Mijn heer en lieste hartge

Maand: maart 2022

Prinselijk bezoek

DatumPlaats
Geschreven24 maart 1672Den Haag
Ontvangen1 april 1672
Lees hier de originele brief

Margaretha verwacht hoogstaand bezoek op 24 maart. Zijne hoogheid, Prins Willem III van Oranje heeft namelijk aangekondigd om langs te komen op Amerongen. Hij wil dan de sollicitatie van zoon Van Ginkel bespreken en uitleggen waarom Godard van Ginkel is afgewezen.

ick had gemeent vandaech van hier naer
wttrecht te gaen, ten waere sijn hoocheijt
mij liet segge vandaech noch bij mijn te
wille koome om vande heer van ginckels 
saecke1Godard van Ginkels sollicitatie naar de positie van generaal-majoor te spreecke daer ick op gewacht heb
doch geloofve hijt vergeeten heeft also ick
hem tot noch toe niet heb vernoomen
nu hoope ick met godts hulpe merge
van hier te gaen, en waer ick ben te
blijfve

Willem III komt helaas toch niet opdagen. Misschien is hij de afspraak vergeten, schrijft Margaretha. Ze schrijft aan Godard Adriaan om morgen naar Utrecht te gaan voor zaken en sluit de brief af.

P.S. Willem III kwam toch

­naert sluijte van dees2na het afsluiten van deze brief heeft sijn
hoocheijt mij deer gedaen van te koome
segge hoeseer hij geneege is uhEd3u hoogedele
en ons huijs dienst te doen, ock den
heer van ginckel maer dat hij hem
in sijn solisitaesi geen poosetijfve
toeseggine4zekere toezeggingen en koste doen dewijlle
deese plaetse niet bij overstemine5hier specifiek wanneer Willem III de gewesten overstemt door zelf, zonder hun instemming, benoemingen te doen
soude worde vergeefve maer dat het
bij inschickine6instemming vande provinsie sou
moete gaen, en dat hij seer gaere

hoewelt Een saecke is die aen hem niet
en dependeert7afhankelijk zijn van maer aende proovinsie,
voorde heer van ginckel al sal doen
wat hij kan weetende wat oblijgaesi8verplichtingen
hij uhEd heeft, de woorde sijn goet
wij moete nu sien watter op sal volge
hoewelt noch niet met al geseijt is,
hij seijde ock dewijlt noch bij de provin
– sie so vreemt lach niet te geloof dat
se noch soude vergeegve worde, sijn hooch
heijt besongeert9besogneren: beraadslagen noch alle daech met men
men heer beverlin10Hieronymus van Beverningh, Gouds regent, diplomaat en gedeputeerde te velde

Willem III is de familie Van Reede zeer genegen, zegt hij Margaretha, maar zijn handen zijn gebonden. Helaas kan Willem III niet alleen beslissen over de positie waar Godard van Ginkel naar gesolliciteerd had. De gewesten moeten met deze benoemingen instemmen. Helaas hebben zij dus gekozen, tegen Willem III’s wensen in, om Godard niet te promoveren. Wel belooft Willem III om alles te doen voor Godard wat hij kan, als dank voor de trouwe diensten die Godard Adriaan hem verleend heeft. De sollicitatie van Van Ginkel is afgewezen maar in de toekomst maakt hij weer kans. Margaretha’s vonnis is simpel: “de woorden zijn goed, we moeten nu zien wat er op zal volgen.”

Diplomatenvrouw

DatumPlaats
Geschreven20 maart 1672Den Haag
Ontvangen23 maart 1672
Lees hier de originele brief

Het leven van een diplomatenvrouw is niet altijd makkelijk. Margaretha heeft het er moeilijk mee dat haar man altijd weg is. Aan de andere kant lijkt ze ook wel te genieten van de ruimte die ze heeft om het landgoed te beheren en zich met de politiek te bemoeien. In de brief van vandaag is ze enigszins teleurgesteld dat haar man weer een andere missie aangenomen heeft.

tis mij seer lief wt uhEd schrijfvens vanden
13 deeser en wt de voorgaende te sien de kon
=tiniwaesie1continuatie: voortduring (hardop uitspreken!) van uhEd gesontheijt, maer ben
van harte bedroeft te sien uhEd de komissie
weer naer saxse heeft aengenoome hoewel
men seijt het maer voor Een korten tij sal
sijn, daer kan ick mij niet meer mee laete
abuseere2abuseren: misleiden want dat heeft men vant begin
van deese komisie geduerich aengeseijtaan3zeggen: bekend maken, ent
heeft nu overt ijaer geduert, wie weet waneer
het noch Endicht se moogen uhEd vandaer
voort naer weenen bij de keijser versoecke
te gaen ick maeck nu geen staet uhEd van
alde soomer weer thuijs te sien dat al vrij
verdrietich sal vallen, [wt mijne laeste]

Ze gelooft de belofte dat hij snel thuis zal komen ook niet meer, dat hebben ze al zo vaak gezegd. Bovendien kan het maar zo zijn dat ze hem hierna naar Wenen sturen, naar de keizer. Ze gaat er maar vanuit dat hij met de zomer niet thuis zal zijn en dat “valt haar verdrietig”.

Verschillende diplomaten in koetsen met zes paarden komen aan bij Huis ter Nieuwburg in Rijswijk.
Twee koetsen met ieder zes paarden komen aan bij Huis ter Nieuwburg in Rijswijk. Fragment uit: Gezicht op de zijkant en de voorkant van Huis ter Nieuburch te Rijswijk vanuit het westen, Pieter Schenk (I), 1697. Collectie Rijksmuseum

Na de reguliere zakelijke mededelingen gaat het over een andere diplomaat, die zijn missies op een heel andere manier regelt dan Godard Adriaan. Daniël Oem van Wijngaarden, heer van Werkendam wordt naar Denemarken gestuurd. Ze heeft al een paar keer over hem geschreven, maar dan vooral over het feit dat hij als ambassadeur extraordinair naar Denemarken gaat. Die titel had Johan de Witt eigenlijk ook aan Godard Adriaan beloofd, maar hij is nog steeds ambassadeur ordinaris. In deze brief stookt ze het vuur verder op. Werkendam neemt niet alleen zijn vrouw mee, maar een complete hofhouding! Twee koetsen, elk met zes paarden! En dan ook nog pages en lakeien! Het is waarschijnlijk niet (alleen) jaloezie, maar ook haar calvinistische inborst die maakt dat ze moeite heeft met zo veel luxe.

[pareeren,] den heer van werckendam
vertreckt deese weeck noch so men seijt met
sijn vrou die hij meede neemt, met twee
koetse ijder met ses paerde, drije paes –
=ges en neegen lackeijen, dat is schoon voor
madame, hij heeft tot sijn Equipaesge
en verdere te doene koste bij provijsie
18000f vant lant ontfange, ick hoop
uhEd deese noch te berlijn sal behan
=dicht worde, ick weet niet of met de
naeste post sal schrijfve wt vreese of
uhEd voort aenkoome van die mocht
vertrocken sijn, sal nu hiermeede
blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de vrou van
ginckel en haer
kindere sijn de heere sij gedanckt heel wel

Het is ook een nadeel als je man van post wisselt, dat je niet precies weet wanneer je man waar zal zijn. Een brief schrijven heeft dan dus niet veel zin. Gelukkig gaat het goed met haar vers bevallen schoondochter en de kinderen.

Promoties in het leger

DatumPlaats
Geschreven18 maart 1672Den Haag
Ontvangen25 maart 1672
Lees hier de originele brief

Nu Prins Willem III benoemd is tot kapitein-generaal, kunnen de andere functies in het Staatse leger ook vervuld gaan worden. Dat betekent promoties! Margaretha houdt deze benoemingen scherp in het oog. Deels omdat deze mannen het land moeten gaan beschermen en deels omdat haar zoon Godard van Ginkel ook gesolliciteerd had naar een hogere functie.

[vande hoochge schersges,] steenhuijse1Ludolf van Steenhuizen seijt me
datse luijtenant generael2luitenant-generaal is een zeer hoge naam in het leger. Alleen kapitein-generaal en veldmaarschalk zijn hoger neffens3nevens: naast weldere4Johan van Welderen, tevens gouverneur van Nijmegen
sulle maecken, en de graef van nassou5Walraven (alternatieve spelling: Walraad) van Nassau Usingen, ook wel graaf van Nassau-Saarbrücken genoemd. Op dat moment kapitein van de prinselijke lijfwacht en

momba6Jean Barton de Montbas, een Fransman in Staatse dient komijsarise generael7commissaris-generaal en voort alle
inde hoochger schersgees8schare: een niet helemaal vastomlijnd legeronderdeel, kan ook als een gewapende bende bedoeld zijn kontentement
geefve9tevreden stellen behalfve de heer van ginckel
die ick vreese men sal laeten toe sien den
heer van Suijlisteij10Frederik van Nassau-Zuylestein sal generael vande
infanterij weesen en daer voor hondert
gulde daechs hebbe, ick heb met de laeste
post niet geschreefve meenende dat uhEd
al naer saxsen waert nu verstaen ick
dat die reijs of komisie11commissie, opdracht noch op gehouden
is, ben verwondert uhEd mij daer noijt van
heeft geschreefve, men maeckt hier groote
preeperaesie tot den oorlooch en naert
hem laet aensien salt Een swaer kom
-bat12een zware strijd geefve had wel gewenst uhEd
daerteegens, weer hier te lande waert
geweest, maer dewijlle deselfve hem so
van deene komissie in dander laet
wickelen sien ick daer geen hoope toe
den heer schadee13Jasper Schadé van Westum, was geëligeerde in de Staten van Utrecht hoore ick dat te velde
gekoomiteert is14gedeputeerd te velde: vertegenwoordiger van de Staten-Generaal op het slagveld die beslissingen van de kapitein-generaal mag overreden, [voor mij ick sal so veel]

Kort samengevat gaan de promoties in het leger naar:

  • Ludolf van Steenhuizen als luitenant-generaal
  • Johan van Welderen als luitenant-generaal
  • Walraven van Nassau-Usingen en Jean Barton de Montbas als commissaris-generaals
  • Frederik van Nassau-Zuylestein (heer van Slot Zuylestein nabij Kasteel Amerongen) als generaal van de infanterie

Zoon Godard van Ginkel lijkt gepasseerd te worden en blijft kolonel van de cavalerie. De teleurstelling druipt er in Margaretha’s brief van af. De hoogste functies in het leger lijken naar andere personen te gaan. De loyaliteit van de familie Van Reede aan Willem III blijft onbeantwoord.

Eindelijk verlossing

DatumPlaats
Geschreven10 maart 1672Amerongen
Ontvangen18 maart 1672
Lees hier de originele brief
Bevalling van een vrouw, anoniem, (1620 – 1664), coll. Rijksmuseum

Op 8 maart staat de koets wéér klaar om Margaretha naar Utrecht te brengen en weer zal het haar niet lukken daar aan te komen.

Bevalling

Als ze in de koets wil stappen begint haar schoondochter te ‘kraken’: de bevalling begint! Omtrent half tien in de ochtend is het eindelijk zo ver: bijna 3 maanden nadat Philippota op Kasteel Amerongen aan kwam is ze bevallen van een dochtertje, gezond en wel geschapen. Een jonge Godard was natuurlijk zeer welkom geweest, maar Margaretha is dankbaar voor spoedige en makkelijke verlossing en het gezonde kind.

voorleedene dijnsdach sijnde den 8 deeser so
mijn koets gereet stont en ick daer meede naer
wttrecht meende te gaen begost de vrou
van ginckel te kraecken1de voorteekenen van de naderende bevalling vertoonen, barensweeën hebben, en is door de hulpe des
heere dien merge ontrent de klocke half tien
seer genadelijck en spoedich van Een dochter
verlost
het welcke een gesont en wel geschaepe vrucht
is, hadde wel gewenst het Een jonge godert
hadde geweest, dan het sijn gaefve des al=
der hoochste, die wij niet genoech konne dancke
voor so Een spoedige en genadelijcke verlos=
=sine en gesonde vrucht, de kraemvrou is on
gemeen wel naer den tijt hoope godt den heere
haer hEd voort sterckte en volkoome gesontheijt
sal verleenen, de heer van ginckel is deesen
Middach wt den haech hier gekoomen verwacht
ten nu alle Eure de heere van wulfve en wel
=lant die over het kint ten doop sulle staen
en soude wij noch gaeren sijne kristelijcke
doop alhier in onse kercke deesen avont laeten geefven om
daer in niet te versuijmen, [beuseckom heeft te]

Doop

Twee dagen na de bevalling is de vader van het kind, Godard van Reede – van Ginkel uit Den Haag aangekomen en nu wachten ze op de beide neven van de vader: de heer van Wulven en de heer van Welland. Zodra zij aankomen, kan het kind gedoopt worden.

Margaretha vervolgt haar brief nog met allerhande wederwaardigheden. Ze verzucht dat het haar niet lijkt te lukken om in Utrecht te geraken om haar zakelijke afspraken na te komen. Ze stopt met schrijven en gaat de volgende dag verder.

dus verde heb ick deese gistere geschreefve, ons
kint heeft gistere avont sijn kristelijcken
doop ontfange met de naem van reijniera, naer
de vrou van ginckels vader, heb dit so goet ge
docht om of ons de heer almacht noch Een soon
gaf dat wij de naem van godert adrijaen
mochte daer voor reeserveere, de heer van
wulfve en wellant sijn deese merge weer
vertrocken, mosten de vergaderin vande state
bij woonen onse joncker van Ameronge sijn sijn
acksie gereesen, de kraem vrou ent kint sijn
noch heel wel naer de geleegentheijt pesenteert
haeren dienst, s en ick blijf
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
M Turnor

Op 10 maart 1672 krijgt het kind zijn christelijke doop ontvangen in de Andrieskerk in Amerongen. Dit is voor Margaretha een belangrijk moment. Haar schoondochter is katholiek en ze wil er alles aan doen om haar kleinkinderen goede protestanten te laten worden. De nieuwste telg uit het geslacht Van Reede wordt Reiniera genoemd, naar de vader van Philippota, Reinier van Raesfelt. Dit vindt Margaretha een goede keuze, want als er nog een zoon geboren wordt, dan is de naam Godard Adriaan in ieder geval nog vrij. In 1670 was de eerste zoon geboren die al Godard Adriaan heette, maar het jochie overleed al in 1671. Met de kennis van nu kunnen we zeggen dat die inderdaad nog komt: in 1674 wordt zoon Godard Adriaan geboren. In 1678 wordt nog een zoon geboren, dus ook Reinier wordt nog vernoemd: Reinhardt.

Interieur van de Andrieskerk in Amerongen. Foto: P. van Galen. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / 294921

Een groot sieraet aen beijde de hoofven

DatumPlaats
Geschreven7 maart 1672 Amerongen
Ontvangen14 maart 1672
Lees de hier de originele brief (let op: de toegevoegde brief van 4 maart is tussen deze brief door gescand).

Met het voorjaar op komst is Margaretha kennelijk het gevoel van oorlogsdreiging helemaal kwijt. Er wordt gewerkt in de hof! Daem Hendrixse uit het dorp heeft werk aangenomen en is hard bezig. Margaretha hoopt dat de dooi doorzet, zodat hij zijn werk af kan maken. Het staat immers zo slordig als alles er half af bij ligt. Daem is begonnen met reparatiewerk, maar zoon Godard heeft ook nog wel wat goede ideeën.

Perenbloesem, met op de achtergrond het huidige kasteel Amerongen

Aan de muur bij de straat aan de noordkant van het terrein staan nog steeds leiperen.

https://hetutrechtsarchief.nl/collectie/609C5BCAD4894642E0534701000A17FD

De huidige tuin van kasteel Amerongen heeft nog steeds hoogteverschillen. Door muren wordt hoogte verschil opgelost.

met deesen doeij daer meede wij hoopen het ijs
teenemael wt het water sal gaen, schiet
ons nu alt werck teffens over de hant, dae
daem is beesich met sijn aengenoome werck te
voldoen en geloofve hij merge gedaen sal
krijgen, als dat nu so ten halfve afgegraefe
blijft legge salt seer slordich daer staen
dat muertge daer de doorne hech lans den
Booven hof ende wt geroijden boogaert1boomgaard op staet
diende ock wel gereepareert en overal aen ge –
stopt, de heer van ginckel meent dat Een groot
sieraet aen beijde de hoofven sou geefven dat
men Een gif glintintge2Latwerk dienende om vruchtboomen te ondersteunen of leiboomen te leiden op de selfde fatsoen
en manier gelijck rontom den nieuwe hof
is niet hoocher als nu de doorn die der op staet is
is, en opdie hoochte, op dat voorseijde muer
tge vande boven hof sette, en dat men dan
fruijt boomges teegens dat muertge omlaech
liet sette die soude dan hoochte genoech hebe
om tegens die glintin op te wasse, en alst
niet hoochger komt sout het gesicht vant
Eene hof int ander gans niet beneeme
maer Een reegeliere teijt geefven, uhEd

belieft eens te schrijfve oft deselfve gevalt so
soude ickt laete maecke op dat wij die hoofve
Eens in Esse mochte krijgen3In esse mogen krijgen: in goede staat mogen krijgen, hiermeede blijfe
Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
en dieners M Turnor

Een muur met leifruit

Het muurtje om de bovenhof moet gerepareerd worden. Kennelijk is daar net een boomgaard gerooid. De tuin van het kasteel heeft een hoogteverschil waardoor verschillende tuinen ontstaan en één daarvan is kennelijk de bovenhof (nu de boventuin). Het idee van haar zoon is om latwerk (glintinge) aan te brengen, waar fruitbomen tegenaan kunnen groeien. Margaretha is verguld met het idee, want zo kan je toch nog van de ene naar de andere hof kijken. Ze eindigt haar brief met de vraag of haar man ook maar eens zijn mening wil schrijven en als het hem bevalt, dan zal ze er werk van maken, zodat de hof eindelijk eens op orde is.

Fragment uit September (anoniem, 1584), collectie Rijksmuseum

Hanekampaddestoelen en ambergrijs

DatumPlaats
GeschrevenBijgesloten bij de brief van 3 maart
Ontvangen
Lees het bijgesloten briefje hier

Op 3 maart heeft Margaretha haar brief af. Hij ligt klaar om mee te geven met de post en dat zal Philippota of een personeelslid de volgende dag doen doen. Zoals Margaretha al aangaf moet ze op 3 maart echt naar Utrecht om zaken te regelen. Als Margaretha met de koets onderweg is, wordt ze onverwacht door een ruiter ingehaald: ze moet terug naar huis. En het is niet het water van Philippota dat gebroken is, maar Spaen is er!

Een aangekondigde bezoeker

Margaretha noemt Spaen voor het eerst in haar brief van 26 februari. We hebben de brieven die Godard Adriaan haar schrijft niet, maar kennelijk heeft hij haar aangegeven dat zijn vriend Spaen op bezoek komt. Hij geeft haar daarbij enkele erg specifieke opdrachten. Margaretha schrijft terug:

den heere spaen sal ick verwachte en hem
so wel trackteere als mij doenlijck sal sijn
maer hanekame padde stoelle1hanekampaddestoelen: catharellen met
Amergrijs2ambergrijs weet ick hier geen raet toe
so sijn hEd niet anders mach vrees ick
dat het tracktement dat ick hem doen
sal vrij slecht sal afloopen, dan geloof
sijn hEd de smaeck van Een goede schinck3ham
noch niet heel sal vergeeten hebbe

Dus Margaretha schrijft haar man dat ze de heer Spaen zo goed als mogelijk zal ontvangen. Ze weet zich alleen geen raad met hanekampaddestoelen en ambergrijs. Als dat het enige is wat hij eet, vreest Margaretha voor de afloop van de ontvangst, maar ze heeft het volste vertrouwen in de smaak van haar ham.

Hanekampaddestoelen

Hanekampaddestoelen zijn cantharellen. Het is de vraag of Margaretha ze wel onder die naam kende. Ze komen voor op een arme grond, bij voorkeur onder dennen, eiken, berken en beuken. Hoewel een groot deel in het bos op de Utrechtse Heuvelrug in 17e eeuw gekapt was, blijkt uit oude kaarten dat er rond Amerongen zeker wel bos of anders bomenlanen en struwelen waren. Het is dus niet onmogelijk dat cantharellen in Margaretha’s directe omgeving te vinden waren, maar ze waren wel zeer zeldzaam. Cantharellen werden wel ingevoerd vanuit Bourgondië en Italië. De kans dat Godard Adriaan ze in het metropole Berlijn wel gegeten heeft, is groter dan dat ze in Amerongen gevonden werden. In de 17e eeuw komen cantharellen wel voor het eerst in een kookboek. In 2021 verscheen een masterscriptie over paddestoelen in 17e eeuwse recepten van Emma Sofie de Vries.

Een bosstilleven met daarop een hanekampaddestoel (cantharel)
Bosstilleven met paddestoelen en slang, Otto Marseus Schriek, 1657. Privé collectie. Foto van Sotheby’s 2011. Rechts op de voorgrond een hanekampaddestoel (cantharel).

Ambergrijs

Ambergrijs is de basisgrondstof voor parfums (o.a. Chanel No. 5) en wierook. Het werd ook gebruikt in eten, maar er zijn niet veel voorbeelden bekend. Het Woordenboek Nederlandse Taal noemt bijvoorbeeld “Een met peper en amber toebereide nachtegaal”. Het werd ook wel gebruikt om wijn wat te verbeteren.

In de bibliotheek van Kasteel Amerongen staat een receptenboekje van een Mw. Rosande. Zij gebruikt in haar sorbetrecepten korrels van amber of musk. Dit recept is waarschijnlijk van later datum.

Ambergrijs is een vetachtige substanties die een potvis gebruikt om scherpe stukjes uit zijn voedsel in te kapselen. Je kunt het vinden op het strand als hij het uit gepoept of uitgekotst heeft, of het kan gewonnen worden uit de darmen van een gevangen of gestrande potvis. Ambergrijs is enorm duur en als je het per ongeluk op het strand kan je zomaar miljonair worden. De walviszaal van Ecomare is gefinancierd met de opbrengst van de 83 kg ambergrijs die gevonden werd in de darmen van een bij Texel gestrande potvis. Ook in de 17e eeuw strandden wel eens potvissen in Nederland, maar lang niet elke potvis maakt ambergrijs. Het werd wel gebruikt, maar de kans dat Margaretha er bekend mee was is klein.

Een gestrande potvis bij Noordwijk. Ambergrijs wordt gewonnen uit de darmen van een potvis
Een aangespoelde potvis op het strand bij Noordwijk, 28 december 1614 toegeschreven aan Hans Savery I (1614 – 1626), coll. Rijksmuseum
Portret van Alexander van Spaen
Alexander van Spaen, anoniem, geschilder tussen 1650 en 1675. Collectie Brantsen van de Zyp Stichting.

Alexander van Spaen

Alexander van Spaen (1619-1692) is een edelman uit Kleve, het Duits-Gelderse gebied. Hij begint zijn loopbaan bij de prins van Oranje en wordt daarna luitenant in het Staatse leger. Hierna komt hij in dienst van de Keurvorst van Brandenburg en hij bevindt zich daar regelmatig aan het hof.
In 1661 koopt hij kasteel Biljoen bij Velp. Hij was een goede bekende van Godard Adriaan.

Wanneer komt Spaen?

Op 29 februari schrijft Margaretha in een bijzin: “ick verwachte hier den heere spaen noch”

Op 3 maart schrijft Margaretha: “den heere spaen verneeme wij noch niet geloofe sijn hEd vergeet mijn aentespreecken”.

Op 4 maart is hij er dan eindelijk. Margaretha voegt snel, voor het vertrek van de post, nog een velletje met een gespreksverslag bij haar brief van 3 maart. Ze beschrijft dat Philippota haar terug liet halen en dat ze Spaen verzocht heeft de nacht te blijven, maar hij moet noch naar Den Haag. Hij wil zelfs in de middag niet blijven eten: in de tijd dat Margaretha terug gehaald heeft, dat hij al bij Van Son gegeten. Maar hij is wel zo goed geweest om een glas wijn met Margaretha te drinken. Hij belooft om een keer weer te komen en dan een nacht of twee te zullen blijven. Dat zint Margaretha wel, maar er hangt nog iets als een zwaard van Damocles boven dat toekomstig bezoek…

Spaen klapt uit de school

[hier te sulle blijfve,] ick heb hem geseijt
mij ondertusche van haenekame am
bergrijs en paddestoelle te sulle ver
sien, maer sijn hEd beklaecht hem dat uhE
sich so slecht trackteert datse den buijck
niet konne vulle, uhEd moet hem wt
dien quaede reputasie helpe ent selfve
verbeeteren, sijn hEd is noch al den
ouden spaen hij weet mij van uhEd wel-

vaerentheijt niet genoech te segge daer
de heere voor gedanckt moet sijn, ock
dat uhEd de juffrouwe so kaesijoleert
dat te verwondere is, ick seijde mij van
harte lief te was te hoore uhEd noch
so vol vier waert, hiermeede moet dees wech

den 4 maert 1672

Zodra Margaretha begint over de hanekampaddestoelen en het ambergrijs, vertelt Spaen dat hij door Godard Adriaan zo slecht ontvangen is, dat hij daar met lege buik vertrokken is. Margaretha speelt dit gelijk terug naar Godard Adriaan: hij moet het zelf maar recht zetten en zijn reputatie verbeteren. Spaen stelt Margaretha wel gerust: het gaat haar man goed.

Misschien is er meer dan één glas wijn gedronken of is er een soort directe vertrouwdheid tussen Margaretha en Spaen, want hij durft een stapje verder te gaan. Hij vertelt haar dat haar man in Berlijn de juffrouwen zo cajoleert4van het franse cajoler: vleien, flikflooien. Margaretha laat zich hierdoor niet in het minst uit het veld slaan: ze is blij dat haar man nog zo vol vuur is. En daarmee besluit ze het gespreksverslag, want de brief moet nu echt naar de post.

Zwangerschapsirritatie

DatumPlaats
Geschreven3 maart 1672Amerongen
Ontvangen14 maart 1672
Lees hier de originele brief

Philippota’s baby is nog steeds niet geboren en je ziet de irritatie bij Margaretha week na week groeien. Op 6 februari is er nog iets meer begrip dan irritatie. Ze wilde wel naar Den Haag, maar zoals Philippota zich voelde was dat onmogelijk. Nu voelt ze zich gelukkig beter, dus hoopt Margaretha dat de verlossing niet lang op zich laat wachten. Maar ze heeft er toch heel wat bekommering mee.

[verseeckert sulle weesen,] de vrou van ginckel 1Philippota is getrouwd met de Heer van Ginkel, Margaretha’s zoon Godard
die nu vijf weecken hier is geweest en vant
begin aff van Eur tot Eur heeft gemeent
te kraeme gaet noch al dat mij wel in
geduerichge bekomerin hout, men seijt
wel dat ick met haer naer den haech
sou gegaen hebbe, dat is vant begin af
dat se hier is geweest onmoogelijck ge-
weest so heeft se haer van tijt tot tijt
gevoelt, nu isse, beeter als oijt daerom
ick hoope sij haest sal koome te kraeme
het welcke ons den almachtigen godt
wil geefve en dat se Een goede verlosi
en gesonde vrucht en kraem mach
hebbe, kan niet segge in wat bekomerin
ick geduerich in deese bekomerlijcke
tijde met haer ben [nu de heer almach]

Anatomisch model van een zwangere vrouw
Anatomisch model van een zwangere vrouw gemaakt van ivoor. Toeschrijving: familie Zick / deels naar ontwerp van: Stephan Zick (1639 – 1715). Collectie Museum Rotterdam

Bepakt en bezakt

Een week later, op 11 februari, begint Margaretha een beetje te mopperen. Alle spullen staan nu al een maand ingepakt klaar zodat ze direct kunnen vertrekken, maar Philippota is nog steeds niet bevallen. En nu durft ze ook niet meer te reizen, want stel je voor dat ze onderweg bevalt! Margaretha hoopt maar dat het rustig blijft voorlopig.

te sende, ons silver koffer met noch
twee met linne hebbe wel Een maent
gepackt gestaen om ofter op Aen quam
dat ment maer op de wagen heeft te
setten, de vrou van ginckel kan so heel
opt lest sijnde niet reesolveere 2besluiten haer op
reijs naer den haech te begeefve vreest
al of se onderweech mocht koome te
kraemen hoope wij dien tijt hier noch
in ruste sulle sijn, sij heeft haer veel
te seer misreeckent, so haest dat over
is sal mij met het onse naer den haech
begeefve, [hier meede blijfve]

11 februari 1672

Wachten…

Op 15 februari heeft Margaretha besloten de kraam dan maar op Amerongen af te wachten en op 18 februari noemt ze haar schoondochter niet eens. Op 22 februari geeft ze aan dat ze zelfs een deel van de zaken niet heeft kunnen regelen, omdat ze Philippota niet alleen thuis durft te laten. Die denkt inmiddels al zeven weken dat ze elke dag kan bevallen. Op 26 februari verzucht ze dat het zo lang gaat duren als God het wil en de 29e rept ze met geen woord over haar schoondochter: zijn er belangrijker zaken te vertellen.

Het uur van geboorte en sterven

Op 3 maart: nog steeds niets. De irritatie is nu zo groot dat Margaretha haar brief begint met de lang verwachte kraam. De misrekening van twee maanden komt haar wat qualijck, maar nu wordt Margaretha er filosofisch van. Maar dan moet men het met geduld afwachten, dat geldt zowel voor de uren van geboren te worden als de uren van te sterven. En uiteindelijk verlaat ze zich op de Heer Almachtig.

Mijn heer en lieste hartge

gisteren ontfange ick uhEd schrijfvens vande
24 febrijwa neffens die aende vrou van gincke
die noch al gaet tot onse groote verwonder
sij is, nu beeter alse over twee maende was
en heel wel naer haer geleegentheijt, heeft
haer veel te seer misreeckent, dat mij wat
qualijck komt dan moet het met paesijensie 3geduld
afwachte de Eure van gebooren te worden
moeter so wel sijn als van te sterfven wil
hoopen de heer almachtich ons Een gesonde en
recht geschapen vrucht sal geefven, [het pree]

3 maart 1672

Lees de originele brieven hier: 6 februari, 11 februari, 3 maart (Het Utrechts Archief)

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén