Categorie: Bezetting

  • Saai en spannend

    DatumPlaats
    Geschreven15 december 1672Den Haag
    Ontvangen26 december 1672Sassenberg
    Lees hier de originele brief

    Margaretha begint haar brief met de opbeurende mededeling dat er sinds haar laatste brief niets gebeurd is, maar dat ze het ritme van het schrijven er maar in houdt. Om te voorkomen dat Godard Adriaan denkt dat ze een heel saai leven heeft, geeft ze in de zin daarna het risico van vorst weer. Als de rivieren dicht vriezen, wat doen de Fransen dan? Ze heeft gehoord dat ze Den Haag willen plunderen. Het zou toch wel heel fijn zijn als er eindelijk eens hulp komt. Van Willem III hebben ze ook niks meer gehoord, het laatste wat ze weet is dat hij bij Tongeren lag. In de Spaanse Nederlanden dus, ver van de Republiek. Wat als de nood aan de man komt?

    Brieffragment saai sinds laatste brief en zorgen rondom de vorst en locatie van Willem III

    Mijn heer en lieste hartge
    hoewel van hier seedert mijne laeste niet veel weete
    te schrijfve moet ick de gewoonte houde en geen
    post sonder te schrijfve laete gaen, wij sitte hier
    noch als voor dees so lange alst open weer blijft
    hoope wij geen noot te sulle hebbe maer dat de
    reeviere Eens quaeme te sitte1Te bevriezen weete ick niet
    hoet gaen soude, de vijande so geseijte wort dreijge
    seer hebbe geswoore den haech te wille plondere
    dan sij sulle niet meer doen dan alser de heer
    almachtich toelaet die ick hoope ons noch Eens
    Een genadige verlosine wt alle onse bekomerin
    sal geefve, daert ons alleen vandaen moet koome
    mensche hulpe die doch sonder sijnen seegen niets
    vermach, en isser ock niet voorhande, van sijnhoo
    hebbe wij seedert mijne laeste niet gehoort, men
    gelooft ons volck voor tongere leijt, [de sweetse]

    Geld

    Hoewel niemand denkt dat de Zweeds ambassadeurs een vrede te weeg kunnen brengen, zou vrede wel welkom zijn. Alle betalingen drogen op en de regimenten hebben al tijden geen geld gehad. En dan de betalingen voor het werk van Godard Adriaan! Margaretha weet niet meer hoe ze het moet redden en ze raakt bijna in paniek als ze bedenkt hoe ze de schulden, die haar man in het buitenland maakt, straks moeten aflossen. Wat als haar man ook nog zou overlijden?

    Brieffragment over het krijgen van geld

    vrees wij geen gelt of betaeline van men heere
    van hollant sulle hebbe te verwachte dat mij
    seer bekomert, want of uhEd al schoon bij naer
    weet waer het selfve te vinde wij sijn alle
    sterflijcke mense en dat mij het ongeluck die
    =nde, hoe soude ick daermeede blijfve sitte sou
    imers niet weete hoe mij daer door te redde, en
    sou sorch moete drage dat de schulde die uhE
    daer buijtens lants maeckt betaelt wierde, en
    waer van sou ben imers alles quijt schrick der
    aen te dencke in mijn oude dage mach hoop de heer
    mij voort quaet in sijn Eeuwige rijck sal haelle, [van]

    Gelderland

    En dan het laatste nieuws uit de bezette gebieden. Steeds meer Geldersen willen terug. Ze geloven niet dat het zin heeft om achter de waterlinie te blijven en hopen dat ze door hun aanwezigheid nog iets van hun Gelderse goederen kunnen bewaren. Ze vertelt het verhaal van de arme Borchard Willem van Westerholt, heer van Hackfort, waar ze eerst wel 100.000 gulden van eisten. Dat wordt terug gebracht tot 20.000, maar ook dat is een aanzienlijk bedrag: vergelijkbaar met ruim € 235.000 aan koopkracht in 2021.

    Aquarel van huis hackfort. Voor een weiland waar twee koeien in liggen. Links een ronde toren met een elegant dak met een windvaan erop. Daarnaast het huis met diverse daken en schoorstenen. Rechts op de achtergrond een tweede, lagere toren met vergelijkbaar dak en windvaan. Achter het kasteel zijn bossages in diverse kleuren groen en roodbruin.
    Huis Hackfort, W.F. Reine, 1997. Bron: Gelders Archief, 1592-23.

    Dankzij Elisabeth van den Boetzelaer, vrouwe van Nyenheim, is er een sauveguarde geregeld voor het Middachtense bos. Hoe het in Amerongen is, heeft Margaretha met de laatste brief al verteld. Er is nu wel meer informatie over omgekapte bossen. Verder heeft iedereen in de bezette provincies het zwaar onder de bezetter.

    Brieffragment over Gelderland

    [Esse en] meest alle gelderse gaen daer weer naer
    toe siende hier geen hoop van verlossine, en daer
    door haer presensie haer goedere noch te konser
    =veere, den heer van hackfoort2Borchard Willem van Westerholt daer koomende
    hebbense over de hondert duijsent gul geEijst
    om dat hij so lange is achter gebleefve dan
    sijn op twintich gekoome maer wille niet Een
    duijt minder hebbe, en dit met belofte van
    hem alles weer te geefve behalfve Eenige
    meubele die al wech sijn en Eenich hout dat
    in sijn bosse gehouwe is, int Middachtense
    bos hackense al wacker in de vrou van nieu
    =wenheijm3Elisabeth van den Boetselaer met haer franse dochter die bij de
    prinses van navernije heeft gewoont en kenisse
    aen veel vande prinsipaelste offisiere heeft,
    heeft so veel te weege gebracht dat sij Een
    saefve garde voort middachtense bos heeft
    gekreege wat operaesie dat doen sal sulle
    wij haest hooren wenste wel die goedere mochte
    gekonserveert blijfve, hoet tot Ameronge staet
    heb ick met de laeste geschreefve, [op ijan van]

    Eindigen van te zijn

    De brief gaat nog wat door over de lasten die Utrecht en Gelderland hebben door de Franse bezetting. De afsluiting is weer ongeëvenaard. Loopt de stress weer op of wordt ze in haar ondertekening onderbroken en gaat ze snel naar de ps met de allerlaatste nieuwtjes?

    Brieffragment met de ondertekening

    deese valt vrij langer als ick gemeent hadt,
    sal hier meede Eijndige maer noijt van te
    sijn
    uhEd getrouwe w
    MT

    Familienetwerk

    Uit het fragment over Gelderland blijkt hoe belangrijk het familienetwerk voor Margaretha is. Elisabeth van den Boetzelaer is een nicht van Godard Adriaan, ze is de dochter van zijn oom van moeders kant. En zo is Borchard Willem van Westerholt een neef van Ursula Philippota’s moeder. Bijzonder is de Franse dochter van de vrouwe van Nijenheim. De prinses van Navernije (of de prins van Navergne die in een andere brief genoemd wordt). Degene die het dichts bij een mogelijke kandidaat komt is Antoine III de Gramont. Hij heeft diverse titels en hij is inderdaad prins. Prins van Bidache, een klein staatje in de Pyreneeën. Bidache lijkt niet op Navergne of Navernije. Antoine is ook ‘viceroy’, vice-koning, van Navarra en dat begint er op te lijken.

    Als de Franse dochter daar inderdaad gezeten heeft, dan heeft ze inderdaad een goed netwerk in Frankrijk. Antoine III was Maarschalk van Frankrijk, generaal met bijzondere verdienste. Zijn vrouw was een nicht van Kardinaal Richelieu, de rechterhand van Lodewijk XIV.

    De zoon van Antoine III, Antoine IV komen we dichterbij tegen, dit is de graaf van Louvigny die vecht in Staatse dienst.

    Als dit klopt, dan is het inderdaad heel goed mogelijk dat via de nicht van Godard Adriaan een sauveguarde geregeld kon worden. Waarom voor het Middachtense bos en niet voor Middachten of Amerongen? Het maakt natuurlijk wel uit wie je kent en hoe hard die persoon voor je wil lopen. Met de kennis van nu is die vraag nog een brug te ver.

  • Dreiging…

    DatumPlaats
    Geschreven12 december 1672Den Haag
    Ontvangen26 december 1672Sassenberg
    Lees hier de originele brief

    Vier dicht beschreven kantjes, een P.S en nog twee later toegevoegde blaadjes: De brieven van Margaretha worden steeds langer terwijl de winter gaat strengen en de dreiging toeneemt. Ook boven Amerongen komen donkere wolken te hangen, hoewel het voorlopig nog overeind zal blijven staan. Dit in tegenstelling tot een kasteel veel verder zuidelijk…

    Garnizoen van Maastricht neemt Valkenburg in

    Willem III is met het leger Maastricht gepasseerd en op weg naar Tongeren. Ook vijf regimenten van het garnizoen van Maastricht moeten zich gereed houden met proviand voor vijf dagen.

    Brieffragment over Willem III en Maastricht

    [rhijn al soude gepasseert sijn], de briefve van
    Maestricht brenge vandaech meede dat sijn
    hoocheijt wt lant van guijlijck1Het land van Gulik (Jülich), ten oosten van Heerlen opgebroocke en
    Maestricht passeert om ist niet met het heelle
    leeger met Een gedeelte naer tongere2Tongeren, Vlaamse plaats 20 km ten zuidoosten van Maastricht te gaen
    5 reesgemente wt Maestricht was aengeseijt
    haer op de tromslach gereet te houde en haer
    voor 5 dage te proviandeere,

    Margaretha neemt aan dat haar man gehoord zal hebben dat datzelfde garnizoen een paar dagen eerder Valkenburg heeft ingenomen.

    Brieffragment inname van Valkenburg

    [toelaetinge niet en geschiet, moet zijn], dat het
    garnisoen van Maestricht valckenburh3Valkenburg heeft
    ingenoome sal uhEd hebbe gehoort, [nu aen=]

    Tekening van een kasteel dat boven op een heuvel ligt. Om de heuvel heen staat bos, wat verder weg weilanden. Op de voorgrond water.
    Het kasteel Valkenburg vanuit het oosten, Josua de Grave, 1669. Collectie RHCL

    Eindelijk erkenning voor Godard Adriaan

    De Duitse troepen zijn helaas nog steeds niet over de Rijn. Margaretha is echter zeer verheugd te horen dat haar echtgenoot een brief van dank van officiële zijde heeft ontvangen voor het feit dat hij de Keurvorst überhaupt zo ver heeft gekregen om tegen de Fransen in het geweer te komen. Een belangrijk deel van zijn missie is dus geslaagd, terwijl Dijkveld in Engeland minder succesvol is geweest.

    Brieffragment 1 dankbrief
    Brieffragment 2 dankbrief

    tis mij seer lief dat uhEd sul
    =cken oblijgante brief van danckseggin
    heeft ontfange dit geeft geen kleijn kon
    =tentement maer wel groote gerusticheijt
    en konne godt niet genoech dancke dat uhEd sijn
    doen met geen attestasie4verklaring omtrent de feiten  hoeft te defendeere5verdedigen gelijck ick sie dat den heer van dijckf6Everard van Weede van Dijkveld doet

    Gravure van een heer met een bol gezicht en een bos krullen tot ver over zijn schouders. Hij draagt een wit kanten bef en daaronder een harnas. Onder het portret staat: "Mr/ Everard van Weede heer van Dijkveld, extraordinaris Ambassadeur in Groot Britanje enz."
    Portret van Everard van Weede, Jacob Houbraken, naar Aert Schouman, ca. 1750. Collectie Rijksmuseum

    Water wegmalen onder het ijs

    Koning Winter blijft dreigen. Gisteren en eergisteren heeft het weer flink gevroren. Margaretha hoort zeggen dat men het ijs op elk gewenst moment onder water kan laten lopen, daar waar de vijand er overheen zou kunnen komen. Bovendien kan men het water er onder vandaan malen. Ze moet het nog zien en is er niet gerust op. Maar gelukkig is het nu weer ‘vuil dooiweer’.

    Brieffragment over vorst

    [hoe meer beschuldicht,] gistere en Eergistere
    begost7begon het hier scherp te vriese, daer door me
    seer bekommert was hoewel geseijt wert
    dat men de passaesge daer de vijant door
    sou moete koome alle Eure8alle uren, elk moment het water over
    t ijs kan doen loope, ent water ondert ijs
    wech maelle, dan dit is maer segge alst
    ter op aen quam sout te besien staen, nu
    de heer wil ons bewaere, het is weer vuijl
    doeij weer, [t is mij seer lief dat uhEd sul]

    Amerongen in gevaar

    De zoon van Teunis Huibertse heeft geschreven dat het in Amerongen ondertussen weer een poosje rustig is geweest omdat er geen troepen meer doorheen zijn getrokken. Hij heeft een sauvegarde gekregen: een (aantal) Franse solda(a)t(en) die hij moet onderhouden met zeven gulden in de week en die er dan (hopelijk) voor zorgen dat hij niet door andere Fransen wordt uitgekleed. Een maffiose beschermingsregeling dus. Daarnaast heeft hij een schriftelijke verklaring van bescherming gekregen, die hij Margaretha heeft toegestuurd en waarvan hij denkt dat deze ook voor het Kasteel geldt. Maar Margaretha leest er het tegenovergestelde in: de sauvegarde geldt voor huizen, meubelen en vee van het dorp Amerongen, maar uitdrukkelijk niet voor het kasteel. Ze had liever gehad dat het kasteel helemaal niet genoemd was! Ze vermoedt dat de secretaris niet goed Frans verstaat, of in ieder geval geen Franse drukletters begrijpt. “Daardoor vrees ik dat ze niets goeds met ons huis in de zin hebben, en dat ik daar nooit meer terug zal komen”

    Brieffragment over de Sauvegarde op Amerongen

    doch dat hij Een savegarde9Sauvegarde: bescherming van goederen of personen heeft bekoome die
    sij seeve gul sweecks10zeven gulden per week op sijn Eijgekost en dranck
    ock Een schrijftelijck die hij heeft laete drucke
    en mij Een gedruckte kopij van toegesonde
    hij seijt speesiael de konservasie11het behoud vant huijs te
    Ameronge daer in begreepe te hebbe, maer
    nu ick die wel nae sien bevinde niet min als
    ons huijs daer in begreepe, maer ter kontra
    =rije12in tegendeel, se is voor de huijse meubele en beestiaele13veestapel
    van Ameronge, behalfve voort kasteel dat sij
    wt druckelijck daer in sette, het waer mijns
    oordeels beeter geweest het kasteel daer niet
    in genoemt waer, het is int frans het welck
    geloof de seekreetaris niet verstaen heeft of
    noch int gedruckte niet en verstaet, hier
    door vrees ick datse noch al niet goets met ons
    huijs int sin hebbe en ick daer noijt weer op sal

    (kome)

    Aquarel in zwartwit met een heuvelachtig landschap. Op het voorste heuveltje zit iemand te rusten. In de verte de rivier en bossages.
    ‘Bij Amerongen’: Gezicht op de omgeving van het dorp Amerongen, anoniem, ca. 1700. Collectie Het Utrechts Archief

    In een P.S. komt ze er weer op terug, na tussen neus en lippen door even gemeld te hebben dat het met alle kinderen weer goed gaat. Ze citeert de letterlijke Franse tekst.

    Brieffragment van de franse tekst van de sauvegarde

    de kindere sijn
    alle de heer sij gedanckt
    weer wel 
    inde savegarde14Sauvegarde: bescherming van goederen of personen is wtdrucklijck met deese woorde
    le village d ameronge maijson meubles bestiaux
    E fourages, al la reserve du chateau du
    a lieu nous deffendons tres Expressement
    a tous gens de guerre qui sont sous notre
    commendement de ne rien prendre enlever15het dorp Amerongen [met] huis, meubels, dieren en voorraden, met uitzondering van het kasteel ter plaatse, nemen wij uitdrukkelijk in bescherming tegen soldaten die onder ons bevel staan, om niets weg te nemen
    Etc
    voeraesge16fourage:voorraad (van o.a. veevoer) hoeft geen savergerde want dat is altemael wech

    Alle beesten op één na verkocht

    Ze stelt bitter vast dat voor de voorraad niet eens een sauvegarde nodig was, want alles is toch weg. Hun hele agrarische bedrijf in Amerongen is opgedoekt. Alle dieren, op één na, zijn verkocht, omdat ze er geen voer meer voor konden krijgen. Al het personeel is afbetaald en uit dienst. Wat Teunis Huijbertse zelf nog doet zal voortaan in daghuur zijn. Op wat over is zal hij zo goed mogelijk proberen te letten.

    ons menaesge17ons veehouderijbedrijf is te Ameronge teenemael op
    gebroocke alde beeste op Een naer verkocht
    want sij kosten18konden daer geen voer voor houd
    of krijgen, altvolck is af betaelt en wt
    onsen dienst gegaen, tgeene teunis voor
    taen sal doen sal in dach huer sijn hij
    heeft aengenoomen op alles te sulle
    lette en sien so veelt moogelijck is noch
    te konserveere t geene daer noch over
    =rich is, [men seijt sijnhoocheijt het]

    Koeien in de weide bij een boerderij. Voor een boerderij gelegen nabij een water liggen en staan enkele koeien. Bij het huis loopt een jager met een hond, rechts melkt een vrouw een koe. Links ligt een schaap bij een schutting.
    Koeien in de wei bij een boerderij, Paulus Potter, 1653. Collectie Rijksmuseum

    Kasteel Valkenburg opgeblazen

    En dan, zonder overgang, volgt er nog een regeltje van grote betekenis over een heel ander kasteel: Willem III heeft Valkenburg in de lucht laten vliegen! Ze maakt er verder geen woorden aan vuil, maar achteraf kun je er een voorafspiegeling van het lot van haar eigen kasteel in lezen. Alleen staan hier de daders aan de andere kant. In het geval van Valkenburg was het ook nog eens tevergeefs: Maastricht werd in 1673 alsnog door de Fransen ingenomen, iets wat Willem III met de vernieling van voorpost Valkenburg had willen voorkomen.

    Brieffragment over Kasteel Valkenburg

    [=rich is,] men seijt sijnhoocheijt het
    kasteel te valckenburch19Valkenburg, Zuid-Limburg heeft doen springe20Op 6 december liet Willem III het kasteel opblazen en de stadswallen verwoesten. Het was voor de Fransen de uitvalsbasis voor de inname van Maastricht. Willem III wilde dat voorkomen. Helaas, in juni 1673 werd Maastricht alsnog door de Fransen ingenomen.


    Gewassen pentekening van de ruine van een kasteel op een heuvel. Voor loopt een man op een pad. Links en rechts een boom met wat struikgewas. Op de achtergrond heuvels.
    Landschap met ruïne van Kasteel Valkenburg, Paulus Lauters, ca. 1840. Collectie Rijksmuseum
  • Vrede of verbranden?

    DatumPlaats
    Geschreven5 december 1672Den Haag
    Ontvangen10 december 1672Rüsselstein
    Lees hier de originele brief

    Wellicht voor het eerst in tijden begint Margaretha haar brief met goed nieuws: de Franse generaals Turenne en Condé zijn met hun troepen terug naar Frankrijk getrokken! In haar vorige brief smeekte Margaretha nog om vrede, nu lijkt dat tot haar grote vreugde bereikt te zijn. Het schijnt zelfs dat de Franse ambassadeur gezegd heeft dat Frankrijk alle veroverde steden terug zal geven.

    Brieffragment Turenne en Condé

    dat tureijne1Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne en kondee2Louis II van Bourbon, prins van Condé met haer troepees naer
    vranckrijck sijn heeft hier Een groote vreuchde
    so wel onder groote als kleijne gegeefve, insonder=
    heijt dat den Ambassadeur van vranckrijck geseijt
    heeft dat den koninck sijn meester de vreede be=
    geerde alwaerde met restitusi3restitutie: teruggave van alle de gekon
    kesteerde steede, ock waeren wij maer so veer dat
    wij Een goede vreede hadde, [wt het leeger van sijn]

    Het moet wel even gezegd worden dat de vrede er nog niet is. Op het moment van schrijven schijnen er nog zo’n 40.000 man vijandige troepen in de Republiek te zijn. Hopelijk zijn zij ook snel het land uit; nu zitten ze nooit stil en vallen ze regelmatig ‘deene of dandere plaets’ aan.

    De ziekenboeg blijft

    In haar vorige brief berichtte Margaretha nog dat Tietge beter was maar haar huis is nog niet ziekenboeg-af. De jonge Fritsge is nu ziek geworden. Ook met de pokken lijkt het. Zijn zus heeft deze overwonnen en met Gods zegen zal Fritsge dat ook doen.

    Brieffragment Fritsge en Tietge 1
    Brieffragment Fritsge en Tietge 2

    [gaen,] tietge is so goet als weer wel maer
    nu begint mijn fritsge die is vandaech
    heel niet wel geweest doet niet als slapen
    geloof het al meede poxkens sulle sijn, ben
    met hem heel bekomert, wil hoope de heere hem
    so genadich sal aentaste als tietge dieder
    heel wel af is gekoome, of hem geefve wat hem
    salich is, alst godt beliefde wenste wel Eens

    wt gesieckt te hebbe dan niet ons maer sijne wile
    moet geschiede, [teunis huijbertse is van]

    Een pentekening van het dorp amerongen. Op de voorgrond een heuveltje waar een man uitrust, rechts een paard en wagen die het heuveltje op moeten. Bovenop het heuveltje wat bomen en daarnaast de kerk. Een hoog koor, een lager middenschip en dan de toren. Naast de kerk een molen en boven de bomen uit steken nog wat hogere torens en een dak.
    Een tekening van Amerongen uit 1620 met daarop de Andrieskerk en de molen. Gemaakt door Andries Schoemaker. Collectie Koninklijke Bibliotheek

    Nieuws uit Amerongen

    Margaretha heeft bezoek uit Amerongen: dorpsgenoot Teunis Huijbertse is langsgekomen om te vertellen hoe het kasteel en het dorp er voor staat. Kort samengevat, het is bedroevend. De hoven zijn woest overgroeid en er ligt geen steen meer op de straten. Er woont niemand meer in het dorp.

    Brieffragment over het nieuws uit Amerongen

    [moet geschiede], teunis huijbertse is van
    Ameronge hier seijt het daer int dorp seer
    deesolaet4desolaat: verlaten siet datter haest niet Een steen inde
    straete meer leijt insonderheijt op den hoff
    en die straete lans, opt huijs is sonderlin geen
    schade geschiet wats noch doen sulle staet te ver
    =wachte de hoofve legge seer woest macht noch
    maer so blijfve, de inwoonders sijn meest tot
    wijck5Wijk bij Duurstede of en rhiene6Rhenen weijnich huijsgesine int dorp
    de doortochte valle daer so dickmael en kort op
    Een datter de mense niet dueren konne, want
    dan neemenser weer alles af, den oude ijan qui
    =nt is op suijlisteijn7Slot Zuylestein gaet seer af so se segge, opt
    voorburch van ons huijs is teunis baerentse 
    ijan den oorber met sijn soon teunis huijbertse
    en meer andere, sij hebbe mij alweer Een
    brief gedruckt gesonde als voor dees om die
    konterebuijsie of brant schatine ter som
    van 12000 patakons8Patagon: een zilveren munt, ter waarde van ongeveer 50 stuivers en so veel hoeij en stroo
    en haver bine 14 7 dage op te brenge op
    peene9op peene van: op straffe van van brande en boome af te houwe
    ick heb als voordees geantwoort a de sekretae
    sulcks niet te konne opbrenge wat sij doen
    sulle moete wij almeede afwachte, hier
    meede Eijndigende blijfve

    Mijn heer die uhEd kent

    Naast een update over het dorp bezorgt Teunis Margaretha ook het nieuws over de brandschatting. Nu is de eis dat Margaretha binnen een week 12.000 zilveren patagons betaalt en een grote hoeveelheid paardenvoer levert. Een onmogelijke klus bijna: Margaretha heeft al zilverwerk moeten verkopen om genoeg geld te hebben voor eten. Bovendien zal de regering ook niet bij kunnen springen: het kleinere bedrag van de vergoeding van Margaretha’s man is al te veel voor ze. Geld is overal schaars. Voor hooi, stro en haver geldt hetzelfde: dit is broodnodig voor de Staatse legers.

    Haar brief begon met een voorzichtige hoop op vrede maar eindigt op een flinke domper. De ondertekening is weer summier, dit keer duidelijk uit wanhoop. Margaretha staat er alleen voor in een hopeloze situatie. De laatste paar maanden waren al uitdagend en naar en nu dreigt ze ook nog haar kasteel kwijt te raken. Wat moet ze doen?

    Afbeelding van een oud handschrift. Bovenaan staat dat het een Cijffer is voor Majoor Blanche. Daaronder staat een alfabet met daaronder vervangende letters. Daaronder de tekst: Als men sigh van dit bovenstaande cijffer wil bedienen, schrijft men t' concept in korte woorden met letteren een weijnig van malkander gesepareert, daarnaa stelt men boven ijder vande voors letters sijn cijfferletter uit de onderste rije. bij exempel

ikldbhmbpm 
Franciscus

en dan meer voorbeelden ook voor het ontcijfferen.
    Voorbeeld van een geheime cijfercode die door Godard Adriaan gebruikt werd. Collectie Kasteel Amerongen, bron: Het Utrechts Archief

    Geheimschrift

    Na de ondertekening volgt er nog een lang, maar praktisch naschrift. Gaspard van Kinschot wil Godard Adriaan een bericht sturen dat hij geheim wil houden. Hij heeft alleen geen cijfercombinatie waarmee hij met Godard Adriaan kan communiceren. Margaretha geeft soms al aan dat ze dingen niet aan de pen toevertrouwt, of ze beschrijft mensen zo cryptisch dat ze erop vertrouwt dat meelezers niet zullen weten over wie het gaat. Voor officiële communicatie werd geheimschrift of een cijfercode gebruikt. Je moet dan allebei wel dezelfde cijfercode hebben. Kennelijk regelt Margaretha dat in dit geval voor Godard Adriaan. Voorbeelden van cijfercodes en geheimschriften die Godard Adriaan gebruikte, worden bewaard in Huisarchief van Kasteel Amerongen, dat in het Utrechts Archief ligt.

    Brieffragment over geheimschrift

    naert schrijfve dees is den heere kinschot10Gaspard van Kinschot pensi
    =onaris van delft bij mij geweest seijt wel
    aen uhEd te wille schrijfve maer derft niet
    om de strickte ordere dieder tot de seekretesse11Geheimhouding
    vande besijonngees12Besognes: zaken is, versoeckt uhEd hem Een
    sijffer13Cijfer: code voor geheimschrift belieft te sende waerdoor hij met uhEd
    kan korespondeere, hij heeft goede moet tot
    het werck seijt dat men heere van hollant bee
    =sich sijn om ordere op de finansie te stelle,
    dan dat heeft so lange geduert dat ment moe
    gehoort wort, men seijt ock datter noch somi
    ge, ontdeckt sijn die met den vijant sou hebbe
    gekorespondeert, het welcke aen sijn hoocheijt is
    geschreefve se segge dat schricklijck is [te hoope]

    Kennelijk zijn er inmiddels ook mensen uit De Republiek die heulen met de vijand. Ze vervolgt met een verhaal dat rondgaat in Utrecht over een brief van Godard Adriaan. Hij zou geschreven hebben dat de Keurvorst niet op de troepen van de keizer zou vertrouwen. De Fransen zouden erg blij zij met dit bericht en iedereen afstraffen die het tegendeel beweerde. Weer eindigt ze haar brief met de verzekering dat ze het echt alleen maar vertelt om hem op de hoogte te houden. Het is géén roddel en ze verklapt géén geheimen, want dit wordt allemaal openlijk gezegd…

    Brieffragment

    [hadt,] dit segge ick alleen op dat uhEd
    moocht weeten hoet daer is en soot Een see=
    =kreet mochte sijn, dat uhE verdacht kan
    weesen in sijn schrijfve, want dit heeft hij
    opentlijck geseijt

  • November slachtmaand

    DatumPlaats
    Geschreven14 november 1672Den Haag
    Ontvangen22 november 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    Gezonde trek

    Patiënt neef Welland blijft kwakkelen. Hij ligt tot ’s middags op bed en komt niet uit zijn kamer. Margaretha vind dat hij minder naar de dokter moet luisteren en meer aandacht moet besteden aan wat uit de keuken komt. Sinds ze dat tegen hem gezegd heeft lijkt de koorts te minderen en krijgt hij wat smaak in ‘t eten. Wie weet wordt hij nu snel beter.

    Brieffragment over neef Welland

    Den heer van wellant leijt noch tot de middach opt bed
    hout dan voort sijn kamer staet al te seer op de
    ordere vande docktoore. Sint ick hem dat wat heb afge
    =raede en hij hem wat met de keucken meer hout be
    =gint het kontiniweel binekoortge1voortdurende verhoging, lichte koorts dat hem seer
    matteerde2afmatten, vermoeien wat te mindere en hij wat smaeck int
    Eeten te krijgen hoop het nu wel gaen sal,

    Margaretha slacht twee varkens

    Om de meer of minder gezonde trek van alle zieken en niet-zieken steeds te kunnen stillen, moet Margaretha natuurlijk wel zorgen dat in de keuken de voorraad steeds op peil is. Ze heeft een half beest (waarschijnlijk een koe) aan de haak gekocht en zal morgen twee varkens slachten. Het is tenslotte november, de slachtmaand. In een tijd zonder koelkasten is dat de tijd van het jaar dat je vlees makkelijker goed kan gaan houden omdat de temperaturen voorlopig laag zullen blijven. Margaretha hoopt dat de Heer hen het vlees in vrede zal laten genieten.

    Brieffragment over de slacht

    ick heb een half beest aenden haeck gekocht en
    sal merge twee verckens slachte de heere wil
    ons in vreede laete geniete

    Gewassen pentekening van een man en vrouw die op een kleine binnenplaats tussen de huizen gebogen staan over een bak. De mand heeft een bijl in zijn handen, de vrouw een varkenspoot.
    Varkensslacht, Cornelis Ploos van Amstel, naar Jan Saenredam, 1778 – 1787. Collectie Rijksmuseum

    Margaretha slacht de kinderen?

    In de bezette gebieden is de vrede voorlopig nog ver te zoeken. Drie dagen geleden is heel Loenen afgebrand, met uitzondering van een brouwerij. Ze haast zich meteen te zeggen dat ze dat alleen schrijft om hem op de hoogte te houden en niet om hem ongerust te maken. Blijkbaar hebben eerdere brieven die uitwerking gehad en heeft hij zich daarover beklaagd. Dat was helemaal niet haar bedoeling, ze meende dat ze naast God ook bij elkaar hun troost moesten zoeken.

    Brieffragment over Loenen en waarom Margaretha alle ellende schrijft

    [trackteert sulle worde,] drije dage geleede hebbe de
    franse het dorp loenen gans afgebrant daer niet
    als eene brouwerij is blijfve staen. ick schrijf dit
    alleen om uhEd bekent te maecken wat hier passeert
    en doet mij leet mijn breifve deselfve so veel onrust
    hebbe bijgebracht. Kan verklaere het met sulcke
    intentie niet is geschiet en sa maer meenende wij
    aen den andere ons troest naest god moste soecke

    Kinderen slachten

    Maar omdat het hem blijkbaar verdriet doet, zal ze ‘de kindere slachte’ hem om vergeving vragen en beloven dat ze het niet meer zal doen, wat er ook gebeurd, en God bidden dat Hij hen bij wil staan en haar met de vier lieve kinderen van de vijand wil bevrijden en Godard Adriaan voor alle ongelukken wil bewaren.

    Brieffragment over het slacht van de kinderen

    doch de wijlle uhEd dit faescheert3fascheren: verdriet doen sal ick de kindere
    slachte4op de manier van de kinderen, zoals kinderen doen en deselfve om vergifnisse bidde en segge
    dat ickt niet meer sal doen het gaet dan hoet
    gaet, god bidde dat hij ons wil bij staen en mij met
    mijn vier liefve kindere van den vijande bevrijde,
    in wiens heijlige bescherminge uhEd beveelle die de
    selfve voor alle ongelucke wil bewaeren dit bidt
    van harte

    Wat schrijft ze nu? Gaat ze de kinderen slachten? Is ze een soort Medea die haar kinderen doodt om haar echtgenoot te straffen? Of moet je het overdrachtelijk zien en lezen als ‘kill your darlings” (in de zin van laten vallen wat je belangrijk vindt) of als een variant op ‘van je hart een moordkuil maken’ (in de zin van je gedachten niet uitspreken, de boel opkroppen)? Hoewel dat laatste letterlijk is wat ze zegt te zullen doen, bedoelt ze hier met ‘de kindere slachte’ volgens de ‘kinderslag’: zoals de kinderen doen. Zoals we bijvoorbeeld ook ‘schoolslag’ (manier van zwemmen voor beginners) kennen of ‘met de Franse slag’ (op de Franse manier). Ze zal zich dus voortaan braaf als een kind opstellen, eigenlijk letterlijk zoals in het sinterklaasliedje ‘Sinterklaas is jarig‘: (…) ‘Maar wie het niet weer doet, en er spijt van heeft, kan er op vertrouwen, dat de Sint hem vergeeft‘.

    Nieuws uit het Zuiden

    Eigenlijk houdt de brief hier op. Ze heeft haar handtekening al gezet. Blijkbaar was het bedoeld als een kort briefje van nog geen anderhalf kantje, waarin ze naast het bovenstaande natuurlijk ook nog even aandacht heeft besteed aan de ordinantie van 6000 gulden die ze nu echt déze week verwacht. Maar er komt nog een extra anderhalf kantje achter aan: de post uit Maastricht is binnengekomen. Zijne Hoogheid en zijn leger zijn gisteren en eergisteren bij Mol en Balen gearriveerd, twee plaatsjes halverwege Antwerpen en Maastricht. Er zouden ook 6000 Spaanse soldaten in Luik zijn aangekomen, maar dat is een gerucht dat in Den Haag rond gaat en nog niet uit Maastricht is bevestigd. Niemand weet wat de plannen van de prins zijn, maar men twijfelt er niet aan dat de keurvorst van Brandenburg het ondertussen wel weet, want Willem heeft hem een boodschapper gestuurd.

    Brieffragment met het nieuws dat Prins Willem III in de Spaanse Nederlanden is.

    Met de post van
    Maestricht komt
    tijdine5tijding, nieuws dat sijn hoocheiijt
    gistere en Eergistere
    te mol6Mol (B) en bael7Balen(B) met het bij
    hebbende leeger is geweest het welck so geseijt wort
    wat ter sijde van Maestricht af, meer naer Anwerpen
    leijt, en datter 6000 Spaense binnen Luijk soude
    gekoome sijn dan dit leste sijn maer loopende ge=
    ruchte het welcke niet van Maestricht geschreefve
    wort, niemant weet hier noch het rechte deseijn8Dessein: doel, plan
    van sijn hoocheijt dat wel goet is, men twijfelt niet
    of den Edelman die sijn hoocheijt aende keurvorst
    van brandenburch gesonde heeft is nu al daer, so
    dat men daer nu het deseijn da weet, [de heer wilt]

    Gravure van een huis waar allemaal ladders tegenaan staan, de rechterkant is ingestort en slaan de vlammen uit. Op de voorgrond zijn allemaal mensen met emmers in de weer, emmers liggen ook overal op straat. Met de ladders worden mensen uit het huis gered.
    Burgers met ladders en brandemmers in de weer bij een brand in Amsterdam in 1652. Fragment uit: De brand in het Oude Stadhuis van Amsterdam, 1652. Collectie Rijksmuseum

    Geruchten uit Utrecht

    Verder gaat het gerucht de hele Franse ruiterij uit de provincie Utrecht zou zijn vertrokken. Turenne zou namelijk aan de Hertog van Luxembourg hebben gevraagd of hij alle troepen die hij in Utrecht kon missen naar hem toe zou willen zenden. Door ziekte was zijn leger sterk verzwakt en zou hij anders niet genoeg tegenstand tegen de Duitse troepen kunnen bieden. In het dagboek van de Utrechter Booth staat inderdaad tien dagen eerder vermeld dat 3000 man ruiterij is vertrokken. Een minder prettig gerucht uit Utrecht is dat de Fransen alle brandladders zouden hebben verbrand en alle brandemmers in hebben genomen en achter slot en grendel zouden hebben gedaan. Ze zouden takkenbossen onder de Domtoren hebben verzameld en wat dat zou beduiden… In het dagboek van Booth is hier niets over te vinden. Wel maakt hij die week melding van het feit dat alle brandemmers zijn verzameld in bepaalde huizen en dat voortaan alleen Zwitserse soldaten en speciaal aangewezen burgers branden mogen blussen, terwijl de rest bij brand binnen moeten blijven. Daar zou alsnog dat verhaal uit kunnen zijn ontstaan.

    Brieffragment over de situatie in Utrecht

    men seijt ock dat turaijne9 Turenne aen lutsenburch10Hertog van Luxemburg soude ge
    schreefve hebbe dat hij hem toch alt volck dat hij
    Eenichsins kost misse soude toe sende so dat hij sonder
    t selfve niet bestant was de duijtse troepees te rees
    sesteere11weerstaan doordien sijn leeger seer verswackt is door
    alde siecke die hij had, daer om al de ruijterij
    wt Sticht van wtrecht12Utrecht meest naer turaijne13Turenne toe soude sijn
    men seijt ock datse te wttrecht14Utrecht onder den doms
    toorn15domtoren vol tackebosse hebbe geleijt en alde brant
    leere16brandladders op Een geleijt17op elkaar gelegd hebbe verbrant, alde brant
    Emers18brandemmers op en bij Een gehaelt en wech gesloote
    wat dat beduijt staet te verwachte,

  • Drama

    DatumPlaats
    Geschreven7 november 1672Den Haag
    Ontvangen12 november 1672Rüsselsheim
    Lees hier de originele brief

    In de afgelopen periode herhaalde Margaretha vaak haar verhalen in de brieven. Daar zat een praktische reden achter: ze wilde geen brief overslaan en ze wist niet welke brieven haar man wel en welke hij niet gekregen had. In deze brief heeft ze niet de luxe zichzelf te herhalen: er gebeurt opeens zoveel tegelijk… En het is een drama.

    Geld

    Het meest verontrustende is dat tijdens de veldtocht met de keurvorst Godard Adriaans rustwagen verdwenen is en vervangen moet worden. De zekerheid van een slaapplaats bij het eindeloze reizen en het slechte weer is onontbeerlijk. Hij heeft die rustwagen dus echt nodig. Hij heeft de raadspensionaris al benaderd en nu spreekt ook Margaretha Caspar Fagel hierover aan. De relatie tussen die twee loopt inmiddels niet zo goed meer. Margaretha moet nog steeds geld krijgen voor het werk van haar man. Volgens de heren van de Staten van Holland is het geld betaald en is het aan Fagel om een uitbetaling te doen. Fagel belooft al zes weken dat hij werk zal maken van de betaling en heeft haar de laatste keer laten afwimpelen met de mededeling dat hij weet van haar zaak. Margaretha weet niet wat ze ervan moet denken.

    Eerste brieffragment over het krijgen van geld
    Tweede brieffragment over het krijgen van geld

    weegens de versochte ses duijsent gul is noch
    niet gedaen se segge het alleen staet aenden
    heere raet pensionaris fagel die weegens men
    heere van hollant aende generaelijtijt moet
    voorbrenge en segge dat hollant inde post
    van defroijemente1Defroyement: Onkostenvergoeding over heeft betgelt2Begelden: Betalen en ver
    =soecke dat het geene sij nu so aen uhEd als
    anders sulle avanseere3Avanceren: voorschieten het selfve haer opt
    toekoomende ijaer mach werde goet gedaen
    dit heeft hij heer raetpensionaris nu meer
    als ses weecke geleede aengenoome en belooft
    te doen maer stelt het van dach tot dach
    wt daer komt niet van ick heb hem gesocht
    doen ick laest hier was hier over te spreecke

    dan liet mij segge ick hem woude Exskuseere dat
    hij mijn saeck wel wiste, en anders niet, ick sal
    hem Evewel alweer soecke te spreecke en sien
    watter van sal koomen, weet niet wat ick sege
    of dencke sal, [dat uhEd so weijnich briefve van]

    Informatie

    Als diplomaat is het belangrijk dat je vanuit je thuisland voldoende informatie krijgt. Kennelijk heeft Godard Adriaan in zijn brief geklaagd, dat de informatievoorziening vanuit de Republiek spaak loopt. Zelfs van zijn oom en politieke partner in Utrecht, Johan van Reede van Renswoude, lijkt geen informatie te komen. Margaretha heeft wel gehoord hoe het kan komen, maar durft het bijna niet hardop te zeggen. Ze gebruikt een afkorting. Misschien in de hoop dat een ongewenste meelezer er overheen leest?

    Brieffragment over het gebrek aan informatie bij Godard Adriaan

    [of dencke sal,] dat uhEd so weijnich briefve van
    hier krijcht en van die sijn oom4Johan van Reede van Renswoude so placht te ont=
    sien is mij in groote konfidensi geseijt dat hem aen
    uhEd te schrijfve Espres van s h5Sijn Hoocheijt, Zijne Hoogheid, de prins van Oranje zelf… is verboode sonder
    dat ick de reedenen daer van kan verneemen,

    Margaretha gebruikt dit ongeloofwaardige nieuws om een bruggetje te maken. Ze heeft eerder wel naar Godard Adriaan gereageerd dat ze hem alleen maar op de hoogte wil houden, want dat hij zich niet kan voorstellen hoe het hier echt aan toe gaat. Dat heeft ze nu met deze openbaring wel bewezen! Dit is gelijk voor haar een aansporing om een klaagzang aan te heffen over hoe zwaar zij het heeft, zeker met die vier arme kleine kinderen…

    uhEd vindt vreemt dat ick in mijn briefve somtijts
    overt Een ent ander klaechge maer hij weet niet
    hoet hier in alles staet, och och die verseeckert
    mocht weesen hier deese winter te mooge blijfve
    en gerust op sijn bedt te mooge ruste, vier sulcke
    kleijne onnoosele g soete kindere en Een swan
    gere vrou geeft mij geen kleijne bekomerin
    doch stel alleen mijn vertrouwe op dien al=
    moogende en barmhartige godt die ick hoope
    mij ten beste sal redde, [den vijant heeft weer]

    Gravure van brandende huizen aan een vaart. Er zijn op verschillende plekken soldaten en een ongewapende burger valt neer. Er wordt geschoten vanaf een schip.
    Gezicht op het dorp Waverveen tijdens de plundering en brandstichting door de Fransen in 1672. Isaäc Sorious, 1672). Collectie: Het Utrechts Archief

    Waverveen

    Dat die angst van Margaretha niet ongegrond is, heeft de vijand weer eens bewezen. Ze hebben het dorp Waverveen platgebrand en om haar verhaal extra kracht bij te zetten schrijft ze over een vrouw die nog maar 24 uur daarvoor bevallen was, die met haar kindje verbrand is.

    Brieffragment over Waverveen

    mij ten beste sal redde, den vijant heeft weer
    voorleedene vrijdach snachts Een dorp genaemt
    waefvereveen Een half eur vanden wthoorn
    op acht plaetse aen brant gesteecken dat gans
    af gebrant is Een kraem vrou die 24 Eure
    kraems was met haer kintge verbrant, dit
    sijn imers seer schricklijcke dinge diemen
    dagelijcks hoort daermen wel vervaert van
    mach sijn, [de vrou van de kloese schrijft aende vrou]

    Het is natuurlijk de vraag of Godard Adriaan dit verhaal geloofde, of dat hij ook hier denkt dat zijn vrouw overdrijft. Het platbranden van Waverveen was inderdaad een gruweldaad, maar de kraamvrouw en haar baby kwamen niet om. Uiteindelijk worden er 59 huizen verwoest en is er een tiental doden.

    Gelderland

    Een volgend punt van zorg is hoe Margaretha kan voorkomen dat haar schoondochter, Ursula Philippota, naar Gelderland gaat. Haar schoondochter krijgt een brief van een bekende waarin staat dat de Fransen in Gelderland het goed van een aantal Staatsgezinde edelen en burgers zonder uitstel wil verwoesten. Het huis van Ursula Philippota’s man, de heer Van Ginkel, wordt hierbij expliciet genoemd. Middachten is het familiehuis van Ursula Philippota, waar haar familie al eeuwen woont. Hierdoor is Ursula Philippota zo ongerust geworden en ze vraagt zich af of ze dit zou kunnen beletten door naar haar huis in Gelderland af te reizen. Margaretha doet wat ze kan om haar daarvan te weerhouden.

    De veldtocht

    Ondertussen is de Heer van Ginkel zelf onderweg met een gigantisch leger. Men zegt dat ze naar Luik gaan. Margaretha tekent de bewegingen van de troepen even uit.

    Brieffragment over de troepen

    [roosendael is in gelderlant,] de heer van ginck
    kel is mee met de ruijterij daer tien duijsent
    tevoet bij sijn en 14000 te paert, men seijt
    nu dat die naert lant van luijck sulle gaen
    hoope der sorch sal gedrage worde dat de
    poste hier bewaert sulle blijven, men seijt
    dat lutsenburch6François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg met 3000 ruijterij naer
    weesel is en datter noch so te kuijlenburch7Culemborg
    als te wttrecht en voort int sticht onrent de tien duijsent
    man is, turaeijne8Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne hout men hier so sterck
    niet als geseijt wort, de raetefikasie9Ratificatie: officiële bekrachtiging van overeenkomst vande
    keijser is vandaech gekoome daermen wel
    meede te vreede is, [hoe lameer op sijn]

    Quaps

    In deze brief geen woord over de ziekenboeg in huis. Alleen de Vrouw van Ginkel is inmiddels twee brieven “quaps”. Kwaps betekent onwel of misselijk. Waarschijnlijk heeft Margaretha dus gelijk en is ze inderdaad zwanger.

  • Nat weer en boze vrouwen

    DatumPlaats
    Geschreven20 september 1672Amsterdam
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    Net als met de brief van de 17e is de aanhef van deze brief summier: verder dan “Mijn heer en” komt Margaretha niet. Ze begint met een dienstmededeling: de post doet er lang over. De brief die Margaretha gisteren van haar man heeft gekregen is meer dan tien dagen oud. Gelukkig kan ze met goed nieuws beginnen.

    Modderige wegen

    Eindelijk! Via de gezanten van de keurvorst in Den Haag is er nieuws over de Brandenburgse troepen. Margaretha schrijft dat ze gehoord heeft dat de gezanten tegen Willem III hebben gezegd, dat er een samenvoeging heeft plaatsgevonden van de keizerlijke1Keizer Leopold van het Heilige Roomse Rijk bemoeit zich inmiddels ook met de strijd. Hij vreest voor teveel macht van Lodewijk XIV in Europa. en de Brandenburgse troepen en dat ze eindelijk zo ver zijn om te gaan marcheren. Hoewel ze verheugt is door dit nieuws, steken de zorgen ook weer snel de kop op. De langdurige regen zal het de legers niet gemakkelijk maken zich snel te verplaatsen over de modderige wegen die zijn ontstaan. Margaretha weet het weer helder te omschrijven:

    Brieffragment over het natte weer, transcriptie staat eronder

    [ons dan helpen,] och wij verlange en snacke
    naer de droochte als een visge naert water, en dat
    om van ons swaere en onverdrachlijcke ijock2juk der
    franse ontlast te worden, hoewel geseijt wort
    dat dit natte en onstuijmich weer de franse ock
    so inkomoodeert3hindert dat het meerendeel van haer
    volck versmelt4de moed verliest] [en meest al aende roode loop]

    Een pentekening met ongeveer 3/4 lucht. Onderaan is met pen aan de linker kant een paar kleine gebouwtjes en een hooiberg getekend en aan de rechterkant een kloostergebouw met trapgevel en spitse toren. Eronder stat geschreven St Servaas klooster Binnen Uijtregt
    Het St.-Servaasklooster te Utrecht. Tekening van J. Stellingwerf uit ca.1725. Bron: Het Utrechts Archief

    Suchten en kermen

    Het Franse leger verzwakt ook door de ‘roode loop’, ofwel de dysenterie, die rond gaat. Margaretha stelt dat de greep op Utrecht hiermee ook verzwakt, omdat de helft van de Fransen ziek in gasthuizen of in het Servaasklooster ligt. Maar burgers klagen (‘suchten en kermen’) vooral over de zware inkwartiering die hen is opgelegd. Burgers zijn verplicht vier tot vijf mannen in huis op te nemen. Dat brengt nu al veel last mee, maar in de wintermaanden zal dat alleen maar erger zal worden.

    Tweehonderd vrouwen

    Het was een aantal vrouwen opgevallen dat er in het huis van Burgermeester Hamel5Nicolaas Hamel echter geen enkele Fransman was ingekwartierd. Ze denken dat hij dit te heeft afgekocht. Hierop riepen de vrouwen, dat ze hem hetzelfde willen aandoen als wat er in Den Haag met de gebroeders de Witt is gebeurd! Dit opstootje veranderde razend snel in een flinke opstand van zo’n tweehonderd vrouwen die voor de deur van de burgemeester stonden. Het had zomaar mis kunnen gaan, maar Franse soldaten wisten ze weer uit elkaar te drijven.

    Brieffragment over het boze vrouwen, transcriptie staat eronder

    Elck moet daer 3 a 4 en 5 man in huijs hebbe
    het welcke se segge niet langer te konne op bren
    =gen, daer over Een deel wijfver6wijven: vrouwen aent huijs vande
    burgemeester hamel sijn geweest vragende naer
    haman7ha man=haar man? die sij wilde spreecken als hij quam seijdese
    hem wat hij met haer int sin had ha dat hij se ver
    kocht had en nu so swaer belast wierde en
    sijn huijs vrij van volck was, maer datse hem
    soude doen gelijck de witte inde haech geschiet waert
    want dat sij hem die verkoopine soude doen betaele
    de in Een ochgenblick tijts waerender meer als
    twee hondert vrouwe daer quam terstont
    krijsvolck in wapene voor de deur daer meede het
    gestilt wiert, [hier ist ock noch niet soot wel hoort]

    Een seer ongeluckige stant

    Margaretha wijdt verder uit over haar zorgen. Als de hulptroepen niet snel de kant van de Republiek op komen, kan het maar zo dat de Fransen ook nog in de winter in Utrecht huishouden. Ze vreest dat Den Haag dan niet lang meer stand kan houden. Aan de andere kant vermeldt zijne hoogheid wel dat hij een leger van zo’n 30 duizend man bijeen heeft gebracht. Maar ook hier noemt Margaretha het natte weer, dat een snelle overwinning in de weg zal zitten.
    Ze eindigt haar brief met dat er huizen en landerijen in brand zijn gestoken (mogelijk in Maarn) en dat ze vreest voor haar arme dorp Amerongen. Het is de eerste keer dat ze expliciet schrijft over branden die door de Fransen in Utrecht gesticht zijn. Geen wonder dat ze weer kortaf is in haar afsluiting: meer dan “UhEd getrouwe” krijgt ze niet uit haar pen.

    Nachtelijke brand in een dorp, Adam Colonia, 1650 – 1685. Collectie Rijksmuseum
  • Tirade

    DatumPlaats
    Geschreven17 september 1672Amsterdam
    Ontvangen
    Lees hier de originele brief

    Margaretha is prikkelbaar. Ze maakt niet eens haar aanhef af en valt gelijk met de deur in huis. “Mijn heer en” en daar houdt de aanhef op. Ze stuurt een brief mee die ze aan haar zoon gestuurd heeft en het gaat erover om iemand die ergens schuld aan heeft. Omdat we de brief aan haar zoon niet hebben, weten we niet wat er precies gebeurd is. Vrij snel wordt er een neef bij gehaald, die ook vrij weinig goed gedaan heeft en kan doen.

    De tirade over deze neef neemt een hele pagina in beslag. Wat interessant hieraan is, is dat ze de naam van de neef niet noemt. Kennelijk gaat ze ervan uit dat er meegelezen wordt en dat Godard Adriaan door de beschrijving wel weet over wie het gaat. Voor ons is het daardoor vrij lastig te volgen waar het over gaat. Meer over deze tirade in de laatste alinea.

    Margaretha Turnor door onbekende schilder (1680-1699), collectie Kasteel Heeze. Dit is hoe ik me een prikkelbare Margaretha voorstel.

    Amsterdam of Den Haag?

    Margaretha zit zelf met een dilemma. Ze heeft een schip gehuurd om spullen van Amsterdam naar Den Haag te sturen. De vraag blijft waar het veilig is. Het duurt lang voor de Brandenburgse troepen er zijn en het veldtochtseizoen loopt op zijn einde. De Engelsen beginnen weer te dreigen. En wat als de Fransen in de winter nog in Utrecht zitten? Stel dat het gaat vriezen en ze dan met al het goed moet vluchten! Ze kijkt het nog 14 dagen aan, maar hoopt voor die tijd wel het goedvinden haar man te krijgen.

    [staen, en ons alle bewaeren,] ick weet niet wat
    ick doen sal heb al geen schip gehuert om mijn
    goet naer den haech te brenge, dan hebt selfve
    noch 14 opgehoude en wtgestelt, dewijlle
    het afkoome vande auxijlaere troepees so
    lange tardeert en ondertuschen het heelle
    saeijsoen verloopt , sijn hier groote en kleijne
    seer bekomert de Engelse dreijge ock noch
    met haer vloot te landen, so dat men aen
    alle kante seer benout is, en voorseecker
    hout so de franse voorde winter niet wt de provinsi

    van wttrech raecken wij inde haech niet verseeckert
    sulle sijn en int hartge van de winter te moete
    vluchte weet ick niet hoe men met alt goet
    wech sou raecken daerom ick in duijsent bekom
    merine ben niet seetende wat ick doen sal,
    ben half gereesolveert het noch Een maent in
    te sien en so lan hier te blijfve ondertuschen
    uhEd goetvinde hier op verwachte, [ick kan niet]

    De Hertog van Luxemburg

    Pas na drie pagina’s gaat het weer over de Hertog van Luxemburg. Er is op last van de koning een nieuw plakkaat uitgegaan. Alle bewoners en ingezetenen van de bezette gebieden moeten binnen een maand terug keren naar hun huis. Margaretha blijft er nuchter onder, maar ze vermoedt dat haar schoondochter een nieuw alarm zal zijn.
    Waar in de vorige brief de straf voor het niet betalen van de brandschatting in beslag name en platbranden was, is dat nu al de straf voor niet terug komen.

    [sien worde souden sij haer beraeden,] daer op
    is gistere weer Een plakaet vande hartooch
    van lutsenburch wt last vande koninck wt
    gekoomen waer bij alle ingeseetene en in
    woonders *die haer huisine en woonplaetse inde gekonkesteerde plaetse* hebbe wort gelast voort wtgaen van
    deese maent aldaer weederom te koome haer
    woonplaets neeme op peene dat van die tijt
    af haer goederen voor gekonfisqueert sulle af naer

    Het deel tussen * * staat links overdwars

    gehoude werde, haere huijse geraeseert en afgebrant en alle plantaesie af
    gehouwe en geruwineert worde, dit sal weer Een nieu
    =we alarm voorde vrou van ginckel sijn, hoet nu onse
    wtterse vriende sulle maecken sal mijn benieuwen
    de mense worde onder de franse met haer in quartierine
    so seer beswaert dat sijt niet langer harde konen[, men seijt]

    Nog steeds prikkelbaar

    Ook al schrijft Margaretha nog over allerlei saaie onderwerpen als de lokale politiek, ordinanties en belastingen, ze raakt de prikkelbaarheid niet kwijt. Ook haar ondertekening en de PS zijn wat dat betreft luid en duidelijk. Niks geen liefste hartje, en na “UhEd getrouwe” een pinnig Et(cetera). Ze stuurt Godard Adriaan een pamflet mee. Mogelijk heeft hij haar laten weten dat ze haar toon een beetje moet matigen, maar in dit boekje kan hij zelf zien hoe vilein het er tegenwoordig aan toe gaat.

    [verwachte,] hier meede blijfve

    Mijn heer
    uhEd getrouwe Et

    ick sende dit boeckge
    op dat uhEd sout sien
    wat vieleijnije hier
    in swan gaet1In zwang gaan: beoefend/bedreven worden (op grote schaal, populair) hoop het wel sal overkoome

    De tirade: puzzelen en zoeken

    Terug naar de tirade uit het begin de brief. Het volgende fragment is behoorlijk onbegrijpelijk en geeft daardoor een mooi beeld van wat voor puzzels je als lezer van dit soort oude brieven moet oplossen.

    Om te beginnen is er het taalgebruik. Er zijn veel woorden die je met kennis van Engels, Duits en/of Frans wel kunt invullen, maar die je voor de zekerheid toch beter even kunt opzoeken. Gelukkig staat het Woordenboek Nederlandse Taal gewoon online. Als het echt lastig wordt, zijn de medewerkers daar ook nooit te beroerd om je te helpen. Een groot deel van de puzzel is dat er nog geen standaard spelling bestaat en veel woorden fonetisch opgeschreven zijn.

    Lastiger zijn de uitdrukkingen. Daarvoor biedt het Spreekwoordenboek van Stoett vaak uitkomst, bijvoorbeeld bij “reizen en rotsen”. “Het oor heel en dal hebben” is lastig terug te vinden, maar daar biedt Twitter soelaas. “Heel en dal” is bijvoorbeeld een door oma’s nog gebruikt synoniem voor “helemaal”. De combinatie met het oor blijft vooralsnog onduidelijk.

    maer onse Neef die sich inmasgeneert2Imagineren:zich voorstellen het oor heel
    en dal te hebbe3Onbekende uitdrukking , en die uhEd de voorleedene winter
    en ick in ick uhEd apsensie, op sijn begeere heb gereijst
    en gerotst4Reizen en rotsen is een gebruikelijke samentrekking. Rotsen is vooral het (hard of wild) rijden met een paard of rijtuig en op sijn versoecke verscheijde briefve
    aende kleijne steede geschreefve met alleen voor Eij in
    sijn faveur maer ick voor sijn neef van vos ,
    so veel gunst hebbe beweesen, de wijlle hem voort
    vergeefve hier van w is gesproocken, had het wel
    moogen teegen spreecke en Erhinderen5verhinderen het geene
    op uhEd vertreck pas afgesproocken, dan dien
    man heeft so veel te doen met Een komijs6Commies: een persoon aan wie een ambtenaar een deel van zijn taak overdraagt vander
    dussen die genoechsaem bij alle Eerlijcke liede
    voor infaem gehoude wert Eens sauve guarde7Sauvegarde: bescherming van goederen of personen
    van sijn te prockwreere8Procureren: verschaffen, bewerkstelligen , en Ene sautijn hier
    inde reegeerine te brenge, het welcke, soot
    te weete het leste so het Eerste is geschiet

    aengaet ick vreese mender van sal hoore, want
    die man en ons voorseijde neef sijn vader hier
    so int ooch sijn dat publijck op de straet daer
    van gesproocke wort en ick vreese sijt haer be=
    klaechge sulle, ick derfse niet waerschouwe,
    hij maeckt hem daermeede so veel te doen dat hij
    die voornoemde weldade vergeet en in uhEd
    apsensie aen sijn vriende niet meer en
    denckt, in somma Elck siet maer op sijn Eij
    gen intreste en daer hij sijn voordeel van
    treckt, het gaet hier teegenwoordich so dat
    uhEd hier waert sou hem verwonderen en
    verset staen, voor mijn weet niet langer wat
    ick segge of dencken sal de heere wil ons bij
    staen, en ons alle bewaeren, [ick weet niet wat]

    En dan is er nog die geheimzinnige neef. Een eerste probleem is dat het begrip neef bij Margaretha erg rekbaar is. Het gaat verder dan wat we technisch gezien een neef zouden noemen. Het is bijna de “clan” waar het over gaat. We krijgen in het stuk verschillende hints over de neef. Hij is weer een neef van ene Vos, die kennelijk geen neef van Godard Adriaan en Margaretha is. Kennelijk heeft hij nogal wat gunsten aan Godard Adriaan gevraagd, niet alleen voor hemzelf, maar ook voor de leden uit zijn “clan”.

    Kennelijk heeft hij te doen gehad met een ambtenaar Van der Dussen, die niemand vertrouwt en is verantwoordelijk voor de aanstelling van ene Sautijn. Dat laatste is in ieder geval echt gebeurd volgens Margaretha. En daarin zit ook de eerste hint naar wie de neef zou kunnen zijn. Gillis Sautijn zijn is op 10 september door Stadhouder Willem III in de Amsterdamse vroedschap benoemd op voorspraak van Johan van Reede van Renswoude (Elias 1903, CXXII, onderaan de pagina). Als dit waar zou zijn, dan is het logisch dat Margaretha hem niet direct noemt: Johan van Reede van Renswoude was een belangrijke steunpilaar voor Godard Adriaan in de Utrechtse politiek en Stadhouder Willem III vertrouwde op hem. Het is alleen maar één bron en alle andere hints zijn nog niet uitgezocht.

    Zo puzzelen de lezers van de brieven op verschillende details om erachter te komen wat Margaretha echt bedoelt. Daar zullen we alleen lang niet altijd (nu) achter komen.

  • Inkwartiering

    DatumPlaats
    Geschreven16 augustus 1672Amsterdam
    Ontvangen21 augustus 1672Hamburg
    Lees hier de originele brief

    Deze brief van Margaretha is kort, twee kantjes maar. Ze herhaalt nog even dat ze met de vorige post de kopie van de eisen van de Hertog van Luxemburg heeft doorgestuurd én een geborduurde ster die ze uit Den Haag heeft ontvangen. Waar die precies voor bedoeld is maakt ze niet duidelijk. Ondertussen is er nog eentje binnengekomen die ze nog even bewaart.

    Burgemeester Nellesteyn was net bij haar en is net vertrokken, hij is net als veel andere Utrechters geheel vertwijfeld. Moet hij naar Utrecht terug, met het risico dat hij een eed aan de koning van Frankrijk moet afleggen? Of om die reden in Amsterdam blijven en dan gegarandeerd zijn bezittingen verliezen?

    Onderhoud en Inkwartiering

    Ondertussen blijkt dat het de Fransen ernst is met hun eisen ten aanzien van onderhoud van het leger én de inkwartiering van de soldaten.

    Fragment over inkwartiering in brief van Margaretha
    Aanvulling fragment ingekwartierd

    [laeten konfeskeeren,] so ick hoor persesteere
    de franse noch bij haeren Eijsch1Houden de Fransen nog steeds vast aan hun eis van alle
    maent hondert duijsent gul2Gulden tot onderhout
    van haer melisie3Militie: leger tot 30000 man wt de provinsie van wttre4Utrecht
    te wille hebbe, of willens daer in quartiere die
    haer dan kost en dranck sulle moete geefven,

    Het Franse bezettingsleger bestaat uit tienduizenden manschappen die allemaal gevoed en gehuisvest moeten worden, grotendeels op kosten van de provincie Utrecht, zowel in geld als in natura. In de eerste maanden kamperen er nog veel soldaten in tenten rond de stad Utrecht en op de Heuvelrug. In Woerden zitten soldaten in hutten van takken, zeil en beddengoed op de stadswallen. Officieren, vaak met eigen lakeien en koks, zijn ondergebracht bij rijke burgers. In Montfoort, Wijk bij Duurstede en Woerden zitten veel soldaten in de kastelen waar eerder Nederlandse garnizoenen gelegerd waren. Maar voor de winter bieden deze niet genoeg ruimte.

    Gezicht op het slot te Woerden in 1672
    Slot van Woerden. Fragment van een gezicht op Woerden ingenomen door het Franse leger in 1672. Foto door de Frères Moreau van een tekening van Adam Frans van der Meulen 1900-1903. Collectie Rijksmuseum

    Inkwartiering van soldaten

    Vanaf eind september zullen steeds meer mannen in gewone huisgezinnen in de steden ingekwartierd worden. Zij moeten voorzien worden van bed, vuur, licht, zout, peper en azijn en ‘behoorlijk voedsel’ en nog zakgeld bovendien.

    Franse verordening over inkwartiering
    Eerste pagina van een Franse verordening over inkwartiering in Utrecht. Collectie: Het Utrechts Archief XX B 4. Uiteindelijk telt het maandelijkse bedrag dat er in wordt genoemd inderdaad op tot 100.000 gulden, exclusief huisvesting.

    Brood w0rdt door de Fransen zelf centraal geregeld. Daarvoor hebben ze grote voorraden (geroofd) graan en meel opgeslagen in de kerken en de gasthuizen. In de stad Utrecht komt de inkwartiering neer op drie tot vijf soldaten per huis, terwijl sommige inwoners zijn vrijgesteld. In Woerden echter is het aantal soldaten volgens tijdgenoten in november al opgelopen tot 8000 man, terwijl er maar 700 huizen zijn, zodat er vaak meer dan tien soldaten bij een gezin zijn ondergebracht. “Zij moesten op bedden leggen, als slaept den Burger met vrouw en kinder op stroo. De burgers worden ver boven hun macht met krijgsvolk belast, kraamvrouwen van hun bed afgetrokken”, schrijft een vrouw uit Woerden aan een vriendin.

    In theorie is de inkwartiering netjes gereguleerd. Drie soldaten mogen bijvoorbeeld samen niet meer dan één bed opeisen, niet méér licht en vuur vragen dan er al in huis was en niet ‘s avonds laat nog binnenkomen. Dat deze regels in juli 1673 nog overal in het Frans en Nederlands worden opgehangen, wijst er wel op dat het in de werkelijkheid anders loopt…

    Lijst met regels voor inkwartiering
    Plakkaat met regelement voor inkwartiering, juli 1673. Collectie Het Utrechts Archief XXVI E 8.

    Inkwartiering van officieren

    De hoogste officieren worden bij de rijkste burgers ondergebracht. De Hertog van Luxemburg trekt in het sjieke Paushuize, waar hij prachtige tapijten met jachttaferelen aan de muur heeft, die hij zonder te betalen ‘overneemt’ van een rijke weduwe. Het stadbestuur belooft de weduwe borg te zullen staan, wat ze in een notariële akte laat vast leggen.

    Schilderij van Paushuize in 1736
    Paushuize te Utrecht in 1736 door Jan de Beijer. Collectie Het Utrechts Archief Beeldbank 35332

    Als het zo uitkomt laten de ongenode gasten zelfs muren doorbreken, als een statig herenhuis hen nog niet statig genoeg is. Zo wordt op de Drift van twee regentenhuizen één gemaakt.

    Het ongenoegen is ook wel eens wederzijds. In het dagboek van regentenzoon Everard Booth klaagt een majoor, die is ingekwartierd bij Booth’s neef van Benthem, dat hij “noyt in een huys hadde ingequartiert geweest, daer so veel gecken bijeen woonden”. Maar de Utrechters en de Fransen zijn nog lang niet van elkaar af.

    Brandenburgse troepen

    Want waar blijft de buitenlandse hulp? Margaretha heeft gehoord dat de reis van de Keurvorst van Brandenburg tot de 22e is uitgesteld. Ze wil nu wel graag van haar man horen of hij zelf goed is aangekomen en hoe groot hij de kansen inschat dat de Keurvorst daadwerkelijk met de hulptroepen zal verschijnen. Ze meldt dat prins Willem weer uit Amsterdam is vertrokken.

    Brieffragment over de troepen van de keurvorst

    men verlanckt hier seer naer de verwachte
    troepees, vandaech is hier tijdine van hambur5Hamburg
    gekoome dat den keurvorst sijn reijs weer
    tot den 22 deeser soude hebbe wtgestelt,
    ick verlange met seer groote inpaesijensie uhE
    geluckige overkomste te hoore, en wat hoop wij
    tot de komste vande keurvorst en sijn volckere
    hebbe, [sijn hoocheijt is gistere weer van hier]

    Cornelis de Witt

    Ondertussen zit Cornelis de Witt in de Gevangenpoort in Den Haag. Naar men zegt doet hij als of hij gek is geworden, maar er wordt ook gezegd dat hij wordt gedreigd met de pijnbank. “Laat de Heer Almachtig alle vrome mensen tegen zulk ongeluk beschermen”, schrijft Margaretha. Ook al zitten de Van Reedes niet in hetzelfde politieke kamp als de De Witts, het blijven vrome mensen…

    [geefven dat beswaerlijck sal vallen,] den
    ruwaert van putte6Cornelis de Witt sit inde haech7Den Haag op de poort8Gevangenpoort
    so men seijt hout hij hem selfve als geck,
    doch soude men hem met de pijnbanck hebbe
    gedreijcht, de heer almachtich wil alle vroome voor sulcke
    ongeval bewaeren, inwiens heijlige bescherminge uhEd be=
    veelle en blijfve

  • Een brief van de hertog van Luxemburg

    DatumPlaats
    Geschreven13 augustus 1672Amsterdam
    Ontvangen16 augustus 1672Hamburg
    Lees hier de originele brief
    NB: scan 145 rechts (= scan 146) is een los vel. Vermoedelijk hoort dat niet bij deze brief, maar gezien de gebeurtenissen die beschreven bij één van de brieven van 25 of 28 juni.

    Een brief van de hertog

    De klerk Monck had een brief van de Hertog van Luxemburg, gericht aan Godard Adriaan, richting Hamburg gezonden. Maar Margaretha twijfelt of de brief wel aan zal komen. Er wordt namelijk gezegd dat de Fransen de gewone post aan banden willen leggen; ze willen zelf toezien op het postverkeer.

    Brieffragment waarin Margaretha schrijft over de brief van de hertog van Luxembourg

    [de laeste post op hamburch beantwoort,] seedert
    is Een brief de vanden hartooch van lutsenburchde1Hertog van Luxemburg, François Henri de Montmorency Bouteville den
    teegenwoordige komandeur van wttrecht aen uhE
    door de klerck monck gesonde, waervan de kopije
    hier neffens gaen, vermidts so geseijt wort de
    franse de ordinaerisse2Ordinaris=gewoon poste niet meer wille
    laeten gaen maer selfs poste wille legge, vrees
    de ick deese mochte vermist worde, en oordeelle
    de selfve ons ontrent de bewuste Ackte in toekoo
    =mende soude konne diene, heb ick goetgedocht
    uhEd alleen de kopije daer van toe te sende en
    de prinsipaelle bijde voorgaende brief vande state
    van wttrecht te bewaere, [dewijlle hij schrijft]

    Wat stond er in de brief van de Hertog van Luxemburg? Dat wordt niet helemaal duidelijk uit de brief van Margaretha. Maar omdat Margaretha spreekt van een ‘bewuste Ackte [die ons] in toekoomende soude konne diene’, is het zeer goed mogelijk dat Luxemburg hiermee gelast de uit de provincie Utrecht gevluchte inwoners terug te keren. In ieder geval is evident dat Margaretha waarde aan de brief hecht; ze besluit haar man een kopie van het schrijven van Luxemburg te sturen.

    Afbeelding van een krantenartikel
    Artikel uit de Amsterdamse Courant van 13 augustus 1672, met daarin de tekst die Margaretha over reis van haar man heeft laten plaatsen. Zou ze het erop volgende stukje verslaggeving ook geschreven hebben? Bron: Delpher

    Voor de zekerheid heeft de vrouwe van Amerongen in de krant laten zetten op welke dag zij en Godard Adriaan uit Den Haag waren vertrokken en wanneer Godard Adriaan richting Bremen was gereisd. Zo kon de Hertog van Luxemburg zien dat zijn brief pas na het vertrek van Godard Adriaan was aangekomen en hij de brief dus niet had kunnen lezen. Toch vreest Margaretha voor Luxemburgs ‘quaet [kwaad] en onrechtmaetich deseijn [plan]’, ze had van Welland en Van der Does vernomen hoe het er in de provincie Utrecht aan toe ging.

    Op de voorgrond woelige baren met een pier en daarachter Harlingen
    Haven van Harlingen van de Zuiderzee te zien. M.D.D. de Jong, ca. 1780, Collectie Zuiderzeemuseum Enkhuizen
    Fragment waarin Margaretha schrijft over haar vertrouwen in de kwade bedoelingen van hertog van Luxemburg

    [van wttrecht te bewaere,] dewijlle hij schrijft
    wt de gasettees3gazettes gesien te hebbe Etc heb ick inde
    korante4courant laeten sette den dach waneer wij wt den
    haech sijn gegaen en ock deselfe dat uhEd van hier
    is tseijl5te zeil, uitgevaren gegaen, op dat hij daer wt kan sien
    sijn brief naer uhEd vertreck Eerst hier kan
    sijn gekoomen, hoewel ick vreese het niet sal helpe
    en sij met haer quaet6kwaad en onrecht maetich de=
    =seijn7Dessein=plan, doel Evewel sulle voort gaen, so ick wt onse
    twee vriende die hier geweest sijn gelijck wt
    mijne laest sult sien, [heb verstaen, dieselfve]

    Overigens zijn Welland en Van der Does weer naar Utrecht vertrokken, maar niet met de intentie daar lang te blijven.

    Een exorbitant bedrag

    Ook de intendant van Utrecht, Louis Robert (die overigens door Margaretha in deze brief niet bij naam genoemd wordt), verschijnt in deze brief op het toneel. De intendant had een vergadering van de Staten van Utrecht bij elkaar geroepen. Voor het onderhoud en de betaling van de militie eiste hij een exorbitant bedrag van maar liefst 4000 gulden per dag. Margaretha vraagt zich af hoe Utrecht dit bedrag moet ophoesten.

    Fragment waarin Margaretha schrijft over de eisen van de Franse intendant in Utrecht

    ick hoore en wort voorseecker geseijt dat den inten=
    =dant die tot wttrech voorleedene saterdach naer
    de Middach de state had doen vergaederen
    aldaer ter vergaderin vande selfve heeft geEijss
    4000f daechs tot betaeline en onderhout van
    haer meelijsie8militie, waer op hem soude geantwoort
    sijn sulcks onmoogelijck te weesen de wijlle alles
    bedurfven was so soude hij noch op 4000f daechs
    gekoome sijn, hoe sij dat noch sulle op brenge sal te
    besien staen, [den Advokaet de raet soude hier seer]

    Gedenck-teecken hoedanich Zyn Hoogheyt de Hr. Prins van Oranje en Nassou etc. als Stadt-houder door de Hr. Burgermeesteren, Cavallery, en manhafte schutters der stadt Amsterdam aldaer, den 12 Augusty 1672 ingehaelt, en den 15 dito uytgeleyt is. Fragment uit gravure van Romeijn de Hooghe (1672). Collectie Stadsarchief Amsterdam

    De Prins en de Ruwaard

    In Amsterdam is de Prins van Oranje door de ruiterij en de schutterij met grote vreugde ontvangen. Ondertussen zat Cornelis de Witt, de Ruwaard van Putten, achter slot en grendel in de Gevangenpoort. Margaretha schrijft dat, zo werd gezegd, hij vanuit zijn cel zicht heeft op De Plaats. Ze zegt het er niet expliciet bij, maar hij kijkt uit op hun Haagse huis, op de hoek van de Plaats en de Kneuterdijk.