar Den Haag zal komen! Griffier Fagel wist gisteren namelijk te melden dat de laatste brieven van prins Willem aan haar man de bestemming Hamburg hadden, terwijl Waldeck al volgende week verwacht wordt. Het is dan wel duidelijk dat Godard Adriaan niet bij hem zal zijn.

    Brieffragment over de rustwagen

    ick had al gehoopt uhEd met den graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg Een
    keer herwaert2hierheen sout hebbe gedaen en weet niet wat ick
    dencken sal want gistere bij ockasie3gelegenheid dat ick den heer
    griffier fagel4Hendrik Fagel weegens uhEd rustwage ginck spreecke
    seijde hij mij niet te konne dencke dat deselfve hooger
    ginck5hoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen om dat sijn hoocheijt met de laeste post hem
    briefve aen uhEd had gesonde en belast die op
    hamburch te bestelle, en dat hij griffier niet
    anders wiste of den graef van waldeck wort
    noch deese weeck weer hier verwacht, daer om

    Overigens had Margaretha de griffier eigenlijk aangesproken vanwege de rustwagen. Ook daar mogen ze niet te hard op rekenen, omdat Daniël van Hogendorp, nog steeds doodziek te bed in zijn huis te Rotterdam ligt. Wat Margartha niet weet, is dat hij op het moment dat ze dit schrijft, de vorige dag al is overleden.

    Verbroken zegels

    Gravure van een stapel papieren met daaraan allerhande zegels. Ernaast ligt een zegelring. De zegels liggen waarschijnlijk in de zon, want ze beginnen te smelten. Op de achtergrond een klassieke tuinvaas.
    Gesmolten zegels en een zegelring, Vincent Laurensz. van der Vinne (II), 1714 Collectie Rijksmuseum

    Overigens verzekerde griffier Fagel haar ook dat de Staten-Generaal erg tevreden over haar man zijn, zowel over zijn onderhandelingen als over zijn adviezen, en dat ze Fagel hebben gezegd Godard Adriaan vooral op de hoogte te houden van alle correspondentie. Behalve met Theodore Brasser, vertegenwoordiger bij Brunswijk en Osnabrück, omdat Godard Adriaan daar zelf al mee schrijft. Fagel zei echter ook te merken dat de brieven regelmatig worden onderschept en opengemaakt. Godard Adriaans brief van de 14e aan de Staten was open geweest en wel heel bot en plomp weer dichtgeplakt. Een brief waarin Godard Adriaan verzoekt om naar huis te mogen heeft hij trouwens nooit gezien…

    Brieffragment over de correspondentie

    [gedaen worde,] seijde mij ock dat men heere de state
    volckoome kontentement6tevreden so van uhEd neegoosgasi7negotiatie: onderhandelingen
    als advijse neemen en hem hebbe gelast van tijt tot
    tijt alser Eits voorkomt uhEd kenise daervan
    te geefven, gelijcke hij seijt te doen behalfve van
    de briefve van brasser8Theodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück om dat die selfs met uhEd
    korespondeert, maer seijt te bemercke dat de
    briefve worde geintersipiEert9intercipiëren: onderscheppen of op gebroocke gelijck
    die vande 14 die uhEd aenden staet heeft gesonde
    was open geweest en wel plomp bot weer toege
    daen, hij seijt ock noijt geen briefve van uhEd
    gehadt of ock niet aenden staet gesien te hebe
    waer in uhEd sijn demissie10ontslag, verlof of om Een keer her
    waerts te doen versocht heeft, so dat die daer
    uhEd inde mijne van mensioneert11mentioneren:vermelden hetselfve aende
    griffier versocht te hebbe niet moet ter hande
    gekoome sijn, [weegens onse ackte van garant]

    Geen geld voor Margaretha…

    Zware houten tafel. de vier poten zijn met elkaar verbonden met latten, daarboven zitten sierlijke ronde vormen. Onder het tafelblad zit een grote kist, met daarop twee rechthoeken als versiering. De hoeken zijn geschubt. Voor op de 'onderlist' zit een zwart slot.
    Betaaltafel waarvan de hoekstijlen boven de poten zijn geschubt met geldstukken, anoniem, 1640 – 1660 Collectie Rijksmuseum

    Het is Margaretha nog niet gelukt het geld voor de derde ordinantie los te krijgen. Ze heeft hem bij de drost van Amerongen in Amsterdam achtergelaten om daarmee naar de ontvanger te gaan. De ontvanger beweert helaas dat het echt niet kan, en dat hij zelfs niet kan zeggen wanneer hij wel kan betalen. Ze vreest dat het hoe langer hoe erger zal worden.

    Brieffragment over het ontvangen van geld door Margaretha en haar drost.

    met de leste post heb ick uhEd geschreefve dat ick de
    tweede ses duijsent gulde heb ontfange, de ordinansi
    vande derde heb ick onder den drost van Ameron
    geleate op om de peninge tot Amsterdam bij den
    ontfanger in te vorderen, doch sien daer voor
    Eerst noch geen raet toe, vermits den ontfange
    seijt hem onmoogelijck te sijn alsnoch tijt te konne
    stelle tot de betaelline, ick sal nae de hoochtijt
    weese ses duijsent gul versoecke maer sien geen raet
    tot gelt of ick schoon ordinansi heb en vrees het hoe
    langer hoe erger sal worde, [dat de heer van ginckel]

    … en ook niet voor van Ginkel

    Voor van Ginkel is de geldkrapte nog erger. Margaretha weet niet hoe hij het zou rooien als hij met vrouw en kinderen niet bij haar terecht zou kunnen. Hij heeft nog steeds geen stuiver van zijn salaris gehad. Niet voor zijn functie als ritmeester en niet voor die als kolonel. Waar moet dat heen? Hij is zojuist teruggekomen uit Gorinchem, en wat hij vertelt over de omstandigheden waaronder mensen en paarden daar moeten leven doet Margaretha nog sterker wensen dat God alles ten goede zal keren.

    Tekening van een water dat links van ons een bocht naar links maakt. Recht voor ons staat een poortgebouwtje met daarachter een houten brug die aan de overkant een ophaalbrug heeft. Rechts in de verte staat een molen. De brug gaat naar een hoog eiland, waar midden op een groot plomp gebouw ligt met een soort dubbele ui dak. In de eerste ronde ui zitten allemaal dakkapelletjes en daarboven zit een kleinere ui als een kers op de taart. Op het eiland staan verder wat bomen en een klein huisje. De oever van het eiland is afgezet met houten hekken.
    Gezicht op Gorinchem, Willem Schellinks, 1637 – 1678 collectie Rijksmuseum
    Brieffragment betaling Van Ginkel

    [langer hoe erger sal worde,] dat de heer van ginckel
    met sijn vrou en kinder niet bij ons was weet voor
    waer niet hoe hijt maecken sou want krijcht alsnoch
    niet Een stuijver van sijn tracktement noch als rit
    =meester noch als kolonel, waer wil dit noch
    heen, so aenstonts komt den heer van ginckel van
    gorckom seijt het droefvich is te zien so de mense en
    en beeste teweete paerde daer wt sien, de heere wil
    ons alles ten beste schicke, [om weegens deese staet]

    Wat vrede konnen wij maken?

    Gaan de onderhandelingen in Keulen vrede brengen? Ze somt, net als in haar vorige brief, nog eens de namen van de personen op die zullen worden afgevaardigd. Margaretha heeft er niet veel vertrouwen in. Wat voor vrede zal dat worden, want wat valt er te onderhandelen met een koning die alles zo heeft als hij het hebben wil? Ze zeggen dat Spanje op het punt staat met Frankrijk te breken, maar dat hadden ze veel eerder moeten en of het gaat gebeuren is nog maar de vraag.

    Brieffragment vrede

    [hier in verwacht,] ick ben seer swaerhoofdich indeese vreede handel
    konende niet sien wat vreede wij sulle konne maecke met Een
    koninck diet alles naer sijn wens gaet, men spreeckt seer
    dat spange12Spanje staet opt point om met vranckrijck13Frankrijk te breecken
    haddense dat wat Eer gedaen en oft och geschiede maer men
    heeft het so lan geseijt, [farije die gouverneur van Maestricht is]

    Welland moet wieberen

    Plattegrind net een gebied in groen gekleurd. Midden in het gebied is een dorp getekend: een kerk met huizen eromheen en veel groen. Net buiten het dorp ligt een molen. Verder liggen er in het gebied verspreide woningen. In de kaart zijn wegen ingetekend en de suggestie van afscheidingen van weilanden. Rechtsonder liggen meerdere huizen dicht bij elkaar als een soort dorp. Links net naast het groene gebied staat een kerk getekend waarbij staat Serooskerke en een familie wapen dat wit is met drie rode hondekoppen (familie Van Tuyll van Serooskerken). Midden boven staat ook een familiewapen boven een rode band met drie witte ruiten, het stuk daaronder zwart met een witte cirkel met een kruis erin. De tekst is slecht leesbaar. Rechts boven ligt ook  een kerk en daar staat Renesse bij. Daarachter: schoon dorp met hooge boomen en boogaerde. Daarboven een rood familiewapen met een gouden leeuw en onleesbare tekst ernaast. Onder Renesse nog een gebouw: het huis van Moermont.
    Kaart van de heerlijkheid Noordwelle in Zeeland, eigendom van de heer van Welland, anoniem, 1649 – 1658 Collectie Rijksmuseum

    Neef van Welland is naar Zeeland vertrokken, dat werd tijd. Margaretha merkt zuur op dat iedereen die uit Utrecht afkomstig is en er toe doet ondertussen al een keer prins Willem III eer is komen bewijzen, behalve hij. Waarschijnlijk kan hij het zich niet veroorloven en komt hij niet uit met zijn inkomen. Hij heeft de hele winter op Margaretha’s zak geteerd en dat in deze kwade tijden met zware belastingen! Als hij terug is zal ze hem zeggen dat ze de kamer niet langer kan missen. Wat ook waar is, merkt ze op, want ze moet de meubels uit Amsterdam straks toch ook ergens kwijt?

    Brieffragment over Welland

    [het gouvernement had hoore te geefve,] den heer van wellant14Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha
    is Entelijck Eens naer seelant15Zeeland gegaen, al de werlt van wttrecht16al de wereld van Utrecht: iedereen uit Utrecht
    gekoome sijnde hebbe sijn hoocheijt gesien en gesalweert17gesalueerd: begroet behalfven
    hij, sien niet dat hij der nae tracht18er naar tracht:het probeert, wat soude hij sijn kost betaelle
    ick vreese hij met sijn inkoome niet toekomt daer hij alde winter
    de kost bij mij heeft gehadt, met deese quade ijaere indewelcke
    so swaere schatine moete gegeefve worde, ick sal als hij weerkomt
    hem segge dat wij die kamer niet langer konne misse gelijcke het
    waer is so ick onse meubele en alt goet van Amsterdam hier
    brenge salt daer op moete sette, nu ick verlange met de naeste
    post te hoore in wat Ent vande werlt19aan welk eind van de wereld: waar in de wereld

    uhEd is, hoope de heer almach
    =tich deselfve sal geleijde, blijfve
    uhEd getrouwe wijff
    M Turnor

  • Morgen naar Amsterdam

    DatumPlaats
    Geschreven8 februari 1673Den Haag
    Ontvangen29 februari1waarschijnlijk 1 maart 1673Bielefeld
    Lees hier de originele brief

    Een korte brief met veel inhoudelijke overlap met de vorige brieven. Hij komt op dezelfde dag aan als één van de brieven van 6 februari. Erg snel is deze postvariant niet: hij is pas op op 29 februari aangekomen. Wacht even…1673 was geen schrikkeljaar, dus Godard Adriaan zal 1 maart bedoeld hebben. Eén echt nieuwtje in deze brief: morgen gaat ze eindelijk het lang verwachte geld halen in Amsterdam.

    Grote plannen en ‘wankelend weer’

    In Den Haag is men erg benieuwd te weten wat de Duitse troepen gaan doen, en ook wat Willem III van plan is met zijn leger. Dat moet iets indrukwekkends zijn, gezien de voorbereidingen die worden getroffen. In Alphen aan den Rijn verzamelt zich een steeds grotere troepenmacht.

    Vestingplattegrond van Fort Gouwsluis bij Alphen aan den Rijn. Het is een vierkant fort met op elke hoek een bastion. Rechts ligt de Rijn, links en onder weilanden, naar links stroomt de Gouwe. Onderaan het fort hangt een extra dubbelbastion. Dichtbij het fort vier puntjes naast elkaar en daarvoor nog een punt.
    Vestingplattegrond van Fort Gouwsluis in Alphen aan de Rijn, anoniem, 1680. Collectie Rijksmuseum
    Brieffragment Duitse troepen

    [selfve avont met de post heb beantwoort], men
    verlanckt hier seer te hoore wat de duijtse troep
    pees2Duitse troepen doen, alsmeede wat sijn hoocheijt met ons
    leeger sal atenteere3attenteren:ondernemen het welcke schijnt naer
    alle preeperaesie wat notabels4notabel: opmerkenswaardig te sulle sijn

    Plaat van faience (wit keramiek met blauwe afbeelding) met een gezicht op Overschie. Links de kerktoren van Overschie, rechts een riviertje met brug, waarop twee figuren. In het water een bootje met twee vissende mannen. Er zwemmen wat eendjes.
    Plaat met een gezicht op Overschie bij Rotterdam, Frederik van Frytom (toegeschreven aan),
    ca. 1670 – ca. 1700. Collectie Rijksmuseum

    Ook Van Ginkels regiment, dat nu nog in Overschie ligt, zal zich daar morgen bij voegen. Dat geeft hem gelegenheid om vannacht nog even bij Phillipota langs te gaan, die nog steeds niet met de kinderen heeft willen vluchten. Heel veel anderen doen dat wel vanwege de onzekerheid over vorst of dooi (“nu wankelt het weer”)

    Brieffragment wankelende weer

    [wat goets verleene,] de liede vluchte van hier
    met gewelt, de vrou van ginckel heeft met de
    kinder niet wech gewilt nu wanckelt het
    weer5het is kwakkelweer men weet niet wat het doet vriese oft
    doijt, de heer van ginckel is deesen avont weer
    hier gekoome met intensi om merge met sijn
    reesgement dat deesen nacht te overschie
    blijft, voort naer Alfhen6Alphen aan den Rijn bijt gros vant
    leeger te gaen, [ick schrijf deese Een dach]

    Gezicht op Alphen aan den Rijn. Op de Rijn verschillende boten, linksvoor de kostschool en linksachter een kerk. Aan beide kanten is bebouwing en aan beide kanten liggen bootjes aangemeerd. In de verte een ophaalbrug en nog verder daarachter een molen. In het midden vaart een zeer elegant zeilschipt, Daarnaast een boot met een kajuit, waarop twee mannen staan te bomen. Twee kleinere bootjes: een roeibootje en een bootje waarop ook iemand staat te bomen.
    Gezicht op Alphen aan den Rijn, François van Bleyswijck, 1714 – 1728. Collectie Rijksmuseum

    Geld halen in Amsterdam

    Margaretha schrijft de brief een dag eerder dan de post gaat, omdat ze morgen naar Amsterdam wil om de ordinantie in contant geld om te zetten. Mocht de belastingontvanger van wie ze het geld los moet krijgen haar te veel aan het lijntje houden dan zal ze de burgemeesters er op aan spreken.

    Brieffragment geld halen in Amsterdam

    ick schrijf deese Een dach
    vroechger als de post gaet om dat ick merge
    met godts hulp gaern naer Amsterdam wou
    gaen om te sien nu gelt voor onse ordinansie
    te krijge vrees den ontfanger mij ock noch al
    sal nae laeten loopen dan so hij t doet sal ick
    de burgemeesters daer over aenspreecken,

    Omdat het geld zo schaars is probeert ze ook de tweede zesduizend gulden zo snel mogelijk te verzilveren. Ze ziet er tegenop om in deze tijden op reis te gaan, maar hoopt zonder ongelukken in drie of vier dagen weer terug in Den Haag te zijn. Ze leeft mee met Godard Adriaan wiens paarden kreupel zijn en wenst hem Gods bescherming.

    Brieffragment meer geld vragen en kreupele paarden

    uhEd sou niet geloofve hoe schaers het gelt is
    ick sal nu inde toekoomende weeck weer ses duij=
    =sent gul7gulden versoecke, hoope buijten ongeluck in
    3 a 4 dage weer hier te sijn, sal al met groot
    te bekomerin in deesen tijt wt weese, het
    doet mij leet uhEd met sijn kreupele paerde so
    verleegen sal sijn de heer almachtich wil
    uhEd en al het onse bewaere inwiens heijle
    ge bescherminge uhEd beveelle blijfve

    En weer de zadels

    Afbeelding van een paard zonder zadel op. Het paard staat voor een winkel vastgebonden aan een tafel. Twee mannen praten over het zadel op tafel, onder tafel ligt ook een zadel. Aan de gevel hangen andere paardenbenodigdheden. Boven de prent staat:
De Saalemaaker
Uw eigen dier, vereist bestier.
Onder de prent staat:
't  Geweldich, trots en weelich Paard, word nochtans van den Man bereeden,
Betoomd, besaadeld en Bedaard:
Soo most de Geest, door hooge reeden,
Zijn wilde Dier, van vlees en bloed,
Betemmen, om een Eeuwich goed.
    Zadelmaker, Caspar Luyken, naar Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum

    Over paarden gesproken: Van Ginkel zou graag de zadels die naar Hamburg gestuurd waren (en waar ze zich in september en oktober zo druk over maakte!) weer hier hebben, schrijft ze in een ps. Ze zijn zo mooi gemaakt en hij kan ze goed gebruiken. Hij en zijn vrouw en kinderen doen de groeten, en in het bijzonder Fritsje die zo groot en zoet wordt!

    Brieffragment van de ps over de zadels en de kinderen en kleinkinderen.

    soot uhEd
    beliefde wenste
    de heer van ginckel
    de saels8zadels en het ander
    goet dat voor uhEd op
    hamburch gesonde heeft is
    weer hier te hebbe om dat
    het seer net gemaeckt is
    heer en vrou van ginckel met
    al de kindere preesenteere
    haeren dienst aen uhEd so
    doet insonderheijt fritsge
    die seer groot en soet wort

  • Geld

    DatumPlaats
    Geschreven26 januari 1673Den Haag
    Ontvangen12 februari 1673Lippstadt
    Lees hier de originele brief NB De brief is niet in de juiste volgorde gescand. Leesadvies: 23 rechts, 24 links, 26, 27 links, 24 rechts, 25 links.

    Vandaag schrijft Margaretha een lange, lange brief. Om het hier een beetje behapbaar te houden, hebben we de brief in drie stukken geknipt met de volgende onderwerpen:

    Godard Adriaan heeft als bijlage bij zijn brief een declaratie toegevoegd. Margaretha begrijpt het helemaal. Godard Adriaan maakt kosten voor De Republiek, maar de vergoeding voor zijn werk komt maar niet.

    Brieffragment over de declaratie en het verkrijgen van de toestemming

    beijde uhEd aengenaeme vande 9 en 13 deeser met
    de bijgevoechde konsept deklaraesi, is mij gistere
    behandicht, ick verstaen die heel wel, uhEd is Een
    merckelijcke som aent lant ten achtere kost men
    maer gelt krijgen, ick houde niet op daer om
    te spreecke nu het konsent1Consent: toestemming daertoe van men
    heere van hollant daer is, daer wij den heere
    valckenier van Amsterdam wel voor veroblij
    =geert2Verobligeren: in een verhouding brengen waarin men tot dankbaarheid of wederdienst gehouden is sijn die mij met groote beleeftheijt seer be
    hulpsaem hier in geweest is, [nu is de Eerste]

    Inkomsten

    Het krijgen van geld wordt steeds ingewikkelder. Geld is schaars en de oorlog blijft geld kosten. Margaretha rapporteert elk stapje in het proces keurig aan haar man, alleen heeft ze nu een onverwachte tegenvaller. Ze weet ook niet zo goed wat ze ermee moet. Ze had in september uiteindelijk de ordinantie (het uitbetalingsverordening) van de Heeren van Holland gekregen met hulp van de Amsterdamse burgemeester Gilles Valckenier. Dat was in ieder geval stap één. Stap twee zou dan zijn dat de raadpensionaris die moest ondertekenen. Alleen heeft Gaspard Fagel, de raadpensionaris, de ordinantie “verlegd”. Hij is hem dus gewoon kwijt geraakt. De traag lopende raderen van de bureaucratie komen weer knarsend tot stilstand.

    Een schilderij van grote ruimte met daarin aan de rechterkant één balie en aan de achterkant twee balies. Boven de balies aan de achter kant zitten twee ramen in vieren gedeeld met kleine ruitjes. Aan de muren hangen planken met daarop boeken en heel veel papieren. Er hangen ook papieren aan de muur en boven, tegen het plafond, hagen witte zakken.  De balies staan op een verhoginkje. Bij elke balie staat een klerk en bij elke balie staan mensen te wachten en in het midden van de ruimte is een soort rij met mensen van allerlei pluimage: mannen, vrouwen, kinderen, rijk, arm. Er lopen ook een paar honden. Op de grond liggen ook allemaal papieren.
    Voorbeeld van een 17e eeuws kantoor met ‘verlegde’ papieren. Het kantoor van de advocaat, Pieter de Bloot, 1628. Collectie Rijksmuseum

    Wat nu? Margaretha heeft raad gevraagd: er moet een duplicaat komen. Dat is aangevraagd, maar nu vragen de Heren van Holland een borg (garantie), zodat de eerste assignatie niet omgezet wordt in een ordinantie. Margaretha twijfelt over die garantie, want de assignatie is kwijt gemaakt door Fagel, en nu moet zij garanderen dat hij er niets mee doet. Aan de andere kant: als ze het niet regelt, komt er helemaal geen geld. En de raadspensionaris erop aanspreken… Daarvoor is Margaretha iets te afhankelijk van hem.

    Brieffragment over de verlegde ordinantie

    hulpsaem hier in geweest is, nu is de Eerste
    ordinans die inde maent van septem lest leede
    bij de heere vanden raet verleent, en door van
    heeteren aende heer r p fagel ter hande gestelt
    bij hem fagel verleijt die daer nae gesocht heeft
    maer tot noch toe niet konne vinde, daerom
    genootsaeckt ben aende heere vande raet Een
    duplijkaet te versoecke het welcke gedaen heb
    en sij niet weijgeren maer wille voorde ver=
    miste ordinansi borch gestelt hebbe, daer
    ick mij wat in beswaert vinde vermits die
    niet bij mij maer van Een ander verleijt is
    niet weetende in wiens hande die sou mooge
    raecke, de heere van den raet segge noijt ande

    Tweede brieffragment over de verlegde ordinantie en de borg

    in diergelijcke saecke gedaen te hebbe, of noijt geen
    duplijkaet sonder borge te geefven, so dat ick geen
    wtkomst ter werlt en sien of sal moete
    voor die ses duijsent gul borchge worde so het
    welcke gereesolveert ben te doen so sij nu met
    mijn borch te vreede sijn, de raet pensinaris
    souder wel de naeste toe sijn dewijlle de ordi
    =nansi in sijne hande moet weese maer derft
    hem niete vergen3Vergen: voorleggen , hoope hij se noch vinde sal en
    ick dan vande borchtoch sal konne ontslage worde

    Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het ongekroonde wapen van de provincie Utrecht. Tekst rondom: MO NO ARG PRO CON FOE BELG TRAJ
Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1664
    Utrechtse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1664

    Uitgaven

    Ze loopt maar vast op de goede afloop vooruit en vraagt of Godard Adriaan vast aan wil geven waaraan ze het geld uit moet geven. In ieder geval moet ze de zadelmaker betalen.

    Ze heeft van de oude heer Van Heteren 1000 dukatons4Dukaton: zilveren munt ter waarde van 63 stuivers geleend. Ze doet echt haar best om een zuinige huishouding (ménage) te voeren, maar al die zieken! En alles is zo duur… Zo duur als ze nog nooit gezien heeft. Een eend: van zes stuivers naar twaalf of dertien stuivers, een paar konijnen van vijftien à zestien stuivers naar zesentwintig stuivers. Dat geldt voor alles! En hoenderen heeft ze sowieso al lang niet gezien.

    Brieffragment over de dukatons

    heb van den oude van heeteren hondert duij=
    katons geleent, ick lecht so nau in alles over
    alst Eenichsins moogelijck is noch hoop de
    huijshoudin hooch ben sterck van menaesge
    en alles is so dier5Duur dat ickt in mijn leefve noijt

    Brieffragment over de kosten van levensonderhoud

    beleeft heb Een hoen dat me voor dees voor 12 en 13
    stuijvers plach te koope moet men nu Een daelder
    voor geefve, Een Entvoogel6Eend voordees 6 stuij nu
    12 en 13 stuij, Een paer konijne voor 15 a 16 stuij
    nu 26 stuijvers en so alles naer venant7Navenant , hoende
    =re, heb ick in Een maent of ses weecke niet in
    huijs gehadt, ock heb ick Een seer kostelijcke8Kostelijk: duur
    winter met al de siecke die nacht en dach vier9Vuur
    en licht moeten hebbe behalfve alles dat sij
    voorts w van noode hebbe dit heeft nu vijf maende
    aen Een geduert, [soot schijnt komt het quaetste]

    Links de kant van de munt met de ruiter (ridder in harnas met getrokken zwaard) naar rechts. Onder het gekroonde wapen van de provincie Holland. Tekst rondom: MON NOV ARG CONI BELG PROV HOLLAND
Aan de rechterkant de kant van de munt met het gekroonde generaliteitswapen, vastgehouden door twee leeuwen. Onder het generaliteitswapen het wapen van Amsterdam. Tekst rondom: CONCORDIA RES PARVAE CRESCVNT 1672
    Amsterdamse dukaton (ook wel Zilveren rijder) uit 1672

    Godard Adriaan, de huisvrouw

    Margaretha heeft Coenraad Burgh, de Thesaurier Generaal van de Unie bij de Raad van State, gesproken. Kennelijk heeft Godard Adriaan hem afschriften van zijn huishouding (huishoudfinanciën) gestuurd. Zijn vrouw is onder de indruk, nu ziet ze dat hij een huishouding draaiende kan houden zonder vrouw. Toch wekt ze niet de indruk dat ze zichzelf overbodig voelt.

    Brieffragment over Godard Adriaans huishoudvaardigheden

    [toe, Mevrou de prinses is beeter,] den heer
    treesovier burch die ick heeden heb weesen
    sien preesenteert sijnen diens aen uhEd
    tis mij lief uhEd hem so wel van provijsie
    voorsiet en de huijshoudine so wel verstaet
    nu sien ick dat uhEd hem wel sonder vrou
    sal konne huijshoude, [de heer en vrou van]

    Lees verder bij Gruwelen

  • Een belegering in de winter

    DatumPlaats
    Geschreven22 december 1672Den Haag
    Ontvangen12 januari 1673
    Lees hier de originele brief

    In haar vorige brief had Margaretha een brief van Welland opgenomen. Welland had geschreven dat de Spanjaarden met Frankrijk gebroken hadden. Oftewel: de Spanjaarden zouden officieel partij hebben gekozen voor de Republiek en zelfs al een offensief en defensief verbond gesloten hebben. Goed nieuws! Of toch niet?

    Het beleg van Charleroi

    Helaas blijkt ook het nieuws over het verbond met Spanje te goed om waar te zijn. Maar het is ‘abuijs en so breet niet’, aldus Margaretha. Hoewel Spanje nog niet officieel met Frankrijk gebroken heeft, lijken de Spanjaarden wel op de hand van de Republiek te zijn. Margaretha weet te vertellen dat de Spanjaarden Charleroi berend hebben! De stad is in handen van de Fransen en wordt gebruikt als bevoorradingsplaats voor het Franse leger. Charleroi veroveren… Wat zou dat een mooie opsteker zijn voor de Republiek, zo aan het eind van het jaar! Prins Willem III heeft zich inmiddels met een deel van het Staatse leger bij de Spanjaarden gevoegd. Dat is goed nieuws! Of toch niet? Margaretha spreekt haar vrees uit. Ze gelooft dat ‘deese plaats seer veel volck sal koste’: de gouverneur van de vesting zal Charleroi tot de laatste man willen verdedigen…

    Mijn heer en lieste hartge
    met mijne laeste heeft de heer van wellant1Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha uhEd ge
    =schreefve dat de spaense tegens vranckrijck gebroo
    cke en met ons Een liege garantij offensijf en de=
    fensijf soude gemaeckt hebbe2Een offensief en defensief verdrag het welcke hem wt
    Maestricht geschreefve is, doch tis abuijs en so breet
    niet, maer wort geseijt hetselfve op goede voet te
    staen, dat de spaense scharleroij berent hebbe en
    sijn hoocheijt voort met sijn leeger daer bij is gekoome
    is waer, en dat hij voorleede sondach Een kontersch
    =erp3Conterscherp/Contrescarp: een talud aan de buitenzijde van een (vestinggracht) in had hout men ock seecker, en dat de gouver=
    =neur van scherleroij die bine tongere was met 60
    man door Eene senisterheijt4Van sinister/sinisterlijk: op slinkse wijze is inde stat gekoome
    staet mij niet aen, hij is so geseijt wort Een vande
    braefste5Dapperste/moedigste offisiers die int fransen dienst is
    ick en veel wijse liede vreese deese plaets seer
    veel volck sal koste om dat dien gouverneur het
    tot de wtterste toe sal wille deffendeere [, al mijn]

    De vesting te Charleroi, veroverd door de Fransen of Munstersen, Gaspar Bouttats, 1672. Collectie Rijksmuseum.

    Kou

    Is het wel een goed idee om nu aan een beleg te beginnen? Het is ontzettend koud: ‘Mensen moete van koude vergaen en doot vriesen’, uit Margaretha haar zorgen. Zo koud is het in jaren niet geweest de wateren zijn reeds bevroren. Wat zal er gebeuren als het Franse leger de weersomstandigheden ten volle benut? In Utrecht verwacht men dat de Fransen nog dit jaar van plan zijn om Holland binnen te vallen. Margaretha hoopt dat de Heer almachtig het kwade voornemen van de vijand wil beletten en de inwoners van Holland voor een overval wil bewaren. Toch bereiden de Hollanders zich voor op het ergste: met degens, roers (vuurwapens) en bijlen. Maar in hoeverre zal dit helpen wanneer God verhoedde de Fransen aanvallen? Margaretha is niet erg hoopvol: iedereen zal alleen zijn eigen huis beschermen, en de rest aan de vijand overgegeven.

    harde en felle weer, och ist nu tijt om beleegerin
    te doen de mense moete van koude vergaen en doot
    vriesen ock ist onmoogelijck datse met Een schop of spae
    inde aerde konne, tis hier so fel en scherp kout als ick
    in Eenige ijaere beleeft heb al de watere legge toe
    men schrijft wt wttrecht datse daer noch starck
    voor hebbe dit saijsoen te wille waerneeme en in hollant
    te wille koome, de heer almachtich wil haer quaet
    voorneeme belette en ons voor Een overval be=
    waere men sit hier in groote vrees, alde burge
    =rij en de sepooste is aengeseijt haer met Een deege
    Een roer en Een bijl gereet te houde maer als
    der op aen sou koome dat godt verhoede wil
    wat sout helpe Elck sou naer sijn Eijgen huijs
    loope en de rest ten beste geefve[, de griffier fagel]

    Soldaat die zijn roer op zijn schouder draagt, Jacob de Gheyn (II) (atelier van), naar Jacob de Gheyn (II), ca. 1597 – 1607. Collectie Rijksmuseum.

    Geld

    Gelukkig valt er ook nog iets positiefs te melden: griffier Hendrik Fagel de broer van raadpensionaris Gaspar Fagel heeft aangegeven bezig te zijn een nieuwe rustwagen voor Godard Adriaan te regelen. Hendrik heeft tevens, op verzoek van Margaretha, zijn broer gesproken over de betaling van de ordinantie. Maar de kasteelvrouwe verwacht niet dat de raadpensionaris zich aan zijn woord zal houden. Vervolgens begint Margaretha over de Staten van Holland. Er sijpelt sarcasme door in haar woorden: de Staten van Holland hebben eindelijk door dat de militie in dit weer niet zonder geld kan. Er zijn verbeteringen doorgevoerd waardoor de soldij voortaan op tijd betaald wordt.

    [loope en de rest ten beste geefve,] de griffier fagel
    heeft mij doen segge beesich te sijn met het
    versoeck tot Een rustwage voor uhEd geloof hij
    daer toe al konsent heeft bekoome, o ock dat hij
    den heer r p fagel op mijn versoeck heeft ge
    sproocke weegens de betaeline van beijde uhE
    ordinansie die hem belooft heeft mij deese
    weeck kontentement te doen hebbe so hij woort
    hout salt heel goet sijn maer hij heeft het so dick
    mael en so lan belooft dat icker geen staet op

    kan maecke, men heere de state van hollant beginne
    nu te dencke dat haer meliesi in dit weer niet
    sonder gelt konne sijn, hebbe die voorsienine ge
    daen dat al haer meliesie betaelt wort
    tot dees loopende maent en de ordinansie die
    in dees maent vervalle sijn sullense laete
    loope sonder op te maecke deese maent wt en die
    tot den leste deesem in kluijs op maecke en betaelle
    en dan voortaen alle maent voort pront betael
    dat wel Een goede saeck sal sijn[, maer de track]

    Ziekte en beterschap

    Godard Adriaan moet ongerust zijn geweest toen hij de woorden van Margaretha las. In haar brief van 22 december schrijft ze dat ze een aantal dagen last heeft gehad van ‘een seer swaere defluxsi op de halfve sijdt van mijn aensicht en tande’. Ook had ze ontzettende hoofdpijn, vond ze zichzelf niet om aan te zien, was haar oog gezwollen en had ze rode plekken rond haar mond. Waarschijnlijk had ze last van een huidinfectie door stafylococcen (mogelijk streptokokken). Een combinatie met gordelroos (vaak getriggerd door een andere aandoening of verminderde weerstand) is ook mogelijk. Gelukkig is Margaretha ten tijde van het schrijven van de huidige brief weer aan de beterende hand. Met Reijniera gaat het ook stukken beter, maar nu begint Antge weer uitslag te krijgen. Gelukkig is het kindje er (nog) niet ziek van. Margaretha zou niet weten wat ze moet doen als ze zou moeten vluchten. In de kou, met de zieke kinderen…

    [te bedancke,] ick heb Ettelijcke dage Een seer
    swaere defluxsi op de halfve sijdt van mijn
    aensicht en tande met Exstreeme pijn int
    hooft gehadt ijae so dat ick niet toonbaer ben
    mijn Een ooch is bij naest toe sien maer met
    het Een ooch so is die sij geswolle en rontom mijn
    mont met viericheijt wt geslage, met de roos aent
    geswolle ooch, dant hart is de heer sij gedanckt
    gesont nu de pijn over is weet ick niet waer ick
    ben , het kint raniertge is haest weer wel maer
    nu begint Antge weer wt te slaen doch isser
    sonder lin niet sieck van hoop het maer wint
    of steenpockges sulle sijn, gist dat wij Eens
    met dit harde weer moste vluchte sou niet weete
    hoe ickt met de siecke kinderen sou maecke, de
    heer hoope ick salter niet toe laete koome[, gistere]

    Het laatste nieuws

    Margaretha sluit haar brief af met slecht nieuws uit Amerongen. Uit een brief van de secretaris heeft ze vernomen dat er vorige week vier doden zijn gevallen. Tot overmaat van ramp is de predikant, Keppel, ook nog eens ziek…

    In een Post Scriptum voegt Margaretha nog toe dat ze hoopt snel iets van Van Ginkel te horen. Ook is ze benieuwd naar het verloop van het Beleg van Charleroi en wil ze graag weten waar Godard Adriaan van de winter zal verblijven. Daarna volgt het allerlaatste nieuws over het Beleg van Charleroi, afkomstig uit de brieven uit Maastricht. Maar men weet niet meer wat waar is. Er wordt zo veel gelogen, het is een schande…

    ons verlanckt seer hoet met de heer van ginckel
    is en hoet met scharleroij staet, ock waer uhE
    noch sijn winter quartier sal hebbe dat nu
    wel tijt wort[, men is hier noch blijde dat de gou]

  • Franse terreur aan de grens

    DatumPlaats
    Geschreven6 juni 1672Amerongen
    Ontvangen13 juni 1672
    Lees hier de originele brief

    De brief die Margaretha op 6 juni aan haar man schrijft bevat amper goed nieuws. De Franse troepen zijn de grens genaderd en hun terreur schokt Margaretha. Ze hebben Wesel omsingeld en een nabijgelegen landhuis en klooster geplunderd en de inwoners geschonden. “Het is verschrikkelijk om te horen hoe ze te werk gaan”, schrijft Margaretha. Het lijkt er op dat de Franse troepen zich nu naar de IJssel bewegen. Daar wachten Staatse troepen ze op en, als God met hen is, zal daar de Franse aanval worden afgeslagen.

    Mijn heer en lieste hartge
    met de laeste post heb ick geen briefve van uhE
    gehad geloofve de selfve naert afgaen van
    post tot berlijn sal sijn gearijveert, hier hoort
    men niet als alle daege arger tijdine, so men
    seijt hebbe de franse weesel1Wesel berent2berennen: insluiten om te belegeren ent huijs
    disfoort3Slot Diersfordt neffens4naast het dorp biselich5Bislich: dorp net aan de andere kant van de Rijn bij Xanten ent kloos-
    ter sleenhorst6Klooster Sleenhorst ligt in Gendringen (tussen Doetinchem en de huidige Duitse grens) wt geplundert het selfve klooster
    seer schandelijck getrackteert7trakteren: bejegenen, behandelen de
    bagijne8Begijnen: een kloosterorde die enkel uit vrouwen bestaat geschofiert9schofferen: verkrachten en 2 a 3 daerwt meede
    genoomen, tis schricklijck te hoore hoese te
    werck gaen, men verwacht nu dat sij alledach
    haer naer den ijsel kant sulle begeefven daer
    maer tamelijck met volckeren is versien10voorzien, de heer
    almachtich hoope ick dat ons bij sal staen en
    helpen dat wijse daer moogen keeren, [ick]

    Franse terreur in een dorp, 1672, anoniem, naar Romeyn de Hooghe, 1673-1677. Collectie Rijksmuseum

    Hoe vordert de verhuizing?

    Ook de verhuizing van spullen van Kasteel Amerongen naar het huis in Amsterdam gaat door. Een eerste schip vol goederen is al naar Amsterdam gestuurd, morgen volgt hopelijk een tweede. De verhuizing van goederen gaat misschien dan wel vlot maar Margaretha loopt bij de verhuizing van de familie tegen weerzin aan. Philippota wil met haar kinderen zo dicht mogelijk bij haar man die in Doesburg zit blijven. Margaretha wil juist dat ze naar het veilige Amsterdam gaan, nu de oorlog dreigt.

    Franse terreur aan de grens

    [ick]
    heb uhEd met de laeste post geschreefve hoe
    ick Een schip vol goet naer Amsterdam heb ge
    brocht merge hoope ickder noch Een schip
    vol naer toe te sende dan wenste ick de
    vrou van ginckel met onse kinderkens daer
    ock heen was, maert schijnt sij liefver
    noch wat naerder bij haer man is om te
    meer te kome, hoor

    Oorlogsnieuws

    Met dat achter de rug is gaat Margaretha weer snel over tot oorlogszaken. In een kort stukje tekst ratelt ze alle grote thema’s af. Wat betreft de Staatse prestaties is er weinig te melden. De Staatse vloot heeft nog niets gedaan volgens de geruchten en de mobilisering van het leger is nog steeds gaande. Dagelijks komen er boeren langs die naar de IJssel moeten om te vechten. Uit Amerongen zijn ook 14 mannen naar het front gestuurd. Hoe dat gaat uitpakken valt te bezien. Er spreekt weinig vertrouwen uit Margaretha’s woorden. Met de enorme droogte die heerst staat het water ook nog eens extreem laag. Laag water komt de IJssellinie helemaal niet ten goede.

    [hoor] hoet van heeteren11Heer van Heteren gaat over financiële zaken int versoeck vande 5000f12Godard Adriaan is al sinds januari 1672, mogelijk zelfs al langer, niet betaald voor zijn werk. Margaretha zit constant achter de vergoeding aan maar zonder succes maeckt
    en hoor ick niet Een woort, heb hem gistere noch al
    geschreefve ick wenst uhEd de wijlle hij gereesol
    – veert13resolveren: besluiten, voornemen is so lange wt te blijfve, 10000f in plaets
    vande vijf Eijste het soude Even veel moeijte sijn
    , van onse scheeps vloot14Staatse Vloot hoort men noch niet dat sij
    Eits hebbe gedaen, men vreest den vijant op de oostin
    dissche scheepen die opt inkoome sijn wacht, hier
    is dagelijxs groote doortocht van boere en ander
    volck die so wt hollant als hier wt sticht15‘t Sticht, een regio in de provincie Utrecht waar ook Amerongen ligt op ont –
    boode sijn en naer den ijsel kant moeten, van hier
    wt deese heerlijckheijt16De heerlijkheid Amerongen is het gebied waar Godard Adriaan vrijheer van is. is 14 man gegaen met ge –
    weer om te vechten, daer is is man geweest om
    te wercken die alle sonder verlof sijn weer ge
    koome niet tegenstaende17in tegenstelling tot wat sijn hoocheijt18Prins Willem III had geboo19geboden
    sij noch daer soude blijfve hoe dat vergaen sal
    staet te besien, wij hebbe hier sulcken droochte dat
    alles inde hoofven ent gras staet als hooij, wt de
    revier valt alt water gans wech, de liede
    spreecken hier en inde steede van somige regente20regenten: stadsbestuurders
    seer hoope het geloochge is21Op het moment van schrijven is er onrust in verschillende steden in de Republiek. De regenten zijn niet per se populair meer. Margaretha wijdt helaas niet echt uit over de situatie, en dat de heere ons
    sal bij staen, inwiens heijlige bescherminge uhE
    beveelle en blijfve

    Mijn heer en lieste hartge
    uhEd getrouwe wijf
    M Turnor

    frits22kleinzoon Frederik Christiaan van Reede en sijn susters
    kusse groote papa
    ootmoedich de hande23een typische groet die jonge wort seer sterck en robust

  • Een ware beestenboel

    DatumPlaats
    Geschreven18 februari 1672Amerongen
    Ontvangen26 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Kasteel Amerongen is het centrum van een gigantisch boerenbedrijf. Op de uitgestrekte landerijen van Margaretha en Godard Adriaan verbouwen ze verschillende soorten groenten en weiden ze vee. Het doel hiervan is zo veel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. De handelsnetwerken waren immers nog niet zo uitgebreid en even naar de markt gaan voor eten was amper mogelijk.

    Kaart van de landerijen te Amerongen binnen de Kaa, omstreeks 1696 (NB dit is niet het hele landgoed!). (Collectie Utrechts Archief HUA1001.435)

    Vee verkopen

    Nu de oorlogsdreiging steeds dichterbij komt is Margaretha druk bezig met voorbereidingen treffen om weg te vluchten. Ze is op zoek naar een huis om naartoe te vluchten en is al begonnen met het inpakken van spullen. Op aanraden van Godard Adriaan verkoopt ze ook hun paarden en vee. Zelf is Margaretha niet laaiend enthousiast hierover: ze denkt ze niet naar waarde kunnen te verkopen omdat mensen arm zijn door de harde winter. Al hun geld zal naar eten moeten gaan, niet naar dure beesten.

    [uhEd schrijft van al onse paerde en]
    vee af te staen, dat mijns oordeels niet wel
    doen lijck is, om dat men door de vroechge win
    -ter en dat het volck wt gevoert is geen
    beeste sal konne quijt worde1kwijt maken/kwijt worden: van ontdoen ,ij we niet voor
    half gelt want de lie hebbe voort geene sij
    al reets hebbe niet veel meer te Eeten be
    -halfven dat de weijen niet sulle beschaer2bescharen: het vee de weide in brengen
    worden want uhEd soude niet geloofve hoe
    deliede haer soecke te behelpen, ick heb al koe
    beeste geveijlt te verkoope maer daer komt
    niet Een mens naer wt, de twee bou paerde
    so lange wij de bonwerij3bouwerij doen konne wij
    niet misse den oude hans4Oude Hans is lid van het personeel van Kasteel Amerongen seijt teunis
    is sijn kost waert en sou ock geen gelt gelde
    -den henst5mogelijk verwijst dit naar een “gelding”, een gecastreerd dier, in dit geval een hengst alst uhEd beliefde soude wij
    konne missen, de 3 venlens6veulens vermidts uhE
    mij onlans schrijft die tot sijn plasier7plezier wel
    te wille houde was ickse gereesolveert8vastbesloten
    te houde, so deselfve van sin verandert is
    belieft het met de naeste post te schrijfve
    den jonge ruijn9ruin: een gecastreerde hengst die uhEd mee heeft gehadt
    meende den heer van ginckel10haar zoon Godard van Reede – Ginkel dat wij te
    soomer inde weij behoorde te laeten gaen om
    dat het wat meer sterckte mocht krijgen

    dan meende ick twee koetspaerde te houde
    en Een te verkoopen nu ohde paerde mart11paardenmarkt
    den ruijn die van overberch en Een dick
    kop is sal ick meede verkoope maer
    moet hem noch Een weecksof drie hou
    – de om dat hij so vol droes12klier, gezwel is, en Een
    groote knobbel aenden hals heeft die 
    vandaech doorgeslaegen is heeft, tot
    het geneesen is sal hem dan almeede
    quijt maecken13kwijt maken/kwijt worden: van ontdoen, [vandaech heb ick Een]

    Het stuk over het vee is nogal uitgebreid: Margaretha schreef regelmatig uitvoerige stukken, over politiek maar ook dus over zaken betreffende hun bezittingen. Godard Adriaan bleef zo dus goed op de hoogte van wat er speelde op het thuisfront. Of hij van ieder dier precies moest weten hoe het er mee ging is natuurlijk de vraag. De brief van 18 februari gaat niet alleen over hun veestapel: Margaretha geeft ook getrouw een update over hoe de Republiek er militair voor staat.

    Lees hier de originele brief

  • Molen verkocht

    DatumPlaats
    Geschreven15 februari 1672Amerongen
    Ontvangen23 februari 1672
    Lees hier de originele brief

    Op 21 januari had Margaretha over het kopen van een molen om hier financieel voordeel uit te halen. Ze vroeg toen toestemming aan Godard Adriaan om deze molen te kopen en nu, bijna een maand later, lijkt het alsof ze die gekregen heeft.

    de meule alhier is
    gistere opt raethuijs geveijlt om die te verkoope 
    geloofve die wel vijf duijsent gul sal gelde
    om dat alser Een goeije moolenaer opdis hier het
    beste gemael dat hier ontrent is, sal sijn, die van
    laersom1Leersum, een dorpje nabij Amerongen moogen te derthuijse2Darthuizen, een dorpje nabij Leersum en Amerongen niel laeten maelle
    maer moeten hier koomen, mij dacht het Een reega
    – elie3aanwinst hier aent huijs sou weese en wij hoef de voor Eers
    geen gelt te geefve vermidts daer inde meule so veel gevesticht staet alse gelde sal

    Margaretha ziet de molen als een aanwinst voor de familie en is tevreden met hoe het uitpakte. De molenaars uit Leersum mogen namelijk niet in het nabijgelegen Darthuizen malen maar moeten dus wel naar Amerongen en de nieuwe molen van de familie Van Reede komen. Buiten dit goede nieuws schrijft Margaretha ook over minder plezierige zaken: de werving van mensen van “slechte en droncke bloede.”

    Een tekening van Amerongen uit 1620 met daarop de Andrieskerk en de molen. Gemaakt door Andries Schoemaker. Collectie Koninklijke Bibliotheek